EEN VOORSTEL TOT INTEGRAAL LANDELIJK WATERBEHEER
Door: W. Borm en C. Huijgens
Inleiding
Bij hoge rivierafvoeren ligt de Biesbosch op de overgang van doorvoer naar
noodberging. Stagnatie van doorstroming in het Hollandsch Diep vergroot op zo´n
tijdstip het overstromingsrisico in de regio ten oosten van Moerdijk. Met een
andere inrichting van de Zeeuwse Delta is dit te voorkomen.
De wisselende beschikbaarheid van zoet water blijkt voor herinrichting een
beperkende factor. Daarom hebben we de samenhang tussen de zoetwaterafvoeren van
de Zeeuwse Delta, het IJsselmeer en de Nieuwe Waterweg in onderstaand advies
betrokken.
Een sluis in de Nieuwe Waterweg
Om de indring van zout tegen te gaan leiden we momenteel het meeste rivierwater
door de Nieuwe Waterweg naar zee. Gigantische hoeveelheden zoet water raken we
zo kwijt. Doen we dat niet, dan gaan diverse zoetwaterinnamepunten verloren. Met
de stijging van het zeeniveau wordt het op termijn voor de veiligheid van de
Rijnmond en de Drechtsteden onvermijdelijk dat er sluizen in de Nieuwe Waterweg
komen. Waarom, met dat toekomstbeeld, nu al niet het besluit genomen die sluizen
aan te brengen?
Wanneer de Maeslantkering niet goed functioneert zijn de gevolgen voor het
achterland desastreus. Een sluizencomplex in de Nieuwe Waterweg betekent extra
beveiliging. Door “het lek van Holland” te dichten vormt de beschikbaarheid van
zoet water geen beperkende factor meer voor landelijke integrale
waterhuishouding. Hoewel de scheepvaartsector niet zit te wachten op een extra
hindernis, komt er spoedig een onderzoek naar een `afsluitbaar open´ Rijnmond.
Zodra er sluizen komen is er zoet water voorhanden om de delta gezond te maken,
kan men onder meer de verzilting van de landbouwgronden in Zuid-Holland
tegengaan en is er genoeg voorraad om aan de vraag naar zoet water te voldoen.
De aanleg van de zeesluizen is een kostbare, maar effectieve investering om
Nederland klimaatbestendig te maken. Hiermee krijgt men de veiligheid én het
waterbeheer van Nederland op orde.
Uit ecologisch oogpunt zijn permanente en geleidelijke overgangen van zout naar
zoet belangrijk. Voor de veiligheid, landbouw en economie speelt het
terugdringen van de toenemende rivieropwaartse invloed van de zee een rol. Beide
zijn haalbaar door verlenging van de routes naar zee.
Een gezonde Zeeuwse Delta
Drie zaken die van belang zijn om in de Zuidwestelijke Delta de veiligheid te
waarborgen en de maatregelen van Ruimte voor de Rivier te laten werken zijn:
- het gebruik van de voormalige zeegaten als noodberging voor het rivierwater,
- het behoud van verval en doorstroming bij hoge rivierafvoeren en
- meer spuimogelijkheden naar zee.
Daar is weinig twijfel over, maar hoe zit het met natuur en milieu?
De weg naar een gezonde delta
Met de Deltawerken bleef het zoute getijdenmilieu in de Oosterschelde behouden.
Het rivierwater wordt door de Nieuwe Waterweg en het Haringvliet naar zee
afgevoerd en de voormalige zeegaten zijn van elkaar gescheiden. De Zeeuwse
oppervlaktewateren werden kwalitatief minder en scoren intussen op veel punten
‘slecht ‘ of ‘ontoereikend’. De Tweede Kamer wil voortvarend werken aan het
gezond maken van de Zuidwestelijke Delta in combinatie met de bijstelling van de
veiligheidsnormen voor hoogwater.
Doorstroming is meestal de oplossing voor de ontstane problemen als vermesting,
blauwalgen, wisselingen en abrupte overgangen van milieu, zuurstofloosheid en
zandhonger. Doorstroming middels rivierwaterafvoer en getijden.
Het zoete rivierwater dat nu via de kortste weg wordt geloosd, dient zoveel
mogelijk door de wateren van de delta te gaan, zich te mengen met het zoute
water onder invloed van getijdendynamiek en pas bij de stormvloedkering in zee
te stromen. Zo wordt de Oosterschelde de levensader van een duurzame en gezonde
delta.
De rivieren als ruggengraat van de EHS
In de stroomgebieden van de rivieren is tientallen jaren gewerkt aan onder meer
beekherstel, vispassages, natuurvriendelijke oevers en vloeiweiden. Deze
maatregelen worden pas echt effectief bij een blijvende overgang van zout naar
zoet. De natuurlijke relatie tussen rivieren en zee kan zich dan herstellen en
de rivieren kunnen de ruggengraat gaan vormen van de Ecologische Hoofdstructuur,
het netwerk van de Nederlandse natuur.
De Kier en wisselende milieuomstandigheden
Het complex van de Haringvlietsluizen vormt vanaf 1970 de regelkraan van de
Nederlandse rivierwaterhuishouding. Door alleen te spuien, lozen we er
zoetwatervis in zee en kunnen trekvissen onze rivieren niet bereiken. Het plan
ontstond om enkele sluisdeuren de klok rond op een kier te zetten, maar door
lage rivierafvoeren in de zomer en door sluitingen als gevolg van hoge
zeewaterstanden kan de Kier maar 6 tot 8 maanden per jaar werken. Het
Kierproject is veel te rooskleurig voorgespiegeld. Het zout mag niet verder dan
8 km ten oosten van de sluizen binnendringen. Met zo´n beperking is ecologisch
weinig winst te behalen. Milieuwisselingen, abrupte overgangen en
zoetwaterschokken staan haaks op het streven naar gezonde deltawateren. Op 1
januari 2009 zijn de sluizen op een kier gezet. Het komend jaar zal een beeld
geven van de gevolgen. Spoedig is een heldere afweging mogelijk.
Toelichting bij de schets voor doorstroming
Het deltamilieu is gebaat met doorstroming voor het oplossen van de huidige
problemen. Dit kan door te meanderen, zonder hinder voor de scheepvaart. Het
rivierwater gaat daarom in de schets met een S-bocht naar zee.
De zee komt relatief verder weg te liggen en stroomsnelheden nemen af. Hierdoor
is het achterland beter beschermd tegen hoge zeewaterstanden en opwaaiende
westenwind.
Schets voor doorstroming:

Dit vermindert de gevreesde landinwaartse invloed van zee, als gevolg van
zeespiegelstijging of lage zomerafvoeren, en maakt tevens een permanente en
geleidelijke overgang van zout naar zoet mogelijk. Het Haringvliet blijft zoet,
de Grevelingen krijgt doorstroming met gereduceerd getij en de Oosterschelde
wordt weer een estuariummonding. Het huidige zoute en stilstaande milieu in de
Grevelingen ondergaat de grootste veranderingen. Dit verandert in een
getijdengebied met doorstroming en overgangen van brak naar zout. Bij extreem
hoge rivierafvoeren wordt van tevoren op drie plaatsen gespuid en kan de op dat
moment maximaal haalbare bergingscapaciteit gebruikt worden. Dit garandeert de
afwatering van onder meer het gebied van het Waterschap de Brabantse Delta. Het
water van het Hollandsch Diep kan blijven doorstromen, zodat stagnatie met de
gevreesde peilverhoging in de Biesboschregio uitblijft en de kans op
overstroming in het Rijnmondgebied vermindert. De Oosterschelde blijft onder
alle omstandigheden zout. Doorstroming en getijden zijn gunstig voor
schelpdierculturen en het aangevoerde sediment kan op de lange termijn de
onbalans die zandhonger veroorzaakt herstellen. Bij hoge rivierenafvoeren spuien
de Haringvlietsluizen tijdig het overtollige rivierwater lozen om tijdelijke
verzoeting van de Oosterschelde voorkomen. De te nemen maatregelen spreken voor
zich: een doorsteek tussen Stellendam en Melissant, er komen extra
spuimogelijkheden in de Brouwersdam en ga zo maar door.
Integrale planvorming
Nu de kwaliteit van Rijn en Maas is verbeterd, wordt het tijd om de visgronden
van de Noordzee en de delta weer te voeden met de door de rivieren meegevoerde
voedingsstoffen. Stabilisering van het zoete milieu in het Haringvliet zal een
positieve invloed hebben op aangrenzende natuurgebieden. Dit is ook economisch
van belang en voorkomt verdere verzilting van het grondwater. Momenteel wordt
nog overwogen om de randmeren tegen Brabant zout te maken om de symptomen van
overmatige bemesting te bestrijden. Bij voldoende beschikbaarheid van zoet
water, kan dit door de randmeren stromen om deze te reinigen en het water te
verversen. Zoet water in de randmeren gaat de verzilting van West-Brabant tegen.
De scheepvaart door het Zoommeer heeft hierbij geen getijden.
Een gezonde delta is op termijn goed voor recreatie, landbouw, scheepvaart,
industrie, visserij, schelpdiercultuur, natuur en milieu. Langs de rivieren
wordt inmiddels gericht gewerkt volgens de Planologische Kernbeslissing Ruimte
voor de Rivier. Aansluitend is de delta aan zet.
Een veilig en duurzaam systeem rond de Afsluitdijk
De huidige Afsluitdijk voldoet niet meer aan de eisen. In augustus 2008
verscheen dan ook het rapport “Toekomst Afsluitdijk, acht integrale visies”. De
veiligheid waarborgen is van nationaal belang, maar daarnaast spelen natuur en
milieu een grote rol. De voorkeur heeft een duurzame vorm van rivierwaterafvoer
met herstel van de ecologische relaties in combinatie met maximale veiligheid.
De samenhang van de Zuidwestelijke Delta en het IJsselmeer
In het rapport “Samen werken met water” van de Deltacommissie wordt voorgesteld
het waterpeil van het IJsselmeer op termijn te verhogen. Dit advies stuit op
praktische problemen. Het voorstel vereist hoge investeringen en aanpassingen
die niet in een kort tijdsbestek gerealiseerd kunnen worden en het verkleint de
kansen voor herstel van een natuurlijke overgang van zout naar zoet. Voor de
zoetwatervoorraad van Nederland is het eenvoudiger om het zoete oppervlak in het
IJsselmeer veilig te stellen, in combinatie met het behoud van de
zoetwatervoorraden in de Zuidwestelijke Delta. In de Zeeuwse Delta kan bovendien
de waterberging bij hoge rivierafvoeren zodanig worden vergroot, dat
rivierwateropvang in het IJsselmeer minder urgent is.
Bouwen met de natuur
Er is in de verkenning “Toekomst Afsluitdijk” voorgesteld om het voorland in te
zetten voor de veiligheid door ondiepten te verhogen. Op deze wijze ontstaat een
meegroeiende voorzeewering met vooroevers. In de vorm van een voordijk met
golfbrekers kan deze de Afsluitdijk tegen het robuuste water beschermen en
tevens een ecologische meerwaarde geven aan de Waddenzee. Een tweede voorstel is
de aanleg van een natuurdijk aan de binnenzijde van de afsluitdijk voor de
opvang van zilte overslag en opwaaiing.
Combineren tot een gezond systeem
Het IJsselmeer moet als zoetwaterreservoir onder alle omstandigheden zoet
blijven. Daarnaast wordt het water van West-Nederland via het IJsselmeer
afgevoerd. Een permanente en geleidelijke overgang van zout naar zoet is
ecologisch van belang en draagt ertoe bij dat de IJssel weer in het natuurlijke
systeem terugkeert. Hierbij dienen milieuwisselingen, zoetwaterschokken en
abrupte overgangen voorkomen te worden. Dit vraagt om een gecontroleerde
verbinding met de Waddenzeedynamiek in plaats van zoet water te spuien in zee.
Schets voor doorstroming:

We stellen een combinatie voor van een voordijk en een natuurdijk, aansluitend
op het verhoogde Makkummerzand. Wellicht een kostbare aangelegenheid, maar de
dijken kunnen op ondiepten gesitueerd worden en mogen lager blijven dan de
Afsluitdijk. De aanleg kan samengaan met baggerwerkzaamheden elders.
De vorm van de schets voor doorstroming is schematisch. Op deze wijze ontstaat
een lus van vele tientallen kilometers, waarlangs het rivierwater wordt
afgevoerd via een open verbinding met zee, zonder dat er van indring van zout in
het IJsselmeer sprake is. Met afwisselende kribben gaat het water meanderen,
waardoor de af te leggen weg naar de Waddenzee nog eens aanzienlijk wordt
vergroot en de stroomsnelheid afneemt.
Voor noodsituaties is een stormvloedkering in de Afsluitdijk aan de zijde van
Noord Holland gewenst. Bij hoge rivierafvoeren kan de bestaande spuisluis aan de
Friese kant worden ingezet. Met de zeespiegelstijging gaat het peil van het
IJsselmeer geleidelijk omhoog en blijft spuien onder vrij verval mogelijk.
Scheepvaart, recreatie en visserij
De gemotoriseerde scheepvaart blijft gebruik maken van de aanwezige
schutsluizen. Voor het nieuwe estuariene gebied naast de Afsluitdijk komen
ongekende mogelijkheden voor natuurgerichte recreatie en ongemotoriseerd
verkeer. Een open verbinding naar zee herstelt de visrijkdom met trekvissen die
hier oorspronkelijk via de Zuiderzee onze zoete wateren opzochten.
Slot
Tal van innovatieve en prestigieuze plannen bereiken ons via de media.
Brainstorming over een toekomst met het water is een goede zaak, zolang we
realistisch blijven en de beschikbare middelen zinvol gebruiken. Dat laatste was
niet altijd mogelijk. Diverse lopende projecten, bestaande voorzieningen en
gebiedsinrichtingen zijn immers gebaseerd op een onzekere toekomst.
Het Nationaal Waterplan geeft zekerheid en kan veel wijzigen. Ten oosten van de
Nieuwe Waterweg liggen zoetwatergetijdengebieden die mettertijd zullen
verdwijnen. Natuurgebieden die ontstaan zijn na de Deltawerken hebben vaak al
een erkende status en hoge waarden, maar sommige zullen sterk veranderen.
Plannen in het Haringvliet die rekenen op terugkeer van getijden kunnen weleens
niet doorgaan. Daarentegen ontstaan er nieuwe en duurzame getijdengebieden bij
het herstel van de estuariene dynamiek.
De komende veranderingen vragen hoe dan ook van velen flexibiliteit om bestaande
idealen los te laten en alsnog achter een keuze te gaan staan die op termijn het
beste is voor veiligheid, economie en milieu. Zodra het raamwerk voor de
totale planvorming is vastgesteld, kan in het verlengde van de PKB Ruimte voor
de Rivier effectief gewerkt worden.
Het eindresultaat dient de huidige situatie ruimschoots te verbeteren en de
richting te bepalen voor een klimaatbestendig Nederland.