Fors
maatregelenpakket nodig voor Wetterskip Fryslân
Het Wetterskip Fryslân ontkomt ook niet aan de
bezuinigingstaakstelling die bij de overheid wordt ingezet. Landelijk is er
sprake van dat de overheid ergens tussen de 35-40 miljard gaat bezuinigen. Ook
lagere overheden zoals gemeenten, provincie en waterschappen zullen de broekriem
moeten aanhalen.
Welke mogelijkheden zijn er voor het wetterskip? En hoe kan een bezuiniging ook
tegelijk een verbetering zijn? Waterschappen kampen met verschillende problemen:
onvoldoende zichtbaar voor de gemeenschap, intern (vaak te technisch) gericht,
een besloten bestuurscultuur, kostenbeheersing niet altijd op orde, complex en
gebrek aan cohesie tussen onderdelen. Dat terwijl er nieuwe taken en belangen
zich aandienen (stedelijk water, natuur, landschapsbeheer, recreatie). Wijziging
van klimaat en intensiever gebruik van bodem (ontginningen) vereisen een
steviger takeninhoud.
Een wijziging van de koers van het wetterskip is dan ook nodig. Niet alleen de
landbouw verwacht wat van het Wetterskip, maar ook de burger en de bedrijven.
Een heroriëntatie op het peilbeheer staat centraal. Door de klimaatverandering
zullen er meer plaatselijk buien vallen. Niet alleen de grote afvoer voor heel
Fryslân moet dan in orde zijn, maar ook de lokale situatie. Door meer
waterberging in de bemalinggebieden te creëren. 3-5% van het oppervlak voor de
landbouw in de polders moet bestemd worden voor waterberging. Nu is dat in de
gehele provincie slechts 2%. Om sommige plaatsen maar 1%. Er zijn plannen om dit
in de boezem te compenseren, op kosten van het waterschap, lees gemeenschap.
Dure plannen, terwijl de gebieden vaak op afstand liggen. Er kan daardoor
plaatselijk wateroverlast ontstaan. Beter is dicht bij huis de bemalinggebieden
(peilvakken) niet te klein te maken en de wateropvang zelf in de polders plaats
te laten vinden. In bebouwde gebieden kunnen de percentages voor waterberging
wel 11% zijn. Gemeenten moeten dit in hun bestemmingsplannen meenemen. In
veenweidegebieden is er sprake van een voortdurende daling van het maaiveld. Het
Wetterskip moet steeds lager het water uit de polder halen. Woningen krijgen
last van paalverrotting. Voor deze gebieden moet het wetterskip om meer schade
te voorkomen een regime van “peil bepaalt functie” invoeren. In samenspraak met
de provincie moet er snel een schaderegeling komen voor al bestaande schade. In
bepaalde gebieden zal het peil zelfs omhoog moeten. Dit zou voor 17 % van het
gebied van Wetterskip Fryslân gelden. Dit luidt het einde van dure projecten
waardoor om de 10 jaar de kaden omhoog moeten, om het (relatief slechte)
landbouwgebied te beschermen.
Bij de zuiveringstaken moet er een brede samenwerking tussen de gemeenten komen
met het wetterskip om een gezamenlijk riool/zuiveringsbeheer te voeren. Op
plaatsen waar het kan, moer er afkoppeling komen van het regenwater. In het
landelijk gebied zal dit gemakkelijker gaan dan het stedelijk gebied, maar
hierin kan Fryslân volop profiteren. Intern zal er ook nog een en ander moeten
verbeteren bij het Wetterskip. Een meer open bestuurscultuur met directe
contacten tussen bestuursleden en organisatie. Meer verband tussen de
onderdelen, waarbij de geografische indeling leidend is. Ook moet worden
nagedacht over een samenwerking met de provincie.
In totaal verwacht ik dat er op een begrotingstotaal een bezuiniging van 110
miljoen een bezuiniging van 17 miljoen haalbaar moet zijn. Met halve maatregelen
kom je er niet. Daarvoor moeten ook de doelen van het wetterskip worden
bijgesteld en daarvoor is toestemming van en soms samenwerking met de provincie
nodig, maar ook noodzakelijk voor het waterschap om nieuwe wettelijke taken op
zich te nemen en de kwaliteit van de doe-organisatie te verbeteren. Dat is een
forse ingreep, maar nodig.
Sjerp de Jong
Bestuurder Wetterskip Fryslân
zie ook:
Lagere lasten burger