OVER WATER 132: BIJEN TELLEN EN WATERNIEUWTJES

 

| 14-04-2018 | 17.00 uur |


 

OVER WATER 132: BIJEN TELLEN EN WATERNIEUWTJES

 

BIJENTELLING

Volgend weekend organiseert Nederland Zoemt de eerste nationale bijentelling. Iedereen wordt opgeroepen om mee te doen aan dit landelijk onderzoek door in de eigen tuin gedurende een half uur bijen te tellen. De bijentelling wordt georganiseerd in samenwerking met EIS kenniscentrum insecten en waarneming.nl.

Het onderzoek wordt gedaan omdat het niet goed gaat met wilde bijen. Ruim de helft van de bijna 360 bijensoorten is bedreigd. Wilde bijen zijn belangrijk voor de voedselvoorziening: 80% van de eetbare gewassen is voor de bestuiving afhankelijk van bijen en andere insecten. Om de bij beter te kunnen helpen, is meer informatie nodig over waar bijen voorkomen en met hoeveel ze zijn.

Doe mee, het is eenvoudig. Eind april kunnen er zo’n 20 verschillende soorten wilde bijen, hommels en zweefvliegen in de tuin vliegen. Om deze soorten te herkennen zijn er verschillende hulpmiddelen, zoals een telformulier met zoekkaart, instructievideo en een uitgebreid bijengidsje ontwikkeld. Al deze materialen zijn te vinden op de website van Nederland Zoemt. Op deze website kunnen deelnemers in het weekend van 21 en 22 april ook direct de resultaten van hun telling invoeren en kan iedereen live de resultaten volgen.

DE NIEUWTJES VAN DEZE WEEK

De afgelopen jaren kwamen veel Chinese ‘waterwerkers’ naar Nederland om te kijken en te leren hoe het waterrijke Nederland omging en bouwde aan het waterbeheer en waterveiligheid. Ik denk dat binnen afzienbare tijd veel waterambtenaren en bestuurders van Nederlandse steden naar China op werkbezoek gaan om te zien hoe China in enkele decennia traditionele steden, waar het grootste deel van de neerslag wordt afgevoerd, ombouwt tot ‘sponssteden’ waar 70 % van de neerslag wordt vastgehouden in de bodem. In 2015 is dit project gestart in 30 steden. Het Nederlandse adviesbureau Arcadis is hierbij betrokken. Meer vocht in de bodem ontlast niet alleen de waterafvoercapaciteit maar bestrijd ook de hittestress. Voor China is de noodzaak tot aanpak van de wateroverlast evident. Naar schatting bedroeg de schade als gevolg van overstromingen in China tussen 2011 en 2014 honderd miljard dollar. In het licht van de klimaatveranderingen de grond gaan gebruiken als natuurlijke spons om overstromingen en wateroverlast te voorkomen zal ook in Nederland en Europa navolging moeten krijgen.

Amsterdam, Nijmegen en Rotterdam hebben met tal van ‘groendaken’ projecten laten zien dat dit soort projecten een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontlasting van het riool. De daken kunnen 32 tot 150 liter regenwater per vierkante meter bergen. Sedumdaken blijken circa 50 euro (inclusief de aanleg) per vierkante meter te kosten. De neveneffecten, buiten waterberging, zijn isolatie, vermindering hittestress, toename biodiversiteit en meer groenbeleving.   

Antwerpen is het pilootproject Tuinstraten gestart, waarbij in vijf stadsdistricten geselecteerde straten permanent gaan vergroenen en verblauwen. Het kent een combinatie van doelen: buffering en infiltratie van hemelwater en sociale elementen waarmee getracht wordt de contacten met de bewoners en tussen de bewoners te verbeteren, alsmede bewustwording. Bij een tuinstraat komt/blijft enkel verharding waar het noodzakelijk is, een karrespoor. 

Eendjes voeren lijkt misschien onschuldig. Maar algen eten mee en dat heeft een fors effect op de kwaliteit van singels en vijvers. Het gaat volgens Sven Teurlincx van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) niet om een boterhammetje hier en daar. Uit steekproeven blijkt dat er bij sommige vijvers wel zo’n acht kilo brood op een dag in het water belandt. “Dat is een hele bolderkar vol!” De gevolgen: troebel water met zoveel algen “dat je ermee kunt vingerverven”. En is het een vijver met een fonteintje? Dan adem je die algen nog in ook. Dat kan anders. Geen brood in het water en de eendjes op de kant niet zoveel voeren dat het blijft liggen voor de ratten. Meer informatie over wat eendjes voeren betekent voor de waterkwaliteit vindt u hier.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 130: WATERTEKORT

 

| 31-03-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER 130: WATERTEKORT

 

Waterschaarste lijkt geen Nederlands probleem. Tot nu toe is dat de meeste jaren ook zo. Toch is de verwachting dat door klimaatveranderingen ook in Nederland zomerse droogteproblemen en waterschaarste in toenemende mate een probleem kunnen worden, waarmee de land- en tuinbouw maar ook transport over water in de (nabije) toekomst geconfronteerd kunnen worden.   

Het tot op heden meest droge jaar dat ik heb mee mogen maken was 1976. De droogte was toen bijna dagelijks het nieuwsthema waar het journaal mee begon. Het leidde zelfs tot een uitgebreid onderzoek door Ir. P.K.M van der Heijde, met steun van de Dienst Grondwaterverkenning TNO, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging en de Subcommissie voor Hydrogeologie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Om een echt beeld te krijgen van de zomer van 1976 en onze mogelijke toekomst is het filmpje ‘de hondsdagen van 1976’ het bekijken waard. Hittestress leidde in de zomer van 2003 in Frankrijk tot bijna 15.000 extra sterfgevallen en in Europa als geheel tot circa 70.000 extra sterfgevallen. De hittegolf van 1976 zouden die getallen ruim overtroffen hebben.

Toenemende oversterfte door hittegolven en waterschaarste is een probleem dat volgens een onderzoek, gepubliceerd in 2016 Science Advances, circa 4 miljard mensen treft.

Nu zijn er min of meer acute problemen in miljoenen steden als Kaapstad, Jakarta, Mexico City en vele anderen. In 2040, zo is de verwachting, zullen zonder ingrijpende maatregelen in heel veel landen ernstige watertekorten ontstaan, die ontwrichtend kunnen werken op het leven en werken in die landen. Het World Resources Institute (WRI) heeft in een uitgebreide rapportage geschetst welke landen, zonder de aanpak van dit probleem, getroffen zullen worden.

Het is de hoogste tijd voor een stevige aanpak. Mondiaal maar zeker ook op Europese en Nederlandse schaal. Ook voor gemeenten als Bergen op Zoom moet er over de volle breedte van het gemeentelijk beleid gewerkt gaan worden aan klimaatadaptatie en de aanpak van hittestress.

Louis van der Kallen

 


UW TUIN EN WATEROVERLAST EN HITTESTRESS/ ZOET – ZOUT

 

| 10-03-2018 | 11.00 uur |


 

UW TUIN EN WATEROVERLAST EN HITTESTRESS

 

Tuinbezitters kunnen meer doen om wateroverlast na hoosbuien of gevolgen van langdurige droogte en hitte te beperken. Soms kan dat al met kleine slimme en simpele aanpassingen aan de tuin.

Waterschappen, gemeenten, Rijksoverheid en het bedrijfsleven trekken samen op om tuinbezitters hierbij te helpen hun tuin meer klimaatbestendig te maken. Daartoe is een “Handboek voor de watervriendelijke tuin”. Het handboek is een uitgave van Vereniging Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling, atelier GROENBLAUW en Tuinbranche Nederland en is mede mogelijk gemaakt door Stichting RIONED, STOWA en het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat.

De doelstelling van het handboek is tuincentra te helpen hun miljoenen bezoekers te informeren, inspireren en te activeren. Het bevat praktische tips over bruikbare producten en aanpassingen aan de tuin. Bijvoorbeeld: zorgen voor een gezonde bodem en voor meer schaduw, welke planten te gebruiken en hoe beter water op te vangen.

De overheden beseffen dat de problemen veroorzaakt door de klimaatveranderingen het beste aangepakt kunnen worden in samenwerking tussen overheden om tuinbezitters de handvatten aan te reiken waarmee zij aan de slag kunnen.

 

ZOET/ZOUT

 

Met het besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen om fors geld te steken in een gezonde natuur en water heeft de tongen in West-Brabant en Bergen op Zoom weer los gemaakt.

Voor het Grevelingenmeer wordt €75 miljoen ingezet om een doorlaat te maken in de Brouwersdam, zodat het water in het meer doorlopend wordt ververst waardoor de natuur zich herstelt. Dat is voor het Grevelingenmeer hard nodig. Het Grevelingenmeer is op grotere diepten dood. En het water aan de oppervlakte is van een bedroevende kwaliteit en steeds minder toeristisch aantrekkelijk. Het Grevelingenmeer is stilstaand zout water. Met de 75 miljoen van de Rijksoverheid en het extra geld van de provincies Zeeland, Zuid-Holland en enkele gemeenten gaat het zoute water ververst worden door een getijdeslag van circa 50 centimeter.

Sommigen bepleiten al jaren de terugkeer van zout water in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in de hoop dat de waterkwaliteit van dat systeem dan verbeterd. Het is goed te realiseren dat, als er in de Oesterdam en of Philipsdam een dergelijke doorlaat zou worden gemaakt, de eventuele getijdeslag veel kleiner zal zijn. Hierdoor kan een verzilt Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem soortgelijke problemen krijgen als nu in de Grevelingen. De gedachte dat het bij een zout Zoommeer makkelijk en goedkoop zal zijn de Binnenschelde te verzilten gaat niet geheel op. Het waterpeil van de Binnenschelde ligt bijna 1,5 meter hoger dan het Zoommeer. Alle verversing moet dan door inpompen en aflaten kunstmatig tot stand worden gebracht, een blijvende kostbare zaak. 

De gevolgen van een verzilting van het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem zijn groot. Zoetwater gebrek voor de landbouw, verzilting van de bodem tot Oudenbosch toe, waardoor veel teelten lagere opbrengsten geven.  Meer en andere corrosieve effecten op het scheepvaartverkeer op de Rijn-Schelde verbinding (ik schreef daar eerder over). De gevolgen voor Bergen op Zoom zijn ook de mogelijke zoutindringing van de bodem van de Bergse Plaat met risico’s voor de funderingen. Zoute lucht geef ook hogere onderhoudskosten aan huizen en gebouwen. Verven en metalen corroderen en verweren sneller. Op de website van Ons Water schreef ik in dit dossier al meer dan 40 artikelen.

Het is jammer dat velen geen afscheid kunnen nemen van een soort van zoute nostalgie. Nooit meer 1953 heeft geleid tot de aanleg van de dammen. Dat heeft gevolgen. De natuur past zich geleidelijk aan. De ervaren overlast is al van een volstrekt andere orde dan in 2003 toen de discussie zoet/zout startte. De fosfaat- en nitraatgehalten (de voedingstoffen van de algen) dalen al jaren. De natuur doet gratis het goede werk en er komt een moment dat de biotoop in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in evenwicht is. De plannenmakerij duurt al circa 15 jaar.  De onzekerheid over de verzilting van het Krammer, Volkerak-Zoommeer systeem, en als afgeleide de Binnenschelde, duurt voort en dat is meer dan vervelend. Het wordt tijd dat de overheid en de politici bij zinnen komen en de plannenmakerij afblazen als volkomen overbodig en te risicovol.

En voor de Bergenaren: Jammer dat de krabben aan onze kust zijn verdwenen. Maar we hebben er veiligheid, minder onderhoudskosten en bij vorst een mooie ijsvlakte om te schaatsen voor terug gekregen. En ook tijdens de vastenavondperiode voelen we ons echt niet minder krabben omdat ze voor onze kusten verdwenen zijn.

Omroep Brabant heeft er een filmpje over gemaakt en een artikel over geschreven.

 

Louis van der Kallen

 


AFSCHEID, MAAR GEEN SLOTWOORD

 

| 27-01-2018 | 10.00 uur |


 

AFSCHEID, MAAR GEEN SLOTWOORD

 

De afgelopen maanden heb ik afscheid genomen van het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta. Ik blijf wel lid van het algemeen bestuur en blijf daarin de belangen van de ingezetenen en bedrijven behartigen. Sinds 2009, met een onderbreking van 15 maanden, heb ik deel uit mogen maken van het dagelijks bestuur. Voor mij was deze periode een voorlopig hoogtepunt in mijn politiek/bestuurlijke werk.

muraltmuur en havenhoofd, zeezijde

Sinds mijn tienerjaren was ik een bewonderaar van mooi dijkwerk. Ik schreef er over in Over Water 83. Ik ben dan ook vanaf 1993 bestuurlijk actief in waterschappen. Een aantal jaren was ik bij meerdere waterschappen tegelijk bestuurlijk betrokken. Op enig moment over de volle breedte van het land. Van Domburg tot Winterswijk. Dat was voor mij een prachtige tijd, waarin ik tal van ervaringen op deed en wat ik bij het ene waterschap leerde in praktijk kon brengen bij een ander waterschap. Daar kwam een einde aan door een wetswijziging waardoor alleen ingezetenen van een waterschap nog verkozen konden worden. Ik heb nog meer veranderingen door wetswijzigingen moeten ervaren.

Ik vind het jammer dat het waterschap ‘politiek’ is geworden met de invoering in 2009 van het lijstenstelsel, waardoor politieke partijen hun intrede deden in het waterschapsbestuur. Tot dat moment waren  waterschapsbesturen gekozen met een personenstelsel en werden dus individuen op eigen titel gekozen. Het waren stuk voor stuk bestuurders die zich betrokken voelden bij het waterbeheer. Veelal boeren of landeigenaren. In die wereld was ik een buitenbeentje. Een stedeling, zonder boerenwortels en zonder direct waterbelang. Zeker in de waterschappen buiten mijn eigen woonplaats was ik een buitenbeentje, waar men in het begin een beetje raar tegen mij aankeek. “Wat kom jij hier doen?” werd mij menigmaal gevraagd. Toch wenden de andere bestuurders snel aan dat manneke uit Bergen op Zoom. Ik voelde mij vaak na enkele maanden al geaccepteerd. Ook al kwam ik van buiten en was ik geen landbouwer, ik bracht kennis en liefde mee voor de waterbelangen. De grootste blijk van waardering was voor mij toen het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch werd opgeheven en er een vertegenwoordiging gekozen moest worden voor het overgangsbestuur van het waterschap Rivierenland. Ik werd als enige met algemene stemmen door het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch gekozen. Een groter compliment heb ik in mijn leven nooit gekregen. Buiten mij zelf kozen 39 AB leden voor een vertegenwoordiger van hen die buiten het eigen gebied kwam! Ik voelde mij vereerd met het vertrouwen dat in mij gesteld werd.

Als DB lid van het waterschap Brabantse Delta had ik primair een gebiedsportefeuille met de gemeenten: Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout, Waalwijk, Gilze en Rijen, Dongen, Loon op Zand, Tilburg en Goirle. Binnen die gemeenten vielen onder ander projecten als de realisering van waterbergingen en EVZ’s en de doelstellingen van de kaderrichtlijn water onder mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid. Verder was ik onder andere belast met archieven, cultuurhistorie en de versterking van de primaire waterkeringen. Ik heb met de ondersteuning van zeer betrokken gebiedsadviseurs en tal van deskundige ambtenaren in ‘mijn’ gemeenten, samen met de wethouders en de waterambtenaren van die gemeenten, tal van mooie projecten mogen helpen realiseren. Mijn inzet was steeds het waterbeheer en hittestress tussen de oren van iedereen te krijgen. Want in mijn visie zijn het op orde krijgen en houden van het waterbeheer en de aanpak van hittestress de beleidsopgaven van waterschappen en gemeenten voor de komende tientallen jaren. We kunnen het alleen samen! De klimaatverandering dwingt ons daar toe. Menigmaal schreef ik over hittestress en het feit dat gemeenten daar nog lang niet altijd aandenken bij de aanpak van bijvoorbeeld een weg en de keuze van verhardingen.  

Bij mijn afscheid als dagelijks bestuurder heb ik mij afgevraagd waar heb ik echt het verschil gemaakt? Dat is een vraag die moeilijk objectief is te beantwoorden. Voor mijn gevoel zijn er echter drie projecten die er dan uitspringen. Dat zijn de aanpak van de archieven, de Overdiepse Polder en het dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak.

Toen ik aantrad waren onze archieven verspreid over een fors aantal locaties en was er een forse achterstand bij de archieven. In een tijdperk dat opschaling van de archieven de mantra van de dag was, was mijn stelling: onze archieven zijn onze geschiedenis en die van onze meer dan 200 rechtsvoorgangers, die horen thuis in ons gebied, in ons huis en in ons hart. Het eindresultaat was dat de achterstand vrijwel is ingelopen en dat al onze archieven nu ook in ons gebouw zijn opgeslagen in een opslag die voldoet aan alle eisen en beschikbaar zijn voor het publiek. Tevens werd  een besparing in de exploitatie op jaarbasis gerealiseerd van enkele tonnen.

Het ruimte voor de rivierproject Overdiepse Polder was een project naar mijn hart. Dit project was één van de twee projecten in het kader van ruimte voor de rivier (RVR). Een ander project in ons gebied en onder mijn verantwoordelijkheid was de dijkverbetering Amer/Donge te Raamsdonksveer. De Overdiepse Polder was een project waarin ik de eerste jaren meer dan 40 % van mijn tijd stak. Een groot project waar ik als bestuurder te maken had met 15 gezinnen wiens leven en werken door dit project op zijn kop werd gezet. Ik voelde mij betrokken met ieder van hen en ik heb alle jaren, dat het project liep, getracht met hen contact te maken en te houden en voor hen altijd bereikbaar en beschikbaar te zijn. Inclusief het brengen en planten van een fruitboom als ze elders in Nederland een nieuwe plek hadden gevonden. Vertrekkers en blijvers waren mij even lief. Bij de voorbereiding van het project heb ik een aantal stevige discussies met de programmadirectie van RvR gevoerd over de risico’s van het project. Kern daarvan was: dit is een project in een gebied waar zwaar en langdurig gevochten is. De slag om Kapelscheveer. De werkers zouden bommen, granaten maar ook stoffelijke resten tegen kunnen komen en de omgang daarmee, was mijn uitgangspunt, moet veilig, zorgvuldig en met respect.
Nergens anders bij de RvR projecten was de kans op oorlogsrelicten zo groot als in het gebied van de Overdiepse Polder. Bij de besprekingen over de vraag of het waterschap dit project in opdracht van Rijkswaterstaat wel uit zou gaan voeren en de daarbij beschikbare budgetten en verantwoordelijkheidsverdeling, was mijn inbreng dat er een stevig budget moest komen voor ‘bommen en granaten’ en voor de juiste berging en identificatie van eventueel te vinden stoffelijke resten. Ik wist dat er in dit gebied nog veel vermisten waren als gevolg van de slag om Kapelsche Veer. Uiteindelijk kreeg ik van de programmadirectie mijn zin en werden er budgetten gereserveerd voor deze mogelijk oorlogsrelicten. Geld en/of vertragingen mochten geen rol spelen als er bijvoorbeeld stoffelijke resten gevonden zouden worden.
Er werden stoffelijke resten gevonden, waaronder een Canadees soldaat. Toen dan ook op 29 september 2015 soldaat Albert Laubenstein, na meer dan 70 jaar op het Canadese militaire ereveld bij Bergen op Zoom ten ruste werd gedragen, door militairen van nu van zijn regiment, en met alle militaire eer in aanwezigheid van zijn familieleden begraven bij zijn regimentswapenbroeders, had ik een goed gevoel dat de werkzaamheden in de Overdiepse Polder en mijn bescheiden bijdrage daarbij er toe hadden geleid dat Albert Laubenstein van een anoniem veldgraf zijn herkenbare plek kreeg bij zijn kameraden. Ik heb in de Overdiepse Polder veel bezoekers uit binnen- en buitenland mogen ontvangen en rond mogen leiden en ik kon met deze bezoekers altijd terecht bij één van de boeren, Nol Hooijmaijers. Een fijn mens waarmee het geweldig was om samen te werken en het project, waar hij één van de vormgevers van was, tot stand te brengen.

Tot slot het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak. Een project waarbij een intensief participatie traject werd gevolgd met de gemeente, omwonenden, belangroepen zoals milieuorganisaties, de provincie enzovoort. Een dergelijk participatie traject lijkt het karakter te hebben van een synchrone besluitvorming in een netwerk. Althans zo werd het ervaren door de participanten. Dat gevoel werd in het proces versterkt, omdat gedurende dit proces keer op keer het waterschap tegemoet kwam aan de wensen van veel van de participanten. Des te groter was de schok bij die participanten toen er dan door het DB, voor hun gevoel ineens een, voor hen, onwelgevallig besluit werd genomen. In maart/april 2017 toen er steeds meer rapporten ter voorbereiding van de trajecten gereed kwamen ontstond er in mijn geest een dilemma.

Slikpolder

Het dilemma, was enerzijds een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en anderzijds de taak van het waterschap om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Ik schreef uitgebreid over mijn dilemma in Over Water 86. In de BSD nieuwsbrief van 16 april 2017 schreef ik mijn frustratie weg in het stukje “pasen”. Ter voorbereiding van de DB vergadering heb ik mijn motivatie op papier gezet om niet akkoord te gaan met het voorstel aan het DB inzake het voorkeursalternatief Slikpolder. Uiteindelijk volgde het DB op basis hiervan mijn redenering en besloot, bij de keuze van het voorkeursalternatief, Slikpolder te kiezen voor een dijkverlegging.

Ondertussen heb ik mij verdiept in het proces van participatieve besluitvorming door onder andere het lezen van het boek “Synchrone besluitvorming” (2017) een boek van onderzoeker Jitske van Popering-Verkerk. Naar aanleiding van dit boek heb ik ook gelezen “Management in netwerken” (2007) geschreven door Max Herold. Het onderstaande citaat van Max Herold laat de andere kant zien van de netwerkbenadering.

“Daarbij sluiten ook twee bezwaren tegen een netwerkbenadering aan: Bij besluitvorming in netwerken is het proces en het spel belangrijker dan de inhoud: feiten en causaliteiten zijn immers ‘slechts’  sociale constructies en onderhandelbaar. Wanneer inhoud sterk wordt gebagatelliseerd, lijkt het spel van de besluitvorming alleen nog maar door macht te worden bepaald. Het laatste argument kan men natuurlijk ook omdraaien: een netwerkbenadering gaat uit van de gedachte dat iedere partij in een netwerk een eigen perspectief op de werkelijkheid heeft en dus ook gerechtvaardigde belangen heeft.” Voor mij als waterschapbestuurder een schrikbeeld!

Door het lezen van beide boeken is mijn inzicht in dit soort processen wel gegroeid. Maar of ik en/of mijn opvolgers als bestuurders, met als opdracht dijken te versterken en die dijken ook voor te bereiden op een duurzame veilige toekomst, er echt iets aan hebben waag ik te betwijfelen. Voor waterschapbestuurders die net als ik gevormd zijn in niet politieke waterschappen rest straks alleen de herinnering aan een tijd dat het nog ging om de inhoud en de toekomst van de generaties na ons. Politiek blijkt een systeem dat gericht is op de korte termijn, terwijl waterbeheersing en waterveiligheid, naar mijn gevoel, gericht dienen te zijn op de lange termijn, tot honderden jaren toe. Maar ik blijk niet alleen. In het “projectenboek 2018” van Rijkswaterstaat blijkt dat er meer mensen zijn die vraagtekens zetten bij vergaande (burger)participatie bij dijkversterkingsprojecten. Eén van de stellingen uit het dijkwerkerspanel luidde: “In 2050 worden alle dijken door de omgeving ontworpen.”. Slechts 14 % onderschreef deze stelling! ‘Dijkwerkers’, zoals ik, hopen of denken dat in het jaar 2050 de rede, de wijsheid, het vakmanschap, de (toekomstige) veiligheid nog steeds de belangrijkste elementen zijn die de besluitvorming rond dijkversterkingsprojecten zullen bepalen. Ik help het ze hopen.

Ik heb in het DB een geweldige tijd gehad met fijne collega’s (ook op Unie niveau) en met ondersteuning van vele deskundige ambtenaren, die zelfs met die eigenwijze bestuurder om konden gaan en uiteindelijk loyaal omgingen met de besluiten. Bij mijn afscheid heb ik vele mooie woorden mogen ontvangen van collega bestuurders en van veel ambtenaren. Voor mij het mooist was het lied  wat gezongen werd door de het team dat betrokken is bij het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak. De tranen prikten in mijn ogen. Juist degenen die ik het werken met het DB besluit rond de Slikpolder zo moeilijk had gemaakt, gaven mij een goed en dankbaar gevoel.

In het AB blijf ik betrokken bij het ‘werken aan water’ in het mooie werkgebied van het waterschap Brabantse Delta. Ze zijn nog niet van mij af!   

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 124: SUGGESTIES VOOR DE GEMEENTERAADSPROGRAMMA’S

 

| 01-01-2018 | 12.45 uur |


 

OVER WATER – 124: SUGGESTIES VOOR DE GEMEENTERAADSPROGRAMMA’S

 

Bovengrondse hemelwaterafvoer
Onze steden en dorpen zijn grotendeels verhard door wegen, pleinen, parkeerterreinen, betegelde tuinen en gebouwen. Regenwater kan daardoor maar beperkt opgenomen worden door de ondergrond. Het regenwater wordt dan bijna volledig, buiten het zicht van de bewoners, afgevoerd via het riool, wat bij hevige buien kan leiden tot overbelasting van het rioolstelsel en de rioolwaterzuivering en kan leiden tot verontreinigd water op straat. Bovengrondse afvoer van hemelwater maakt het water zichtbaar en kost in veel gevallen minder dan de aanleg van een gescheiden rioolstelsel. Een nevenvoordeel is dat foute aansluitingen voorkomen kunnen worden of snel opgespoord en bewoners minder snel geneigd zijn vervuilende handelingen op straat te verrichten. Ook vergroot bovengrondse afvoer de betrokkenheid van bewoners bij de waterhuishouding en kan de vormgeving van de afvoer een verrijking zijn van het straatbeeld.

In een land als Nederland is oppervlaktewater vaak dichtbij, dan zijn molgoten (maximale diepte 5 centimeter) een mogelijkheid. Het straatprofiel blijf dan gelijk alleen de kolken kunnen verdwijnen en de molgoten kunnen met borstelwagens nog gereinigd worden. Ook zijn molgoten in een prefab versie beschikbaar. In gebieden met een natuurlijk verval zijn open goten een alternatief. Die kunnen weliswaar niet meer met een borstelwagen gereinigd worden, maar door het grotere verval worden ze vanzelf schoongespoeld door het hemelwater. Ook met bedekte (prefab) goten is veel mogelijk zij kunnen met grotere diepten veel water afvoeren en zijn geen obstakel voor het verkeer en zijn zeer geschikt voor binnenstedelijke situaties. Andere mogelijkheden en nieuwbouw situaties zijn: holle wegen, greppels en stedelijke waterlopen.

Hemelwater bufferen/infiltreren
Sinds de industrialisatie is de groei van steden versneld en is, om redenen van volksgezondheid, overgegaan tot het gezamenlijk afvoeren van het afvalwater en het hemelwater door middel van ondergrondse riolen. Door de klimaatveranderingen is er sprake van toenemende neerslag in korte perioden, waardoor de bestaande riolen vaak niet meer toereikend zijn. Gecombineerd met het besef dat het schone hemelwater niet noodzakelijker wijze in ondergrondse riolen en voor veel geld afgevoerd en gereinigd dient te worden, is het zaak te komen tot een wijziging van het huidige beleid en verandering van de praktijk.

Vertragen en bufferen moet het uitgangspunt zijn. Infiltratie in de bodem is ook goed voor de aanpak van hittestress. Water in de bodem werkt koelend bij verdamping. De verhardingen en bebouwingen zijn voor hemelwaterinfiltratie de belemmerende factoren. Die moeten dus aangepakt worden. In veel stedelijke gebieden is veel oppervlak onnodig verhard, veelal omdat het onderhoud minder nodig en goedkoper zou zijn. Onbedekt/ongebruikt verhard oppervlak moet echter ook onderhouden worden. Nu vaak met ongewenste bestrijdingsmiddelen. Onbebouwde wilde grasvelden, die bijvoorbeeld maar twee keer per jaar gemaaid behoeven te worden, zouden best wel eens een goed en kostenbewust alternatief kunnen zijn. De campagne steenbreek: ‘tegels eruit, groen of tuin erin’ is daarvoor zowel voor burgers als overheden een goede start. 

Maar er kan veel meer. Zoals de toepassing van waterdoorlatende verhardingsmaterialen. Te denken is aan: grasbetonstenen, poreuze klinkers, klinkers met open voegen of losse materialen als grind, steenslag, schelpen of houtspaanders. Maar ook combinaties zoals mengsels van steenslag en gras en open bestratingspatronen. Als er meer ruimte is en de bodem geschikt, kan hemelwater ook van daken en verharde oppervlakken direct naar grasvelden, plantsoenen, wadi’s of oppervlaktewateren als brand- en hemelwatervijvers geleid worden ter infiltratie. Ook aangelegde infiltratie-stroken/kratten/putten en grindbakken/koffers, waterpleinen en groene daken kunnen afhankelijk van de situatie goede alternatieven zijn. Positieve effecten kunnen zijn: aanpak verdroging natuur, vermindering hittestress, verbetering luchtkwaliteit, verbetering van de biodiversiteit en verhoging van de belevingswaarde van een meer groene omgeving. Als er veel ruimte is kan er ook gekozen worden voor een ‘urban wetland’ zoals Kristalbad tussen Hengelo en Enschede.

Als vrijwilligheid niet werkt kan een ‘tegeltax’ een reëel alternatief worden. Ik schreef daar eerder over.

Wat kunnen burgers zelf
Er komt meer regen en de buien worden intensiever (meer neerslag in korte tijd). Nederland zal op een andere manier met regenwater om moeten gaan. Dat kunnen overheden niet alleen. Ook de hulp van burgers is nodig te beginnen met de eigen tuin en het eigen dak van huis of schuur.

Wat tips.

  • Eruit die tegels. Gras is een goed alternatief. Bij langdurige hitte wordt uw omgeving dan ook nog eens minder warm en koelt het in de zomernachten beter af.
  • Ook houtsnippers, waterdoorlatende tegels, grind, schelpen en cacaodoppen zijn goede tegel vervangers.
  • Ontkoppel de regenpijp en sluit die aan op een vijver of regenton.
  • Gebruik regenwater om het toilet door te spoelen.
  • Zet wormen uit in je tuin. Zij verbeteren de grondstructuur zodat de grond beter water kan opnemen.
  • Creëer hoogteverschillen in de tuin zodat het water van bijvoorbeeld een terras makkelijk afvloeit naar een lager gelegen deel waar het water in de grond kan trekken.
  • Kies planten die veel water verdampen en regenbestendige soorten, zoals munt, lavendel, pinkersbloem, gagel, kardinaalsmuts of bomen zoals de meidoorn, de knotwilg of een plataan.
  • Kies voor een groen dak of gevelbeplanting. Ze leveren ook een bijdrage aan de aanpak van hittestress.

Het kan anders en iedereen kan een bijdrage leveren.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 112: HET KLIMAAT EN DE STRESSTEST

 

| 07-10-2017 | 12.00 uur |


 

OVER WATER – 112

 

2 oktober
In de avond de eerste ‘Steenweg sessie’ van de Unie over een aantal actuele onderwerpen waarover met behulp van stellingen werd gesproken. Eerst was er een korte lezing van Leo Meyer van  ClimateContact-Consultancy (CC-C). Voor het eerst een klimaatdeskundige, die met een maximale zeewaterstijging met 20 meter ruim over de gebruikelijke 6 meter ging voor de komende honderden jaren. Hij stelde ook dat  ‘boven de 5 meter voor Nederland die niet meer houdbaar zou zijn’. Een stelling ging over ‘tegeltax’. Circa driekwart van de aanwezigen zagen de invoering van een ‘tegeltax’ niet zitten. Zij denken dat afkoppelen belonen middels een subsidie beter werkt. Voor mij laat dit zien dat door de intrede van ‘politici’ in het waterschapsbestuur het adagium: de vervuiler betaalt, verlaten is. Ik ben nadrukkelijk wel voor de invoering van een vorm van ‘tegeltax’ omdat de uit te keren subsidies niet gratis zijn, maar opgebracht moeten worden door de belastingbetalers. Inclusief diegenen die het probleem niet veroorzaken!

Recent verscheen een artikel in Binnenlandsbestuur met de titel: Te politieke waterschappen hinderen aanpak wateroverlast. Een citaat uit het artikel wil ik de lezer niet onthouden: universitair docent en BDO-adviseur Koen van den Oever: “Vooral bij sterk uiteenlopende belangen groeit de kans op het achterhouden van informatie en redeneren vanuit eigen belang(en) en partijvorming.” Koen van den Oever pleit in zijn proefschrift voor meer rationaliteit binnen de strategische besluitvorming van waterschappen. Meer rationaliteit in het strategische besluitvormingsproces helpt de waterschappen om met innovatieve oplossingen te komen om aan de veranderende omgeving te voldoen, aldus van den Oever. 

Met de stelling: een stresstest is hard nodig, omdat gemeenten het probleem onderschatten, was circa 90 % het eens omdat het een gemeente zou helpen draagvlak te krijgen bij colleges en bewoners. Voor draagvlak is wat mij betreft een stresstest niet nodig. Overheden moeten bereid zijn ook zonder draagvlak die maatregelen te nemen die nodig zijn om overstromingen, wateroverlast en vermijdbare sterfgevallen door hittestress te voorkomen. Niet-in-mijn-achtertuin-gedrag mag wat mij betreft nooit in de weg staan van noodzakelijk overheidshandelen. 

3 oktober
In de morgen DB vergadering met als agendapunten onder andere: programmering STUW-opgaven (overeenkomst met de provincie inzake uitvoering en financiering van watermaatregelen), strategie slibeindverwerking SNB, projectplan EVZ Laakse Vaart, diverse grondaankopen, ambitie en strategie waterkwaliteit, projectplan waterkwaliteit Kleine Melanen, de overdracht van rioolgemalen tussen Breda en waterschap en herziening leggerboek.

In de middag PHO’s over een waterkering bij uitbreiding van de haven in Raamsdonksveer, over Pukkemuk en ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen.

In de avond de werkgroep bestuurlijke vernieuwing met op de agenda onder andere een gesprek met de dijkgraaf over de werkzaamheden van de werkgroep en zijn mogelijke rol daarin en het opstellen van een werkagenda voor 2018.

4 oktober
In het buitengebied van Udenhout een sessie met belangengroepen en wethouders van de gemeenten Loon op Zand en Tilburg over de mogelijke ontwikkelrichtingen van het toekomstige landschapspark Pauwels.

5 oktober
Bestuurlijk overleg met de gemeente Geertruidenberg over de mogelijke uitbreiding van de jachthaven op de oostelijke Dongeoever in relatie met de waterkering.

6 oktober
Het symposium “waterluis in de otterpels” over rekenkamer(commissies) in de waterschapswereld. Ik was te gast bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Met diverse sprekers waaronder Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 111: DEKTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE

 

| 01-10-2017 | 12.00 uur |


 

OVER WATER – 111

 

Ik zou tevreden moeten zijn over de afgelopen week. In bestuurlijk Nederland en in de nationale media was er veel aandacht voor water en klimaatbestendigheid.

Op Prinsjesdag verscheen het eerste Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Dit Deltaplan bevat veel goede aanzetten. Toch verbaas en erger ik mij steeds meer over het absolute woordgebruik. “Als iedereen meedoet, bouwen we klimaatbestendige wijken.” Het woord ‘klimaatbestendig’ wordt vaak gebruikt. Het woord ‘klimaatbestendig’ is net als de  woorden ‘veilige dijken’ een in-slaap-wieg-woord. “Gaat u maar rustig slapen” de regering, de overheid, de waterschappen ze waken over ons is de boodschap. Op de voorpagina van het VNG Magazine prijkte de tekst: “Deltaplan maakt Nederland klimaatbestendig”. Voor mij pure lariekoek! Geen enkel plan maakt iets. De uitvoering kan wel een aantal situaties verbeteren en in dit geval klimaatbestendiger maken. Klimaatbestendig is in mijn ogen veel te absoluut gesteld. Ook na uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zal er veel werk blijven, omdat keer op keer zal blijken dat weerextremen veel variaties kennen. Tot nu toe richten we watersystemen in op globaal situaties/gebeurtenissen die modelmatig één keer in de 100 jaar voor zouden komen. Maar de afgelopen jaren is in mijn waterschap zelfs een situatie (regenbui) voorgekomen van één keer in de 2000 à 5000 jaar. Met de huidige kennis en budgetten zijn dergelijke situaties niet te voorkomen of zonder ernstige overlast af te wikkelen. Zelfs als budgetten verveelvoudigen gaat dat niet lukken. Daar is het “Gaat u maar rustig slapen” geen oplossing voor. Het praten over klimaatbestendigheid is dan ook, in mijn ogen, fundamenteel fout.

Als waterschapbestuurder loop ik, als het over veilige dijken gaat, tegen dezelfde problemen aan. Dijken bieden nooit absolute veiligheid. In Nederland is de bescherming afhankelijk van de aard van het te beschermen gebied. Meer mensen, meer waarde betekenen een hoger beschermingsgraad. Voor primaire waterkeringen is de beschermingsgraad grof weg tussen één keer per 250 jaar tot één keer per 10.000 jaar. Dat is geen absolute veiligheid. Maar burgers denken bij ‘veilige dijken’ wel beschermd te zijn. Dat gevoel leidt soms tot discussies bij te kiezen varianten voor een dijkverbetering. “Deze variant is toch ook veilig!” Ik zou graag zien dat overheden, beleidsmakers en bestuurders zich onthielden van ‘Gaat u maar rustig slapen’ woordgebruik zoals “veilige dijken’ en “klimaatbestendig”. Dat zou de risico bewustwording bij burgers vergroten en naar ik hoop ook het nemen van de eigen verantwoordelijkheid bij de te nemen maatregelen. 

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie kent zeven uitstekende ambities, te weten:

  • Kwetsbaarheid in beeld brengen
  • Risicodialoog voeren en strategie opstellen
  • Stimuleren en faciliteren
  • Handelen bij calamiteiten
  • Reguleren en borgen
  • Meekoppelkansen benutten en
  • Uitvoeringsagenda opstellen.

Nu de waterschappen tot 2050 veel werk hebben met dijkverbeteringen, worden er tal van studies gestart om daar kennis voor te vergaren. Eén studie gaat over het effect van voorlanden middels een Projectoverstijgende Verkenning Voorlanden. Een belangrijk onderdeel van een waterkering is het voorland. Het blijkt dat als  voorland wordt meegerekend in de sterkte van een dijk,  kosten kunnen worden vermeden en overlast kan worden beperkt. 

De afgelopen maanden was er meer goed nieuws. Staatssecretaris Dijksma (I en M) informeerde middels een brief de Tweede Kamer in het kader van klimaatverandering en hittestress over de maatregelen die het kabinet hiertegen wil nemen. Ik vraag al jaren aandacht, middels artikelen op mijn websites https://www.onswater.com/ en https://bsdboz.nl/, voor de gevolgen van hittestress en de aanpak daarvan met tal van voorbeelden. De brief aan de Tweede Kamer is een mooie aanzet tot actie en laat zien dat de rijksoverheid nu eindelijk het belang hier van inziet en tot actie wil overgaan. Nu de lokale overheden nog.

Tot slot van dit stukje over goed nieuws het gegeven dat het waterschap, waar ik dagelijks bestuurder van mag zijn, behoort tot de drie finalisten voor de verkiezing van de “Beste Overheidsorganisatie van het jaar 2017“; een initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement. Voor mij een teken dat ‘water’ en al degenen die dagelijks werken aan de waterveiligheid en optimalisatie van de waterkwantiteit en de waterkwaliteit van ons oppervlaktewater eindelijk die waardering krijgen die zij verdienen. Waterschappen horen erbij en laten zien dat ze goed werk leveren!

26 september
Drie PHO’s over het bestuurlijk overleg met de gemeente Goirle en de gemeente Geertruidenberg en de voorbereiding Stuurgroep Deltaprogramma Maas en de stuurgroep Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en de stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden.

27 september
Het bestuurlijk overleg Natuurnetwerk Brabant.

In de middag het drielagen overleg Hart van Brabant met een veldbezoek aan de Kruidenbuurt. De Kruidenbuurt is een buurt in Tilburg waar klimaatadaptatie vorm wordt gegeven.

28 september
Overleg met Rijkswaterstaat over de aanpak van de A27. Besproken onderwerpen waren: de vervanging van de bruggen bij Keizersveer, de bestuursovereenkomst, het proces afrit A59, en de planning.

29 september
Stuurgroep Deltaprogramma Maas met als agendapunten onder andere: de adaptieve uitvoeringsstrategie Maas en BO MIRT 2017.

In de middag de stuurgroep Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en de stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden met als agendapunten onder andere:  governance en uitvoeringsagenda ruimtelijke adaptatie zuid, de voortgang en het versnellen van hoge zandgrond projecten, de toekomstbestendige zoetwatervoorziening op de hoge zandgronden, de nutriëntenproblematiek en de gebiedsgerichte aanpak daarvan.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 108

 

| 09-09-2017 | 10.15 uur |


 

OVER WATER – 108

 

4 september
Bestuurlijk overleg met wethouder Ad van de Heijning van de gemeente Alphen-Chaam met als agendapunten onder andere: de voortgang van het project “Sloten, Oevers en Dijken op Orde”, de onderlinge samenwerking, EVZ’s, beheer en onderhoud, KRW watersysteemanalyses en klimaatadaptatie.

Een drietal PHO’s over het komende werkbezoek Markdal, een bypass in de Overdiepse Polder en het komende bestuurlijke overleg met de gemeente Zundert.

5 september
De dag begon met een diepe ergernis. In de auto onderweg naar het waterschap luister ik normaliter graag naar Radio 1, het Radio 1 journaal. Omstreeks 7.37 nam de verslaggever van dienst contact op met de parlementair verslaggever Joost Vullings met de vraag: “waar gaan ze het in de Tweede Kamer vandaag over hebben?”. Het antwoord van Joost Vullings was: “het gaat deze dagen nergens over”. Dat ‘nergens’ bleek onder andere een dertigledendebat over de opwarming in de steden te zijn. Ik maak mij al jaren sterk voor de aanpak van hittestress. In warme periodes leidt hittestress tot oversterfte. Als voorbeeld een hittegolf in Frankrijk in 2003 die tot meer dan 11.000 extra doden leidde. Hoezo meneer Vullings, het gaat nergens over? Het gaat over voorkoombare sterfgevallen! Vullings eindigde met: “het heeft allemaal niet zo veel zin”. De radioreporter van dienst was heel wat meer betrokken bij het te bespreken onderwerp. Zijn slotzin inzake het onderwerp was: “Ik ben benieuwd wat er besloten wordt over de opwarming van de steden”.  Wat later in het programma dook een onderwerp op waar ik de laatste weken al twee keer over geschreven heb (Over Water 104 en Over Water 107): ‘Modern asfalt’. In de gemeente Leek start een proef met een CO2 absorberende weg die ook nog eens koeler blijft (dus iets doet aan hittestress) en  licht reflecteert en daarmee veiliger is. Toch nog een mentale opsteker!

Het eerste DB met de nieuwe dijkgraaf. Eerst een informeel deel samen met het beoogde toekomstige DB lid Hans-Peter Verroen over (toekomstige) portefeuilleverdeling. Daarna het formele deel met als agendapunten onder andere: de restauratie Keenesluis en het 380 KV tracé Borssele -Tilburg.

In de middag een PHO ter voorbereiding van het overleg over Dongepark met de gemeente Dongen.

teelt van aardbeienplanten in het Markdal

6 september
Vandaag de gehele dag het werkbezoek aan het Markdal. Deelnemers waren vooral mensen die middels Nederland Boven Water deelnemen aan de Democratic Challenge Omgevingswet. Aan het begin een praatje van wethouder Arbouw van Breda daarna tijdens een rondrit door het gebied een aantal sprekers van de vereniging Markdal. Ik zelf lichtte de ervaringen toe van het waterschap met het proces. Aan het einde vertelde een medewerker van de gemeente Alphen-Chaam over de gemeentelijke deelname aan de aanpak van het Markdal toe. Ik vind het jammer dat ik de enige bestuurder van een overheid was die het hele werkbezoek bijwoonde. Ook miste ik de gedeputeerde. De provincie was ambtelijk wel ruim vertegenwoordigd.

7 september
In de morgen PHO’s over de 380KV en over de gebiedsontwikkeling Pauwels bij Tilburg. Daarna een evaluatie van het bestuurlijke proces door de leden van de Stuurgroep Geertruidenberg/Amertak.

In de avond het fractieberaad van Ons Water/ West-Brabant Waterbreed.

 

8 september
Een bespreking met wethouder Bea van Beers van de gemeente Dongen over een herinrichting van Park Dongedal en een mogelijk verlegging van de Donge. 

Daarna een PHO over een belastingaangelegenheid.

U kunt mijn (water) bijdragen ook volgen op Instagram en Twitter. Zoek mij eens op!

Louis van der Kallen



OVER WATER – 107: MODERN ASFALT 2

 

| 02-09-2017 | 11.15 uur |


 

OVER WATER – 107

 

Modern Asfalt 2

Op het artikel Over Water 104  (‘modern’ asfalt) heb ik de nodige reacties gekregen. En of de duivel mij wil helpen, verscheen ook het bericht over Los Angeles dat nu zijn wegen grijs aan het schilderen is met als doel het verlagen van de temperatuur in de stad, wat de leefbaarheid zou verbeteren. Men verwacht met het schilderen een verlaging van de grondtemperatuur met 7 graden. Greg Spotts, assistent director of Bureau of Street Services of Los Angeles, hoopt dat het project andere steden inspireert om te experimenteren met verschillende aanpakken om het hitte-eilandeffect tegen te gaan. Ik hoop dat ook. De meest aansprekende reactie kwam van Piet Zijlstra van PolyCiviel Civiele Techniek Advies, die aangaf dat zij lichtreflecterend asfalt hebben ontwikkeld, dat overdag in hoog zomer 8-10° minder warm wordt en in het donker veiliger en energiebesparend zou zijn.

28 augustus
PHO’s over: het Markdal, het bestuurlijk overleg met de gemeente Alphen-Chaam en de gemeente Baarle-Nassau.

30 augustus
Stuurgroep Zuider Water Linie met als agendapunten o.a. Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018, investeren in de linie en voortbouwen aan de linie.

De Noordwaard

In de avond een ceremonieel AB vanwege de installatie van de nieuwe dijkgraaf.

31 augustus
De kennismaking van de dijkgraaf met de organisatie en de Netwerkdag van de Noord-Brabantse Waterschaps Bond met daaraan gekoppeld een rondrit door de Noordwaard en een bezoek aan het Biesbosch Museum.

1 september
Opname Omroep Brabant in de Overdiepse Polder over wat de Amerikanen zouden kunnen leren van de Nederlandse Aanpak van het waterbeheer.

Overdiepse Polder

In de middag het breed bestuurlijk overleg van het stuurteam Markdal met als agendapunten onder andere: een presentatie van het voorkeursalternatief, de kostenaspecten, kosten en baten en een mogelijke uitbreiding van de overeenkomst van 100 ha naar 250 ha., o.a. met gedeputeerde van den Hout, wethouder Arbouw van Breda en wethouder Bert van Dijk van de gemeente Alphen-Chaam.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 104: MODERN ASFALT

 

| 12-08-2017 | 09.45 uur |


 

OVER WATER – 104

 

Modern asfalt?
Op 4 augustus stond er een artikel in de Volkskrant met de uitdagende kop: “Wie legt het modernste asfalt”. Een poging van Marc van den Eerenbeemt om Nederlandse asfaltbedrijven, zoals Dura Vermeer en Heijmans, te profileren als modern en toekomstgericht. Wat mij betreft blijkt die ‘toekomst gerichtheid’ niet uit het artikel. Het is normaal, in een markt die 8 tot 10 miljoen ton asfalt produceert, dat deze iets doet aan productverbetering. Geluidsbeperking werd in het artikel belicht. Wat ik echter in het artikel node miste is een meer innovatieve aanpak door de genoemde bedrijven van belangrijke maatschappelijke problemen, die mede veroorzaakt worden door het gebruik van asfalt als verhardingsmateriaal van wegen, zoals een onderzoek naar verbetering van de afvloeiingscoëfficient van hemelwater en hittestress. In warme periodes leidt hittestress tot oversterfte. Als voorbeeld een hittegolf in Frankrijk in 2003 die tot meer dan 11.000 extra doden leidde.

Asfalt op wegen en daken (zwarte bitumen) hebben een enorme bijdrage aan de vorming van hitte eilanden in steden en gebouwde omgevingen. Zowel hittestress als wateroverlast zijn forse maatschappelijke problemen, die door de optredende klimaatverandering steeds prominenter op de agenda moeten komen van iedereen. Dus ook van asfalt grootmachten. De albedowaarden (mate van reflectie van zonlicht, c.q. mate waarin zonnewarmte wordt opgeslagen) van standaard asfalt zijn verschrikkelijk slecht. 85 tot 96 procent (bron: Groenblauwe netwerken, handleiding voor veerkrachtige steden) van de zonne-energie die instraalt op asfalt wordt opgenomen door het asfalt en in de nacht weer afgegeven aan de omgeving. Dat kost bij een hittegolf doden. Potentieel veel doden. Wordt daar onderzoek naar gedaan bij de genoemde asfalt bedrijven? Ik lees er niets over! Elders wordt daar wel onderzoek gedaan naar alternatieve bestratingsmaterialen. Een goed voorbeeld daarvan is: “On the Use of Cool Materials as a Heat Island Mitigation Strategy”. Het kan dus wel. Als Volkskrant lezer verwacht ik van mijn krant en haar journalisten geen reclame artikel, maar artikelen waar, als een onderwerp wordt belicht zoals noodzakelijke vernieuwing en verbetering van de toepassing van asfalt, de maatschappelijke problemen die daarbij een rol spelen, zoals de invloed op de hemelwaterproblematiek en hittestress, aan de orde komen en bedrijven daarop worden aangesproken.

Louis van der Kallen