OVER WATER – 146: HET MOET NIET GEKKER WORDEN

 

| 21-07-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 146: HET MOET NIET GEKKER WORDEN

 

De Sint Antoniuskapel in Aijen Foto: Michiel Verbeek

In de media (ANP) werd ik getroffen door de kop: “Waterschap gaat dijk verlagen na verzet dorpsbewoners”. De dijken rond het Noord-Limburgse dorpje Aijen worden toch niet hoger dan oorspronkelijk afgesproken. Die toezegging deed bestuurder Rein Dupont van het Waterschap Limburg tijdens een met spoed ingelast bewonersoverleg, nadat ruim twintig boze burgers met schoppen gewapend naar de dijk aan de Maas togen om die eigenhandig te verlagen.

De dijk was namelijk tot veertig centimeter hoger dan, in hun ogen, was afgesproken. Hierdoor werd veel inwoners een uitzicht op de Maas ontnomen. Na deze spontane actie besloot het schap water bij de wijn te doen.

Bij dijkverbeteringen worden dijken altijd hoger gemaakt dan volgens de normen noodzakelijk. Na een verhoging/verbreding zakt de dijk altijd door inklinken in. Modelmatig wordt daarom de vermoedelijk noodzakelijke extra benodigde hoogte berekend. Dit om extra handelingen en kosten te voorkomen. Dat gebeurt al vele tientallen jaren en blijkt nodig. Afhankelijk van de ondergrond en het materiaalgebruik blijkt meestal dat na inklinken de dijk aan de normen voldoet en slechts zelden wordt dan de normhoogte substantieel overschreden. De gebruikte modellen blijken veelal juist. Nu de extra laag eraf schrapen en over twee jaar gaan kijken hoeveel de dijk is ingeklonken en dan de dijk op hoogte brengen, en dat eventueel later nog een keer, is je reinste verspilling van overheidsgeld. Als het waterschap de verbeteringen zelf zou betalen heb ik er niets over te zeggen en zou ik slechts over zoveel toegeeflijkheid meewarig mijn hoofd schudden. Maar in dit geval betaalt de rest van Nederland mee. Dijkverbeteringen aan primaire keringen, zoals bij Aijen, worden voor 50 % opgebracht door het Rijk, voor 40 % door de waterschappen gezamenlijk en slechts voor 10 % door het eigen waterschap. Hier wordt het korte-termijn-denken en het ‘niet in mijn achtertuin’ en een voorgenomen wetsovertreding beloond door een bestuur/bestuurder met te slappe knieën. Er is niks mis met naar de burger luisteren, maar dat moet er niet toe leiden dat ondoelmatig met overheidsgeld wordt omgegaan en goede procedures, zoals het aanbrengen van een overhoogte om het onvermijdelijke inklinken op voorhand te compenseren, om zeep te brengen.

Het waterschap stelt hier, naar mijn inzicht, de verkeerde prioriteiten. Dijken worden niet verhoogd om aan normen te voldoen, maar om de veiligheid nu en in de toekomst zo goed mogelijk te borgen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Wat mij betreft betaalt het waterschap Limburg deze meerkosten volledig zelf en wordt bij de volgorde waarin tot 2050 de verbeteringswerken aan primaire waterkeringen in Nederland worden uitgevoerd, de prioriteiten gelegd bij waterschappen die wel werken aan een toekomstige veiligheid tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Ik sluit niet uit dat de komende verkiezingen voor een nieuw waterschapsbestuur in 2019 hier iets mee te maken heeft. Dit voorval laat dan ook zien dat de politisering van het waterschapsbestuur in 2008 geen winst is voor de kwaliteit en (financiële) duurzaamheid van de beslissingen.

Louis van der Kallen

 


DE MENS ACHTER DE POLITICUS LOUIS VAN DER KALLEN

 

| 16-07-2018 | 01.20 uur |


 

Joop van der Laan, tekstschrijver en journalist, gaat in een interview op zoek naar de mens achter de politicus Louis van der Kallen

 

 


OVER WATER – 145: “DRAWDOWN” EN DROOGTE

 

| 14-07-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 145: “DRAWDOWN” EN DROOGTE

 

Het is weer zomer. Voor mij betekent dat afkicken van Buitenhof en weer even wennen aan “het filosofisch kwintet“.  Dat ging een paar weken terug over ‘overbevolking’ en allerlei daaraan verbonden aspecten zoals: solidariteit, voedsel en welvaartverdeling, ecologische voetafdruk enz.

In het gesprek kwam ook het boek Drawdown voorbij. Een boek dat mij na lezing zeer aanspreekt. Ik schreef daar eerder een stukje over in het kader van vroegere waarschuwingen voor door de mens veroorzaakte klimaatveranderingen. Het boek geeft circa 100 oplossingsrichtingen over hoe de opwarming van de aarde te vertragen en zelfs terug te dringen. Van energie-alternatieven: wind-, zon-, geo-, hydro-, golf-, getijde-, bio- en nucleaire energie.  Ze worden stuk voor stuk (en allerlei varianten inclusief opslagsystemen) uitgewerkt.

Ook de hoofdstukken over voedsel (teelt en bereiding) zijn uitgebreid. Hoe te komen tot een plantrijk dieet? Hoe te komen tot een permacultuur? Onder andere gericht op bodemherstel zodat de bodem duurzaam in staat is voedsel te produceren en de bodembiotoop hersteld wordt. Hoe de voedselafvalberg te verminderen? Hoe de voedselbereiding te verbeteren en de CO2 uitstoot daarvan te verminderen? Hoe de ideeën van Ernst Gotsch inzake de combinatie van landbouw en bosbouw vorm gegeven kan worden en hoe door de vermenging van bomen en gewassen het koolstofgehalte van de bodem en de productiviteit van het land verbeterd kan worden. Hoe de rijstbouw geïntensiveerd en verbeterd kan worden. Hoe bosbouw en begrazing (silvopasture) gecombineerd kan worden met een bijzondere kwaliteit vlees als gevolg. Hoe met een beter nutriëntenbeheer de C02 uitstoot beperkt kan worden en de kwaliteit van de bodem verbeterd.    

Voor de leden van het algemeen bestuur van het waterschap Brabantse Delta was er een bijeenkomst over de droogte. In al die jaren van mijn bestuurlijke betrokkenheid bij waterschappen was dit de eerste keer dat het nodig was om er bestuurlijk op deze wijze over te praten. De droogte van nu is uitzonderlijk en ondanks dat we boffen dat de winter nat is geweest en de Maasafvoer door nalevering van water vanuit de bodem in het bovenstroomse gebied van de Maas nog redelijk op peil is gebleven, nemen de zorgen voor de landbouw toe. Deze zomer gaat steeds meer lijken op “De hondsdagen van 1976“. Tevens wordt duidelijk dat het verzilten van het Volkerak-Zoommeer systeem het domste is wat denkbaar is. Nu kan dit zoete water nog gebruikt worden door de landbouw in grote delen van West-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland. Wel dient dan de sluipende verzilting snel gestopt te worden door doorspoelen en door het reeds decennia uitgestelde onderhoud aan de sluizen omgaand ter hand te nemen, zodat deze rijke bron van zoete welvaart behouden blijft. De droogte laat ook zien dat het gat, dat Nieuwe Waterweg heet en circa 800 kubieke meter zoet water per seconde verspilt, gedicht moet worden. De honger naar zoet water moet gestild worden door nu eindelijk te gaan werken aan sluizen in de Nieuwe Waterweg die bij een oplopend tekort aan zoet water gedicht kunnen worden.  

Louis van der Kallen