OVER WATER 177: HEROVERWEGEN

 

| 02-04-2019 | 18.15 uur |


 

OVER WATER 177: HEROVERWEGEN 

 

Maandagavond (1 april) was de eerste ‘inhoudelijke’ ronde, die zou moeten leiden tot een bestuursakkoord. Ik werd er niet blij van. Als je in bestuurlijk Nederland al lang meedraait, zie je tendensen die anderen niet zien. Simpelweg omdat ze die ervaringen niet hebben en dus vaak niet weten hoe de geschiedenis tot stand is gekomen. Ook zie je parallellen die anderen niet zien. Als voorbeeld de systematische uitholling van de Kamers van Koophandel, die uiteindelijk leidde tot de opheffing van de zelfstandige Regionale Kamers van Koophandel en de instelling in november 2014 van een Centrale Kamer van Koophandel als zelfstandig bestuursorgaan, waarvan het bestuur benoemd word door de minister van Economische Zaken. Toen ik in 1993 toetrad tot het bestuur van de Kamer van Koophandel West-Brabant was dat een KvK die, samen met werkgevers- en werknemersorganisaties en gemeenten, economische beleid en projecten ontwikkelde voor de regio. Ik maakte enige tijd deel uit van het Dagelijks Bestuur en was plv-voorzitter en lid van de commissie toerisme en recreatie. Die commissie onderzocht en stimuleerde de toeristische/recreatieve sector van West-Brabant. Van de commissie waren tal van recreatieondernemers lid. Het was een tijd waarin samenwerkingsverbanden en projecten tot stand kwamen waarin de KvK een rol vervulde als smeerolie. En toen kwam de focus op kerntaken en de tarieven! Economische beleid en ontwikkeling waren geen kerntaak en de tarieven moesten omlaag. Hoewel het om zeer bescheiden bedragen ging werd alles gefocust op verlaging van de jaarlijkse bijdrage. Gevolg: de KvK werd uiteindelijk alleen nog maar een administrateur. De regionale economische rol werd geleidelijk uitgekleed en afgebouwd. De economische deskundigheid en de daarop gebaseerde smeerolierol verdween en daarmee de reden van bestaan. Feitelijk werden de KvK’s in 2014 genationaliseerd en ondergebracht bij het ministerie van Economische Zaken als ‘zelfstandig’ bestuursorgaan waarvan het bestuur benoemd wordt door de Minister. 

Waarom dit verhaal over de geschiedenis van KvK’s? Ik zie een parallel. De KvK’s hielden, net als de waterschappen, hun eigen broek op met een eigen heffingssysteem dat voor de volle honderd procent de kosten dekten. En geen politici aan het roer, maar belanghebbenden uit het bedrijfsleven (werkgevers en werknemers) uit de eigen regio. Dat paste niet in het partijkartel. Waterschappen houden ook al honderden jaren hun eigen broek op en hadden tot 2008 ook geen politici aan het roer, maar belanghebbenden die op eigen titel en deskundigheid waren gekozen. Sommige politici en partijen wensten de opheffing van de waterschappen. In November 2011 sprak zelfs een meerderheid van de Tweede Kamer zich daarvoor uit. De provincies konden het waterbeheer er wel bij doen. Een andere optie was omvorming van de waterschappen tot gedecentraliseerde rijksdiensten die rechtstreeks onder Rijkswaterstaat zouden vallen. Feitelijk de KvK variant. Met de politisering van de waterschappen werd in 2008 de eerste nagel in de toekomstige doodskist geslagen. Met de komst van politici begon de afbraak van de deskundigheid in de waterschapsbesturen en nu begin ik de alternatieven in de route naar de begraafplaats te zien. Focus op ‘kerntaken’ en geld. De inhoud wordt steeds meer ondergeschikt aan het geld.

Soms is er alle reden om te bezien wat de motivatie was om bij de staatsinrichting van Nederland als één van de weinige landen in de wereld zo iets in stand te houden als de waterschappen. Ze deden goed werk en hadden de bestuurlijke deskundigheid. Zelfs keizer Napoleon dacht er zo over toe hij het in 1798 opgerichte Bureau van de Waterstaat na de inlijving van het Koninkrijk Holland bij het Franse Keizerrijk (met uitzondering van Noord-Brabant) als 16e inspectie toegevoegde aan de Franse waterstaatsorganisatie. De waterschappen bleven! Later kwam daarbij het argument dat besluiten over zo iets fundamenteels als waterveiligheid en de kosten daarvan niet afgewogen zouden moeten worden ten opzichte andere overheidstaken. Met de komst van steeds meer politici neem ik het zelfde waar als wat gebeurde bij de KvK. Steeds meer discussies over geld en steeds minder over de inhoud. Een inhoud die bij waterschappen bij uitstek gaat over de lange termijn. Voor politici is het per definitie moeilijk om hun huidige kiezers te belasten met hogere tarieven voor zaken die vooral ten nutte komen van de kiezers van hun opvolgers. Dit geld in het bijzonder voor politici van een partij waarvan de achterban al hard op weg is de zes planken bestemming te bereiken. Maar ook bij politici van een zogenaamde bestuurlijke partij zie ik weinig realistische benadering van geen of weinig tariefverhogingen, terwijl de absolute noodzaak van bepaalde zaken zich onder hun neus opdringt. Klimaatadaptatie, dijkversterkingen, de aanpak van medicijnresten, de dreiging van boetes vanuit Brussel inzake de KRW , enz. De KRW-doelstellingen, die de Nederlandse regering en de voltallige Nederlandse delegatie in het toenmalige Europese parlement in 2001 aanvaardden, hadden in 2015 gerealiseerd moeten zijn. Er is uitstel verkregen uiterlijk tot 2027. Het zijn politici van dezelfde partijen die verplichtingen aangingen die nu, vanwege de kosten, op de rem trappen. Denken ze werkelijk dat de Zuid-Europese politici, die wij zo graag kapittelen, de kans laten liggen om ons boetes op te leggen. Een land met een overschot op de betalingsbalans van ruim 83 miljard en een begrotingsoverschot van 11 miljard vindt het te duur om aan de zelfopgelegde regels te gaan voldoen? Ze zullen lachend ons de kiezen uittrekken en wat graag die betweters uit Nederland forse boetes opleggen. Dan zijn we jaren ‘zuinig’ geweest en mogen de kiezers van na 2027 alsnog de kosten maken en de boetes van mogelijk tientallen miljoenen per waterschap betalen. 26 jaar de tijd om iets te bereiken en het nog niet voor elkaar krijgen. Dit is pas een ondermijning van je bestaansrecht. In Over Water 51 (2016) werd de onhaalbaarheid van de KRW-doelstellingen al aangetipt. Reken erop dat Zuid-Europese (water)ambtenaren met grote belangstelling lezen wat wij wel of niet doen en schrijven, en welke excuses (geld) we maken. Zelfs mijn brief uit 2005 werd een keer geciteerd met de conclusie: jullie wilden dit zelf, jullie dachten het te kunnen voor 2015, wat zeur je nu als bestuurder in een rijk land met ‘water expertise’?.    

Over de aanpak van medicijnresten publiceerde Ons Water met regelmaat in 2015, in 2016 en in 2018. Er valt geen ontsnappen aan. Een ja, dat gaat meer geld kosten. Of veronachtzamen we de regelgeving en de volksgezondheid? Eens de reden om riolen aan te leggen en het rioolwater te gaan zuiveren. 

Normaliter vind ik dat winners bij verkiezingen beloond moeten worden. Maar als een winnaar feitelijk steeds meer stappen zet richting het graf van een systeem dat goed is, moeten Ons Water en ik andere alternatieven overwegen. Ik heb het proces van de ondergang van de KvK’s meegemaakt. Toen herkende ik niet wat er gebeurde en wat de agenda was van de politici en wetgevers. Nu herken ik het wel. De politisering (2008), de focus op kerntaken, de focus op de tarieven, de focus op hoofdlijnen (want de kennis en interesse voor meer ontbreekt), de introductie van stemwijzers en de veralgemenisering van de stellingen (liegende en dromende politici), de DESTABILISERENDE unie voorstellen (CAB), tot de provinciale regelgeving toe, die feitelijk artikel 40 lid 1 van de waterwet (het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en een door het algemeen bestuur te bepalen aantal andere leden) omzeilt en streeft naar beroepsbestuurders.

Toen ik op maandagavond in de eenzaamheid van mijn KA’tje naar huis reed dacht ik: werk ik hier aan mee of wordt het tijd voor andere bondgenoten? Het heroverwegen is begonnen. Want als het waterschap begraven wordt is dit land aan de ‘godenzonen’ van Den Haag overgeleverd en wie of wat ontvangt dan de hardste klappen?

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 176: HOE VERDER? EN DE GROOTSTE!?

 

| 30-03-2019 | 09.00 uur |


 

OVER WATER 176: HOE VERDER? EN DE GROOTSTE!?

 

HOE VERDER?

Verkiezingsuitslagen horen vertaald te worden in nieuw voorgenomen beleid en, als er programmatisch overeenstemming is te bereiken, ook in de samenstelling van de dagelijkse besturen (GS, en de DB’s van de waterschappen). Nu moeten de politieke partijen in de provincies en de waterschappen aan de slag om de uitslagen te vertalen in toekomstig beleid en de samenstellingen van Gedeputeerde Staten en de Dagelijkse Besturen van de waterschappen. Hierbij moeten tegenstellingen, die in de verkiezingen zijn uitvergroot, door praten en onderhandelen in ons coalitieland grotendeels worden weggepoetst met toch zo veel mogelijk recht doen aan de zwenkingen die het electoraat heeft gemaakt. Op provinciaal niveau ligt er de opgave de FvD mensen en ideeën in te passen in de politieke systemen en het beleid. Ik ben blij dat ik daar niet over hoef na te denken. 

Bij de waterschappen ligt er een ander verhaal. De verschillen zijn minder groot en de wijzigingen in de opvattingen van de kiezer geringer. Maar als je meerdere verkiezingen naast elkaar zet zijn die wijzigingen er wel. Als voorbeeld mijn eigen waterschap de Brabantse Delta. Bij de eerste verkiezing (eind 2008) haalde de VVD 3 zetels en was het CDA de grootste partij. Toen besloot Ons Water samen met West-Brabant Waterbreed één fractie te vormen (6 zetels). De VVD mocht toen als ‘juniorpartner’ aansluiten in het DB. Voor een werkbare meerderheid was de VVD niet nodig. Alle vijf de DB leden afkomstig uit de fracties vulden ieder 0,5 formatieplaats in.
De verkiezingen in 2015 brachten beperkte verschuivingen. De VVD won een zetel en werd in één klap van nummer vijf in de uitslag nummer één. Ook Ons Water won een zetel maar bleef nummer drie in de uitslag achter het CDA. VVD, CDA en Ons Water hadden vier zetels. De verschillen in stemmental waren beperkt tot minder dan 2000. De ‘juniorpartner’ werd de leider van de onderhandelingen. De partijsamenstelling van het DB veranderde niet en ieder van de DB leden vulde weer 0,5 formatieplaats in. De verkiezingen nu brengen op het oog weinig verschuiving in de partijvoorkeuren. Alleen het CDA zakt verder weg in de kiezersgunst en de VVD kreeg er weer een zeteltje bij.

De vraag nu is: hoe verder? Programmatisch lijkt voorzetting van het huidige DB niet onlogisch. Maar is dat bij 7 zetels voor Ons Water/West-Brabant Waterbreed, 5 zetels voor de VVD, 3 voor het CDA, 3 voor ongebouwd en 3 voor bedrijfsgebouwd wel zo logisch? Beleidsmatig komen er tal van veranderingen op het waterschap af. Klimaatadaptatie zal steeds meer aandacht en geld vergen. De nieuwe toetsingen van onze dijken zullen vermoedelijk een grotere dijkverbeteringsopgave betekenen dan tot nu toegedacht. Willen we boetes vanuit Brussel voorkomen zal er een versnelling moeten komen van de realisering van de Kader Richtlijn Water doelstellingen. Hier ligt een combinatie met de klimaatadaptatie als het gaat over bijvoorbeeld waterbergingen voor de hand. Ook zal de waterzuivering meer geld en tijd gaan vergen. De aanpak van medicijnresten in het afvalwater kan niet langer uitgesteld worden. Ook is het de vraag of een aantal uitgestelde investeringen in de waterzuiveringen op korte termijn gerealiseerd moeten worden. Ook de Unie voorstellen omtrent de financiering van de waterschappen zullen veel denkkracht en discussies vergen. De afgelopen jaren heeft de gecombineerde fractie van Ons Water/West-Brabant Waterbreed uitbreiding van het DB van 2,5 naar 3 formatieplaatsen tegen gehouden. Nu denk ik dat we gezien de grote opgaven en de geleidelijke groei van onze taak er niet aan ontkomen. Wat zou deze genoemde opgaven, gecombineerd met de verkiezingsuitslag, voor de samenstelling van het DB moeten betekenen? De verkiezingswinst van de VVD, die twee keer achter elkaar de verkiezingen won (nu 5 zetels), zou vertaald dienen te worden in de samenstelling of taakverdeling binnen het DB. Er viel immers “wat te kiezen”. Maar voor mij geldt ook dat de combinatie van Ons Water en West-Brabant Waterbreed, met ook twee keer een betere verkiezingsuitslag (nu 7 zetels) in de samenstelling van het DB tot uiting moet kunnen komen. Vrij vertaald: als de VVD met 5 zetels in het DB naar 2 zetels zou gaan, is het logisch dat ook de Ons Water combinatie met West-Brabant Waterbreed met 7 zetels naar 2 zetels in het DB zou gaan. Wie is dan het mogelijke ‘slachtoffer’? Logischerwijs het CDA dat bij twee waterschapsverkiezingen achter elkaar door de kiezers tot verliezer is gemaakt. Wat overwogen zou kunnen worden is dat coalitiefracties, de fracties die wel het programma voor de komen de jaren onderschrijven, maar niet zelf de ‘poppetjes’ leveren, te betrekken bij de selectie van de ‘poppetjes’. Dat kan het bestuurlijk draagvlak verder versterken.
Zelf wil ik graag dat de fracties van ongebouwd en bedrijfsgebouwd vertegenwoordigd blijven in het DB. Zij vertegenwoordigen ondernemers, die een buitengewoon groot belang hebben in de taakuitoefening van het waterschap. In het licht van de waterschaptraditie belang-betaling-zeggenschap past het ook dat deze fracties (ieder 3 zetels) in het DB vertegenwoordigd blijven. Zij hebben ook geen verkiezingen verloren. Huub Hieltjes, de VVD informateur/formateur bij het waterschap Brabantse Delta, wens ik veel succes bij zijn taak.

Ik ben benieuwd hoe de onderhandelingen zowel op provinciaal en op waterschapniveau zullen uitpakken en of de gewijzigde kiezers voorkeuren zowel in beleid als in zetels in de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant en het DB van het waterschap tot uiting zullen komen.
Als verkiezingen er echt toe doen, zoals veel traditionele politici beweren, staan ons zowel op provinciaal- als op waterschapniveau de nodige bestuurlijke veranderingen te wachten. Of blijkt straks: ze dronken een glas en deden een plas en alles bleef zoals het was? Bij de kiezer leeft de wens tot verandering. Als die niet of nauwelijks wordt ingevuld kan de Europese verkiezing wel eens heel interessant worden.  

 

DE GROOTSTE!?

Als je de krantenberichten over de verkiezingen leest of uitzendingen over dat onderwerp volgt op radio of TV lijkt het of het de grootste zijn buitengewoon belangrijk is. Op dit moment is de ‘grootste’ in Nederland nog geen 20 % van de stemmen. Een percentage waarmee je  in een districtenstelsel zoals in het Verenigd Koninkrijk of de VS de kans loopt geen enkele zetel te bemachtigen, terwijl de ‘grootste’ zijn ook geen enkele zekerheid biedt. De PvdA stond de afgelopen 70 jaar een paar keer buitenspel terwijl ze de ‘grootste’ waren en verkiezingswinst haalde. Geen verzilvering van de uitslag en geen verandering toen een groot deel van de kiezers daarom vroeg. De ‘grootste’ en de daaraan verbonden ‘rechten’ zijn vooral een idee van de media en sommige winnende politici. Hiermee worden bij de kiezers verwachtingen gewekt die niet altijd ingevuld worden. De ‘grootste’ vergt ook enige nuancering.

Neem het waterschap Brabantse Delta. Al sinds de start in 2009 is de combinatiefractie Ons Water/ West-Brabant Waterbreed de grootste fractie. 2009-2015 met 6 zetels en vanaf 2015 met 7 zetels. Omdat deze twee groeperingen afzonderlijk de verkiezingen ingaan, zijn wij formeel tot nu toe nooit de ‘grootste’ geweest. Ons Water, mijn eigen club, is slechts de ‘grootste’ in vier gemeenten (Bergen op Zoom, Geertruidenberg, Roosendaal en Steenbergen). West-Brabant Waterbreed bleek nu de ‘grootste’ in vijf gemeenten (Drimmelen, Etten-Leur, Halderberge, Rucphen en Zundert). De VVD, formeel de grootste partij in het waterschap, was de ‘grootste’ in acht gemeenten (Breda,  Gilze-Rijen, Goirle, Loon op Zand, Moerdijk, Oosterhout, Tilburg en Waalwijk). Het CDA was de ‘grootste’ in vier gemeenten (Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Dongen en Woensdrecht). Als je de combinatie fractie van Ons Water/ West-Brabant Waterbreed als één geheel zou beschouwen, wat ze in de bestuurlijke praktijk als fractie vanaf 2009 feitelijk zijn, dan is de VVD nog slechts in één gemeente de ‘grootste’ (Breda) en het CDA nog slechts in twee plattelands gemeenten (Alphen-Chaam en Baarle-Nassau). Hoezo de VVD de ‘grootste’?. Met 1/6 van de zetels in het AB zal de VVD net als iedere andere fractie moeten samenwerken met de anderen. Samenwerken lukt al vele jaren bij de waterschappen. De waterschappen kennen pas sinds 2008 het lijstenstelsel en daarmee partijen. Daarvoor werd ieder bestuurslid op persoonlijke titel en op zijn of haar persoonlijke kwaliteiten gekozen. Dan moet je wel samenwerken om tot meerderheden te komen. Voor organisaties als Ons Water en West-Brabant Waterbreed is het logisch om één fractie te vormen. Dat bundelt kennis en ervaringen en leidt uiteindelijk, ook zonder fractiediscipline, vrijwel altijd tot eensgezindheid. Dat moet echter niet blijven betekenen een ondervertegenwoordiging in het Dagelijks Bestuur. Dat zou geen recht doen aan de verkiezingsuitslag.

Samenwerken leidend tot samenvoeging zouden meer fracties/partijen moeten doen. Dat zou de politieke versnippering verminderen en de bestuurskracht vergroten. Jammer alleen dat de landelijke politiek de voorloper daartoe, de lijstverbinding, wettelijk heeft afgeschaft.       

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 175: EEN KRANKZINNIGE WEEK

 

| 23-03-2019 | 09.00 uur |


 

OVER WATER – 175:  EEN KRANKZINNIGE WEEK

 

Er zijn van die weken in een mensenleven die eigenlijk niet kunnen. Die zo onwaarschijnlijk zijn dat ze je altijd bij zullen blijven.

Dinsdagmorgen, terwijl ik net ons kantoor had verlaten met een scholier aan de telefoon, hoorde ik mijn echtgenote roepen. Ze lag op de grond en ondanks haar geroep reageerde ze niet op mijn vragen. Ze verbleef in een half bij bewustzijn wereld waar de verbale communicatie éénrichtingsverkeer was. Ik belde voor het eerst van mijn leven 112. Dat was voor mij, in een toestand van nabij paniek, een verwarrende en deels frustrerende ervaring. Met de telefoon aan mijn oor probeer ik mijn echtgenote bij volledige bewustzijn te brengen door tegen haar te praten en tegelijkertijd de vragen van de dame van 112 te beantwoorden. Ik luisterde in mijn paniek vermoedelijk maar half en hoorde vast niet alles was de 112 dame zei. Door mijn angst en paniekgevoelens sloop boosheid en frustratie in. Stuur een ambulance nu! Ik werd boos. Maar enkele minuten later bleek dat die ambulance vermoedelijk gelijk onderweg was gegaan. Hoewel minuten eeuwen lijken als je gestrest bent, was die ambulance er vermoedelijk binnen vijf minuten. De broeders gingen gelijk aan de slag en werd er besloten op weg te gaan. Hoewel mijn echtgenote in haar laatste jaar zit van haar leven (kleincellige longkanker) was de indruk van de broeders een neurologisch probleem. Dus naar Bravis Bergen op Zoom. De dienstdoende spoedeisende-hulp-arts besloot snel wegens de super lage hartslag (om en nabij 40) tot het toedienen van een stofje, wat het niveau razend snel opkrikte tot circa 70 waarna mijn echtgenote snel herstelde. Vermoedelijke oorzaak: een bijwerking van een nieuw medicijn om de misselijkheid na haar chemokuur te bestrijden. In de middag kon ik haar weer mee naar huis nemen.

Dan woensdag: de waterschapsverkiezing. Een verkiezing waarbij ik voor het eerst van mijn leven dacht de grootste te kunnen worden. Na twee keer derde plaatsen achter de VVD en het CDA moest dat kunnen. In de peilingen stonden die partijen immers op verlies. De verkiezingscampagne die mijn kandidaten en ik hadden gevoerd was intenser dan ooit. Veel Ons Water kandidaten voerden campagne zoals nooit te voren. Het was echt een nu of nooit. Ondanks ruim zevenduizend meer stemmen (totaal 48774) niet de grootste! Tweede achter de VVD. Vier jaar lang laat je de kiezer wekelijks weten wat je doet. Dat doet niemand anders. Toch lijken kiezers zich vooral te laten verleiden door een stemwijzer die vooral goedkoopte belooft en gebaseerd is op stellingen waarvan de antwoorden niet gebaseerd hoeven te zijn op echt uitvoerbaar beleid of de daden van de afgelopen vier jaar. Ik schreef daar al eens eerder over ‘liegende/dromende politici’. Als je eerlijk bent, is het helder dat de tarieven van de waterschappen de komende tien jaren jaarlijks zullen stijgen met meer dan de inflatie. Dijken moeten verhoogd en versterkt worden en waterbergingen uitgebreid. En in tegenstelling tot dromen kost dat echt geld. Toch zou ik blij moeten kunnen zijn met het feit dat Ons Water en West-Brabant Waterbreed in zeteltal gelijk zijn gebleven en Ons Water nu tweede is geworden.
Er zijn ook lichtpuntjes. Eén daarvan was de uitslag in de gemeente Geertruidenberg. Ik dacht daar gehaat te worden. De discussies rond het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak waren hoog opgelopen toen ik, tegen de ambtelijke adviezen en het gemeentelijke advies in, ging voor dijkverlegging in plaats dijkversterking. Ik werd daar geconfronteerd met een zaal vol boze burgers en een gemeentebestuur, wat op zijn zachts gezegd, niet blij met mij was. Ook de provincie was boos. Ondanks dat scoorde Ons Water in Geertruidenberg bijna 29 % en was daar de grootste en de combinatie met West-Brabant-Waterbreed (mijn fractie van totaal zeven) bijna 40 %. Daar wisten de kiezers de extra inzet voor veiligheid wel te waarderen.   

Gaan voor je principes kan dus wel, maar het is voor politici keer op keer een dilemma. Mijn dilemma toen was enerzijds een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en anderzijds de taak van het waterschap om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Ik schreef uitgebreid over mijn dilemma in Over Water 86. In de BSD nieuwsbrief van 16 april 2017 schreef ik mijn frustratie toen weg in het stukje “Pasen”. Ter voorbereiding van de DB vergadering van toen heb ik mijn motivatie op papier gezet om niet akkoord te gaan met het voorstel aan het DB inzake het voorkeursalternatief Slikpolder. Uiteindelijk volgde het DB op basis hiervan mijn redenering en besloot, bij de keuze van het voorkeursalternatief, bij de Slikpolder te kiezen voor een dijkverlegging. Toen schreef ik: “Als bestuurder wil ik staan voor een waterschap wat zich de waterautoriteit voelt en wilt zijn.” Ik wil nog steeds zo’n bestuurder zijn. Het is alleen jammer dat veel kiezers hun keuze door geheel andere zaken laten bepalen. Websites van de politieke collega’s geven vooral inzage in wat ze ‘willen’ niet wat ze hebben gedaan. Bij Ons Water kan de bezoeker dat, tot tientallen jaren terug, wel zien.

Mij past dank aan de kandidaten van Ons Water, aan al degenen die hen hebben geholpen de kiezers te overtuigen, aan mijn Ank die bijna alle filmpjes monteerde, aan Marcel Mulder die ze heeft opgenomen en aan de ruim 48 duizend stemmers op Ons Water die de gekozenen van Ons Water weer een kans geven zich in te zetten voor de veiligheid van West-Brabant en voor een betere levenskwaliteit van mens, dier en ondernemers in ons werkgebied. DANK!

Donderdag was ook de dag van het verschijnen van Elsevier weekblad, waarin ik uitgebreid aan het woord kom in het voorpagina artikel “De Nederlander is BOOS”.  Mijn deel is het resultaat van een ruim 2,5 uur durend interview door Gertjan van Schoonhoven, die mijn verhaal verwerkt heeft  in het ‘Verhaal van de week’. Ik in een, om met de jaren zeventig termen van ‘een rode rakker’ te spreken, lijfblad van de rechterkant van Nederland. HET MOET NIET GEKKER WORDEN! Toch ben ik tevreden over hoe mijn woorden zijn vertaald in een relatief beknopte tekst en hoe mijn verhaal past in de totaliteit van het artikel. En zelfs een beetje trots op “op internet schrijft Van der Kallen empathische en slimme stukjes over de gelehesjesbeweging”. Dit vat ik op als een compliment: ‘slimme stukjes’ in een rechts blad.

Donderdagavond ben ik naar beeldvorming 1 geweest. De bijeenkomst waar burgers in kunnen spreken. Daar kwamen twee zaken voorbij waarvan ik dacht: ’t kan nie waar zijn!
Bij het onderwerp “stand van zaken Containerterminal” werd duidelijk dat een belangrijk deel van de geluidsoverlast veroorzaakt wordt door een ‘zonk’ in de Vierlinghweg. De spreker namens het bedrijf wat de containerterminal exploiteert, bood zelfs aan dat probleem samen met de gemeente aan te pakken. Inspectie ter plaatse leerde mij dat er wel meer is dan alleen een ‘zonk’. Er ligt een ernstige ‘zonk’ ter hoogte van de parkeerplaats, maar het geheel met klinkers bestrate deel van de Vierlinghweg ligt er aller belabberdst bij. Observatie leerde dat iedere passerende vrachtwagen, zeker die onbeladen waren, een hels kabaal gaf op dat deel van de weg. Ook op het geasfalteerde deel werd veel geluidsoverlast veroorzaakt door de oneffenheden in het wegdek, vooral die veroorzaakt waren door de aanwezigheid van rioolputten. Van mij krijgt de gemeente, die hier de wegbeheerder is, een dikke onvoldoende. Een ondernemer die van de klachten af wil en feitelijk voorstelt om een deel van de taak van de gemeente over te nemen en de ‘zonk’ weg te werken verdient alle lof. Hij krijgt keer op keer de schuld van de geluidsoverlast, terwijl een belangrijk deel daarvan veroorzaakt wordt door het zeer slechte weg onderhoud door de gemeente. ’t Kan nie waar zijn!
Het tweede ’t kan nie waar zijn moment was een inspreekster, die sprak over de problemen rond de verkeersafwikkeling kruising Markiezaatsweg/ Zuiderdreef. Ze omschreef de problemen op die kruising als het druk was, zoals tijdens de spitsmomenten, en dat het haast onmogelijk was de Markiezaatsweg op te komen. Waar blijven de verkeerslichten??? De palen om ze aan te bevestigen staan er al vele jaren. Maar geen verkeerslichten. Wel veel voorkomende verkeersonverdraagzaamheid en verkeersagressie. Ze had bij de gemeenteraadsverkiezing speciaal gestemd op de partij (GBWP) die in het verkiezingsprogramma had beloofd “verkeerslichten Zuiderdreef/Markiezaatsweg realiseren”. Nu die partij met maar liefst 2 wethouders in het college zat verwachtte ze wel actie. Dat verkiezingsprogramma en de aanwezige bevestigingspalen hadden bij kopers van huizen en gronden verwachtingen gewekt, die niet bewaarheid werden.  ’t Kan nie waar zijn! Een ondernemer die het werk van een falende gemeente gaat doen en een bewoonster die de politiek fijntjes herinnert aan verkiezingsbeloften en gewekte verwachtingen. Ons vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven maak hiermee geen beste beurt.

Een krankzinnige week!

Louis van der Kallen

 


DE SLUIS BIJ BENEDENSAS

 

 


| jaar 2 | nr. 049 | 20-03-2019 |

| DE SLUIS BIJ BENEDENSAS | 

(geluid aanzetten in video).

Het sluiscomplex Benedensas is een parel in de kroon van het waterschap Brabantse Delta en dat moet zo blijven.

 


 

 

DE DRIE POLDERS

 

 


| jaar 2 | nr. 048 | 19-03-2019 |

| DE DRIE POLDERS | 

(geluid aanzetten in video).

Over Marc Augustijn, de sportvisserij en het gemaal de Drie Polders dat ten behoeve van de landbouw de polders ten westen van Ossendrecht bemaalt.

 


 

 

STRIJBEEKSE HEIDE

 

 


| jaar 2 | nr. 047 | 18-03-2019 |

| STRIJBEEKSE HEIDE | 

(geluid aanzetten in video).

De Strijbeekse Heide is een prachtig natuur gebied op de hoge zandgronden in de gemeente Alphen-Chaam.

 


 

 

BIJLOOP – PANNENHOEF

 


| jaar 2 | nr. 046 | 17-03-2019 |

| BIJLOOP – PANNENHOEF | 

(geluid aanzetten in video).

De Bijloop in het natuurgebied de Pannenhoef ligt op de grens van de gemeenten Etten-Leur en Zundert.

 


 

 

LOONSCHE EN DRUNENSE DUINEN

 


| jaar 2 | nr. 045 | 17-03-2019 |

| LOONSCHE EN DRUNENSE DUINEN | 

(geluid aanzetten in video).

De Loonsche en Drunense duinen zijn het enige nationale park in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta.

 


 

 

AYDIN AKKAYA

 


| jaar 2 | nr. 044 | 16-03-2019 |

| AYDIN AKKAYA | 

(geluid aanzetten in video).

Aydin Akkaya die op geheel eigen wijze zijn motivatie onder woorden brengt en de kiezer bij de waterschapsverkiezingen oproept op hem te stemmen.

 


 

 

GEMAAL KEIZERSVEER

 


| jaar 2 | nr. 043 | 16-03-2019 |

| GEMAAL KEIZERSVEER | 

(geluid aanzetten in video).

Gemalen zoals Keizersveer stellen het waterschap in staat te zorgen voor de juiste peilen voor de landbouw en natuur.