OVER WATER – 156: DE UNIE BELASTINGVOORSTELLEN

 

| 29-09-2018 | 09.20 uur |


 

OVER WATER – 156: DE UNIE BELASTINGVOORSTELLEN

 

In de afgelopen Algemene Bestuursvergadering van het waterschap Brabantse Delta zijn de Unie voorstellen voor een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen besproken. Daar heb ik namens mijn fractie Ons Water / Waterbreed het woord gevoerd over dit voorstel.

Mijn verwoording van de gevoelens van onze zevenkoppige fractie viel in goede aarde bij het overgrote deel van de vergadering. Er is grote waardering voor de inspanningen van de CAB commissie van de Unie. Anderzijds is er verbijstering over de rigoureuze voorstellen. Ik schreef eerder over de effecten voor de tarieven. De effecten voor met name de tarieven voor ongebouwd (de landbouw en de natuurterreinen) en voor meer-persoonshuishoudens zijn zo gigantisch, dat ze niet alleen onacceptabel zijn, maar vooral niet passend zijn in onze traditie van geleidelijkheid en het zoeken van een breed draagvlak, veelal gevonden in een goed compromis.

Het uit 2014 stammende OESO-rapport “Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?” was het startpunt van onderzoek naar een aanpassing van het belastingstelsel, waarin werd geconcludeerd dat de organisatie van het Nederlandse waterbeheer goed is geregeld, maar dat het schort aan waterbewustzijn bij de bevolking. De OESO deed de suggestie om economische prikkels in te voeren door vervuilers/gebruikers meer te laten betalen. Ik stelde toen naar aanleiding van dat OESO rapport in een brief aan het Dagelijks Bestuur van het waterschap Brabantse Delta een hele reeks van vragen. Ik waardeer het meedenken van OESO deskundigen, maar Nederland is een geval apart. Nederland en haar inwoners hebben een lange geschiedenis met de strijd tegen en het beheer van water. Niet dat wij de wijsheid in pacht hebben, maar deze geschiedenis met het water heeft ons gebracht waar we nu zijn en ligt ten grondslag aan hoe we de heffingen geregeld hebben. In Over Water 136 schreef ik over de heffingssystemen en tariefstructuur uit het midden van de negentiende eeuw. 170 jaar geleden was bijvoorbeeld de heffingsverhouding tussen landbouwgronden en natuurgronden bijna dezelfde als nu. Mijn slotvraag in dat artikel was: “Hebben we het al die tijd fout gedaan of is het aanhangen van het kostenveroorzakingsprincipe een rimpeling in de tijd, een modeverschijnsel? Ik voel meer voor het profijtbeginsel in combinatie met het draagkrachtbeginsel.”

Nu is de knuppel, met het CAB voorstel, in het hoenderhok gegooid. Was dat nodig en is het dienstbaar? De hoenders waren rustig. De eieren werden op tijd gelegd. Er werd op tijd op stok en van stok gegaan en de haan (de belastingontvanger) kwam ook aan zijn trekken. Voor mijn gevoel is de spreekwoordelijke knuppel nu een vos met streken, die tot het hok is doorgedrongen. Hoe groot wordt de schade aan de bestuurlijke verhoudingen als iedereen alleen gaat kijken naar zijn belang of het belang van de belastingbetalers die hij of zij vertegenwoordigt? De ingezetenen voor de ingezetenen, het ongebouwd voor de boeren, het bedrijfsgebouwd voor de lozende bedrijven en de vertegenwoordiger voor natuurterreinen voor de terreinbeheerders. Weg de traditie van het ‘polderen’. Ik ben bang dat de pleiters voor het opheffen van de waterschappen straks door het onderlinge gekrakeel nieuwe munitie krijgen voor hernieuwing van de opheffingdiscussie. In het vergroten van de ‘schuifruimte’ bij een toekomstige kostenverdeling, ter mogelijke compensatie van de enorme tariefverschuivingen, zie ik niets goeds. Dit kan leiden tot een verdere politisering van de waterschapsbesturen en onwerkbare bestuurlijke verhoudingen.  

Zijn de huidige belastingsystemen zo verkeerd dat ze enorme aanpassingen noodzakelijk maken? Op de weeffout na, denk ik het niet. Ja, ze zijn voor de leek moeilijk te begrijpen. Maar ook de nieuwe systemen zijn vrijwel onuitlegbaar. De CAB voorstellen zijn, in mijn ogen, een nucleair explosief dat op scherp is gesteld. Nucleair omdat het de goede onderlinge verhoudingen die door eeuwen ‘polderen’ zijn opgebouwd volledig kan vernietigen. Iedereen begrijpt de uitgangspunten van de OESO en onderschrijft die tot op zekere hoogte. Maar de rigoureuze vertaling naar de CAB voorstellen dreigen veel kapot te maken.

Wij Nederlanders hebben in eeuwen zelforganisatie van het waterbeheer, met begrip voor elkaars belangen, iets moois en werkbaars opgebouwd. Laten we dat koesteren en verder gaan in het met kleine stapjes verbeteren van de water- en belastingsystemen die wij hebben. Het is goed dat de OESO leerpunten heeft aangereikt. Maar laten we vasthouden aan onze traditie van veranderingen in geleidelijkheid en op basis van het profijtbeginsel gecombineerd met het draagkrachtbeginsel.

Louis van der Kallen

 


IN MEMORIAM PETER FRANKEN

 


| jaar 1 | nr. 002 | 29-08-2018 |

 

(geluid aanzetten in video)

 


 

 

OVER WATER – 155: GELEZEN LOKALE/REGIONALE BOEKEN OVER WATER

 

| 22-09-2018 | 20.30 uur |


 

OVER WATER – 155: GELEZEN LOKALE/REGIONALE BOEKEN OVER WATER

 

Het boekje “Beken in Brabant” uitgegeven in 1976/1977 door de BMF. Het boekje beschrijft 232 beken in Noord-Brabant en wat voor moois aan planten en dieren daar allemaal te vinden was. Het boekje is uitgegeven in een periode dat het ‘normaliseren’ van rivieren en beken nog hoog op de agenda stond van de waterschappen. Zo ook van de Oude Leij bij Goirle. Omdat ik als portefeuillehouder jarenlang betrokken ben geweest om de Oude Leij, stukje bij beetje, weer te laten meanderen en terug te brengen naar zijn oude natuurlijke staat, werd ik getroffen door een protestgedicht in dit boekje van de BMF. Een protest dat zich met veel gevoel voor wat werkelijk belangrijk is voor de natuur en de mens opriep tot verzet tegen de normalisatie van toen. De dichter had gewoon gelijk! Het gedicht, eerder op 28 april 1976 gepubliceerd in Goirles Belang, wil ik de lezer van nu niet onthouden. Het is een galmende echo uit het verleden, die bestuurders van nu aan het denken moeten zetten. Luisteren naar betrokken burgers kan echt iets toevoegen. Als er toen beter geluisterd was naar de dichter van dit gedicht, was er veel geld bespaard en prachtige natuur behouden gebleven.

Protest

Wè moet ik zeggen?
Wè moet ik schrééve?
over onze oude goeie Leij?
hoe of ze duzend jaoren stromde?
hoe ze zich vurmde? frank en vrij?
hoe of ik spulde op de oevers?
hoe of ik vreej daor op de kaant?
hoe of ik zong mee hil m’n harte?
daorover spreken is toch schaand?

Wè moet ik zeggen?
Wè moet ik schrééve?
over onze oude goeie Leij?
hoe of de veugeltjes daor wonde?
hoe of ’t er was, elk jaorgetij?
hoe of ik dokkelde dur kaaw fris waoter?
hoe ik kletsend op diejen spiegel sloeg?
hoe of de wend daor wild kos waaien?
of ’s wenters in de boome kloeg?

Wè moet ik zeggen?
Wè moet ik schrééve?
over onze oude goeie Leij?
Gon ze daor naaw’ne sloot vur graove?
dan irst toch over ’t lijk van mij
moette daor naaw nog vur protesteren?
over dè heel klein bietje landschapsschoon?
gon ze dè naaw ok nog triest vermóóren?
gif moordenéérs ’t verdiende lóón!

Mééne mond wordt gif
als ik zoiets moet heuren.
Over onze oude goeie Leij!
Blèèf mee eow tengels van ons rivierke,
verbraand mar vlug oew schrijfgerei!
Wit wel, we hebben harde koppen!
We vechten gèère als ’t moet!
Ons oude Leij zal blèève strome
en iedere kronkel is ons eige goed!!!

(VABO)

Bij navraag is gebleken dat VABO de in 1996 overleden Wim van Boxtel was. Helaas heeft hij niet mogen mee maken dat de “moordenéérs” van zijn Oude Leij tot inkeer zijn gekomen en het herstel is gestart. Er is nog herstelwerk te doen. Maar als iedereen wil kan, in goede samenwerking tussen de gemeenten Goirle en Tilburg en het waterschap Brabantse Delta, de gehele Oude Leij hersteld worden. VABO zou dan tevreden kunnen zijn.

  • Het boekje “Herdenking Watersnood 1953-2003”, uitgeven door de Stichting Heemkunde Moerdijk. Het boekje bevat veel foto’s en persoonlijke verhalen van de watersnood van Karel van der Burgh, L.J.J. Visseren-Zwaanshoek, Gom van Geel, To van Leest, Koosje Kortsmit, C.M. Kortsmit en Mina Weda. De persoonlijk verhalen geven een bijzondere inkijk wat de watersnoodramp voor betekenis heeft gehad op het leven van gewone mensen.
  • “Tussen Haringvliet en Grevelingen”. Een uitgifte in 2004 van de Vereniging voor Natuur – en Landschapsbescherming Goeree-Overflakkee ter gelegenheid van het 25 jarig jubileum. Het is een echt vogelboek. Andere natuur komt slechts zijdelings aan bod. De inhoud van het hoofdstuk over de Krammerse Slikken zal voor de bezoeker aan het Volkerak heel herkenbaar overkomen. Mijn beleving/waarneming van de slikken aan onze kant van het Volkerak zijn soortgelijk. Voor de vogelliefhebbers een boek om te hebben.
  • “Suiker plakt”. Een uitgifte in 1994 ter gelegenheid van het 75 jarig bestaan van CSM Suiker.
    Ik heb vijf jaar (1965/1970) gewerkt op het proefbedrijf van de zaadkwekerij ‘van der Have’ in de Frederikapolder te Rilland. In het najaar bepaalde ik aan duizenden monsters van bieten, afkomstige van de proefvelden, het gehalte aan suiker, kalium, natrium en stikstof. Ik heb dus wel iets met suiker. Ik moet tot op de dag van vandaag dan ook niets hebben van kunstmatige zoetstoffen. Er gaat niets boven het echte spul: suiker! Het boek is voor mij als Bergenaar en West-Brabander een plezier om te lezen. De Bibliografie begint met “Asselbergs, C.J. e.a., Suikerfabriek-suikerraffinaderij “Wittouck” 1872-1952. Maar ook het besef dat er in 1870 in Nederland 22 suikerfabrieken stonden, waarvan maar liefs 16 in West-Brabant. Het boek laat zien dat West-Brabant het ‘echte’ centrum is van de Nederlandse suikerwereld. Een prachtig boek met veel stoere stemmige bruine foto’s van vooral een mannenwereld.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 154: GELEZEN

 

| 15-09-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER – 154: GELEZEN

 

“Het bedwongen bos” met als subtitel “Nederlanders & hun natuur”, geschreven door Dik van der Meulen, uitgegeven in 2009 door uitgeverij SUN. “Het bedwongen bos” gaat over de opzienbarende veranderingen in het doen en denken van de Nederlanders. Het boek geeft een prachtige inkijk in ons denken en doen over en met de bossen in onze omgeving. Het meest sprak mij hoofdstuk 5 “het polderbos” aan. Niet alleen omdat het Mastbos een paar keer in de tekst voorbij komt, maar ook vanwege een enkel Duits gezegde in het boek, wat alles zegt:

  • Het woud verplegen
    Brengt aan allen zegen

Reeds in 1898 publiceerde A.J. van Schermbeek een boek “Het bosch” waarin hij pleitte voor de aanleg van gemengde bossen, waar de natuur zichzelf regelde. In 1889 begon hij als bosbouwer in de domeinbossen bij Breda en creëerde daar een rendabele houtvesterij door zijn theorie over de ontwikkeling van gezonde gemengde bossen in praktijk te brengen. Helaas pas 120 jaar later komt er provinciaal beleid om middels verloving van de bossen in Noord-Brabant de weerbaarheid van de bossen te verbeteren.

In “Het bedwongen bos” is het volgende citaat uit “Het bosch” opgenomen: “Een ieder die zich met het Nederlandsche bosch bezig houdt moet doordrongen zijn van de noodzakelijkheid in het boschbedrijf zooveel mogelijk de natuurkracht te laten werken, dan alleen zal aan voortduring van het bedrijf te denken zijn; terwijl elke moedwillige verkrachting van de natuur straffend op het bedrijf zelf terugwerkt.”. Immers in een goed verpleegd hakhoutbos is alles in evenwicht, was de boodschap. Ik raad iedereen die iets met het beheer van onze bossen te maken heeft “Het bedwongen bos” te (her)lezen.

Soms kom je geheel onverwachts een waterparel tegen in een stapel oude boeken,  die voor de boekenmarkt van de protestante kerk bestemd was. “Water belang in Ossendrecht”, geschreven door P.J. van den Bussche, tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van heemkundekring “Het Zuiderkwartier”. Het boekwerk behandelt het waterbeheer, (drink)waterwinning en (drink)watervoorziening in de delen van wat nu de gemeente Woensdrecht is. De kaarten, de informatie en foto’s bieden veel waterbeelden over wat we nu duiden als de Brabantse Wal. 

Een ander boek dat ik met veel plezier gelezen heb is “Douane te water”, “de geschiedenis van een vergeten dienst”, samengesteld door Geert Nieman en Anne-Marieke van Schaik, in 2006 uitgegeven door Barjesteh van Waalwijk van Doorn & Co’s.  Het was leuk te lezen dat van 1876 tot 1887 Willemstad in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta de thuishaven was van een zeilvaartuig dat in dienst van de douane de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Stromen bevoer ter bestrijding van illegale praktijken en ter vulling van de rijkskassen.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 153: “GEEN PANIEK”

 

| 08-09-2018 | 07.30 uur |


 

OVER WATER – 153: “GEEN PANIEK”

 

In de september editie van “Het waterschap”, het officiële orgaan van de Unie van Waterschappen stond dit keer het ‘klimaat’ centraal. De inhoud van het artikel met de kop “Geen paniek” verbaasde mij zeer. Niet dat ik ‘paniek’ over de zeespiegelstijging wil promoten, maar lezing van dat artikel kan bij politici en bestuurders toch het gevoel voor de noodzakelijke urgentie van de aanpak van die zeespiegelstijging en de voorbereiding daarop, door versterking van onze waterkeringen en de strijd tegen verzilting, aantasten.

De accent tekst: “Gevoelsmatig denk ik dat we ook drie meter stijging wel aankunnen in Nederland”, kan een onterecht gevoel geven van ze lossen het tegen die tijd wel op. Ook de onder het kopje “Grootse daden” genoemde zaken, zoals het klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse klimaatwet, wekken de indruk dat we het lek wel boven hebben. Dat is mijn inziens geenszins het geval. Die ‘afspraken’ zijn vooralsnog slechts doekjes voor het bloeden, boterzacht en pakken de problemen niet echt aan. In het meest gunstige geval is er slechts sprake van enige vertraging. Maar de Trumps van deze wereld hebben geen oog voor de noden van toekomstige generaties of voor de toekomst van de laag gelegen gebieden en de bewoners daarvan. Wetenschappelijke dromers die dromen dat ‘de mensheid tot grootse daden in staat is’ en daar hun hoop op vestigen ondermijnen de, mijn inziens, noodzakelijke urgentiegedachte. 

De doelstelling van klimaatmaatregelen moet niet zijn beperking van de stijging van de CO2 concentratie in de atmosfeer, maar terugdringing! Van de inhoud van “Het Waterschap” verwacht ik dat zij een bijdrage levert aan dat bewustzijn. Wat ik ook verwacht van “Het Waterschap” en van de Unie van Waterschappen is een permanente inzet op de voorbereiding op de hogere zeespiegel en de daardoor toenemende verzilting. Voor en in heel Nederland! Die voorbereiding vereist een aanpak nu, gericht op de slechtste scenario’s.  Dus niet praten over “langs de kust een metertje er bovenop”, maar een echte aanpak. In het orgaan van de Unie van Waterschappen verwacht ik ook niet een soort van start van een discussie over lagere beschermingsniveaus. Laat staan een discussie waarin de suggestie zit de Waddeneilanden op te geven omdat “de verhouding tussen de kosten en de beschermende baten hier natuurlijk wel heel anders is dan langs de Hollandse kust.” Dit komt mij voor als elitaire Randstad praat. Nog even en Friesland of Zeeland, waar slechts 300.000 mensen wonen, worden door dit soort schrijvers en wetenschappers opgegeven.

Dit soort artikelen in het orgaan van de Unie van Waterschappen kunnen de indruk wekken dat de Unie de inhoud van dergelijke artikelen onderschrijft. Nu is het al zo dat de Randstad een hoger beschermingsniveau kent dan ‘perifeer’ Nederland. Maar het moet niet gekker worden!  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 152: DE PRIJS VAN CO2 EN HET PAS PROJECT WESTELIJKE LANGSTRAAT

 

| 01-09-2018 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 152: DE PRIJS VAN CO2 EN HET PAS PROJECT WESTELIJKE LANGSTRAAT

 

De prijs van CO2

De prijs van de CO2 heffing in het ETS-systeem was deze week veel in het nieuws. De afgelopen jaren ging de  discussie over een te lage prijs, die niet effectief genoeg was om CO2 uitstoot te reduceren en daarom in het huidige regeerakkoord verhoogd wordt.

Na een stevige stijging in de afgelopen maand is de vraag wat de effecten van een hoge CO2-prijs zijn? Hierover werd de afgelopen week geschreven in zowel het FD als de NRC. De NRC kop was “uitstoten gaat nu echt geld kosten”. De stijging komt vooral omdat de Europese Commissie het mes gaat zetten in de ‘rechten’ die geveild mogen worden. In het regeerakkoord is een minimumprijs genoemd van € 18 per één ton CO2 uitstoot, het FD noemt een prijs van € 50 “excessief”. In de NRC wordt een noodzakelijke prijs van 40 dollar in 2020 genoemd om in de richting te komen van de 2 graden die afgesproken is in het klimaatakkoord van Parijs en 50 tot 100 dollar in 2050. De kosten van de uitstootrechten worden uiteindelijk doorberekend aan de consument, die hiervan de koopkrachteffecten zal gaan ondervinden. Het gaat iedereen veel geld kosten, tenzij de opbrengsten uit de verkoop van uitstootrechten als dividend uitgekeerd zouden worden aan de burgers of andere belastinginkomsten evenredig zouden dalen. De opbrengsten zouden ook één op één gebruikt kunnen worden om de investeringen aan de eigen woning te doen die noodzakelijk zijn om de uitstoot te beperken.

Er zijn ook andere manieren om het CO2 probleem aan te pakken. Ik schreef daar eerder in Over Water 149 over. Bijvoorbeeld het gebruik van het mineraal olivijn, een magnesium-ijzersilicaat. Olivijn reageert snel met het CO2 in de atmosfeer. De eindproducten van de reactie zijn, afhankelijk van de samenstelling van het olivijn, magnesiumcarbonaat, siliciumoxide (zand) en ijzeroxide. Door op grote schaal olivijn te vermalen en het maalsel uit te strooien, bijvoorbeeld op onze stranden, wordt CO2 uit de lucht gehaald. De opbrengst van de CO2 heffing zou gebruikt kunnen worden om effectief en op grote schaal CO2 uit de lucht te halen door olivijn te vermalen en uit te strooien. We kunnen er onze kustverdediging mee versterken of gronden ophogen en tegelijkertijd de CO2 reductie doelstellingen van Parijs halen. Er is wel een neveneffect. Onze stranden worden dan groen. Dat is even wennen maar we zijn wel toe aan een ‘vergroening’ van onze samenleving. Wilt u als burger al aan de slag met uw eigen CO2 reductie? Olivijn is in Nederland verkrijgbaar bij GreenSand.

Het PAS project Westelijke Langstraat e.o.

Afgelopen week bezocht een informatie bijeenkomst over het Natura 2000 en PAS project Westelijke Langstraat in de Bloemenboerderij “de Langendam” te Waspik.

De natuur in Brabant heeft te lijden onder een teveel aan stikstof. Dit wordt vooral veroorzaakt door de industrie, verkeer en door landbouwactiviteiten. Noord-Brabant wil graag mooie natuur en een sterke, zich zelf ontwikkelende economie. Meer economische ontwikkeling betekent echter ook meer stikstofuitstoot. Dit is niet goed voor de natuur. Natura 2000-gebieden, zoals de Westelijke Langstraat, hebben veel last van teveel stikstof. De provincie Noord-Brabant heeft daarom een PAS project voor Noord-Brabant gestart waar de Westelijke Langstraat een onderdeel van is. 

De Westelijke Langstraat is een bijzonder en waardevol landschap tussen Waalwijk en Waspik met veel natuur en cultuurhistorie. Als gevolg van afgraven van het veen ontstond er een landschap met sloten en bewerkbare grond. Dit is het zogeheten ‘Slagenlandschap’ met lange smalle percelen omringd met elzenhagen. Een gebied waar het fijn wonen en werken is.

Verdroging en vervuiling door stikstof tasten de natuur in de Westelijke Langstraat aan. Daarom heeft de provincie Noord-Brabant het initiatief genomen om samen met Waterschap Brabantse Delta, Staatsbosbeheer en de gemeente Waalwijk de komende jaren nieuwe natuur te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat de bestaande natuurwaarden behouden blijven. Hiervoor worden onder andere landbouwpercelen omgevormd naar natuur. Cultuurhistorie, recreatie en landbouw krijgen ook ruime aandacht binnen het project. Accenten in dit project zijn kranswierwateren en blauwgraslanden.

In mijn perioden als DB lid was ik portefeuillehouder voor het project Westelijke Langstraat. Ik was dan ook zeer benieuwd hoe het project, nu het steeds meer in de uitvoeringsfase komt, vorm wordt gegeven. De informatie bijeenkomst gehouden in het gebied en op een inspirerende locatie stelde mij niet teleur. De twee inloopbijeenkomsten werden goed bezocht en alle betrokken organisaties waren goed vertegenwoordigd. Het waterschap combineert het PAS project met het ook toekomstbestendig maken van de waterhuishouding door het aanpassen van de waterhuishouding in het omliggende gebied.

Natuurlijk keek ik vooral naar de vertegenwoordiging van het waterschap goed herkenbaar, inclusief roze stropdas, die correspondeerde met de roze pijlen op de projectkaart. 

Louis van der Kallen

 


STAND VAN ZAKEN KRW DOELEN, KENMERK W 18005

 


Bergen op Zoom, 28 augustus 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Stand van zaken KRW doelen, kenmerk W 18005

 

Geacht dagelijks bestuur,

In januari 2016 is verschenen de beleidsstudie “Waterkwaliteit nu en in de toekomst met als subtitel eindrapport ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water” ( http://www.pbl.nl/publicaties/waterkwaliteit-nu-en-in-de-toekomst), uitgegeven door het Planbureau voor de Leefomgeving. De hoofdconclusie was:  “Met de huidige plannen verbetert de waterkwaliteit in veel wateren wel, maar niet voldoende. Om de KRW-doelen te halen is extra inzet nodig van het Rijk, de waterbeheerders en agrariërs.” In voornoemde beleidsstudie zijn een aantal stoffen van opkomende zorg benoemd en de stand van zaken qua kennis en te noemen beleidsinitiatieven.

Geneesmiddelen:  “EC komt met voorstel in 2017. NL: ketenakkoord ‘geneesmiddelen en milieu’ is in  voorbereiding”.

Microplastics:  “RIVM stelt in 2015 een review background document op. EU: Kaderrichtlijn Marien (KRM) NL: ketenakkoord ‘primaire microplastics in cosmetica’ Aanpak van microplastics wordt door NL (voorzitter van de EC 2016) op de agenda gezet.”

Nanodeeltjes: “Beleid ontbreekt. EC komt in 2015 met voorstel om de Europese Stoffenrichtlijn (REACH) aan te passen.”

  • Wat is de stand van kennis en kennisopbouw rond voornoemde ‘stoffen van zorg’ binnen de beleidsbepalende instanties?
  • Neemt het waterschap Brabantse Delta deel aan projecten ter bevordering of opbouw van kennis ten aanzien van voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, op welke wijze?
  • Is er, binnen het waterschap Brabantse Delta, het Rijk, de provincie Noord-Brabant of de EU beleid gevormd of openbaar bekend in voorbereiding rond voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, wat is dan dat beleid?

In hoofdstuk 6 werden mogelijke beleidstrajecten naar 2021 aangegeven, zoals:

–         Doelen aanpassen. “Een eerste stap kan zijn dat waterbeheerders de doelen aanpassen. ‘Doelaanpassing’ is een term uit de KRW en geldt voor waterlichamen waarvoor nieuwe (wetenschappelijke) inzichten zijn over de effecten van maatregelen. Waterbeheerders mogen de doelen aanpassen binnen de richtlijnen van de KRW (artikel 4.3) zonder dat daarbij een uitgebreide verantwoordingsprocedure hoeft te worden doorlopen.”

–         Aanvullende maatregelen. “Als (na een eventuele doelaanpassing) de verwachting is dat het doel in 2027 nog steeds niet wordt gehaald, dient te worden gezocht naar mogelijkheden voor extra maatregelen. Om de ecologische doelen dichterbij te brengen, moeten de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen omlaag. Voor het verminderen van deze emissies is een combinatie van generiek bronbeleid en gebiedsgerichte maatregelen het meest geschikt. Dit vergt een verdergaande integratie van het mest- en gewasbeschermingsbeleid en het waterbeleid dan nu het geval is. De effectiviteit van maatregelen is afhankelijk van de regionale situatie. Daarom moeten waterbeheerders en andere belanghebbenden in de regio gezamenlijk op zoek gaan naar een maatregelenpakket dat voor de betreffende regio het meest geschikt is.” “Maatregelen gerelateerd aan de landbouw kunnen worden opgepakt in samenhang met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Op deze wijze kan een zo groot mogelijke acceptatie door agrariërs worden bereikt, en kan worden aangesloten bij initiatieven vanuit de agrarische praktijk. Voor de financiering kunnen ook gelden uit het POP3/GLB worden gebruikt.”

–         Doelen verlagen. “In gebieden waar de huidige KRW-doelen niet te combineren blijken te zijn met andere functies en doelen, zal expliciet moeten worden gekozen tussen het accepteren van de beperkingen op andere functies en het nemen van de benodigde extra maatregelen om de huidige KRW-doelen te halen, of het verlagen van de ambities voor de KRW als het belang van de andere functie(s) te groot wordt geacht. Ook waar extra maatregelen mogelijk zijn, kunnen deze toch als niet haalbaar worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat de kosten onevenredig hoog worden gevonden of omdat grote groepen mensen de maatregelen onacceptabel vinden. Wanneer wordt besloten om doelen en maatregelen niet met elkaar in overeenstemming te brengen, moeten waterbeheerders de doelen naar beneden bijstellen.” Dit vergt volgens artikel 4.5 van de KRW wel een uitgebreide verantwoordingsprocedure tegenover de Europese Commissie.

  • Is ons waterschap c.q. uw DB in het licht van de realisering van de KRW doelen voorbereidend bezig met de mogelijke aanpassing van de doelen, mogelijk aanvullende maatregelen of met de mogelijkheid de doelen te verlagen? 
  • Zo ja, op welke wijze en wanneer wordt het AB hierbij betrokken?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


OVER WATER – 151: WATERKENNIS KAN OOK VAN OVER DE GRENS KOMEN

 

| 25-08-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 151: WATERKENNIS KAN OOK VAN OVER DE GRENS KOMEN

 

Veel Nederlandse politici en bestuurders denken dat, als het over waterbeheer gaat, wij het goed voor elkaar hebben. Maar is dat ook zo? Of doen we graag aan borstklopperij, terwijl wij nog heel wat op kunnen steken van waterkennis en ontwikkelingen in het buitenland.

Dichtbij voor mij zijn de Zuidelijke Nederlanden, ook wel België genoemd. Handig ook, de taal is daarbij geen handicap. Het gewest Vlaanderen kent een Departement Omgeving met een website die voor een waterschapbestuurder of een gemeentebestuurder zeer leerzame informatie bevat. En voor een Nederlandse provinciale bestuurder of Tweede Kamerlid ook leerzame ideeën voor nieuwe wetgeving. Al is het maar om te beseffen dat we ook van die Zuidelijke Nederlanders misschien iets kunnen leren.

Het lezen zeker waard is een verordening ‘Hemelwater’ een “Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor hemelwaterputten, INFILTRATIE- EN BUFFERVOORZIENINGEN”. Het waarom van deze verordening wordt als volgt omschreven: “Wateroverlast wordt vaak veroorzaakt doordat de riolering de plotse en massale toevloed van regenwater na een felle regenbui niet kan verwerken. Deze stedenbouwkundige verordening legt elke verbouwer een aantal maatregelen op om te voorkomen dat regenwater onmiddellijk afgevoerd wordt. Vanaf 29 september 2016 moet elk op te richten gebouw, constructie of aan te leggen verharding groter van 40 m² aan de normen van de verordening voldoen, ook als deze vrijgesteld is van stedenbouwkundige vergunningsplicht. De plaatsing van een infiltratievoorziening is dan verplicht als het goed (perceel) groter is dan 250 m².
Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden. Let op: Deze verordening is geldig in het hele Vlaamse gewest. Provincies en gemeenten kunnen strengere regels afvaardigen voor hun grondgebied. Contacteer dus uw gemeente en provincie”.

De verordening ‘Hemelwater’ bevat een aantal artikelen die ook in de Nederlandse situatie heel behulpzaam kunnen zijn in de vormgeving van het waterbeheer en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress.

Als voorbeeld artikel 9:

  • 1. Bij nieuwbouw of herbouw van eengezinswoningen is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten met een totale minimale inhoud van 5 000 liter verplicht. Bij nieuwbouw of herbouw van gebouwen groter dan 100 vierkante meter, andere dan eengezinswoningen, is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht. Het volume van de hemelwaterput bedraagt minimaal 50 liter per vierkante meter horizontale dakoppervlakte, afgerond naar het hogere duizendtal, met een maximale inhoud van 10 000 liter, tenzij gemotiveerd aangetoond kan worden dat een groter nuttig hergebruik mogelijk is of zal zijn.
  • 2. De hemelwaterputten worden uitgerust met een operationele pompinstallatie en een of meerdere aftappunten die het gebruik van het opgevangen hemelwater mogelijk maken, tenzij de aftappunten gravitair gevoed kunnen worden.

De noodoverloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening of een buffervoorziening als die aanwezig of verplicht is overeenkomstig dit besluit.

Gebouwen die volledig voorzien zijn van een groendak hoeven geen hemelwaterput te plaatsen. Delen van gebouwen die voorzien zijn van een groendak, hoeven niet aangesloten te worden op de hemelwaterput en hoeven niet in rekening gebracht te worden bij de berekening van de minimale inhoud van de regenwaterput.

Een dergelijk artikel kan ook in de Nederlandse situatie een hoop waterbeheersingsproblemen voorkomen en zelfs oplossen. Met deze verordening en vooral met dit artikel geven onze zuiderburen een richting aan, die ook in Nederland in de regelgeving gevolgd zou dienen te worden!

Maar de website van het departement omgeving geeft ook simpele handvatten over wanneer de verordening van toepassing is.

Bijvoorbeeld bij stedenbouwkundige handelingen:
Op basis van deze vraag wordt bepaald of de hemelwaterverordening van toepassing is. U kunt een of meer hokjes aankruisen.
O  – de bouw, herbouw of uitbreiding van overdekte constructies waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg, heraanleg of uitbreiding van verhardingen waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg van een afwatering voor de constructies of de verhardingen, vermeld bij de twee bovenstaande aankruishokjes, waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – geen van de bovenstaande mogelijkheden

Of bij het verkavelen van gronden:
Op basis van deze vraag wordt bepaald of de hemelwaterverordening van toepassing is. U kunt een of meer hokjes aankruisen.
O  – de aanleg, heraanleg of uitbreiding van verhardingen waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg van een afwatering voor de verhardingen, vermeld in het bovenstaande hokje, waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – geen van de bovenstaande mogelijkheden

Voor mij is de verordening ‘Hemelwater’ van het Gewest Vlaanderen een in Nederland na te volgen stukje wetgeving. Dit soort wetgeving kan een bijdrage leveren aan de steeds noodzakelijker wordende toekomstige vormgeving van het waterbeheer en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress.

Nodig is een overheid die bereid is wetgeving te ontwikkelen en te implementeren en bereid is de bevolking uit te leggen dat oplossingen van hedendaagse en toekomstige problemen inspanningen en geld kosten. Kortom: ophouden met oplossingen voor ons uitschuiven en verantwoordelijkheid nu nemen. Ook als dit geld kost en het opleggen van verplichtingen noodzakelijk is. 

Louis van der Kallen

 


DE WEERBAARHEID VAN DE BOSSEN IN ONS WERKGEBIED, KENMERK 18004

 


Bergen op Zoom, 18 augustus 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:     De weerbaarheid van de bossen in ons werkgebied, kenmerk 18004
  

Geacht Dagelijks bestuur,

Er is bijna zes miljoen euro van de provincie en de Europese Unie beschikbaar voor het herstel van de Brabantse bossen. Maar niet voor ons (West-Brabant). Alleen op landgoed De Luchtenburg, nabij Ulvenhout, worden 6.000 van de één miljoen nieuwe bomen in Noord-Brabant geplant. De rest gaat naar Oost- en Midden-Brabant. Er zijn wel plannen voor de Brabantse Wal (162.000) bomen, maar deze grond is nog te ‘goed’.

De te planten loofbomen zijn bodemverbeteraars. De linde, de hazelaar, haagbeuken en fladderiepen gaan geplant worden. Juist de fladderiep zou een mooie aanvulling zijn voor ons gebied. Omdat de iepenspintkevers deze iepsoort nauwelijks aantasten, ontsnapt de boom aan deze ziekte. De bladeren van loofbomen composteren veel beter dan dennennaalden, waardoor de bodem veel beter in staat is om water, voedingsstoffen en mineralen vast te houden. Ook op bijvoorbeeld de Brabantse Wal is dat nodig om de waterhuishouding van het gebied te verbeteren en om veel verloren gegane en verdroogde natuur te laten herstellen. De droogte van deze zomer laat bij uitstek zien dat het de hoogste tijd is om ook de bossen in West-Brabant meer weerbaar te maken. Nu is het nodig dat de (zand)gemeenten in West-Brabant, samen met ons waterschap, de provincie laten weten dat we niet aan de achterste mem willen hangen, maar dat de besteding van de 6 miljoen euro en verloving van naaldbossen, zoals op de Brabantse Wal, meer gespreid over de provincie dienen plaats te vinden.

Bijvoorbeeld De Brabantse Wal lijdt onder de verdroging, onder andere door de waterwinning en de samenstelling van de bossen. Dat zou mee moeten wegen in de prioriteitsstelling. Nu is er geld en dat hoeft in een alsmaar veranderende politiek/bestuurlijke wereld niet zo te blijven. Dus geacht DB let op uw zaak en ga in Den Bosch eens goed aan de kast rammelen.

  • Is het DB bereid om het provinciaal bestuur te wijzen op de noodzaak/wenselijkheid ook de bossen in West-Brabant te verloven en meer weerbaar te maken?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


OVER WATER – 150: DE ONTWIKKELINGEN VAN HET WEER IN DE 20E EEUW EN EEN GELEZEN BOEK

 

| 18-08-2018 | 15.00 uur |


 

OVER WATER – 150: DE ONTWIKKELINGEN VAN HET WEER IN DE 20E EEUW EN EEN GELEZEN BOEK

 

2018. Het lijkt een uitzonderlijk weerjaar te worden. Maar is dat ook echt zo? In mijn herinnering wel, maar ik ben pas 70 jaar oud en wat is mijn herinnering waard?

Ter ordening van mijn gedachten hier omtrent heb ik het boek gelezen: “Weer een eeuw”, geschreven/samengesteld door Harry Otten, Jacob Kuiper en Tom van der Speken en uitgegeven door Tirion. Het boek is een rijke bron van informatie over het weer in Nederland van 1900 tot 2000. Als je nu naar het nieuws over de ‘uitzonderlijk’ droge periode van 2018 kijkt, waarbij veel vergeleken wordt met 1976, denk je dat 1976 de maat der dingen is. Qua neerslag 536.3 mm was 1976 het op twee na droogste jaar van de eeuw. 1933 was nummer twee met 510,9 mm. Maar 1921 was pas echt droog met gemiddeld slechts 387.3 mm neerslag. 1976 was met 10,0 graden best een warm jaar, maar niet uitzonderlijk. Warmer waren 1934, 1949, 1959 (het zonnigste jaar: 1986,9 zonuren), 1982, 1983, 1988, 1989, 1990, 1992, 1994, 1995, 1997, 1998, 1999 (samen met 1990 was 1999 met gemiddeld 10,9 graden het warmste jaar van de 20e eeuw). Met 1814,4 zon uren was 1976 best zonnig maar niet de echte topper. Geen van de droge maanden in 1976 haalde de top tien droogste maanden van de 20e eeuw, noch de top tien zonnigste maanden van de 20e eeuw. 1976 was de op één na (1947) zonnigste zomer. Wat in het boek wel op valt is de regelmatige stijging van de temperatuur, gemeten in 30 jarige gemiddelden, in de 20e eeuw. Van 9,1 graden in de periode 1901-1930 tot 9,7 graden in de periode 1970-1999. Uit de cijfers blijkt veel onregelmatigheid, maar ook dat de temperatuur in Nederland al meer dan een eeuw onmiskenbaar stijgt.

2018 is een uitzonderlijk jaar, maar past qua temperatuur in een trend, hoe uitzonderlijk is te bezien. We kunnen er wel van leren en moeten ons gaan voorbereiden op hogere temperaturen en meer droogte periodes. Dat zal betekenen meer doen aan hittestress en de verzilting van gronden en wateren bestrijden/voorkomen.    

Wij Nederlanders zijn van oorsprong moerasland bewoners. Net als de Dinka in Zuid-Soedan. Ondanks de nattigheid van hun omgeving de moeraslanden langs de Bahr-al-Ghazal hebben de christelijke Dinka  een regengebed omdat ze weten dat de goddelijke voorzienigheid ook droge perioden over de mensheid uitstrooit. Misschien, je weet het nooit, kan dit gebed ons ook helpen. Het leert ons in ieder geval wel dat we de regen ook mogen waarderen om de rijkdom die het hemelwater ons schenkt. 

Gebed om regen

Geef leven aan het gras,
door ons regen te zenden.
Geef leven aan de aarde,
door regen te zenden.
Geef leven aan de oogst,
door regen te zenden.
Geef leven aan onze kinderen,
door regen te zenden.

Louis van der Kallen