WANNEER WORDT HET ZUIDWESTEN WEER ZOET?


| 16-05-2021 |

 

Omstreeks het begin van de jaartelling lag voormalig zoet laag Nederland achter een vrijwel aaneengesloten kustlijn en vele meters hoger dan de zee. Exploitatie van veen, inpoldering en ontwatering lieten de bodem dalen tot beneden de zeespiegel. Aan landverlies viel niet te ontkomen. Door toedoen van de mens drong de zee ver het land binnen. De grillige belijning van ons land met eilanden en zeegaten contrasteert met het regelmatig gevormde kustfundament. Terwijl iedereen vertrouwd is met een zoet IJsselmeer (voorheen het zeegat Zuiderzee), blijft het een raadsel waarom onder de huidige omstandigheden in het zuidwesten extreem zout gehouden wateren worden geaccepteerd. Het Deltaplan voorzag immers al in zoete Zeeuwse meren! Het natuurlijk verzoeten van deze wateren is de meest voor de hand liggende oplossing voor de  problemen van verzilting en zoetwatertekorten waarmee Zeeland in toenemende mate kampt en een grote stap naar klimaatbestendigheid bij verdere zeespiegelstijging.

Lang gewacht
De plannen voor verzoeting van Zeeland zijn onderzocht en uitgewerkt in het Deltaplan.
Door twee gebeurtenissen in de zestiger jaren, een strenge winter en het lage zoutgehalte vanwege een hoge afvoer, vroeg de (mossel- en) oesterteelt of ze alvast schadeloos gesteld mocht worden en konden stoppen, omdat de Zeeuwse delta na 1971 zoet zou worden. Daaraan werd door het Rijk voldaan. Een deel van de teelt kon naar de Waddenzee verplaatst worden. De sector als geheel kreeg schadeloosstelling dan wel een plaats in de Waddenzee. Degenen die later toch op eigen risico opnieuw begonnen werden gewaarschuwd dat ze geen nieuwe aanspraak op schadevergoeding konden maken.

Deze schoolplaat gaf duidelijkheid.

 

De adviezen van beide deltacommissies zijn echter ten dele overgenomen en zo kregen de hoofddoelen waterveiligheid en zoetwatervoorziening te weinig aandacht. Urgentie vanwege klimaatverandering maakt het plan van Johan van Veen weer actueel en inpasbaar bij zeespiegelstijging.
Door de aanleg van een stormvloedkering bleef de Oosterschelde zout en vanwege de slechte kwaliteit van het Rijnwater in de jaren ‘70 werd de verzoeting van de Grevelingen uitgesteld.
Al met al werden voor zuidwest Nederland ‘zoute’ beleidskeuzes gemaakt voor grootschalige lozing van zoet water via de Nieuwe Waterweg, voor zoute meren in Zeeland, (half)open zeegaten en een blokkade van natuurlijke rivierwateraanvoer naar de wateren en eilanden. Zeeland is nog nooit zo zout geweest!

Vanwege de ontstane zoetwatertekorten kan in Zeeland aan de watervraag voor beregening, doorspoeling en peilbeheer niet meer voldaan worden. Dit veroorzaakt verzilting van sloten en de wortelzone, met sterfte van het gewas als gevolg. Bestaande zoetwaterlenzen lopen de kans geheel of meerjarig te verdwijnen. Zoet water is van levensbelang voor de leefbaarheid van de provincie Zeeland en het tegengaan van de verzilting van West-Brabant.
Wanneer we de balans opmaken, zien we dat het meeste zoete water ons land ongebruikt passeert en een teveel aan neerslag te snel wordt afgevoerd. Veel zoet water gaat verloren door lozing in zee.

De spuisluizen in de Volkerakdam liggen al vanaf hun realisatie te wachten om overtollig rivierwater af te laten stromen naar Zeeland. Het is een misverstand dat er continu aan zoetwateraanvoer moet worden voldaan. Voor verzoeting en verversing is er door het jaar heen meer dan voldoende zoet water beschikbaar.

Detail kaart 11: Het wordt zouter, bron Nationaal Waterplan 2009

 

Met de rug tegen de muur

Het grondwater van de Zeeuwse eilanden verzilt sterk en de beperkte zoetwatervoorraad Volkerak-Zoommeer heeft last van zoute kwel vanuit de aangrenzende zoute wateren. Voortzetting van een beleid van verzilting en zoetwaterlozing maakt dat bij zeespiegelstijging het nu al nijpende zoetwatertekort sterk zal toenemen. Ondanks een aanvankelijk enthousiasme en hoge inspanningen voor tal van zilte planvorming zal men de realiteit onder ogen gaan zien en afstand nemen van bestemmingen, statussen en toegezegde zaken.

Duurzame zoetwatervoorziening en noodberging van rivierwater zijn urgente wateropgaven waarvoor Zeeland staat, gevolgd door het tegengaan van verzilting en het borgen van zeewaterveiligheid bij de te verwachten versnelling van zeespiegelstijging (IPCC/KNMI).
In deze regio dienen de nodige wateropgaven doelgericht en voortvarend opgepakt te worden.

Krijgt de natuur ditmaal kansen ?

Waar men achter de kustlijn zoute natuur probeert vast te houden, gaat het met het milieu bergafwaarts. De beoogde doelen blijken bij  de Oosterschelde en de Grevelingen onhaalbaar. 

In onze steeds veranderende cultuurlandschappen past de natuur zich continu aan. Dat geldt straks ook bij de maatregelen die genomen gaan worden voor klimaatbestendigheid.

Afgelopen jaren werden we ons door klimaatverandering en voortgaande verzilting bewust van de urgentie om het waterbeleid te ijken aan de lange termijn. Daarbij kunnen de te verzoeten wateren onderdeel gaan uitmaken van een gezond en evenwichtig watersysteem. Zeer zeldzame zoetwatermilieus (zoet oppervlaktewater is minder dan een tienduizendste van het water op aarde!) nemen de plaats in van het mondiaal alom aanwezige zoutwatermilieu. Milieuzones schuiven westwaarts op en er ontstaan nieuwe natuurgebieden voor de kust. De keuze voor een migratierivier op zee aansluitend op een kokersluis in de Haringvlietdam ligt voor de hand en kan westwaarts worden verlengd, gelijktijdig met de aanleg van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg en ruimtelijke uitbreiding ten westen van de Maasvlakte. Naast het oppervlak aan natuur zal de biodiversiteit met sprongen toenemen. Een enorme impuls voor de natuur.

Behoud vestigingsklimaat en kapitaal

Vergeleken met de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050, waarin verzouten centraal staat, is verzoeten veel goedkoper, effectiever en duurzamer. Het waterbeleid zal haar ambities en handelingsperspectieven die voortkomen uit het Uitvoeringsprogramma ZWD 2010 -2015+ moeten loslaten. Nostalgie naar de, indertijd ongewenste, situatie van vóór de Deltawerken is nu eenmaal een averechtse en subjectieve drijfveer. Hoe eerder de Grevelingen verzoet, des te eerder zullen mens en natuur er de vruchten van plukken.

Ook het op termijn verzoeten van de Oosterschelde voorkomt overbodige investeringen en schade.

Het verzoeten stopt de verzilting van de eilanden en creëert extra zoetwatervoorraad en bergingscapaciteit. Het perspectief van een groot zoetwaterreservoir, waaruit men in droge zomers naar behoefte vrij uit kan tappen, is zeer aantrekkelijk voor landbouw, natuur, waterafhankelijke sectoren en leefbaarheid. Zo behoudt Zeeland een gezond vestigingsklimaat.

Rivierwaterveiligheid door noodberging

Door het waterbergende oppervlak van het Haringvliet, Hollandsch Diep en Biesbosch aan te vullen met de voormalige zeegaten vermindert de stijgsnelheid bij noodberging van rivierwater tot 1/3 deel. Met een bekken in zee erbij, afhankelijk van de grootte, tot 1/8 deel. Oppervlakvergroting geeft een sterke toename van de rivierwaterveiligheid. Om bij berging milieurampen te voorkomen is het van belang dat de bergingswateren zoet of tenminste brak zijn en komen daarbij de nog te realiseren overgangen van zoet naar zout zeewaarts of voor de huidige kust te liggen.

Bekken in zee

Bij alles is samenwerken met water de juiste keuze. Alhoewel na diverse afsluitingen de natuurlijke vorming van de Voordelta heeft plaatsgevonden, blijft de Zuidwestelijke Delta uiterst kwetsbaar.
Na het verder wegvallen van sterk ondermijnende getijdenstromingen gaan uitgeschuurde stroomgaten zich vullen met sediment en groeit de Voordelta verder aan. Niet alleen de kust, maar ook het kustfundament sluit zich meer. Intussen komt dan wel het einde van de levensduur van de Oosterscheldekering langzaam in zicht, maar bij tijdige realisatie van een beschermend bekken in zee kan dit icoon behouden blijven. Binnen het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van het Nationaal Deltaprogramma wordt een tweede kustlijn gezien als kansrijk. Mogelijk dat het Deltaprogramma een impuls kan geven aan het bespoedigen van het verzoeten van de Zeeuwse wateren.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens.


GOED VOORBEELD OP DE LOCATIE VAN KAAM


| 10-05-2021 |

 

Soms is een bouwplan een voorbeeld voor de bouwsector en laat het zien hoe – in een veranderende wereld waar het klimaat andere eisen stelt – vernieuwende ondernemers daarmee om kunnen gaan en met een relatief detail het verschil kunnen maken.

Op de locatie Laan van Borgvliet waar vroeger Van Kaam gevestigd was, komt een vijftal woningen waarvan één levensloopbestendig. Het nieuwe is een hemelwatersysteem dat uitloopt in de kruipruimte van de woningen. Deze kruipruimte wordt zodanig ingericht dat zij kan dienen als waterbuffer om het hemelwater in de bodem te laten infiltreren. Dit is een bijdrage aan de aanpak van de verdroging van de bodem in plaats van het water snel af te voeren. Naar mijn kennis is het in Bergen op Zoom en de regio voor het eerst dat dit systeem op deze wijze wordt toegepast.

Aannemingsbedrijf Deurloo uit Tholen verdient wat mij betreft een compliment en ik hoop op navolging bij andere bouwprojecten.

 

Louis van der Kallen.


NADENKEN


| 19-04-2021 |

 

In Nederland gaat steeds vaker wat mis bij projecten van de overheid, zo ook in de provincie Overijssel bij het verbreden van het Kanaal Almelo-De Haandrik in 2011. Het is de opmaat tot een catastrofe: in enkele jaren tijd is door piping schade aan 430 huizen langs het kanaal ontstaan.

In een artikel in de Volkskrant over deze casus komt emeritus hoogleraar Foundation Engineering and Soil Mechanics Stefan van Baars tot de volgende uitspraak (die ik voor 100 % onderschrijf): “Er is iets fundamenteel mis in Nederland. Overal is de deskundigheid wegbezuinigd en komen er managers voor terug. Om projecten te realiseren gaat de overheid publiek-private samenwerkingen aan, waarbij de aansprakelijkheid wordt afgeschoven op bedrijven. Een instituut als Deltares kan vervolgens zonder tegenspraak onvolledige conclusies trekken. En een rechter zal altijd Deltares geloven, dus een zaak aanspannen heeft nauwelijks zin. Toon als burger maar eens aan dat je schade hebt ‘dankzij’ de overheid.”

Er moet iets fundamenteels veranderen! Overheden moeten ‘deskundigheden’ ook weer zelf in huis halen en hun verantwoordelijkheden zelf dragen.

 

Louis van der Kallen.

 


JALOERS


| 18-04-2021 |

 

Op vakantie kom je soms goede ideeën tegen. Zo zag een lid van de Rotaryclub Katwijk – Noordwijk in Cannes – in la douce France – bij een aantal putten/straatkolken een plaatje met de tekst ‘Ici commence la mer. Ne rien jeter svp’ oftewel ‘hier begint de zee. Niets ingooien aub’.

Als lid van een serviceclub als de Rotary dacht hij: dat is iets voor mijn gemeente. Nu kent een gemeente als Bergen op Zoom vermoedelijk meer dan 10.000 straatkolken maar hoe mooi zou het zijn als een dergelijk idee ook in onze gemeente navolging zou krijgen. Als is het maar bij scholen, bibliotheken, kerken, bushaltes, hangplekken en in het centrum, zodat de mensen er zich bewust van worden dat het riool geen afvaldumpplek is. In de gemeente Katwijk heeft het geleid tot een prachtige actie waarbij tal van sponsoren en verenigingen zich aansloten. In ons mooie Brabant is er ook in Geertruidenberg een actie tot navolging gestart.

Wat in dat andere ‘’den Berg” (Geertruidenberg) kan, moet ook kunnen in ons Bergen. Dus welke serviceclub pakt dit op? Ik neem aan dat de Rotarians in onze gemeente trappelen van ongeduld om in het kader van community service dit op te pakken of neemt een andere serviceclub dit initiatief? Ik neem zomaar aan dat de Rotaryclub Katwijk – Noordwijk er geen patent op heeft aangevraagd!

 

Louis van der Kallen.

 


IN ÉÉN


| 12-04-2021 |

 

In een ‘zee’ van blauwe stippen springt de rode bij Bergen op Zoom de Binnenschelde er wel uit. Ook op de kaart van 2019 is dat het geval https://www.eea.europa.eu/themes/water/interactive/bathing/state-of-bathing-waters

Geen uitnodiging om hier te komen zwemen of surfen. Dat kan anders maar dat vergt een jaren lange aanpak om tot verbetering te komen. Te beginnen met een verbod om gemotoriseerd te varen waarbij de bodem wordt losgewoeld en voedingsstoffen voor de algen worden verspreid in het water.

 

Louis van der Kallen.


DE BOOMSPIEGEL


| 01-04-2021 |

 

Steden en dorpen verharden. Gemeenten en veel mensen kiezen vaak voor weinig onderhoud en bestraten hun achtertuinen en maken van hun voortuin een parkeerplek die altijd vrij is. Ook gemeentelijke plantsoenen zijn de afgelopen jaren omgetoverd tot grasvlakten en perken met weinig onderhoud. Gevolg: afwateringsproblemen en verschraling van de biodiversiteit. Steeds minder insecten, steeds minder vogels en vleermuizen die de insecten eten. Het kan en moet anders.

Eén van de mogelijkheden om dat anders te doen, kan zijn het vergroenen van de boomspiegels. De boomspiegel, de vaak zanderige grond rondom een boom, is een perfecte plek om de stad of uw dorp te vergroenen. Stichting Guerrilla Gardeners lanceert daarom in samenwerking met de Stichting Steenbreek in 2021 de Nationale Dag van de Boomspiegel. Beide organisaties hebben de handen ineengeslagen om de boomspiegel op de kaart te zetten met als doel voor 2030 een miljoen groene boomspiegels te realiseren. Dat doen ze in het najaar, het ‘vergeten tuinseizoen’. Dan is de grond nog warm en vochtig, hebben planten mooi de tijd om te wortelen en het is de ideale tijd om bollen te planten.

Guerrilla Gardeners wachten niet af tot ‘de overheid’ of ‘de bedrijven’ komen met een oplossing. Het zijn bewoners van wijken overal in het land met de focus op wat je wél kunt doen voor biodiversiteit. Gewoon vlak buiten de eigen voordeur. Een voorbeeld in Bergen op Zoom is Bea Demmers. Zonder het zelf te beseffen is zij een Guerrilla Gardener die voor haar eigen voordeur een klein bijen- en insectenparadijsje heeft gecreëerd (zie foto).

De Guerrilla Gardeners zien boomspiegels als een ideale plek om aan te pakken. Ieder plantje op zo’n kale plek draagt direct bij aan de biodiversiteit. Vanwege de locatie op straat en/of in de stoep is het beplanten heel goed samen met straatgenoten op te pakken, wat op een natuurlijke wijze leidt tot ontmoetingen en contacten. Samen oases in een boomspiegel aanleggen zorgt ervoor dat bewoners meer betrokkenheid voelen bij hun wijk.

Gemeenten kunnen partner worden bij dit project. Het aanbod aan gemeenten bestaat uit diverse standaardpakketten (small, medium en large) met een oplopende mate van ondersteuning. Het small pakket is gratis. Van diverse grote gemeenten is al bekend dat ze bij deze dag willen aanhaken. Gaat Bergen op Zoom of uw gemeente ook aanhaken?

 

Louis van der Kallen.


AANPASSINGEN WILHELMINAKANAAL


Bergen op Zoom, 30 maart  2021

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: AANPASSINGEN WILHELMINAKANAAL, KENMERK W 21002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

In november 2007 ondertekenden het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg een convenant betreffende het Wilhelminakanaal. Dit convenant behelsde de verbreding en verdieping van het kanaal, het slopen van sluis II en het omleggen van het kanaal bij sluis III. Dit is nodig omdat de huidige sluis III de laatste bajonetsluis in het Wilhelminakanaal is en aangemerkt is als industrieel erfgoed. In de omlegging komt een nieuwe, grotere sluis. Ten oosten van deze sluis komt een zwaaikom (keerplaats) voor de schepen. Op de website https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/2020/11/stand-van-zaken-project-wilhelminakanaal-sluis-ii.aspx (MIRROR) van Rijkswaterstaat is nu te lezen dat men in 2021 op zoek gaat naar een aannemer die het ontwerp ‘in detail gaat uitwerken op basis van de opgestelde eisen en richtlijnen.’

Dit allemaal om de capaciteit van het kanaal te vergroten. Het huidige kanaal is – naar mijn kennis – ontworpen om schepen tot 500 ton te faciliteren, en tot 700 ton op het benedenpand.

Ook het Markkanaal is ontworpen voor de bevaarbaarheid voor schepen tot 500 ton laadvermogen.

Hydrologisch beïnvloedt het Wilhelminakanaal de omgeving in hoge mate.

Hierbij stel ik u de volgende vragen:

  • Op welke wijze is het waterschap betrokken bij de opstelling van de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Wat zijn de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Is het DB van mening dat de “opgestelde eisen en richtlijnen” voldoende borgen dat de hydrologische, nadelige gevolgen van het kanaal op de omgeving worden beperkt?

  • Welke rol kan het Wilhelminakanaal in de toekomst spelen in een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap en wordt die mogelijke rol meegenomen in de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Zijn er effecten van de veranderingen te verwachten op het Markkanaal?

In afwachting van uw reactie,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

hoogachtend,


L.H. van der Kallen.


 

OUDE WIJSHEID


| 29-03-2021 |

 

Ons land kent 95 dijkringen. Die beschermen ons tegen het buitenwater zoals de zee, de meren, rivieren en beken. Dat zijn de ‘natte’, wakende dijken of keringen. Maar de geleidelijke inpoldering door de eeuwen heen heeft in ons landschap vele sporen in de vorm van dijken achtergelaten. Die ‘droge’ dijken kennen (lokaal) verschillen de namen zoals slaper, binnendijken, middeldijken en meeldijken.

Voor de dertiende en veertiende eeuw had men de gewoonte om die ‘droog’ geworden dijken, die voor het ogenblik geen dienst meer deden weg te graven en het materiaal te hergebruiken en daarmede kosten te besparen. Een kwade gewoonte die tot gevolg had dat bij een stormvloed doorbraak van dijken de gevolgen groter waren dan onvermijdelijk. In grote delen van het land waaruit de binnendijken, zoals voormalige zeedijken waren verdwenen had zulk een ramp dan natuurlijk een grotere omvang dan bij het inlopen van een enkele polder.

Dat opruimen der binnendijken werd voor Holland en Zeeland door Filips de Goede van Bourgondië in 1452 verboden, maar in het algemeen had men ze reeds veel vroeger uit welbegrepen eigenbelang laten liggen. De jongere eilanden zoals Noord-Beveland, Overflakkee en de Hoeksche Waard kennen mede daardoor een netwerk van dijken. Vaak is nog te zien welke van de twee aaneensluitende bedijkingen de jongste is, namelijk die aan de zijde met de flauwste dijkglooiing. Dat was vroeger de buitenzijde van de zeedijk.

In de afgelopen zeventig jaar, waarin enorm veel infrastructurele werken tot uitvoering zijn gekomen, is vaak geen of onvoldoende rekening gehouden met de slaperfunctie van binnendijken. Nu de meerlaagsveiligheid een begrip aan het worden is binnen de waterschappen, de gemeenten en Rijkswaterstaat wordt het tijd voor een grondige analyse van de situatie van de ‘slapers’. Bestuurders van waterschappen en gemeenten moeten wakker worden op dit punt. Kust de slapers wakker en neem de oude wijsheid van Filips de Goede en zijn adviseurs serieus.

 

Louis van der Kallen.


VOOR ZOETWATERVOORZIENING IS HET BUFFEREN VAN OPPERVLAKTEWATER DE ENIGE DUURZAME OPLOSSING!


| 24-03-2021 |

 

Peperdure aanvoer van zoet water via pijpleidingen wordt hiermee voorkomen.

Driekwart van Nederland wordt van zoet water voorzien vanuit het oppervlaktewater. Nu door droge zomers en verzilting de zoetwatervoorziening op de korte termijn verder onder druk komt te staan en bij de hogere zandgronden het grondwaterpeil is gedaald, zal dit aandeel vanuit rivieren en meren nog groter moeten worden. Tijdelijke noodoplossingen, zoals de Zeeuwse eilanden via pijpleidingen van zoet water voorzien, zijn kwetsbaar en uiterst kostbaar, zowel in aanleg als voor het jaarlijkse onderhoud. Ze hebben bovendien een beperkte capaciteit en houdbaarheid. De enige duurzame oplossing van dreigende waterschaarste op de Zeeuwse eilanden ligt in het bufferen van zoet oppervlaktewater in de meren en afsluitbare wateren in combinatie met kustlijnverkorting.

Onbedoelde effecten
De spuisluizen in het Volkerak zijn indertijd aangelegd om Krammer-Volkerak, Grevelingen en Oosterschelde zoet te maken en liggen nog altijd klaar om overtollig rivierwater af te laten stromen naar Zeeland. Met de omslag naar een stormvloedkering, die overigens ook als spuimiddel kan fungeren, bleef de Oosterschelde zout en door slechte kwaliteit van het Rijnwater in de jaren ‘70 werd de verzoeting van de Grevelingen uitgesteld.

Zo werden de Zeeuwse wateren zouter (.pdf) dan ooit. Onvoorzien was dat de natuurwaarden juist verder wegzakten en er nijpende zoetwatertekorten ontstonden. Het gaat bergafwaarts met de natuur van de Oosterschelde en de Grevelingen. Ondanks een aanvankelijk enthousiasme en hoge inspanningen voor landinwaartse zoutwatermilieus gaat men hiervan steeds meer de onhaalbaarheid inzien en zal men dit streven los moeten laten. Wat als idealistische dromen begon, eindigt in hoofdpijndossiers.

Het principe van het oorspronkelijke Deltaplan en de situatie na de Deltawerken.

Het bestaand beleid, dat kiest voor grootschalige lozing van zoet water via de Nieuwe Waterweg, voor zoute meren, open zeegaten en een blokkade van natuurlijke rivieraanvoer, veroorzaakt sterke zoetwatertekorten. Aan de watervraag voor beregening, doorspoeling en peilbeheer kan nu al niet voldaan worden. Dit veroorzaakt verzilting van sloten en de wortelzone, met sterfte van het gewas als gevolg. Resterende zoetwaterlenzen lopen de kans geheel of meerjarig te verdwijnen. Het grondwater van de eilanden verzilt sterk en de beperkte zoetwatervoorraad Volkerak-Zoommeer heeft last van zoute kwel vanuit de aangrenzende zoute wateren.

Voortzetting van dit beleid van verzilting en zoetwaterlozing maakt dat bij zeespiegelstijging de nu al nijpende problemen sterk zullen toenemen door het ontbreken van een deugdelijke zoetwatervoorziening voor het zuidwesten van het land en door de onbereikbaarheid van IJsselmeerwater naar dat gebied.

Niet te scheiden samenhang
Bij water hangt alles met alles samen. De in elkaar grijpende eilanden en wateren van Zeeland zijn, mede gezien de gezamenlijke ondergrond, een waterhuishoudkundige eenheid en zijn niet van elkaar te scheiden. De gebieden Rijnmond-Drechtsteden en de Zuidwestelijke Delta vormen vergelijkbaar eveneens één geheel. Door het jaar heen voeren de rivieren overvloedige hoeveelheden zoet water aan, waarvan we slechts enkele procenten verbruiken. Er is meer dan voldoende om de voormalige zeegaten te verzoeten en te verversen, zonder te hoeven tornen aan de huidige verdelingsafspraken voor zoet water of gebruik te moeten maken van een marginale en dure kustmatige aanvoer (.pdf) met pijpleidingen. Adviesbureau Witteveen+Bos heeft op dat laatste punt de aanvoermogelijkheden voor Schouwen-Duiveland in kaart gebracht en becijfert de kosten met een bandbreedte op 40 tot 180 miljoen euro. De jaarlijkse gebruikskosten worden geraamd op 0,8 tot 3,6 miljoen euro. Los daarvan is er niet een van de onderzochte varianten die op alle aspecten gunstig uit de bus komt, aldus het bureau.

Verzoeting: Grevelingenmeer/ Oosterschelde

De voormalige zeegaten zijn in tijden van hoge rivierafvoeren in enkele maanden te verzoeten door zoet water binnen te laten en gelijktijdig een vergelijkbare hoeveelheid van de zware zoute onderlaag bij eb naar zee te hevelen. Vergeleken met de Rijksstructuurvisie (.pdf) Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en Gebiedsagenda (.pdf) Zuidwestelijke Delta 2050 is dit goedkoper, effectiever en duurzamer.

Het verzoeten stopt de verzilting van de eilanden en creëert een groot zoetwaterreservoir, waaruit men in droge zomers naar behoefte vrij uit kan tappen. Dit is zeer aantrekkelijk voor landbouw, natuur, waterafhankelijke sectoren en leefbaarheid.

Noodberging voor rivierwaterveiligheid
Door het waterbergende oppervlak van het Haringvliet, Hollandsch Diep en Biesbosch aan te vullen met de voormalige zeegaten vermindert de stijgsnelheid bij noodberging van rivierwater naar schatting tot 1/3 deel. Met een bekken in zee erbij, afhankelijk van de grootte, tot wellicht 1/8 deel. Oppervlakvergroting geeft een sterke toename van de rivierwaterveiligheid. Om milieuproblemen te voorkomen is het van belang dat de in te zetten wateren zoet of tenminste brak zijn.

Blijf de veranderende omstandigheden voor
De toegenomen urgentie (.pdf) om te komen tot klimaatbestendigheid, maakt een beleidswijziging in waterbeheer noodzakelijk. Hoe eerder men zich richt op de urgente wateropgaven voor het tegengaan van verzilting en voor gegarandeerde zoetwatervoorziening, des te eerder zal men de vruchten ervan plukken.

Gelijktijdig kan het Deltaprogramma zich gaan richten op een masterplan dat klimaatverandering en zeespiegelstijging ruim voor kan blijven. Bij een zeewaartse oplossing voor een klimaatbestendig land, zoals een tweede kustlijn (.pdf), vindt er geen zoutindringing vanuit zee in de rivieren meer plaats en worden de rivieren vrijwel tot aan de huidige mondingen zoet, zodat de bestaande waterinlaatpunten intact blijven. Voor de natuur is het goed dat de wateren onderdeel gaan uitmaken van een gezond en evenwichtig watersysteem. Er ontstaat daarbij nieuw intergetijdengebied, milieuzones schuiven westwaarts op en de Zeeuwse wateren krijgen een prominente functie in de zoetwatervoorziening voor Zuidwest en West Nederland.

Hoog tijd voor een aanpak met kustlijnverkorting en verzoeten van de wateren zoals Johan van Veen beoogde voor het oorspronkelijke Deltaplan, maar allereerst is het van belang om geheel overbodige miljoeneninvesteringen te voorkomen!

 

Wil Borm

Adviesgroep Borm & Huijgens – maart 2021


UW PEUK (MET TIP!)


| 19-03-2021 |

 

  • Wist u dat: 20 % van de rokers een weggegooide peuk niet ziet als zwerfvuil?

  • Wist u dat: 2/3 van de in Nederland gerookte sigaretten filtersigaretten zijn?

  • Wist u dat: de filters gemaakt zijn van celluloseacetaat? Een kunststof die niet vergaat maar uiteindelijk in duizenden stukjes plastic uiteenvalt.

  • Wist u dat: sigarettenpeuken circa 4000 verschillende giftstoffen bevat? Waaronder: lood, benzeen, aceton, ammoniak en arsenicum (rattengif).

  • Wist u dat: peuken een risico vormen voor kinderen en dieren die ze eten?

  • Wist u dat: één peuk in het water acht liter water tot chemisch afval maakt?

Een op straat weggegooide peuk begin aan een leven vol verderf. In Nederland wordt jaarlijks circa tien miljoen kilo sigarettenpeuken op straat of in het groen weggegooid, waarvan circa 80 % wordt opgeruimd. Circa twee miljoen kilo verdwijnt dan in het riool waarvan een groot deel ongezuiverd in het oppervlaktewater terecht komt. Immers veel straatriolen (in een gescheiden rioolstelsel) voeren niet af naar een rioolzuiveringsinstallatie maar naar sloten, grachten, vaarten, kanalen, vijvers, vennen, beken en rivieren in de buurt.

De giftstoffen in een peuk tasten de water- en bodemkwaliteit aan en daarmee ook de biodiversiteit. Europese regelgeving bepaalt dat de tabaksfabrikanten moeten gaan betalen voor de opruimkosten. Peuken of de microplastics waarin ze uiteen zijn gevallen worden door vogels en vissen soms aangezien voor voedsel. In dit geval kunnen ze daaraan dood gaan.

Dat kan en moet anders! Besef dat peuken afval zijn en peuken NIET op straat, in een rioolput of in de natuur thuis horen. Peuken zijn echt afval. Dus ga daar mee om zoals u met afval behoort om te gaan. Het hoort in uw vuilnisbak of in een openbare afvalbak en dat is niet de straat of de natuur, noch een rioolput.

Vrijwel iedere sigaret is op het punt van het begin van de filter te breken. Als iedereen eens zou beginnen om de filter van het tabak en papier af te breken en in het pakje terug te doen (dat stinkt dan niet). Op die manier kunnen de filters samen met het pakje in de prullenbak, in plaats van miljarden(!) filters in de natuur.