WILLEM VAN HAM


Bergen op Zoom, 14 juli  2021

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: WILLEM VAN HAM, KENMERK W 21004

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Willem van Ham: archivaris, historicus, vlaggenkundige en heraldicus overleed op 3 juni 2020 op 83-jarige leeftijd.

Hij wijdde zijn hele (werkzame) leven aan onderzoek en publiceren. Hij heeft ontelbare archieven waaronder waterschaparchieven ontsloten en toegelicht. Door deze ontsluiting is de weg geopend voor verder onderzoek naar de geschiedenis van de waterschappen in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta door andere wetenschappers.

Hij heeft 592 publicaties op zijn naam waaronder minimaal 32 water/waterschap-gerelateerde werken o.a. het standaardwerk Polders in kaart. Noord West-Brabant 1565-1590 (zie bijlage). Ook de andere werken bevatten vaak elementen die water en/of waterschapgerelateerd zijn.

Aan vele facetten van de West-Brabantse (waterschaps-)geschiedenis heeft hij studies gewijd en er publicaties over uitgebracht. Hij heeft ook gewerkt bij het archivariaat Nassau Brabant dat veel van de waterschapsarchieven beheerde.

Zijn verdiensten voor de stad, provincie, waterschappen en de regio kunnen niet worden overschat. In 2007 ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Als er één inwoner van ons werkgebied het verdient om geëerd te worden en blijvend herinnerd voor zijn verdienste dan is het – mijns inziens – archivaris, historicus, vlaggenkundige en heraldicus Willem van Ham.

Veel waterschapswerken dragen namen van voormalige dijkgraven en heemraden, illustere voorgangers die goed werk hebben verricht voor de veiligheid van onze dijken en voor goed waterbeheer. Het werk van al die geerde voorgangers en de geschiedenis van de waterschappen moet echter ook inzichtelijk gemaakt worden voor de mens en ingelanden van nu. Dat was het werk van Willem van Ham. Hij heeft zijn leven gewijd aan het toegankelijk maken van de West-Brabantse geschiedenis, waaronder die van de waterschappen.

Neem eens kennis van die geschiedenis klik eens op onze waterschapsstamboom https://onswater.com/wp-content/uploads/2020/08/Stamboom%20Brabantse%20Delta.html

Archivarissen en historici als Willem van Ham worden zelden geëerd en dat is jammer en mijns inziens onterecht. Het zal bij u niet onbekend zijn dat ongetekende een zekere liefde heeft voor de geschiedenis van ons gebied en de waterschappen in het bijzonder. Ik kijk met enige trots terug op het – onder mijn verantwoordelijkheid als oud-lid van uw gezelschap – het onder één dak brengen van al onze archieven. Ik vraag u dan ook een manier te vinden om Willem van Ham te eren/gedenken in ons ’huis’ of in ons werkgebied. Bijvoorbeeld door een vergaderzaal of de archiefruimte naar hem te vernoemen of bijvoorbeeld een deel van de toekomstige digitale ontsluiting van alle (oude) waterschaparchieven naar hem te vernoemen. Ondergetekende laat de invulling graag aan uw wijsheid over.

In afwachting van uw reactie,
met vriendelijke groet,

 

L.H. van der Kallen.

 

 


 

AANPASSINGEN WILHELMINAKANAAL


Bergen op Zoom, 30 maart  2021

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: AANPASSINGEN WILHELMINAKANAAL, KENMERK W 21002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

In november 2007 ondertekenden het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Tilburg een convenant betreffende het Wilhelminakanaal. Dit convenant behelsde de verbreding en verdieping van het kanaal, het slopen van sluis II en het omleggen van het kanaal bij sluis III. Dit is nodig omdat de huidige sluis III de laatste bajonetsluis in het Wilhelminakanaal is en aangemerkt is als industrieel erfgoed. In de omlegging komt een nieuwe, grotere sluis. Ten oosten van deze sluis komt een zwaaikom (keerplaats) voor de schepen. Op de website https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/2020/11/stand-van-zaken-project-wilhelminakanaal-sluis-ii.aspx (MIRROR) van Rijkswaterstaat is nu te lezen dat men in 2021 op zoek gaat naar een aannemer die het ontwerp ‘in detail gaat uitwerken op basis van de opgestelde eisen en richtlijnen.’

Dit allemaal om de capaciteit van het kanaal te vergroten. Het huidige kanaal is – naar mijn kennis – ontworpen om schepen tot 500 ton te faciliteren, en tot 700 ton op het benedenpand.

Ook het Markkanaal is ontworpen voor de bevaarbaarheid voor schepen tot 500 ton laadvermogen.

Hydrologisch beïnvloedt het Wilhelminakanaal de omgeving in hoge mate.

Hierbij stel ik u de volgende vragen:

  • Op welke wijze is het waterschap betrokken bij de opstelling van de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Wat zijn de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Is het DB van mening dat de “opgestelde eisen en richtlijnen” voldoende borgen dat de hydrologische, nadelige gevolgen van het kanaal op de omgeving worden beperkt?

  • Welke rol kan het Wilhelminakanaal in de toekomst spelen in een klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap en wordt die mogelijke rol meegenomen in de “opgestelde eisen en richtlijnen”?

  • Zijn er effecten van de veranderingen te verwachten op het Markkanaal?

In afwachting van uw reactie,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

hoogachtend,


L.H. van der Kallen.


 

WATEROVERLAST “DE NEGEN” OP LANDGOED DE MOEREN


Bergen op Zoom, 16 maart  2021

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: WATEROVERLAST “DE NEGEN” OP LANDGOED DE MOEREN, KENMERK W21001

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Recent is er een project uitgevoerd op Landgoed de Moeren. Vooraf zou met het Landgoed zou zijn afgesproken dat er op de agrarische percelen geen vernatting zou zijn en dat ‘De Negen’ als landbouwenclave met voldoende droogligging van het project geen hinder of vernatting zou onder vinden.

Het tegendeel lijkt het geval. Het betreft de kadastrale nummers ZDT02-U-47 (grasland) en ZTT02-U-35 (gedeeltelijk maïsland).

Ondergetekende heeft de volgende vragen:

  • Is het project conform de vergunning uitgevoerd?

  • Is de afwatering conform de vergunning?

  • Zijn er metingen verricht voorafgaand aan de realisatie van het project?

  • Zo ja, zijn deze beschikbaar?

  • Waarneming ter plaatse (d.d. 12 maart 2021) laat zien dat de percelen wateroverlast ervaren en het grasland daar zichtbare schade van ondervindt en dat na relatief drie droge weken. Volgens de gebruiker is het huidige (12 maart 2021) waterpeil circa 20 à 30 centimeter hoger dan voorgaande jaren. Wat zijn de afspraken met de vergunninghouder en met het Landgoed over de drooglegging?

  • Wie is verantwoordelijk voor het peilbeheer en het beheer van een pompje ter plaatse?

  • Als het beheer van het pompje gelegen is bij derden, wat is de rol van het waterschap in deze?

  • Welke afspraken zijn er met betrokkenen/grondgebruikers exact gemaakt?

Van de situatie op 12 maart 2021 zijn er eventueel foto’s beschikbaar.

In afwachting van uw reactie,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

hoogachtend,


L.H. van der Kallen.


 

WATERKERING BIJ RAAMSDONKSVEER, KENMERK W20004


Bergen op Zoom, 14 september 2020

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: WATERKERING BIJ RAAMSDONKSVEER, KENMERK W20004

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Bij een werkbezoek aan Raamsdonksveer hebben onderstaande leden van de fractie Ons Water /Waterbreed moeten constateren de waterkering/damwand ter hoogte van de Aakschipper een aantal ons verontrustende kenmerken heeft. Van al deze kenmerken zijn foto’s beschikbaar.

Onder Andere:

  • De betonsloof op de damwand heeft met name aan de onderzijde een aantal diepe scheuren en op een enkele plek ligt de roestende bewapening bloot.
  • Op een aantal plaatsen sluit de betonsloof niet of nauwelijks aan op de damwandplaten.
  • De damwand staat op een aantal plaatsen bol/hol.
  • Diverse aandraaipunten van de groutankers lekken (water/slib)
  • Veel naden lekken (water/slib).
  • Eerdere reparaties (kitten) hebben deels gewerkt.
  • Uit/op sommige naden groeit mos c.q. planten.
  • Over vrijwel de volle lengte van de damwand is omstreeks de waterlijn veel afschilfering te zien van de opgebrachte verf/coating.

Het geheel maakt een verwaarloosde, ondeugdelijke indruk. Het verlies aan grond kan naar ons gevoelen leiden tot snellere roestvorming en daarmee dikteverlies en vermindering aan sterkte.

In afwachting van uw reactie,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

hoogachtend,

 

J.Slenders,
L.H. van der Kallen.


 

’T OUDE MAASJE, KENMERK W20003


Bergen op Zoom, 14 september 2020

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: ’T OUDE MAASJE, KENMERK W20003

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Bij een werkbezoek aan Raamsdonksveer hebben onderstaande leden van de fractie Ons Water /Waterbreed moeten constateren dat het waterschapdeel van het haventje waarin zich het waterschapvaartuig ’t Oude Maasje bevindt er matig onderhouden bij ligt.

Veel opschietend onkruid en in vergelijking met het havendeel dat in bezit van een derde is veel slib op de bodem van het haventje. Beide constateringen getuigen niet van een goed nabuurschap! Van een overheid mag verwacht worden dat de staat van onderhoud van haar eigendommen geen overlast bij derden veroorzaakt.

  • Graag actie op dit punt.

Een tweede punt waar de fractie aandacht voor vraagt is het vaartuig ’t Oude Maasje zelf . Op ons ter hand gestelde foto’s is te zien dat het vaartuig bij  hoogwater deels klem heeft gezeten onder de betonnen rand van de damwand waarbij mogelijk de loopbrug vervormd is. Ook de staat van onderhoud van het vaartuig is geen reclame meer voor een overheidsorganisatie. Een omwonende verklaarde dat het vaartuig de afgelopen jaren slechts éénmaal van zijn plek is geweest.

Bij een dergelijk marginaal gebruik is verkoop van het vaartuig en het havendeel mogelijk een te overwegen optie. Mocht u dit niet van plan zijn, dan is onderhoud geboden.

In afwachting van uw reactie,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.


 

STUDIEMATERIAAL: DUIKERS


Bergen op Zoom, 20 januari 2020

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: DUIKERS, KENMERK W 20001

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Als lid van uw Algemeen Bestuur maak ik mij al jaren sterk voor behoud van ons cultureel (water) erfgoed. Ondergetekende constateert, bij beschouwingen in het veld, dat onze duikers vrijwel altijd van beton zijn of van asbestcement.

Ik wil graag dat waterbouw studenten ook in het veld nog de geschiedenis van hun vak kunnen aanschouwen. En dat duikers van gegoten ijzer, plaat staal, Armco staal of metselwerk als studiemateriaal in het veld nog herkenbaar blijven en bezichtigd kunnen worden.

Ik zou graag een overzicht ontvangen waar duikers van deze vier materialen nog in ons werkgebied te vinden zijn. Is dit mogelijk?

Ik vraag uw bestuur tevens: wat uw bestuur kan en bereid is te doen om enkele duikers van deze typen/materialen te behouden en toegankelijk te maken/houden voor toekomstige generaties weg- en waterbouw studenten.

 

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.

 

 


GEVAARLIJKE SITUATIE DRONGELENS KANAAL


Bergen op Zoom, 30 september 2019

 

Aan het Dagelijks Bestuur van Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Situatie Drongelens Kanaal, kenmerk W 19004.

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Eind juli heb ik middels een filmpje aandacht gevraagd voor de al vanaf 2011 slepende kwestie van de noodzakelijke verbetering van de dijk langs het Drongelens Kanaal nabij Waalwijk.

Ik kreeg toen via de secretaris/directeur te horen dat de overdrachtsgesprekken met Rijkswaterstaat in een afrondende fase waren. Nu hoor ik dat al vele jaren eerst als lid van het DB en nu als AB lid. Dus ik geloof er niet meer zo in. Recent ben ik weer ter plaatse wezen kijken nadat bestuursleden van de vis club mij over de schades aan de dijk hadden aangesproken.
Lopende vanaf de Bovenlandse sluis is het binnen enkele honderden meters al duidelijk de dijk is in verval. De westeroever is op sommige plaatsen al bijna een meter afgekalfd. De grasmat is verre van optimaal en op tal van plaatsen zijn beversporen te zien en een verbijsterd aantal gaten van ingestorte toegangsgangen van minimaal 2 beverburchten. Zie deels separaat toegezonden 8 foto’s.

Hier is afwachten of Rijkswaterstaat ooit tot rede komt niet meer acceptabel. Dit vergt een aanpak en desnoods het aan de schandpaal nagelen van de verantwoordelijken bij Rijkswaterstaat.

 

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.

 


ZONNEPARK EVERTKREEKWEG ROOSENDAAL

 


Bergen op Zoom, 2 september 2019

 

Aan het Dagelijks Bestuur van Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Het project zonnepark Evertkreekweg te Roosendaal, kenmerk W 19003

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

De gemeente Roosendaal is voornemens om een verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het Zonnepark Evertkreekweg.

  • In het landschapsontwikkelingsplan “De Zoom van West-Brabant” is ter plekke een beekzone ingetekend.

  • Deze beekzone is in het Bestemmingsplan Buitengebied Roosendaal – Nispen aangegeven als een beschermingszone.

  • In de herziene beleidsvisie Zonne-energie wordt op pagina 30 de beekzone, zoals aangegeven in het landschapsontwikkelingsplan, aangegeven als beekdal.

  • In artikel 14 van de Verordening Ruimte Noord-Brabant (VR) is onderhavig gebied bestemd als reservering waterberging.

  • De aangevraagde omgevingsvergunning betekend feitelijk een afwijking van het bestemmingsplan.

Het is, naar mijn gevoelen, onwenselijk om in beekdalen zonneparken te realiseren in een strook van minimaal 100 meter aan weerszijden van een beek c.q in een gebied dat in de VR is aangeduid als “reservering waterberging”.

In de meeste bestemmingsplannen/landschapsbeleidsvisies van de gemeenten in ons werkgebied is een 100 meter strook als te beschermen zone ook opgenomen.

  • Wat is in deze de positie van het waterschap?

  • Is het waterschap om advies gevraagd?

  • Vindt het DB deze invulling van een gebied, dat aangewezen is als “reservering waterberging”, gezien de klimaatontwikkelingen, wenselijk c.q. acceptabel?

  • Is de eventuele mening van uw DB in deze kenbaar gemaakt aan de gemeente Roosendaal?

  • Is het mogelijk om een beschermingszone rond een beek te vrijwaren van bouwwerken als zonneparken, bijvoorbeeld via de keur?

 

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.

 


DAGELIJKS BESTUUR WETTERSKIP FRYSLÃN, KENMERK W 19002

 


Bergen op Zoom, 28 juli 2019

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Wetterskip Fryslân

Per e-mail

 

Betreft: Informatieverzoek, kenmerk W 19002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Ondergetekende heeft het ‘blauwalgprobleem’ de aflopen twintig jaar zien groeien van een enkel incident naar een situatie die jaarlijks haar opwachting maakt en steeds breder voorkomt in de Nederlandse wateren. De waterschappen zijn, naar mijn inzicht, nog steeds geneigd ieder blauwalg probleem als incident aan te pakken. Gezien de daaraan verbonden kosten beperken de waterschappen zich vaak tot een lokale aanpak van met name wateren met een zwemfunctie.

Het wordt tijd voor een andere aanpak. Waarbij wordt uitgegaan van blauwalgen als probleem voor alle wateren en als een probleem wat het gehele jaar aandacht verdiend. Dus ook als de blauwalg nog niet tot bloei is gekomen. Hoewel de nutriënten concentraties in de meeste van onze wateren (op basis van vijf-jaars gemiddelden) al jaren een dalende trend vertonen is te verwachten dat die nog vele jaren hoog zullen blijven en een voor de blauwalgen een ideale voedingsbodem zullen blijven. Daarbij komt dat door de klimaatveranderingen het aantal jaarlijkse zonuren lijken toe te nemen en door de zachte winters de blauwalgen steeds meer lijken te overwinteren. Gecombineerd met de vaak geringe diepten van onze wateren is het vrijwel zeker dat het probleem niet vanzelf zal verdwijnen. Sterker nog, we zullen er mee moeten leven. En dat vergt een wezenlijk andere aanpak. Van incident bestrijding naar een bestrijding c.q. beheersing van het fenomeen blauwalg. Dat zou moeten betekenen dat bij het totale waterbeheer steeds de afweging zou moeten zijn hoe kunnen we ons handelen beter afstemmen op het voorkomen van de groei en bloei van blauwalgen.

Als voorbeelden;
– Hoe zouden de profielen van watergangen eruit zien als ze mede ontworpen werden met het oog op blauwalgen?
– Hoe richten we de oevers in, en wat is dan het optimale beheer, als we rekening gaan houden met de aanwezigheid van blauwalgen en het voorkomen van blauwalgenbloei?
– Hoe beperken we de lichtinval en dieptewerking van licht/de zon en creëren we meer schaduw op het water?
– Welke waterplanten gaan we waar bevorderen?
– Hoe beperken we de opwarming van het water c.q. hoe bevorderen we de afkoeling in de winter?
– Hoe richten we watergangen zodanig in dat predatoren zoals de quaggamossel meer kansen krijgen om zich te vestigen? Op welke substraten hechten zij zich het makkelijkst?
– Hoe beperken we de concentraties van nutriënten?
– Nu zijn watergangen in laag Nederland ingericht op afvoeren en inlaten van het water afhankelijk van de behoefte aan water.
Hoe gaan we die watergangen mede inrichten op het maximaal doorspoelen als het water er in de winter is?
– Hoe beïnvloeden we met het baggerbeleid de blauwalggroei?
– Kortom hoe gaan we ons beheer het gehele jaar door en in alle facetten richten op het voorkomen en beperken van blauwalgen?

Nu lijkt er geen aandacht voor blauwalgen in de winterperiode. Terwijl de mate van het afsterven van de blauwalgen in de winter de sleutel kan zijn naar het vergroten van het aantal generaties blauwalgen die uiteindelijk tot bloei leiden. Meer waterdiepte kan daarbij behulpzaam zijn.

Veel vragen zijn er te stellen. Bovenstaande vragen zijn niet limitatief bedoeld. Maar zijn slechts voorbeelden van vragen die iedere afdeling/medewerker betrokken bij het waterbeheer of de ontwikkeling van beleid en inrichting van de watergangen zich zou moeten stellen.

Ondergetekende heeft ervaren dat de waterschappen tot op heden de blauwalgen incidentgericht aanpakken. Veel waterschappen hebben, in hun werkgebied, de afgelopen 20 jaar middels tal van proefprojecten gezocht naar manieren om op locatie te testen wat de beste aanpak is.

Voor ondergetekende bleek het ondoenlijk een totaaloverzicht te genereren van wat er allemaal op het vlak van blauwalg bestrijding/voorkoming gebeurd. Vermoedelijk zitten er vele spelden in de gemeentelijke en waterschappelijke ‘hooibergen’.

Mijn verzoek aan uw waterschap maak voor mij inzichtelijk wat binnen het werkgebied van uw waterschap en haar rechtsvoorgangers de afgelopen 20 jaar aan onderzoeken/proefprojecten is gebeurd aan de blauwalgproblematiek? Ik verzoek uw waterschap mij een dergelijk overzicht te verschaffen. Graag met linken naar de rapporten/verslagen.

Ik richt dit verzoek aan alle waterschappen in Nederland in een poging om een totaal overzicht te maken en dit overzicht, gericht op kennisverspreiding middels een website meer publiekstoegankelijk te maken.

De blauwalgen en de problemen die ze veroorzaken blijven. Het wordt echt tijd dat we ze met structurele maatregelen gaan aanpakken. Te beginnen met een bundeling van kennis. Niet alleen bij de techneuten van de waterschappen of gemeenten maar ook bij de bestuurders. Kennis die laagdrempelig bereikbaar moet worden van een breed publiek. Graag uw hulp daarbij

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.

 


VRAGEN INZAKE PROJECTPLAN WATEROVERLAST GRENSSTAAT NISPEN, KENMERK W 19001

 


Bergen op Zoom, 19 juni 2019

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Vragen inzake projectplan Wateroverlast Grensstraat Nispen, kenmerk W 19001

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

In het AB d.d. 30 januari 2019 stond de vaststelling van het projectplan Wateroverlast Grensstraat Nispen op de agenda. Een projectplan dat mede door een lokaal bedrijf, handelskwekerij GOVA, ten behoeve van de eigen watergave gefinancierd wordt. Vanuit het gebied bereiken ons geluiden als zou het gebruik van delen van de GOVA gronden (containervelden) in strijd zijn met het bestemmingsplan “Buitengebied Roosendaal Nispen” c.q. niet als zodanig vergund zijn.
Bestudering van het bestemmingsplan leidt bij ondergetekende niet tot een éénduidige vaststelling of hier sprake zou zijn van een gebruik dat niet geëigend is. Wel constateerde ondergetekende ter plaatse dat de containervelden vermoedelijk reeds jaren in gebruik zijn.

Samenwerken met ondernemers is een goede zaak. Wel moet dan helder zijn dat die samenwerking gebaseerd dient te zijn op een formeel vergunde situatie.

– Passen de in gebruik zijnde containervelden in het bestemmingsplan
“Buitengebied Roosendaal Nispen” c.q. is het gebruik vergund?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

 

L.H. van der Kallen.