DAGELIJKS BESTUUR WETTERSKIP FRYSLÂN, KENMERK W 19002

 


Bergen op Zoom, 28 juli 2019

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Wetterskip Fryslân

Per e-mail

 

Betreft: Informatieverzoek, kenmerk W 19002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Ondergetekende heeft het ‘blauwalgprobleem’ de aflopen twintig jaar zien groeien van een enkel incident naar een situatie die jaarlijks haar opwachting maakt en steeds breder voorkomt in de Nederlandse wateren. De waterschappen zijn, naar mijn inzicht, nog steeds geneigd ieder blauwalg probleem als incident aan te pakken. Gezien de daaraan verbonden kosten beperken de waterschappen zich vaak tot een lokale aanpak van met name wateren met een zwemfunctie.

Het wordt tijd voor een andere aanpak. Waarbij wordt uitgegaan van blauwalgen als probleem voor alle wateren en als een probleem wat het gehele jaar aandacht verdiend. Dus ook als de blauwalg nog niet tot bloei is gekomen. Hoewel de nutriënten concentraties in de meeste van onze wateren (op basis van vijf-jaars gemiddelden) al jaren een dalende trend vertonen is te verwachten dat die nog vele jaren hoog zullen blijven en een voor de blauwalgen een ideale voedingsbodem zullen blijven. Daarbij komt dat door de klimaatveranderingen het aantal jaarlijkse zonuren lijken toe te nemen en door de zachte winters de blauwalgen steeds meer lijken te overwinteren. Gecombineerd met de vaak geringe diepten van onze wateren is het vrijwel zeker dat het probleem niet vanzelf zal verdwijnen. Sterker nog, we zullen er mee moeten leven. En dat vergt een wezenlijk andere aanpak. Van incident bestrijding naar een bestrijding c.q. beheersing van het fenomeen blauwalg. Dat zou moeten betekenen dat bij het totale waterbeheer steeds de afweging zou moeten zijn hoe kunnen we ons handelen beter afstemmen op het voorkomen van de groei en bloei van blauwalgen.

Als voorbeelden;
– Hoe zouden de profielen van watergangen eruit zien als ze mede ontworpen werden met het oog op blauwalgen?
– Hoe richten we de oevers in, en wat is dan het optimale beheer, als we rekening gaan houden met de aanwezigheid van blauwalgen en het voorkomen van blauwalgenbloei?
– Hoe beperken we de lichtinval en dieptewerking van licht/de zon en creëren we meer schaduw op het water?
– Welke waterplanten gaan we waar bevorderen?
– Hoe beperken we de opwarming van het water c.q. hoe bevorderen we de afkoeling in de winter?
– Hoe richten we watergangen zodanig in dat predatoren zoals de quaggamossel meer kansen krijgen om zich te vestigen? Op welke substraten hechten zij zich het makkelijkst?
– Hoe beperken we de concentraties van nutriënten?
– Nu zijn watergangen in laag Nederland ingericht op afvoeren en inlaten van het water afhankelijk van de behoefte aan water.
Hoe gaan we die watergangen mede inrichten op het maximaal doorspoelen als het water er in de winter is?
– Hoe beïnvloeden we met het baggerbeleid de blauwalggroei?
– Kortom hoe gaan we ons beheer het gehele jaar door en in alle facetten richten op het voorkomen en beperken van blauwalgen?

Nu lijkt er geen aandacht voor blauwalgen in de winterperiode. Terwijl de mate van het afsterven van de blauwalgen in de winter de sleutel kan zijn naar het vergroten van het aantal generaties blauwalgen die uiteindelijk tot bloei leiden. Meer waterdiepte kan daarbij behulpzaam zijn.

Veel vragen zijn er te stellen. Bovenstaande vragen zijn niet limitatief bedoeld. Maar zijn slechts voorbeelden van vragen die iedere afdeling/medewerker betrokken bij het waterbeheer of de ontwikkeling van beleid en inrichting van de watergangen zich zou moeten stellen.

Ondergetekende heeft ervaren dat de waterschappen tot op heden de blauwalgen incidentgericht aanpakken. Veel waterschappen hebben, in hun werkgebied, de afgelopen 20 jaar middels tal van proefprojecten gezocht naar manieren om op locatie te testen wat de beste aanpak is.

Voor ondergetekende bleek het ondoenlijk een totaaloverzicht te genereren van wat er allemaal op het vlak van blauwalg bestrijding/voorkoming gebeurd. Vermoedelijk zitten er vele spelden in de gemeentelijke en waterschappelijke ‘hooibergen’.

Mijn verzoek aan uw waterschap maak voor mij inzichtelijk wat binnen het werkgebied van uw waterschap en haar rechtsvoorgangers de afgelopen 20 jaar aan onderzoeken/proefprojecten is gebeurd aan de blauwalgproblematiek? Ik verzoek uw waterschap mij een dergelijk overzicht te verschaffen. Graag met linken naar de rapporten/verslagen.

Ik richt dit verzoek aan alle waterschappen in Nederland in een poging om een totaal overzicht te maken en dit overzicht, gericht op kennisverspreiding middels een website meer publiekstoegankelijk te maken.

De blauwalgen en de problemen die ze veroorzaken blijven. Het wordt echt tijd dat we ze met structurele maatregelen gaan aanpakken. Te beginnen met een bundeling van kennis. Niet alleen bij de techneuten van de waterschappen of gemeenten maar ook bij de bestuurders. Kennis die laagdrempelig bereikbaar moet worden van een breed publiek. Graag uw hulp daarbij

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.

 


VRAGEN INZAKE PROJECTPLAN WATEROVERLAST GRENSSTAAT NISPEN, KENMERK W 19001

 


Bergen op Zoom, 19 juni 2019

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Vragen inzake projectplan Wateroverlast Grensstraat Nispen, kenmerk W 19001

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

In het AB d.d. 30 januari 2019 stond de vaststelling van het projectplan Wateroverlast Grensstraat Nispen op de agenda. Een projectplan dat mede door een lokaal bedrijf, handelskwekerij GOVA, ten behoeve van de eigen watergave gefinancierd wordt. Vanuit het gebied bereiken ons geluiden als zou het gebruik van delen van de GOVA gronden (containervelden) in strijd zijn met het bestemmingsplan “Buitengebied Roosendaal Nispen” c.q. niet als zodanig vergund zijn.
Bestudering van het bestemmingsplan leidt bij ondergetekende niet tot een éénduidige vaststelling of hier sprake zou zijn van een gebruik dat niet geëigend is. Wel constateerde ondergetekende ter plaatse dat de containervelden vermoedelijk reeds jaren in gebruik zijn.

Samenwerken met ondernemers is een goede zaak. Wel moet dan helder zijn dat die samenwerking gebaseerd dient te zijn op een formeel vergunde situatie.

– Passen de in gebruik zijnde containervelden in het bestemmingsplan
“Buitengebied Roosendaal Nispen” c.q. is het gebruik vergund?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

namens de fractie Ons Water/Waterbreed,

 

L.H. van der Kallen.

 


STAND VAN ZAKEN KRW DOELEN, KENMERK W 18005

 


Bergen op Zoom, 28 augustus 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Stand van zaken KRW doelen, kenmerk W 18005

 

Geacht dagelijks bestuur,

In januari 2016 is verschenen de beleidsstudie “Waterkwaliteit nu en in de toekomst met als subtitel eindrapport ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water” ( http://www.pbl.nl/publicaties/waterkwaliteit-nu-en-in-de-toekomst), uitgegeven door het Planbureau voor de Leefomgeving. De hoofdconclusie was:  “Met de huidige plannen verbetert de waterkwaliteit in veel wateren wel, maar niet voldoende. Om de KRW-doelen te halen is extra inzet nodig van het Rijk, de waterbeheerders en agrariërs.” In voornoemde beleidsstudie zijn een aantal stoffen van opkomende zorg benoemd en de stand van zaken qua kennis en te noemen beleidsinitiatieven.

Geneesmiddelen:  “EC komt met voorstel in 2017. NL: ketenakkoord ‘geneesmiddelen en milieu’ is in  voorbereiding”.

Microplastics:  “RIVM stelt in 2015 een review background document op. EU: Kaderrichtlijn Marien (KRM) NL: ketenakkoord ‘primaire microplastics in cosmetica’ Aanpak van microplastics wordt door NL (voorzitter van de EC 2016) op de agenda gezet.”

Nanodeeltjes: “Beleid ontbreekt. EC komt in 2015 met voorstel om de Europese Stoffenrichtlijn (REACH) aan te passen.”

  • Wat is de stand van kennis en kennisopbouw rond voornoemde ‘stoffen van zorg’ binnen de beleidsbepalende instanties?
  • Neemt het waterschap Brabantse Delta deel aan projecten ter bevordering of opbouw van kennis ten aanzien van voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, op welke wijze?
  • Is er, binnen het waterschap Brabantse Delta, het Rijk, de provincie Noord-Brabant of de EU beleid gevormd of openbaar bekend in voorbereiding rond voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, wat is dan dat beleid?

In hoofdstuk 6 werden mogelijke beleidstrajecten naar 2021 aangegeven, zoals:

–         Doelen aanpassen. “Een eerste stap kan zijn dat waterbeheerders de doelen aanpassen. ‘Doelaanpassing’ is een term uit de KRW en geldt voor waterlichamen waarvoor nieuwe (wetenschappelijke) inzichten zijn over de effecten van maatregelen. Waterbeheerders mogen de doelen aanpassen binnen de richtlijnen van de KRW (artikel 4.3) zonder dat daarbij een uitgebreide verantwoordingsprocedure hoeft te worden doorlopen.”

–         Aanvullende maatregelen. “Als (na een eventuele doelaanpassing) de verwachting is dat het doel in 2027 nog steeds niet wordt gehaald, dient te worden gezocht naar mogelijkheden voor extra maatregelen. Om de ecologische doelen dichterbij te brengen, moeten de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen omlaag. Voor het verminderen van deze emissies is een combinatie van generiek bronbeleid en gebiedsgerichte maatregelen het meest geschikt. Dit vergt een verdergaande integratie van het mest- en gewasbeschermingsbeleid en het waterbeleid dan nu het geval is. De effectiviteit van maatregelen is afhankelijk van de regionale situatie. Daarom moeten waterbeheerders en andere belanghebbenden in de regio gezamenlijk op zoek gaan naar een maatregelenpakket dat voor de betreffende regio het meest geschikt is.” “Maatregelen gerelateerd aan de landbouw kunnen worden opgepakt in samenhang met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Op deze wijze kan een zo groot mogelijke acceptatie door agrariërs worden bereikt, en kan worden aangesloten bij initiatieven vanuit de agrarische praktijk. Voor de financiering kunnen ook gelden uit het POP3/GLB worden gebruikt.”

–         Doelen verlagen. “In gebieden waar de huidige KRW-doelen niet te combineren blijken te zijn met andere functies en doelen, zal expliciet moeten worden gekozen tussen het accepteren van de beperkingen op andere functies en het nemen van de benodigde extra maatregelen om de huidige KRW-doelen te halen, of het verlagen van de ambities voor de KRW als het belang van de andere functie(s) te groot wordt geacht. Ook waar extra maatregelen mogelijk zijn, kunnen deze toch als niet haalbaar worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat de kosten onevenredig hoog worden gevonden of omdat grote groepen mensen de maatregelen onacceptabel vinden. Wanneer wordt besloten om doelen en maatregelen niet met elkaar in overeenstemming te brengen, moeten waterbeheerders de doelen naar beneden bijstellen.” Dit vergt volgens artikel 4.5 van de KRW wel een uitgebreide verantwoordingsprocedure tegenover de Europese Commissie.

  • Is ons waterschap c.q. uw DB in het licht van de realisering van de KRW doelen voorbereidend bezig met de mogelijke aanpassing van de doelen, mogelijk aanvullende maatregelen of met de mogelijkheid de doelen te verlagen? 
  • Zo ja, op welke wijze en wanneer wordt het AB hierbij betrokken?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


VRAGEN OVER DE AANVOER VAN ZOET WATER, KENMERK 18003

 


Bergen op Zoom, 29 juli 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Vragen over de aanvoer van zoet water, kenmerk 18003

 

Geacht Dagelijks bestuur,

De huidige hoge temperaturen en de ermee gepaard gaande droogte hebben tot gevolg dat de aanvoer van zoet water de nodige inspanningen van ons waterschap vereist. Op dit moment is alles nog redelijk in de hand te houden in ons gebied. De klimaatscenario’s veranderen echter met dag en de extremen blijven elkaar overtreffen. Een aantal factoren was voor West-Brabant gelukkig gunstig ten aanzien van de aanvoer van zoet water. Overbodig te vermelden dat de beschikbaarheid van zoet water ook wereldwijd een punt van zorg is.

De voorgenomen verzilting van het Volkerak-Zoommeer (al gaande door het achterstallige onderhoud van de sluizen) maakt dat een belangrijke bron van zoet water gaat wegvallen. Zoet water voor West-Brabant wordt in dat scenario via de Roode Vaart aangevoerd.

Vragen

  1. Is de aanvoer van voldoende zoet water in de huidige extreme weersomstandigheden gegarandeerd wanneer het Volkerak-Zoommeer   zou zijn verzilt?
  2. Zijn er alternatieve aanvoerroutes voor zoet water denkbaar?
  3. Is in de huidige beleidsdocumenten rekening gehouden met de extremen waar we nu al mee te maken hebben?
  4. Is heroverweging van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer niet urgent?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

Jan Slenders

 


FOTO WEDSTRIJD, KENMERK 18002

 


Bergen op Zoom, 10 januari 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Foto wedstrijd, kenmerk 18002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

In het projectenboek 2018 “mensenwerk” is te vinden dat in de top 40 van de meest gefotografeerde dijken en dijklocaties van Nederland West-Brabant niet voorkomt! In het besef dat West-Brabant ons werkgebied is en dat West-Brabant vele honderden kilometers dijken kent, waaronder vele kunststukjes en technische ‘wonderen’ van vele jaren ‘mensenwerk’ is het ontbreken van onze West-Brabantse dijken in de top 40 voor mij bijkans onverteerbaar.

De komende tientallen jaren zullen vele van onze dijken op de ‘schop’ moeten om ook na toetsing aan de nieuwe normen te gaan voldoen. Dat vergt draagvlak, bewustwording en medewerking van onze burgers, maar ook blijvende verslaglegging van wat er nu is.

Mijn idee: organiseer, mede ter voorbereiding van de komende waterschapsverkiezing, een fotowedstrijd met als thema ‘onze dijken’. Als waterschap kunnen wij hiermee ook een bijdrage leveren aan het uitdragen van de pracht van onze regio en daarmee aan de economische sterkte daarvan.

In afwachting van uw reactie,

 

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


STUKKEN CWK, KENMERK 18001

 


Bergen op Zoom, 10 januari 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Stukken CWK, kenmerk 18001

 

Geacht Dagelijks bestuur,

Formeel zijn de stukken van de CWK openbaar. Helaas zijn ze in de praktijk niet bereikbaar voor de burger, de media of een eenvoudig AB lid. Als oud lid van de CWK en als AB lid wil ik echter graag op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het vlak van waterkeringen.

Mijn verzoek aan uw bestuur is dan ook te regelen dat ondergetekende en mogelijk ook andere geïnteresseerde AB leden tijdig kunnen beschikken over de CWK stukken, zodat ondergetekende ook een afweging kan maken of het bezoeken als toehoorder van een formeel openbare CWK vergadering de moeite waard is.

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


BAGGEREN GROOTE MELANEN, KENMERK 0065

 


Bergen op Zoom, 8 februari 2015

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Baggeren Groote Melanen, kenmerk 0065

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

In het algemeen is het onverstandig wateren, zoals de Groote Melanen, te baggeren in het voorjaar. Op dat moment zitten er mogelijk nog overwinterende amfibieën in de modderlaag verscholen en trekken ook de op het land overwinterende amfibieën naar het water om er hun eitjes af te zetten. Ook voor de meeste vissen is dat het seizoen om hun eitjes af te zetten. Op grond van de algemene zorgplicht, die ook het waterschap heeft, op grond van de Flora- en faunawet is het voorjaar over het algemeen daarom een zeer onverstandige periode om te baggeren. Gaan baggeren terwijl het vervuilende water uit de om te leiden Jankenbergloop en de sloot vanaf het volkstuinenterrein in de Groote Melanen blijft stromen is raar. De werkvolgorde omdraaien is uiteraard veel logischer.

Alle amfibiesoorten zijn wettelijk beschermd en als er zwaarder beschermde soorten voorkomen mag er alleen met een ontheffing in het voorjaar gebaggerd worden. Op Waarneming.nl staat aangegeven dat in het gebied Groote Melanen de Rugstreeppad voorkomt: dat is zo’n zwaarder beschermde soort waarvoor niet zonder ontheffing mag worden gebaggerd. Het waterschap en de gemeente zijn daar door de lokale IVN- afdeling ook op gewezen. Tevens is op de recente informatieavond gevraagd om inzage in het uitgevoerde flora- en faunaonderzoek. Dat is naar mijn informatie nog niet beschikbaar gesteld. Recent is aan een vertegenwoordiger van de IVN- afdeling medegedeeld dat de Rugstreeppad niet in de Groote Melanen zelf, maar 100 meter verderop was aangetroffen en dat er daarom toch in het voorjaar gebaggerd kan worden. Amfibieën zijn mobiel en het feit dat de Rugstreeppad niet in de Groote Melanen is aangetroffen, is geen enkele garantie dat die soort daar niet voorkomt. Zeker in het voorjaar trekt de Rugstreeppad naar water om zich voort te planten.  

  • Wat is de reden dat nu besloten is te baggeren in het voorjaar?
  • Is uitstel tot het najaar mogelijk? 

In afwachting van uw beantwoording/reactie,

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen  

 


ADVIES DELTAPLAN ZOETWATER, KENMERK 0064

 


Bergen op Zoom, 23 januari 2015

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          advies Deltaplan Zoetwater, kenmerk 0064 

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

In september 2014 is verschenen het advies Deltaplan Zoetwater. Dit advies is input geweest voor het Deltaplan Zoetwater. Op pagina 9 van het advies is te lezen: “Partijen zullen een bestuursakkoord tekenen, waarmee ze zich formeel committeren aan de uitvoering van de eerste tranche maatregelen uit het Deltaplan. De partijen verankeren de voor hen relevante maatregelen in hun plannen, reserveren daarvoor de financiële middelen op hun begroting, en gaan – al dan niet gezamenlijk – over tot uitvoering.”  

Voor de fractie Ons Water/Waterbreed leidt het bovenstaande tot een aantal vragen:

  • Heeft ons waterschap dit voornoemd bestuursakkoord getekend?
  • Zo ja, welke maatregelen komen dan geheel of gedeeltelijk voor onze rekening en wat is de impact van deze kosten op de begroting van de komende jaren?
  • Zo nee, is uw DB dit voornemens te doen en wat is de rol van het AB in deze?
  • Is het DB met de fractie Ons Water/Waterbreed van mening dat, gezien de mogelijke gevolgen op de begroting, het AB gekend moet worden in het aangaan van voornoemd bestuursakkoord? 

In afwachting van uw beantwoording/reactie,

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen  

 


OPVOLGING DISCUSSIE IN HET AB VAN 12 NOVEMBER 2014, KENMERK 0063

 


Bergen op Zoom, 8 december 2014

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          Opvolging discussie in het AB van 12 november 2014, kenmerk 0063

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

Ik had de verwachting dat door uw DB mijn bestuurlijke vragen in mijn betoog schriftelijk beantwoord zouden worden. Ik heb daar ook naar verwezen in mijn tweede termijn (pagina 12 van de notulen): “Voor de rest zie ik graag de schriftelijke beantwoording tegemoet, in ieder geval van mijn bestuurlijke vragen in mijn betoog over bijlage 5 en de tegenstelling in de opmerkingen over wel of niet inlaatstops en het concept.” 

Onderstaand de tekstdelen die daarover gaan uit de bijdrage d.d. 12 november van Ons Water/Waterbreed inzake de zienswijze. 

Dan de feitelijke huidige kwaliteit als het over de blauwalg gaat. Op pagina 38/39 van de MKBA is te lezen: “Sinds 2008 is door de aanwezigheid van de quaggamossel de blauwalgproblematiek afgenomen. In 2012 en 2013 zijn er geen innamestops meer geweest.” Dit lijkt een heldere uitspraak. Het verbaast onze fractie dan ook dat in de “Joint Fact Finding zoet water” op pagina 22 is te lezen: “In 2012 zijn vanaf eind augustus, dus laat in het seizoen, de Brabantse inlaten aan de Eendracht dichtgezet wegens blauwalgen (mondelinge mededeling (………. van een ambtenaar wiens naam ik maar niet noem in het openbaar) van – Waterschap Brabantse Delta.)” . Ik heb nog nooit eerder in openbare stukken van de Rijksoverheid gelezen “mondelinge mededeling van….” Maar als die mededeling in strijd is met een schriftelijke mededeling in een MKBA heb ik daar als volksvertegenwoordiger in dit huis grote moeite mee en word ik argwanend. Wat is de waarheid en hoe kan het dat in een belangrijk stuk als de “Joint Fact Finding zoet water” iets anders staat dan in een MKBA? Wat zijn de feiten? Het antwoord is belangrijk om werkelijk te kunnen beoordelen of de kwantitatieve leverzekerheid straks beter is.

Ook de kwalitatieve zekerheid roept vragen op. Het woord ‘bruinrot’ komt in de stukken maar zelden voor en al helemaal niet in de Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Ook in de MKBA heb ik er tevergeefs naar gezocht. Ook op pagina 157 van de MKBA waar geschreven wordt over de “aanpassing inlaat Oosterhout” lijkt bruinrot niet te bestaan. Curieus is de inhoud van de Zoetwater rapportage 2012.

 Op pagina 41 is de navolgende tekst te vinden over water dat via Oosterhout in het Mark-Vliet stelsel komt: “Het risico bestaat dat dit water verontreinigd is met de bruinrotbacterie die in Oost-Brabant voorkomt en een bedreiging kan vormen voor de aardappelteelt in West- Brabant.”.

Op pagina 12 van de Zoetwater rapportage 2012 wordt in een omkaderd gedeelte verwezen naar de “nieuwe inzichten weergegeven van waterschap Brabantse Delta met betrekking tot de inzet van Oosterhout.”. Als je dan bijlage 5 van dat stuk leest (pagina 127/132) valt op dat bruinrot in dat stuk niet lijkt te bestaan. Wat ook opvalt is dat de opstellers vermeld zijn, maar, hoewel het stuk deels het karakter heeft van een zienswijze, het stuk niet getekend is door de dijkgraaf noch, dat het naar mijn beste weten, is behandeld in het DB.

Graag beantwoording van de vet gedrukte vragen en een reactie op het onderstreepte deel.

In afwachting van uw beantwoording/reactie, 

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen  

 


ZOUT EN ZOET IN ZEELAND IN KAART GEBRACHT, KENMERK 0062

 


Bergen op Zoom, 2 december 2014

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          Zout en zoet in Zeeland in kaart gebracht, kenmerk 0062

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

Onder verwijzing naar het artikel onder de link https://www.technischweekblad.nl/zout-en-zoet-in-zeeland-in-kaart.387778.lynkx komt de vraag op: wordt het geen tijd een dergelijk onderzoek ook in West-Brabant te laten uitvoeren? De fractie Ons Water/Waterbreed acht het raadzaam om ook in ons werkgebied te komen tot een goede nulpuntmeting van de huidige verzilting van gronden en grondwateren, om na verzilting van het Volkerak-Zoommeer op termijn te kunnen zien, of, hoe en tot hoever de invloed van een verzilt Volkerak-Zoommeer gaat reiken.  

In afwachting van uw handelen,

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen