STAND VAN ZAKEN KRW DOELEN, KENMERK W 18005

 


Bergen op Zoom, 28 augustus 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Stand van zaken KRW doelen, kenmerk W 18005

 

Geacht dagelijks bestuur,

In januari 2016 is verschenen de beleidsstudie “Waterkwaliteit nu en in de toekomst met als subtitel eindrapport ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water” ( http://www.pbl.nl/publicaties/waterkwaliteit-nu-en-in-de-toekomst), uitgegeven door het Planbureau voor de Leefomgeving. De hoofdconclusie was:  “Met de huidige plannen verbetert de waterkwaliteit in veel wateren wel, maar niet voldoende. Om de KRW-doelen te halen is extra inzet nodig van het Rijk, de waterbeheerders en agrariërs.” In voornoemde beleidsstudie zijn een aantal stoffen van opkomende zorg benoemd en de stand van zaken qua kennis en te noemen beleidsinitiatieven.

Geneesmiddelen:  “EC komt met voorstel in 2017. NL: ketenakkoord ‘geneesmiddelen en milieu’ is in  voorbereiding”.

Microplastics:  “RIVM stelt in 2015 een review background document op. EU: Kaderrichtlijn Marien (KRM) NL: ketenakkoord ‘primaire microplastics in cosmetica’ Aanpak van microplastics wordt door NL (voorzitter van de EC 2016) op de agenda gezet.”

Nanodeeltjes: “Beleid ontbreekt. EC komt in 2015 met voorstel om de Europese Stoffenrichtlijn (REACH) aan te passen.”

  • Wat is de stand van kennis en kennisopbouw rond voornoemde ‘stoffen van zorg’ binnen de beleidsbepalende instanties?
  • Neemt het waterschap Brabantse Delta deel aan projecten ter bevordering of opbouw van kennis ten aanzien van voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, op welke wijze?
  • Is er, binnen het waterschap Brabantse Delta, het Rijk, de provincie Noord-Brabant of de EU beleid gevormd of openbaar bekend in voorbereiding rond voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, wat is dan dat beleid?

In hoofdstuk 6 werden mogelijke beleidstrajecten naar 2021 aangegeven, zoals:

–         Doelen aanpassen. “Een eerste stap kan zijn dat waterbeheerders de doelen aanpassen. ‘Doelaanpassing’ is een term uit de KRW en geldt voor waterlichamen waarvoor nieuwe (wetenschappelijke) inzichten zijn over de effecten van maatregelen. Waterbeheerders mogen de doelen aanpassen binnen de richtlijnen van de KRW (artikel 4.3) zonder dat daarbij een uitgebreide verantwoordingsprocedure hoeft te worden doorlopen.”

–         Aanvullende maatregelen. “Als (na een eventuele doelaanpassing) de verwachting is dat het doel in 2027 nog steeds niet wordt gehaald, dient te worden gezocht naar mogelijkheden voor extra maatregelen. Om de ecologische doelen dichterbij te brengen, moeten de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen omlaag. Voor het verminderen van deze emissies is een combinatie van generiek bronbeleid en gebiedsgerichte maatregelen het meest geschikt. Dit vergt een verdergaande integratie van het mest- en gewasbeschermingsbeleid en het waterbeleid dan nu het geval is. De effectiviteit van maatregelen is afhankelijk van de regionale situatie. Daarom moeten waterbeheerders en andere belanghebbenden in de regio gezamenlijk op zoek gaan naar een maatregelenpakket dat voor de betreffende regio het meest geschikt is.” “Maatregelen gerelateerd aan de landbouw kunnen worden opgepakt in samenhang met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Op deze wijze kan een zo groot mogelijke acceptatie door agrariërs worden bereikt, en kan worden aangesloten bij initiatieven vanuit de agrarische praktijk. Voor de financiering kunnen ook gelden uit het POP3/GLB worden gebruikt.”

–         Doelen verlagen. “In gebieden waar de huidige KRW-doelen niet te combineren blijken te zijn met andere functies en doelen, zal expliciet moeten worden gekozen tussen het accepteren van de beperkingen op andere functies en het nemen van de benodigde extra maatregelen om de huidige KRW-doelen te halen, of het verlagen van de ambities voor de KRW als het belang van de andere functie(s) te groot wordt geacht. Ook waar extra maatregelen mogelijk zijn, kunnen deze toch als niet haalbaar worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat de kosten onevenredig hoog worden gevonden of omdat grote groepen mensen de maatregelen onacceptabel vinden. Wanneer wordt besloten om doelen en maatregelen niet met elkaar in overeenstemming te brengen, moeten waterbeheerders de doelen naar beneden bijstellen.” Dit vergt volgens artikel 4.5 van de KRW wel een uitgebreide verantwoordingsprocedure tegenover de Europese Commissie.

  • Is ons waterschap c.q. uw DB in het licht van de realisering van de KRW doelen voorbereidend bezig met de mogelijke aanpassing van de doelen, mogelijk aanvullende maatregelen of met de mogelijkheid de doelen te verlagen? 
  • Zo ja, op welke wijze en wanneer wordt het AB hierbij betrokken?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


VRAGEN OVER DE AANVOER VAN ZOET WATER, KENMERK 18003

 


Bergen op Zoom, 29 juli 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Vragen over de aanvoer van zoet water, kenmerk 18003

 

Geacht Dagelijks bestuur,

De huidige hoge temperaturen en de ermee gepaard gaande droogte hebben tot gevolg dat de aanvoer van zoet water de nodige inspanningen van ons waterschap vereist. Op dit moment is alles nog redelijk in de hand te houden in ons gebied. De klimaatscenario’s veranderen echter met dag en de extremen blijven elkaar overtreffen. Een aantal factoren was voor West-Brabant gelukkig gunstig ten aanzien van de aanvoer van zoet water. Overbodig te vermelden dat de beschikbaarheid van zoet water ook wereldwijd een punt van zorg is.

De voorgenomen verzilting van het Volkerak-Zoommeer (al gaande door het achterstallige onderhoud van de sluizen) maakt dat een belangrijke bron van zoet water gaat wegvallen. Zoet water voor West-Brabant wordt in dat scenario via de Roode Vaart aangevoerd.

Vragen

  1. Is de aanvoer van voldoende zoet water in de huidige extreme weersomstandigheden gegarandeerd wanneer het Volkerak-Zoommeer   zou zijn verzilt?
  2. Zijn er alternatieve aanvoerroutes voor zoet water denkbaar?
  3. Is in de huidige beleidsdocumenten rekening gehouden met de extremen waar we nu al mee te maken hebben?
  4. Is heroverweging van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer niet urgent?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

Jan Slenders

 


FOTO WEDSTRIJD, KENMERK 18002

 


Bergen op Zoom, 10 januari 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Foto wedstrijd, kenmerk 18002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

In het projectenboek 2018 “mensenwerk” is te vinden dat in de top 40 van de meest gefotografeerde dijken en dijklocaties van Nederland West-Brabant niet voorkomt! In het besef dat West-Brabant ons werkgebied is en dat West-Brabant vele honderden kilometers dijken kent, waaronder vele kunststukjes en technische ‘wonderen’ van vele jaren ‘mensenwerk’ is het ontbreken van onze West-Brabantse dijken in de top 40 voor mij bijkans onverteerbaar.

De komende tientallen jaren zullen vele van onze dijken op de ‘schop’ moeten om ook na toetsing aan de nieuwe normen te gaan voldoen. Dat vergt draagvlak, bewustwording en medewerking van onze burgers, maar ook blijvende verslaglegging van wat er nu is.

Mijn idee: organiseer, mede ter voorbereiding van de komende waterschapsverkiezing, een fotowedstrijd met als thema ‘onze dijken’. Als waterschap kunnen wij hiermee ook een bijdrage leveren aan het uitdragen van de pracht van onze regio en daarmee aan de economische sterkte daarvan.

In afwachting van uw reactie,

 

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


STUKKEN CWK, KENMERK 18001

 


Bergen op Zoom, 10 januari 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Stukken CWK, kenmerk 18001

 

Geacht Dagelijks bestuur,

Formeel zijn de stukken van de CWK openbaar. Helaas zijn ze in de praktijk niet bereikbaar voor de burger, de media of een eenvoudig AB lid. Als oud lid van de CWK en als AB lid wil ik echter graag op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen op het vlak van waterkeringen.

Mijn verzoek aan uw bestuur is dan ook te regelen dat ondergetekende en mogelijk ook andere geïnteresseerde AB leden tijdig kunnen beschikken over de CWK stukken, zodat ondergetekende ook een afweging kan maken of het bezoeken als toehoorder van een formeel openbare CWK vergadering de moeite waard is.

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


BAGGEREN GROOTE MELANEN, KENMERK 0065

 


Bergen op Zoom, 8 februari 2015

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Baggeren Groote Melanen, kenmerk 0065

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

In het algemeen is het onverstandig wateren, zoals de Groote Melanen, te baggeren in het voorjaar. Op dat moment zitten er mogelijk nog overwinterende amfibieën in de modderlaag verscholen en trekken ook de op het land overwinterende amfibieën naar het water om er hun eitjes af te zetten. Ook voor de meeste vissen is dat het seizoen om hun eitjes af te zetten. Op grond van de algemene zorgplicht, die ook het waterschap heeft, op grond van de Flora- en faunawet is het voorjaar over het algemeen daarom een zeer onverstandige periode om te baggeren. Gaan baggeren terwijl het vervuilende water uit de om te leiden Jankenbergloop en de sloot vanaf het volkstuinenterrein in de Groote Melanen blijft stromen is raar. De werkvolgorde omdraaien is uiteraard veel logischer.

Alle amfibiesoorten zijn wettelijk beschermd en als er zwaarder beschermde soorten voorkomen mag er alleen met een ontheffing in het voorjaar gebaggerd worden. Op Waarneming.nl staat aangegeven dat in het gebied Groote Melanen de Rugstreeppad voorkomt: dat is zo’n zwaarder beschermde soort waarvoor niet zonder ontheffing mag worden gebaggerd. Het waterschap en de gemeente zijn daar door de lokale IVN- afdeling ook op gewezen. Tevens is op de recente informatieavond gevraagd om inzage in het uitgevoerde flora- en faunaonderzoek. Dat is naar mijn informatie nog niet beschikbaar gesteld. Recent is aan een vertegenwoordiger van de IVN- afdeling medegedeeld dat de Rugstreeppad niet in de Groote Melanen zelf, maar 100 meter verderop was aangetroffen en dat er daarom toch in het voorjaar gebaggerd kan worden. Amfibieën zijn mobiel en het feit dat de Rugstreeppad niet in de Groote Melanen is aangetroffen, is geen enkele garantie dat die soort daar niet voorkomt. Zeker in het voorjaar trekt de Rugstreeppad naar water om zich voort te planten.  

  • Wat is de reden dat nu besloten is te baggeren in het voorjaar?
  • Is uitstel tot het najaar mogelijk? 

In afwachting van uw beantwoording/reactie,

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen  

 


ADVIES DELTAPLAN ZOETWATER, KENMERK 0064

 


Bergen op Zoom, 23 januari 2015

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          advies Deltaplan Zoetwater, kenmerk 0064 

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

In september 2014 is verschenen het advies Deltaplan Zoetwater. Dit advies is input geweest voor het Deltaplan Zoetwater. Op pagina 9 van het advies is te lezen: “Partijen zullen een bestuursakkoord tekenen, waarmee ze zich formeel committeren aan de uitvoering van de eerste tranche maatregelen uit het Deltaplan. De partijen verankeren de voor hen relevante maatregelen in hun plannen, reserveren daarvoor de financiële middelen op hun begroting, en gaan – al dan niet gezamenlijk – over tot uitvoering.”  

Voor de fractie Ons Water/Waterbreed leidt het bovenstaande tot een aantal vragen:

  • Heeft ons waterschap dit voornoemd bestuursakkoord getekend?
  • Zo ja, welke maatregelen komen dan geheel of gedeeltelijk voor onze rekening en wat is de impact van deze kosten op de begroting van de komende jaren?
  • Zo nee, is uw DB dit voornemens te doen en wat is de rol van het AB in deze?
  • Is het DB met de fractie Ons Water/Waterbreed van mening dat, gezien de mogelijke gevolgen op de begroting, het AB gekend moet worden in het aangaan van voornoemd bestuursakkoord? 

In afwachting van uw beantwoording/reactie,

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen  

 


OPVOLGING DISCUSSIE IN HET AB VAN 12 NOVEMBER 2014, KENMERK 0063

 


Bergen op Zoom, 8 december 2014

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          Opvolging discussie in het AB van 12 november 2014, kenmerk 0063

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

Ik had de verwachting dat door uw DB mijn bestuurlijke vragen in mijn betoog schriftelijk beantwoord zouden worden. Ik heb daar ook naar verwezen in mijn tweede termijn (pagina 12 van de notulen): “Voor de rest zie ik graag de schriftelijke beantwoording tegemoet, in ieder geval van mijn bestuurlijke vragen in mijn betoog over bijlage 5 en de tegenstelling in de opmerkingen over wel of niet inlaatstops en het concept.” 

Onderstaand de tekstdelen die daarover gaan uit de bijdrage d.d. 12 november van Ons Water/Waterbreed inzake de zienswijze. 

Dan de feitelijke huidige kwaliteit als het over de blauwalg gaat. Op pagina 38/39 van de MKBA is te lezen: “Sinds 2008 is door de aanwezigheid van de quaggamossel de blauwalgproblematiek afgenomen. In 2012 en 2013 zijn er geen innamestops meer geweest.” Dit lijkt een heldere uitspraak. Het verbaast onze fractie dan ook dat in de “Joint Fact Finding zoet water” op pagina 22 is te lezen: “In 2012 zijn vanaf eind augustus, dus laat in het seizoen, de Brabantse inlaten aan de Eendracht dichtgezet wegens blauwalgen (mondelinge mededeling (………. van een ambtenaar wiens naam ik maar niet noem in het openbaar) van – Waterschap Brabantse Delta.)” . Ik heb nog nooit eerder in openbare stukken van de Rijksoverheid gelezen “mondelinge mededeling van….” Maar als die mededeling in strijd is met een schriftelijke mededeling in een MKBA heb ik daar als volksvertegenwoordiger in dit huis grote moeite mee en word ik argwanend. Wat is de waarheid en hoe kan het dat in een belangrijk stuk als de “Joint Fact Finding zoet water” iets anders staat dan in een MKBA? Wat zijn de feiten? Het antwoord is belangrijk om werkelijk te kunnen beoordelen of de kwantitatieve leverzekerheid straks beter is.

Ook de kwalitatieve zekerheid roept vragen op. Het woord ‘bruinrot’ komt in de stukken maar zelden voor en al helemaal niet in de Ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Ook in de MKBA heb ik er tevergeefs naar gezocht. Ook op pagina 157 van de MKBA waar geschreven wordt over de “aanpassing inlaat Oosterhout” lijkt bruinrot niet te bestaan. Curieus is de inhoud van de Zoetwater rapportage 2012.

 Op pagina 41 is de navolgende tekst te vinden over water dat via Oosterhout in het Mark-Vliet stelsel komt: “Het risico bestaat dat dit water verontreinigd is met de bruinrotbacterie die in Oost-Brabant voorkomt en een bedreiging kan vormen voor de aardappelteelt in West- Brabant.”.

Op pagina 12 van de Zoetwater rapportage 2012 wordt in een omkaderd gedeelte verwezen naar de “nieuwe inzichten weergegeven van waterschap Brabantse Delta met betrekking tot de inzet van Oosterhout.”. Als je dan bijlage 5 van dat stuk leest (pagina 127/132) valt op dat bruinrot in dat stuk niet lijkt te bestaan. Wat ook opvalt is dat de opstellers vermeld zijn, maar, hoewel het stuk deels het karakter heeft van een zienswijze, het stuk niet getekend is door de dijkgraaf noch, dat het naar mijn beste weten, is behandeld in het DB.

Graag beantwoording van de vet gedrukte vragen en een reactie op het onderstreepte deel.

In afwachting van uw beantwoording/reactie, 

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen  

 


ZOUT EN ZOET IN ZEELAND IN KAART GEBRACHT, KENMERK 0062

 


Bergen op Zoom, 2 december 2014

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          Zout en zoet in Zeeland in kaart gebracht, kenmerk 0062

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

Onder verwijzing naar het artikel onder de link https://www.technischweekblad.nl/zout-en-zoet-in-zeeland-in-kaart.387778.lynkx komt de vraag op: wordt het geen tijd een dergelijk onderzoek ook in West-Brabant te laten uitvoeren? De fractie Ons Water/Waterbreed acht het raadzaam om ook in ons werkgebied te komen tot een goede nulpuntmeting van de huidige verzilting van gronden en grondwateren, om na verzilting van het Volkerak-Zoommeer op termijn te kunnen zien, of, hoe en tot hoever de invloed van een verzilt Volkerak-Zoommeer gaat reiken.  

In afwachting van uw handelen,

hoogachtend, 

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen  

 


ZIJN ER VERSCHILLEN, KENMERK 0061

 


Bergen op Zoom, 22 november 2014

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          zijn er verschillen, kenmerk 0061 

 

Geacht Dagelijks Bestuur, 

Onder verwijzing naar het artikel onder de link https://www.groeneruimte.nl/nieuws/artikel.html?id=164592&b=gr141119

komt de vraag op: hoe zit het bij ons aan de grens met België? In hoeverre sluiten onze (natuur)inspanningen, ambities en plannen aan bij die van onze buren en wordt met de noodzakelijk prioriteitsstellingen daar rekening meegehouden? 

In afwachting van uw handelen,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


REACTIE OP CONCEPT ZIENSWIJZE ONTWERP-RIJKSSTRUCTUURVISIE, KENMERK 0060

 


Bergen op Zoom, 17 november 2014

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:          reactie fractie Ons Water/West Brabant waterbreed op de concept  zienswijze ontwerp-Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer, kenmerk 0060

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Ten aanzien van het gestelde onder het kopje “Eerst het zoet, dan het zout” heeft onze fractie een probleem met de zin: “Omdat het zout maken van het Volkerak-Zoommeer voor 2028 is voorzien, gaan wij er vanuit dat er in de tussenliggende periode passende maatregelen zullen worden getroffen om het zoutlek bij de Krammersluizen, of de gevolgen ervan, afdoende tegen te gaan. Dit is noodzakelijk om aan de afspraken uit het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer te kunnen voldoen.”

Onze fractie vindt dat dit concreter en steviger kan en wat ons betreft gewenst is. Wij onderschrijven dat de aanpak van het zoutlek bij de Krammersluizen noodzakelijk is om aan de gemaakte afspraken inzake de maximale chloride gehaltes op het Volkerak-Zoommeer te gaan voldoen. Onze pijn zit de frase “in de tussenliggende periode”.

Onderstaand enkele citaten uit de MKBA:

  • Pagina xi: “Het bellenscherm in de Krammersluizen levert direct baten op en is kosteneffectief bij zowel een zoet als een zout Volkerak-Zoommeer, doordat ook een zout Volkerak-Zoommeer pas over enkele jaren mogelijk is.”
  • Pagina xii (figuur D): “verzilveren no-regrets en kansen – Bellenscherm Krammersluis”
  • Pagina 24 (optie 6): “Standaard wordt bij het grote onderhoud aan de Krammersluizen uitgegaan van vervanging van de zoet-zoutscheiding door een traditionele oplossing. Deze vergt een grote investering en een lange gebruiksduur om economisch aantrekkelijk te zijn. Wanneer deze oplossing bij een zout Volkerak-Zoommeer voortijdig overbodig wordt, is sprake van kapitaalvernietiging. Een optie bij alle alternatieven is om de bestaande zoet-zoutscheiding te vervangen door een bellenscherm vanwege de reistijdwinsten voor de scheepvaart en mogelijk lagere levensduurkosten. Ook bij varianten waarin het Volkerak-Zoommeer op termijn zout wordt en de zoet-zoutscheiding niet meer nodig is, levert dit voordeel op. Er is sprake van minder kapitaalvernietiging en met een bellenscherm ervaart de scheepvaart al direct minder reistijdverlies.”

In deze citaten ziet de fractie van Ons Water/West-Brabant Waterbreed alle reden voor een steviger inzet. De fractie Ons Water/West-Brabant Waterbreed verzoekt uw DB de woordener in de tussenliggende periode passende maatregelen zullen worden getroffen om het zoutlek bij de Krammersluizen” te vervangen door: “ten spoedigste het zoutlek in de Krammersluizen middels een bellenscherm aan te pakken, zoals vermeld als no-regret maatregel in de MKBA”.

Ten aanzien van het gestelde onder het kopje “Planning en aanpak van aanvullend onderzoek naar leveringszekerheid” acht onze fractie de laatste twee zinnen te afwachtend. Wij hebben geen probleem met iets onderzoeken, maar het kan geen kwaad nu reeds helder te maken wat wij willen en waarom. 

Ook hier eerst een citaat: Op pagina 30 van de “Joint Fact Finding zoet water” onder het kopje “Leveringszekerheid en efficiency” is de volgende tekst te vinden:  “Bij een weer zout Volkerak-Zoommeer heeft de zoetwaterinlaat naar het VZM van 25 m3/s een hoge prioriteit omdat deze nodig is voor het beperken van de zoutlekkage door Volkeraksluizen. Zo kan een grote stijging van de chlorideconcentratie bij de inlaat aan het Haringvliet voor drinkwaterproductie worden voorkomen. De zoetwaterinlaat vanuit het Hollandsch Diep naar het zoute VZM wordt daarom ingedeeld in categorie 2 van de verdringingsreeks. De andere inlaten vanuit het Hollandsch Diep, dus ook de vergrote inlaat via de Roode Vaart, zijn categorie 4. De hiervan afhankelijke gebieden (MDV-systeem, PAN-polders en Tholen /St. Philipsland) zijn en blijven daarmee afhankelijk van een categorie 4 waterinlaat vanuit het hoofdwatersysteem. Ten opzichte van de huidige situatie met een zoet Volkerak-Zoommeer verandert er voor deze gebieden formeel niets. Wel is de vraag aan de orde of de leveringszekerheid voor deze gebieden in situaties van droogte waarbij de verdringingsreeks in werking treedt wordt beïnvloed (eerder wordt “verdrongen”) door de zoetwatervraag voor zoutlekbestrijding.”

Onze fractie wenst nadrukkelijk dat in de zienswijze helder wordt dat het waterschap Brabantse Delta van mening is dat, gezien ons belang bij leveringszekerheid van goed zoet water voor de landbouw, de inlaat aan het Hollandsch Diep in het kader van de verdringingsreeks een categorie 2 inlaat wordt. Er is naar onze mening geen principieel verschil als het gaat om verziltingbestrijding met de inlaat bij de Volkeraksluizen. Belangrijk is tevens dat we dan minder kans hebben gebruik te moeten maken van de waterinlaat bij Oosterhout als daar het risico is van bruinrot. Graag zagen we het voorgaande verwerkt in de zienswijze.

Ten aanzien van het gestelde onder het kopje “Financiering van maatregelen inclusief extra beheer en onderhoud” is de fractie van Ons Water/West-Brabant Waterbreed van mening dat de laatste zin niet in overeenstemming is met de wensen zoals in het AB van 12 november is verwoord en ondersteund door een ruime meerderheid van de vergadering.

Wat ons betreft wordt in de zienswijze opgenomen  dat volgens het vervuiler-betaald-principe de veroorzaker van de kosten van de verzilting tot in lengte van jaren de daaruit voortkomende lasten zal dienen te dragen.

Dus, geacht DB, maak helder in de zienswijze dat het waterschap Brabantse Delta van de veroorzaker van de verzilting van het Vokerak-Zoommeer, de Rijksoverheid, voor beheer, onderhoud en exploitatie van de werken een adequate vergoeding verlangt op basis van de werkelijke kosten.

In afwachting van uw handelen,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen