OVER WATER – 137

 

| 19-05-2018 | 14.00 uur |


 

OVER WATER – 137

 

Gelezen

Recent heb ik gelezen “Tonnagie op de Zeeuwse Stromen” geschreven door Ad van der Weel, Uitgegeven door Rijkswaterstaat Directie Zeeland omstreeks 2002. Het boek gaat over de geschiedenis van de betonning van de Zeeuwse Wateren, betonningsstelsels, betonningsmaterialen (boeien en bakens), betonningsvaarschepen, plaatsingspalen, onderhoud, storingen etc. en bevat tal van foto’s, kaartjes en illustraties. Hoewel het boek enigszins gedateerd is, geeft het een prachtig overzicht van de geschiedenis van betonningen en de organisatie van deze vorm van geleiding en bescherming van de scheepvaart.

“Het Groene Kleed, Toekomst voor de Nederlandse natuur”. Een boek uitgegeven in 1995 en geschreven door Jan van Gelderen met foto’s van Fred Hazelhoff. De eerste zin luidt: “De beloften van een verrommeld land.” Een kritisch boek met hoop voor de toekomst. Het is aardig om nu, 23 jaar na de uitgifte,  te kijken of en hoe de plannen van toen vorm zijn geven.  Mijn conclusie? Er is best veel gebeurd. Toch lijkt het deels dweilen met de kraan open.

“Water, drie culturen zoekend naar evenwicht”. Een boek uitgegeven in 1994 door SDU en geschreven door Bas Vereecken, met foto’s van Reinout van den Bergh en een bewogen voorwoord door Boutros Boutros-Ghali de toenmalige Secretaris-Generaal van de verenigde Naties.  “Water” brengt drie culturen in beeld die alle drie strijd leveren met het water, in een poging met dat water in harmonie te leven. De Tukano indianen in het Amazone gebied rond de grens van Brazilië en Colombia. Een waterrijk gebied dat toen en nu bedreigd wordt doordat goudzoekers het ‘water’ van hun rivieren vervuilen met olie en kwik.  De provincie Noord-Holland waar alles rond het ‘water’ perfect georganiseerd lijkt en goed drinkwater vanzelfsprekend lijkt en toch een strijd om de kwaliteit van drinkwater en oppervlaktewater steeds nodig blijft. En de Jemenieten die leven in een woestijnachtige omgeving waar de watervoorraden toen en nu schaars zijn. En de strijd, mede om dat water, anno 2018 met bommen en granaten wordt gevoerd. Het “Water” laat zien dat culturen afhankelijk zijn van water. Water is een rode draad in de ontwikkeling van deze drie culturen en vermoedelijk van alle culturen.      

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 136: OUDE WIJSHEDEN

 

| 12-05-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 136: OUDE WIJSHEDEN

 

Mijn zoon is recent in het bezit gekomen van een deel van het archief van het landgoed Mattemburgh. Bij het doornemen van die stukken kwam ik enkele aanslagen tegen ten behoeve van de lediging van de kosten van de “Herdigting  van de Rivier de Mark en Dintel” uit 1844.

Als waterschapbestuurder is de interesse bij mij dan gelijk gewekt en probeer ik de kennis en gebruiken van toen te beschouwen bij de inzichten en plannen van nu. De ‘herdigting van de Mark en Dintel’ kende een lange geschiedenis. En er werden vele tientallen jaren plannen gemaakt en werd er nagedacht over de financiering, zoals het ‘financieringsplan’ bij besluit van Zijne Majesteit van 5 juli 1818.  

De ‘herdigting van de Mark en Dintel’ betrof een voor die tijd zeer omvangrijk werk ter verbetering van onder andere de bevaarbaarheid, de uitwatering, de bescherming tegen overstromingen en betrof onder andere uitdieping, stroomverleggingen, dijkwerken en de bouw van sluizen. Bij besluit van Zijne Majesteit van 15 december 1824 werd tot de werken (begroting 633.500 gulden) besloten. De realisatie vond plaats in de jaren 1826-1828. Ter dekking van de kosten werd er een heffing geheven per grondeenheid. Een soort van grondslag, die vergelijkbaar is met de huidige watersysteemheffing per hectare. Anno 2018 kent die heffing in feite twee klassen die voor de categorie  ongebouwd (agrarische gronden) en die voor de categorie natuur.

Het huidige systeem van waterschapsbelastingen is in discussie en er is een advies van de Unie Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB). Ik schreef hier eerder over. De CAB stelt voor de categorie natuur voortaan onder te brengen bij de categorie ongebouwd. Als dat de enige wijziging zou zijn, betekent dat een tariefstijging voor de huidige categorie natuur van circa 1400 procent. Het concept voorstel van de CAB is gebaseerd op het meer in balans brengen van de kosten, veroorzaakt ten behoeve van een categorie, met het belang van die categorie. Feitelijk is dit de toepassing van het kostenveroorzakingsprincipe. Nog niet zo lang geleden was het ‘profijtbeginsel’ in zwang. En tot Rijksbeleid verklaard.

Bij verdeling van de kosten van de “Herdigting  van de Rivier de Mark en Dintel” concludeer ik op basis van de aanslagen in het jaar 1844 dat het profijtbeginsel of opbrengstmogelijkheden van de grond het uitgangspunt was. Voor ruim 47 gemeten (circa 20 hectaren) van de “besten grond” moest de heer van Mattemburgh ruim 110 gulden per jaar betalen. 5,5 gulden per hectare. Terwijl voor bijna 53 gemeten (22,5 hectaren) klasse 6 grond nog geen 8 gulden per jaar betaald moest worden. Circa 36 cent per hectare. 170 jaar geleden was de heffingsverhouding tussen landbouwgronden en natuurgronden bijna dezelfde als nu. Kijkend naar de CAB voorstellen nu, stel ik mij de vraag: hebben we het al die tijd fout gedaan of is het aanhangen van het kostenveroorzakingsprincipe een rimpeling in de tijd, een modeverschijnsel? Ik voel meer voor het profijtbeginsel in combinatie met het draagkrachtbeginsel. Ik wens de wetgever veel wijsheid toe bij de te maken afwegingen. Zelf leer ik graag van de geschiedenis, omdat ik heb geleerd dat daar veel wijsheid in te vinden is.         

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 135

 

| 05-05-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER 135

 

Gelezen:

“Vier eeuwen wateroverlast langs de Maas”, geschreven door Bram Steketee en Hans Willems. Bij het lezen besef je dat besluiteloze politici/bestuurders van alle tijden zijn en dat talmen en kissebissen over wie zal wat betalen, ook niets nieuws is.  

“Strijd om de rivieren, 200 jaar rivierenbeleid in Nederland” geschreven door Alex van Heezik. Ik heb de tweede herziene druk. uitgegeven in 2007 gelezen. Het lezen van dit boekwerk heeft mij iets bescheidener gemaakt als het gaat om onze ‘prominente’ rol in de ontwikkeling van waterbeheer in de wereld. Zeker als het gaat om het rivierbeheer, liepen we vele jaren achter de feiten aan (1800-1850), met als belangrijkste oorzaken: niet in mijn achtertuin, wie zal dat betalen en de vraag wat is haalbaar of de beste benadering? Normaliseren/stroomverbetering of afleiden via overlaten. Willem I, de kanalenbouwer, was eigenlijk meer uitstelstrateeg en hij wenste meer geld te steken in de verbetering van landwegen dan van waterwegen. Het duurde tot 1850 voordat aan de vooral Duitse Tolverbond pressie gevolg werd gegeven. De Rijn moest beter bevaarbaar worden en de Nederlandse bescherming van de eigen schippers diende geliberaliseerd te worden. Het leek het huidige Europa wel. Veel van de kennis kwam, zowel ten behoeve van de kanalenbouw als van de aanpak van de rivieren, van Duitse en Franse ingenieurs. Zij waren ons voorgegaan in de maakbaarheid en normalisering van de rivieren ter verbetering van de bevaarbaarheid en de beperking van overstromingen. Ook ten aanzien van de aanpak en bewustwording van de waterkwaliteit levert dit boek inzichten. Ik beveel lezing van harte aan, al is het maar voor het besef dat veel van onze kennis over rivierbeheer mede door buitenlandse inbreng tot stand is gekomen.   

Gelezen/bekeken het fotoboek “NL XL” door Karel TomeÏ. Een prachtig fotoboek over Nederland in vogelvlucht. Leuk om daarin ook de Overdiepse Polder tegen te komen.

Gelezen/bekeken het fotoboek “Mooi De Biesbosch” van de hand van Marcel van Balkom. Een mooi boek met tal van natuurfoto’s. Zeker de moeite waard!

Gelezen/bekeken “Droge Voeten” uitgave 2005, geschreven door Sietse van der Hoek. Fotografie Riesjard Schropp. Het boek beschrijft het water en water gerelateerde objecten in het waterschap Brabantse Delta. Een mooi landschap en een waterwereld die ik goed ken. De titel van het eerste hoofdstuk omschrijft het boek en de inhoud voor mij het beste: “Landschap dat gaat zitten in de mens.” Voor een ieder het lezen en bekijken waard.    

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 134

 

| 28-04-2018 | 13.00 uur |


 

OVER WATER 134

 

Nieuwe waterkwaliteitscheck voor stedelijk water in ontwikkeling
In veel steden en dorpen worden projecten opgezet ten behoeve van: klimaatadaptatie, duurzaam waterbeheer en de aanpak van hittestress.  Voorbeelden zijn het hergebruik van afvalwater, fonteinen, (regen)waterberging, heropening grachten/singels en waterpleinen. Mensen kunnen hierdoor meer in aanraking met water in de openbare ruimte komen, met alle mogelijke gevaren van dien. Denk aan risico’s voor de gezondheid. Het RIVM pleit er daarom voor om bij het ontwerpen, plannen, beheer en realiseren van stedelijk water stil te staan bij de kwaliteit van water. Om dit te ondersteunen is de microbiologische waterkwaliteitscheck voor stedelijk water in de maak.

Financiële prikkels voor klimaatadaptatie
Recent is verschenen het rapport ‘Financiële prikkels voor klimaatadaptatie’. In dit rapport is in kaart gebracht het vergroenen van belastingen en andere mogelijke financiële prikkels om klimaatbestendigheid te stimuleren. NextGreen en Stroom en Onderstroom inventariseerden de verschillende soorten financiële prikkels in opdracht van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Gemeenten en waterschappen kunnen deze middelen inzetten om inwoners en ondernemers te stimuleren tot het klimaatbestendig inrichten van hun gebouwen en tuinen. Gemeentelijk zou bijvoorbeeld het tarief van de rioolheffing afhankelijk kunnen worden van het watergebruik of het wel of niet afkoppelen van de regenpijp. In sommige gemeenten maken politieke partijen er al werk van. Als voorbeeld een initiatief van de PvdA en GrL in de vorm van een motie in de gemeente Lochem. De motie haalde het niet, maar het kan dienen als voorbeeld hoe het vergroenen van een heffing vorm kan krijgen.

Voedselvermalers
Voedselvermalers worden op grote schaal op websites aangeboden om geïnstalleerd te worden in uw keuken. In de USA is het heel gewoon om voedselresten te lozen in het riool. Maar in Nederland zijn ze echter, middels artikel 6 in het “Besluit lozing afvalwater huishoudens”, verboden. Dit verbod is er niet zonder reden. Voor een goede verwerking van het afvalwater en het onderhoud van riolen en persleidingen zijn voedselresten in het afvalwater niet alleen niet goed voor het milieu, het is ook kostbaar en leidt tot hogere tarieven bij gemeenten en waterschappen. Niet doen dus en laat u niet verleiden tot de aankoop van dergelijke apparatuur. RTL nieuws wijdde er in de zomer van 2017 al eens aandacht aan.

25 april
Op de agenda van het algemeen bestuur (AB) stond de aanvraag van het uitvoeringskrediet “aanpassen watersysteem en -kering bij Waalwijk”. Het is een miljoenen project, waarbinnen een veelheid van zaken zijn gekoppeld. Nieuwe gemalen, het oplossen van een veiligheidsprobleem, nieuwe watergangen. Het watersysteem van de Buitenpolder en de Capelsche Polder wordt toekomst bestendiger gemaakt. Het project is een essentiële randvoorwaarde om de natuurdoelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te kunnen realiseren in de Westelijke Langstraat.

Als DB lid heb ik hier veel uren ingestoken. Het doet mij dan ook deugd dat dit krediet van 19 miljoen met algemene stemmen door het AB ter beschikking is gesteld. Nu komt het op een tijdige uitvoering aan om op tijd aan de eisen van de PAS te gaan voldoen.  

Louis van der Kallen

 


DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

| 23-04-2018 | 13.30 uur |


 

DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

De VVD fractie in de Staten van Brabant laten weer eens een ballonnetje op. Ze willen een onderzoek naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’. Nu ben ik reeds jaren in het waterschapsbestuur actief en heb al veel waterschapfusies meegemaakt.

Toen ik begin jaren negentig begon waren er nog 16 waterschappen in Noord-Brabant, nu nog 3 en een stukje waterschap Rivierenland het voormalige Alm en Biesbosch. Waterschappen hebben een enorm fusietraject doorlopen. Rond 1850 waren er in Nederland ongeveer 3500 waterschappen in 1950 nog circa 2500 en nu nog 22. Minder dan 1 % van het aantal in 1950! Recordhouder is het huidige waterschap Rivierenland dat 474 rechtsvoorgangers kent. Ook in het  werkgebied van mijn eigen waterschap Brabantse Delta waren in 1950 nog meer dan 200 waterschapjes. Effect van al die fusies: een meer deskundige organisatie. De fusies waren tot op zekere hoogte ook nodig vanwege de toegenomen taken en de complexiteit daarvan.

Maar de fusies kenden ook een hoge prijs: minder betrokkenheid en gebiedskennis van de bestuurders. Het werden bestuurders op afstand. En nà 2008 vooral politieke bestuurders met vaak bitter weinig kennis over de voor het waterbeheer, in mijn ogen, benodigde (technische-) en gebiedskennis. Maar wat nog erger is, de passie voor het gebied en de bijzondere taken van waterschappen ontbreekt vaak bij politici. Besturen wordt leunen op de kennis van de ambtenaren in plaats van gebaseerd op de eigen kennis en betrokkenheid bij het gebied. De drie waterschappen werken, op de onderdelen dat het een toegevoegde waarde heeft, in termen van geld of kwaliteit, al jaren goed samen. Een fusie levert dan wel de genoemde nadelen op, maar nauwelijks een besparing.

De focus op de waterschappen verbaast mij ook. Kijk eens naar gemeenten. In 1850 waren dat er in Nederland nog circa 1240, in 1950 circa 1000 en nu nog 380. 38 % van het aantal in 1950! Zeeland ging van 113 gemeenten in 1850 naar 101 in 1950 naar 13 nu. 13 % van het aantal in 1950! Noord-Brabant ging van 143 gemeenten in 1950 naar 64 nu. Bijna 45 % van het aantal in 1950! Gezien die gemeentelijke cijfers had ik het veel logischer gevonden als de VVD fractie in de Staten van Brabant voor de gemeenteraadsverkiezingen hadden gevraagd naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’ van de huidige 64 gemeenten. Of gaan er dan teveel bestuurlijke VVD posten verloren?

Zelf ben ik niet z’n voorstander van verdere fusies. De afstand tot de burger wordt alsmaar groter en de kennis van het gebied of de dorpen of stad steeds kleiner. Nu zijn er gemeenten met tientallen dorpen. Ik zou daar nooit raadslid willen zijn. Het bijhouden van wat er leeft is dan, naar mijn inzicht, schier onmogelijk. Toen ik waterschapbestuurder werd van Zoomvliet was ik nog in staat op perceelniveau te weten wat er speelde of wie en hoe er geboerd werd of wat de natuurwaarden waren. Met de opschaling naar het Scheldekwartier werd dat al heel moeilijk, maar je kende de collega bestuurders in de buurt van een perceel nog. Met de komst van het waterschap Brabantse Delta (meer dan 170.000 hectaren groot, meer dan 800.000 inwoners, meer dan 8100 kilometer aan sloten, beken, rivieren in beheer en binnen 21 gemeenten werkzaam) is dat niet meer mogelijk. Dan is passie nodig en liefde voor de taken. In godsnaam: stop nu eens met het oplaten van ballonnen en laat de waterschappen hun werk doen, zodat het veiligheidsniveau, de leefbaarheid en de natuur die aandacht krijgen en houden die nodig is.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 133: EEN OEVERZWALUWWAND EN DE NKWK CONFERENTIE

 

| 21-04-2018 | 09.00 uur |


 

OVER WATER 133: EEN OEVERZWALUWWAND EN DE NKWK CONFERENTIE

 

Vorige week vrijdag heb ik de ingebruikname bijgewoond van een oeverzwaluwwand aan de oever van de Amertak/Donge te Geertruidenberg. Niet dat getrainde oeverzwaluwen de wand in gebruik namen, maar diverse bij de totstandkoming van de wand betrokken bestuurders en ambtenaren waren uitgenodigd en werden ontvangen op Fort Lunet bij Raamsdonksveer en toegesproken door de initiatiefnemer Peter Verwaters.

Peter Verwaters is de volhouder die, nadat oeverzwaluwen vorig jaar een berg mineralen bij het bedrijf Sibelco in gebruik hadden genomen voor hun nesten, het bedrijf overhaalde de nesten te beschermen en daarna stad en land had bewogen om deze wand te realiseren. Ook ik was benaderd omdat de ideale plek een stukje grond van het waterschap Brabantse Delta was, waar de Amertak de Donge raakt. Ik ben er toen binnen het waterschap achteraan gegaan en beschouw de realisatie als één van de tastbare resultaten van mijn DB lidmaatschap. Ik vond het dan ook leuk voor deze ingebruikname uitgenodigd te zijn.

De locatie is voor de oeverzwaluwen ideaal. Voedsel is er in redelijke overvloed en de wand staat op een rustige, niet voor het publiek toegankelijke, plek. Toch kan het publiek er vanaf een wandelpad aan de andere kant van de Donge straks van genieten. De realisatie van de wand is wat mij betreft een voorbeeld van hoe het moet. Een bedrijf dat een stukje natuur beschermd en overheden die samen met het particulier initiatief iets moois realiseren.

Ik hoop dat mijn eigen gemeente daar een voorbeeld aan neemt. Ook in Bergen op Zoom zijn er tal van plekken waar een dergelijk initiatief een succes kan worden. Langs de Binnenschelde, op de Plaat en zelfs in of nabij het Anton van Duinkerkenpark zijn geschikte locaties te vinden.  

Op dinsdag 17 april was de 4e NKWK conferentie ‘van papier naar praktijk’ op de Campus Wageningen University & Research. De NKWK (Nationaal Kennis en innovatieprogramma Water en Klimaat) conferenties zijn voor mij altijd interessant gebleken en ook nu werd ik niet teleurgesteld.

Er waren een aantal sprekers, onder andere de Delta Commissaris Wim Kuijken die een overzicht gaf van de ontwikkelingen, kansen en bedreigingen. Het viel mij op dat bij alle discussies over de klimaatveranderingen en de mogelijke gevolgen, transport door niemand werd vermeld. Terwijl bijvoorbeeld de droogteperiodes zoals in 1976 enorme gevolgen kunnen hebben voor het transport over water op de niet gekanaliseerde delen van de grote rivieren!

Ik bezocht in de morgen de workshop “Naar een klimaatbestendige stad” met een aantal presentaties en discussies. Wat mij trof was dat bij één werkplan, het inschatten en kwantificeren van klimaatschaden, van alles werd benoemd behalve de oversterfte en de economische/financiële gevolgen. Beslismodellen worden ontwikkeld. De deelnemers formuleerden in vijf groepen welke informatie nodig is voor een werkbaar beslismodel.

In de middag bezocht ik de workshop Lumbricus “Bewust omgaan met de bodem is essentieel in waterbeheer”. Een buitengewoon leerzame workshop over bodemproblemen, zoals de bodemverdichting en welke pilots er lopen hoe de bodemverdichting aan te pakken. Van diepwortelaars, zoals sorghum en andere diepwortelende grassen, mechanische bewerkingen tot de herintroductie en kweek van wormen. De zware landbouwmachines, zoals ingezet bij de oogst van rooivruchten, zijn ware moordenaars van het bodemleven. Met revitalisering van de bodem is zowel voor de boer, de natuur als de waterbeheerder een wereld te winnen!   

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 132: BIJEN TELLEN EN WATERNIEUWTJES

 

| 14-04-2018 | 17.00 uur |


 

OVER WATER 132: BIJEN TELLEN EN WATERNIEUWTJES

 

BIJENTELLING

Volgend weekend organiseert Nederland Zoemt de eerste nationale bijentelling. Iedereen wordt opgeroepen om mee te doen aan dit landelijk onderzoek door in de eigen tuin gedurende een half uur bijen te tellen. De bijentelling wordt georganiseerd in samenwerking met EIS kenniscentrum insecten en waarneming.nl.

Het onderzoek wordt gedaan omdat het niet goed gaat met wilde bijen. Ruim de helft van de bijna 360 bijensoorten is bedreigd. Wilde bijen zijn belangrijk voor de voedselvoorziening: 80% van de eetbare gewassen is voor de bestuiving afhankelijk van bijen en andere insecten. Om de bij beter te kunnen helpen, is meer informatie nodig over waar bijen voorkomen en met hoeveel ze zijn.

Doe mee, het is eenvoudig. Eind april kunnen er zo’n 20 verschillende soorten wilde bijen, hommels en zweefvliegen in de tuin vliegen. Om deze soorten te herkennen zijn er verschillende hulpmiddelen, zoals een telformulier met zoekkaart, instructievideo en een uitgebreid bijengidsje ontwikkeld. Al deze materialen zijn te vinden op de website van Nederland Zoemt. Op deze website kunnen deelnemers in het weekend van 21 en 22 april ook direct de resultaten van hun telling invoeren en kan iedereen live de resultaten volgen.

DE NIEUWTJES VAN DEZE WEEK

De afgelopen jaren kwamen veel Chinese ‘waterwerkers’ naar Nederland om te kijken en te leren hoe het waterrijke Nederland omging en bouwde aan het waterbeheer en waterveiligheid. Ik denk dat binnen afzienbare tijd veel waterambtenaren en bestuurders van Nederlandse steden naar China op werkbezoek gaan om te zien hoe China in enkele decennia traditionele steden, waar het grootste deel van de neerslag wordt afgevoerd, ombouwt tot ‘sponssteden’ waar 70 % van de neerslag wordt vastgehouden in de bodem. In 2015 is dit project gestart in 30 steden. Het Nederlandse adviesbureau Arcadis is hierbij betrokken. Meer vocht in de bodem ontlast niet alleen de waterafvoercapaciteit maar bestrijd ook de hittestress. Voor China is de noodzaak tot aanpak van de wateroverlast evident. Naar schatting bedroeg de schade als gevolg van overstromingen in China tussen 2011 en 2014 honderd miljard dollar. In het licht van de klimaatveranderingen de grond gaan gebruiken als natuurlijke spons om overstromingen en wateroverlast te voorkomen zal ook in Nederland en Europa navolging moeten krijgen.

Amsterdam, Nijmegen en Rotterdam hebben met tal van ‘groendaken’ projecten laten zien dat dit soort projecten een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontlasting van het riool. De daken kunnen 32 tot 150 liter regenwater per vierkante meter bergen. Sedumdaken blijken circa 50 euro (inclusief de aanleg) per vierkante meter te kosten. De neveneffecten, buiten waterberging, zijn isolatie, vermindering hittestress, toename biodiversiteit en meer groenbeleving.   

Antwerpen is het pilootproject Tuinstraten gestart, waarbij in vijf stadsdistricten geselecteerde straten permanent gaan vergroenen en verblauwen. Het kent een combinatie van doelen: buffering en infiltratie van hemelwater en sociale elementen waarmee getracht wordt de contacten met de bewoners en tussen de bewoners te verbeteren, alsmede bewustwording. Bij een tuinstraat komt/blijft enkel verharding waar het noodzakelijk is, een karrespoor. 

Eendjes voeren lijkt misschien onschuldig. Maar algen eten mee en dat heeft een fors effect op de kwaliteit van singels en vijvers. Het gaat volgens Sven Teurlincx van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) niet om een boterhammetje hier en daar. Uit steekproeven blijkt dat er bij sommige vijvers wel zo’n acht kilo brood op een dag in het water belandt. “Dat is een hele bolderkar vol!” De gevolgen: troebel water met zoveel algen “dat je ermee kunt vingerverven”. En is het een vijver met een fonteintje? Dan adem je die algen nog in ook. Dat kan anders. Geen brood in het water en de eendjes op de kant niet zoveel voeren dat het blijft liggen voor de ratten. Meer informatie over wat eendjes voeren betekent voor de waterkwaliteit vindt u hier.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 131: ‘GOEDE’ IDEEËN EN GELEZEN WATERBOEKEN

 

| 07-04-2018 | 18.00 uur |


 

OVER WATER 131: ‘GOEDE’ IDEEËN EN GELEZEN WATERBOEKEN

 

GOEDE IDEEËN

In een land als het onze hebben we tot nu toe nooit een tekort aan kwalitatief drinkwater. In veel gebieden in de wereld is er niet alleen een tekort aan water, maar vooral aan goed en veilig drinkwater. Via condensatie systemen is al langer bekend dat vrijwel overal water is te winnen vanuit de lucht.

Warka Water heeft het principe van waterwinning door condensatie van het vocht in de lucht uitgewerkt, zodat goed en veilig drinkwater realiseerbaar is voor veel gemeenschappen. Benieuwd hoe? Kijk eens naar het Youtube filmpje waarin de Italiaanse architect Arturo Vittori het uitlegt.

Duitse en Zwitserse wetenschappers ontwikkelden een metaal-organische rooster, die gebruikt kan worden om lood- en kwikdeeltjes uit water te verwijderen. Uit testen met vervuild water van rivieren in Europa en Noord-Amerika bleek dat het metaal-organische rooster efficiënt de concentratie aan lood en kwik in het water kan terugbrengen tot niveaus onder de drempelwaarden. Het materiaal is gemakkelijk herbruikbaar en bestaat het niet uit toxische componenten.

GELEZEN

Bij mijn afscheid van de Unie commissie waterkeringen kreeg ik van collega heemraad Goos den Hartog het boekwerk “Tussen dijkstoel en dorpspolder” over de 474 voorlopers van het huidige waterschap Rivierenland (1273 – 2005). Omdat ik zelf in het Algemeen Bestuur van twee voorlopers heb gezeten (in 2000 en 2001 het Zuiveringsschap Rivierenland en van 1999 tot eind 2004 het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch en in 2005, het eerste jaar van het huidige Waterschap Rivierenland in het overgangsbestuur), heb ik het boekwerk met veel plezier en herkenning gelezen. Een prachtig stuk waterschapgeschiedenis van het rivierengebied. Het is fijn van die geschiedenis deel uit gemaakt te hebben. Goos bedankt!

Soms kom ik een (oud) boek/cursus tegen dat heden ten dage nog steeds leerzaam en actueel kan zijn. Zo ook een Teleac/Not cursus “Het woelige water” met als subtitel “watermanagement in Nederland”. Deze cursus werd in maart/april 1998 in 8 afleveringen uitgezonden, met als hoofdstukken:

–             Het zeeschap der Lage Landen
–             De mens wikt, de zee beschikt
–             Nederland krijgt vor
–             Veroveraars in den natte
–             Waterbeheer en –gebruik
–             Water voor tansport en
–             Water recreatie.

Het boek was voor mij een openbaring, hoe actueel een cursus over ‘water’ na bijna 20 jaar nog kan zijn.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 130: WATERTEKORT

 

| 31-03-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER 130: WATERTEKORT

 

Waterschaarste lijkt geen Nederlands probleem. Tot nu toe is dat de meeste jaren ook zo. Toch is de verwachting dat door klimaatveranderingen ook in Nederland zomerse droogteproblemen en waterschaarste in toenemende mate een probleem kunnen worden, waarmee de land- en tuinbouw maar ook transport over water in de (nabije) toekomst geconfronteerd kunnen worden.   

Het tot op heden meest droge jaar dat ik heb mee mogen maken was 1976. De droogte was toen bijna dagelijks het nieuwsthema waar het journaal mee begon. Het leidde zelfs tot een uitgebreid onderzoek door Ir. P.K.M van der Heijde, met steun van de Dienst Grondwaterverkenning TNO, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging en de Subcommissie voor Hydrogeologie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Om een echt beeld te krijgen van de zomer van 1976 en onze mogelijke toekomst is het filmpje ‘de hondsdagen van 1976’ het bekijken waard. Hittestress leidde in de zomer van 2003 in Frankrijk tot bijna 15.000 extra sterfgevallen en in Europa als geheel tot circa 70.000 extra sterfgevallen. De hittegolf van 1976 zouden die getallen ruim overtroffen hebben.

Toenemende oversterfte door hittegolven en waterschaarste is een probleem dat volgens een onderzoek, gepubliceerd in 2016 Science Advances, circa 4 miljard mensen treft.

Nu zijn er min of meer acute problemen in miljoenen steden als Kaapstad, Jakarta, Mexico City en vele anderen. In 2040, zo is de verwachting, zullen zonder ingrijpende maatregelen in heel veel landen ernstige watertekorten ontstaan, die ontwrichtend kunnen werken op het leven en werken in die landen. Het World Resources Institute (WRI) heeft in een uitgebreide rapportage geschetst welke landen, zonder de aanpak van dit probleem, getroffen zullen worden.

Het is de hoogste tijd voor een stevige aanpak. Mondiaal maar zeker ook op Europese en Nederlandse schaal. Ook voor gemeenten als Bergen op Zoom moet er over de volle breedte van het gemeentelijk beleid gewerkt gaan worden aan klimaatadaptatie en de aanpak van hittestress.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 129

 

| 24-03-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER 128

 

Een goed idee komt van Studio Marco VermeulenDutch Smart Thermal Grid” een open warmtenetwerk, waar diverse partijen in concurrentie geothermie, restwarmte en zonnewarmte kunnen aanbieden. Hierbij worden tal van voorbeelden genoemd waaronder één van Rijkswaterstaat: de studie om van de A37 een zonneroute te maken.

Steeds meer mensen worden er zich van bewust dat er iets moet gebeuren aan de opwarming van de aarde en de oorzaak en gevolgen van de klimaatverandering. Behoor jij daarbij? Kijk dan eens op  https://350.org Dat is een goed idee!

Een ander goed idee komt van Jacob Douenias en Ethan Frier afgestudeerd aan de Carnegie Mellon’s School of Architecture in Pittsburgh, Pennsylvania. Wat behelst het gebruik van fotosynthetische algen in meubelen. Het verdient verdere uitwerking en komt nu nog futuristisch over maar ik denk dat de mogelijkheden groot kunnen zijn. Nieuwsgierig? Kijk eens op de website van “living things”.

Soms kom je iets tegen waarvan je, op basis van de omschrijving en wat (commerciële) filmpjes, denkt: dit is de toekomst! De neveldouche is daarvan een voorbeeld. 50 tot 70 % (afhankelijk van welke website je bekijkt) minder (warm) water gebruik en een meer luxe stoomcabine achtige ervaring.  Geïnteresseerd in de technische uitleg?  Of in een uitleg die je een warm gevoel geeft? Op de website is zelfs te berekenen hoeveel je in water, gas, CO2 uitstoot en  geld bespaart. 

Er zijn steeds meer initiatieven die hergebruik van materialen stimuleren. De techniek maakt hergebruik steeds meer mogelijk en jonge onderzoekers weten door hergebruik ook esthetisch aantrekkelijke producten te maken. Tom van Soest is zo’n onderzoeker/ontwerper die middels het hergebruik van bouwmaterialen de wereld duurzamer en mooier maakt. Wilt u weten hoe? Kijk eens op:  https://www.stonecycling.com/

 

23 maart 2018

Ter lering en vermaak, maar ook ter ontspanning na de verschrikkelijke nederlaag van afgelopen woensdag, ben ik deze dag weer naar de PAL lezing geweest in het Provinciehuis van Zuid-Holland. In de statenzaal van Zuid-Holland, direct achter de mooie deuren heb ik onderhand een vaste plek. Het is ook prettig bekenden te ontmoeten die niet gelijk beginnen over de voor mij en de BSD dramatische verkiezingen.

De lezing ging dit keer over ‘Vrijkomende agrarische bebouwing – Kwaliteit, Kansen en Knelpunten’ en werd gegeven door Edo Gies, senior onderzoeker en adviseur Regionale ontwikkeling en ruimtegebruik bij Wageningen Environmental Research voorheen Alterra en van commentaar voorzien door Arie Verhorst, provinciaal voorzitter van LTO Noord in Zuid Holland.

Edo Gies zijn lezing was grotendeels gebaseerd op een eerder onderzoek “Ruimte voor de toekomst in het landelijk gebied. Trendverkenning 2020-2030 voor gemeenten met veel landelijk gebied” uitgevoerd in opdracht van de VNG.

De aangeduide trends waren:

  1. Het platteland wordt steeds meer een multifunctionele leef- en werkomgeving.
  2. Schaalvergroting van (agrarische)bedrijven en voorzieningen gaat gelijk op met een toename van kleinschalige en lokale initiatieven van burgers en bedrijven.
  3. Technologische innovatie kan juist op het platteland de bedrijvigheid en de leefbaarheid vergroten. 
  4. De kwaliteit van de leefomgeving in het landelijk gebied staat onder druk.                                         
  5. Initiatieven van burgers en bedrijven brengen oplossingen voor lokale problemen, maar niet zonder de betrokkenheid van gemeenten.

De Zuid-Hollandse situatie laat zien dat er steeds meer agrarisch bebouwing zal zijn de vrijkomen voor een ander gebruik. 2/3 van de bedrijven gaf in een onderzoek aan geen opvolger te hebben. Ook zijn er al een fors aantal bedrijven die feitelijk gestopt zijn, maar marginaal en formeel door boeren om fiscale redenen. Als je formeel stopt moet je afrekenen met de fiscus en dat bleek vaak een financiële of emotionele drempel. Als een ander te voorzien probleem werd genoemd de wettelijk verplichte asbestsanering. Over enkele jaren moet die afgerond zijn en bij stoppers is dat een probleem. Investeringen in vervanging terwijl je geen opvolger hebt of wilt stoppen is een haast niet te nemen drempel. Dit vergt bestuurlijke aandacht van gemeenten en provincies ter bewustwording en ondersteuning.

Arie Venhorst bepleitte buiten de ‘ruimte voor ruimte regeling’ een ‘bouwblok voor bouwblok regeling’ om te komen tot sanering van agrarische bouwblokken en zo verpaupering van het buitengebied te voorkomen.  Het overwegen waard. Ik roep de provincies dan ook op dit politiek bestuurlijk op te pakken.

Louis van der Kallen