JALOERS


| 18-04-2021 |

 

Op vakantie kom je soms goede ideeën tegen. Zo zag een lid van de Rotaryclub Katwijk – Noordwijk in Cannes – in la douce France – bij een aantal putten/straatkolken een plaatje met de tekst ‘Ici commence la mer. Ne rien jeter svp’ oftewel ‘hier begint de zee. Niets ingooien aub’.

Als lid van een serviceclub als de Rotary dacht hij: dat is iets voor mijn gemeente. Nu kent een gemeente als Bergen op Zoom vermoedelijk meer dan 10.000 straatkolken maar hoe mooi zou het zijn als een dergelijk idee ook in onze gemeente navolging zou krijgen. Als is het maar bij scholen, bibliotheken, kerken, bushaltes, hangplekken en in het centrum, zodat de mensen er zich bewust van worden dat het riool geen afvaldumpplek is. In de gemeente Katwijk heeft het geleid tot een prachtige actie waarbij tal van sponsoren en verenigingen zich aansloten. In ons mooie Brabant is er ook in Geertruidenberg een actie tot navolging gestart.

Wat in dat andere ‘’den Berg” (Geertruidenberg) kan, moet ook kunnen in ons Bergen. Dus welke serviceclub pakt dit op? Ik neem aan dat de Rotarians in onze gemeente trappelen van ongeduld om in het kader van community service dit op te pakken of neemt een andere serviceclub dit initiatief? Ik neem zomaar aan dat de Rotaryclub Katwijk – Noordwijk er geen patent op heeft aangevraagd!

 

Louis van der Kallen.

 


IN ÉÉN


| 12-04-2021 |

 

In een ‘zee’ van blauwe stippen springt de rode bij Bergen op Zoom de Binnenschelde er wel uit. Ook op de kaart van 2019 is dat het geval https://www.eea.europa.eu/themes/water/interactive/bathing/state-of-bathing-waters

Geen uitnodiging om hier te komen zwemen of surfen. Dat kan anders maar dat vergt een jaren lange aanpak om tot verbetering te komen. Te beginnen met een verbod om gemotoriseerd te varen waarbij de bodem wordt losgewoeld en voedingsstoffen voor de algen worden verspreid in het water.

 

Louis van der Kallen.


OVER WATER 185: OVER RESERVOIRS/ HOUWERS

 


| 31-07-2020 |

 

Recent schreef ik over de toenemende droogte in Nederland. In 2018 schreef ik over de toen voorliggende voorstellen van de Unie van Waterschappen tot aanpassing van de heffingen ter bekostiging van de werkzaamheden van de waterschappen. Ook nu speelt de discussie over wat mag water – waar de waterschappen verantwoordelijk voor zijn – kosten.
 
Water conserveren voor droge periodes zal in de komende tientallen jaren zeker meer aandacht gaan vragen bij het waterbeheer door waterschappen en gemeenten. Dan komt ook altijd de vraag op: “wie zal dat betalen?”
 
Zoals vaker is er niets nieuws onder de zon. Ook vraagstukken als droogte en waterconservering en de daaraan verbonden kosten speelden eerder in het waterbeheer in den lande. Water heeft en had een grote economische waarde. Tal van activiteiten zijn onmogelijk of minder efficiënt met een teveel of te weinig aan water. Dat speelde vroeger ook al.
 
Zo verhuurde de abt van de abdij Tongerlo vanaf 1669 het gebruik van het ten zuiden van Nieuwmoer verzamelde water aan de moerlieden van het Royale Moer onder Zundert. Het beheer van een spui, en daarmee van de watertoevoer werd overgelaten aan een belanghebbende. De abdij ontving daar voor 10 dukatons per jaar. Twintig jaar later werd in een nieuwe overeenkomst de prijs verlaagd naar 5 dukatons per jaar. In 1693 werd de huur opgezegd.
 
Het was niet ongebruikelijk dat ook voor militaire doeleinden reservoirs (houwers) aangelegd werden. Bijvoorbeeld om de inundatievelden snel onder water te kunnen zetten wanneer de vesting werd bedreigd. Bergen op Zoom kende deze houwers ook langs de Bergse Moervaart.
 
Ook bij een ‘nieuwe’ discussie en ‘nieuwe’ behoefte loont het soms om even in de analen te kijken. We kunnen van de geschiedenis vaak wat leren. Water is nooit gratis geweest!

 

Louis van der Kallen