OVER WATER – 141

 

| 16-06-2018 | 11.15 uur |


 

OVER WATER – 141

 

11 juni Bestuurdersdag UvW 2018

De bestuurdersdag van de Unie van Waterschappen is altijd een mooie gelegenheid om collega’s te ontmoeten en iets te leren van wat er elders op het gebied van water speelt. Dit keer was de gastheer  het Wetterskip Fryslân en werden we ontvangen in de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Deze kerk bevat de grafkelder van de Friesche Nassau’s, de in Leeuwarden en Groningen residerende Stadhouders van Friesland en Groningen. De kerk is, net als Leeuwarden, een bezoek waard. Het ochtendprogramma startte met het Friese volkslied. Mocht de bestuurdersdag van de Unie ooit nog door Brabantse Delta georganiseerd worden dan wil ik graag dat de ontvangst in Bergen op Zoom is, zodat ik de geachte collega’s kennis kan laten maken met het “Merck toch hoe sterck”.

Er waren lezingen van onder andere Hans Achterhuis, milieufilosoof en van de bioloog Theunis Piersma. Het verhaal van Piersma ging over het verloren gaan van het geluid, de geuren en de kleuren in en van het landschap door de teruggang van insecten en vogels, die dat landschap kleuren. Wat mij ook trof waren de effecten van de huidige techniek van het injecteren van mest (insnijden van de grond) op de bodemkwaliteit en het bodemleven. Ook de effecten van de diepe ontwatering op de Friese laagveengronden maakte op mij indruk. Boer Brunia vertelde over hoe het anders kan met buitenpotstal en beweidingstechniek.  Het verhaal van Peter de Ruyter over het Friese Laagveen was indrukwekkend, waarbij de “Places of Hope” projecten lieten zien dat er mogelijkheden zijn om het tij te keren. Iris Kroes sloot het ochtendprogramma af met een (water)lied waarbij ze het gezelschap zich wederom tot koor liet omvormen.

Het middagprogramma bestond voor mij uit een bezoek aan het Natuurmuseum Fryslân, waarbij de nog in aanbouw zijnde onderwaterbeleving werd bezocht. Hierin worden bezoekers straks rondgereden in een Friese onderwaterwereld. De bezoeker wordt daarbij een beleving geboden als ware hij of zij een vis. Ik kom zeker een keer terug als dit geopend is. Het Wetterskip is nauw betrokken bij dit project. Daarna volgde een boottocht door de grachten van Leeuwarden die eindigde in de voormalige gevangenis van Leeuwarden.   

Het eerste deel van de rit naar huis was een beetje een pelgrimstocht. Een rit over de Afsluitdijk is voor mij iets bijzonders. De Afsluitdijk vind ik een uiting van Hollands glorie en voor mij een zichtbaar en bijna levend eerbetoon aan wat waterbeheer en dijkenbouw aan Nederland heeft toegevoegd. Staand voor het standbeeld van Cornelis Lely ben ook ik een beetje trots op wat wij ‘waterschappers’ toevoegen aan Neerlands trots.

12 juni praktijkseminar

Op 12 juni ben ik naar het praktijkseminar “de implementatie van klimaatadaptatie in steden en regio’s” op de WUR campus te Wageningen geweest, georganiseerd door het PPS netwerk. Vaak ben ik op dit soort seminars de enige waterschapbestuurder. Dit keer telde ik er vijf, waarvan drie uit Noord-Brabant. Alle drie de Brabantse waterschappen waren vertegenwoordigd. Dit laat zien dat klimaatadaptatie nu echt ook bij bestuurders tussen de oren begint te komen en men er tijd voor begint vrij te maken. Ook waren er een aantal ambtenaren van waterschappen en gemeenten aanwezig.

Het viel op dat nu ook ‘sterfte’ als één van de gevolgen van bijvoorbeeld hittestress genoemd werd. Ik ben duidelijk niet meer een roepende in de woestijn. In het verhaal van Gilbert Maas van de WUR werden, buiten de standaard gevolgen van de klimaatverandering (overstromingen, wateroverlast, hittestress en droogte), ook natuurbranden en bodemerosie genoemd als gevolgen.  Door twee medewerkers van de gemeente Ede (Koen Classen en Anoek Ruijters) werd de aanpak van de gemeente Ede gepresenteerd, die mede gebaseerd is op de klimaateffectatlas data en op de klimaateffectatlas Vallei en Veluwe. Deze klimaateffectatlas is ontwikkeld in opdracht van gemeenten, provincies, en waterschap in Gelderse Vallei, Veluwe, Eemland en IJsselvallei.

Deze aanpak is wat mij betreft een voorbeeld voor andere gemeenten en waterschappen.

Louis van der Kallen

 


DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

| 23-04-2018 | 13.30 uur |


 

DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

De VVD fractie in de Staten van Brabant laten weer eens een ballonnetje op. Ze willen een onderzoek naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’. Nu ben ik reeds jaren in het waterschapsbestuur actief en heb al veel waterschapfusies meegemaakt.

Toen ik begin jaren negentig begon waren er nog 16 waterschappen in Noord-Brabant, nu nog 3 en een stukje waterschap Rivierenland het voormalige Alm en Biesbosch. Waterschappen hebben een enorm fusietraject doorlopen. Rond 1850 waren er in Nederland ongeveer 3500 waterschappen in 1950 nog circa 2500 en nu nog 22. Minder dan 1 % van het aantal in 1950! Recordhouder is het huidige waterschap Rivierenland dat 474 rechtsvoorgangers kent. Ook in het  werkgebied van mijn eigen waterschap Brabantse Delta waren in 1950 nog meer dan 200 waterschapjes. Effect van al die fusies: een meer deskundige organisatie. De fusies waren tot op zekere hoogte ook nodig vanwege de toegenomen taken en de complexiteit daarvan.

Maar de fusies kenden ook een hoge prijs: minder betrokkenheid en gebiedskennis van de bestuurders. Het werden bestuurders op afstand. En nà 2008 vooral politieke bestuurders met vaak bitter weinig kennis over de voor het waterbeheer, in mijn ogen, benodigde (technische-) en gebiedskennis. Maar wat nog erger is, de passie voor het gebied en de bijzondere taken van waterschappen ontbreekt vaak bij politici. Besturen wordt leunen op de kennis van de ambtenaren in plaats van gebaseerd op de eigen kennis en betrokkenheid bij het gebied. De drie waterschappen werken, op de onderdelen dat het een toegevoegde waarde heeft, in termen van geld of kwaliteit, al jaren goed samen. Een fusie levert dan wel de genoemde nadelen op, maar nauwelijks een besparing.

De focus op de waterschappen verbaast mij ook. Kijk eens naar gemeenten. In 1850 waren dat er in Nederland nog circa 1240, in 1950 circa 1000 en nu nog 380. 38 % van het aantal in 1950! Zeeland ging van 113 gemeenten in 1850 naar 101 in 1950 naar 13 nu. 13 % van het aantal in 1950! Noord-Brabant ging van 143 gemeenten in 1950 naar 64 nu. Bijna 45 % van het aantal in 1950! Gezien die gemeentelijke cijfers had ik het veel logischer gevonden als de VVD fractie in de Staten van Brabant voor de gemeenteraadsverkiezingen hadden gevraagd naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’ van de huidige 64 gemeenten. Of gaan er dan teveel bestuurlijke VVD posten verloren?

Zelf ben ik niet z’n voorstander van verdere fusies. De afstand tot de burger wordt alsmaar groter en de kennis van het gebied of de dorpen of stad steeds kleiner. Nu zijn er gemeenten met tientallen dorpen. Ik zou daar nooit raadslid willen zijn. Het bijhouden van wat er leeft is dan, naar mijn inzicht, schier onmogelijk. Toen ik waterschapbestuurder werd van Zoomvliet was ik nog in staat op perceelniveau te weten wat er speelde of wie en hoe er geboerd werd of wat de natuurwaarden waren. Met de opschaling naar het Scheldekwartier werd dat al heel moeilijk, maar je kende de collega bestuurders in de buurt van een perceel nog. Met de komst van het waterschap Brabantse Delta (meer dan 170.000 hectaren groot, meer dan 800.000 inwoners, meer dan 8100 kilometer aan sloten, beken, rivieren in beheer en binnen 21 gemeenten werkzaam) is dat niet meer mogelijk. Dan is passie nodig en liefde voor de taken. In godsnaam: stop nu eens met het oplaten van ballonnen en laat de waterschappen hun werk doen, zodat het veiligheidsniveau, de leefbaarheid en de natuur die aandacht krijgen en houden die nodig is.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 126: PHARIO EN WATERPUBLICATIES

 

| 24-02-2018 | 09.45 uur |


 

OVER WATER 126: PHARIO EN WATERPUBLICATIES

 

Het waterschap initiatief Phario (PHA bioplastics) heeft de titel ‘Water Innovator of the Year 2018’ gewonnen. Phario was één van de genomineerden tijdens de Water Innovator of the Year verkiezing die georganiseerd werd door het Watervisie platform.

PHARIO is een samenwerking tussen waterschap Brabantse Delta, Waterschap De Dommel, waterschap Scheldestromen, waterschap Hollandse Delta, Wetterskip Fryslan, Energie en Grondstoffen fabriek, SNB, HVC en Paques. De PHARIO partners ondersteunen ook verder onderzoek en ontwikkeling via Wetsus en TU Delft.

Bestuurlijk ben ik betrokken bij het waterschap Brabantse Delta. Ik vind het dan ook fantastisch dat onze medewerkster Etteke Wypkema zo’n prominenten rol speelt in de ontwikkeling van bioplastic uit afvalwater. Mijn complimenten aan allen die werken aan dit mooie en maatschappelijk belangrijke project.

Gelezen

  • Recent is verschenen het Jaarbeeld 2017 van het waterschap Rivierenland. Voor mij het voorbeeld hoe een waterschap kan laten zien wat het in enig jaar heeft gedaan en waarom en hoe het waterschapwerk vorm krijgt. Een jaarbeeld wat navolging verdient.
  • In het boek “Drinking Water” van de hand van James Salzman kwam ik de uitgifte in 1774 tegen van “Water Works notes” een vorm van bankbiljetten uitgegeven door de City of New-York. De waterwerken die met de uitgifte van deze biljetten werden gefinancierd waren niet alleen een geldrevolutie, maar waren ook een sociale revolutie. Een overheid erkende dat hier een taak lag voor de overheid om collectief een infrastructuur tot stand te brengen die belangrijk was voor de samenleving.
  • Gelezen/bekeken het fotoboek “Met andere ogen” over de natuur in Zundert. De natuur die van Gogh inspireerde. Een prachtige fotoboek door Riet Pijnappels en Ed Michels.

Louis van der Kallen

 


VOORLANDEN

 

| 10-02-2018 | 10.00 uur |


 

VOORLANDEN

 

Begin 2017 is de Projectoverstijgende Verkenning (POV) Voorlanden gestart. Dit is een verkenning die voor het waterschap Brabantse Delta binnen het dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak en toekomstige projecten in dit gebied grote gevolgen kan hebben.

Waarom? De effecten van het voorland kunnen gevolgen hebben voor het ontwerp van de nieuwe Slikpolderdijk en mogelijke buitendijkse dijkverbeteringen in dit gebied en de noodzaak tot compensatie van de eventuele verloren gegane ruimte voor de rivier. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt zich op het standpunt dat het Rijk wel instemt met buitendijkse versterkingen, als binnendijkse versterking redelijkerwijs niet mogelijk is, maar vasthoudt aan de noodzaak dat er ook bij geringe waterstandverhogingen volledig gecompenseerd wordt.  De argumentatie van het Rijk daarvoor is dat andere initiatiefnemers die activiteiten ontplooien die tot waterstandverhoging leiden dit ook moeten compenseren.

In het gebied van de dijkversterking Geertruidenberg/Amertak spelen in de nabij toekomst mogelijk een drietal projecten waarbij deze compensatie aan de orde kan komen, te weten:

  • de mogelijke uitbreiding van de jachthaven op de oostelijke Dongeoever waarbij gedacht wordt aan een sluisje om de jachthaven bij hoogwater af te kunnen sluiten. 
  • een mogelijke verandering van een afslag van de A59 en de effecten/mogelijkheden daarvan op de waterkeringen ter plaatse. 
  • en de verkenning afsluiten Amertakken in geval in dit gebied verdere dijkversterkingen/verhogingen noodzakelijk zouden zijn.

Waterschappen zoals Brabantse Delta hebben met Rijkswaterstaat een gezamenlijk belang voor de waterveiligheid in het Rivierengebied. We hebben elkaars ruimte (zowel van de waterschappen als van Rijkswaterstaat) nodig om te werken. Daarbij is het belangrijk alleen buitenwaarts te versterken indien binnendijks redelijkerwijs niet mogelijk is en dat als buitenwaarts versterkt wordt, geringe waterstandverhogingen worden toegestaan en compensatie, ook met eerder ontstane ruimte voor de rivier, bijvoorbeeld met een dijkverlegging zoals bij de Slikpolder mogelijk is.

Het Rijk lijkt bereid om compensatie mogelijk te maken buiten een project, bijvoorbeeld door mee te koppelen met andere projecten, dan wel te compenseren binnen de Lange Termijn Ambitie Rivieren (compensatie per riviertak en op termijn). Nu is het zaak de ruimte voor de rivier die ontstaat door de verlegging van de Slikpolderdijk te reserveren als toekomstige compensatie voor de projecten in  het gebied Geertruidenberg/Amertak die ruimte nemen van de rivier, zoals de mogelijke afsluiting van de Amertakken.  De POV Voorlanden inventariseert ook en zoekt oplossingen voor mogelijke ‘belemmeringen’ bij de berekening in de benodigde dijksterkten ingeval van voorlanden. Met als doel te komen tot een optimale weging van voorlanden. Deze POV is derhalve van belang voor het uiteindelijke ontwerp van de nieuwe Slikpolderdijk. Hierbij zijn een aantal elementen van belang: techniek (o.a. effect voorland in hydraulische belasting), beheer (o.a. juridische zeggenschap en natuur beheer), organisatie (o.a. besluitvorming over activiteiten in het voorland), financieel (o.a. levensduur en meekoppelen bij externe initiatieven zoals bijvoorbeeld een haven) en beleid (o.a. combineren functies in voorland). Kortom er is veel dat met betrokkenen besproken moet worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 121

 

| 09-12-2017 | 11.30 uur |


 

OVER WATER – 121

 

November was voor het waterschap Brabantse Delta de maand van de net-niet-prijzen. In de top 3 van Beste Overheidsorganisatie van het Jaar 2017. Staatsbosbeheer werd de winnaar. Wij tweede (ex aequo met Stadsregio Parkstad Limburg). Een mooie en eervolle prestatie, waarop de leiding, de medewerkers en het bestuur trots mogen zijn. Wilt u meer weten over het waterschap Brabantse Delta kijk dan eens naar: https://youtu.be/RRhjNETIjw0, een filmpje van circa 15 minuten. Een andere net gemiste prijs was met de innovatiefabriek Nieuwveer. Eén van de drie genomineerden van de waterinnovatieprijs 2017 in de categorie ‘Energie en waterschappen’. De innovatiefabriek wekt eigen energie op en draagt met verschillende innovaties bij aan een circulaire economie (kringloop). Net mis, maar genomineerd worden en tot de top 3 behoren uit een veelheid aan inzendingen blijft een prestatie om trots op te zijn.

Recent gelezen het boek “tussen stoom en stroom” over de rol van de verbrandingsmotor in de Nederlandse polder- en boezembemaling. Uitgegeven door de Nederlandse gemalen stichting. Voor iedereen met belangstelling voor motortechniek en de waterschapsgeschiedenis het lezen meer dan waard. Een prachtig boek. In het boek wordt ook verwezen naar een gemaal in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta (gemaal Moerdijk) met een hybride verbrandingsmotor de Stork-Ricardo R203, 3 cilinder uit 1956. Vermoedelijk de enige, van dit merk en type, nog werkende in Nederland. Voor mij als portefeuillehouder cultuurhistorie een aandachtspunt. Proberen te behouden!

4 december
De bestuurlijke adviesgroep A27 met als agendapunten: de risico’s van het project, het esthetische programma van eisen, het Hooipolder Plus plan en het tekenen van de bestuursovereenkomst. Mijn belangrijkste inbreng was, dat bij het opstellen van het esthetische programma van eisen voor de bruggen ontwerpen, deze niet moeten leiden tot de onmogelijkheid van het verwijderen van grondlichamen zoals brughoofden. De huidige Keizersveerbrug met haar brughoofden zijn immers een stevige sta in de weg om te komen tot rivierbedverruiming en tot vermindering van de opstuwing bovenstrooms. Rivierbedverruiming zit echter niet in de TOP-eisen, zo kreeg ik te horen. RWS vindt dat meer iets voor de ontwerpingenieurs om daar eventueel inhoud aan te geven. Voor mij raar dat RWS droog (wegen en bruggen) (top)verlangens van RWS nat zoals waterveiligheid en bevaarbaarheid, nu en in de toekomst, niet meeneemt bij de TOP-eisen.  

6 december
Een presentatie over de organisatie van de veiligheidsregio’s en de rol van gemeenten en waterschappen daarin. Daarna de stuurgroep Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas (RBOM) en de stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden (DHZ) met als agendapunten onder andere: de brochure “Toekomstbestendige zoetwatervoorziening op de Hoge Zandgronden”, de stand van zaken inzake het deltaplan ruimtelijke adaptatie, de voortgang en programmering werkprogramma DHZ, de actualiteit inspraak 6e actieprogramma nitraatrichtlijn en mestfraude, het projectplan verkenning nutriëntenaanpak Maas 2018-2019, de handreiking KRW-doelen, het jaarprogramma programmabureau KRW/DHZ Maasregio, de herpositionering klankbordgroep Maas en het voortgangsbericht programmabureau KRW-DHZ Maasregio. Keer op keer vallen mij bij dit soort bijeenkomsten de discussie op over de haalbaarheid van de KRW doelen. Ook ik heb mijn twijfels of deze haalbaar zijn in ons kleine volle landje. Dat laat echter onverlet dat je als overheden de plicht hebt deze na te streven, op straffe van mogelijk forse Europese boetes. Steeds vaker worden de discussies gedomineerd door het zoeken naar de ‘nooduitgang’! Hoe komen wij er onderuit? Met opmerkingen als ‘de boetes komen niet terecht bij de regionale overheden’ wordt afstand genomen van de taak/opdracht om als regionale overheden wettelijke taken en doelen na te streven om boetes voor de ‘BV Nederland’ te voorkomen en het milieu en de leefbaarheid te dienen. Zelf denk ik dat bij de beoordeling van de realisaties van de KRW-doelstellingen na 2027 het wel degelijk een rol speelt of de overheden in Nederland de wil hebben gehad echt alles wat haalbaar/betaalbaar was te doen. Het vroegtijdig zoeken naar de ‘nooduitgang’ is dan geen verdienste. Je concentreren op de realisatie van de KRW doelstellingen wel! 

8 december
Ik begon de dag vroeg bij het waterschap om een aantal zaken te regelen. Van Ipad tot fiscale formulieren vanwege mijn overgang van het dagelijks naar het algemeen bestuur en bij te praten over een aantal onderwerpen. Daarna de stuurgroep Zuiderwaterlinie in het provinciehuis met als agendapunten onder andere: de vooruitblik erfgoedjaar 2018 en de voortgang Linieplanner.

Daarna naar het waterschaphuis in Amersfoort voor een klankbordgroep bijeenkomst over het onderzoek aanpassing belastingstelsel waterschappen. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 114

 

| 21-10-2017 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 114

 

Gelezen/gevonden
In het tijdschrift ‘Riolering’ van oktober 2017 staat een artikel met de kop: “het riool als toeristische attractie”. Riolen bezoeken begint hip te worden. Rioolwater komt zo zelfs op de recreatieagenda van burgers en schoolkinderen. In het artikel wordt, in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta, de Grebbe beschreven. Een middeleeuwse watergang die in de jaren twintig van de vorige eeuw het hoofdriool werd van Bergen op Zoom. Er werd ook verwezen naar het rioolmuseum in Brussel. De website van dit museum is zeker een bezoek waard.

Een andere website die de aandacht verdient van mensen die zich verdiepen in ‘waterproblemen’ is de website www.klimaateffectatlas.nl. Deze website geeft globaal per locatie in Nederland informatie van de te verwachten klimaateffecten tussen nu en 2050.  Als voorbeelden de effecten voor mijn eigen woongemeente Bergen op Zoom: het aantal dagen met een temperatuur van gelijk of boven de 25 graden neemt toe van 20 á 30 dagen per jaar nu, naar 40 á 50 dagen per jaar in 2050 en het aantal dagen gelijk of boven de 30 graden neemt toe van 3 á 6 dagen per jaar naar 12 á 15 dagen per jaar, met alle gevolgen voor mensen die last hebben en gezondheidseffecten van warmte ervaren. Voor meer (betrouwbare) klimaatinformatie kijk eens op https://www.kennisvoorklimaat.nl/ of ter aanvulling en vergelijking op https://www.klimaat.be/nl-be/

De Ministerraad heeft in december 2016 de Nationale Klimaatadaptatie Strategie (NAS) vastgesteld. Deze NAS moet, mijn inziens, voor iedere Nederlandse overheidsinstantie de leidraad worden van haar handelen. 

14 oktober
De onthulling van een kunstwerk onder een viaduct over de Hoofseweg te Oosterhout. Het kunstwerk is ontworpen door Laura Evens en Vera Vermeulen en vormgegeven door grafisch vormgever Heidi Rombouts. Marian Witte heeft samen met buurtbewoners en andere betrokkenen het kunstwerk onthuld. Ik was de bestuurlijke vertegenwoordiger van het waterschap.

17 oktober
De vergadering van het dagelijks bestuur met als agendapunten o.a. de deelname aan het Deltaplatform, de samenwerking in de Zuidwestelijke Delta en de inzet van het waterschap bij toekomst scenario’s. Besproken is ook de rol/houding van het waterschap bij activiteiten van derden. 

19 oktober
In de middag de onthulling van een aantal veenpalen op landgoed Pannenhoef te Rijsbergen. Zelf mocht ik een veenpaal bij de Bijloop onthullen.

In de avond fractievergadering van Ons Water/West-Brabant Waterbreed over onder andere de AB agenda van volgende week en mijn opvolging in het DB en de verkiezingen in 2019.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 93

 

| 27-05-2017 | 12.45 uur |


 

OVER WATER – 93

 

21 mei
Open dag op Bouvigne. Er was veel te zien en voor mijn beleving was het drukker dan andere jaren. Het meest te bekijken waard vond ik de tot regenton omgebouwde Bredase afvalcontainers en de opblaasbare noodwaterkering (alleen de kleur verbaasde mij).

De waterbak met slootleven trekt altijd veel jeugdige belangstelling. Het weer werkte mee en de percussieband met een aantal waterschapsmedewerkers verhoogde de sfeer. Voor mij een mooie afsluiting van de week van Ons Water!

22 mei
Samen met collega Kees de Jong een overleg met een boseigenaar over de status en het daaraan verbonden onderhoud van een watergang.

In de avond een informatiebijeenkomst over het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak, waarbij ik een vol uur vragen beantwoordde over de keuze van het Dagelijks Bestuur om de dijk rond de Slikpolder niet te verbeteren, maar een nieuwe dijk aan te leggen ten zuiden van de Slikpolder.

23 mei
De dijkwerkersdag 2017 te Utrecht. Het programma was opgebouwd rondom vier subthema’s: innovatie, inspiratie, ideeënpitch en verbinden. Bij het onderdeel ideeënpitch werden drie ideeën gepresenteerd. Een idee voor een energiecentrale drijvend in de rivier, waarbij de stroming van de rivier werd benut om energie te winnen, werd de winnaar. Er was ook een idee om autobanden te benutten in de dijkenbouw, waarbij deze gevuld met grond gestapeld werden. Voor mij een oud idee wat veel lijkt op de vroegere Haringman blokken die in de jaren vijftig gebruikt werden om snel een dijk te verhogen. Een ander idee was een floodlabel om het overstromingsrisico van wijken, straten en huizen in kaart te brengen. Eén van de workshops die ik volgde ging over het geven van gastlessen op scholen. Informatie daarover is te vinden op de website  https://www.watereducatie.nl/

24 mei
In de morgen de opening van het heringerichte gebied Weerijs-Zuid. Ik verving hier collega Jacques van der Aa, die node gemist werd. Op grote schaal zijn de eerder gestelde doelen voor landbouw, natuur, water, recreatie, wonen en werken bereikt en is het gebied aantrekkelijker en leefbaarder geworden voor ondernemers, bewoners en recreanten en krijgen flora en fauna meer kansen. 

In de middag een PHO over de Keenesluis en heb ik de stuurgroep Vitaal Leisure Landschap bijgewoond waar de gezamenlijke uitvoeringsagenda en doelstellingen zijn besproken. 

Louis van der Kallen



OVER WATER – 90

 

| 06-05-2017 | 17.30 uur |


 

OVER WATER – 90

 

Recent gelezen “Gemalen… het behouden waard”,  geschreven/samengesteld door ing. R. Polderman en Ir. C. J. M. Tak en in 2001 uitgegeven door de Nederlandse Gemalenstichting en Tak Architektenbureau. Het is een inventarisatie en selectie van 44 uit bijna 1600 gemalen. Het laat zien hoe mooi Industrieel erfgoed kan zijn.

Ik ben portefeuillehouder van het PAS project Westelijke Langstraat. Voor degenen die de planvorming en realisatie van dit project willen volgen heeft de provincie Noord-Brabant recent een gerichte website gestart. In de Westelijke Langstraat wordt de komende jaren flink geïnvesteerd in de natuur. Naast de bestaande natuurgebieden komt er veel nieuwe natuur bij. Ongeveer 250 ha landbouwgrond krijgt op den duur de bestemming natuur. In dit project speelt water een voorname rol vandaar de bemoeienis van het waterschap Brabantse Delta met dit project.

2 mei
Dagelijks Bestuursvergadering met o.a. de agendapunten: de ontwerpbegroting van Het Waterschapshuis 2018, de concept begroting Aquon 2018, de managementletter tussentijdse controle 2016 en de stand van zaken buurtwaterfonds. En een aantal PHO’s over o.a. de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak. In de middag een expertbijeenkomst over het klimaat robuuster maken van de gemeente Bergen op Zoom in het Natuurpoduim/Stayokay te Bergen op Zoom. Wat mij op viel was de stevige aanwezigheid van mensen van de GGD en GGZ en vooral hun bijdrage aan de discussie. Mijn complimenten dat ook dit soort organisaties inzien dat je mensen vrij moet maken voor dit soort discussies. 

3 mei
Vandaag ben ik naar de verdediging van het proefschrift “Eco-engineering for clarity, clearing blue-green ponds and lakes in an urbanized area” van Guido Waajen in Wageningen geweest te Wageningen. Het was een mooie bijeenkomst. In het proefschrift worden onder andere een aantal proeven beschreven die gehouden zijn in het werkgebied van het Waterschap Brabantse Delta, te weten: 

  • De restauratie van en behandeling met een flocculatiehulpmiddel (polyaluminiumchloride) van De Kleine Melanen (Bergen op Zoom).
  • De behandeling met een flocculatiehulpmiddel (ijzerchloride) en met lanthanium gemodificeerd bentoniet (Phoslock) van De Kuil (Breda).
  • Een compartimenteringsproef in de vijver langs de Monseigneur  Schaepmanlaan (Dongen) waar een zestal systemen van aanpak werden getest.
  • Een proef met driehoeks en quagga mosselen in een vijver nabij de kinderboerderij in de Hoge Vucht (gelegen aan Tussen de Dijken) te Breda en de Linievijver gelegen tussen de Archimedesstraat en de N285 te Breda. 

Gezien de blauwalg problemen waar menig waterbeheerder mee te kampen heeft, is het proefschrift van de nu Doctor Guido Waajen zeker het lezen waard. Het is nu nog in een beperkte oplage beschikbaar en opvraagbaar via mailadres [email protected] (zolang de voorraad strekt). 

5 mei
In de morgen een fractie vergadering van Ons Water/West-Brabant Waterbreed ter voorbereiding van het AB van 10 mei en daarvoor een PHO over de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak.

Tot slot een mooi voorbeeld uit mijn eigen gemeente Bergen op Zoom hoe een straat (Vijverberg) kolkvrij kan worden ingericht. Water doorlatende parkeerplaatsen en het regenwater wordt via speciale openingen via het talud naar oppervlakte water geleid.

 Louis van der Kallen



OVER WATER – 86: MIJN DILEMMA “SLIKPOLDER”

 

| 08-04-2017 | 16.00 uur |


 

OVER WATER – 86

 

EEN DILEMMA
Als dagelijks bestuurslid van het waterschap Brabantse Delta heb ik de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak in mijn portefeuille. De voorbereiding van een dergelijke omvangrijke dijkverbetering is een forse klus, die wekelijks mijn aandacht vraagt. Ik heb met dijkverbeteringen en dijkverlegging de nodige ervaring opgedaan met het project Overdiepsepolder.

In de huidige tijd waar termen als burgerparticipatie veelvuldig vallen en de omgevingswet in wording is, probeert het waterschap alle (direct) belanghebbenden bij het proces te betrekken om uiteindelijk tot een beter product (de dijkverbetering) te komen. In dat proces betrekt het waterschap ook de andere overheden, zoals de gemeenten en de provincie, in de verwachting dat zij hun bijdrage leveren op een wijze die passend is in het taakveld van de betrokken overheden. Daar toe is er ook een bestuurlijke stuurgroep waarin het waterschap, Rijkswaterstaat, de gemeenten (Drimmelen, Oosterhout en Geertruidenberg) en de provincie betrokken zijn.

Als waterschapsbestuurder is mijn hoofdtaak de dijkverbetering op tijd, binnen budget en volgens de veiligheidsnormen en met oog op de toekomst te realiseren. Veiligheid nu en in de verre toekomst van de totale dijkkring 34A Geertruidenberg is een kerntaak van het waterschap. Een waterschapsbestuur is, hoewel tegenwoordig (sinds 2008) deels bevolkt door vertegenwoordigers van politieke partijen, een functioneel bestuur gericht op kerntaken zoals de veiligheid. In die voege moet ik dan ook niet zoveel hebben van ‘politieke’ spelletjes, die soms gericht lijken op de korte termijn. Juist dát lijkt het geval te zijn in de discussie over de dijkversterking rondom de Slikpolder in Geertruidenberg. Hierbij werd een, vanuit het waterschap bezien, technische klus ineens hét middelpunt van gemeentelijke politiek en bleek al snel dat twee trajecten van twee verschillende overheden door elkaar begonnen te lopen. Enerzijds het project van het waterschap, de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak, en  anderzijds wat een gemeentelijk project zou moeten zijn, gebaseerd op de vraag: wat willen wij met/in de Slikpolder. De gemeente is het bevoegde bestuursorgaan als het gaat over de inrichting van haar grondgebied. Ik heb meer dan dertig jaar ervaring als raadslid in een West-Brabantse gemeente en als ik raadslid of wethouder zou zijn van onder andere een mooie vestingstad als Geertruidenberg, zou ik branden van verlangen om, met mijn gemeenteraad en samen met de inwoners en ondernemers van de totale gemeente, een visie te ontwikkelen op de gewenste toekomst inclusief wat we als gemeenschap willen met een in potentie mooi gebied als de Slikpolder. Als waterschapsbestuurder ga ik daar niet over, maar heb ik wel te zorgen dat bij de besluiten, die ik met het dagelijks en eventueel algemeen bestuur neem, zoveel mogelijk een andere overheid niet wordt belemmerd in haar besluitvorming over de opgaven waar die overheid voor gesteld staat. Ik constateer nu dat de weg van de advisering van het college van Geertruidenberg aan het waterschap over de dijkverbetering een politiek onderwerp is geworden. Hierbij is, naar mijn gevoel, de korte termijn en wat willen direct aanwonende burgers vooral niet, bepalend geworden. Hierdoor worden kansen voor de toekomst niet eens besproken en uiteindelijk de duurzame veiligheid voor de gehele dijkkring 34a Geertruidenberg, maar ook een eventuele optimale natuurontwikkeling in de Slikpolder, wordt bemoeilijkt zonder dat er een visie is ontwikkeld op wat de gemeente met de Slikpolder wil. Ondertussen ligt er ruim 8 centimeter aan belangwekkende stukken over dit project, die als grondslag dienen voor de uiteindelijke keuze die het dagelijks bestuur van het waterschap met inachtneming van alle adviezen gaat maken. Ik heb niet de indruk dat de gemeenteraad, die door het college van B&W betrokken is bij het adviesproces van de gemeente Geertruidenberg, geheel op de hoogte is van de inhoud van die ruim 8 centimeter. Van de geluiden uit de gemeenteraad en uit de openbare behandeling maak ik op dat veel van de opvattingen, die in de gemeenteraad leven, gebaseerd zijn op het geruststellen van een deel van de burgerij die uitzicht heeft op de Slikpolder, onder het motto: wij willen vooral geen jachthaven! Het rare is dat de gemeenteraad als enige kan bepalen of er ooit wel of geen jachthaven komt. Een besluit over een jachthaven heeft niets, maar dan ook niets met een besluit van het waterschap over de dijkverbetering te maken. Ik zou mij als raadslid te kort gedaan voelen als ik mij zonder visie op de toekomst moest uitspreken over een zaak die heel bepalend kan zijn voor die toekomst. Een eventuele dijkverlegging maakt voor de Slikpolder geen enkele toekomstvariant onmogelijk. Natuurontwikkeling kan, een uitloop c.q. recreatiegebied blijft mogelijk, een jachthaven blijf mogelijk, enzovoort. Wat ik volstrekt onderbelicht vind in de gemeentelijke discussie zijn alle voor- en nadelen van de varianten van de Slikpolder. Als voorbeeld een citaat uit de concept Milieueffectrapportage: “Een bijzondere kans voor Natura 2000 is er duidelijk wel. Door het verleggen van de dijk ontstaat een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking. Dit levert een type natuur op waar de Biesbosch beroemd mee geworden is, met uitstekende mogelijkheden voor recreatie. De wens van de gemeente om de Biesbosch dichter bij de bewoners van Geertruidenberg te brengen kan op geen betere wijze gerealiseerd worden. De polder kan zelfs aan het Natura 2000-gebied worden toegevoegd. De doelsoorten blauwborst, rietzanger en bruine kiekendief zijn er als aanwezig.” Of er bij een dijkverlegging een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking ontstaat, is een eigen gemeentelijke keuze. Maar welke betere bescherming dan een Natura 2000 status zou het gebied nog meer kunnen bieden? Tevens is mij wel duidelijk dat door het participatieproces allerlei verwachtingen zijn ontstaan, die niet altijd ingevuld kunnen en zullen worden en dat dit tot teleurstellingen zal kunnen leiden, terwijl dat niet terecht hoeft te zijn, wat de inbreng van ieder ook is. Uiteindelijk beslist het dagelijks bestuur  met daarbij de inbreng van een iedere participant meewegend.

Tijdens het participatieproces zijn er al heel wat schetsen van de plannen aangepast. Als het over de Slikpolder gaat zijn er nu alternatieven uitgewerkt van de eventuele dijkverlegging die tegemoet komen aan de opmerkingen van aanwonenden zoals: een alternatief waarbij een bomenlaantje wordt gespaard, het schouwpad naar de buitenzijde wordt verlegd en de dijksloot wordt verbreed en verdiept en eventueel de beschermingszone en het gebied tot de woningen worden gedraineerd. Dit laatste om een huidig probleem van de bewoners (een hoogstand van het grondwater, waar het waterschap formeel niets mee van doen heeft) zo mogelijk te verlichten. Door de inbreng van derden, zoals de aanwonenden, wordt en is op die manier die mogelijke variant verbeterd. Dus ook als het dagelijks bestuur zou kiezen voor de dijkverlegging is er door de gewaardeerde inbreng van de bewoners het nodige verbeterd en heeft hun inbreng zeker zin gehad. 

Het dilemma, waar ik en straks het dagelijks bestuur voor staan, is een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en de taak van het waterschap is om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Dat kan betekenen een dijkverlegging waarbij, mede door het creëren van ‘ruimte voor de rivier’ en voorland, een hogere graad van veiligheid dan de normen kan worden bereikt. Hierbij wordt dan tevens een bijdrage geleverd aan de veiligheid van anderen dan de inwoners van dijkkring 34A en kan dan ook, indien er bijvoorbeeld na 2050 opnieuw een dijkverbetering aan de orde is, die verbetering eenvoudiger en goedkoper worden. Dan lijkt de keuze simpel en dat is die in principe ook. Maar ik ben ook een volksvertegenwoordiger en ik heb een groot gevoel bij de inbreng en wensen van anderen. Dit is niet alleen vanwege het ‘draagvlak’ dat altijd makkelijk is als het op uitvoering aankomt. Toch kan het geen ‘u vraagt, wij draaien’ zijn. Daarvoor zijn het proces en de doelstellingen te complex en te belangrijk. Wel wil ik graag het gevoel krijgen dat iedere deelnemer bezig is geweest met hetzelfde onderwerp, de dijkverbetering. Dat heb ik nu bij de gemeente Geertruidenberg niet. In de discussie binnen die gemeente spelen twee processen door elkaar. Ik besef heel goed dat Nederland een klein land is met veel mensen en veel belangen. Hierin is de Slikpolderdiscussie niet anders. De druk op de ‘ruimte’ is groot. Dit vereist een zorgvuldig proces en een visie op waarmee men bezig is, zodat de toekomst zoveel als mogelijk veilig wordt gesteld. Ik hoop dat de komende weken, tot de stuurgroepvergadering op 19 april, worden gebruikt om te komen tot een gewogen advies van onder andere de gemeente Geertruidenberg, zodat het dagelijks bestuur kan komen tot een goed besluit voor nu en in de toekomst. 

 

Door elke week bezig te zijn met water ontdek ik wel nieuwe informatiebronnen en andere routes om te komen tot kennisverrijking. Afgelopen week waren dat de website www.watertv.nl en de thema websites in opbouw www.baggerTv.nl en www.waterbouwTv.nl. Websites die stuk voor stuk een bezoek waard zijn.

4 april
In de morgen de vergadering van het dagelijks bestuur met als agendapunten onder andere: de kadernota, de aanvraag uitvoeringskrediet betonrenovatie Bath, de bestuurlijke/politieke omgeving van de dijkversterking in de Slikpolder en de positionering van het maatschappelijk belang versus de persoonlijke belangen in het gebied in relatie met het keuzesysteem dat uiteindelijk moet leiden tot een voorkeursalternatief, frauderisicoanalyse 2017 en sloten, oevers en dijken op orde.

Diverse PHO’s o.a. de stand van zaken Keenesluis en de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak.

5 april
PHO ter voorbereiding op de opnames ten behoeve van de inbreng van de drie waterschappen (Rivierenland, Brabantse Delta en het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden), die betrokken zijn bij de bij de A27- verbreding.

Daarna de bijeenkomst van het Atelier Energie en Ruimte in de NHTV te Breda met een aantal interessante sprekers. Het sterkste verhaal voor mij was van Frans Melissen van de NHTV, die vertelde dat zijn leerlingen heel gemotiveerd waren om binnen hun vakgebied te gaan voor duurzaam. Maar het verhaal vertelde ook dat ze boos waren op ‘onze’ (in de zaal zaten voornamelijk grijze duiven zoals ik) generatie over de ecologische puinhoop waar wij ze mee hadden opgezadeld. “Wij hadden het verpest!”. Dat konden de overwegend grijze toehoorders in hun zak steken. De beste bemerking was wat mij betreft van Frits de Groot van VNO/NCW. Hij wees op het gegeven dat veel belasting- en subsidiemaatregelen terecht komen bij de ‘elite’. Zij hebben het geld en de daken om de zonnepanelen weg te leggen en het geld om te isoleren of om elektrische auto’s te kopen of te leasen. Als dan ter financiering van die subsidies de energiebelasting stijgt, worden die relatief veel opgebracht door de mensen met de laagste inkomens zij hebben immers vaak de slechtst geïsoleerde huizen. 

6 april
De opnames van de inbreng van het waterschap over de A27 en onze zorgen bij de realisatie van drie nieuwe bruggen. Ik zelf had de locatie bij de brug over de Bergse Maas bij Raamsdonksveer gekozen als icoon voor hoe het niet moest. Nu niet opnieuw ruimte van de rivier stelen. Dus spaar het rivierbed! 

Louis van der Kallen



OVER WATER – 81

 

| 04-03-2017 | 18.00 uur |


 

OVER WATER – 81

 

De vastenavonddagen zijn voor mij dagen om te lezen waar ik normaal niet aan toekom. Ik heb in één keer “Assetmanagement in Waterstad, handreiking assetmanagement stedelijk water” uitgelezen. Voor de gemiddelde mens niet echt een boek om in één keer tot je te nemen. Toch is deze Stowa/Rioned uitgave (2016/28), voor gemeentelijke (riool)asset beheerders het lezen meer dan waard. Hiermee kan geld bespaard worden en de te leveren dienst kwalitatief verbeterd. Het is een taai onderwerp en een taai geschreven boek, maar soms is werk gewoon taai en soms ligt daar ook de uitdaging. Voor meer informatie kijk op www.riool.net/HASW

28 februari
In de avond ben ik naar het symposium “aandachtspunten voor het waterbeleid” geweest georganiseerd door de Stichting De Levende Delta. Ik kom altijd graag in het kantoor van waterschap de Scheldestromen, omdat ik in het verleden daar ook als lid van het algemeen bestuur van het voormalige waterschap Zeeuwse Eilanden heb mogen vergaderen. Sprekers waren Ir. Frank Spaargaren (“waar moet Zeeland zich op voorbereiden bij een zeespiegelstijging van 1 meter in 2100”), Ing. Frans Koch (“Stormvloedkering in de Westerschelde voor 2050”) en Ir Wil Lases (“Het gevaar van de onbegrepen verzilting in Zeeland”). Frank Spaargaren maakte het publiek duidelijk dat vóór het einde van deze eeuw de stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg, de Haringvlietsluis en de Oosterscheldekering  afgeschreven zullen zijn en niet meer die bescherming zullen bieden die dan nodig is. Hij pleitte om niet in gedeelten van de delta te denken bij de noodzakelijke oplossingen, maar integraal naar oplossingen te zoeken voor het gehele deltagebied. Frans Koch presenteerde een plan tot afsluiting van de Westerschelde inclusief een innovatief overslagstation voor containers (NGICT). Wil Lases ging in op de verzilting van de Delta (op de website van Ons Water publiceerde hij daar eerder over). Hij pleitte onder andere voor verzoeting van het Grevelingenmeer.

Nu mijn portefeuille tijdelijk is uitgebreid met onder andere de boezemkades en regionale waterkeringen in het oostelijke deel van het werkgebied van waterschap Brabantse Delta, heb ik gelezen “Visie op de regionale waterkeringen 2016. Verder bouwen op een goed fundament”,  uitgegeven door de STOWA. Een leerzaam geschrift.

2 maart
De AB bijeenkomst van het afscheid van onze dijkgraaf Carla Moonen. Veel sprekers en veel lovende woorden.

3 maart
In de middag een bijeenkomst bij een boomkweker in Wernhout over de toepassing van Bokashi als bodemverbeteraar. Bokashi is een van oorsprong Japanse methode om organisch restmateriaal gefermenteerd terug te geven aan de bodem en op die wijze het humus- en organische stofgehalte in de bodem te verhogen. Hierdoor worden vocht en mineralen beter vastgehouden in de bodem en wordt ook het bodemleven meer divers.

Louis van der Kallen