OVER WATER – 157: RESISTENTE BACTERIËN EN OVER BIOPLASTIC

 

| 06-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 157: RESISTENTE BACTERIËN EN OVER BIOPLASTIC

 

De afgelopen jaren schreef ik een paar keer over resistente bacteriën. In november 2015 het artikel “resistente bacteriën en onze zuiveringen”. In december 2016 over de kennis in dit kader het artikel medicijnresten in onze zuiveringen. En in maart 2018 het artikel “medicijnresten in water: een groeiend probleem”.  

De afgelopen week was er over dit onderwerp en over Phario een openbaar debat op de beursvloer van de innovatie expo op het RDM terrein op de Heijplaat te Rotterdam. Ik was door de innovatie manager van het waterschap Brabantse Delta gevraagd om haar te helpen bij het publiek debat. Een beetje als eventuele gangmaker als dat nodig zou zijn. De onderwerpen werden ingeleid door presentaties. Die over resistente bacteriën door een spreekster van Wetsus.

Naar resistente bacteriën wordt steeds meer onderzoek gedaan, maar tot een echte aanpak in onze rioolwaterzuiveringen komt het nog niet. Terwijl in Duitsland en Zwitserland hier wel concrete stappen toe worden gezet. Zoals gebruikelijk is de vraag: wie gaat dat betalen? Ik acht de groeiende gezondheidsrisico’s zodanig dat er nu echt aan de slag moet worden gegaan met de aanpak van bacteriën in onze zuiveringen en in de effluent lozingen. Nu komen er steeds meer resistente bacteriën in het oppervlaktewater terecht. Dus ook in oppervlaktewater dat gebruikt wordt om  drinkwater van te maken. De risico’s nemen toe en dat zou moeten betekenen dat met de aanpak haast moet worden gemaakt. Wie het gaat betalen is dan een zaak waar de dames en heren politici desnoods later besluiten over moeten gaan nemen.

Het Phario project (bioplastic uit afvalwater) werd ingeleid door een presentatie van Etteke Wypkema van het waterschap Brabantse Delta. Dit project is toe aan een opschaling naar een industriële aanpak. Dit vraagt de inzet van ondernemers, zowel bij de productie als bij de toepassing van bioplastic. De PHA, die nu op kleine schaal uit afvalwater wordt geproduceerd, kan bruikbaar zijn voor tal van toepassingen. Gezocht wordt naar ondernemers die de uitdaging aannemen en aan de slag willen om te komen tot een meer duurzame samenleving en niet te benauwd zijn met dit soort materialen te werken. Waar zijn de AKZO’s en DSM’s van de wereld die willen gaan voor een echt duurzaam imago. Niet om zich zo’n mooi imago aan te meten maar om echt duurzaam te worden.  

Louis van der Kallen

 


STAND VAN ZAKEN KRW DOELEN, KENMERK W 18005

 


Bergen op Zoom, 28 augustus 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Stand van zaken KRW doelen, kenmerk W 18005

 

Geacht dagelijks bestuur,

In januari 2016 is verschenen de beleidsstudie “Waterkwaliteit nu en in de toekomst met als subtitel eindrapport ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water” ( http://www.pbl.nl/publicaties/waterkwaliteit-nu-en-in-de-toekomst), uitgegeven door het Planbureau voor de Leefomgeving. De hoofdconclusie was:  “Met de huidige plannen verbetert de waterkwaliteit in veel wateren wel, maar niet voldoende. Om de KRW-doelen te halen is extra inzet nodig van het Rijk, de waterbeheerders en agrariërs.” In voornoemde beleidsstudie zijn een aantal stoffen van opkomende zorg benoemd en de stand van zaken qua kennis en te noemen beleidsinitiatieven.

Geneesmiddelen:  “EC komt met voorstel in 2017. NL: ketenakkoord ‘geneesmiddelen en milieu’ is in  voorbereiding”.

Microplastics:  “RIVM stelt in 2015 een review background document op. EU: Kaderrichtlijn Marien (KRM) NL: ketenakkoord ‘primaire microplastics in cosmetica’ Aanpak van microplastics wordt door NL (voorzitter van de EC 2016) op de agenda gezet.”

Nanodeeltjes: “Beleid ontbreekt. EC komt in 2015 met voorstel om de Europese Stoffenrichtlijn (REACH) aan te passen.”

  • Wat is de stand van kennis en kennisopbouw rond voornoemde ‘stoffen van zorg’ binnen de beleidsbepalende instanties?
  • Neemt het waterschap Brabantse Delta deel aan projecten ter bevordering of opbouw van kennis ten aanzien van voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, op welke wijze?
  • Is er, binnen het waterschap Brabantse Delta, het Rijk, de provincie Noord-Brabant of de EU beleid gevormd of openbaar bekend in voorbereiding rond voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, wat is dan dat beleid?

In hoofdstuk 6 werden mogelijke beleidstrajecten naar 2021 aangegeven, zoals:

–         Doelen aanpassen. “Een eerste stap kan zijn dat waterbeheerders de doelen aanpassen. ‘Doelaanpassing’ is een term uit de KRW en geldt voor waterlichamen waarvoor nieuwe (wetenschappelijke) inzichten zijn over de effecten van maatregelen. Waterbeheerders mogen de doelen aanpassen binnen de richtlijnen van de KRW (artikel 4.3) zonder dat daarbij een uitgebreide verantwoordingsprocedure hoeft te worden doorlopen.”

–         Aanvullende maatregelen. “Als (na een eventuele doelaanpassing) de verwachting is dat het doel in 2027 nog steeds niet wordt gehaald, dient te worden gezocht naar mogelijkheden voor extra maatregelen. Om de ecologische doelen dichterbij te brengen, moeten de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen omlaag. Voor het verminderen van deze emissies is een combinatie van generiek bronbeleid en gebiedsgerichte maatregelen het meest geschikt. Dit vergt een verdergaande integratie van het mest- en gewasbeschermingsbeleid en het waterbeleid dan nu het geval is. De effectiviteit van maatregelen is afhankelijk van de regionale situatie. Daarom moeten waterbeheerders en andere belanghebbenden in de regio gezamenlijk op zoek gaan naar een maatregelenpakket dat voor de betreffende regio het meest geschikt is.” “Maatregelen gerelateerd aan de landbouw kunnen worden opgepakt in samenhang met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Op deze wijze kan een zo groot mogelijke acceptatie door agrariërs worden bereikt, en kan worden aangesloten bij initiatieven vanuit de agrarische praktijk. Voor de financiering kunnen ook gelden uit het POP3/GLB worden gebruikt.”

–         Doelen verlagen. “In gebieden waar de huidige KRW-doelen niet te combineren blijken te zijn met andere functies en doelen, zal expliciet moeten worden gekozen tussen het accepteren van de beperkingen op andere functies en het nemen van de benodigde extra maatregelen om de huidige KRW-doelen te halen, of het verlagen van de ambities voor de KRW als het belang van de andere functie(s) te groot wordt geacht. Ook waar extra maatregelen mogelijk zijn, kunnen deze toch als niet haalbaar worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat de kosten onevenredig hoog worden gevonden of omdat grote groepen mensen de maatregelen onacceptabel vinden. Wanneer wordt besloten om doelen en maatregelen niet met elkaar in overeenstemming te brengen, moeten waterbeheerders de doelen naar beneden bijstellen.” Dit vergt volgens artikel 4.5 van de KRW wel een uitgebreide verantwoordingsprocedure tegenover de Europese Commissie.

  • Is ons waterschap c.q. uw DB in het licht van de realisering van de KRW doelen voorbereidend bezig met de mogelijke aanpassing van de doelen, mogelijk aanvullende maatregelen of met de mogelijkheid de doelen te verlagen? 
  • Zo ja, op welke wijze en wanneer wordt het AB hierbij betrokken?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


DE WEERBAARHEID VAN DE BOSSEN IN ONS WERKGEBIED, KENMERK 18004

 


Bergen op Zoom, 18 augustus 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:     De weerbaarheid van de bossen in ons werkgebied, kenmerk 18004
  

Geacht Dagelijks bestuur,

Er is bijna zes miljoen euro van de provincie en de Europese Unie beschikbaar voor het herstel van de Brabantse bossen. Maar niet voor ons (West-Brabant). Alleen op landgoed De Luchtenburg, nabij Ulvenhout, worden 6.000 van de één miljoen nieuwe bomen in Noord-Brabant geplant. De rest gaat naar Oost- en Midden-Brabant. Er zijn wel plannen voor de Brabantse Wal (162.000) bomen, maar deze grond is nog te ‘goed’.

De te planten loofbomen zijn bodemverbeteraars. De linde, de hazelaar, haagbeuken en fladderiepen gaan geplant worden. Juist de fladderiep zou een mooie aanvulling zijn voor ons gebied. Omdat de iepenspintkevers deze iepsoort nauwelijks aantasten, ontsnapt de boom aan deze ziekte. De bladeren van loofbomen composteren veel beter dan dennennaalden, waardoor de bodem veel beter in staat is om water, voedingsstoffen en mineralen vast te houden. Ook op bijvoorbeeld de Brabantse Wal is dat nodig om de waterhuishouding van het gebied te verbeteren en om veel verloren gegane en verdroogde natuur te laten herstellen. De droogte van deze zomer laat bij uitstek zien dat het de hoogste tijd is om ook de bossen in West-Brabant meer weerbaar te maken. Nu is het nodig dat de (zand)gemeenten in West-Brabant, samen met ons waterschap, de provincie laten weten dat we niet aan de achterste mem willen hangen, maar dat de besteding van de 6 miljoen euro en verloving van naaldbossen, zoals op de Brabantse Wal, meer gespreid over de provincie dienen plaats te vinden.

Bijvoorbeeld De Brabantse Wal lijdt onder de verdroging, onder andere door de waterwinning en de samenstelling van de bossen. Dat zou mee moeten wegen in de prioriteitsstelling. Nu is er geld en dat hoeft in een alsmaar veranderende politiek/bestuurlijke wereld niet zo te blijven. Dus geacht DB let op uw zaak en ga in Den Bosch eens goed aan de kast rammelen.

  • Is het DB bereid om het provinciaal bestuur te wijzen op de noodzaak/wenselijkheid ook de bossen in West-Brabant te verloven en meer weerbaar te maken?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


VRAGEN OVER DE AANVOER VAN ZOET WATER, KENMERK 18003

 


Bergen op Zoom, 29 juli 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Vragen over de aanvoer van zoet water, kenmerk 18003

 

Geacht Dagelijks bestuur,

De huidige hoge temperaturen en de ermee gepaard gaande droogte hebben tot gevolg dat de aanvoer van zoet water de nodige inspanningen van ons waterschap vereist. Op dit moment is alles nog redelijk in de hand te houden in ons gebied. De klimaatscenario’s veranderen echter met dag en de extremen blijven elkaar overtreffen. Een aantal factoren was voor West-Brabant gelukkig gunstig ten aanzien van de aanvoer van zoet water. Overbodig te vermelden dat de beschikbaarheid van zoet water ook wereldwijd een punt van zorg is.

De voorgenomen verzilting van het Volkerak-Zoommeer (al gaande door het achterstallige onderhoud van de sluizen) maakt dat een belangrijke bron van zoet water gaat wegvallen. Zoet water voor West-Brabant wordt in dat scenario via de Roode Vaart aangevoerd.

Vragen

  1. Is de aanvoer van voldoende zoet water in de huidige extreme weersomstandigheden gegarandeerd wanneer het Volkerak-Zoommeer   zou zijn verzilt?
  2. Zijn er alternatieve aanvoerroutes voor zoet water denkbaar?
  3. Is in de huidige beleidsdocumenten rekening gehouden met de extremen waar we nu al mee te maken hebben?
  4. Is heroverweging van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer niet urgent?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

Jan Slenders

 


OVER WATER – 147: BOSBOUW EN BEGRAZING GAAN HEEL GOED SAMEN

 

| 28-07-2018 | 13.30 uur |


 

OVER WATER – 147: BOSBOUW EN BEGRAZING GAAN HEEL GOED SAMEN

 

Foto: boerderij De Regte Heijden

In Over Water 145 schreef ik o.a. over hoe de ideeën van Ernst Gotsch inzake de combinatie van landbouw en bosbouw vorm gegeven kunnen worden en hoe door de vermenging van bomen en gewassen het koolstofgehalte van de bodem en de productiviteit van het land verbeterd kunnen worden en hoe bosbouw en begrazing (silvopasture) gecombineerd kunnen worden met een bijzondere kwaliteit vlees als gevolg.

Tot mijn blijdschap kwam ik op zaterdag 21 juli in de wetenschapsbijlage van de NRC een artikel tegen over dezelfde onderwerpen met de titel: “Bomen moeten terug op het land” en als subtitel: “het combineren van land- en bosbouw biedt perspectief op verduurzaming. Plant en dier profiteren van elkaar.”  Het mooie van het artikel vond ik de voorbeelden van boeren in Nederland die de vermenging van landbouw en bosbouw al in praktijk proberen te brengen, zoals Wim van Roessel uit Riel die in zijn bedrijfsvoering op zijn boerderij De Regte Heijden in 2014 een bosweide (1ha) heeft aangelegd. Dit is een combinatie van bomen en heesters met vee en veevoerproductie. De bomen, vee en weiland worden beheerd als één systeem. De bomen (appels en peren) geven schaduw, hetgeen goed is voor de gezondheid van het vee. In de bosweide staat ook een bijenkast. Ik vind dit een prachtig voorbeeld van hoe het moet. Het geeft mij ook een goed gevoel dat dit voorbeeld zich bevindt in het werkgebied van het waterschap de Brabantse Delta, waar ik zelf als bestuurder mag functioneren.

In het NRC artikel wordt ook verwezen naar studies zoals van Paul Burgess van de Cranfield University die aantonen hoe profijtelijk het combineren van landbouw met bosbouw kan zijn en hoe ecologische doelen samen kunnen gaan met goed, profijtelijk  en maatschappelijk verantwoord boeren

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 145: “DRAWDOWN” EN DROOGTE

 

| 14-07-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 145: “DRAWDOWN” EN DROOGTE

 

Het is weer zomer. Voor mij betekent dat afkicken van Buitenhof en weer even wennen aan “het filosofisch kwintet”.  Dat ging een paar weken terug over ‘overbevolking’ en allerlei daaraan verbonden aspecten zoals: solidariteit, voedsel en welvaartverdeling, ecologische voetafdruk enz.

In het gesprek kwam ook het boek Drawdown voorbij. Een boek dat mij na lezing zeer aanspreekt. Ik schreef daar eerder een stukje over in het kader van vroegere waarschuwingen voor door de mens veroorzaakte klimaatveranderingen. Het boek geeft circa 100 oplossingsrichtingen over hoe de opwarming van de aarde te vertragen en zelfs terug te dringen. Van energie-alternatieven: wind-, zon-, geo-, hydro-, golf-, getijde-, bio- en nucleaire energie.  Ze worden stuk voor stuk (en allerlei varianten inclusief opslagsystemen) uitgewerkt.

Ook de hoofdstukken over voedsel (teelt en bereiding) zijn uitgebreid. Hoe te komen tot een plantrijk dieet? Hoe te komen tot een permacultuur? Onder andere gericht op bodemherstel zodat de bodem duurzaam in staat is voedsel te produceren en de bodembiotoop hersteld wordt. Hoe de voedselafvalberg te verminderen? Hoe de voedselbereiding te verbeteren en de CO2 uitstoot daarvan te verminderen? Hoe de ideeën van Ernst Gotsch inzake de combinatie van landbouw en bosbouw vorm gegeven kan worden en hoe door de vermenging van bomen en gewassen het koolstofgehalte van de bodem en de productiviteit van het land verbeterd kan worden. Hoe de rijstbouw geïntensiveerd en verbeterd kan worden. Hoe bosbouw en begrazing (silvopasture) gecombineerd kan worden met een bijzondere kwaliteit vlees als gevolg. Hoe met een beter nutriëntenbeheer de C02 uitstoot beperkt kan worden en de kwaliteit van de bodem verbeterd.    

Voor de leden van het algemeen bestuur van het waterschap Brabantse Delta was er een bijeenkomst over de droogte. In al die jaren van mijn bestuurlijke betrokkenheid bij waterschappen was dit de eerste keer dat het nodig was om er bestuurlijk op deze wijze over te praten. De droogte van nu is uitzonderlijk en ondanks dat we boffen dat de winter nat is geweest en de Maasafvoer door nalevering van water vanuit de bodem in het bovenstroomse gebied van de Maas nog redelijk op peil is gebleven, nemen de zorgen voor de landbouw toe. Deze zomer gaat steeds meer lijken op “De hondsdagen van 1976”. Tevens wordt duidelijk dat het verzilten van het Volkerak-Zoommeer systeem het domste is wat denkbaar is. Nu kan dit zoete water nog gebruikt worden door de landbouw in grote delen van West-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland. Wel dient dan de sluipende verzilting snel gestopt te worden door doorspoelen en door het reeds decennia uitgestelde onderhoud aan de sluizen omgaand ter hand te nemen, zodat deze rijke bron van zoete welvaart behouden blijft. De droogte laat ook zien dat het gat, dat Nieuwe Waterweg heet en circa 800 kubieke meter zoet water per seconde verspilt, gedicht moet worden. De honger naar zoet water moet gestild worden door nu eindelijk te gaan werken aan sluizen in de Nieuwe Waterweg die bij een oplopend tekort aan zoet water gedicht kunnen worden.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 142: DE NIEUWE BELASTINGVOORSTELLEN

 

| 23-06-2018 | 13.15 uur |


 

OVER WATER – 142: DE NIEUWE BELASTINGVOORSTELLEN

 

In het uit 2014 stammende OESO-rapport “Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?” werd geconcludeerd dat de organisatie van het Nederlandse waterbeheer goed is geregeld, maar dat het schort aan waterbewustzijn bij de bevolking. De OESO deed de suggestie om economische prikkels in te voeren door vervuilers/gebruikers meer te laten betalen.

Ik stelde over dat rapport in 2014 uitgebreid vragen aan het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta.

Recent is verschenen een advies van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) met veel voorstellen tot aanpassingen van de waterheffingen. Vervuilers zullen in de toekomst meer verontreinigingsheffing moeten gaan betalen. Ook groepen die direct profijt trekken van het werk van een waterschap kunnen een hogere rekening verwachten. De CAB voorstellen zijn forse veranderingen. Eén van de veranderingen is de introductie van het gebiedsmodel als basis voor kostentoedeling. Besturen krijgen meer mogelijkheden te bepalen wie hoeveel procent van de heffingen betaald. Dat zal in de besturen stevige discussies opleveren en de besluitvorming politieker maken. Want dat gaat echt over wie betaalt wat. Hierbij gaat inkomenspolitiek steeds meer een rol spelen. Iets wat waterschappen, buiten de kwijtscheldingsregelingen, grotendeels buiten de deur hebben weten te houden.

Een andere opvallende consequentie is dat eigenaren van wegen (gemeenten, provincies, rijk en waterschappen) minder watersysteemheffing zullen gaan betalen en eigenaren van natuurterreinen juist meer. De zuiveringsheffing wordt fors veranderend. De hoeveelheid vuil en het aantal kubieke meters aangeleverd water  wordt daarin meer bepalend. Bij gezinnen zal het tarief meer naar het aantal leden van het huishouden worden gedifferentieerd. Voor tweepersoonshuishoudens betekent dat een forse daling van de heffing, voor huishoudens met vier en meer dan vier personen gaat dat een forse stijging van de zuiveringsheffing betekenen. In het huidige voorstel worden diffuse verontreinigingsbronnen, zoals die vanuit het verkeer of de landbouw, niet belast met een heffing.

Volgens de Unie van Waterschappen zal de totale lastendruk/belastingopbrengst in het toekomstige stelsel niet veranderen, wel zullen er verschuivingen van lasten optreden tussen de verschillende betalende groepen. Als de huidige voorstellen ongewijzigd worden ingevoerd, kan ieder waterschap zelf bepalen hoe hoog de uiteindelijke heffingen gaan worden. Daarbij kunnen waterschappen maximaal 15% afwijken van de richtlijnen van de Unie van Waterschappen. Het nieuwe stelsel kan naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treden.

Ik vind de voorgestelde veranderingen van de heffingen fors. Een tweepersoonshuishouding gaat bijvoorbeeld in mijn eigen waterschap Brabantse Delta 26 % minder zuiveringsheffing betalen. Een vierpersoonshuishouding 46 % meer. Wat er voor natuurgronden meer betaald gaat worden is in de voorstellen niet per waterschap uitgewerkt, maar kan oplopen tot 1500 % meer. Dat is wel heel fors. De vraag is kunnen natuurbeheerders dit soort stijgingen wel aan. Ook voor mijn eigen gemeente Bergen op Zoom, met heel veel bossen in bezit, kan het een dure aangelegenheid worden.

Enige tijd geleden schreef ik over de waterschapslasten voor grondbezitters in het jaar 1844. Toen was de kwaliteit van de grond en daarmee het opbrengend vermogen maatgevend. Mijn eindconclusie toen was: “170 jaar geleden was de heffingsverhouding tussen landbouwgronden en natuurgronden bijna dezelfde als nu. Kijkend naar de CAB voorstellen nu, stel ik mij de vraag: hebben we het al die tijd fout gedaan of is het aanhangen van het kostenveroorzakingsprincipe een rimpeling in de tijd, een modeverschijnsel? Ik voel meer voor het profijtbeginsel in combinatie met het draagkrachtbeginsel. Ik wens de wetgever veel wijsheid toe bij de te maken afwegingen. Zelf leer ik graag van de geschiedenis, omdat ik heb geleerd dat daar veel wijsheid in te vinden is.”        

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 141

 

| 16-06-2018 | 11.15 uur |


 

OVER WATER – 141

 

11 juni Bestuurdersdag UvW 2018

De bestuurdersdag van de Unie van Waterschappen is altijd een mooie gelegenheid om collega’s te ontmoeten en iets te leren van wat er elders op het gebied van water speelt. Dit keer was de gastheer  het Wetterskip Fryslân en werden we ontvangen in de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Deze kerk bevat de grafkelder van de Friesche Nassau’s, de in Leeuwarden en Groningen residerende Stadhouders van Friesland en Groningen. De kerk is, net als Leeuwarden, een bezoek waard. Het ochtendprogramma startte met het Friese volkslied. Mocht de bestuurdersdag van de Unie ooit nog door Brabantse Delta georganiseerd worden dan wil ik graag dat de ontvangst in Bergen op Zoom is, zodat ik de geachte collega’s kennis kan laten maken met het “Merck toch hoe sterck”.

Er waren lezingen van onder andere Hans Achterhuis, milieufilosoof en van de bioloog Theunis Piersma. Het verhaal van Piersma ging over het verloren gaan van het geluid, de geuren en de kleuren in en van het landschap door de teruggang van insecten en vogels, die dat landschap kleuren. Wat mij ook trof waren de effecten van de huidige techniek van het injecteren van mest (insnijden van de grond) op de bodemkwaliteit en het bodemleven. Ook de effecten van de diepe ontwatering op de Friese laagveengronden maakte op mij indruk. Boer Brunia vertelde over hoe het anders kan met buitenpotstal en beweidingstechniek.  Het verhaal van Peter de Ruyter over het Friese Laagveen was indrukwekkend, waarbij de “Places of Hope” projecten lieten zien dat er mogelijkheden zijn om het tij te keren. Iris Kroes sloot het ochtendprogramma af met een (water)lied waarbij ze het gezelschap zich wederom tot koor liet omvormen.

Het middagprogramma bestond voor mij uit een bezoek aan het Natuurmuseum Fryslân, waarbij de nog in aanbouw zijnde onderwaterbeleving werd bezocht. Hierin worden bezoekers straks rondgereden in een Friese onderwaterwereld. De bezoeker wordt daarbij een beleving geboden als ware hij of zij een vis. Ik kom zeker een keer terug als dit geopend is. Het Wetterskip is nauw betrokken bij dit project. Daarna volgde een boottocht door de grachten van Leeuwarden die eindigde in de voormalige gevangenis van Leeuwarden.   

Het eerste deel van de rit naar huis was een beetje een pelgrimstocht. Een rit over de Afsluitdijk is voor mij iets bijzonders. De Afsluitdijk vind ik een uiting van Hollands glorie en voor mij een zichtbaar en bijna levend eerbetoon aan wat waterbeheer en dijkenbouw aan Nederland heeft toegevoegd. Staand voor het standbeeld van Cornelis Lely ben ook ik een beetje trots op wat wij ‘waterschappers’ toevoegen aan Neerlands trots.

12 juni praktijkseminar

Op 12 juni ben ik naar het praktijkseminar “de implementatie van klimaatadaptatie in steden en regio’s” op de WUR campus te Wageningen geweest, georganiseerd door het PPS netwerk. Vaak ben ik op dit soort seminars de enige waterschapbestuurder. Dit keer telde ik er vijf, waarvan drie uit Noord-Brabant. Alle drie de Brabantse waterschappen waren vertegenwoordigd. Dit laat zien dat klimaatadaptatie nu echt ook bij bestuurders tussen de oren begint te komen en men er tijd voor begint vrij te maken. Ook waren er een aantal ambtenaren van waterschappen en gemeenten aanwezig.

Het viel op dat nu ook ‘sterfte’ als één van de gevolgen van bijvoorbeeld hittestress genoemd werd. Ik ben duidelijk niet meer een roepende in de woestijn. In het verhaal van Gilbert Maas van de WUR werden, buiten de standaard gevolgen van de klimaatverandering (overstromingen, wateroverlast, hittestress en droogte), ook natuurbranden en bodemerosie genoemd als gevolgen.  Door twee medewerkers van de gemeente Ede (Koen Classen en Anoek Ruijters) werd de aanpak van de gemeente Ede gepresenteerd, die mede gebaseerd is op de klimaateffectatlas data en op de klimaateffectatlas Vallei en Veluwe. Deze klimaateffectatlas is ontwikkeld in opdracht van gemeenten, provincies, en waterschap in Gelderse Vallei, Veluwe, Eemland en IJsselvallei.

Deze aanpak is wat mij betreft een voorbeeld voor andere gemeenten en waterschappen.

Louis van der Kallen

 


DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

| 23-04-2018 | 13.30 uur |


 

DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

De VVD fractie in de Staten van Brabant laten weer eens een ballonnetje op. Ze willen een onderzoek naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’. Nu ben ik reeds jaren in het waterschapsbestuur actief en heb al veel waterschapfusies meegemaakt.

Toen ik begin jaren negentig begon waren er nog 16 waterschappen in Noord-Brabant, nu nog 3 en een stukje waterschap Rivierenland het voormalige Alm en Biesbosch. Waterschappen hebben een enorm fusietraject doorlopen. Rond 1850 waren er in Nederland ongeveer 3500 waterschappen in 1950 nog circa 2500 en nu nog 22. Minder dan 1 % van het aantal in 1950! Recordhouder is het huidige waterschap Rivierenland dat 474 rechtsvoorgangers kent. Ook in het  werkgebied van mijn eigen waterschap Brabantse Delta waren in 1950 nog meer dan 200 waterschapjes. Effect van al die fusies: een meer deskundige organisatie. De fusies waren tot op zekere hoogte ook nodig vanwege de toegenomen taken en de complexiteit daarvan.

Maar de fusies kenden ook een hoge prijs: minder betrokkenheid en gebiedskennis van de bestuurders. Het werden bestuurders op afstand. En nà 2008 vooral politieke bestuurders met vaak bitter weinig kennis over de voor het waterbeheer, in mijn ogen, benodigde (technische-) en gebiedskennis. Maar wat nog erger is, de passie voor het gebied en de bijzondere taken van waterschappen ontbreekt vaak bij politici. Besturen wordt leunen op de kennis van de ambtenaren in plaats van gebaseerd op de eigen kennis en betrokkenheid bij het gebied. De drie waterschappen werken, op de onderdelen dat het een toegevoegde waarde heeft, in termen van geld of kwaliteit, al jaren goed samen. Een fusie levert dan wel de genoemde nadelen op, maar nauwelijks een besparing.

De focus op de waterschappen verbaast mij ook. Kijk eens naar gemeenten. In 1850 waren dat er in Nederland nog circa 1240, in 1950 circa 1000 en nu nog 380. 38 % van het aantal in 1950! Zeeland ging van 113 gemeenten in 1850 naar 101 in 1950 naar 13 nu. 13 % van het aantal in 1950! Noord-Brabant ging van 143 gemeenten in 1950 naar 64 nu. Bijna 45 % van het aantal in 1950! Gezien die gemeentelijke cijfers had ik het veel logischer gevonden als de VVD fractie in de Staten van Brabant voor de gemeenteraadsverkiezingen hadden gevraagd naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’ van de huidige 64 gemeenten. Of gaan er dan teveel bestuurlijke VVD posten verloren?

Zelf ben ik niet z’n voorstander van verdere fusies. De afstand tot de burger wordt alsmaar groter en de kennis van het gebied of de dorpen of stad steeds kleiner. Nu zijn er gemeenten met tientallen dorpen. Ik zou daar nooit raadslid willen zijn. Het bijhouden van wat er leeft is dan, naar mijn inzicht, schier onmogelijk. Toen ik waterschapbestuurder werd van Zoomvliet was ik nog in staat op perceelniveau te weten wat er speelde of wie en hoe er geboerd werd of wat de natuurwaarden waren. Met de opschaling naar het Scheldekwartier werd dat al heel moeilijk, maar je kende de collega bestuurders in de buurt van een perceel nog. Met de komst van het waterschap Brabantse Delta (meer dan 170.000 hectaren groot, meer dan 800.000 inwoners, meer dan 8100 kilometer aan sloten, beken, rivieren in beheer en binnen 21 gemeenten werkzaam) is dat niet meer mogelijk. Dan is passie nodig en liefde voor de taken. In godsnaam: stop nu eens met het oplaten van ballonnen en laat de waterschappen hun werk doen, zodat het veiligheidsniveau, de leefbaarheid en de natuur die aandacht krijgen en houden die nodig is.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 126: PHARIO EN WATERPUBLICATIES

 

| 24-02-2018 | 09.45 uur |


 

OVER WATER 126: PHARIO EN WATERPUBLICATIES

 

Het waterschap initiatief Phario (PHA bioplastics) heeft de titel ‘Water Innovator of the Year 2018’ gewonnen. Phario was één van de genomineerden tijdens de Water Innovator of the Year verkiezing die georganiseerd werd door het Watervisie platform.

PHARIO is een samenwerking tussen waterschap Brabantse Delta, Waterschap De Dommel, waterschap Scheldestromen, waterschap Hollandse Delta, Wetterskip Fryslan, Energie en Grondstoffen fabriek, SNB, HVC en Paques. De PHARIO partners ondersteunen ook verder onderzoek en ontwikkeling via Wetsus en TU Delft.

Bestuurlijk ben ik betrokken bij het waterschap Brabantse Delta. Ik vind het dan ook fantastisch dat onze medewerkster Etteke Wypkema zo’n prominenten rol speelt in de ontwikkeling van bioplastic uit afvalwater. Mijn complimenten aan allen die werken aan dit mooie en maatschappelijk belangrijke project.

Gelezen

  • Recent is verschenen het Jaarbeeld 2017 van het waterschap Rivierenland. Voor mij het voorbeeld hoe een waterschap kan laten zien wat het in enig jaar heeft gedaan en waarom en hoe het waterschapwerk vorm krijgt. Een jaarbeeld wat navolging verdient.
  • In het boek “Drinking Water” van de hand van James Salzman kwam ik de uitgifte in 1774 tegen van “Water Works notes” een vorm van bankbiljetten uitgegeven door de City of New-York. De waterwerken die met de uitgifte van deze biljetten werden gefinancierd waren niet alleen een geldrevolutie, maar waren ook een sociale revolutie. Een overheid erkende dat hier een taak lag voor de overheid om collectief een infrastructuur tot stand te brengen die belangrijk was voor de samenleving.
  • Gelezen/bekeken het fotoboek “Met andere ogen” over de natuur in Zundert. De natuur die van Gogh inspireerde. Een prachtige fotoboek door Riet Pijnappels en Ed Michels.

Louis van der Kallen