DIJKVERSTERKING GEERTRUIDENBERG – AMERTAK

 

 


 

| jaar 2 | nr. 052 | 26-06-2019 |

 

| OOK UW MENING MAG TELLEN! | 

(geluid aanzetten in video).

 

Een significante update uit het werkveld rondom dit ingrijpende project. Doel van dit filmpje: informatie én de oproep aan de belanghebbenden om zich te laten horen.

 

 | Locatie: gemeente Geertruidenberg | 

 


 

 

DIJKVERBETERING AMERTAK

 


| jaar 2 | nr. 028 | 07-03-2019 |

| DIJKVERBETERING AMERTAK | 

(geluid aanzetten in video).

De natuurman Peter Verwaters gaat in op de dijkverbetering Geertruidenberg-Amertak en de kansen die dat biedt voor natuur en biodiversiteit.

 


 

 

OVER WATER – 146: HET MOET NIET GEKKER WORDEN

 

| 21-07-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 146: HET MOET NIET GEKKER WORDEN

 

De Sint Antoniuskapel in Aijen Foto: Michiel Verbeek

In de media (ANP) werd ik getroffen door de kop: “Waterschap gaat dijk verlagen na verzet dorpsbewoners”. De dijken rond het Noord-Limburgse dorpje Aijen worden toch niet hoger dan oorspronkelijk afgesproken. Die toezegging deed bestuurder Rein Dupont van het Waterschap Limburg tijdens een met spoed ingelast bewonersoverleg, nadat ruim twintig boze burgers met schoppen gewapend naar de dijk aan de Maas togen om die eigenhandig te verlagen.

De dijk was namelijk tot veertig centimeter hoger dan, in hun ogen, was afgesproken. Hierdoor werd veel inwoners een uitzicht op de Maas ontnomen. Na deze spontane actie besloot het schap water bij de wijn te doen.

Bij dijkverbeteringen worden dijken altijd hoger gemaakt dan volgens de normen noodzakelijk. Na een verhoging/verbreding zakt de dijk altijd door inklinken in. Modelmatig wordt daarom de vermoedelijk noodzakelijke extra benodigde hoogte berekend. Dit om extra handelingen en kosten te voorkomen. Dat gebeurt al vele tientallen jaren en blijkt nodig. Afhankelijk van de ondergrond en het materiaalgebruik blijkt meestal dat na inklinken de dijk aan de normen voldoet en slechts zelden wordt dan de normhoogte substantieel overschreden. De gebruikte modellen blijken veelal juist. Nu de extra laag eraf schrapen en over twee jaar gaan kijken hoeveel de dijk is ingeklonken en dan de dijk op hoogte brengen, en dat eventueel later nog een keer, is je reinste verspilling van overheidsgeld. Als het waterschap de verbeteringen zelf zou betalen heb ik er niets over te zeggen en zou ik slechts over zoveel toegeeflijkheid meewarig mijn hoofd schudden. Maar in dit geval betaalt de rest van Nederland mee. Dijkverbeteringen aan primaire keringen, zoals bij Aijen, worden voor 50 % opgebracht door het Rijk, voor 40 % door de waterschappen gezamenlijk en slechts voor 10 % door het eigen waterschap. Hier wordt het korte-termijn-denken en het ‘niet in mijn achtertuin’ en een voorgenomen wetsovertreding beloond door een bestuur/bestuurder met te slappe knieën. Er is niks mis met naar de burger luisteren, maar dat moet er niet toe leiden dat ondoelmatig met overheidsgeld wordt omgegaan en goede procedures, zoals het aanbrengen van een overhoogte om het onvermijdelijke inklinken op voorhand te compenseren, om zeep te brengen.

Het waterschap stelt hier, naar mijn inzicht, de verkeerde prioriteiten. Dijken worden niet verhoogd om aan normen te voldoen, maar om de veiligheid nu en in de toekomst zo goed mogelijk te borgen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten. Wat mij betreft betaalt het waterschap Limburg deze meerkosten volledig zelf en wordt bij de volgorde waarin tot 2050 de verbeteringswerken aan primaire waterkeringen in Nederland worden uitgevoerd, de prioriteiten gelegd bij waterschappen die wel werken aan een toekomstige veiligheid tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Ik sluit niet uit dat de komende verkiezingen voor een nieuw waterschapsbestuur in 2019 hier iets mee te maken heeft. Dit voorval laat dan ook zien dat de politisering van het waterschapsbestuur in 2008 geen winst is voor de kwaliteit en (financiële) duurzaamheid van de beslissingen.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 115: DIJKREKENING EN DE CLAIMS DAAROP

 

| 28-10-2017 | 11.30 uur |


 

OVER WATER – 115

 

De afgelopen maanden heb ik diverse overleggen bijgewoond die te maken hebben met dijkverbeteringen, onder andere in het rivierengebied. Het valt dan op dat op een belangrijk onderdeel, de financiering van rivierverruiming middels de mogelijke overheveling van gelden bestemd voor dijkversterking (de dijkrekening), de meningen fors verschillen. De dijkrekening kent een eigen financiering. De versterking van primaire keringen die in beheer zijn van een waterschap, worden bekostigd op basis van cofinanciering. Hiervoor is door het Deltafonds de Dijkrekening ingericht, waaraan de waterschappen gezamenlijk 40% bijdragen en het Rijk 50%. De resterende 10% bestaat uit een projectgebonden aandeel van het betrokken waterschap, bedoeld als doelmatigheidsprikkel. Waterschappen ontvangen dus 90% van de geraamde kosten van een ‘sober en doelmatig ontwerp’.

Het lijkt logisch om bij de financiering van waterveiligheidsverbeteringen, zoals dijkversterkingen en rivierverruiming, beide te zien als twee communicerende vaten. Als de rivier verruimd wordt, is een dijkversterking minder snel nodig. Toch staan binnen de waterschappen de neuzen nog niet dezelfde kant uit. Per 1 januari 2017 is wettelijk geborgd dat de vermeden kosten voor de dijkversterking, als gevolg van rivierverruimingsmaatregelen, aangewend kunnen worden voor de bekostiging van de betreffende rivierverruimingsmaatregel. De uitgangspunten die afgesproken zijn binnen de Stuurgroep Hoogwaterbeschermingsprogramma voor het bepalen van de vermeden kosten, en het beschikbaar stellen van dit budget, worden nader uitgewerkt voor toepassing in de praktijk.  Momenteel werkt een werkgroep, bestaande uit een afvaardiging van waterschappen, de UvW, provincies, HWBP en het Rijk, aan deze nadere uitwerking. Vraagstellingen die de werkgroep behandelt zijn onder andere:

  • Op welke niveaus kan uitwisseling plaatsvinden en wat zijn hiervan de voor- en nadelen?
  • Wat zijn denkbare scenario’s voor de financiële uitwisseling tussen rivierverruiming en dijkversterking in relatie tot de verschillende programmeringen van dijkversterking en rivierverruiming?
  • Op welke wijze en op welk detailniveau kan de uitwisselingsbijdrage op een doelmatige en transparante wijze worden bepaald?
  • Op welke wijze kunnen eventuele nieuwe afspraken rondom de uitwisseling tussen dijkversterking en rivierverruiming worden geborgd? 

Voor de waterschappen is het van belang dat: 

  • de berekening van de vermeden kosten goed verantwoord kan worden naar alle waterschappen (methode, werklast en detailniveau berekening);
  • de waterschappen een realistisch beeld kunnen geven van de vermeden kosten dijkversterking door rivierverruiming (verwachtingsmanagement);
  • de betreffende rivierverruimingsmaatregelen leiden tot een taakstelling/waterstandslijn voor de dijkversterking en daarmee voldoende zekerheid van de realisatie van de rivierverruimingsmaatregel om bij het ontwerp van de dijkversterking rekening mee te kunnen houden.

In de laatste bijeenkomst van de CWK (Commissie Waterkeringen van de Unie) is gesproken over het vraagstuk of en hoe de eventueel vermeden kosten voor dijkversterking door rivierverruiming aangewend kunnen worden voor rivierverruiming. Afgesproken is dat over dit vraagstuk een adviesnotitie/verkenning wordt gemaakt. Bij de CWK bespreking werd duidelijk dat een aantal waterschappen, voornamelijk die met zeedijken, de uitwisseling een greep uit de kas van de dijkrekening vinden. Wat daarbij meespeelt is dat de uitwisseling lijkt op het belonen van voormalig slecht gedrag. In het verleden werd, als er ruimte van de rivier ‘gestolen’ werd door ontwikkelingen in het buitendijkse rivierbed, er geen geld gestort voor de door deze ‘diefstal’ veroorzaakte noodzaak tot dijkversterkingen. Terwijl er nu bij buitendijkse dijkversterkingen compensatie wordt verlangd. Er zijn tal van voorbeelden dat in de laatste tientallen jaren veel ruimte van de rivier is gestolen en dat pas met het Ruimte voor de Rivierprogramma het bewuszijn daarover is gegroeid.

Omdat ik ook vergaderingen bezoek waarbij vrijwel uitsluitend waterschappen, gemeenten en provincies met rivierdijken betrokken zijn, zoals de Stuurgroep Delta Maas, de Stuurgroep RBOM/DHZ (Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en Deltaplan Hoge Zandgronden) en het Bestuurlijk overleg Bedijkte Maas, valt mij het enorme verschil in perceptie op! Zij vinden de uitwisseling c.q. financiering vanuit de dijkrekening voor rivier verruimende maatregelen heel normaal en logisch en gaan er vanuit dat dit ook (ruimhartig) gaat gebeuren. Over een morele plicht vanwege de ‘diefstal’ in het verleden wordt niet gesproken. Maar ook de grondhouding ten aanzien van de uit te voeren projecten is totaal anders. Bij de CWK discussies hanteert ieder waterschap de norm dat een dijkversterking ‘sober en doelmatig van ontwerp’ moet zijn. Logisch want het gaat over geld wat voor 40 procent door de gezamenlijke waterschappen wordt opgebracht en voor 50 % door de landelijke belastingbetaler.

Bij de Maas overleggen wordt er gepleit voor het “sparen van bijzondere dijken”. Uit de gebruikte argumenten blijkt dat dit dijken zijn die landschappelijk bijzonder zijn of die cultureel/historisch bijzonder zijn of waar geen bestuurlijk of politiek draagvlak voor een project is. Dit kan leiden tot projecten die aanzienlijk minder kosteneffectief zijn, waarbij per bestede geldeenheid aanzienlijk minder waterstandsdaling wordt gerealiseerd dan bij een project waarbij sprake is van een ‘bijzondere dijk’.

In mijn persoonlijke benadering kan van uitwisseling alleen sprake zijn als beide manieren van werken aan waterveiligheid gebaseerd zijn op dezelfde uitgangspunten. Voor mij is dat ‘sober en doelmatig’. Hierbij zou in gedachten gehouden moeten worden: de toekomst en daarmee de duurzaamheid van de maatregelingen. Als wat nu voor een ‘bijzondere dijk’ gehouden wordt in de komende 100 jaar alsnog aangepakt moet worden, is het ‘sparen’ daarvan slechts een duur uitstel van executie. Zeker als het gaat om ‘niet in mijn achtertuin’ gedrag moeten politici en bestuurders meer oog krijgen en houden op wat in de toekomst nodig en onvermijdelijk is. Dan is voor mij sober en doelmatigheid van ontwerp en uitvoering de na te streven norm!   

Voor meer informatie over waterveiligheid en de lopende toetsingen en normen kijk eens op de volgende websites.

https://www.helpdeskwater.nl
https://www.helpdeskwater.nl/onderwerpen/waterveiligheid/primaire/
https://waterveiligheidsportaal.nl
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/deltaprogramma/deltawet-deltacommissaris-en-deltafonds
https://www.overstroomik.nl/

Er is een benchmark inundatiemodellen ontwikkeld. De benchmark bestaat uit een functionaliteitenlijst waarmee bepaald kan worden voor de oplossing van welke vraagstukken welk modelinstrument het beste gebruikt kan worden. De benchmark laat zien dat de kwaliteiten van de bij de modellering betrokken rioolmodelleurs, hydrologen en rioolontwerpers/bouwers en de beschikbaarheid van goede data (mede) bepalend zijn voor de uitkomsten van het model. De benchmark kan waterschappen en gemeenten helpen bij de keuze van het te gebruiken instrument.

De benchmark komt goed van pas bij de door gemeenten en waterschappen uit te voeren stresstest in het kader van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie om de knelpunten bij wateroverlast in beeld te brengen.

24 oktober
Een bezoek aan het archief. Diverse PHO’s, onder andere over: de Keenesluis/nationale sluizendag, dijkverbetering Amertak/Geertruidenberg en PHO’s  ter voorbereiding van bestuurlijke overleggen met de gemeenten Drimmelen, Geertruidenberg en Dongen, alsmede een afspraak bij Avans Hogescholen.

25 oktober
Een bezoek aan Pukkemuk om bij te praten over de plannen van dit bedrijf in relatie met de realisering van een stukje EVZ.
In de avond de AB vergadering met agendapunten: SNB, de ambitie en strategie waterkwaliteit, een aantal grondaankopen, het projectplan EVZ Laakse Vaart en het projectplan Kleine Melanen.

26 oktober
Vandaag de nationale sluizendag op het terrein van de Volkeraksluizen, mede ter gelegenheid van 50 jaar Volkeraksluizen, waarbij ik samen met vertegenwoordigers van RWS en de provincie mocht bekend maken dat gelden beschikbaar worden gesteld om de Keenesluis te behouden voor de toekomst. In de middag heb ik de presentaties nabij de Keenesluis bijgewoond. 

27 oktober
PHO over de Amertak/Geertruidenberg en over een project in Waalwijk. Daarna de ingebruikname van kano passeerbaar gemaakte krooshek in de Aa of Weerijs, die ik zelf al kanoënd passeerde. Na de brug of de Ruitersboslaan keerden we veilig en droog terug aan wal.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 111: DEKTAPLAN RUIMTELIJKE ADAPTATIE

 

| 01-10-2017 | 12.00 uur |


 

OVER WATER – 111

 

Ik zou tevreden moeten zijn over de afgelopen week. In bestuurlijk Nederland en in de nationale media was er veel aandacht voor water en klimaatbestendigheid.

Op Prinsjesdag verscheen het eerste Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Dit Deltaplan bevat veel goede aanzetten. Toch verbaas en erger ik mij steeds meer over het absolute woordgebruik. “Als iedereen meedoet, bouwen we klimaatbestendige wijken.” Het woord ‘klimaatbestendig’ wordt vaak gebruikt. Het woord ‘klimaatbestendig’ is net als de  woorden ‘veilige dijken’ een in-slaap-wieg-woord. “Gaat u maar rustig slapen” de regering, de overheid, de waterschappen ze waken over ons is de boodschap. Op de voorpagina van het VNG Magazine prijkte de tekst: “Deltaplan maakt Nederland klimaatbestendig”. Voor mij pure lariekoek! Geen enkel plan maakt iets. De uitvoering kan wel een aantal situaties verbeteren en in dit geval klimaatbestendiger maken. Klimaatbestendig is in mijn ogen veel te absoluut gesteld. Ook na uitvoering van het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie zal er veel werk blijven, omdat keer op keer zal blijken dat weerextremen veel variaties kennen. Tot nu toe richten we watersystemen in op globaal situaties/gebeurtenissen die modelmatig één keer in de 100 jaar voor zouden komen. Maar de afgelopen jaren is in mijn waterschap zelfs een situatie (regenbui) voorgekomen van één keer in de 2000 à 5000 jaar. Met de huidige kennis en budgetten zijn dergelijke situaties niet te voorkomen of zonder ernstige overlast af te wikkelen. Zelfs als budgetten verveelvoudigen gaat dat niet lukken. Daar is het “Gaat u maar rustig slapen” geen oplossing voor. Het praten over klimaatbestendigheid is dan ook, in mijn ogen, fundamenteel fout.

Als waterschapbestuurder loop ik, als het over veilige dijken gaat, tegen dezelfde problemen aan. Dijken bieden nooit absolute veiligheid. In Nederland is de bescherming afhankelijk van de aard van het te beschermen gebied. Meer mensen, meer waarde betekenen een hoger beschermingsgraad. Voor primaire waterkeringen is de beschermingsgraad grof weg tussen één keer per 250 jaar tot één keer per 10.000 jaar. Dat is geen absolute veiligheid. Maar burgers denken bij ‘veilige dijken’ wel beschermd te zijn. Dat gevoel leidt soms tot discussies bij te kiezen varianten voor een dijkverbetering. “Deze variant is toch ook veilig!” Ik zou graag zien dat overheden, beleidsmakers en bestuurders zich onthielden van ‘Gaat u maar rustig slapen’ woordgebruik zoals “veilige dijken’ en “klimaatbestendig”. Dat zou de risico bewustwording bij burgers vergroten en naar ik hoop ook het nemen van de eigen verantwoordelijkheid bij de te nemen maatregelen. 

Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie kent zeven uitstekende ambities, te weten:

  • Kwetsbaarheid in beeld brengen
  • Risicodialoog voeren en strategie opstellen
  • Stimuleren en faciliteren
  • Handelen bij calamiteiten
  • Reguleren en borgen
  • Meekoppelkansen benutten en
  • Uitvoeringsagenda opstellen.

Nu de waterschappen tot 2050 veel werk hebben met dijkverbeteringen, worden er tal van studies gestart om daar kennis voor te vergaren. Eén studie gaat over het effect van voorlanden middels een Projectoverstijgende Verkenning Voorlanden. Een belangrijk onderdeel van een waterkering is het voorland. Het blijkt dat als  voorland wordt meegerekend in de sterkte van een dijk,  kosten kunnen worden vermeden en overlast kan worden beperkt. 

De afgelopen maanden was er meer goed nieuws. Staatssecretaris Dijksma (I en M) informeerde middels een brief de Tweede Kamer in het kader van klimaatverandering en hittestress over de maatregelen die het kabinet hiertegen wil nemen. Ik vraag al jaren aandacht, middels artikelen op mijn websites https://www.onswater.com/ en https://bsdboz.nl/, voor de gevolgen van hittestress en de aanpak daarvan met tal van voorbeelden. De brief aan de Tweede Kamer is een mooie aanzet tot actie en laat zien dat de rijksoverheid nu eindelijk het belang hier van inziet en tot actie wil overgaan. Nu de lokale overheden nog.

Tot slot van dit stukje over goed nieuws het gegeven dat het waterschap, waar ik dagelijks bestuurder van mag zijn, behoort tot de drie finalisten voor de verkiezing van de “Beste Overheidsorganisatie van het jaar 2017“; een initiatief van de Vereniging voor OverheidsManagement. Voor mij een teken dat ‘water’ en al degenen die dagelijks werken aan de waterveiligheid en optimalisatie van de waterkwantiteit en de waterkwaliteit van ons oppervlaktewater eindelijk die waardering krijgen die zij verdienen. Waterschappen horen erbij en laten zien dat ze goed werk leveren!

26 september
Drie PHO’s over het bestuurlijk overleg met de gemeente Goirle en de gemeente Geertruidenberg en de voorbereiding Stuurgroep Deltaprogramma Maas en de stuurgroep Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en de stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden.

27 september
Het bestuurlijk overleg Natuurnetwerk Brabant.

In de middag het drielagen overleg Hart van Brabant met een veldbezoek aan de Kruidenbuurt. De Kruidenbuurt is een buurt in Tilburg waar klimaatadaptatie vorm wordt gegeven.

28 september
Overleg met Rijkswaterstaat over de aanpak van de A27. Besproken onderwerpen waren: de vervanging van de bruggen bij Keizersveer, de bestuursovereenkomst, het proces afrit A59, en de planning.

29 september
Stuurgroep Deltaprogramma Maas met als agendapunten onder andere: de adaptieve uitvoeringsstrategie Maas en BO MIRT 2017.

In de middag de stuurgroep Regionaal Bestuurlijk Overleg Maas en de stuurgroep Deltaplan Hoge Zandgronden met als agendapunten onder andere:  governance en uitvoeringsagenda ruimtelijke adaptatie zuid, de voortgang en het versnellen van hoge zandgrond projecten, de toekomstbestendige zoetwatervoorziening op de hoge zandgronden, de nutriëntenproblematiek en de gebiedsgerichte aanpak daarvan.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 105: ANTIBIOTICARESISTENTIE

 

| 19-08-2017 | 12.45 uur |


 

OVER WATER – 105

 

Wachten kan niet meer
Recent verscheen het rapport “Bronnen van antibioticaresistentie in het milieu en mogelijke maatregelen” van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Het RIVM rapport bevat als zodanig niets nieuws. Ik schreef over dit onder werp eerder het artikel “resistente bacteriën en onze zuiveringen” en in Over Water 68 over de STOWA bijeenkomst op 1 december 2016 over de mogelijke aanpak van onder andere dit probleem.  Het viel mij op dat er nu in de media ruime aandacht was voor het probleem, echter zonder dat de waterschappen werden bevraagd over de aanpak van dit steeds dreigender wordende volksgezondheidsprobleem. In Zwitserland wordt het aangepakt en lopen er tal van onderzoeken via (proef)opstellingen bij waterzuiveringen, waarover op het VSA-Plattform “Verfahrenstechnik Mikroverunreinigungen” veel wordt gepubliceerd. In Zwitserland en Duitsland heeft men reeds besloten dat de aanpak van medicijnen in waterzuiveringen geen uitstel meer verdraagt en gaat men aan de slag met een grote variëteit aan methoden. Wel allemaal gebaseerd op twee hoofdlijnen (oxidatie en/of absorptie door actieve kool).  Onderbelicht blijft nog de mogelijkheid van de inzet van membraantechnologie. De ontwikkeling van resistente bacteriën is slechts één van de redenen om snel aan de slag te gaan met de aanpak van microverontreinigingen en geneesmiddel restanten. Een schandaal als rond GenX is een tweede reden. De aanpak verdraagt geen uitstel meer. De waterschappen moeten met dit onderwerp snel aan de slag en mogelijk vergt dit een andere wijze van financiering. In het huidige denken: ‘de vervuiler betaalt’ zou een heffing op geneesmiddelen logisch zijn !

15 augustus
Vandaag een hele reeks portefeuillehoudersoverleggen. Onder andere over: Het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak, de Keenesluis, een zwaluwenwal, het Dongedal, het Markdal en het project Noordrand Midden. Daarna naar de receptie geweest van het 25 jarig bestaan van het Markpontje in Terheijden, waar ik samen met wethouder Harry Bakker van de gemeente Drimmelen een tochtje met het pontje maakte.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 103: BESCHERMINGSZONE DIJKEN

 

| 05-08-2017 | 21.00 uur |


 

OVER WATER – 103

 

Beschermingszone geen luxe
Bij dijkverbeteringen dient men rekening te houden met eventuele toekomstige normveranderingen. Recent is bekend geworden dat de pas vier jaar oude Bemmelsedijk niet stabiel genoeg is. De nieuwe waterkering voldoet niet aan de nieuwste waterveiligheidsnormen en moet verder versterkt worden. Dit is eind 2016 vastgesteld. Alle veranderingen (nevengeul/uiterwaarden en nieuwe dijk) bij de dijkverbetering Lent/Nijmegen zijn pas in het 1e kwartaal 2016 definitief opgeleverd. Dit laat mijn inziens zien dat er bij dijkverbeteringen aan bestaande dijken en bij de aanleg van nieuwe dijken steeds rekening gehouden moet worden met toekomstige aanpassingen van de normen en met nieuwe inzichten. De in acht te nemen beschermingszone, zowel binnen als buitendijks, is geen luxe of een overbodig bedenksel van het waterschap, maar absoluut belangrijk om dijken ook in de toekomst snel en doelmatig te kunnen verbeteren. Bij dijkverbeteringen rekening houden met toekomstige veranderingen van normen, kennis en inzichten is dan ook, naar mijn inzicht zowel om financiële reden als om redenen van duurzame veiligheid, een noodzakelijkheid.

1 juli
Op het terras van grand café de Kogelvanger in Breda een overleg met leden van het stuurteam Markdal om BMF directeur Selçuk Akinci bij te praten over de lopende ontwikkelingen in het gebiedsproces Markdal. Daarna met z’n allen het gebied in, waarbij onder andere een aardbeienkweker werd bezocht.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 97

 

| 24-06-2017 | 13.15 uur |


 

OVER WATER – 97

 

Dijk nabij Willemstad

In mijn vakantie heb ik gelezen “Integral design of multifunctional flood defenses”. Een boek uitgegeven met steun van STW, een stichting die recent is opgegaan in NWO, TU Delft, de Universiteit van Wageningen en de Universiteit Twente. Het boek bevat tal van Nederlandse en buitenlandse voorbeelden hoe dijkprojecten multidisciplinair aangepakt kunnen worden om een dijk of keermiddel multifunctioneel te gebruiken. Zeker in ons land, waar de ruimte beperkt is en de grond duur, is het geboden om zo mogelijk een dijk of keermiddel multifunctioneel te gebruiken. Hierbij blijft behoud en mogelijk versterking van de waterkerende functie een voorwaarde. Voor iedere waterschapper en voor een ieder die betrokken is bij de planologie een lezenswaardig boek.

22 juni
Op de eerste dag na thuiskomst van de vakantie op de Faröer eilanden de RRO vergadering van de regio Hart van Brabant met onder andere: de actualisatie prioritaire projectenlijst PAS. Daarna twee werkateliers in het kader van regionale ontwikkeldag ruimte en mobiliteit Hart van Brabant. Met als thema’s: De gebiedsopgave leisureboulevard/N 261-zone en de regionale energiestrategie in relatie tot ruimte en mobiliteit.

De bijeenkomst werd gehouden in de Hilvaria Studio’s te Hilvarenbeek, een locatie die een bezoek waard is. De gebouwen en de inrichting met kunst en de overgangen tussen binnen en buiten is prachtig. Zelfs in een bosrijke omgeving wordt slim gebruik gemaakt van water om zaken niet alleen te verfraaien maar ook te koelen. Op deze zeer warme dag was dat voor mij meer dan welkom. Want als je weken op een plek waar 10 graden standaard was en 12 graden een warme dag bent geweest, was de overgang naar 35 graden een stevige. In de vergadering, die van gemeentewege vooral de insteek had de PAS ‘ruimte’ te benutten, was ik blij dat ik aandacht kon vragen voor: het middels maatregelen ten behoeve van de natuur, PAS ‘ruimte’ te creëren. Hierbij is juist de inzet van de gemeente, in samenspraak en samenwerking met de waterschappen, gewenst en versterkt moet worden.  

23 juni
Een bijeenkomst ter bespreking van de vervolgtrajecten in het kader van de dijkverbeteringsopgave Geertruidenberg/Amertak en een gesprek met onze toekomstige dijkgraaf.  

Louis van der Kallen



OVER WATER – 94: UCHIMIZU

 

| 03-06-2017 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 94

 

29 mei
In de morgen een overleg over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

In de middag een vergadering van de stuurgroep A27, waarbij ik naast wethouder van Groos van Waalwijk zat. Ik ben bezig herbestemmingen te vinden voor de delen van de oude Moerdijkbrug (die voor onze provincie van z’n grote betekenis is geweest en een geschiedenis heeft die schreeuwt om behoud), die nu dienst doen als de Keizersveerbrug over de Bergsche Maas. Aan wethouder van Groos deed ik de suggestie om eens te kijken of één deel niet iets zou zijn als vervanger van de veel te krappe Veerwegbrug over het Oude Maasje. Hij vond het iets om na te vragen in zijn organisatie. De Veerwegbrug is voor het moderne (landbouw) verkeer weliswaar veel te smal, maar is vermoedelijk wel een Marshallhulp brug en daarmee heeft zij ook een te koesteren geschiedenis. De eerste zaadjes tot behoud van delen van de oude Moerdijkbrug zijn geplant.

30 mei
DB vergadering met als agendapunten o.a.: de kadernota 2018-2027, uitvoeringskrediet AWP 2.0, veranderplan duurzaamheid, MER Westelijke Langstraat, voorkeursalternatief herinrichting Markdal, brieven Slikpolder.

PHO’s: Slikpolder, regionale keringen, AWA Rucphen.

De komende weken ben ik op vakantie en zal Over Water niet het karakter hebben van een dagboek maar meer gaan over waterideeën.

UCHIMIZU
Met de simpele oude Japanse techniek van water sprenkelen, uchimizu, is extreme hitte in een stedelijke, bebouwde omgeving te verminderen. Dat is de conclusie van een onderzoek door Anna Solcerova van de TU Delft. Het effect is het grootst op momenten dat het nog niet zo warm is.

Het is al lang bekend dat het in een stedelijke omgeving warmer is dan op het platteland. Dit wordt het ‘Urban Heat Island’ genoemd. Stenen absorberen en houden meer zonnestraling gevangen dan bodem en vegetatie. Daardoor warmt de stad op. Daarnaast veroorzaken menselijke activiteiten warmte. Het Urban Heat Island-effect is al zo’n 200 jaar bekend. Maar al veel langer bestaan er methodes om hitte in stedelijke gebieden te temperen. ‘Uchimizu is zo’n techniek, die in Japan al sinds de 17e eeuw wordt toegepast’. Huizen, tempels en tuinen en hun omgeving worden besprenkeld om het oppervlak en de lucht te koelen en om stof te laten neerdalen. In Tokyo wordt deze methode weer gebruikt. De lokale autoriteiten promoten uchimizu als een ‘slimme manier om koel te blijven’. De metingen werden uitgevoerd in Delft. De conclusie is dat uchimizu altijd werkt; de grond wordt sowieso koeler. Het effect is het grootst op momenten dat het nog niet zo warm is. En in de schaduw is het effect groter dan in de zon.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 88: DE UNIE ROADSHOW, DIGITALE DUURZAAMHEID

 

| 22-04-2017 | 15.45 uur |


 

OVER WATER – 88

 

Recent heb ik gelezen; “De achterkant van Nederland” over hoe onder- en bovenwereld verstrengeld raken, geschreven door Pieter Tops en Jan Tromp. De in mijn ogen beste constatering vond ik op pagina 247: ”Hoe lastig ook, de aanpak van ondermijning is niet alleen een technische strijd tegen criminaliteit. Het is vooral een maatschappelijk project, dat directe relaties heeft met de uitwassen van een neoliberale samenleving: opkomen voor jezelf, zo veel mogelijk geld verdienen, snel rijk worden, als het niet verboden is, mag het. De maatschappelijke elite heeft op dit punt vaak het verkeerde voorbeeld gegeven. Aanpak van ondermijning is daarmee ten diepste ook een vraagstuk van maatschappelijke ordening en individuele moraliteit. En niet alleen aan de achterkant van Nederland.” Aan dit boek viel mij verder op dat als het gaat over de ondermijning van de overheid dat waterschappen er totaal niet in voorkomen!

18 april
DB vergadering met o.a. de agendapunten: evaluatie legesheffing, transitieplan duurzaamheid, de actualisatie inkoop- aanbestedingsbeleid, evaluatie handhavingsuitvoeringsprogramma, beleid buitendijks bouwen, regionaal bod Deltaplan ruimtelijke adaptatie.

In de middag een portefeuillehouderoverleg (PHO) over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

19 april
In de morgen overleg met wethouder Kevin van Oort van de gemeente Geertruidenberg over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

In de middag overleg met Nicole van Hoof (coördinator Vitaal Leisure Landschap) over de samenwerking met het House of Leisure in de regio Hart van Brabant. Er is niet alleen gesproken over de samenwerking maar ook over de ideeënwedstrijd met de naam “de hoos & hitte contest” waar ik straks als één van de juryleden mag functioneren. Ik vind die ideeënwedstrijden heel leuk om daarmee mensen uit te dagen mee te denken over o.a. het voorkomen/aanpakken van hittestress, wateroverlast en watertekorten.

In de avond een thema AB over de slibeindverwerkingsstrategie en de toekomst van de afvalpersleiding van West-Brabant naar de zuivering nabij Bath. 

20 april
In de morgen bestuurlijk overleg met wethouder Mario Jacobs van de gemeente Tilburg met als agendapunten o.a.: de wateragenda 2030 van de Brabantse Waterschappen, het project sloten, dijken en oevers op orde, EVZ’s en beekherstel, de ruimtelijke ontwikkelingen rond industrieterrein Wijkevoort en de Blauwe aders De Blaak, klimaatadaptatie en het Living Lab.

In de middag de Unie roadshow over digitale duurzaamheid.Bij dit soort ICT bijeenkomsten ben ik soms verbijsterd hoe de wereld verandert omdat wij ons onderwerpen aan ICT systemen en wordt de wijze van werken geheel gevangen in procedures. In het verleden heb ik bij een tiental gemeenten onderzoeken gedaan, waarbij ik o.a. hun archieven onderzocht. Een tiental jaren achterstand in de archiefverwerking was niet ongewoon. Lacunes in de bestanden (het verschil tussen wat de archiefwet voorschreef en de werkelijke samenstelling van dossiers) betrof vaak meer dan 30 %. Dat was zelden inhoud van een raadsdebat. Laat staan dat er een wethouder over viel. Nu worden duurzame opslag, compleetheid en toegankelijkheid van die informatie in de archieven als breekijzer gebruikt om alles in digitale systemen op te slaan en worden schier onbetaalbare ICT systemen ontwikkeld die dan tot overmaat van ramp ook vaak niet goed blijken te werken. Dat alles dan ook nog vaak onder het motto van klantvriendelijkheid terwijl het tegendeel vaak waar is. Lees maar eens de horror verhalen van mensen die in de netten van het UWV, de belastingdienst of het CJIB terecht zijn gekomen en door de automatische brieven met boetes van computers worden geterroriseerd. Bellen met echte mensen is dan haast onmogelijk geworden. Gewone brieven raken ontraceerbaar of worden simpel beantwoord met de standaard brieven uit de geautomatiseerde systemen. Ik weet ook niet of de medewerkers van de overheidsinstellingen met de geautomatiseerde/gestandaardiseerde systemen er echt gelukkig van worden. Maatwerk, een veel gebruikte kreet in overheidsland lijkt dan vaak een echo uit de historie. Soms denk ik dat de handelaren in BIG DATA en de systeemontwikkelaars, gericht op het grote geld, onze overheden overgenomen hebben. De mens wordt langzaam ook bij de overheid zowel als klant en soms ook als medewerker een onderdeel van een machinerie.  

De pijn van levensbeëindiging

Louis van der Kallen