OVER WATER – 159: KANSRIJK STADSWATER

 

| 20-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 159: KANSRIJK STADSWATER

 

Op dinsdag 16 oktober was de start van de week van Ons Water. Dat is een landelijke actieweek om water meer in de belangstelling te krijgen van de burgerij. In het waterschap Brabantse Delta werd er ter gelegenheid van de start een symposium ‘kansrijk stadswater’ georganiseerd in Breda. Onderdelen waren een waterwandeling langs de singel, een gesprek met wethouder Paul de Beer en dijkgraaf Kees Jan de Vet en een drietal presentaties. Met als onderwerpen:
– De keuzewijzer stadswater, een analyse naar kansrijke maatregelen.
– Kansen voor water bij stedelijke vernieuwing.
– Bewonersparticipatie tegen blauwalg.
Tevens was er een ‘waterdebat’ aan de hand van stellingen.

Het was een leerzame en ook deels teleurstellende middag. Bij de wethouder, de dijkgraaf en bij twee van de drie sprekers kwam het woord hittestress niet over de lippen. De derde spreker vermeldde hittestress alleen als een onderwerp dat voorkwam in de beleidsvoornemens van het waterschap (de Dommel) in relatie met stedelijk water. Nog steeds zit ‘hittestress’ niet tussen de oren van beleidsmakers en van stad- en waterschapbestuurders. Jammer want ‘hittestress’ kost doden en tast in zomers als die van 2018 de kwaliteit van leven aan in binnenstedelijke gebieden. Juist de combinatie van water en groen en het doorlaatbaar maken van de bodem pakt ‘hittestress’ aan. Wat mij betreft is volgend jaar het thema van de week van Ons Water hittestress. 

Het ‘waterdebat’ leverde mij wel enkele verbaaspunten op. Eén van de stellingen was: “Stadswater moet eigendom worden van bewoners.” Zeker 80 % van de symposiumbezoekers was die mening toegedaan. Nu is het zo dat de symposiumbezoekers brave ambtenaren en bestuurders zijn, die goed voor hun eigendommen zorgen. Ik zie echter als kritisch beschouwer met grote regelmaat eigendommen verpauperen. Niet iedere eigenaar gaat goed om met zijn eigendom. Stadswater behoort in mijn denken publiek eigendom te zijn en te blijven. Eigendomsrechten gaan ver in Nederland en overheden zijn slecht in het afdwingen van onderhoud of de onderhoudsplicht.

Wat mij verbijsterde is de toegedachte ‘rol’ van de overheid. Het antwoord van vrijwel alle aanwezigen: faciliteren, stimuleren, motiveren en meer van dat soort mooie gemeenplaatsen. Het leek een bijeenkomst van een kerkgenootschap die het blijde evangelie verkondigde. Uiteindelijk is de overheid de machtsfactor. De Dikke van Dale geeft als eerste verklaring; “macht, gezag”! Geloof in het goede van de mens is aardig, maar de overheid stelt de regels. Kijk maar naar de website www.overheid.nl. “Beleid & regelgeving” is een  kernpunt. Goed betaalde ambtenaren en bestuurders leven in hun eigen wereld waar zij en hun collega’s genoeg hebben aan faciliteren, stimuleren, motiveren enzovoort om datgene te doen wat wenselijk is. Maar in de wereld buiten hun cocon is de werkelijkheid dat er veel onwenselijkheden zijn, zoals mensen die de eendjes voeren, een visvoertje leggen, de hondendrollen niet opruimen en afgevallen bladeren met bladblazers het water in blazen en met dat alles blauwalg veroorzaken. En als alle gesprekken, aanspreken, informatiebordjes, opruimacties niet helpen, dan moeten er soms gewoon de regels gehandhaafd worden. Geloof me, de overheid is er voor het gezag en soms de macht. Handhaven dus.  Je maintiendrai staat niet voor niets in ons Rijkswapen!

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

| 13-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

De afgelopen honderd jaar is de groei van steden versneld en is mede om redenen van volksgezondheid  het afvoeren van het afvalwater en het hemelwater door middel van ondergrondse riolen in stedelijk gebied de standaard geworden. Door de veranderingen in het klimaat zal de intensiteit van buien toenemen met grotere neerslaghoeveelheden met overbelasting van de riolen als gevolg. Ook ontstaat het inzicht dat schoon hemelwater niet in ondergrondse riolen en voor veel geld afgevoerd en gereinigd hoeft te worden. Water moet de bodem in! Infiltratie van het regenwater in de bodem helpt bij de noodzakelijke vermindering van hittestress. Water in de bodem werkt door verdamping koelend in warme perioden. In stedelijk gebied is veel oppervlak verhard omdat het onderhoud dan goedkoper zou zijn. Maar water door riolen afvoeren kost ook geld en de schaden door wateroverlast nemen ook toe. Nederland zal op een andere manier met regenwater om moeten gaan. Dat kunnen overheden niet alleen. Ook de hulp van burgers is nodig te beginnen met de eigen tuin en het eigen dak van huis of schuur.

Wat kunnen burgers zelf? Wat tips.

  • Eruit die tegels (operatiesteenbreek). Gras is een goed alternatief. Bij langdurige hitte wordt uw omgeving dan ook nog eens minder warm en koelt het in de zomernachten beter af.
  • Ook houtsnippers, waterdoorlatende tegels, grind, schelpen en cacaodoppen zijn goede tegel vervangers.
  • Ontkoppel de regenpijp en sluit die aan op een vijver of regenton.
  • Gebruik regenwater om het toilet door te spoelen.
  • Zet wormen uit in je tuin. Zij verbeteren de grondstructuur zodat de grond beter water kan opnemen.
  • Creëer hoogteverschillen in de tuin zodat het water van bijvoorbeeld een terras makkelijk afvloeit naar een lager gelegen deel waar het water in de grond kan trekken.
  • Kies planten die veel water verdampen en regenbestendige soorten, zoals munt, lavendel, pinksterbloem, gagel, kardinaalsmuts of bomen zoals de meidoorn, de knotwilg of een plataan.
  • Kies voor een groen dak of gevelbeplanting. Ze leveren ook een bijdrage aan de aanpak van hittestress.

Maar ook gemeenten moeten aan de slag met bijvoorbeeld de toepassing van waterdoorlatende verhardingsmaterialen. Te denken is aan: grasbetonstenen, poreuze klinkers, klinkers met open voegen of losse materialen als grind, steenslag, schelpen of houtspaanders. Maar ook combinaties zoals mengsels van steenslag en gras en open bestratingspatronen. Als er meer ruimte is en de bodem geschikt, kan hemelwater ook van daken en verharde oppervlakken direct naar grasvelden, plantsoenen, wadi’s of oppervlaktewateren als brand- en hemelwatervijvers geleid worden ter infiltratie. Ook aangelegde infiltratie-stroken/kratten/putten en grindbakken/koffers, waterpleinen en groene daken kunnen afhankelijk van de situatie goede alternatieven zijn. Positieve effecten kunnen zijn: aanpak verdroging natuur, vermindering hittestress, verbetering luchtkwaliteit, verbetering van de biodiversiteit en verhoging van de belevingswaarde van een meer groene omgeving.

Binnen steeds meer gemeenten komen raadsleden en wethouders met ideeën om de verstening aan te pakken. Ik schreef eerder een artikel over het idee ‘tegeltax’ een idee van een Aalburgse wethouder. Nu kwam ik in het vakblad Riolering een artikel tegen met de titel “Limiet stellen aan verstening bij kaveluitgifte”. De CDA fractie van de gemeenteraad van Dalfsen heeft het college van B&W van Dalfsen gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken, om bij kaveluitgifte het aantal m2 verharding te maximaliseren. Ik vind dat een goed idee en passend in het streven van overheden om het stedelijk gebied klimaatadaptief te maken.  Een andere route volgt de gemeente  Son en Breugel. Daar wordt een voorstel besproken om de rioolheffing te differentiëren. Verlaging/beloning voor burgers en bedrijven die verharding verwijderen.

We moeten het samen doen en bedenk dat als vrijwilligheid niet werkt ‘tegeltax’ een reëel alternatief kan worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 143: 1e CONGRES HITTESTRESS

 

| 29-06-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 143: 1e CONGRES HITTESTRESS

 

Jarenlang leken al mijn betogen en artikelen over hittestress geroep in een volstrekt lege woestijn. In Over Water 141 vermeldde ik al dat in het praktijkseminar “de implementatie van klimaatadaptatie in steden en regio’s” op de WUR campus te Wageningen één van de sprekers ook ‘sterfte’ als één van de gevolgen van hittestress noemde. Op 25 juni was er het 1e congres Hittestress in Den Bosch met als dagvoorzitter Helga van Leur en als sprekers:

 – Cora van Nieuwenhuizen, de minister van infrastructuur en waterstaat, die vertelde over de nationale aanpak van klimaatadaptatievraagstukken

–  Jan Terlouw, die inspirerend sprak over de opwarming van de aarde en de rol van de mensheid daarin en, mits wij mensen samen zouden werken, optimistisch was over de mogelijkheden tot aanpak van de problematiek

– Gerard van der Steenhoven, de hoofddirecteur van het KNMI die, net als de minister, hittestress een sluipmoordenaar noemde.

Het is helder: ik ben geen roepende in de woestijn meer als ik over de oversterfte praat die hittestress veroorzaakt. Hittestress is dodelijk. De minister kwantificeerde het zelfs door te vermelden dat de hittegolf in 2003 zelfs een oversterfte veroorzaakte van 12%, 1400 extra doden.

Dit 1e Hittestress congres is beoogd agenderend te zijn, zo vertelde de dagvoorzitter. Ik denk dat het met deze sprekers ook agenderend kan zijn. Hoewel ik graag zou zien dat niet alleen de hittegolf van 2003 gememoreerd wordt, maar dat ook de hittegolf van 1976, die bijna een zomer duurde, in het vervolg gememoreerd zal worden. Een zomer die in West-Europa zorgde voor een enorme oversterfte, een forse daling van de productiviteit, een verdubbeling van de prijzen van vers voedsel, meer bedrijfsongevallen, ernstige problemen met het transport over water en als gevolg daarvan bedrijfssluitingen. Een studie naar die zomer kan de bestuurlijke geesten rijp maken voor een voortvarende aanpak van hittestress. Geïnteresseerd in die zomer? Kijk dan eens naar het filmpje:  “De hondsdagen van 1976”.

Ik werd getroffen door het besef dat de dromen en doelstellingen van mensen zo enorm kunnen veranderen. Toen ik geboren werd was de verwachting van mensen in mijn omgeving dat hun kinderen het beter zouden krijgen dan zij. Ze dachten oprecht dat zij de wereld beter zouden achter laten dan toen zij geboren werden. Toen kwam Brundtland (1987) en werd het begrip duurzaam de wereld in geslingerd (we zouden de wereld niet slechter achterlaten, dan we die wereld hadden aangetroffen). Helga van Leur formuleerde het tijdens het congres zo: “de jeugd heeft recht op een wereld die zich kan herstellen”. Enerzijds misschien al een hoge ambitie, anderzijds lijken die woorden ook een (tijdelijke) acceptatie in te houden van de huidige verslechtering van de situatie.

Jan Terlouw zei dat de biodiversiteit nog slechts 15 % is van wat die in 1900 was. Ik weet niet of hij gelijk heeft, maar zelfs als de verslechtering maar de helft daar van is kunnen we dat, in ons leven, niet accepteren. Natuurlijk wil ik bij mijn verscheiden een wereld achter laten die zich kan herstellen. Maar nog meer hebben wij (mijn generatie) de plicht daar nu een bijdrage aan te leveren. Jan Terlouw zei aan het einde van zijn verhaal dat hij hoopte dat er geen ramp hoeft te gebeuren om het bewustzijn tot noodzakelijke verandering te doen ontwaken. Hij riep op tot samenwerking.

Het viel mij op dat veel bezoekers aan dit congres een GGD achtergrond hadden. Klaarblijkelijk is in die kringen de effecten van hittestress op de volksgezondheid stevig doorgedrongen. Toch ben ik nog lang niet tevreden over het bewustzijn van de effecten van hittestress en de klimaatveranderingen. Overheden en politici denken nog steeds dat met wat maatregelen de problemen snel en definitief oplosbaar zijn. Dat blijkt uit hun woordgebruik dat gericht is op geruststellen in plaats van bewust maken. Woorden als klimaatbestendig en hittebestendig en veilige dijken laten zien dat ze denken dat, als iets aan de normen voldoet (wat die ook mogen zijn voor klimaat- of hittebestendig), het probleem is opgelost. Wat zijn voor politici veilige dijken? In Zuid-Holland was dat als de kansen op een overstroming eens in de 10.000 jaar zijn. In West-Brabant eens in de 1250 jaar. In Geertruidenberg eens in de 3000 jaar en in sommige delen van de Maasvallei eens in de 250 jaar. Er zijn geen absoluut veilige dijken. Net zo min als er klimaatbestendige of hittebestendige steden zullen zijn. Tegen de echte extremen hebben we, met de kennis van nu, voor nu en voor de nabije toekomst geen oplossingen. Maar we kunnen onze leefomgeving wel met tal van maatregelen klimaat- en hittebestendiger maken. Om met Jan Terlouw te spreken samen kunnen we dat.

In het congres waren tal van werkbijeenkomsten. Ik ben er zelf naar twee geweest. “hoe kan water in de stad bijdragen aan verkoeling” gepresenteerd door het http://climatelier.net/ en naar “ontwerprichtlijnen voor de klimaatadaptieve stad”. De laatste ging vrijwel uitsluitend over vergroening van de bebouwde omgeving en de groene invulling van de openbare ruimte. Ik miste daar de aandacht voor het effect van de materiaalkeuze op de opwarming van de gebouwde omgeving. Ook het effect van kleurkeuzen werd niet genoemd. Geen enkele van de 28 werkbijeenkomsten ging over die twee onderwerpen. Ik vond dat een gemiste kans. Nu hoop ik maar dat materiaal- en kleurkeuzes op het eerstvolgende hittecongres wel aan bod komen. Dan hoop ik ook dat op één van de hogescholen of universiteiten, die bezig zijn met onderzoek naar klimaatadaptatie en hittestress, de zomer van 1976 in al zijn facetten is onderzocht. Dat onderzoek zou dan wel eens de ramp in beeld gebracht kunnen hebben, die politici in heel West-Europa er toe brengt niet meer te talmen maar aan de slag te gaan.    

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 141

 

| 16-06-2018 | 11.15 uur |


 

OVER WATER – 141

 

11 juni Bestuurdersdag UvW 2018

De bestuurdersdag van de Unie van Waterschappen is altijd een mooie gelegenheid om collega’s te ontmoeten en iets te leren van wat er elders op het gebied van water speelt. Dit keer was de gastheer  het Wetterskip Fryslân en werden we ontvangen in de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Deze kerk bevat de grafkelder van de Friesche Nassau’s, de in Leeuwarden en Groningen residerende Stadhouders van Friesland en Groningen. De kerk is, net als Leeuwarden, een bezoek waard. Het ochtendprogramma startte met het Friese volkslied. Mocht de bestuurdersdag van de Unie ooit nog door Brabantse Delta georganiseerd worden dan wil ik graag dat de ontvangst in Bergen op Zoom is, zodat ik de geachte collega’s kennis kan laten maken met het “Merck toch hoe sterck”.

Er waren lezingen van onder andere Hans Achterhuis, milieufilosoof en van de bioloog Theunis Piersma. Het verhaal van Piersma ging over het verloren gaan van het geluid, de geuren en de kleuren in en van het landschap door de teruggang van insecten en vogels, die dat landschap kleuren. Wat mij ook trof waren de effecten van de huidige techniek van het injecteren van mest (insnijden van de grond) op de bodemkwaliteit en het bodemleven. Ook de effecten van de diepe ontwatering op de Friese laagveengronden maakte op mij indruk. Boer Brunia vertelde over hoe het anders kan met buitenpotstal en beweidingstechniek.  Het verhaal van Peter de Ruyter over het Friese Laagveen was indrukwekkend, waarbij de “Places of Hope” projecten lieten zien dat er mogelijkheden zijn om het tij te keren. Iris Kroes sloot het ochtendprogramma af met een (water)lied waarbij ze het gezelschap zich wederom tot koor liet omvormen.

Het middagprogramma bestond voor mij uit een bezoek aan het Natuurmuseum Fryslân, waarbij de nog in aanbouw zijnde onderwaterbeleving werd bezocht. Hierin worden bezoekers straks rondgereden in een Friese onderwaterwereld. De bezoeker wordt daarbij een beleving geboden als ware hij of zij een vis. Ik kom zeker een keer terug als dit geopend is. Het Wetterskip is nauw betrokken bij dit project. Daarna volgde een boottocht door de grachten van Leeuwarden die eindigde in de voormalige gevangenis van Leeuwarden.   

Het eerste deel van de rit naar huis was een beetje een pelgrimstocht. Een rit over de Afsluitdijk is voor mij iets bijzonders. De Afsluitdijk vind ik een uiting van Hollands glorie en voor mij een zichtbaar en bijna levend eerbetoon aan wat waterbeheer en dijkenbouw aan Nederland heeft toegevoegd. Staand voor het standbeeld van Cornelis Lely ben ook ik een beetje trots op wat wij ‘waterschappers’ toevoegen aan Neerlands trots.

12 juni praktijkseminar

Op 12 juni ben ik naar het praktijkseminar “de implementatie van klimaatadaptatie in steden en regio’s” op de WUR campus te Wageningen geweest, georganiseerd door het PPS netwerk. Vaak ben ik op dit soort seminars de enige waterschapbestuurder. Dit keer telde ik er vijf, waarvan drie uit Noord-Brabant. Alle drie de Brabantse waterschappen waren vertegenwoordigd. Dit laat zien dat klimaatadaptatie nu echt ook bij bestuurders tussen de oren begint te komen en men er tijd voor begint vrij te maken. Ook waren er een aantal ambtenaren van waterschappen en gemeenten aanwezig.

Het viel op dat nu ook ‘sterfte’ als één van de gevolgen van bijvoorbeeld hittestress genoemd werd. Ik ben duidelijk niet meer een roepende in de woestijn. In het verhaal van Gilbert Maas van de WUR werden, buiten de standaard gevolgen van de klimaatverandering (overstromingen, wateroverlast, hittestress en droogte), ook natuurbranden en bodemerosie genoemd als gevolgen.  Door twee medewerkers van de gemeente Ede (Koen Classen en Anoek Ruijters) werd de aanpak van de gemeente Ede gepresenteerd, die mede gebaseerd is op de klimaateffectatlas data en op de klimaateffectatlas Vallei en Veluwe. Deze klimaateffectatlas is ontwikkeld in opdracht van gemeenten, provincies, en waterschap in Gelderse Vallei, Veluwe, Eemland en IJsselvallei.

Deze aanpak is wat mij betreft een voorbeeld voor andere gemeenten en waterschappen.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 139: WATER WEBSITES VOOR SCHOLIEREN

 

| 02-06-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 139: WATER WEBSITES VOOR SCHOLIEREN

 

De Denker van Rodin met spiegeling

De afgelopen week was wateroverlast door stortbuien bijna dagelijks in het nieuws. Ook kleine projecten in jouw omgeving kunnen een bijdrage leveren de overlast in de toekomst te beperken. Denk mee. Praat er over op school of met buurtgenoten en ga zelf op onderzoek uit naar wat er in jouw stad, dorp, buurt, straat of tuin zou kunnen. Denk mee! Als je in West-Brabant woont of studeert, ben ik altijd bereid mee te denken.

Ik onderzoekwater.nl biedt HAVO en VWO scholieren hulp bij het maken van een profielwerkstuk over water. De website geeft ideeën voor werkstukken die gaan over water. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij een waterschap, waterleidingbedrijf of gemeente. Onderwerpen zijn ingedeeld in thema’s als drinkwater, klimaatverandering, water en natuur, overstromingen. Zoek je naar een onderwerp voor een werkstuk over ‘water’ dan is dit een pracht van een website om inspiratie op te doen.

Een andere website waar scholieren ideeën op kunnen doen voor werkstukken is http://waterwindow.org/

Is een gehele school op zoek naar een lange termijn onderwerp om leerlingen te betrekken bij hun omgeving en het klimaat dan is “meet je stad” een idee uit Amersfoort mogelijk iets om na te volgen. Klimaatverandering is een thema wat aan de orde zou moeten komen bij de inrichting en gebruik van de (openbare) ruimte. De gevolgen zijn groot voor Nederland. Maar wat betekenen al die veranderingen voor je eigen omgeving? Hoe warm is het in jouw straat? En een paar straten verderop? Hoe kunnen we per wijk of buurt bepalen wat er nodig is om in de toekomst zo weinig mogelijk negatieve gevolgen van klimaatverandering te ondervinden? Is er nu soms al sprake van  wateroverlast of hittestress? Wat kan eraan, per wijk, straat of buurt gedaan worden? Mogelijk kun je samen met anderen uit de buurt of met je school in samenwerking met de gemeente voor meer groen in je wijk zorgen, zodat het water wordt opgenomen bij hevige regen en de straat koeler blijft bij hitte.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 134

 

| 28-04-2018 | 13.00 uur |


 

OVER WATER 134

 

Nieuwe waterkwaliteitscheck voor stedelijk water in ontwikkeling
In veel steden en dorpen worden projecten opgezet ten behoeve van: klimaatadaptatie, duurzaam waterbeheer en de aanpak van hittestress.  Voorbeelden zijn het hergebruik van afvalwater, fonteinen, (regen)waterberging, heropening grachten/singels en waterpleinen. Mensen kunnen hierdoor meer in aanraking met water in de openbare ruimte komen, met alle mogelijke gevaren van dien. Denk aan risico’s voor de gezondheid. Het RIVM pleit er daarom voor om bij het ontwerpen, plannen, beheer en realiseren van stedelijk water stil te staan bij de kwaliteit van water. Om dit te ondersteunen is de microbiologische waterkwaliteitscheck voor stedelijk water in de maak.

Financiële prikkels voor klimaatadaptatie
Recent is verschenen het rapport ‘Financiële prikkels voor klimaatadaptatie’. In dit rapport is in kaart gebracht het vergroenen van belastingen en andere mogelijke financiële prikkels om klimaatbestendigheid te stimuleren. NextGreen en Stroom en Onderstroom inventariseerden de verschillende soorten financiële prikkels in opdracht van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Gemeenten en waterschappen kunnen deze middelen inzetten om inwoners en ondernemers te stimuleren tot het klimaatbestendig inrichten van hun gebouwen en tuinen. Gemeentelijk zou bijvoorbeeld het tarief van de rioolheffing afhankelijk kunnen worden van het watergebruik of het wel of niet afkoppelen van de regenpijp. In sommige gemeenten maken politieke partijen er al werk van. Als voorbeeld een initiatief van de PvdA en GrL in de vorm van een motie in de gemeente Lochem. De motie haalde het niet, maar het kan dienen als voorbeeld hoe het vergroenen van een heffing vorm kan krijgen.

Voedselvermalers
Voedselvermalers worden op grote schaal op websites aangeboden om geïnstalleerd te worden in uw keuken. In de USA is het heel gewoon om voedselresten te lozen in het riool. Maar in Nederland zijn ze echter, middels artikel 6 in het “Besluit lozing afvalwater huishoudens”, verboden. Dit verbod is er niet zonder reden. Voor een goede verwerking van het afvalwater en het onderhoud van riolen en persleidingen zijn voedselresten in het afvalwater niet alleen niet goed voor het milieu, het is ook kostbaar en leidt tot hogere tarieven bij gemeenten en waterschappen. Niet doen dus en laat u niet verleiden tot de aankoop van dergelijke apparatuur. RTL nieuws wijdde er in de zomer van 2017 al eens aandacht aan.

25 april
Op de agenda van het algemeen bestuur (AB) stond de aanvraag van het uitvoeringskrediet “aanpassen watersysteem en -kering bij Waalwijk”. Het is een miljoenen project, waarbinnen een veelheid van zaken zijn gekoppeld. Nieuwe gemalen, het oplossen van een veiligheidsprobleem, nieuwe watergangen. Het watersysteem van de Buitenpolder en de Capelsche Polder wordt toekomst bestendiger gemaakt. Het project is een essentiële randvoorwaarde om de natuurdoelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te kunnen realiseren in de Westelijke Langstraat.

Als DB lid heb ik hier veel uren ingestoken. Het doet mij dan ook deugd dat dit krediet van 19 miljoen met algemene stemmen door het AB ter beschikking is gesteld. Nu komt het op een tijdige uitvoering aan om op tijd aan de eisen van de PAS te gaan voldoen.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 132: BIJEN TELLEN EN WATERNIEUWTJES

 

| 14-04-2018 | 17.00 uur |


 

OVER WATER 132: BIJEN TELLEN EN WATERNIEUWTJES

 

BIJENTELLING

Volgend weekend organiseert Nederland Zoemt de eerste nationale bijentelling. Iedereen wordt opgeroepen om mee te doen aan dit landelijk onderzoek door in de eigen tuin gedurende een half uur bijen te tellen. De bijentelling wordt georganiseerd in samenwerking met EIS kenniscentrum insecten en waarneming.nl.

Het onderzoek wordt gedaan omdat het niet goed gaat met wilde bijen. Ruim de helft van de bijna 360 bijensoorten is bedreigd. Wilde bijen zijn belangrijk voor de voedselvoorziening: 80% van de eetbare gewassen is voor de bestuiving afhankelijk van bijen en andere insecten. Om de bij beter te kunnen helpen, is meer informatie nodig over waar bijen voorkomen en met hoeveel ze zijn.

Doe mee, het is eenvoudig. Eind april kunnen er zo’n 20 verschillende soorten wilde bijen, hommels en zweefvliegen in de tuin vliegen. Om deze soorten te herkennen zijn er verschillende hulpmiddelen, zoals een telformulier met zoekkaart, instructievideo en een uitgebreid bijengidsje ontwikkeld. Al deze materialen zijn te vinden op de website van Nederland Zoemt. Op deze website kunnen deelnemers in het weekend van 21 en 22 april ook direct de resultaten van hun telling invoeren en kan iedereen live de resultaten volgen.

DE NIEUWTJES VAN DEZE WEEK

De afgelopen jaren kwamen veel Chinese ‘waterwerkers’ naar Nederland om te kijken en te leren hoe het waterrijke Nederland omging en bouwde aan het waterbeheer en waterveiligheid. Ik denk dat binnen afzienbare tijd veel waterambtenaren en bestuurders van Nederlandse steden naar China op werkbezoek gaan om te zien hoe China in enkele decennia traditionele steden, waar het grootste deel van de neerslag wordt afgevoerd, ombouwt tot ‘sponssteden’ waar 70 % van de neerslag wordt vastgehouden in de bodem. In 2015 is dit project gestart in 30 steden. Het Nederlandse adviesbureau Arcadis is hierbij betrokken. Meer vocht in de bodem ontlast niet alleen de waterafvoercapaciteit maar bestrijd ook de hittestress. Voor China is de noodzaak tot aanpak van de wateroverlast evident. Naar schatting bedroeg de schade als gevolg van overstromingen in China tussen 2011 en 2014 honderd miljard dollar. In het licht van de klimaatveranderingen de grond gaan gebruiken als natuurlijke spons om overstromingen en wateroverlast te voorkomen zal ook in Nederland en Europa navolging moeten krijgen.

Amsterdam, Nijmegen en Rotterdam hebben met tal van ‘groendaken’ projecten laten zien dat dit soort projecten een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan de ontlasting van het riool. De daken kunnen 32 tot 150 liter regenwater per vierkante meter bergen. Sedumdaken blijken circa 50 euro (inclusief de aanleg) per vierkante meter te kosten. De neveneffecten, buiten waterberging, zijn isolatie, vermindering hittestress, toename biodiversiteit en meer groenbeleving.   

Antwerpen is het pilootproject Tuinstraten gestart, waarbij in vijf stadsdistricten geselecteerde straten permanent gaan vergroenen en verblauwen. Het kent een combinatie van doelen: buffering en infiltratie van hemelwater en sociale elementen waarmee getracht wordt de contacten met de bewoners en tussen de bewoners te verbeteren, alsmede bewustwording. Bij een tuinstraat komt/blijft enkel verharding waar het noodzakelijk is, een karrespoor. 

Eendjes voeren lijkt misschien onschuldig. Maar algen eten mee en dat heeft een fors effect op de kwaliteit van singels en vijvers. Het gaat volgens Sven Teurlincx van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) niet om een boterhammetje hier en daar. Uit steekproeven blijkt dat er bij sommige vijvers wel zo’n acht kilo brood op een dag in het water belandt. “Dat is een hele bolderkar vol!” De gevolgen: troebel water met zoveel algen “dat je ermee kunt vingerverven”. En is het een vijver met een fonteintje? Dan adem je die algen nog in ook. Dat kan anders. Geen brood in het water en de eendjes op de kant niet zoveel voeren dat het blijft liggen voor de ratten. Meer informatie over wat eendjes voeren betekent voor de waterkwaliteit vindt u hier.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 130: WATERTEKORT

 

| 31-03-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER 130: WATERTEKORT

 

Waterschaarste lijkt geen Nederlands probleem. Tot nu toe is dat de meeste jaren ook zo. Toch is de verwachting dat door klimaatveranderingen ook in Nederland zomerse droogteproblemen en waterschaarste in toenemende mate een probleem kunnen worden, waarmee de land- en tuinbouw maar ook transport over water in de (nabije) toekomst geconfronteerd kunnen worden.   

Het tot op heden meest droge jaar dat ik heb mee mogen maken was 1976. De droogte was toen bijna dagelijks het nieuwsthema waar het journaal mee begon. Het leidde zelfs tot een uitgebreid onderzoek door Ir. P.K.M van der Heijde, met steun van de Dienst Grondwaterverkenning TNO, Rijkswaterstaat, Directie Waterhuishouding en Waterbeweging en de Subcommissie voor Hydrogeologie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Om een echt beeld te krijgen van de zomer van 1976 en onze mogelijke toekomst is het filmpje ‘de hondsdagen van 1976’ het bekijken waard. Hittestress leidde in de zomer van 2003 in Frankrijk tot bijna 15.000 extra sterfgevallen en in Europa als geheel tot circa 70.000 extra sterfgevallen. De hittegolf van 1976 zouden die getallen ruim overtroffen hebben.

Toenemende oversterfte door hittegolven en waterschaarste is een probleem dat volgens een onderzoek, gepubliceerd in 2016 Science Advances, circa 4 miljard mensen treft.

Nu zijn er min of meer acute problemen in miljoenen steden als Kaapstad, Jakarta, Mexico City en vele anderen. In 2040, zo is de verwachting, zullen zonder ingrijpende maatregelen in heel veel landen ernstige watertekorten ontstaan, die ontwrichtend kunnen werken op het leven en werken in die landen. Het World Resources Institute (WRI) heeft in een uitgebreide rapportage geschetst welke landen, zonder de aanpak van dit probleem, getroffen zullen worden.

Het is de hoogste tijd voor een stevige aanpak. Mondiaal maar zeker ook op Europese en Nederlandse schaal. Ook voor gemeenten als Bergen op Zoom moet er over de volle breedte van het gemeentelijk beleid gewerkt gaan worden aan klimaatadaptatie en de aanpak van hittestress.

Louis van der Kallen

 


UW TUIN EN WATEROVERLAST EN HITTESTRESS/ ZOET – ZOUT

 

| 10-03-2018 | 11.00 uur |


 

UW TUIN EN WATEROVERLAST EN HITTESTRESS

 

Tuinbezitters kunnen meer doen om wateroverlast na hoosbuien of gevolgen van langdurige droogte en hitte te beperken. Soms kan dat al met kleine slimme en simpele aanpassingen aan de tuin.

Waterschappen, gemeenten, Rijksoverheid en het bedrijfsleven trekken samen op om tuinbezitters hierbij te helpen hun tuin meer klimaatbestendig te maken. Daartoe is een “Handboek voor de watervriendelijke tuin”. Het handboek is een uitgave van Vereniging Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling, atelier GROENBLAUW en Tuinbranche Nederland en is mede mogelijk gemaakt door Stichting RIONED, STOWA en het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat.

De doelstelling van het handboek is tuincentra te helpen hun miljoenen bezoekers te informeren, inspireren en te activeren. Het bevat praktische tips over bruikbare producten en aanpassingen aan de tuin. Bijvoorbeeld: zorgen voor een gezonde bodem en voor meer schaduw, welke planten te gebruiken en hoe beter water op te vangen.

De overheden beseffen dat de problemen veroorzaakt door de klimaatveranderingen het beste aangepakt kunnen worden in samenwerking tussen overheden om tuinbezitters de handvatten aan te reiken waarmee zij aan de slag kunnen.

 

ZOET/ZOUT

 

Met het besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen om fors geld te steken in een gezonde natuur en water heeft de tongen in West-Brabant en Bergen op Zoom weer los gemaakt.

Voor het Grevelingenmeer wordt €75 miljoen ingezet om een doorlaat te maken in de Brouwersdam, zodat het water in het meer doorlopend wordt ververst waardoor de natuur zich herstelt. Dat is voor het Grevelingenmeer hard nodig. Het Grevelingenmeer is op grotere diepten dood. En het water aan de oppervlakte is van een bedroevende kwaliteit en steeds minder toeristisch aantrekkelijk. Het Grevelingenmeer is stilstaand zout water. Met de 75 miljoen van de Rijksoverheid en het extra geld van de provincies Zeeland, Zuid-Holland en enkele gemeenten gaat het zoute water ververst worden door een getijdeslag van circa 50 centimeter.

Sommigen bepleiten al jaren de terugkeer van zout water in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in de hoop dat de waterkwaliteit van dat systeem dan verbeterd. Het is goed te realiseren dat, als er in de Oesterdam en of Philipsdam een dergelijke doorlaat zou worden gemaakt, de eventuele getijdeslag veel kleiner zal zijn. Hierdoor kan een verzilt Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem soortgelijke problemen krijgen als nu in de Grevelingen. De gedachte dat het bij een zout Zoommeer makkelijk en goedkoop zal zijn de Binnenschelde te verzilten gaat niet geheel op. Het waterpeil van de Binnenschelde ligt bijna 1,5 meter hoger dan het Zoommeer. Alle verversing moet dan door inpompen en aflaten kunstmatig tot stand worden gebracht, een blijvende kostbare zaak. 

De gevolgen van een verzilting van het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem zijn groot. Zoetwater gebrek voor de landbouw, verzilting van de bodem tot Oudenbosch toe, waardoor veel teelten lagere opbrengsten geven.  Meer en andere corrosieve effecten op het scheepvaartverkeer op de Rijn-Schelde verbinding (ik schreef daar eerder over). De gevolgen voor Bergen op Zoom zijn ook de mogelijke zoutindringing van de bodem van de Bergse Plaat met risico’s voor de funderingen. Zoute lucht geef ook hogere onderhoudskosten aan huizen en gebouwen. Verven en metalen corroderen en verweren sneller. Op de website van Ons Water schreef ik in dit dossier al meer dan 40 artikelen.

Het is jammer dat velen geen afscheid kunnen nemen van een soort van zoute nostalgie. Nooit meer 1953 heeft geleid tot de aanleg van de dammen. Dat heeft gevolgen. De natuur past zich geleidelijk aan. De ervaren overlast is al van een volstrekt andere orde dan in 2003 toen de discussie zoet/zout startte. De fosfaat- en nitraatgehalten (de voedingstoffen van de algen) dalen al jaren. De natuur doet gratis het goede werk en er komt een moment dat de biotoop in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in evenwicht is. De plannenmakerij duurt al circa 15 jaar.  De onzekerheid over de verzilting van het Krammer, Volkerak-Zoommeer systeem, en als afgeleide de Binnenschelde, duurt voort en dat is meer dan vervelend. Het wordt tijd dat de overheid en de politici bij zinnen komen en de plannenmakerij afblazen als volkomen overbodig en te risicovol.

En voor de Bergenaren: Jammer dat de krabben aan onze kust zijn verdwenen. Maar we hebben er veiligheid, minder onderhoudskosten en bij vorst een mooie ijsvlakte om te schaatsen voor terug gekregen. En ook tijdens de vastenavondperiode voelen we ons echt niet minder krabben omdat ze voor onze kusten verdwenen zijn.

Omroep Brabant heeft er een filmpje over gemaakt en een artikel over geschreven.

 

Louis van der Kallen

 


AFSCHEID, MAAR GEEN SLOTWOORD

 

| 27-01-2018 | 10.00 uur |


 

AFSCHEID, MAAR GEEN SLOTWOORD

 

De afgelopen maanden heb ik afscheid genomen van het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta. Ik blijf wel lid van het algemeen bestuur en blijf daarin de belangen van de ingezetenen en bedrijven behartigen. Sinds 2009, met een onderbreking van 15 maanden, heb ik deel uit mogen maken van het dagelijks bestuur. Voor mij was deze periode een voorlopig hoogtepunt in mijn politiek/bestuurlijke werk.

muraltmuur en havenhoofd, zeezijde

Sinds mijn tienerjaren was ik een bewonderaar van mooi dijkwerk. Ik schreef er over in Over Water 83. Ik ben dan ook vanaf 1993 bestuurlijk actief in waterschappen. Een aantal jaren was ik bij meerdere waterschappen tegelijk bestuurlijk betrokken. Op enig moment over de volle breedte van het land. Van Domburg tot Winterswijk. Dat was voor mij een prachtige tijd, waarin ik tal van ervaringen op deed en wat ik bij het ene waterschap leerde in praktijk kon brengen bij een ander waterschap. Daar kwam een einde aan door een wetswijziging waardoor alleen ingezetenen van een waterschap nog verkozen konden worden. Ik heb nog meer veranderingen door wetswijzigingen moeten ervaren.

Ik vind het jammer dat het waterschap ‘politiek’ is geworden met de invoering in 2009 van het lijstenstelsel, waardoor politieke partijen hun intrede deden in het waterschapsbestuur. Tot dat moment waren  waterschapsbesturen gekozen met een personenstelsel en werden dus individuen op eigen titel gekozen. Het waren stuk voor stuk bestuurders die zich betrokken voelden bij het waterbeheer. Veelal boeren of landeigenaren. In die wereld was ik een buitenbeentje. Een stedeling, zonder boerenwortels en zonder direct waterbelang. Zeker in de waterschappen buiten mijn eigen woonplaats was ik een buitenbeentje, waar men in het begin een beetje raar tegen mij aankeek. “Wat kom jij hier doen?” werd mij menigmaal gevraagd. Toch wenden de andere bestuurders snel aan dat manneke uit Bergen op Zoom. Ik voelde mij vaak na enkele maanden al geaccepteerd. Ook al kwam ik van buiten en was ik geen landbouwer, ik bracht kennis en liefde mee voor de waterbelangen. De grootste blijk van waardering was voor mij toen het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch werd opgeheven en er een vertegenwoordiging gekozen moest worden voor het overgangsbestuur van het waterschap Rivierenland. Ik werd als enige met algemene stemmen door het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch gekozen. Een groter compliment heb ik in mijn leven nooit gekregen. Buiten mij zelf kozen 39 AB leden voor een vertegenwoordiger van hen die buiten het eigen gebied kwam! Ik voelde mij vereerd met het vertrouwen dat in mij gesteld werd.

Als DB lid van het waterschap Brabantse Delta had ik primair een gebiedsportefeuille met de gemeenten: Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout, Waalwijk, Gilze en Rijen, Dongen, Loon op Zand, Tilburg en Goirle. Binnen die gemeenten vielen onder ander projecten als de realisering van waterbergingen en EVZ’s en de doelstellingen van de kaderrichtlijn water onder mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid. Verder was ik onder andere belast met archieven, cultuurhistorie en de versterking van de primaire waterkeringen. Ik heb met de ondersteuning van zeer betrokken gebiedsadviseurs en tal van deskundige ambtenaren in ‘mijn’ gemeenten, samen met de wethouders en de waterambtenaren van die gemeenten, tal van mooie projecten mogen helpen realiseren. Mijn inzet was steeds het waterbeheer en hittestress tussen de oren van iedereen te krijgen. Want in mijn visie zijn het op orde krijgen en houden van het waterbeheer en de aanpak van hittestress de beleidsopgaven van waterschappen en gemeenten voor de komende tientallen jaren. We kunnen het alleen samen! De klimaatverandering dwingt ons daar toe. Menigmaal schreef ik over hittestress en het feit dat gemeenten daar nog lang niet altijd aandenken bij de aanpak van bijvoorbeeld een weg en de keuze van verhardingen.  

Bij mijn afscheid als dagelijks bestuurder heb ik mij afgevraagd waar heb ik echt het verschil gemaakt? Dat is een vraag die moeilijk objectief is te beantwoorden. Voor mijn gevoel zijn er echter drie projecten die er dan uitspringen. Dat zijn de aanpak van de archieven, de Overdiepse Polder en het dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak.

Toen ik aantrad waren onze archieven verspreid over een fors aantal locaties en was er een forse achterstand bij de archieven. In een tijdperk dat opschaling van de archieven de mantra van de dag was, was mijn stelling: onze archieven zijn onze geschiedenis en die van onze meer dan 200 rechtsvoorgangers, die horen thuis in ons gebied, in ons huis en in ons hart. Het eindresultaat was dat de achterstand vrijwel is ingelopen en dat al onze archieven nu ook in ons gebouw zijn opgeslagen in een opslag die voldoet aan alle eisen en beschikbaar zijn voor het publiek. Tevens werd  een besparing in de exploitatie op jaarbasis gerealiseerd van enkele tonnen.

Het ruimte voor de rivierproject Overdiepse Polder was een project naar mijn hart. Dit project was één van de twee projecten in het kader van ruimte voor de rivier (RVR). Een ander project in ons gebied en onder mijn verantwoordelijkheid was de dijkverbetering Amer/Donge te Raamsdonksveer. De Overdiepse Polder was een project waarin ik de eerste jaren meer dan 40 % van mijn tijd stak. Een groot project waar ik als bestuurder te maken had met 15 gezinnen wiens leven en werken door dit project op zijn kop werd gezet. Ik voelde mij betrokken met ieder van hen en ik heb alle jaren, dat het project liep, getracht met hen contact te maken en te houden en voor hen altijd bereikbaar en beschikbaar te zijn. Inclusief het brengen en planten van een fruitboom als ze elders in Nederland een nieuwe plek hadden gevonden. Vertrekkers en blijvers waren mij even lief. Bij de voorbereiding van het project heb ik een aantal stevige discussies met de programmadirectie van RvR gevoerd over de risico’s van het project. Kern daarvan was: dit is een project in een gebied waar zwaar en langdurig gevochten is. De slag om Kapelscheveer. De werkers zouden bommen, granaten maar ook stoffelijke resten tegen kunnen komen en de omgang daarmee, was mijn uitgangspunt, moet veilig, zorgvuldig en met respect.
Nergens anders bij de RvR projecten was de kans op oorlogsrelicten zo groot als in het gebied van de Overdiepse Polder. Bij de besprekingen over de vraag of het waterschap dit project in opdracht van Rijkswaterstaat wel uit zou gaan voeren en de daarbij beschikbare budgetten en verantwoordelijkheidsverdeling, was mijn inbreng dat er een stevig budget moest komen voor ‘bommen en granaten’ en voor de juiste berging en identificatie van eventueel te vinden stoffelijke resten. Ik wist dat er in dit gebied nog veel vermisten waren als gevolg van de slag om Kapelsche Veer. Uiteindelijk kreeg ik van de programmadirectie mijn zin en werden er budgetten gereserveerd voor deze mogelijk oorlogsrelicten. Geld en/of vertragingen mochten geen rol spelen als er bijvoorbeeld stoffelijke resten gevonden zouden worden.
Er werden stoffelijke resten gevonden, waaronder een Canadees soldaat. Toen dan ook op 29 september 2015 soldaat Albert Laubenstein, na meer dan 70 jaar op het Canadese militaire ereveld bij Bergen op Zoom ten ruste werd gedragen, door militairen van nu van zijn regiment, en met alle militaire eer in aanwezigheid van zijn familieleden begraven bij zijn regimentswapenbroeders, had ik een goed gevoel dat de werkzaamheden in de Overdiepse Polder en mijn bescheiden bijdrage daarbij er toe hadden geleid dat Albert Laubenstein van een anoniem veldgraf zijn herkenbare plek kreeg bij zijn kameraden. Ik heb in de Overdiepse Polder veel bezoekers uit binnen- en buitenland mogen ontvangen en rond mogen leiden en ik kon met deze bezoekers altijd terecht bij één van de boeren, Nol Hooijmaijers. Een fijn mens waarmee het geweldig was om samen te werken en het project, waar hij één van de vormgevers van was, tot stand te brengen.

Tot slot het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak. Een project waarbij een intensief participatie traject werd gevolgd met de gemeente, omwonenden, belangroepen zoals milieuorganisaties, de provincie enzovoort. Een dergelijk participatie traject lijkt het karakter te hebben van een synchrone besluitvorming in een netwerk. Althans zo werd het ervaren door de participanten. Dat gevoel werd in het proces versterkt, omdat gedurende dit proces keer op keer het waterschap tegemoet kwam aan de wensen van veel van de participanten. Des te groter was de schok bij die participanten toen er dan door het DB, voor hun gevoel ineens een, voor hen, onwelgevallig besluit werd genomen. In maart/april 2017 toen er steeds meer rapporten ter voorbereiding van de trajecten gereed kwamen ontstond er in mijn geest een dilemma.

Slikpolder

Het dilemma, was enerzijds een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en anderzijds de taak van het waterschap om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Ik schreef uitgebreid over mijn dilemma in Over Water 86. In de BSD nieuwsbrief van 16 april 2017 schreef ik mijn frustratie weg in het stukje “pasen”. Ter voorbereiding van de DB vergadering heb ik mijn motivatie op papier gezet om niet akkoord te gaan met het voorstel aan het DB inzake het voorkeursalternatief Slikpolder. Uiteindelijk volgde het DB op basis hiervan mijn redenering en besloot, bij de keuze van het voorkeursalternatief, Slikpolder te kiezen voor een dijkverlegging.

Ondertussen heb ik mij verdiept in het proces van participatieve besluitvorming door onder andere het lezen van het boek “Synchrone besluitvorming” (2017) een boek van onderzoeker Jitske van Popering-Verkerk. Naar aanleiding van dit boek heb ik ook gelezen “Management in netwerken” (2007) geschreven door Max Herold. Het onderstaande citaat van Max Herold laat de andere kant zien van de netwerkbenadering.

“Daarbij sluiten ook twee bezwaren tegen een netwerkbenadering aan: Bij besluitvorming in netwerken is het proces en het spel belangrijker dan de inhoud: feiten en causaliteiten zijn immers ‘slechts’  sociale constructies en onderhandelbaar. Wanneer inhoud sterk wordt gebagatelliseerd, lijkt het spel van de besluitvorming alleen nog maar door macht te worden bepaald. Het laatste argument kan men natuurlijk ook omdraaien: een netwerkbenadering gaat uit van de gedachte dat iedere partij in een netwerk een eigen perspectief op de werkelijkheid heeft en dus ook gerechtvaardigde belangen heeft.” Voor mij als waterschapbestuurder een schrikbeeld!

Door het lezen van beide boeken is mijn inzicht in dit soort processen wel gegroeid. Maar of ik en/of mijn opvolgers als bestuurders, met als opdracht dijken te versterken en die dijken ook voor te bereiden op een duurzame veilige toekomst, er echt iets aan hebben waag ik te betwijfelen. Voor waterschapbestuurders die net als ik gevormd zijn in niet politieke waterschappen rest straks alleen de herinnering aan een tijd dat het nog ging om de inhoud en de toekomst van de generaties na ons. Politiek blijkt een systeem dat gericht is op de korte termijn, terwijl waterbeheersing en waterveiligheid, naar mijn gevoel, gericht dienen te zijn op de lange termijn, tot honderden jaren toe. Maar ik blijk niet alleen. In het “projectenboek 2018” van Rijkswaterstaat blijkt dat er meer mensen zijn die vraagtekens zetten bij vergaande (burger)participatie bij dijkversterkingsprojecten. Eén van de stellingen uit het dijkwerkerspanel luidde: “In 2050 worden alle dijken door de omgeving ontworpen.”. Slechts 14 % onderschreef deze stelling! ‘Dijkwerkers’, zoals ik, hopen of denken dat in het jaar 2050 de rede, de wijsheid, het vakmanschap, de (toekomstige) veiligheid nog steeds de belangrijkste elementen zijn die de besluitvorming rond dijkversterkingsprojecten zullen bepalen. Ik help het ze hopen.

Ik heb in het DB een geweldige tijd gehad met fijne collega’s (ook op Unie niveau) en met ondersteuning van vele deskundige ambtenaren, die zelfs met die eigenwijze bestuurder om konden gaan en uiteindelijk loyaal omgingen met de besluiten. Bij mijn afscheid heb ik vele mooie woorden mogen ontvangen van collega bestuurders en van veel ambtenaren. Voor mij het mooist was het lied  wat gezongen werd door de het team dat betrokken is bij het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak. De tranen prikten in mijn ogen. Juist degenen die ik het werken met het DB besluit rond de Slikpolder zo moeilijk had gemaakt, gaven mij een goed en dankbaar gevoel.

In het AB blijf ik betrokken bij het ‘werken aan water’ in het mooie werkgebied van het waterschap Brabantse Delta. Ze zijn nog niet van mij af!   

Louis van der Kallen