OVER WATER – 65

 

| 12-11-2016 | 10.00 uur |


 


OVER WATER – 65 

 

7 november
groos van jan
Bestuurlijk overleg met wethouder Jan van Groos van de gemeente Waalwijk. Agendapunten waren onder andere: het buurtwaterfonds, de handreiking kinderboerderijen en klimaatbestendig waterbeheer, de keuzewijzer stadswateren, de voortgang nieuw poldergemaal, het project regionale keringen, de Kerkvaartsehaven, Haven VIII, 1e Zeine, de samenwerking SWWB en het streeknetwerk Vitaal Leisure Landschap. Bij de rondvraag werd voltrots door een ambtenaar van Waalwijk een innovatieve 3D geprinte bol (Goflow) getoond, die menige verstopping van een stuw kan gaan voorkomen. De ontwikkelaars zijn bezig om een dergelijke bol in klein formaat te ontwikkelen voor toepassing op platte daken om verstoppingen van een afvoer te voorkomen en het mogelijk te maken dat ook platte daken een bijdrage kunnen gaan leveren bij het waterbergen/vasthouden en zo het beperken van wateroverlast. De vinding is nu genomineerd voor de RIONED- innovatieprijs 2017. Mijn complimenten voor de ambtenaren van de drie gemeenten en ons waterschap die dit idee uitgewerkt hebben. 

8 november
Diverse portefeuillehoudersoverleggen over onder andere het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak, de nota dynamische keermiddelen en de voorbereiding van een presentatie voor Probusgroep de Markiezaten.  Ook werd de opening voorbereid van een waterberging in Oosterhout.   

9 november
In de middag een aantal bijeenkomsten in Tilburg. Eerst een bestuurlijk overleg inzake de gebiedsvisie Tilburg Gilzerbaan. Daarna de ondertekening van een intentieovereenkomst tot realisatie van een vijftal ecologische verbindingszones in het zuid-westen van de gemeente Tilburg. Hiermee lopen Tilburg en het waterschap Brabantse Delta vooraan om, in het kader van het B5 aanbod, 500 hectare nieuwe natuur aan te leggen (met een beroep op het Groen Ontwikkelfonds Brabant) en snel tot realisering van deze EVZ’s over te gaan. 

Daarna fractie en de vergadering van het Algemeen Bestuur met als agendapunten onder andere: de begroting 2017, de belastingverordening 2017, diverse mandateringen, het activa en reserve-en voorzieningenbeleid 2016, het waterbodembeleidsplan en een uitvoeringskrediet voor aanvoervijzels in de zuivering Nieuwveer.

10 november
Bestuurlijk overleg met wethouders Bea van Beers en Ad van Beek van de gemeente Dongen. Agendapunten waren onder andere: de handreiking kinderboerderijen en klimaatbestendig waterbeheer, de keuzewijzer stadswateren, het extra defosfateren op de zuivering Rijen, klimaatadaptatie, ontwikkeling de Beljaart, Pukkemuk, natuurcompensaties,  de overdracht van vijvers en het project ‘sloten, oevers en dijken op orde’.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 64

 

| 05-11-2016 | 20.00 uur |


 


OVER WATER – 64

 

31 oktober
Bestuurlijk Overleg met wethouder Kevin van Oort van de gemeente Geertruidenberg met als agendapunten onder andere: de samenwerking en de relatie in brede zin, de samenwerking in het watersysteem en de afvalwaterketen, beheer en onderhoud, het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak, klimaatadaptatie en de nieuwe ruimtelijke plannen van de gemeente.

1 november
De dagelijks bestuursvergadering met als agendapunten onder andere: het vaststellen van de ontwerplegger primaire waterkeringen, het ontwerp beleidsregel schadevergoeding kabels en leidingen, de Unie brief “Visie op werken en werkgeven” en de bestuursagenda 2017.

2 november
Bestuurlijk Overleg met wethouder Marian Witte van de gemeente Oosterhout met als agendapunten onder andere: het water en rioleringsplan 2017-2020, de stedelijke wateropgave, de stand van zaken oostelijke persleiding, dijkversterkingsprogramma dijkkring 14A, de businesscase samenwerken op data en de nieuwe ruimtelijke plannen van de gemeente.

4 november
enschede01Het symposium Klimaat Actieve Stad (KAS) in wijkvoorzieninggebouw Prismare te Enschede, georganiseerd door waterschap Vechtstromen. Prismare is gelegen in het gebied waar op 13 mei 2000 de vuurwerkramp was die 23 mensen het leven kostte en 950 mensen heeft verwond. De ramp sloeg een gat van 42,5 hectare in Enschede en haar samenleving. Met bewondering en verwondering heb ik in het gebied rondgewandeld en gezien hoe je als stad, samen met de bevolking van het getroffen gebied, een wijk weer kan later herrijzen. Mijn complimenten. Wat mij ook trof was de wijze waarop een voormalig textielcomplex, het balengebouw, een nieuwe toekomst had gekregen. 

enschede02Na de bestuurlijke discussie koos ik in de ochtend voor een lezing door Nanco Dolman over benchmarking en de stuurbaarheid van klimaatmaatregelen. Mij trof ‘we doen wat bewoners willen’, terwijl naar mijn inzicht er gedaan moet worden wat nodig is om de samenleving voor te bereiden op wat komen gaat. Hij verwees naar “water sensitive urban design” en het Landscape Instituut (de Engelse versie van de STOWA). Daarna een lezing over de ‘leefstraat’ in Gent door Dries Gysels en Wim de Smet over KAS in de praktijk van ‘Gent klimaatstad’. In de middag was een indrukwekkende presentatie door Reinier van den Berg, een meteoroloog werkzaam bij weerinstituut MeteoGroup Nederland. Hij vermeldde de film Before the Flood van Leonardo DiCaprio en verwees daarbij naar een eerdere film van Leonardo DiCaprio de Titanic, waarbij het schip met meer 1500 duizend zielen ten onderging, terwijl de band in de eerste klas bleef spelen.
enschede03Ook nu ziet hij een “klimaatontwrichting” in ontwikkeling, terwijl de mensheid gewoon blijft genieten van alles wat dit veroorzaakt. In zijn ogen kon het reeds in 1930 voor de wetenschappers duidelijk zijn wat de broeikasgassen, zoals CO2, zouden gaan betekenen voor de wereld waarop wij leven. Hij voorzag op korte termijn een ijsvrije Noordelijke IJszee aan het eind van de zomer. Wat betekent dat voor de mens en de dieren in die wateren? Mijn vraag: wat gaat dit betekenen voor al de steden aan de kusten van de wereld, de voedselproductie en de mensheid in zijn totaliteit? En we ‘feesten’ gewoon door! 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 62

 

| 15-10-2016 | 11.00 uur |


 


OVER WATER – 62

 

10 oktober
Bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen met wethouder Willem Starreveld met als agendapunten onder andere de Handreiking: ”alle kinderboerderijen en hun bezoekers klimaatbestendig en waterbewust”, EVZ de Grote Leij, de Keuzewijzer stadswateren, De Wolfsweide en de Groene berging Molenschot.

11 oktober 
Een evaluatiegesprek over participatie in mijn bestuurlijke praktijk.
Een portefeuillehouderoverleg (PHO) over de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak en een PHO over de ontwikkelingen rond het N2000 gebied Westelijke Langstraat.

12 oktober
In de avond de AB vergadering, die vooraf werd gegaan door een presentatie van studenten van St. Joost – Avans Hogeschool in het kader van de week van Ons Water. In feite waren het een zevental presentatie, waarin steeds een groepje van vier of vijf studenten hun ideeën presenteerden over het waterbewustzijn onder in de samenleving. De agendapunten van de AB vergadering waren onder andere: een BOB presentatie/discussie over bestuurlijke vernieuwing, twee rapportages van de rekenkamercommissie, een krediet voor de renovatie van een aantal bedrijfsgebouwen, de uitbreiding van een waterberging nabij het sportpark te Fijnaart en een discussie over de slibverwerking. 

uitzicht13 oktober
De drielagenbijeenkomst van de SWWB in het clubhuis van het Efteling Golfpark. Ik zelf bezocht de thema-discussies: klimaatadaptatie en de omgevingswet/ gezamenlijk investeringsprogramma. Ik was verbaasd over het uitzicht vanaf de tweede verdieping van het clubhuis. Een 180 graden uitzicht! En de enige ‘storing’ van de horizon van bomen was zegge en schrijven één hoogspanningsmast. Het kan dus nog in dat volle Nederland een uitzicht vrijwel zonder menselijke bouwsels. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 58: DE STAAT VAN ONS WATER/ BLIND SPOT

 

| 17-09-2016 | 10.00 uur |


 


OVER WATER – 58

 

14 september 
afb01Op de agenda van de AB vergadering stond “De staat van Ons Water”. Een voor waterbestuurders belangwekkend stuk wat het waard is eens even goed te lezen. De Staat van Ons Water wordt jaarlijks in mei gepubliceerd. Hierin wordt gerapporteerd over de uitvoering van het Nationaal Waterplan 2016-2021, het Bestuursakkoord Water 2011 en het uitvoeringsprogramma van de Beleidsnota Drinkwater. Ook wordt verslag gedaan over de voortgang van de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie. De Staat van Ons Water is een initiatief van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de Unie van Waterschappen, VNG, IPO en Vewin. 

Voor mij als waterschapsbestuurder is het niet alleen een bron van kennis, maar vooral van inspiratie bij het aanpakken van de bestaande problemen. Dit jaar pikte ik er een paar aandachtspunten uit: 

Op pagina 6 van de Staat van Ons Water over 2015 worden de toenemende problemen geschetst met het drinkwater. “Nieuwe, opkomende stoffen (waaronder geneesmiddelen) vormen een groeiende bedreiging voor de veiligstelling van de drinkwatervoorziening.” Voor mij betekent dit dat de waterschappen samen met de STOWA het onderzoek naar nieuwe zuiveringsmethoden, zoals het zuiveren met de membraam technologie, moeten intensiveren. Want met een vergrijzende bevolking zal het medicijngebruik verder toenemen. Ook zal bekeken moeten worden of het nu geen tijd wordt om bij locaties die afvalwater produceren met veel medicijnresten, zoals ziekenhuizen en verpleeghuizen, niet op grotere schaal dan tot nu toe apart ingezameld moet worden. 

Op pagina 13 van de Staat van Ons Water over 2015 wordt in gegaan op de watertoets: “Uit het onderzoek komt naar voren hoe serieus de watertoets wordt genomen door provincies en gemeentes bij het maken van hun ruimtelijke plannen. Waterschappen worden bij 61 procent van de plannen (met een watercomponent) tijdig betrokken bij de voorbereiding van bestemmingsplannen; bij de overige plannen werden ze in een later stadium betrokken. Voor omgevingsvisies geldt geen wettelijke overlegverplichting. Hier worden waterschappen bij 41 procent van de plannen tijdens de voorbereiding betrokken. Het tijdig betrekken bij bestemmingsplannen en omgevingsvisies biedt dus nog ruimte voor verbetering. Waterschappen geven aan goed zicht te hebben op de opvolging van het advies binnen het plan.”
“Ruimte voor verbetering” is wat mij betreft een understatement!  Niet alleen worden waterschappen, in deze tijd van broodnodige klimaatadaptatie, nog steeds niet altijd tijdig betrokken bij de opstelling van ruimtelijke plannen. Ook wordt er met regelmaat niet echt geluisterd naar de opmerkingen van waterschappen. Het gevolg hiervan is wateroverlast in wijken en op locaties die met de juiste en vaak door de waterschappen geadviseerde maatregelen voorkomen hadden kunnen worden. De wetgever zou een watertoets niet alleen verplicht moeten stellen, maar ook dat de door ‘de waterautoriteit’ geadviseerde maatregelen ook uitgevoerd moeten worden of indien gemeenten de adviezen niet overnemen dit op zijn minst gemotiveerd moet worden, zodat later gemeentelijke politici en bestuurders hier op aangesproken kunnen worden en gemeenten voor de voorkoombare schade aansprakelijk kunnen worden gesteld.

Op pagina 34 van de Staat van Ons Water over 2015 wordt in gegaan op de KRW: “Op grond van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn in 2009 stroomgebiedbeheerplannen opgesteld. Hierin staan de doelen en maatregelen om chemisch schoon en ecologisch gezond oppervlakte- en grondwater voor duurzaam gebruik te realiseren. Het gaat om een combinatie van landelijke en gebiedsgerichte maatregelen. De uitvoering van landelijke maatregelen uit het Nationaal Waterplan is in het algemeen volgens schema. De gebiedsgerichte maatregelen zijn uitgevoerd door waterschappen, Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten. De omvang van de gebiedsgerichte maatregelen is tussentijds wel bijgesteld, bijvoorbeeld doordat de maatregelen in de rijkswateren die onder het kabinet Rutte 1 zijn getemporiseerd pas na 2015 worden ingelopen. Eind 2015 zijn de stroomgebiedbeheerplannen voor 2016-2021 vastgesteld. Hierin zijn aanvullende landelijke en gebiedsgerichte maatregelen opgenomen.”

De waterschappen doen naar mijn gevoel hun best, maar het wordt steeds vaker trekken aan een dood paard omdat een deel van die doelen simpelweg in een vol landje als het onze niet haalbaar zijn. Ik schreef daar eerder over. Als voorbeeld van de gevolgen de casus Pyrazool. “Tot augustus 2015 hadden we in Nederland nauwelijks gehoord van pyrazool, een chemische verbinding die dient als grondstof in de industrie, landbouw en geneeskunde. Dit is een zogeheten ‘nieuwe opkomende stof’, waarvoor nog geen norm is vastgesteld. Er geldt wel een signaleringswaarde van 0,1 microgram/liter, bij overschrijding moet gelijk nader onderzoek plaatsvinden. De stof wordt geproduceerd op het Chemelot bedrijfsterrein in Maastricht, en geloosd op de Grensmaas. Met die lozing is iets misgegaan, waardoor te hoge concentraties in de Grensmaas, in de Maas en in de Lek terecht kwamen. Drie drinkwaterbedrijven moesten hun inname staken: WML, Evides en Dunea. Eind augustus deden zij een dringend beroep op IenM: geef ons tijdelijk meer ruimte. De Minister van IenM heeft toen voor maximaal twee jaar een hogere waarde toegestaan: 15 microgram/liter.”

Voorstaande tekst is te vinden op pagina 36 van de Staat van Ons Water. In 2015 werd zoals vermeld bij drie drinkwaterbedrijven langdurig de inname stilgelegd vanwege de lozing van pyrazool. Er loopt een evaluatie van de Drinkwaterrichtlijn door de Europese Commissie – in het kader van REFIT en het Burgerinitiatief Right2Water. Belangrijke onderwerpen zijn de introductie van risico-gebaseerde benadering van bron tot tap, de selectie van parameters (waaronder het vraagstuk van opkomende stoffen), vereisten voor materialen en chemicaliën in contact met drinkwater en aanpassing van rapportage en verbetering van de informatievoorziening aan het publiek. Dit kan grote gevolgen hebben voor de normering en daarmee voor het werk van de waterschappen. 

Zelf volg ik met veel belangstelling wat er in het land gebeurd op het gebied van klimaatadaptatie. Daar over is op pagina 52 van de Staat van Ons Water over 2015 de volgende tekst te vinden: “Monitoring Ruimtelijke Adaptatie. Het doel van de Monitoring Ruimtelijke Adaptatie is om te kunnen bepalen of de voortgang voldoende is om de ambities uit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie te realiseren. Hiervoor wordt een jaarlijkse enquête gehouden bij gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk. De eerste meting vond plaats in 2015. De enquête gaat over de vier dreigingen: wateroverlast, droogte of (grond)watertekorten, overstromingsrisico’s en hittestress. Een samenvatting van de resultaten:

  • Gemeenten, waterschappen, provincies en Rijk zijn allemaal met de thema’s van de dreigingen aan de slag. De waterschappen lijken het verst gevorderd.
  • Alle partijen zijn bekend met de gevolgen van klimaatverandering voor wateroverlast, waterveiligheid en droogte. Ze zijn minder goed op de hoogte van de gevolgen voor hittestress.
  • Provincies geven veel aandacht aan wateroverlast vanuit het regionale watersysteem, omdat zij daarvoor de normen vaststellen. Waterschappen en provincies geven daarnaast veel aandacht aan waterveiligheid (overstromingsrisico’s). Gemeenten pakken vooral wateroverlast aan.
  • Droogte krijgt nog nauwelijks aandacht bij gemeenten. Waterschappen en provincies doen dat in toenemende mate.
  • Gemeenten, provincies en waterschappen zijn zich wel bewust van hittestress, maar houden er nog nauwelijks rekening mee.”

Ik zal de voortgang met belangstelling volgen en zelf dit onderwerp keer op keer op de agenda plaatsen.

Op de pagina’s 64/65 van de Staat van Ons Water over 2015 is te lezen: “Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen. Nadat eerst een pilot in de Krammerjachtensluis was uitgevoerd, is Rijkswaterstaat in maart 2015 is gestart met het project Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen. Aanleiding vormt de vraag of de huidige zoet-zoutscheiding, die aan groot onderhoud toe is, kan worden vervangen door een innovatieve zoet-zoutscheiding. Dit innovatieve systeem gaat de uitwisseling van zoet en zout water tegen door het creëren van een fijn gordijn van luchtbelletjes, in combinatie met het spoelen met zoet water. Daarmee wordt verzilting van het Volkerak-Zoommeer tegengegaan. Het nieuwe systeem zorgt naar verwachting ook voor Pilot bellenscherm Krammersluis, een aanzienlijk sneller schutproces en een forse besparing op beheer- en onderhoudskosten. De resultaten van de planuitwerking dienen als basis voor een definitief besluit in 2016. Daarna is duidelijk of kan worden gestart met de realisatie van de innovatieve zoet-zoutscheiding in alle Krammersluizen.”

Ons Water heeft hier vaak over geschreven (het laatst in december 2015) en Ons Water zal de voortgang zeker volgen en zonodig zal Ons Water hierover bij de bestuurders aan de bel trekken.

Ik wil dit lange verhaal eindigen met een positief citaat uit de Staat van Ons Water over 2015: “Het realiseren van de doelstellingen van gematigde lastenontwikkeling en kostenbesparingen in het waterbeheer in de periode tot en met 2015 ligt goed op koers. De belastingopbrengsten en kosten stijgen minder sterk dan bij het afsluiten van het Bestuursakkoord Water in 2011 werd verwacht. De lastendruk van de burgers en bedrijven die voortvloeit uit de kosten die Rijk, provincies, waterschappen en drinkwaterbedrijven maken, ontwikkelt zich voor vrijwel alle categorieën gunstig.”

Maar helaas zijn de tarieven nog steeds stijgende.

gea 39In de rondvraag van het AB werd door het lid Henk Schouwenaars van de PvdA fractie aan de orde gesteld de besluitvorming ten aanzien van een eventuele voorkeursvariant bij de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak. Hierbij houdt het DB vast aan de door het AB in 2015 aan het DB gegeven bevoegdheid tot vaststelling van een voorkeursvariant. Bij regionale keringen is vaststelling een AB bevoegdheid. Ik heb er op gewezen dat de financiering voor een dijkverbetering in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voor 90 % plaats vindt vanuit het HWBP (een rijksfonds), terwijl bij regionale keringen het een 100% eigen financiering is. Tevens zijn bij deze verbetering van een primaire kering in een rijksprogramma veel externe partijen betrokken (zoals het HWBP, de provincie, RWS, drie gemeenten, een klankbordgroep, een ambtelijke werkgroep, een bestuurlijk stuurgroep, enz. ). Dat maakt de keuze extra complex en vergt veel afstemming. Wat ook een rol speelt is de strakke tijdsplanning waarbij het tijdig beschikbaar zijn van alle benodigde informatie (argumenten) helaas niet mogelijk is. Dit zou wel nodig moeten zijn om een gedegen afweging te kunnen maken tussen  alles op de huidige normen brengen of het medegebruik van dynamische keermiddelen zoals keersluizen. Een deel van de keringen achter eventuele keersluizen komt pas in een volgende toetsronde aan de orde. Voor die toetsronde moeten echter de normen nog vastgesteld worden. Nu is het uitgangspunt om deze toetsing naar voren te halen en uit te voeren zodra de nieuwe normen bekend zijn. Dan is ook een indicatie te geven wat dan de eventuele kosten zijn van een ‘standaard’ dijkverbetering en wat de kosten zouden zijn van een bescherming van het achterland met onder andere dynamische keermiddelen. Die processen lopen door elkaar en kennen andere tijdhorizonten. Belangrijk is dat alle varianten zo lang mogelijk aanpasbaar zijn op basis van nieuwe inzichten/toetsingen. Logisch lijkt om zo lang mogelijk in te zetten op ‘geen spijt maatregelen’ zodat, indien na de nieuwe toetsing blijkt dat dynamische keermiddelen een reëel alternatief vormen, deze alsnog in een aangepast voorkeursalternatief vorm zouden kunnen krijgen.

Een argument dat ik in de vergadering niet benoemd heb, maar dat wel van belang is, is het gegeven dat wij bij verbeteringsprojecten aan regionale keringen een volwaardig opdrachtgever zijn en alles zelf betalen. Bij verbeteringen aan primaire keringen zijn we feitelijk een uitvoerder van de taken van het Rijk en ligt het opdrachtgeverschap vooral bij het Rijk in het kader van een rijksprogramma het HWBP. Daarom wordt de hoofdmoot van de kosten (90%) gedragen door een rijksfonds. Ten tijde van het project Overdiepsepolder in het kader van het Rijksprogramma “ruimte voor de rivier” was de financiering nog 100%. Ook toen waren we simpelweg de uitvoerder van een rijksprogramma en opgave. Wel heb ik toegezegd het AB via de commissie systeembeheer te betrekken bij het proces en op de hoogte te houden van de voortgang van het proces en de keuzen die daarin gemaakt worden.

BLINDE VLEK

blind spotIk heb de afgelopen weken het boek Blind Spot gelezen met de subtitel: “metropolitan landscape in the global battle for talent”. Als raadslid en waterschapsbestuurder probeer ik de literatuur bij te houden over zaken als het vestigingsklimaat voor bedrijven. Want als we ooit van gemeentelijke schulden af willen komen en onze werkzoekenden kansen willen bieden op een plaatselijke of regionale arbeidsmarkt, dan is het vestigingsklimaat van buitengewoon belang.

Volgens “Blind Spot” is de kwaliteit van het landschap, water en leefomgeving een blinde vlek in veel strategieën voor het vestigingsklimaat. Succesvolle bestuurders van Madrid en Londen zien de paradigma wisseling van het louter investeren in gebouwde infrastructuur naar werken aan natuur, water, landschap en erfgoed als middel voor het aantrekken van hoogopgeleide kenniswerkers en kennisintensieve bedrijven. In de ‘lerende economie’ blijken dit voorwaarden voor succes. Het metropolitaan landschap is niet los te zien van economische ontwikkelingen. Nu we omschakelen naar een kennisintensieve economie is de kwaliteit, identiteit en gebruikswaarde van het metropolitaan landschap een cruciale factor in het voortbrengen , aantrekken en vasthouden van talent en daarmee cruciaal voor het economisch voortbestaan van steden. “Blind Spot” geeft inzicht in hoe de kwaliteit van het landschap bij kan dragen aan het succes van stad en regio. Metropolitane regio’s beconcurreren elkaar mondiaal op het terrein van de innovatieve bedrijvigheid. Hoog opgeleiden kiezen steeds vaker hun woonplaats mede op basis van de kwaliteit van het leven. Investeren in cultuur (historie) en landschap is direct en indirect verrijkend en blijkt een basisvoorwaarde voor de verbetering van het leef- en vestigingsklimaat. 

Belangrijk is ook het realiseren van goede fysieke verbindingen tussen stad en ommeland door middel van aantrekkelijke en uitgebreide fiets- en wandelnetwerken. Investeren in de groen/blauwe raamwerken, waarmee cultuurhistorisch erfgoed herbestemd en benaderbaar wordt, loont.

Kijkend naar de in “Blind Spot” geanalyseerde tien wereldse metropolitane landschappen, me realiserend dat Bergen op Zoom en West-Brabant niet de Randstad/Deltametropolis, Londen, Madrid of Milaan zijn, maar van een volstrekt andere schaal, Bergen op Zoom en West-Brabant hebben wel veel van de elementen die volgens “Blind Spot” de toegangsweg tot succes kunnen zijn. In de nabijheid zijn: de zee, meren, een rivier, wetland, standen, bossen en landbouwgebieden maar vooral biedt de stad en ommeland veel cultuurhistorie en water die bijvoorbeeld in het kader van de Zuiderwaterlinie nog beter in beeld gebracht zouden kunnen worden. Dat kan en moet beter onder de aandacht van de beslissers van het mondiale bedrijfleven worden gebracht. Ik raad iedere bestuurder aan dit boek te lezen. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 53

 

| 13-08-2016 | 08.30 uur |


 


OVER WATER – 53

 

Goede voorbeelden
maaiselOnder het motto “Van Berm tot Bladzijde” hebben achttien partners (bedrijven en overheden) uit de regio Veluwe in mei dit jaar een biomassa-alliantie gevormd. Organisaties als het waterschap Vallei en Veluwe, Rijkswaterstaat en de gemeente Apeldoorn leveren maaisel aan, dat wordt ingekuild. NewFoss uit Uden heeft een techniek ontwikkeld waarmee het maaisel verwerkt kan worden tot lignocellulose vezels. Deze vezels kunnen worden verwerkt tot papier, karton en verpakkingsmateriaal. Papierfabriek Parenco gevestigd in Renkum start eind 2016 een proef om de vezels te gebruiken voor de papier- en kartonproductie. Dat moet in ons mooie Brabant toch ook kunnen!

Bergen op Zoom werkt aan een actieplan om de aanpak van de klimaatadaptatie en de hittestress samen met bewoners en bedrijven vorm te geven. Ik werk daar graag aan mee en speur stad en land af naar goede voorbeelden. Voor mij startte dit project met de eerste bijeenkomst over “water in de tuin”. Ik schreef er eerder over. In de speurtocht naar goede voorbeelden kwam ik een animatiefilmpje tegen van de stad Gent over klimaatadaptatie het bekijken zeker waard.

Een tweede inspirerend voorbeeld wat wij tegenkwamen was een actie bij onze zuiderburen in 2012 waar in 180 steden en dorpen clips werden opgenomen van een lied om burgers bewust te maken van de klimaatproblemen, waarvoor de wereld is gesteld. Wat mij betreft iets om ook in Bergen op Zoom en elders na te volgen. Ter inspiratie “Sing for the Climate”  en een compilatie van de 180 opnames.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 52

 

| 06-08-2016 | 10.00 uur |


 


OVER WATER – 52 

 

bolle akkerEen boekwerkje dat ik gelezen heb is het maatregelenboek “optimalisatie bodem en water“, “praktische tips voor bodem en water in de agrarische bedrijfsvoering”, een uitgave van landbouw op peil. Hierin staan veel praktische suggesties voor maatregelen die agrariërs zelf kunnen treffen om de bedrijfsvoering, ook bij een veranderend klimaat, rendabel te houden. De suggesties zijn zowel gericht op water vasthouden, als op voorkoming van langdurig water op het land, van bolle (akker)percelen, grondverbetertechnieken tot drainage technieken, inclusief zaken als ‘boeren-berging’, grondwatergestuurd peilbeheer, egaliseren en vlaklegging, verbeteren bodembiologie, enzovoorts. Kortom voor iedere waterschapsbestuurder, die met landgebruikers als boeren wilt samenwerking om te komen tot een klimaatadaptief beleid, een boekwerkje dat je gelezen moet hebben.  

Deze week ook gelezen een boek met de fraaie titel “Ambtenaren!” met de subtitel: “200 jaar werken aan Nederland in 100 portretten”. Voor bestuurders van provincies, gemeenten en waterschappen het lezen waard. Water komt ruim aan bod. Ook de waterschappen zijn terug te vinden in de portretten. Twee wil ik in het bijzonder vermelden. Hendrik Jan Eggink met de titel: “Schoon water in onze sloten en beken”, en Jan Kienhuis met de titel: “Metamorfose van de waterschappen”. Het boek is een Sdu uitgave. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 43: ZUIDERWATERLINIE/ AFVALWATERSYMPOSIUM VAN HET STOWA EN RIONED

 

| 04-06-2016 | 09.00 uur |


 


OVER WATER – 43

 

27 mei
zuiderwaterlinie 02Vandaag heb ik de partnerconferentie over de Zuiderwaterlinie in Bergen op Zoom bezocht. Omdat ik in Bergen op Zoom woon, was ik er vroeg genoeg om ook de presentatie voor de ambtenaren bij te wonen en daarna die voor de bestuurders. Wel constateerde ik in de presentaties enige Brabantse accenten die de geschiedenis enigszins geweld aan doen. De Zuiderwaterlinie is niet van 1582-1920 maar maakte eerst deel uit van de Zuiderfrontier dat globaal bij de Noordzeekust bij het Zeeuwse Sluis/Belgische Knokke begon en via Bergen op Zoom liep tot Grave. In dat verre Zeeuws Vlaanderen is daar ook aandacht voor onder de naam de Staats/Spaanse linies. Pas bij de nieuwe Vestingwet van 1874 werden negen stellingen benoemd en werd het Zuiderfrontier opgesplitst in de Zuiderwaterlinie en de linie aan de Wester Schelde. Maar een kniesoor en een zeurpiet die daar op let. Zelf vind ik het wel zonde dat niet gegaan wordt voor het gehele Zuiderfrontier. Want het Zeeuwse deel, met Staatse en Spaanse forten tegen over elkaar, is in haar geschiedenis en verhalen op zijn minst zo interessant als het Brabantse deel.

De bestuurlijke discussie met gedeputeerde Swinkels en een aantal wethouders van aan de linie gelegen gemeenten was de moeite waard. Alleen jammer dat de gemeente Breda niet vertegenwoordigd was. Voor mij als waterschapsbestuurder is het helder. Hier liggen kansen voor het waterschap om een forse bijdrage te leveren, mede in dienst van onze eigen doelstellingen zoals: waterberging, kaderrichtlijn water, natte natuurparels, ecologischeverbindingszone’s (EVZ), het robuuster maken van het watersysteem, klimaatadaptaties en de PAS opgaven. Ook bij dijkverbeteringsprojecten kunnen er meekoppel-kansen zijn om werk met werk te maken. Hier liggen kansen op co-financiering en op een mooie koppeling van waterschapstaken met cultuurhistorie en economische ontwikkelingen in ons werkgebied. 

Na de bestuurlijke presentaties waren er ambtelijke presentaties over de kansen en ideeën. In ons gebied betreft het ontwikkelingen in drie van de vijf  ‘onderdelen’ van de Zuiderwaterlinie, te weten: De West-Brabantse waterlinie (Bergen op Zoom, Steenbergen), de forten aan open water (Volkerak-Willemstad, waaronder Sabina) en de linies en schansen van Breda tot Geertruidenberg. Dit alles lijkt een voortzetting van de eerdere wateratelier discussie van ‘defensie tot retentie’.

Tot slot kregen we, ter inspiratie, een prachtig boek uitgereikt. Dit boek is als de inspiratie atlas te downloaden op de website van de Zuiderwaterlinie.

31 mei
scheur-buitenriolering-728-206De gehele dag het afvalwatersymposium bijgewoond, georganiseerd door de STOWA en RIONED in Amersfoort. Een stortvloed aan lezingen over stoffen in het afvalwater, over de financiering en over de verwerking van regenwater. Als bestuurder en oudje ben ik een buitenbeentje op dit soort bijeenkomsten die vooral door technici, totaal meer dan honderd, worden bijgewoond. Riool- en zuiveringsspecialisten kijken ieder vanuit hun eigen vakgebied naar een probleem en leggen niet altijd de verbindingen tussen zaken zoals politici/bestuurders dat wel zouden moeten doen. Wat mij dan opvalt in dit soort door mannen gedomineerde gezelschappen is dat vaak jonge vrouwen de meest interessante vragen stellen. Die durven nog ‘domme’ vragen te stellen die vaak helemaal niet zo dom blijken te zijn. Hun leergierig gedrag laat zien dat ze kennis willen op doen en niet bang zijn op te vallen. Het valt mij ook op dat in dit soort gezelschappen overgewicht een grote zeldzaamheid is, terwijl dit onder bestuurders veel vaker voorkomt. Klaarblijkelijk heb je als riool- of zuiveringstechnicus meer kans een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Het meest opvallende voor mij is dat waterschappen moeite hebben andere overheden ter verantwoording te roepen voor hun foute gedrag. Zelfs als dat tot extra en daarmee vermijdbare kosten leidt. Een voorbeeld: na een lezing over een ozon proef op een zuivering van het Hoogheemraadschap van Delftland kwam de vraag hoeveel rioolvreemd water die zuivering te verwerken kreeg? Het verbijsterende antwoord was 75%. De ambtenaar van het Hoogheemraadschap liet blijken dat het lastig was gemeenten hier op aan te spreken ‘want gemeenten hadden al zoveel problemen met hun riolen en de daaraan verbonden kosten’. Nu snap ik waarom het zuiveringstarief van Delftland veruit de hoogste is van Nederland en ruim twee keer zo hoog als het goedkoopste waterschap en bijna 80 % hoger dan in het waterschap waar ik dagelijks bestuurder mag zijn, terwijl de bevolkingsdichtheid van het gebied juist zou moeten leiden tot een lager tarief dan het gemiddelde.

Maar er is meer. Lekkende riolen zijn de voornaamste oorzaak van veel rioolvreemd water. Lekkende riolen draineren als het ware de omgeving waarin zij liggen en bevorderen daarmee de daling van de grondwaterstand en daarmee van de bodem. Wat weer een bijdrage levert aan paalrot onder de huizen. Als je het voorgaande in relatie brengt met een presentatie over de financiering (belastingheffing) van de waterschappen is de verbazing helemaal groot. Naar aanleiding van de OECD studie “Water Governance in the Netherlands, Fit for the future” (ik stelde daar eerder vragen over) wordt er gekeken naar de financiering van de waterschappen en hoe dit te verbeteren. De OECD stelde dat er in Nederland meer kosten in rekening gebracht zouden moeten worden bij de gebruiker en de vervuiler. En dan komt een werkgroep die de OECD adviezen moet uitwerken met de suggestie om gemeenten te gaan belonen voor de aanpak van rioolvreemd water. Dat lijkt mij het zelfde als een inbreker te gaan belonen voor het minder meenemen bij een inbraak in je huis. Gemeenten worden dan beloond voor wanbeleid en voor het slecht onderhouden van hun riolen. Dat heeft de OECD vast niet bedoeld als zij vinden dat de vervuiler meer dient te gaan betalen. Ik besef dat rioolonderhoud in veengebieden duur is. Maar goed onderhoud moet. Het is een gevolg van de keuzen die gemaakt worden om daar te wonen en te werken. Het is zoals een andere spreker zei: “veel rioolvreemd water betekent dat je het elders niet goed geregeld hebt.”

Veel aandacht was er ook voor medicijnresten in het rioolwater en de gevolgen daarvan alsmede de zuiveringsalternatieven. Ik schreef eerder over de risico’s van medicijnresten in de riolen en zuiveringen. Kortom een leerzaam dagje en veel om over na te denken. 

1 juni
In de ochtend een een portefeuillehouderoverleg over de Zuiderwaterlinie en hoe wij daar als waterschap onze bijdrage aan kunnen leveren. Daarna een bespreking met de opstellers over het conceptplan Vitaal Leisure Landschap Hart van Brabant. In de middag een vergadering van het bestuurlijk kwartet over de voortgang van de afvalwaterketen en hoe daarop te besparen. Een dag met vergaderingen in Breda, Oisterwijk en Tilburg. Zo zie ik nog eens iets van ons mooie Brabant. 

Louis van der Kallen

  


OVER WATER – 33: WATERSCHAPSBELASTINGEN

 

| 19-03-2016 | 09.30 uur |


 


OVER WATER – 33

 

De afgelopen maand is het Unie boekje “waterschapsbelastingen 2016” uitgekomen. Voor een waterschapsbestuurder is dat een interessante rapportage die enig inzicht geeft in het functioneren van de eigen waterschap. Natuurlijk is het een stukje appels met peren vergelijken, omdat waterschappen onderling verschillen. Zo kunnen hoog gelegen waterschappen op onderdelen goedkoper zijn,omdat ze geen of weinig dijken hebben. Zo kan het percentage WOZ waarde voor ‘gebouwd’ voor waterschappen met gemiddeld welvarender bewoners, die duurdere huizen bezitten, lager zijn. Ook kan de zuiverings-verontreinigingsheffing voor waterschappen met veel mensen per vierkante kilometer ook wat lager zijn per inwoner.

Toch heb ik met enig genoegen ons waterschap (Brabantse Delta) vergeleken met de 21 andere waterschappen. Qua opbouw van ons gebied worden we wel eens Nederland in het klein genoemd, omdat lage en hoge gebieden ongeveer gelijk zijn qua oppervlakte en we zowel primaire dijken langs de grote rivieren kennen als vele kilometers dijken langs regionale wateren zoals langs de Mark, Dintel en Vliet. De tarieven van de Brabantse Delta liggen gemiddeld circa 19 % beneden de landelijke gemiddelden. Voor ongebouwd op 72,9 % van het landelijk gemiddelde. Voor gebouwd op 87,4 % van het landelijk gemiddelde. De ingezetene heffing op 71,5 % van het landelijk gemiddelde en de zuiverings-verontreinigingsheffing op 93,4 % van het landelijk gemiddelde. Natuurlijk moet je tarieven bezien in relatie met de kwaliteit van de geleverde diensten. In grote lijnen voldoet het waterschap aan de landelijke c.q. provinciale normen. Het is goed te realiseren dat ten aan zien van de Kader Richtlijn Water we voor 2027 nog heel wat te doen hebben.

Ons water zal haar best doen de stijging van de tarieven te beperken en toch de alsmaar zwaardere normen ten aanzien van de veiligheid en waterkwaliteit tijdig te halen. 

15 maart
Dagelijks Bestuursvergadering met als agenda punten onder andere: de voortgang van de kadernota, de heroriëntatie van Aquon en de aanpak KRW-watersysteemanalyses.

16 maart
Een gesprek met twee ambtenaren van Bergen op Zoom over de mogelijke aanpak van de klimaatadaptatie in Bergen op Zoom.

17 maart
Bestuurlijk Overleg met wethouder Mario Jacobs van de gemeente Tilburg. De onderwerpen die onder andere passeerden waren het project ’sloten, oevers en dijken op orde’, de ontwikkeling van de EVZ’s rond Tilburg, klimaatadaptatie en de afvalwaterketen.

18 maart
Vandaag geweest naar de PAL lezing in het provinciehuis van Zuid-Holland. De lezing ging over de toekomst van het EU-landbouwbeleid. Krijn Poppe en Nils den Besten hielden onderhoudende verhalen. Het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) van de EU kan na 2020 er wat betreft de basispremie voor de landbouwers per hectare wel eens anders ingevuld gaan worden, is hun verwachting. Zo is het streven van een aantal landen om te komen tot één bedrag per hectare voor de gehele EU. Dat zou voor de Nederlandse boeren een forse verslechtering zijn. Wat zou dat kunnen gaan betekenen voor de grondprijs?
Een andere mogelijkheid zou kunnen zijn dat het bedrag ingezet zou kunnen gaan worden als financiering voor regionale duurzaamheidsprogramma’s. Ook dat is een forse wijziging, maar kan ook een stimulans zijn om op regionaal niveau de duurzaamheidsdoelen te gaan realiseren. Kortom: mogelijke wijzigingsalternatieven genoeg. Wat mij in het verhaal verder opviel was de geschiedenis van het GLB. Eén van de argumenten was in 1955 dat de armste gebieden in de EEG de zandgronden waren en die moesten ondersteund/ontwikkeld worden. Nu zijn dat veel wijken in de grote steden en behoren de zandgrondgebieden tot de welvarende delen van ons land.    

Louis van der Kallen     

 


OVER WATER – 28: RAPPORT “EEN BEETJE NAT”

 

| 13-02-2016 | 10.45 uur |


 

rioleringTessy van de Linde, Tamanna Wahdat en Almedina Zuljko hebben op mijn verzoek en met mijn medewerking, in het kader van hun studie aan de ‎Juridische Hogeschool Avans – Fontys, de afgelopen maanden een onderzoek uitgevoerd naar de voorwaarden waaronder de gemeenteraad van Loon op Zand een gebod tot afkoppeling van de gemeentelijke vuilwater riolering mag opnemen in een gemeentelijke verordening. Het rapport “een-beetje-nat” is recent verschenen. Ik ben er blij mee en ik denk dat menige gemeente hier iets aan kan hebben bij het nader uitwerken en vormgeven van het gemeentelijk waterbeleid in het kader van klimaatadaptatie en het aanpakken van hittestress. Ik bedank de dames voor hun kwalitatieve inzet en de manier waarop ze zich gestort hebben op een voor velen misschien saai onderwerp, maar waaraan een groot maatschappelijk belang verbonden is. 

10 februari
In de middag een portefeuillehouderoverleg over het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak.

11 februari
Met de partijleider van West-Brabant Waterbreed gesproken over het waterschap en een aantal locaties bezocht die qua waterbeheer naar zijn mening aandacht behoeven.

12 februari
Vandaag de Unie commissie Waterkeringen (CWK) in Amersfoort met agendapunten zoals:

  • Het beoordelingsinstrumentarium voor de veiligheidsbeoordeling van de primaire waterkeringen
  • De samenwerking bij de beoordeling van de primaire waterkeringen
  • Het plan van aanpak 2e planronde richtlijn overstromingsrisico’s
  • De nationale omgevingsagenda
  • En de strategische onderwerpen voor de CWK 2016.

Een technische, maar leerzame vergadering. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 20: DE WATERINNOVATIEPRIJZEN 2015

 

| 04-12-2015 | 18:15 uur |


 

30 november
Mijn eerste stop, als bestuurder, was bij het waterschap Aa en Maas te Den Bosch om vragen te beantwoorden van ambtenaren die de cursus ‘bestuurlijke sensibiliteit’ volgden. Doel van een dergelijke cursus is ambtenaren gevoel bij te brengen wat voor (hun) bestuurders van belang is bij de opstelling van beleidsstukken en de beantwoording van vragen.

In de middag had ik een afspraak in Apeldoorn met een mogelijke toekomstige kandidaat/lijsttrekker voor Ons Water in het gebied van het waterschap Vallei en Veluwe. Ik probeer kandidaten te werven om in 2019 ook buiten het gebied van mijn eigen waterschap (Brabantse Delta) met Ons Water mee te doen aan waterschapsverkiezingen. Het was een goed gesprek. Ik hoop dat het resultaat zal zijn dat de vrouw, waarmee ik sprak, de stap wil wagen naar het waterschapsbestuur om haar warme belangstelling voor onder andere de natuur ook daar tot uiting te brengen.

In de avond woonde ik de uitreiking bij van de ‘water innovatieprijzen’ te Amersfoort. Nu gun ik iedereen een feestje en een prijs. Maar dan wil ik wel het gevoel hebben dat er werkelijk iets bijzonders is gebeurd wat een feestje en een prijs rechtvaardigt. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven dan zijn de mogelijk commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden! Ik heb mijn beroepsmatige leven (40 jaar) doorgebracht op research en ontwikkeling afdelingen van een zaadkwekerij en een kunstharsfabriek. Daar leerde ik dat zonder het betreden van onbetreden paden er geen echte vernieuwing aan de orde zal zijn. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht. De doelresearch bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten of de introductie van technieken van anderen brachten wel efficiëntie verbeteringen, maar dat werden geen innovaties genoemd. En deze waren ook nooit patenteerbaar. Als uitvinder van een bepaald gepatenteerde product/productiemethode (United States Patent nr. 4255464) matig ik mij aan enige kennis te bezitten van het herkennen van innovaties en innovatieve werkwijzen.

innovatie 04Ik vond de prijswinnende ‘innovaties’ bijna categorie lachertjes. Ik gun de prijswinnaars de complimenten, maar het innovaties noemen is jezelf en je weinig innovatieve kracht als waterschappen in slaap wiegen. Ik leerde op de analistencursus circa vijftig jaar geleden al: ‘meten is weten’. Als ik begin jaren zeventig bij de ontwikkeling/ontwerp van bijvoorbeeld een gelamineerde scheepshuid dit ontwerp modelmatig zou berekenen zonder de kennis van de fysische en mechanische sterkten te kennen van de samenstellende delen zou ik op staande voet ontslagen zijn. Om dan een innovatieprijs toe te kennen aan een dijkverbeteringproject (categorie waterveiligheid: ‘dijken op veen’), waarbij de sterkte van veenlagen in de ondergrond is gemeten, is voor mij wezensvreemd. Zouden voorheen dijken verbeterd/verzwaard zijn zonder meten? Het is zo logisch wel te meten dat dit gewoon je werk goed doen is. Niet meer, niet minder. Natuurlijk besef ik dat kennis van dijkenbouw in het verleden met vooral proberen en mislukken is opgebouwd. Maar anno 2015 kunnen we meer. Dat heeft niets met innovaties te maken. Een gotspe vond ik de prijs voor het project de ‘inlaat op maat’. Dat je meet hoeveel water nodig is om het zoutgehalte omlaag te brengen is zo logisch, dat het bijna misdadig is dat, in een samenleving die gericht zou moeten zijn op water doelmatig gebruiken, dit nog niet gebeurde. Wat is logischer dan niet meer te gebruiken dan nodig is? Dit is geen innovatie dat is gewoon je werk goed doen! Het toepassen van een modern middel als een ipad of een app is net zomin een innovatie!

Als voorbeeld: toen ik als 17-jarige de variaties in proefvelden moest corrigeren, gebruikte ik daarvoor een rekenlineaal, een logaritmetafel en een telmachine. Voor een proefveld van 20 eenheden was ik daar een volle weekdag mee bezig. Nu zou ik circa 2 minuten nodig hebben voor het handmatig inbrengen van de data, waarna de computer direct de gewenste correcties zou geven. Van 8 uur naar 2 minuten door jaar na jaar te kijken hoe kunnen zaken met de ontwikkeling van kennis en nieuwe door andere ontwikkelde technieken beter. Dat is niet innoveren maar je verstand gebruiken. Het alsmaar roepen dat je innovatief bent, maak je niet innovatief. Het lijkt framing. Wat ik zelf erg vind is dat bestuurders er in gaan geloven en er niet van overtuigd worden dat voor werkelijke innovaties er meer geld naar onderzoek moet en er onder ambtenaren een sfeer moet komen dat, buiten reeds lang begane paden treden moet om te kunnen innoveren en dat dit kan betekenen dat het geld zal kosten en dat dit geld niet altijd zal opleveren wat men wenst.
Heb Lef! is de titel van een boekje van de Unie van Waterschappen met een visie op vernieuwing en verbinding in het sturen van water. Nu nog de uitvoering!

Er was ook een prijs in het kader van het ‘jaar van de ruimte’ De winnaar daar was het HoWaBo project van waterschap Aa en Maas. Een prachtig project naar mijn mening en die van de jury. Maar smaken verschillen. Op 13 november werden dezelfde ingediende projecten beoordeeld door een ‘publieksjury’ bestaande uit waterschapsbestuurders. De uitslag was geheel anders. De winnaar van toen, de waterberging Zundert, behoorde nu niet eens tot de genomineerden. Voor mij leidt dit tot de conclusie dat, als we werkelijk een ruimtelijke kwaliteitsslag willen maken, we de bestuurders op cursus moeten sturen, want die schijnen er dus niets van te snappen terwijl ze wel de beslissingen nemen. Of zijn de geleerde dames en heren van de jury op een eiland terecht gekomen en leven ze in een andere wereld? Zowel de winnaar van toen (mijn eigen waterschap) als de echte winnaar het HoWaBo project verdienen wat mij betreft de hoofdprijs. 

1 december
In de morgen een interview met Sjoerd Marcelissen van BNde Stem over het dijkverbeteringproject Geertruidenberg/Amertak.

In de avond een door meer dan 100 belangstellenden bezochte informatieavond over dit dijkverbeteringproject. Doel is vooral het betrekken van belanghebbenden bij dit project. Meedenken en ideeën hoe te combineren met andere plannen en initiatieven zijn meer dan welkom. 

2 december
Eerst een Bestuurlijk overleg met wethouders Bea van Beers en  Ad van Beek van de gemeente Dongen met als hoofdschotel de ondertekening van afvalwaterakkoorden met zowel de gemeente Dongen, als de gemeente Gilze en Rijen waarvoor wethouder Willem Starreveld bij de vergadering te gast was.  

Daarna door naar Boxtel naar het kantoor van het waterschap de Dommel voor een overleg van het bestuurlijk kwartet doelmatig afvalwaterbeheer Hart van Brabant. Het voornaamste agendapunt was het jaarplan voor 2016 met als elementen: klimaatadaptatie, grondwaterbeheer en meten/monitoren.

Vervolgens een soort van afscheidsbijeenkomst over waterveiligheid van een beleidsambtenaar, die mij ondersteunde bij de commissie waterkeringen van de Unie. Ik zal hem missen. 

3 december 
Eerst een bijeenkomst van de vier Dagelijkse Besturen van de Brabantse waterschappen. In het Provinciehuis te Den Bosch, met een meer dan interessante presentatie over Mozaïek Brabant

Daarna in het gemeentehuis van Geertruidenberg een bijeenkomst met de vertegenwoordigers van RWS, de provincie, de gemeenten Geertruidenberg en Waalwijk en het waterschap ter tekening van de overdrachtscontracten van de Overdiepse Polder.

Vervolgens een bestuurlijk overleg met wethouder Jan van Groos over het waterschapsproject ‘inhaalslag Keur en oneigenlijk grondgebruik’.

Daarna terug naar het waterschap voor een bijeenkomst van de werkgroep cultuur van het Algemeen Bestuur van het waterschap ter voorbereiding van de presentatie van onze ideeën over de wijze van vergaderen.

En tenslotte nog de vergadering van de fractie Ons Water/Waterbreed over de Algemeen Bestuursagenda van komende woensdag.  

Een mooie, maar heel erg drukke week met lange dagen.

Louis van der Kallen