OVER WATER – 120: INNOVATIEDAG 2017

 

| 02-12-2017 | 20.30 uur |


 

OVER WATER – 120

 

27 november
Vandaag de markt- en innovatiedag  van de Unie bezocht, waar ik in de ochtend deelnam aan een workshop over duurzaam aanbesteden “van duurzaam denken naar duurzaam doen” en de markt bezocht. Daar trof mij vooral een project van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, “Topsurf”. In dit project wordt bagger gehaald uit watergangen en samen met lokale mest en groenafval/maaisel toegepast als  bodemverbeteraar. Topsurf mag gebruikt worden om de bodemdaling aan te pakken. Het onderzoeksproject vindt plaats in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Daarna de uitreiking van de water innovatieprijzen 2017. Nu gun ik iedereen een feestje en een prijs, maar dan wil ik wel het gevoel hebben dat er werkelijk iets bijzonders is gebeurd dat een feestje en een prijs rechtvaardigt. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven, dan zijn de mogelijke commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden! Ik heb mijn beroepsmatige leven (40 jaar) doorgebracht op research- en ontwikkelingsafdelingen van een zaadkwekerij en een kunstharsfabriek. Daar leerde ik dat zonder het betreden van onbetreden paden er geen echte vernieuwing aan de orde zal zijn. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht. De doelresearch bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten. Of de introductie van technieken van anderen brachten wel efficiëntie verbeteringen, maar dat werden geen innovaties genoemd. En deze waren ook nooit patenteerbaar. Als uitvinder van een bepaald gepatenteerd product/productiemethode (United States Patent nr. 4255464) matig ik mij aan enige kennis te bezitten van het herkennen van innovaties en innovatieve werkwijzen. Ook nu was er, net als vorig jaar, het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn.  Hein Pieper: “sector met heel veel innovativiteit, te vaak in ambities te bescheiden”. Ik denk dan: zou hij het echt zelf geloven? Of Lidewijde Ongering: “zeer innovatief”. Veel zelfoverschatting naar mijn gevoel. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis. Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal. Het resultaat van dat denken en continue verbeteren zijn zelden innovaties. Het zijn veelal toepassingen van bestaande technieken. Zo ook nu.

In de categorie Energie en Waterschappen sleepte de EQA-Box Plug & Play, een waterkrachtinstallatie die binnen een dag te plaatsen is, de eerste prijs in de wacht. Op zich een mooi product. Maar innovatief? De techniek gebruikten de Perzen al nog voordat onze jaartelling begon. De romeinen voegde er gebruiksgemak aan toe en in de middeleeuwen was de watermolen met raderen ook in ons land al gemeengoed. Hoe mooi het product ook is, deze is geen innovatieprijs waardig, hooguit een prijs voor een mooie hedendaagse toepassing van een oud principe. De andere genomineerden in deze categorie waren: innovatiefabriek-nieuwveer en superkritisch-vergassen. Van alle genomineerden komt het superkritisch-vergassen, naar mijn mening, het dichtst in de buurt van de kwalificatie innovatief. Alleen is een dergelijk project voor een lekenjury nauwelijks te beoordelen.

In de categorie Voldoende Water won de Multiflexmeter. Een modulaire sensor die het mogelijk maakt om watersystemen online te monitoren. Niets innovatiefs! Een techniek die in bijna iedere nieuwe auto zit. Het is een ander gebruik van de parkeersensoren. Wederom een toepassingsprijs zou beter op zijn plaats zijn. Voor mij als inwoner van Bergen op Zoom was het wel leuk dat het technasium van ’t Rijks bij dit project betrokken is. Een beetje raar is wel dat deze vinding niets te maken heeft met ‘voldoende water’ en toch in de categorie Voldoende Water de prijs won. De andere genomineerden in deze categorie waren hemelswater en de zoete stuw.  Ik had de prijs meer gegund aan ‘de zoete stuw’. Een praktisch idee dat op een simpele wijze zout/brak water scheidt van het meer zoetere water. In een tijd waarin verzilting van zoet water mondiaal een steeds groter probleem wordt, is dit een idee wat een brede verspreiding en aandacht verdient.

In de categorie Waterveiligheid won een onderzoekstechniek voor sonderingen waarmee bij dijken de horizontale doorlatendheid in beeld wordt gebracht. Een mooie toepassing van bestaande kennis. De andere genomineerden in deze categorie waren VR-dijken en verbetering-ijsseldijk-gouda. De verbetering IJsseldijk won de publieksprijs. Het betreft een techniek waar de ontwikkelaars zelf in het showfilmpje van zeiden dat het was “afgekeken van de wijze waarmee parkeergarages worden gebouwd”. Hoezo innovatief. Ik herkende in de techniek ook veel van het gebruik van bentoniet in dijkverbeteringsprojecten. De wijze van toepassing is dus niet nieuw wel het gebruik van cement op deze wijze in dijken. Maar wederom meer een leuke toepassing van een bekende techniek dan iets innovatiefs. 

In de categorie Schoon water won GE(O)ZOND Water. Met behulp van ozonisatie worden  microverontreinigingen, waaronder medicijnresten, verwijderd uit het effluent van een  rioolwaterzuiveringsinstallatie. Helaas ook niets nieuws. In Zwitserland een reeds jaren gebruikte toepassing. Andere genomineerden waren de visspotter en the-great-bubble-barrier. Van mij had het belletjesscherm mogen winnen omdat dit een hulpmiddel kan zijn om iets te doen aan de plasticsoep in de oceanen.

28 november
DB vergadering met als agendapunten: de evaluatie van de communicatievisie, het meerjarenprogramma Zuiderwaterlinie, kaders waterbeschikbaarheid, EVZ Molenbeek Noord fase 3, klimaatbestendige schoolpleinen, het project sloten, oevers en dijken op orde en Landschapspark Pauwels.

In de middag een spoed overleg met RWS over de bestuursovereenkomst A27.

29 november
Algemeen Bestuur met als agendapunten onder andere: de begroting 2018, de mandatering tot het verstrekken van uitvoeringskredieten 2018, de evaluatie participatieproces Geertruidenberg en Amertak, het projectplan Roode Vaart door Zevenbergen en een uitvoeringskrediet renovatie RWZI Nieuw-Vossemeer.

30 november
Een projectbezoek aan Amersfoort  in het kader van NKWK Klimaatbestendige Stad. In de morgen de route “Water in een middeleeuws stadshart” met tal van mooie voorbeelden hoe Amersfoort de waterproblemen aanpakt. Leuk voorbeeld was een spugerbeeldje als sluitstuk van een regenwater overloop in een gracht (Westersingel ter hoogte van de Bollebruggang). 

De gehele middag een workshop over hoe de kosten/baten van klimaatmaatregelen in kaart te brengen en te kwantificeren.

1 december
Mijn laatste CWK vergadering dit keer bij het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard met als agenda punten onder andere: evaluatiemoment wettelijk beoordelingsinstrumentarium/ beoordelingsproces, buitendijks versterken, POV voorlanden en de POV macrostabiliteit.

Ik ben toegesproken door de voorzitter Hetty Klavers, dijkgraaf van waterschap Zuiderzeeland en door collega Frans ter Maten heemraad van waterschap Vallei en Veluwe. Ook ik mocht de collega’s bedanken voor de jaren van gewaardeerde samenwerking en wat ik ook van hen mocht leren.

Na afloop gaf Deborah Post een lezing over de Honey Highway. De lezing werd verluchtigd met een filmpje met een algemene uitleg en met een filmpje waar aan kinderen precies wordt uitgelegd hoe voor bijen geschikte zaden kunnen worden gezaaid.

Voor meer informatie over water ga mij volgen op instagram.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 85: WATER INNOVATIEDAG 2017

 

| 01-04-2017 | 18.15 uur |


 

OVER WATER – 85

(lees waarschuwing voor (waterschaps) ambtenaren).

 

28 maart
Van circa 8.00 uur tot 17.30 uur op het waterschap. “Water innovatiedag”. Met het hedendaagse gebruik van het woord ‘innovatie’ heb ik al jaren de nodige moeite. In december 2015 schreef ik, naar aanleiding van de jaarlijkse uitreiking van de ‘water innovatieprijzen’, er al een zurig stukje over in mijn wekelijkse waterdagboek. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven dan zijn de mogelijk commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden!

Voor mij zijn innovaties het gevolg van een briljant idee of van fundamentele research. Wat in overheidsland ‘innovaties’ worden genoemd zijn meestal simpelweg ontwikkelingen, veranderingen, vernieuwingen die voortbouwen op de huidige kennis en vaardigheden. Toepassing van bestaande kennis is gewoon goed ‘jatten’ van andermans ideeën en die toepassen in je eigen werk. Hier is op zich niet mis mee. Dat is niet meer of minder dan iedere dag je werk proberen beter te doen en die kennis delen met anderen. Ivo Brughmans gaf een lezing over innovatiemanagement onder de titel paradoxaal leiderschap. De inleider verwees naar de 10 paradoxen, die naar de leer van Mihaly Csikszentmihalyi zouden gelden voor creatieve mensen. Tot mijn verbazing kon ik mij er in wel 9 vinden. Maar misschien aai ik mij graag over de bol. Zelf denk ik dat ambtelijke organisaties, door de natuurlijke selectie van ambtenaren (wie solliciteert waar en waarom en wie wordt om welke kwaliteiten aangenomen), per definitie gericht zijn op risicoreductie. Vroeger was het zeker zo dat wie zekerheid zocht werd ambtenaar. Dit is paradoxaal, omdat  vernieuwen haast per definitie het nemen van risico’s betekent. Je betreed dan nog niet betreden paden. Ambtenaren en hun bazen (de bestuurders) zijn eerder risicomijdend dan risico nemend.

In de middag woonde ik van 13.00 uur tot 17.30 de hackathon bij. Voor mij een soort van brainstorm. Een mooie en leuke manier om te ontdekken waar de belemmeringen liggen om te komen tot een meer lerende organisatie en wat de organisatie zou kunnen doen om te komen tot een organisatie waar vernieuwen en veranderen meer in de genen komt te zitten. Medewerkers, management, bestuur en veel procedures zouden moeten veranderen. Minder voorschrijven en meer durf van de medewerkers om ‘stout’ te zijn. Men moet zo nu en dan buiten de lijntjes durven te kleuren. Als je echt meent een goed idee te hebben moet je er voor gaan!

Tijdens de “Water innovatiedag” waren er tal van ‘innovaties’ te zien op het terrein van Bouvigne. Sommige waren afgestofte ideeën vanuit de middeleeuwen. Maar er was er één die mij wel opviel. De fluidized LED bed reactor om bijvoorbeeld medicijnresten uit afvalwater te halen. Nu maar hopen dat de waterschappen bereid zijn mee te betalen aan de uitwerking van dit idee. Want medicijnresten in afvalwater vragen om meerdere oplossingsrichtingen, zodat door concurrentie van ideeën er echt goede en uiteindelijk betaalbare oplossingen komen. Onderweg naar huis dacht ik: we moeten niet meer gaan voor de prijs van de beste werkgever maar voor de prijs van de werkgever waar creativiteit een durf beloond worden. Op ieder niveau hoort weerwoord. Zelf had ik die dag mijn verbazing uitgesproken dat zoveel medewerkers kiezen voor een kneveling/gevangenschap aan zoveel regels en procedures en tegelijkertijd aangeven het werkgeverschap van de werkgever zo hoog te waarderen. Zelf zou ik het geen drie jaar uithouden bij een dergelijke werkgever. Een klimaat van vernieuwing is een klimaat van een hoge mate van vrijheid bij het vormgeven van je werk. We hebben als waterschap, naar mijn mening, nog een lange weg te gaan voor een echt vernieuwende sfeer op Bouvigne.  

29 maart
Het innovatieontbijt waarbij de deelnemers aan de hackathon die de hele avond en nacht door waren gegaan hun innovatieplan presenteerden. Veel prachtige ideeën. Een compliment waard. Nu maar hopen dat de vele managers die aan de hackathon hadden deelgenomen ook in hun werkoverleggen met bestuurders en MT en DT hun rug gaan rechten voor medewerkers met ideeën.  Want de realisatie van ideeën is de beste motivatie om de creativiteit in je zelf en je collega’s verder te ontwikkelen.

In de middag een bestuurlijk overleg met wethouder Kevin van Oort over de stand van zaken in het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak.

In de vroege avond een presentatie/inloopsessie over de stand van zaken in het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak voor en met leden van het algemeen bestuur.

In de avond een thema AB over de kadernota 2018-2027 en het BOB-traject waterkwaliteit.

30 maart
De gehele dag waterinfodag te den Bosch. Net als op de waterschapsdag (20 maart)  met een presentatie van Gerrit Hiemstra van Weather Impact B.V.  Hij hield een inspirerend verhaal met als titel: “Urgentie: afwachten is geen optie”. In zijn presentatie viel weer op dat er nauwelijks aandacht was voor hittestress als gevolg van de klimaatverandering en geen aandacht voor de mogelijkheden tot de aanpak van koeling, terwijl het verlies van reflecterend poolijs in de zomer leidt tot een versnelling in de opwarming van noordelijk zeewater. Als voorbeeld: de “cooling down the planet” ‘Justdiggit’ actie met een veelheid van fimpjes. Ik kreeg de gelegenheid richting Gerrit Hiemstra hier een opmerking over te maken. Hierop deed Gerrit de toezegging (zachtjes te horen in het filmpje) bij volgende presentaties met mijn opmerkingen rekening te houden. Bij het sluiten van de plenaire ochtendsessie drukte de dagvoorzitter Ellen Visser (directeur netwerkmanagement Zee en Delta van Rijkswaterstaat) hem op het hart dat ook echt te gaan doen. Na Gerrit Hiemstra hield Erik Kraaij van het hoogwaterbeschermingsprogramma een presentatie over het waterveiligheidsportaal. Verder bezocht ik een presentatie over de informatievoorziening rondom de zorgplicht waterkeringen, gegeven door medewerkers van het waterschap Hollandse Delta en een presentatie over ‘data analytics’ gegevens door Anette Bleeker van Tessella

31 maart
Een bijeenkomst van de Unie klankbordgroep over de Tweede Kamer verkiezingen met onder andere een verhaal van Henri Kruithof een voormalige spindoctor van de VVD, die zijn eigen woorden nuanceerde met de opmerking: ‘ik ben een brood etende profeet’.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 43: ZUIDERWATERLINIE/ AFVALWATERSYMPOSIUM VAN HET STOWA EN RIONED

 

| 04-06-2016 | 09.00 uur |


 


OVER WATER – 43

 

27 mei
zuiderwaterlinie 02Vandaag heb ik de partnerconferentie over de Zuiderwaterlinie in Bergen op Zoom bezocht. Omdat ik in Bergen op Zoom woon, was ik er vroeg genoeg om ook de presentatie voor de ambtenaren bij te wonen en daarna die voor de bestuurders. Wel constateerde ik in de presentaties enige Brabantse accenten die de geschiedenis enigszins geweld aan doen. De Zuiderwaterlinie is niet van 1582-1920 maar maakte eerst deel uit van de Zuiderfrontier dat globaal bij de Noordzeekust bij het Zeeuwse Sluis/Belgische Knokke begon en via Bergen op Zoom liep tot Grave. In dat verre Zeeuws Vlaanderen is daar ook aandacht voor onder de naam de Staats/Spaanse linies. Pas bij de nieuwe Vestingwet van 1874 werden negen stellingen benoemd en werd het Zuiderfrontier opgesplitst in de Zuiderwaterlinie en de linie aan de Wester Schelde. Maar een kniesoor en een zeurpiet die daar op let. Zelf vind ik het wel zonde dat niet gegaan wordt voor het gehele Zuiderfrontier. Want het Zeeuwse deel, met Staatse en Spaanse forten tegen over elkaar, is in haar geschiedenis en verhalen op zijn minst zo interessant als het Brabantse deel.

De bestuurlijke discussie met gedeputeerde Swinkels en een aantal wethouders van aan de linie gelegen gemeenten was de moeite waard. Alleen jammer dat de gemeente Breda niet vertegenwoordigd was. Voor mij als waterschapsbestuurder is het helder. Hier liggen kansen voor het waterschap om een forse bijdrage te leveren, mede in dienst van onze eigen doelstellingen zoals: waterberging, kaderrichtlijn water, natte natuurparels, ecologischeverbindingszone’s (EVZ), het robuuster maken van het watersysteem, klimaatadaptaties en de PAS opgaven. Ook bij dijkverbeteringsprojecten kunnen er meekoppel-kansen zijn om werk met werk te maken. Hier liggen kansen op co-financiering en op een mooie koppeling van waterschapstaken met cultuurhistorie en economische ontwikkelingen in ons werkgebied. 

Na de bestuurlijke presentaties waren er ambtelijke presentaties over de kansen en ideeën. In ons gebied betreft het ontwikkelingen in drie van de vijf  ‘onderdelen’ van de Zuiderwaterlinie, te weten: De West-Brabantse waterlinie (Bergen op Zoom, Steenbergen), de forten aan open water (Volkerak-Willemstad, waaronder Sabina) en de linies en schansen van Breda tot Geertruidenberg. Dit alles lijkt een voortzetting van de eerdere wateratelier discussie van ‘defensie tot retentie’.

Tot slot kregen we, ter inspiratie, een prachtig boek uitgereikt. Dit boek is als de inspiratie atlas te downloaden op de website van de Zuiderwaterlinie.

31 mei
scheur-buitenriolering-728-206De gehele dag het afvalwatersymposium bijgewoond, georganiseerd door de STOWA en RIONED in Amersfoort. Een stortvloed aan lezingen over stoffen in het afvalwater, over de financiering en over de verwerking van regenwater. Als bestuurder en oudje ben ik een buitenbeentje op dit soort bijeenkomsten die vooral door technici, totaal meer dan honderd, worden bijgewoond. Riool- en zuiveringsspecialisten kijken ieder vanuit hun eigen vakgebied naar een probleem en leggen niet altijd de verbindingen tussen zaken zoals politici/bestuurders dat wel zouden moeten doen. Wat mij dan opvalt in dit soort door mannen gedomineerde gezelschappen is dat vaak jonge vrouwen de meest interessante vragen stellen. Die durven nog ‘domme’ vragen te stellen die vaak helemaal niet zo dom blijken te zijn. Hun leergierig gedrag laat zien dat ze kennis willen op doen en niet bang zijn op te vallen. Het valt mij ook op dat in dit soort gezelschappen overgewicht een grote zeldzaamheid is, terwijl dit onder bestuurders veel vaker voorkomt. Klaarblijkelijk heb je als riool- of zuiveringstechnicus meer kans een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Het meest opvallende voor mij is dat waterschappen moeite hebben andere overheden ter verantwoording te roepen voor hun foute gedrag. Zelfs als dat tot extra en daarmee vermijdbare kosten leidt. Een voorbeeld: na een lezing over een ozon proef op een zuivering van het Hoogheemraadschap van Delftland kwam de vraag hoeveel rioolvreemd water die zuivering te verwerken kreeg? Het verbijsterende antwoord was 75%. De ambtenaar van het Hoogheemraadschap liet blijken dat het lastig was gemeenten hier op aan te spreken ‘want gemeenten hadden al zoveel problemen met hun riolen en de daaraan verbonden kosten’. Nu snap ik waarom het zuiveringstarief van Delftland veruit de hoogste is van Nederland en ruim twee keer zo hoog als het goedkoopste waterschap en bijna 80 % hoger dan in het waterschap waar ik dagelijks bestuurder mag zijn, terwijl de bevolkingsdichtheid van het gebied juist zou moeten leiden tot een lager tarief dan het gemiddelde.

Maar er is meer. Lekkende riolen zijn de voornaamste oorzaak van veel rioolvreemd water. Lekkende riolen draineren als het ware de omgeving waarin zij liggen en bevorderen daarmee de daling van de grondwaterstand en daarmee van de bodem. Wat weer een bijdrage levert aan paalrot onder de huizen. Als je het voorgaande in relatie brengt met een presentatie over de financiering (belastingheffing) van de waterschappen is de verbazing helemaal groot. Naar aanleiding van de OECD studie “Water Governance in the Netherlands, Fit for the future” (ik stelde daar eerder vragen over) wordt er gekeken naar de financiering van de waterschappen en hoe dit te verbeteren. De OECD stelde dat er in Nederland meer kosten in rekening gebracht zouden moeten worden bij de gebruiker en de vervuiler. En dan komt een werkgroep die de OECD adviezen moet uitwerken met de suggestie om gemeenten te gaan belonen voor de aanpak van rioolvreemd water. Dat lijkt mij het zelfde als een inbreker te gaan belonen voor het minder meenemen bij een inbraak in je huis. Gemeenten worden dan beloond voor wanbeleid en voor het slecht onderhouden van hun riolen. Dat heeft de OECD vast niet bedoeld als zij vinden dat de vervuiler meer dient te gaan betalen. Ik besef dat rioolonderhoud in veengebieden duur is. Maar goed onderhoud moet. Het is een gevolg van de keuzen die gemaakt worden om daar te wonen en te werken. Het is zoals een andere spreker zei: “veel rioolvreemd water betekent dat je het elders niet goed geregeld hebt.”

Veel aandacht was er ook voor medicijnresten in het rioolwater en de gevolgen daarvan alsmede de zuiveringsalternatieven. Ik schreef eerder over de risico’s van medicijnresten in de riolen en zuiveringen. Kortom een leerzaam dagje en veel om over na te denken. 

1 juni
In de ochtend een een portefeuillehouderoverleg over de Zuiderwaterlinie en hoe wij daar als waterschap onze bijdrage aan kunnen leveren. Daarna een bespreking met de opstellers over het conceptplan Vitaal Leisure Landschap Hart van Brabant. In de middag een vergadering van het bestuurlijk kwartet over de voortgang van de afvalwaterketen en hoe daarop te besparen. Een dag met vergaderingen in Breda, Oisterwijk en Tilburg. Zo zie ik nog eens iets van ons mooie Brabant. 

Louis van der Kallen