OVER WATER 184: PROGRAMMATISCHE AANPAK STIKSTOF (PAS)

 

| 07-07-2019 | 11.15 uur |


 

| OVER WATER 184: PROGRAMMATISCHE AANPAK STIKSTOF (PAS) |

 

Ik vraag mij steeds meer af, hoe het toch komt dat de massa van onze bestuurders (ministers, gedeputeerden, wethouders) en de gekozen volksvertegenwoordigers (Kamerleden, Statenleden en Raadsleden) niet bij machte zijn, de consequenties van hun beleid en hun handelen te overzien. 
 
Nu de algehele verbijstering over het besluit van de Raad van State inzake de PAS! Gezegend is dit land, dat wij een onafhankelijke rechtspraak kennen. Steeds opnieuw vervallen onze bestuurders in dezelfde fout. Er wordt beleid vastgesteld om de ‘lieve vrede’ te bewaren en daarna zoekt men uitvluchten en wegen om dat beleid toch vooral niet uit te hoeven voeren. Met andere woorden: op papier zijn we heilig en daarna belazeren we de boel weer en zijn we weer gewoon schijnheilig. En de kiezer doet graag mee in dit spelletje van de ‘kleren van de kiezer’. De meesten stemmen op de prachtige oneliners om daarna het gewoon te vinden dat de maskerade van niets of weinig doen gewoon door gaat. 
 
Op 1 juli 2015 trad de huidige PAS-regeling in werking en werd ook het programma 2015-2021 gestart. Het doel was te komen tot herstelmaatregelen om de natuur bestendiger te maken tegen een overbelasting van stikstof, door bijvoorbeeld stikstofrijke grondlagen te verwijderen. Te beginnen met geen groei meer van de stikstof uitstoot door bedrijven, vervoer, landbouw enz. Kortom: het standstilprincipe. Er was gezocht naar een goede werkbare aanpak. Simpel samengevat: er moest ruimte voor uitstoot gecreëerd worden, door bijvoorbeeld saneringen/bronmaatregelen en de ontwikkeling van nieuwe natuurgebieden. Ook toen waren er ‘bewindslieden’ die net als de kersverse gedeputeerden van GroenLinks in Noord-Brabant riepen: “We zoeken manieren om toch te kunnen bouwen” en “Brabant gaat echt niet op slot”. Die werden gevonden door plannen te maken voor reductie en alvast die ruimte, die nog gecreëerd moest worden, in te vullen. Pas in 2021 moest de som immers weer op nulgroei van de uitstoot aan stikstof uit komen. Het heilig geloof in de vooruitgang en toekomstige innovaties (straks kunnen we alles beter) deed de rest. Nu bouwen! Nu nieuwe wegen! Nu nieuwe bedrijven! Nu meer vee! Nu meer productie! NU MEER STIKSTOF! Straks zien we wel!
 
In maart 2016 bezocht ik een symposium over de PAS in het Provinciehuis in Den Bosch. Ik schreef er toen over in Over Water 34: “Een heel informatieve bijeenkomst”. Maar die ook laat zien dat er op het gebied van de beperking van de stikstofuitstoot (stikstofnitraat, stikstofnitriet, ammonia en stikstofoxiden) nog heel veel moet gebeuren en dat de druk om tot daden te komen hoog is. Op basis van de natuurbeschermingswetgeving is feitelijk in veel gebieden geen ontwikkeling van nieuwe economische activiteiten die leiden tot extra uitstoot meer mogelijk. De provincie erkende, bij monde van één van de presentatoren, dat door het (beperkt) toestaan van een aantal nieuwe activiteiten, middels deze stikstofuitstoten, een hypotheek wordt genomen op de toekomst. Vandaar dat een fors aantal maatregelen tussen nu en 2021 genomen moeten worden om de belasting/gevolgen van/op een aantal Natura 2000 gebieden terug te brengen.” “De maatregelen zijn nodig, omdat anders veel gebieden rond deze Natura 2000 gebieden in 2021 economisch op slot gaan.”
 
In een BSD-nieuwsbrief in april 2016 schreef ik wederom over de noodzaak met de reductie aan de slag te gaan.  
 
In juni 2016 verscheen “Zover het eigen instrumentarium reikt”(.pdf). Een onderzoek naar de positie van de provincie Noord-Brabant en de Noord-Brabantse waterschappen bij de realisatie van de kaderrichtlijn waterdoelstellingen (KRW) met bijzondere aandacht voor de omgevingswet. 
 
In Over Water 51 schreef ik over wat mij in dat onderzoeksrapport het meest verontruste, hetgeen te lezen was op pagina 90 : “Met name een vergunning voor een bestaande activiteit (vanwege het verlopen van de huidige vergunning) waarbij een belasting wordt toegelaten die boven de in het waterplan voor het waterlichaam verankerde stikstofwaarde is gelegen, kan een probleem vormen wanneer de kwaliteit van het oppervlaktewater onvoldoende is en niet kan worden aangetoond dat de betreffende waarde en daarmee de vereiste fysisch chemische kwaliteit wel gehaald zal gaan worden. In een dergelijk geval is verdedigbaar dat de vergunningverlening het realiseren van de KRW-doelstelling in de weg kan staan, waarmee vervolgens verdedigbaar is dat de vergunning moet worden geweigerd. Er is derhalve wel sprake van een ‘op slot-risico’, vooral omdat er in bepaalde waterschappen inderdaad vergunningen zijn en worden afgegeven die lozingen toestaan die leiden tot stikstofconcentraties die substantieel boven de KRW-stikstofwaarde van de betreffende waterlichamen liggen”. Toen was mijn conclusie al; “Een ‘op slot-risico’ voor een bestaande activiteit kan enorme gevolgen hebben, ook op de werkgelegenheid!” “Gecombineerd met de PAS-doelstellingen/maatregelen, liggen hier reële risico’s voor economische schades als er te weinig invulling wordt gegeven aan de KRW-doelstellingen en de terugdringing van de huidige stikstofbelasting van het milieu.”
 
In het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) Midden-Brabant heb ik in december 2016 nadrukkelijk het achterblijven van de PAS-doelstellingen onder de aandacht van gedeputeerde Erik van Merrienboer gebracht en de mogelijke gevolgen daarvan voor de plannen van de gemeente Waalwijk. Met de bemerking: het kan immers niet zo zijn dat belangrijke economische ontwikkelingen, die van belang zijn voor de arbeidsmarkt, geblokkeerd zouden kunnen worden, omdat de realisering van de PAS-doelstellingen achterblijven.
 
In juni 2017 heb ik RRO-vergadering van de regio Hart van Brabant met onder andere: de actualisatie prioritaire projectenlijst PAS, die van gemeentewege vooral de insteek had de PAS ‘ruimte’ te benutten, heb ik wederom aandacht gevraagd voor: het middels maatregelen ten behoeve van de natuur, PAS ‘ruimte’ te creëren. 
 
Steeds ben ik mij ervan bewust dat iedere uitbreiding of in gebruik neming van een bedrijf PAS-ruimte vergt. In juni 2018 was mijn vraag in een brief aan het college van B&W van Bergen op Zoom dan ook: “Is de voor het bouwen en de ingebruikname van de nieuwe containerterminal benodigde PAS-ruimte door de provincie al geborgd toegezegd?”
 
In Over water 152 schreef ik: “De natuur in Brabant heeft te lijden onder een teveel aan stikstof. Dit wordt vooral veroorzaakt door de industrie, verkeer en door landbouwactiviteiten. Noord-Brabant wil graag mooie natuur en een sterke, zichzelf ontwikkelende economie. Meer economische ontwikkeling betekent echter ook meer stikstofuitstoot. Dit is niet goed voor de natuur. Natura 2000-gebieden, zoals de Westelijke Langstraat, hebben veel last van te veel stikstof. De provincie Noord-Brabant heeft daarom een PAS-project voor Noord-Brabant gestart waar de Westelijke Langstraat een onderdeel van is.” Het Algemeen bestuur van het Waterschap Brabantse Delta stelde in april 2018 dan ook een krediet vast van 19 miljoen ter realisering van dat project. Mijn commentaar op de vaststelling van dat krediet Over Water 134; “Als DB lid heb ik hier veel uren ingestoken. Het doet mij dan ook deugd dat dit krediet van 19 miljoen met algemene stemmen door het AB ter beschikking is gesteld. Nu komt het op een tijdige uitvoering aan om op tijd aan de eisen van de PAS te gaan voldoen.”  
 
CONCLUSIE
De afgelopen jaren heb ik keer op keer aandacht gevraagd voor het te weinig creëren van PAS-ruimte en het wel nemen voor een hypotheek op de toekomst, door makkelijk vergunningen verlenen op basis van een ‘ruimte’ die er niet is. Ook met meldingen voor een ‘gering beslag’ op PAS-ruimte werd wel heel makkelijk, door vragers en verleners, omgegaan.
Al die krokodillentranen nu, over het besluit van de Raad van Staten, maken op mij dus geen indruk. Laat staan dat ik iets begrijp van de moraliteit van een GroenLinks gedeputeerde die een manier zoekt “om toch te kunnen bouwen”. Die hoef je niet te zoeken. Die was er in 2015 al. De maatregelen nemen die voor reductie van de stikstofuitstoot zorgen. Niet straks maar nu. De afgelopen jaren was er geen sprake van nulgroei, maar van een verdergaande groei van de uitstoot stikstofverbindingen. Wat nu? Ophouden met voor je uitschuiven van de passende maatregelen rond de PAS en de KRW; ga nu eens niet voor herverkiezing als prioriteit één, maar voor de juiste maatregelen. Dan kan Nederland, maar ook de natuur weer verder bouwen aan een gezonde toekomst.  

 

Louis van der Kallen

 


WESTELIJKE LANGSTRAAT NATURA 2000

 

 


| jaar 2 | nr. 050 | 05-06-2019 |

 

| EEN ONGEVEER TIEN JAAR OUD PLAN KOMT UITEINDELIJK TOT LEVEN ! | 

(geluid aanzetten in video).

 

Provincie en waterschap gaan nu echt aan de slag, om ruim 600 hectare natte natuur te realiseren.

| Eerder geschreven artikel over de Westelijke Langstraat | 

 | Locatie: gemeente Waalwijk | 

 


 

 

OVER WATER – 86: MIJN DILEMMA “SLIKPOLDER”

 

| 08-04-2017 | 16.00 uur |


 

OVER WATER – 86

 

EEN DILEMMA
Als dagelijks bestuurslid van het waterschap Brabantse Delta heb ik de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak in mijn portefeuille. De voorbereiding van een dergelijke omvangrijke dijkverbetering is een forse klus, die wekelijks mijn aandacht vraagt. Ik heb met dijkverbeteringen en dijkverlegging de nodige ervaring opgedaan met het project Overdiepsepolder.

In de huidige tijd waar termen als burgerparticipatie veelvuldig vallen en de omgevingswet in wording is, probeert het waterschap alle (direct) belanghebbenden bij het proces te betrekken om uiteindelijk tot een beter product (de dijkverbetering) te komen. In dat proces betrekt het waterschap ook de andere overheden, zoals de gemeenten en de provincie, in de verwachting dat zij hun bijdrage leveren op een wijze die passend is in het taakveld van de betrokken overheden. Daar toe is er ook een bestuurlijke stuurgroep waarin het waterschap, Rijkswaterstaat, de gemeenten (Drimmelen, Oosterhout en Geertruidenberg) en de provincie betrokken zijn.

Als waterschapsbestuurder is mijn hoofdtaak de dijkverbetering op tijd, binnen budget en volgens de veiligheidsnormen en met oog op de toekomst te realiseren. Veiligheid nu en in de verre toekomst van de totale dijkkring 34A Geertruidenberg is een kerntaak van het waterschap. Een waterschapsbestuur is, hoewel tegenwoordig (sinds 2008) deels bevolkt door vertegenwoordigers van politieke partijen, een functioneel bestuur gericht op kerntaken zoals de veiligheid. In die voege moet ik dan ook niet zoveel hebben van ‘politieke’ spelletjes, die soms gericht lijken op de korte termijn. Juist dát lijkt het geval te zijn in de discussie over de dijkversterking rondom de Slikpolder in Geertruidenberg. Hierbij werd een, vanuit het waterschap bezien, technische klus ineens hét middelpunt van gemeentelijke politiek en bleek al snel dat twee trajecten van twee verschillende overheden door elkaar begonnen te lopen. Enerzijds het project van het waterschap, de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak, en  anderzijds wat een gemeentelijk project zou moeten zijn, gebaseerd op de vraag: wat willen wij met/in de Slikpolder. De gemeente is het bevoegde bestuursorgaan als het gaat over de inrichting van haar grondgebied. Ik heb meer dan dertig jaar ervaring als raadslid in een West-Brabantse gemeente en als ik raadslid of wethouder zou zijn van onder andere een mooie vestingstad als Geertruidenberg, zou ik branden van verlangen om, met mijn gemeenteraad en samen met de inwoners en ondernemers van de totale gemeente, een visie te ontwikkelen op de gewenste toekomst inclusief wat we als gemeenschap willen met een in potentie mooi gebied als de Slikpolder. Als waterschapsbestuurder ga ik daar niet over, maar heb ik wel te zorgen dat bij de besluiten, die ik met het dagelijks en eventueel algemeen bestuur neem, zoveel mogelijk een andere overheid niet wordt belemmerd in haar besluitvorming over de opgaven waar die overheid voor gesteld staat. Ik constateer nu dat de weg van de advisering van het college van Geertruidenberg aan het waterschap over de dijkverbetering een politiek onderwerp is geworden. Hierbij is, naar mijn gevoel, de korte termijn en wat willen direct aanwonende burgers vooral niet, bepalend geworden. Hierdoor worden kansen voor de toekomst niet eens besproken en uiteindelijk de duurzame veiligheid voor de gehele dijkkring 34a Geertruidenberg, maar ook een eventuele optimale natuurontwikkeling in de Slikpolder, wordt bemoeilijkt zonder dat er een visie is ontwikkeld op wat de gemeente met de Slikpolder wil. Ondertussen ligt er ruim 8 centimeter aan belangwekkende stukken over dit project, die als grondslag dienen voor de uiteindelijke keuze die het dagelijks bestuur van het waterschap met inachtneming van alle adviezen gaat maken. Ik heb niet de indruk dat de gemeenteraad, die door het college van B&W betrokken is bij het adviesproces van de gemeente Geertruidenberg, geheel op de hoogte is van de inhoud van die ruim 8 centimeter. Van de geluiden uit de gemeenteraad en uit de openbare behandeling maak ik op dat veel van de opvattingen, die in de gemeenteraad leven, gebaseerd zijn op het geruststellen van een deel van de burgerij die uitzicht heeft op de Slikpolder, onder het motto: wij willen vooral geen jachthaven! Het rare is dat de gemeenteraad als enige kan bepalen of er ooit wel of geen jachthaven komt. Een besluit over een jachthaven heeft niets, maar dan ook niets met een besluit van het waterschap over de dijkverbetering te maken. Ik zou mij als raadslid te kort gedaan voelen als ik mij zonder visie op de toekomst moest uitspreken over een zaak die heel bepalend kan zijn voor die toekomst. Een eventuele dijkverlegging maakt voor de Slikpolder geen enkele toekomstvariant onmogelijk. Natuurontwikkeling kan, een uitloop c.q. recreatiegebied blijft mogelijk, een jachthaven blijf mogelijk, enzovoort. Wat ik volstrekt onderbelicht vind in de gemeentelijke discussie zijn alle voor- en nadelen van de varianten van de Slikpolder. Als voorbeeld een citaat uit de concept Milieueffectrapportage: “Een bijzondere kans voor Natura 2000 is er duidelijk wel. Door het verleggen van de dijk ontstaat een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking. Dit levert een type natuur op waar de Biesbosch beroemd mee geworden is, met uitstekende mogelijkheden voor recreatie. De wens van de gemeente om de Biesbosch dichter bij de bewoners van Geertruidenberg te brengen kan op geen betere wijze gerealiseerd worden. De polder kan zelfs aan het Natura 2000-gebied worden toegevoegd. De doelsoorten blauwborst, rietzanger en bruine kiekendief zijn er als aanwezig.” Of er bij een dijkverlegging een buitendijkse kwelder onder invloed van getijdewerking ontstaat, is een eigen gemeentelijke keuze. Maar welke betere bescherming dan een Natura 2000 status zou het gebied nog meer kunnen bieden? Tevens is mij wel duidelijk dat door het participatieproces allerlei verwachtingen zijn ontstaan, die niet altijd ingevuld kunnen en zullen worden en dat dit tot teleurstellingen zal kunnen leiden, terwijl dat niet terecht hoeft te zijn, wat de inbreng van ieder ook is. Uiteindelijk beslist het dagelijks bestuur  met daarbij de inbreng van een iedere participant meewegend.

Tijdens het participatieproces zijn er al heel wat schetsen van de plannen aangepast. Als het over de Slikpolder gaat zijn er nu alternatieven uitgewerkt van de eventuele dijkverlegging die tegemoet komen aan de opmerkingen van aanwonenden zoals: een alternatief waarbij een bomenlaantje wordt gespaard, het schouwpad naar de buitenzijde wordt verlegd en de dijksloot wordt verbreed en verdiept en eventueel de beschermingszone en het gebied tot de woningen worden gedraineerd. Dit laatste om een huidig probleem van de bewoners (een hoogstand van het grondwater, waar het waterschap formeel niets mee van doen heeft) zo mogelijk te verlichten. Door de inbreng van derden, zoals de aanwonenden, wordt en is op die manier die mogelijke variant verbeterd. Dus ook als het dagelijks bestuur zou kiezen voor de dijkverlegging is er door de gewaardeerde inbreng van de bewoners het nodige verbeterd en heeft hun inbreng zeker zin gehad. 

Het dilemma, waar ik en straks het dagelijks bestuur voor staan, is een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en de taak van het waterschap is om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Dat kan betekenen een dijkverlegging waarbij, mede door het creëren van ‘ruimte voor de rivier’ en voorland, een hogere graad van veiligheid dan de normen kan worden bereikt. Hierbij wordt dan tevens een bijdrage geleverd aan de veiligheid van anderen dan de inwoners van dijkkring 34A en kan dan ook, indien er bijvoorbeeld na 2050 opnieuw een dijkverbetering aan de orde is, die verbetering eenvoudiger en goedkoper worden. Dan lijkt de keuze simpel en dat is die in principe ook. Maar ik ben ook een volksvertegenwoordiger en ik heb een groot gevoel bij de inbreng en wensen van anderen. Dit is niet alleen vanwege het ‘draagvlak’ dat altijd makkelijk is als het op uitvoering aankomt. Toch kan het geen ‘u vraagt, wij draaien’ zijn. Daarvoor zijn het proces en de doelstellingen te complex en te belangrijk. Wel wil ik graag het gevoel krijgen dat iedere deelnemer bezig is geweest met hetzelfde onderwerp, de dijkverbetering. Dat heb ik nu bij de gemeente Geertruidenberg niet. In de discussie binnen die gemeente spelen twee processen door elkaar. Ik besef heel goed dat Nederland een klein land is met veel mensen en veel belangen. Hierin is de Slikpolderdiscussie niet anders. De druk op de ‘ruimte’ is groot. Dit vereist een zorgvuldig proces en een visie op waarmee men bezig is, zodat de toekomst zoveel als mogelijk veilig wordt gesteld. Ik hoop dat de komende weken, tot de stuurgroepvergadering op 19 april, worden gebruikt om te komen tot een gewogen advies van onder andere de gemeente Geertruidenberg, zodat het dagelijks bestuur kan komen tot een goed besluit voor nu en in de toekomst. 

 

Door elke week bezig te zijn met water ontdek ik wel nieuwe informatiebronnen en andere routes om te komen tot kennisverrijking. Afgelopen week waren dat de website www.watertv.nl en de thema websites in opbouw www.baggerTv.nl en www.waterbouwTv.nl. Websites die stuk voor stuk een bezoek waard zijn.

4 april
In de morgen de vergadering van het dagelijks bestuur met als agendapunten onder andere: de kadernota, de aanvraag uitvoeringskrediet betonrenovatie Bath, de bestuurlijke/politieke omgeving van de dijkversterking in de Slikpolder en de positionering van het maatschappelijk belang versus de persoonlijke belangen in het gebied in relatie met het keuzesysteem dat uiteindelijk moet leiden tot een voorkeursalternatief, frauderisicoanalyse 2017 en sloten, oevers en dijken op orde.

Diverse PHO’s o.a. de stand van zaken Keenesluis en de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak.

5 april
PHO ter voorbereiding op de opnames ten behoeve van de inbreng van de drie waterschappen (Rivierenland, Brabantse Delta en het Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden), die betrokken zijn bij de bij de A27- verbreding.

Daarna de bijeenkomst van het Atelier Energie en Ruimte in de NHTV te Breda met een aantal interessante sprekers. Het sterkste verhaal voor mij was van Frans Melissen van de NHTV, die vertelde dat zijn leerlingen heel gemotiveerd waren om binnen hun vakgebied te gaan voor duurzaam. Maar het verhaal vertelde ook dat ze boos waren op ‘onze’ (in de zaal zaten voornamelijk grijze duiven zoals ik) generatie over de ecologische puinhoop waar wij ze mee hadden opgezadeld. “Wij hadden het verpest!”. Dat konden de overwegend grijze toehoorders in hun zak steken. De beste bemerking was wat mij betreft van Frits de Groot van VNO/NCW. Hij wees op het gegeven dat veel belasting- en subsidiemaatregelen terecht komen bij de ‘elite’. Zij hebben het geld en de daken om de zonnepanelen weg te leggen en het geld om te isoleren of om elektrische auto’s te kopen of te leasen. Als dan ter financiering van die subsidies de energiebelasting stijgt, worden die relatief veel opgebracht door de mensen met de laagste inkomens zij hebben immers vaak de slechtst geïsoleerde huizen. 

6 april
De opnames van de inbreng van het waterschap over de A27 en onze zorgen bij de realisatie van drie nieuwe bruggen. Ik zelf had de locatie bij de brug over de Bergse Maas bij Raamsdonksveer gekozen als icoon voor hoe het niet moest. Nu niet opnieuw ruimte van de rivier stelen. Dus spaar het rivierbed! 

Louis van der Kallen