OVER WATER – 161: IS UITSTEL NU EINDELIJK AFSTEL? (HOERA!?)

 

| 03-11-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 161: IS UITSTEL NU EINDELIJK AFSTEL? (HOERA!?)

 

De kogel lijkt door de kerk. De kop in BNdeStem was “het Volkerak-water wordt (nog) niet zout”. “Zeker tot 2031 is er geen geld voor”. Op het Kennis Congres Oosterschelde sprak ik afgelopen week diverse ‘belanghebbenden’, zoals mensen van Rijkswaterstaat, Zeeuwse bestuurders en vertegenwoordigers van natuur- en cultuurorganisaties. Ik kreeg zelfs een enkele felicitatie. Hun bijna algemene opinie was: het zijn nu nog achterhoede schermutselingen met losse flodders om de gezichten te redden. Ik wil niet te vroeg juichen. Maar ik heb met mijn ruim 15 jaar lange strijd tegen de verzilting wel wat punten gescoord. Het Volkerak-Zoommeer dossier op mijn website en op de website van Ons Water kent 77 bijdragen, meer dan 70 van mijn hand.

Mijn eerste bijdrage aan dat dossier was in het debat in de Staten van Noord-Brabant in juni 2003 bij de bespreking van de Integrale visie deltawateren. Voor het eerst in 12 jaar statenwerk had ik mijn bijdrage op papier gezet. In mijn laatste Staten vergadering wilde ik een statement maken en niets vergeten. Want ik beschouwde het onderwerp als van uiterst belang voor de toekomst van mijn gemeente en regio. Ik stond toen alleen. Geen andere fractie steunde mij. Van de natuur- en cultuurorganisaties kreeg ik het verwijt dat ik er ‘niets van begreep’. Een enkeling verklaarde mij gek en een notoire dwarsketel. Maar in de daarop volgende 15 jaar kreeg ik steeds meer medestanders. Ook steeds meer mensen die actief waren in de milieubeweging gingen erkennen dat ik een aantal goede argumenten had. Mogelijk heeft de droge zomer van 2018 er nog een aantal over de streep gehaald, waardoor de prioriteiten steeds meer verschoven en men het eminente belang van de in omvang tweede zoetwater voorraad in Nederland steeds meer gaat inzien. Het is jammer dat 15 jaar discussie nodig was om meer neuzen de goede kant uit te krijgen. 15 jaar dat er niet adequaat is omgegaan met het waterbeheer. Veel onderhoud aan sluizen en waterwerken zijn uitgesteld, met een sluipende verzilting als gevolg. Ook veel beleid van provincies, gemeenten en waterschappen is niet optimaal gericht geweest op de met zoet water te behalen doelstellingen, want men dacht dat het Volkerak-Zoommeer systeem zout zou worden. Er is veel tijd en geld verspild. Kansen niet gegrepen. Het wordt tijd dat politici meer gericht op de langere termijn gaan denken en gaan beseffen dat ‘bouwen met de natuur’ een andere tijdshorizon kent dan de door mensen gewenste. De natuur ken haar eigen tempo en dat zullen wij mensen meer moeten gaan beseffen. Ik wil niet victorie kraaien. Want politici doen veel naar de waan van de dag. Twee warme-natte zomers en hun wereld is weer een andere. Ik ben voorlopig blij met het uitstel dat volgens vele ‘belanghebbenden’ afstel is. Ik hoop wel dat de betrokken provincies, waterschappen en gemeenten zich nu realiseren dat men rekening moet gaan houden met zoet blijven. Ook een zoet Volkerak-Zoommeer heeft een aantal rijke potenties. Ga ze gebruiken en begin met het achterstallig onderhoud snel in te halen. De natuur zal ons dan in haar eigen tempo belonen.         

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 160: WIE IS VERANTWOORDELIJK?

 

| 27-10-2018 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 160: WIE IS VERANTWOORDELIJK?

 

Op zaterdag 20 oktober stond er een Interview in de NRC met de oprichters van “The great bubble barrier” met de kop “Wie is verantwoordelijk voor plastic in de rivieren?”. De kop werpt een terechte vraag op. Drie dames spraken en dachten in een kroeg in Amsterdam na over het probleem van de plasticsoep in de oceanen en kwamen op het idee van een bellenscherm. Niet zo gek als je bedenkt dat een dergelijke scherm ook werkt tegen zout indringing. Met hun idee wonnen ze 500.000 euro bij de Green Challenge (een duurzaamheidsprijs van de Postcode Loterij). 

De opgeworpen vraag heeft een groter bereik dan de rivieren en kanalen. Ook als waterschapbestuurder krijg ik met regelmaat het gevoel dat ‘niemand’ zich verantwoordelijk voelt voor het probleem. Wat als gemeenten of bedrijven het plastic samen met de afgevallen bladeren in de wegbermsloot blazen? Dan plotseling schijnt het waterschap of een aanliggende boer de verantwoordelijkheid (in de vorm van ontvangstplicht)  te moeten dragen. Wat te denken van alle plastic troep dat voor een stuw of gemaalrooster zich ophoopt?
Volgens het artikel blijkt ook dat Rijkswaterstaat zich niet verantwoordelijk voelt. “Geen budget”, dus klaarblijkelijk geen taak. Laat maar in de zee stromen schijnt de gedachte te zijn. We gaan, zo lijkt het,  eeuwen terug toen ook niemand zich verantwoordelijk voelde voor wat in de ‘open riolen’ verdween en uiteindelijk in de zee terecht kwam. Gemeenten hebben budgetten voor zwerfafval. Hoe ze die taak oppakken is echter niet aan landelijke normen onderhevig. Wie is verantwoordelijk en wie pakt het op? Het is goed dat er initiatieven zijn om de oceanen op te ruimen. Maar het is veel kosten effectiever als er voorkomen wordt dat het plastic de zeeën en oceanen bereikt. Het idee blijkt niet alleen relatief simpel, het blijkt te werken, zo heeft een proef met onder andere de medewerking van Rijkswaterstaat in de IJssel bij Kampen uitgewezen. Het bellenscherm blijkt geen probleem voor vissen en geen probleem voor de scheepvaart. Nu nog partijen die zich verantwoordelijk gaan voelen. 

Gelezen
“NAT & DROOG” met als subtitel “Nederland met andere ogen bekeken”. Een boek uitgegeven door Architectura & Natura omdat het op 27 maart 1998 twee honderd jaar geleden was dat door het ‘vertegenwoordigend lighaam des Bataafschen volk’ Rijkswaterstaat werd ingesteld. Een boek dat helder maakt waarom er nauwelijks Nederlanders zijn die wakker liggen vanwege het gevaar van het water. Wij vinden ‘droge voeten’ immers heel gewoon. Bezoekers van dit land kijken daar heel anders tegen aan en verbazen zich er over dat een compleet volk zijn vertrouwen geeft aan de beheerders van het water. Raar? Niet echt. Rijkswaterstaat en de waterschappen waken over ons. “NAT & DROOG” laat zien hoe het zover gekomen is. Hoewel het boek 20 jaar geleden is uitgegeven, is het in mijn ogen nog steeds actueel. 

“Klimaat in Beweging” geschreven door meteoroloog en weerman Harry Otten en uitgegeven in 2006 door Tirion uitgevers BV. Verbijsterend hoe snel de in het boek aangegeven trends bewaarheid worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 159: KANSRIJK STADSWATER

 

| 20-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 159: KANSRIJK STADSWATER

 

Op dinsdag 16 oktober was de start van de week van Ons Water. Dat is een landelijke actieweek om water meer in de belangstelling te krijgen van de burgerij. In het waterschap Brabantse Delta werd er ter gelegenheid van de start een symposium ‘kansrijk stadswater’ georganiseerd in Breda. Onderdelen waren een waterwandeling langs de singel, een gesprek met wethouder Paul de Beer en dijkgraaf Kees Jan de Vet en een drietal presentaties. Met als onderwerpen:
– De keuzewijzer stadswater, een analyse naar kansrijke maatregelen.
– Kansen voor water bij stedelijke vernieuwing.
– Bewonersparticipatie tegen blauwalg.
Tevens was er een ‘waterdebat’ aan de hand van stellingen.

Het was een leerzame en ook deels teleurstellende middag. Bij de wethouder, de dijkgraaf en bij twee van de drie sprekers kwam het woord hittestress niet over de lippen. De derde spreker vermeldde hittestress alleen als een onderwerp dat voorkwam in de beleidsvoornemens van het waterschap (de Dommel) in relatie met stedelijk water. Nog steeds zit ‘hittestress’ niet tussen de oren van beleidsmakers en van stad- en waterschapbestuurders. Jammer want ‘hittestress’ kost doden en tast in zomers als die van 2018 de kwaliteit van leven aan in binnenstedelijke gebieden. Juist de combinatie van water en groen en het doorlaatbaar maken van de bodem pakt ‘hittestress’ aan. Wat mij betreft is volgend jaar het thema van de week van Ons Water hittestress. 

Het ‘waterdebat’ leverde mij wel enkele verbaaspunten op. Eén van de stellingen was: “Stadswater moet eigendom worden van bewoners.” Zeker 80 % van de symposiumbezoekers was die mening toegedaan. Nu is het zo dat de symposiumbezoekers brave ambtenaren en bestuurders zijn, die goed voor hun eigendommen zorgen. Ik zie echter als kritisch beschouwer met grote regelmaat eigendommen verpauperen. Niet iedere eigenaar gaat goed om met zijn eigendom. Stadswater behoort in mijn denken publiek eigendom te zijn en te blijven. Eigendomsrechten gaan ver in Nederland en overheden zijn slecht in het afdwingen van onderhoud of de onderhoudsplicht.

Wat mij verbijsterde is de toegedachte ‘rol’ van de overheid. Het antwoord van vrijwel alle aanwezigen: faciliteren, stimuleren, motiveren en meer van dat soort mooie gemeenplaatsen. Het leek een bijeenkomst van een kerkgenootschap die het blijde evangelie verkondigde. Uiteindelijk is de overheid de machtsfactor. De Dikke van Dale geeft als eerste verklaring; “macht, gezag”! Geloof in het goede van de mens is aardig, maar de overheid stelt de regels. Kijk maar naar de website www.overheid.nl. “Beleid & regelgeving” is een  kernpunt. Goed betaalde ambtenaren en bestuurders leven in hun eigen wereld waar zij en hun collega’s genoeg hebben aan faciliteren, stimuleren, motiveren enzovoort om datgene te doen wat wenselijk is. Maar in de wereld buiten hun cocon is de werkelijkheid dat er veel onwenselijkheden zijn, zoals mensen die de eendjes voeren, een visvoertje leggen, de hondendrollen niet opruimen en afgevallen bladeren met bladblazers het water in blazen en met dat alles blauwalg veroorzaken. En als alle gesprekken, aanspreken, informatiebordjes, opruimacties niet helpen, dan moeten er soms gewoon de regels gehandhaafd worden. Geloof me, de overheid is er voor het gezag en soms de macht. Handhaven dus.  Je maintiendrai staat niet voor niets in ons Rijkswapen!

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

| 13-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

De afgelopen honderd jaar is de groei van steden versneld en is mede om redenen van volksgezondheid  het afvoeren van het afvalwater en het hemelwater door middel van ondergrondse riolen in stedelijk gebied de standaard geworden. Door de veranderingen in het klimaat zal de intensiteit van buien toenemen met grotere neerslaghoeveelheden met overbelasting van de riolen als gevolg. Ook ontstaat het inzicht dat schoon hemelwater niet in ondergrondse riolen en voor veel geld afgevoerd en gereinigd hoeft te worden. Water moet de bodem in! Infiltratie van het regenwater in de bodem helpt bij de noodzakelijke vermindering van hittestress. Water in de bodem werkt door verdamping koelend in warme perioden. In stedelijk gebied is veel oppervlak verhard omdat het onderhoud dan goedkoper zou zijn. Maar water door riolen afvoeren kost ook geld en de schaden door wateroverlast nemen ook toe. Nederland zal op een andere manier met regenwater om moeten gaan. Dat kunnen overheden niet alleen. Ook de hulp van burgers is nodig te beginnen met de eigen tuin en het eigen dak van huis of schuur.

Wat kunnen burgers zelf? Wat tips.

  • Eruit die tegels (operatiesteenbreek). Gras is een goed alternatief. Bij langdurige hitte wordt uw omgeving dan ook nog eens minder warm en koelt het in de zomernachten beter af.
  • Ook houtsnippers, waterdoorlatende tegels, grind, schelpen en cacaodoppen zijn goede tegel vervangers.
  • Ontkoppel de regenpijp en sluit die aan op een vijver of regenton.
  • Gebruik regenwater om het toilet door te spoelen.
  • Zet wormen uit in je tuin. Zij verbeteren de grondstructuur zodat de grond beter water kan opnemen.
  • Creëer hoogteverschillen in de tuin zodat het water van bijvoorbeeld een terras makkelijk afvloeit naar een lager gelegen deel waar het water in de grond kan trekken.
  • Kies planten die veel water verdampen en regenbestendige soorten, zoals munt, lavendel, pinksterbloem, gagel, kardinaalsmuts of bomen zoals de meidoorn, de knotwilg of een plataan.
  • Kies voor een groen dak of gevelbeplanting. Ze leveren ook een bijdrage aan de aanpak van hittestress.

Maar ook gemeenten moeten aan de slag met bijvoorbeeld de toepassing van waterdoorlatende verhardingsmaterialen. Te denken is aan: grasbetonstenen, poreuze klinkers, klinkers met open voegen of losse materialen als grind, steenslag, schelpen of houtspaanders. Maar ook combinaties zoals mengsels van steenslag en gras en open bestratingspatronen. Als er meer ruimte is en de bodem geschikt, kan hemelwater ook van daken en verharde oppervlakken direct naar grasvelden, plantsoenen, wadi’s of oppervlaktewateren als brand- en hemelwatervijvers geleid worden ter infiltratie. Ook aangelegde infiltratie-stroken/kratten/putten en grindbakken/koffers, waterpleinen en groene daken kunnen afhankelijk van de situatie goede alternatieven zijn. Positieve effecten kunnen zijn: aanpak verdroging natuur, vermindering hittestress, verbetering luchtkwaliteit, verbetering van de biodiversiteit en verhoging van de belevingswaarde van een meer groene omgeving.

Binnen steeds meer gemeenten komen raadsleden en wethouders met ideeën om de verstening aan te pakken. Ik schreef eerder een artikel over het idee ‘tegeltax’ een idee van een Aalburgse wethouder. Nu kwam ik in het vakblad Riolering een artikel tegen met de titel “Limiet stellen aan verstening bij kaveluitgifte”. De CDA fractie van de gemeenteraad van Dalfsen heeft het college van B&W van Dalfsen gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken, om bij kaveluitgifte het aantal m2 verharding te maximaliseren. Ik vind dat een goed idee en passend in het streven van overheden om het stedelijk gebied klimaatadaptief te maken.  Een andere route volgt de gemeente  Son en Breugel. Daar wordt een voorstel besproken om de rioolheffing te differentiëren. Verlaging/beloning voor burgers en bedrijven die verharding verwijderen.

We moeten het samen doen en bedenk dat als vrijwilligheid niet werkt ‘tegeltax’ een reëel alternatief kan worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 157: RESISTENTE BACTERIËN EN OVER BIOPLASTIC

 

| 06-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 157: RESISTENTE BACTERIËN EN OVER BIOPLASTIC

 

De afgelopen jaren schreef ik een paar keer over resistente bacteriën. In november 2015 het artikel “resistente bacteriën en onze zuiveringen”. In december 2016 over de kennis in dit kader het artikel medicijnresten in onze zuiveringen. En in maart 2018 het artikel “medicijnresten in water: een groeiend probleem”.  

De afgelopen week was er over dit onderwerp en over Phario een openbaar debat op de beursvloer van de innovatie expo op het RDM terrein op de Heijplaat te Rotterdam. Ik was door de innovatie manager van het waterschap Brabantse Delta gevraagd om haar te helpen bij het publiek debat. Een beetje als eventuele gangmaker als dat nodig zou zijn. De onderwerpen werden ingeleid door presentaties. Die over resistente bacteriën door een spreekster van Wetsus.

Naar resistente bacteriën wordt steeds meer onderzoek gedaan, maar tot een echte aanpak in onze rioolwaterzuiveringen komt het nog niet. Terwijl in Duitsland en Zwitserland hier wel concrete stappen toe worden gezet. Zoals gebruikelijk is de vraag: wie gaat dat betalen? Ik acht de groeiende gezondheidsrisico’s zodanig dat er nu echt aan de slag moet worden gegaan met de aanpak van bacteriën in onze zuiveringen en in de effluent lozingen. Nu komen er steeds meer resistente bacteriën in het oppervlaktewater terecht. Dus ook in oppervlaktewater dat gebruikt wordt om  drinkwater van te maken. De risico’s nemen toe en dat zou moeten betekenen dat met de aanpak haast moet worden gemaakt. Wie het gaat betalen is dan een zaak waar de dames en heren politici desnoods later besluiten over moeten gaan nemen.

Het Phario project (bioplastic uit afvalwater) werd ingeleid door een presentatie van Etteke Wypkema van het waterschap Brabantse Delta. Dit project is toe aan een opschaling naar een industriële aanpak. Dit vraagt de inzet van ondernemers, zowel bij de productie als bij de toepassing van bioplastic. De PHA, die nu op kleine schaal uit afvalwater wordt geproduceerd, kan bruikbaar zijn voor tal van toepassingen. Gezocht wordt naar ondernemers die de uitdaging aannemen en aan de slag willen om te komen tot een meer duurzame samenleving en niet te benauwd zijn met dit soort materialen te werken. Waar zijn de AKZO’s en DSM’s van de wereld die willen gaan voor een echt duurzaam imago. Niet om zich zo’n mooi imago aan te meten maar om echt duurzaam te worden.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 156: DE UNIE BELASTINGVOORSTELLEN

 

| 29-09-2018 | 09.20 uur |


 

OVER WATER – 156: DE UNIE BELASTINGVOORSTELLEN

 

In de afgelopen Algemene Bestuursvergadering van het waterschap Brabantse Delta zijn de Unie voorstellen voor een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen besproken. Daar heb ik namens mijn fractie Ons Water / Waterbreed het woord gevoerd over dit voorstel.

Mijn verwoording van de gevoelens van onze zevenkoppige fractie viel in goede aarde bij het overgrote deel van de vergadering. Er is grote waardering voor de inspanningen van de CAB commissie van de Unie. Anderzijds is er verbijstering over de rigoureuze voorstellen. Ik schreef eerder over de effecten voor de tarieven. De effecten voor met name de tarieven voor ongebouwd (de landbouw en de natuurterreinen) en voor meer-persoonshuishoudens zijn zo gigantisch, dat ze niet alleen onacceptabel zijn, maar vooral niet passend zijn in onze traditie van geleidelijkheid en het zoeken van een breed draagvlak, veelal gevonden in een goed compromis.

Het uit 2014 stammende OESO-rapport “Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?” was het startpunt van onderzoek naar een aanpassing van het belastingstelsel, waarin werd geconcludeerd dat de organisatie van het Nederlandse waterbeheer goed is geregeld, maar dat het schort aan waterbewustzijn bij de bevolking. De OESO deed de suggestie om economische prikkels in te voeren door vervuilers/gebruikers meer te laten betalen. Ik stelde toen naar aanleiding van dat OESO rapport in een brief aan het Dagelijks Bestuur van het waterschap Brabantse Delta een hele reeks van vragen. Ik waardeer het meedenken van OESO deskundigen, maar Nederland is een geval apart. Nederland en haar inwoners hebben een lange geschiedenis met de strijd tegen en het beheer van water. Niet dat wij de wijsheid in pacht hebben, maar deze geschiedenis met het water heeft ons gebracht waar we nu zijn en ligt ten grondslag aan hoe we de heffingen geregeld hebben. In Over Water 136 schreef ik over de heffingssystemen en tariefstructuur uit het midden van de negentiende eeuw. 170 jaar geleden was bijvoorbeeld de heffingsverhouding tussen landbouwgronden en natuurgronden bijna dezelfde als nu. Mijn slotvraag in dat artikel was: “Hebben we het al die tijd fout gedaan of is het aanhangen van het kostenveroorzakingsprincipe een rimpeling in de tijd, een modeverschijnsel? Ik voel meer voor het profijtbeginsel in combinatie met het draagkrachtbeginsel.”

Nu is de knuppel, met het CAB voorstel, in het hoenderhok gegooid. Was dat nodig en is het dienstbaar? De hoenders waren rustig. De eieren werden op tijd gelegd. Er werd op tijd op stok en van stok gegaan en de haan (de belastingontvanger) kwam ook aan zijn trekken. Voor mijn gevoel is de spreekwoordelijke knuppel nu een vos met streken, die tot het hok is doorgedrongen. Hoe groot wordt de schade aan de bestuurlijke verhoudingen als iedereen alleen gaat kijken naar zijn belang of het belang van de belastingbetalers die hij of zij vertegenwoordigt? De ingezetenen voor de ingezetenen, het ongebouwd voor de boeren, het bedrijfsgebouwd voor de lozende bedrijven en de vertegenwoordiger voor natuurterreinen voor de terreinbeheerders. Weg de traditie van het ‘polderen’. Ik ben bang dat de pleiters voor het opheffen van de waterschappen straks door het onderlinge gekrakeel nieuwe munitie krijgen voor hernieuwing van de opheffingdiscussie. In het vergroten van de ‘schuifruimte’ bij een toekomstige kostenverdeling, ter mogelijke compensatie van de enorme tariefverschuivingen, zie ik niets goeds. Dit kan leiden tot een verdere politisering van de waterschapsbesturen en onwerkbare bestuurlijke verhoudingen.  

Zijn de huidige belastingsystemen zo verkeerd dat ze enorme aanpassingen noodzakelijk maken? Op de weeffout na, denk ik het niet. Ja, ze zijn voor de leek moeilijk te begrijpen. Maar ook de nieuwe systemen zijn vrijwel onuitlegbaar. De CAB voorstellen zijn, in mijn ogen, een nucleair explosief dat op scherp is gesteld. Nucleair omdat het de goede onderlinge verhoudingen die door eeuwen ‘polderen’ zijn opgebouwd volledig kan vernietigen. Iedereen begrijpt de uitgangspunten van de OESO en onderschrijft die tot op zekere hoogte. Maar de rigoureuze vertaling naar de CAB voorstellen dreigen veel kapot te maken.

Wij Nederlanders hebben in eeuwen zelforganisatie van het waterbeheer, met begrip voor elkaars belangen, iets moois en werkbaars opgebouwd. Laten we dat koesteren en verder gaan in het met kleine stapjes verbeteren van de water- en belastingsystemen die wij hebben. Het is goed dat de OESO leerpunten heeft aangereikt. Maar laten we vasthouden aan onze traditie van veranderingen in geleidelijkheid en op basis van het profijtbeginsel gecombineerd met het draagkrachtbeginsel.

Louis van der Kallen

 


IN MEMORIAM PETER FRANKEN

 


| jaar 1 | nr. 002 | 29-08-2018 |

 

(geluid aanzetten in video)

 


 

 

OVER WATER – 154: GELEZEN

 

| 15-09-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER – 154: GELEZEN

 

“Het bedwongen bos” met als subtitel “Nederlanders & hun natuur”, geschreven door Dik van der Meulen, uitgegeven in 2009 door uitgeverij SUN. “Het bedwongen bos” gaat over de opzienbarende veranderingen in het doen en denken van de Nederlanders. Het boek geeft een prachtige inkijk in ons denken en doen over en met de bossen in onze omgeving. Het meest sprak mij hoofdstuk 5 “het polderbos” aan. Niet alleen omdat het Mastbos een paar keer in de tekst voorbij komt, maar ook vanwege een enkel Duits gezegde in het boek, wat alles zegt:

  • Het woud verplegen
    Brengt aan allen zegen

Reeds in 1898 publiceerde A.J. van Schermbeek een boek “Het bosch” waarin hij pleitte voor de aanleg van gemengde bossen, waar de natuur zichzelf regelde. In 1889 begon hij als bosbouwer in de domeinbossen bij Breda en creëerde daar een rendabele houtvesterij door zijn theorie over de ontwikkeling van gezonde gemengde bossen in praktijk te brengen. Helaas pas 120 jaar later komt er provinciaal beleid om middels verloving van de bossen in Noord-Brabant de weerbaarheid van de bossen te verbeteren.

In “Het bedwongen bos” is het volgende citaat uit “Het bosch” opgenomen: “Een ieder die zich met het Nederlandsche bosch bezig houdt moet doordrongen zijn van de noodzakelijkheid in het boschbedrijf zooveel mogelijk de natuurkracht te laten werken, dan alleen zal aan voortduring van het bedrijf te denken zijn; terwijl elke moedwillige verkrachting van de natuur straffend op het bedrijf zelf terugwerkt.”. Immers in een goed verpleegd hakhoutbos is alles in evenwicht, was de boodschap. Ik raad iedereen die iets met het beheer van onze bossen te maken heeft “Het bedwongen bos” te (her)lezen.

Soms kom je geheel onverwachts een waterparel tegen in een stapel oude boeken,  die voor de boekenmarkt van de protestante kerk bestemd was. “Water belang in Ossendrecht”, geschreven door P.J. van den Bussche, tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van heemkundekring “Het Zuiderkwartier”. Het boekwerk behandelt het waterbeheer, (drink)waterwinning en (drink)watervoorziening in de delen van wat nu de gemeente Woensdrecht is. De kaarten, de informatie en foto’s bieden veel waterbeelden over wat we nu duiden als de Brabantse Wal. 

Een ander boek dat ik met veel plezier gelezen heb is “Douane te water”, “de geschiedenis van een vergeten dienst”, samengesteld door Geert Nieman en Anne-Marieke van Schaik, in 2006 uitgegeven door Barjesteh van Waalwijk van Doorn & Co’s.  Het was leuk te lezen dat van 1876 tot 1887 Willemstad in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta de thuishaven was van een zeilvaartuig dat in dienst van de douane de Zuid-Hollandse en Zeeuwse Stromen bevoer ter bestrijding van illegale praktijken en ter vulling van de rijkskassen.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 153: “GEEN PANIEK”

 

| 08-09-2018 | 07.30 uur |


 

OVER WATER – 153: “GEEN PANIEK”

 

In de september editie van “Het waterschap”, het officiële orgaan van de Unie van Waterschappen stond dit keer het ‘klimaat’ centraal. De inhoud van het artikel met de kop “Geen paniek” verbaasde mij zeer. Niet dat ik ‘paniek’ over de zeespiegelstijging wil promoten, maar lezing van dat artikel kan bij politici en bestuurders toch het gevoel voor de noodzakelijke urgentie van de aanpak van die zeespiegelstijging en de voorbereiding daarop, door versterking van onze waterkeringen en de strijd tegen verzilting, aantasten.

De accent tekst: “Gevoelsmatig denk ik dat we ook drie meter stijging wel aankunnen in Nederland”, kan een onterecht gevoel geven van ze lossen het tegen die tijd wel op. Ook de onder het kopje “Grootse daden” genoemde zaken, zoals het klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse klimaatwet, wekken de indruk dat we het lek wel boven hebben. Dat is mijn inziens geenszins het geval. Die ‘afspraken’ zijn vooralsnog slechts doekjes voor het bloeden, boterzacht en pakken de problemen niet echt aan. In het meest gunstige geval is er slechts sprake van enige vertraging. Maar de Trumps van deze wereld hebben geen oog voor de noden van toekomstige generaties of voor de toekomst van de laag gelegen gebieden en de bewoners daarvan. Wetenschappelijke dromers die dromen dat ‘de mensheid tot grootse daden in staat is’ en daar hun hoop op vestigen ondermijnen de, mijn inziens, noodzakelijke urgentiegedachte. 

De doelstelling van klimaatmaatregelen moet niet zijn beperking van de stijging van de CO2 concentratie in de atmosfeer, maar terugdringing! Van de inhoud van “Het Waterschap” verwacht ik dat zij een bijdrage levert aan dat bewustzijn. Wat ik ook verwacht van “Het Waterschap” en van de Unie van Waterschappen is een permanente inzet op de voorbereiding op de hogere zeespiegel en de daardoor toenemende verzilting. Voor en in heel Nederland! Die voorbereiding vereist een aanpak nu, gericht op de slechtste scenario’s.  Dus niet praten over “langs de kust een metertje er bovenop”, maar een echte aanpak. In het orgaan van de Unie van Waterschappen verwacht ik ook niet een soort van start van een discussie over lagere beschermingsniveaus. Laat staan een discussie waarin de suggestie zit de Waddeneilanden op te geven omdat “de verhouding tussen de kosten en de beschermende baten hier natuurlijk wel heel anders is dan langs de Hollandse kust.” Dit komt mij voor als elitaire Randstad praat. Nog even en Friesland of Zeeland, waar slechts 300.000 mensen wonen, worden door dit soort schrijvers en wetenschappers opgegeven.

Dit soort artikelen in het orgaan van de Unie van Waterschappen kunnen de indruk wekken dat de Unie de inhoud van dergelijke artikelen onderschrijft. Nu is het al zo dat de Randstad een hoger beschermingsniveau kent dan ‘perifeer’ Nederland. Maar het moet niet gekker worden!  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 152: DE PRIJS VAN CO2 EN HET PAS PROJECT WESTELIJKE LANGSTRAAT

 

| 01-09-2018 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 152: DE PRIJS VAN CO2 EN HET PAS PROJECT WESTELIJKE LANGSTRAAT

 

De prijs van CO2

De prijs van de CO2 heffing in het ETS-systeem was deze week veel in het nieuws. De afgelopen jaren ging de  discussie over een te lage prijs, die niet effectief genoeg was om CO2 uitstoot te reduceren en daarom in het huidige regeerakkoord verhoogd wordt.

Na een stevige stijging in de afgelopen maand is de vraag wat de effecten van een hoge CO2-prijs zijn? Hierover werd de afgelopen week geschreven in zowel het FD als de NRC. De NRC kop was “uitstoten gaat nu echt geld kosten”. De stijging komt vooral omdat de Europese Commissie het mes gaat zetten in de ‘rechten’ die geveild mogen worden. In het regeerakkoord is een minimumprijs genoemd van € 18 per één ton CO2 uitstoot, het FD noemt een prijs van € 50 “excessief”. In de NRC wordt een noodzakelijke prijs van 40 dollar in 2020 genoemd om in de richting te komen van de 2 graden die afgesproken is in het klimaatakkoord van Parijs en 50 tot 100 dollar in 2050. De kosten van de uitstootrechten worden uiteindelijk doorberekend aan de consument, die hiervan de koopkrachteffecten zal gaan ondervinden. Het gaat iedereen veel geld kosten, tenzij de opbrengsten uit de verkoop van uitstootrechten als dividend uitgekeerd zouden worden aan de burgers of andere belastinginkomsten evenredig zouden dalen. De opbrengsten zouden ook één op één gebruikt kunnen worden om de investeringen aan de eigen woning te doen die noodzakelijk zijn om de uitstoot te beperken.

Er zijn ook andere manieren om het CO2 probleem aan te pakken. Ik schreef daar eerder in Over Water 149 over. Bijvoorbeeld het gebruik van het mineraal olivijn, een magnesium-ijzersilicaat. Olivijn reageert snel met het CO2 in de atmosfeer. De eindproducten van de reactie zijn, afhankelijk van de samenstelling van het olivijn, magnesiumcarbonaat, siliciumoxide (zand) en ijzeroxide. Door op grote schaal olivijn te vermalen en het maalsel uit te strooien, bijvoorbeeld op onze stranden, wordt CO2 uit de lucht gehaald. De opbrengst van de CO2 heffing zou gebruikt kunnen worden om effectief en op grote schaal CO2 uit de lucht te halen door olivijn te vermalen en uit te strooien. We kunnen er onze kustverdediging mee versterken of gronden ophogen en tegelijkertijd de CO2 reductie doelstellingen van Parijs halen. Er is wel een neveneffect. Onze stranden worden dan groen. Dat is even wennen maar we zijn wel toe aan een ‘vergroening’ van onze samenleving. Wilt u als burger al aan de slag met uw eigen CO2 reductie? Olivijn is in Nederland verkrijgbaar bij GreenSand.

Het PAS project Westelijke Langstraat e.o.

Afgelopen week bezocht een informatie bijeenkomst over het Natura 2000 en PAS project Westelijke Langstraat in de Bloemenboerderij “de Langendam” te Waspik.

De natuur in Brabant heeft te lijden onder een teveel aan stikstof. Dit wordt vooral veroorzaakt door de industrie, verkeer en door landbouwactiviteiten. Noord-Brabant wil graag mooie natuur en een sterke, zich zelf ontwikkelende economie. Meer economische ontwikkeling betekent echter ook meer stikstofuitstoot. Dit is niet goed voor de natuur. Natura 2000-gebieden, zoals de Westelijke Langstraat, hebben veel last van teveel stikstof. De provincie Noord-Brabant heeft daarom een PAS project voor Noord-Brabant gestart waar de Westelijke Langstraat een onderdeel van is. 

De Westelijke Langstraat is een bijzonder en waardevol landschap tussen Waalwijk en Waspik met veel natuur en cultuurhistorie. Als gevolg van afgraven van het veen ontstond er een landschap met sloten en bewerkbare grond. Dit is het zogeheten ‘Slagenlandschap’ met lange smalle percelen omringd met elzenhagen. Een gebied waar het fijn wonen en werken is.

Verdroging en vervuiling door stikstof tasten de natuur in de Westelijke Langstraat aan. Daarom heeft de provincie Noord-Brabant het initiatief genomen om samen met Waterschap Brabantse Delta, Staatsbosbeheer en de gemeente Waalwijk de komende jaren nieuwe natuur te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat de bestaande natuurwaarden behouden blijven. Hiervoor worden onder andere landbouwpercelen omgevormd naar natuur. Cultuurhistorie, recreatie en landbouw krijgen ook ruime aandacht binnen het project. Accenten in dit project zijn kranswierwateren en blauwgraslanden.

In mijn perioden als DB lid was ik portefeuillehouder voor het project Westelijke Langstraat. Ik was dan ook zeer benieuwd hoe het project, nu het steeds meer in de uitvoeringsfase komt, vorm wordt gegeven. De informatie bijeenkomst gehouden in het gebied en op een inspirerende locatie stelde mij niet teleur. De twee inloopbijeenkomsten werden goed bezocht en alle betrokken organisaties waren goed vertegenwoordigd. Het waterschap combineert het PAS project met het ook toekomstbestendig maken van de waterhuishouding door het aanpassen van de waterhuishouding in het omliggende gebied.

Natuurlijk keek ik vooral naar de vertegenwoordiging van het waterschap goed herkenbaar, inclusief roze stropdas, die correspondeerde met de roze pijlen op de projectkaart. 

Louis van der Kallen