DELTA COMMISSIE – 0039

 


 

Bergen op Zoom, 15 september 2008

 

Aan de leden van het Algemeen Bestuur

van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geachte Collega’s,

De inkt van het op 25 juni j.l. ondertekende geactualiseerde “Nationaal Bestuursakkoord Water-actueel” is bij wijze van spreken nog niet droog of de uit het originele stuk van 2 juli 2003 herbevestigde uitgangspunten lijken alweer door het Rijk overboord te worden gezet.

Voor mij was de presentatie van een representant van Rijkswaterstaat, die betrokken is bij het project/planstudie “waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer”, een ogenopener, die bij mij de waakzaamheid ten aanzien van de plannen van de zogenaamde hogere overheden op oorlogsterkte bracht. Om scherp te stellen: bij verzilting van het Volkerak-Zoommeer-systeem geen zekerheid inzake de levering van voldoende zoet water via o.a. de Roode Vaart en geen zekerheid dat het Rijk daarvan de kosten op zich neemt.

Wat zei het NBW daarover? Niet afwentelen! En in de bijlage op pagina 19 van “Het Nationaal Bestuursakkoord Water-actueel” is te lezen: “Het Rijk financiert de noodzakelijke maatregelen in het waterhuishoudkundige hoofdsysteem. De waterschappen financieren in beginsel de noodzakelijke maatregelen voor de regionale watersystemen. Indien de taakstelling voor het regionale systeem groter wordt als gevolg van maatregelen die het Rijk (in het hoofdsysteem) uitvoert, dan zal het Rijk de extra kosten voor het regionale systeem vergoeden”. Hier lijkt voor Ons Water geen woord Chinees bij! Indien de Rijksoverheid betrouwbaar is, kan er dus geen twijfel zijn wie, als het Volkerak/Zoommeer-systeem zout zou worden, voor de kosten opdraait voor de alternatieve zoetwatervoorziening. Of denkt het Rijk er mee weg te komen middels artikel 21 van het NBW-actueel: “Dit NBW is niet in rechte afdwingbaar”.

Voor ondergetekende rijst dan de vraag dat – indien het Rijk de handtekening van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Huizinga-Heringa, niet meer serieus neemt – het opzeggen van dit NBW-actueel voor het waterschap Brabantse Delta een optie zou moeten zijn.

In de recent verschenen Bevindingen van de Deltacommissie: “Samen werken met water” wordt, als het gaat over alternatieve zoetwateraanvoer, de opmerking gemaakt (o.a. bij aanbeveling 8 die gaat over de Zuidwestelijke delta; Krammer-Volkerak Zoommeer): “Dit water mag voor de afnemers wel een reële prijs hebben.”

Dit is voor Ons Water één van de opvallende aanbevelingen in de ‘bevindingen’ van de Deltacommissie. Maar er zijn er meer die verbazingwekkend zijn.

In artikel 2 van de regeling tot instelling van de commissie duurzame kustontwikkeling d.d. 7 september 2007 (de Deltacommissie) is aangegeven waarover de Deltacommissie geacht wordt te adviseren:

a. de te verwachten zeespiegelstijging, de wisselwerking tussen die stijging en de afvoer van de grote Nederlandse rivieren en andere klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen tot 2100-2200, die van belang zijn voor de Nederlandse kust;

b. de gevolgen van deze ontwikkelingen voor de Nederlandse kust;

c. mogelijke strategieën voor een samenhangende aanpak die leidt tot duurzame ontwikkeling van de Nederlandse kust, op basis van a) en b) en

d. daarbij voor deze strategieën aan te geven wat, naast de veiligheid voor het achterland, de maatschappelijke meerwaarde is voor de korte en lange termijn.

De Deltacommissie heeft artikel 2 op pagina 87 van haar ‘bevindingen’ als volgt vertaald:

“De Deltacommissie is door de regering gevraagd te adviseren hoe Nederland zo ingericht kan worden dat ons land ook op de zeer lange termijn veilig is tegen overstromingen en een aantrekkelijke plaats kan blijven om te leven. De commissie is daarbij gevraagd een bredere afweging te maken dan één die louter kijkt naar de gevolgen voor de veiligheid. Zij is ook gevraagd te onderzoeken waar synergie mogelijk is met andere maatschappelijke functies als wonen en werken, landbouw, natuur, recreatie, landschap, infrastructuur en energie. De commissie ziet een zee van kansen om verschillende functies en belangen te combineren met de noodzakelijke aanpak van de waterveiligheid”. De kust is dus heel (laag) Nederland geworden.

Op pagina 88 van de ‘bevindingen’ stelt de Deltacommissie: “Waterveiligheid is voor heel Nederland van belang. Een veilige delta is een collectief maatschappelijk belang waarvoor de overheid verantwoordelijkheid neemt en blijft nemen. Vanuit dat collectief maatschappelijk belang wordt het solidariteitsbeginsel gehanteerd: iedereen draagt financieel bij aan de waterveiligheid want iedereen heeft nu en in de toekomst belang bij een veilig Nederland.”

In dit kader is het van belang wat de Deltacommissie zelf als definitie hanteert als het om ‘waterveiligheid’ gaat. Het antwoord op deze vraag is te vinden op pagina 9 van de ‘bevindingen’: “In het advies speelt ‘waterveiligheid’ een cruciale rol. Hierbij gaat het om de bescherming tegen overstromingen en het veiligstellen van de zoetwatervoorziening.”

Het voorgaande is van belang om tot een beoordeling te komen van de aanbevelingen van de Deltacommissie in relatie met o.a. wie wat dient te betalen.

Bij de ‘bevindingen’ lijkt de Randstad het gebied te zijn waarover het gaat en niet zoals de Deltacommissie het zelf stelt: Nederland.

Als er over de zoetwater behoefte van West-Nederland (de Randstad) gesproken wordt dan wordt er niet verwezen naar: ”Dit water mag voor de afnemers wel een reële prijs hebben.”

Dan valt de zoetwatervoorziening onder de definitie van ‘waterveiligheid’ (pagina 9)!

De ‘zorg’ voor West-Nederland gaat ver en ten koste van anderen. De peilverhoging van maximaal 1,5 meter op het IJsselmeer is ten behoeve van de zoetwatervoorziening van West-Nederland. Maar het peil van het Markermeer blijft ongewijzigd, dit om de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam en Almere veilig te stellen. De door peilverhoging optredende onmogelijkheden van de stedelijke ontwikkeling van Kampen en plaatsen aan het IJsselmeer doen er klaarblijkelijk niet toe.

Keer op keer wordt duidelijk gemaakt: “De extreme afvoeren van de Rijn en Maas moeten dan via de Zuidwestelijke delta worden afgevoerd”. Dat klinkt in eerste instantie logisch. Maar als je er even over nadenkt, komt al gauw de gedachte op: waarom niet ook via de Haringvlietsluizen? Het antwoord is o.a. te vinden op pagina 66 de zoetwateraanvoer via het Spui van Voorne-Putten en de Hoeksewaard. Maar wat nog meer verbaast is de wens om bij hoge rivierafvoeren het hele Rijnmondgebied af te kunnen sluiten (variant ‘afsluitbaar open’), met als voordelen: ‘nieuwe perspectieven voor hoogwaardige gebiedsontwikkeling en mogelijkheden voor stadsfrontontwikkelingen met aantrekkelijke woonmilieus en natuur in de buitendijkse gebieden’. Wat een dergelijke variant betekent voor de gebiedsontwikkelings-mogelijkheden voor de Zuidelijke delta wordt niet in beeld gebracht. Noch de dan optredende afvoerproblemen in het werkgebied van de Brabantse Delta. Nu wordt ons die zogenoemde 2 meter in het kader van Ruimte voor de Rivier verkocht als een kans van eens in de 1400 jaar. Als het scenario van 130 centimeter uit zou komen, gaat de Randstad tot 7 maal per jaar ‘op slot’. Dan ziet die kansberekening van éénmaal per 1400 jaar er heel anders uit.

Helder blijkt de keuze voor West-Nederland als er te weinig zoet water is. Het water is dan nodig om de zoetwaterinlaatpunten voor de Randstad veilig te stellen. Als er echter te veel is, komt het onze richting uit.

Dat (toekomstige) tekorten aan zoetwater vaker op zullen gaan treden, erkent de Deltacommissie: “In het ‘extreemste’ KNMI-scenario kan er rond de volgende eeuwwisseling in een gemiddeld jaar een watertekort ontstaan vergelijkbaar met het tekort in het droogste jaar tot op heden, 1976.” Het KNMI-scenario uit 2006 geeft een vermindering van de gemiddelde Rijnafvoer in de zomer van 1700 m3/s naar 700 m3/s in 2100 aan. Juist met dat vooruitzicht is een zorgvuldig omgaan met het nu beschikbare zoete water van eminent belang. Een eerlijke waterverdeling, vastgelegd in waterakkoorden, is dan ook naar de mening van Ons Water geboden.

Ook de Nota van Antwoord van inspraak op de aanvullende startnotitie waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer bevat een interessante bemerking als het gaat over de risico’s van verzilting. Op pagina 4 is te vinden: “De achterwaartse verzilting van november 2005 toont aan dat onder de huidige omstandigheden, dus nog zonder een zout Volkerak-Zoommeer, problemen ontstaan ten aanzien van de beschikbaarheid van oppervlaktewater ten behoeve van landbouw-, drink- en proceswater. Naar verwachting zal deze achterwaartse verzilting ten gevolge van de klimaatverandering in de toekomst vaker kunnen optreden.” Een bevestiging dat de inlaat van (voldoende) zoetwater via de Roode Vaart niet bedrijfszeker is.

Tot slot enkele stellingen van de Deltacommissie:

– “De kosten als gevolg van lokale besluiten moeten niet op een andere bestuurslaag of de samenleving als geheel worden afgewenteld, maar gedragen worden door degenen die ervan profiteren.” (o.a. pagina 51)

Voor Ons Water is het omgekeerde dan ook geldig: De kosten als gevolg van bovenlokale- of rijksbesluiten moeten niet op een andere bestuurslaag worden afgewenteld, maar gedragen worden door degenen die ervan profiteren, ook als dat in een ander deel van Nederland is.

– “ook voor het Krammer-Volkerak Zoommeer zijn op de lange termijn alle beslissingen omkeerbaar.” (pagina 95)

Hoezo zout een duurzame oplossing!!!!!

Ons Water verzoekt alle categorieën bovenstaande bemerkingen van Ons Water te betrekken bij de fractievergaderingen zowel ten aanzien van het debat over het Rapport van de Deltacommissie als bij de behandeling van de standpuntbepaling van het waterschap inzake de Planstudie Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer.

Hier past duidelijke stellingnames:

– Geen afwenteling van problemen of kosten op ons gebied, onze inwoners, gemeenten of bedrijven.

– Als er voor andere gebieden kansen worden geschapen (zoals de variant ‘afsluitbaar open’), dan kan noch mag dat ten koste gaan van de kansen en ontwikkelingen in ons werkgebied.

– Nederland is meer dan de Randstad. De tijd van wingewesten ligt al meer dan 200 jaar achter ons.

– Als de zoetwatervoorziening voor de Randstad valt onder het begrip ‘waterveiligheid’, dan geldt dat ook voor de andere gebieden in Nederland.

– Als er gekeken wordt naar synergie van eventuele maatregelen dient er niet alleen naar synergieën voor de Randstad gekeken te worden, maar ook naar die voor andere gebieden.

– Als de kosten voor lokale besluiten niet afgewenteld mogen worden op andere bestuurslagen, dan ook niet de kosten veroorzaakt door bovenlokale of rijksbeslissingen.

– Er dient een pondspondsgewijze verdeling te komen van zoetwater in geval van schaarste en dit dient vastgelegd te worden in waterakkoorden, die dienen in rechten afdwingbaar te zijn. Dus geen vrijblijvende overeenkomsten zoals het Nationaal Bestuursakkoord Water dat met artikel 21 van dat ‘akkoord’ als puntje bij paaltje komt van nul en generlei waarde is.

In afwachting van het debat op 1 oktober.

Met vriendelijke groet,

namens Ons Water

Louis van der Kallen

 


MOTIE PRIMAIRE WATERKERINGEN – 0040

 


 

M O T I E

 

Het algemeen bestuur van het Waterschap Brabantse Delta in vergadering bijeen op 1 oktober 2008, behandelend de brief van de Unie van 1 juli 2008

Overwegende dat:

– waterveiligheid in brede zin van belang is voor heel Nederland. Met dat voor ogen heeft de Deltacommissie, als één der uitgangspunten geformuleerd (pagina 41 van haar ‘bevindingen’): “Waterveiligheid is een collectieve, nationale verantwoordelijkheid. Dat was het van oudsher en dat blijft zo. De overheid waarborgt dit. Vanuit die collectieve verantwoordelijkheid wordt het solidariteitsbeginsel gehanteerd”.

– de normen waar aan in de brief van de Unie aan de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat d.d. 1 juli 2008 gerefereerd wordt, dateren uit de jaren zestig van de vorige eeuw.

– “De Deltacommissie vindt dat de normen en de toetssystematiek moeten worden aangepast” (pagina 49) Als streef datum vermeldt de Deltacommissie 2013.

– het nu prematuur is om als waterschappen uit te spreken dat, nadat er voldaan is aan de huidige normen, de waterschappen, inclusief het waterschap Brabantse Delta, bereid zijn vanaf dat moment de verantwoordelijkheid voor de primaire keringen te gaan dragen.

– in de Unie brief opgenomen stelling: “Het stelsel van waterkeringen heeft ons in het verleden veel welvaart gebracht. Mits goed onderhouden zal dat stelsel ook in de komende decennia in staat zijn ons op een goede wijze bescherming te bieden, waarmee een (water)veilig vestigingsklimaat gewaarborgd blijft.” niet houdbaar is, gezien de rapportage van de Deltacommissie en geen basis is voor toekomstig beleid.

– de toekomstige aangescherpte normen tot werkzaamheden aan primaire keringen zullen leiden, die de mogelijkheden van de waterschappen als regionale waterautoriteit verre overstijgen.

Draagt het Dagelijks Bestuur op:

– in het licht van de nieuwe informatie, voortkomende uit de rapportage van de Deltacommissie, de Unie en de Staatsecretaris te informeren dat de brief van de Unie aan de Staatsecretaris niet langer onderschreven wordt door het bestuur van het Waterschap Brabantse Delta.

en gaat over tot de orde van de dag.

 


DIJKBEHEER – 0038

 


 

Bergen op Zoom, 2 september 2008

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Met verbijstering heeft ondergetekende kennisgenomen van de brief van de Unie d.d.1 juli 2008 aan de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat betreffende het Unie standpunt met betrekking tot de financiering van de primaire waterkeringen.

Zonder uitzondering staat vermeld: “De waterschappen zijn bereid vanaf het hierboven beschreven moment de verantwoordelijkheid voor de primaire keringen te gaan dragen”.

In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 25 juni j.l. is er vanuit alle categorieën terughoudend, zo niet afwijzend op dit Unie voorstel gereageerd. De slotopmerking namens het Dagelijks Bestuur bij monde van de voorzitter was: “Ik heb het goed begrepen, ik zal terugrapporteren.” Met die woorden wekte de voorzitter de indruk dat, alvorens nadere stappen gezet zouden worden of verplichtingen aangegaan of toezeggingen gedaan, het Algemeen Bestuur daarbij betrokken zou worden. Dat paste ook in de rest van de discussie over dit onderwerp.

Nederland kent een lange en droevige geschiedenis met waterschappen, die verantwoordelijk waren voor de primaire waterkeringen. De zogenoemde calamiteuze waterschappen waren in de 17e en 18e eeuw een begrip wat stond voor: veel watersnoden, veel doden, veel menselijk leed en veel schaden. Pas toen het Rijk de (financiële) verantwoordelijkheid nam voor de primaire waterkeringen kwam aan die voortdurende rampspoed een einde. Het Rijk is ten aanzien van de financiële gevolgen van decentralisaties notoir onbetrouwbaar gebleken. Men decentraliseert als de kosten en/of risico’s door veranderende omstandigheden (regelgeving, vergrijzing, klimaatwijzigingen) toenemen. De overheid waarnaar het Rijk decentraliseert blijkt negen van de tien keer de klos.

Nu de gevolgen van klimaatveranderingen ongewis zijn, dreigen de waterschappen belast te worden met een zaak van nationaal belang.

Vrijblijvende “slotopmerkingen” als dat “het evident is dat er een rijksbijdrage blijft” (zonder dat vaststaat dat deze kostendekkend is) en dat ”een evenwichtige spreiding van de lasten voor burgers, als wel tussen het Rijk en de waterschappen essentieel” (zonder een harde afspraak daarover) zijn van generlei waarde als door de waterschappen via de Unie wordt uitgesproken dat: “de waterschappen bereid zijn vanaf het hierboven beschreven moment de verantwoordelijkheid voor de primaire keringen te gaan dragen”.

Ook de nederigheid in de brief van de Unie is kenmerkend voor de wijze waarop met deze materie wordt omgegaan. Als voorbeeld de frase: “Wij zouden graag daarover met u in gesprek gaan en stellen het op prijs wanneer u daarover advies vraagt aan de adviesorganen, de Commissie van Advies inzake de Waterstaatswetgeving (CAW) en de Raad voor de Financiële verhoudingen (Rfv)”. Hoe zo, ‘op prijsstellen’ het is wel het minste wat dient te gebeuren!

– Wat is de motivering van het Dagelijks Bestuur c.q. de vertegenwoordiger van het waterschap de Brabantse Delta in de Unie om met deze brief in Unie verband in te stemmen?

– Waarom is over de klaarblijkelijk instemming met het Unie standpunt inzake de verantwoordelijkheid voor de primaire waterkeringen niet teruggekoppeld met het Algemeen Bestuur zoals in de vergadering van 25 juni j.l. toegezegd?

Graag omgaande beantwoording zodat een eventuele motie voor de vergadering van 1 oktober kan worden voorbereid.

Hoogachtend,

namens Ons Water

Louis van der Kallen

 


TTIW/WETSUS – 0037

 


 

Bergen op Zoom, 20 augustus 2008

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

In het jaarverslag van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) 2007 wordt in het artikel: “waterschappen kunnen innovatieve kracht nieuwe ambitieuze waterbedrijven benutten” gesteld dat het jammer is “dat er nauwelijks waterschappen aangesloten zijn bij TTIW/Wetsus”(Technologisch Top Instituut voor Watertechnologie)(Wetsus, centre of excellence for sustainable water technology).

– Is het waterschap Brabantse Delta aangesloten bij TTIW/Wetsus?

Nu kunnen waterschappen activiteiten in dit kader ontwikkelen via het STOWA.

– De vraag is in hoeverre het waterschap Brabantse Delta in dit kader activiteiten kent c.q. ontwikkelt?

Het artikel stelt dat: ‘De publieke zaak dienen én bijdragen aan het versterken van de kansen voor Nederlandse bedrijven geen strijdigheid is’. Ons Water onderschrijft deze stelling.

– In hoeverre werkt het waterschap Brabantse Delta, wel of niet via het STOWA, samen met TTIW/Wetsus bij de ontwikkeling van innovatieve technieken c.q. de toepassing daarvan?

– Indien er sprake is van een samenwerking in deze is het mogelijk een overzicht te ontvangen van de lopende projecten met de gerealiseerde c.q. beoogde resultaten?

Vertrouwende op een spoedige beantwoording,

hoogachtend,

namens Ons Water

Louis van der Kallen

 


OVERWEGING STROOMGEBIED DE SCHELDE – 0036

 


 

Bergen op Zoom, 7 juli 2008

 

Aan het Dagelijks Bestuur

van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Vanuit een andere functie heb ik de beschikking gekregen over het stuk “Overwegingen bij het Stroomgebiedbeheersplan Schelde” van het projectbureau kaderrichtlijn water van februari 2008.

De eerste vraag die bij lezing opkomt is: wat is de status van het stuk?

Wat ook opvalt is de vele zaken die gepresenteerd worden als vaststaande feiten, zoals wat er in het stroomgebied gaat gebeuren en de fasering van één en ander.

Vaak staan in het stuk zinnetjes of aanheffingen als:

– “de bestuurders uit het stroomgebied van de Schelde vinden”

– “de bestuurders in het stroomgebied van de Schelde willen”

– “kiezen de bestuurders”

– “de bestuurders kiezen”

– “de bestuurders nemen als uitgangspunt”

Het gaat over water en het gaat over maatregelen die geld kosten en het gaat er over wanneer zaken worden uit gevoerd. Het lijkt of ‘deze bestuurders’ budgetrecht hadden of hebben. Maar wie zijn zij? Omdat het over water gaat en taken die o.a. de waterschappen uitvoeren, komt het ondergetekende voor dat het over de waterschapsbestuurders zou moeten gaan. Maar die hebben over veel van de zaken in het stuk genoemd nog helemaal geen besluit genomen. Of ondergetekende zou wat gemist moeten hebben. Naar aanleiding van de inleiding maakt ondergetekende op dat ‘de bestuurders’ die deel uitmaken van het Regionaal Bestuurlijk Overleg Schelde in het stuk aangeduid worden als “de bestuurders”! Maar dat is zeer bevreemdend, want deze hebben voor zover dit lid van het Algemeen Bestuur van het waterschap Brabantse Delta weet helemaal geen budgetrecht. Noch het recht om allerlei verplichtingen aan te gaan, zoals wanneer welke maatregelen in het kader van de kaderrichtlijn water in het werkgebied van bijvoorbeeld het waterschap Brabantse Delta worden uitgevoerd.

Wat ondergetekende nog het meest bevreemd is dat dit stuk, uit februari 2008, niet ter kennisneming c.q. vaststelling is aangeboden aan het Algemeen Bestuur van het waterschap Brabantse Delta. Het gaat immers mede over een deel van het territoir van ons waterschap.

Waarom is dit stuk niet aangeboden aan het Algemeen Bestuur? Op welke wijze en wanneer is het Dagelijks Bestuur en of de vertegenwoordiger van het waterschap Brabantse Delta namens ons waterschap gemachtigd of gemandateerd verplichtingen aan te gaan met financiële consequenties?

Het stuk bevat interessante informatie zoals: “Vanaf 2010 zijn de hoogste kosten verbonden aan het plan voor een zout Volkerak-Zoommeer: 170 miljoen euro. Daarvan is 50 miljoen euro nodig voor een alternatieve zoetwatervoorziening.” Graag ontvangt dit AB lid de kostencalculatie waarop deze ‘inschatting’ van 50 miljoen euro is gebaseerd.

“De bestuurders in het stroomgebied hebben hun visie op de Deltawateren beschreven in “De kracht van de Delta””. Is dit stuk voor de AB leden beschikbaar?

Op pagina 51 en 52 worden de regionale wateren in West-Brabant belicht in het kader van een maatregelenpakket inclusief fasering. Wie heeft deze maatregelen en fasering bepaald. “Uitvoering vindt plaats in de periode 2010-2027” en wie heeft klaarblijkelijk de financiering hiervoor vastgesteld? Die wil ik graag een bedankje sturen. Want het is zeer onbaatzuchtig de kosten op zich te nemen. Want in de goede waterschapstraditie geldt immers: ‘wie bepaalt, betaalt’. Het AB van de Brabantse Delta kan het niet zijn, deze heeft immers voor de uitvoering van deze ‘vastgestelde’ werkzaamheden tot op heden, naar ik weet, nog geen kredieten vastgesteld.Terwijl ons AB besloten heeft niet over het graf te regeren, lijkt het er op dat de vertegenwoordiger in het Regionaal Bestuurlijk Overleg Schelde dit wel heeft gedaan.

In Tabel 7 (pagina 68) is aangegeven dat de 50 miljoen euro voor de zoetwatervoorziening komt uit de “impuls in het kader van de watervisie”. Hoe hard is dit en waar is dit vastgelegd?

Bij de kostenverdeling voor de monitoring (pagina 83) valt op dat ons waterschap verhoudingsgewijs veel bijdraagt in de kosten (40.000 euro tegen 10.000 euro waterschap Zeeuwse Eilanden en slechts 6.000 euro waterschap Zeeuws-Vlaanderen) wat is daarvan de reden?

Ondergetekende verzoekt spoedige beantwoording en agendering van het stuk “overwegingen bij het Stroomgebiedbeheersplan Schelde” voor de eerstkomende vergadering van het AB.

Is een dergelijk stuk ook al beschikbaar van het Maasstroomgebied?

Zo ja, dan verwacht ik dat spoedig te ontvangen. Lijkt mij ideale zomerlectuur.

Hoogachtend,

Louis van der Kallen

 


BEREIKTE RESULTATEN – 0035

 


 

Bergen op Zoom, 26 juni 2008

 

Aan het Dagelijks Bestuur

van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Dank voor de terbeschikkingstelling van de Eindrapportage 1e Bestuursovereenkomst periode 2004-2007. Na de ontvangst gisteren heb ik met enige schaamte kennisgenomen van de door ons waterschap bereikte resultaten. Ons Waterschap komt er vergeleken met de andere Brabantse waterschappen zeer slecht uit. Bij alle in de grafieken vergeleken resultaten heeft ons waterschap van de vier Brabantse waterschappen het slechtste gepresteerd.

– Bij de verdrogingsbestrijding realiseerde de Brabantse waterschappen gemiddeld 42 % van de te realiseren hectares. Brabantse Delta slechts 12 %.

– Bij waterberging realiseerde de Brabantse waterschappen gemiddeld 16 % van de te realiseren hectares. Brabantse Delta slechts 8 % .

– Bij beek- en kreekherstel realiseerde de Brabantse waterschappen gemiddeld 37 % van de af te ronden kilometers. Brabantse Delta slechts 13 %.

– Bij de ecologische verbindingszones realiseerde de Brabantse waterschappen gemiddeld 32 % van de af te ronde kilometers. Brabantse Delta slechts 16 %.

– Bij de vistrappen realiseerde de Brabantse waterschappen gemiddeld 60 % van de af te ronden aantallen. Brabantse Delta slechts 38 %.

Het bovenstaande is niet iets om trots op te zijn. Hoe is het mogelijk dat ons waterschap zo evident slecht heeft gepresteerd? Wat zijn de verklaringen dat de andere Brabantse waterschappen de doelen sneller weten te realiseren dan het waterschap Brabantse Delta?

Graag een schriftelijk antwoord dat behandeld kan worden in de eerst komende algemene vergadering.

Hoogachtend,

Louis van der Kallen

 


BESTUURSEXPERIMENT – 0034

 


 

Bergen op Zoom, 22 april 2008

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

Geacht Dagelijks Bestuur,

Het Waterschap Rijn en IJssel kent een aantal ‘bestuursexperimenten’ waarbij ambtenaren van het waterschap, samen met het verantwoordelijke DB lid en AB leden uit een gemeente/regio, samen met de portefeuillehouder en gemeenteraadsleden uit de betrokken gemeente, watergerelateerde plannen maken. Dit grotendeels met breed opgezette inspraak-mogelijkheden voor burgers en betrokkenen. Deze ‘bestuursexperimenten’ hebben als doel de afstand tussen het waterschap en burgers en gemeentebestuurders te verkleinen en de aanwezige (gebieds)kennis van alle betrokkenen optimaal te benutten. De gemeenten waar deze ‘bestuursexperimenten’ lopen zijn Rheden en Zutphen.

Mogelijk is een dergelijke werkwijze ook iets voor ons waterschap. Als AB lid, die afkomstig is uit Bergen op Zoom, draag ik in deze graag mijn eigen gemeente voor als mogelijke experiment partner. Binnen de gemeenteraad van Bergen op Zoom is recent een “werkgroep waterbeleid: aandacht voor water” gestart. Een samenwerkingsvorm zoals bij de ‘bestuursexperimenten’ van het Waterschap Rijn en IJssel zou daar mogelijk tot een voor alle partijen optimaal resultaat kunnen leiden.

Vertrouwende op een spoedige beantwoording,

hoogachtend,

Louis van der Kallen

 


DEELNEMERS AAN HET BESTUURLIJK OVERLEG KRAMMER VOLKERAK INZ. ZOET-ZOUT-CENTRALE – A023

 


 

Bergen op Zoom, 19 april 2008

 

Aan alle deelnemers aan het Bestuurlijk

Overleg Krammer Volkerak

per e-mail

 

Geacht Lid/deelnemer BOKV,

Als aanvulling op mijn inspraak ten aanzien van de “startnotitie planstudie waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer” d.d. 7 november 2007 (zie bijlage), wil ik u wijzen op een publicatie in de Volkskrant van vandaag onder de kop “Zoet plus zout laat lichten branden” en de subkop “Energieopwekking / Ook critici zijn om: contact rivierwater met zeewater kan één kolencentrale vervangen”. Ook in recente televisiespotjes van Essent komt deze energie opwekkingsoptie als duurzame toevoeging aan de energie opwekkingsmethoden van Essent aan de orde. En wat is de geschetste lokatie? De Grevelingendam! Voor die mogelijkheid moet het Krammer/Volkerak/Zoommeersysteem wel zoet blijven. Het aardige van dat artikel is, dat er dan alle reden is om te zorgen dat er het gehele jaar voldoende zoetwater wordt afgevoerd via het Volkerak en daarmede, via doorstroming ook een bijdrage geleverd wordt aan verbetering van de waterkwaliteit van het Krammer/Volkerak/Zoommeersysteem.

Ik roep u op om niet éénzijdig met een tunnelvisie te kijken naar de verziltingsvariant om de problemen van de waterkwaliteit in het Krammer/Volkerak/Zoommeersysteem op te lossen. Kijk integraal naar de (nieuwe) technische mogelijkheden en de brede doelstellingen op milieugebied zoals duurzame energieopwekking en reductie van koolzuurgas.

Vertrouwende op uw wijsheid,

hoogachtend,

namens Ons Water

Louis van der Kallen

Voorzitter

 


GEMEENTEN IN HET WERKGEBIED BRABANTSE DELTA INZ. GROENDAKEN – A022

 


 

Bergen op Zoom, 2 februari 2008

 

Aan de Colleges van B&W

van 20 gemeenten in het werkgebied

van het Waterschap Brabantse Delta

 

per email

 

Geacht College,

Ons Water vraagt aandacht voor de mogelijkheden van waterberging op platte daken en daken met een hellingshoek van maximaal 45 graden. Verkennende onderzoeken (o.a. op het dak van het gemeentearchief van Rotterdam) wijzen uit dat ‘groendaken’ een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van waterkwaliteit en het voorkomen/beperken van wateroverlast. Andere voordelen kunnen zijn:

– energiebesparing door isolatie,

– verlaging van de stadstemperatuur in de zomer,

– groene belevingswaarde,

– beperking van fijnstof in de lucht

– verhoging stedelijke natuurwaarden.

Bij groendaken gaat het om sedumdaken van circa 5 centimeter dikte, die op bestaande en nieuwbouwdaken kunnen worden gelegd. De langzaam groeiende vegetatie is winter en zomerhard en heeft weinig onderhoud nodig. De groene vetplantjes met een geel/rode bloeiwijze leveren een mooier zicht op dan de grauwgrijze kleur van de meeste platte daken.

Ons Water verzoekt uw College de mogelijkheid van groendaken mee te nemen bij de bouwkundige inrichting van uw gemeente, alsmede bij de opstelling en uitvoering van eventuele waterplannen.

Hoogachtend,

namens Ons Water

Louis van der Kallen

 


B&W GEMEENTE BERGEN OP ZOOM INZ. IGA – A021

 


 

Bergen op Zoom, 31 januari 2008

 

Aan het College van

Burgemeester en Wethouders

der Gemeente Bergen op Zoom

Postbus 35

4600 AA Bergen op Zoom

 

Betreft:          Integrale gebiedsanalyse (IGA) Cruijslandse kreken

 

Geacht College,

Hoewel het gebied van de IGA Cruijslandse kreken nagenoeg volledig buiten het gemeentelijk territoir van de gemeente Bergen op Zoom valt, neemt de BSD fractie de vrijheid te wijzen op één van de in deze IGA voorgestelde maatregelen, welke een aanzienlijk effect kan hebben op de natuurkwaliteiten van onze waterloop de Zoom.

De voorgestelde maatregel betreft het middels een regelkunstwerk in de droge maanden (mei tot en met november) afkoppelen van de Bleekloop van de Zoom en het aankoppelen van deze waterloop aan de Smalle Beek. Het effect zal zijn dat de watertoevoer naar de Zoom in het droge seizoen zal verminderen met alle gevolgen voor de natuur in de benedenloop van de Zoom.

De motivatie is gelegen in het feit dat het waterschap ‘de watervoerendheid van de Zoom minder belangrijk vindt dan die van de Smalle Beek vanwege de functie waternatuur die niet geldt voor watergebonden fauna.’.

Op deze wijze houden wij wel de lasten van de Bleekloop (watertoevoer als er teveel water zou zijn), maar niet de lusten van de Bleekloop (watertoevoer om droogvallen van de Zoom in de zomer te voorkomen c.q. uit te stellen). Het Nationaal Bestuursakkoord Water behelst niet afwentelen. Hier wordt feitelijk het droogvallen in het droge seizoen afgewenteld. Hieronder zal de natuurkwaliteit in Bergen op Zoom lijden.

De BSD fractie verzoekt Uw College in een vroegtijdig stadium bij het waterschap kenbaar te maken dat de gemeente Bergen op Zoom deze maatregel onwenselijk vindt.

Graag een schriftelijke reactie

Met vriendelijke groet,

Louis van der Kallen