OVER WATER – 163: DE WATERSCHAPSVERKIEZINGEN EN BOEKEN OVER GEBIEDSONTWIKKELING

 

| 17-11-2018 | 9.30 uur |


 

OVER WATER – 163: DE WATERSCHAPSVERKIEZINGEN EN BOEKEN OVER GEBIEDSONTWIKKELING

 

In maart 2019 zijn er waterschapsverkiezingen. Ons Water doet in het waterschap Brabantse Delta weer mee. We hebben een puike lijst met kandidaten met vele jaren ervaring in het waterschapsbestuur. We kunnen echter alle steun gebruiken om deze verkiezingen voor ons weer tot een succes te maken. Interesse? Bekijk dan eens ons programma of lees eens wat wij de afgelopen jaren wekelijks Over Water hebben gepubliceerd. Ook u kunt ons steunen door op onze lijst te gaan staan en voor ons wat stemmen te sprokkelen. Dat kost u niets en u helpt ons te blijven bouwen aan een veilige toekomst van West-Brabant. Ik krijg graag van u bericht via [email protected]

Gelezen boeken over gebiedsontwikkeling
Voor de komende 50 jaar zal waterbeheer en gebiedsontwikkelingsprojecten hand in hand moeten gaan. Ons Water verdiept zich daarom in dit thema door kennis te nemen en te leren van de goede voorbeelden.

“Waterfronten in Nederland” met foto’s van Esther van Leeuwen en Rink Torn en teksten van Peter Nijhof, uitgeven door Stichting Uitgeverij DuoDuo in 1996. Het boek is een mooi fotoboek van waterfronten langs de grote rivieren, de Noordzee en het IJsselmeer. Waterfronten langs kleinere wateren komen in het boek niet voor. Dat vind ik jammer want juist in het kader van nieuwe gebiedsontwikkelingen kunnen dat mooie voorbeelden zijn. Willemstad aan het Hollands Diep (zicht op de Benedenkade) is de enige foto van binnen het gebied van het waterschap Brabantse Delta (WBD).

“Belvedere.nu” met als subtitel “Praktijkboek cultuurhistorie en ruimtelijke ontwikkeling” is een uitgave in 2009 van uitgeverij Matrijs in samenwerking met het Projectbureau Belvedere. Een boek waarin tal van projecten zijn beschreven. Echter slechts één die voor een deel betrekking heeft op het werkgebied van het WBD. Ontwerpatelier Brabantstad (Brabantstad Mozaïek Metropool).
Een leerzaam boek.

“Nederland Bovenwater” met als subtitel “praktijkboek gebiedsontwikkeling”. De schrijvers waren Peter van Rooy, Ab van Luin en Emile Dil, uitgeven in 2006 onder verantwoordelijkheid van Habiforum, NIROV en VROM. Het boek bevat twaalf praktijkprojecten, waarvan ik er met twee te maken heb gehad. Als dagelijks bestuurder/portefeuillehouder was ik nauw betrokken bij de realisering van het Ruimte voor de Rivier project Overdiepse Polder. Een project dat in nauwe samenwerking tussen bewoners en overheden is ontwikkeld en tot uitvoering is gekomen. Terugkijkend kan ik constateren dat het project op tijd en ruim binnen budget is gerealiseerd en dat de oorspronkelijk bergingsdoelen vrijwel zijn gerealiseerd. Neveneffecten zijn er ook. Recreatieve- en milieudoelstellingen zijn meegenomen en de landbouwbedrijven zijn nu ook toekomstbestendiger geworden. Kortom: de samenwerking tussen burgers, bedrijven en overheden heeft gewerkt. Ik voel mij nog steeds betrokken bij de Overdiepse Polder en als ik over de A59 rij maak ik met regelmaat een lusje om even te kijken hoe de polder er nu bijligt.

Het andere project dat in “Nederland Bovenwater” vermeld staat: de Bergse Haven roept bij mij heel andere gevoelens op. Als raadslid was ik van het begin af buitengewoon kritisch ten aanzien van de financiering van het project. Al is een plan nog zo mooi het moet wel betaalbaar zijn. Als ik, terugkijkend de teksten uit 2006 lees, voel ik vooral walging over zoveel zelfgenoegzaamheid. “Ontwerpen als procesvaardigheid is het thema binnen het project Bergse Haven. Het ontwerp en de ontwerpers hebben inderdaad een rol van betekenis gehad in het proces, maar meer nog is Bergse Haven leerzaam vanuit het ontwerp van het proces. Dat proces is onderscheidend doordat het snelheid had en betrokkenheid en enthousiasme koesterde. Maar ook door de wijze waarop de verschillende overheden betrokken waren en worden en door de intelligente inschakeling van marktpartijen. Elke partij deed waar hij het best in was en het dynamische ontwerp van dan proces is de kunst van Bergse Haven.” De kop boven het hoofdstuk dat ging over de Bergse Haven was: “Samen Uit Samen Thuis.”

Wat was de werkelijkheid? Dat zodra het financieel uit de hand liep en de verliezen snel opliepen niemand meer thuis was. De landelijke, noch de provinciale overheid waren niet meer beschikbaar om de verliezen, die al snel vele tientallen miljoenen bedroegen, mede te dekken. De ‘intelligent’ ingeschakelde marktpartijen maakten dankbaar gebruik van het ‘dynamische ontwerp’ om wel snel de winstgevende elementen te realiseren, maar gaven niet thuis toen de financiering uit de hand liep. De verliezen waren voor de gemeente. Van ‘samen uit, samen thuis’ was geen sprake. Achteraf bezien was het project Bergse Haven zeker geen succesproject wat in een praktijkboek gebiedsontwikkeling thuis hoort. Mijn conclusie Nederland is misschien wel Bovenwater, Bergen op Zoom financieel zeker niet!

Op de openingspagina van het boek staat een citaat van Confucius:  “Vertrouwen is het beste medicijn tegen complexiteit”. Confucius was een intelligent mens. Maar mijn werkelijkheid als Bergs raadslid heeft mij toch geleerd dat als zaken te complex worden en de belangen te veel verweven, wantrouwen gerechtvaardigd kan zijn. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 135

 

| 05-05-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER 135

 

Gelezen:

“Vier eeuwen wateroverlast langs de Maas”, geschreven door Bram Steketee en Hans Willems. Bij het lezen besef je dat besluiteloze politici/bestuurders van alle tijden zijn en dat talmen en kissebissen over wie zal wat betalen, ook niets nieuws is.  

“Strijd om de rivieren, 200 jaar rivierenbeleid in Nederland” geschreven door Alex van Heezik. Ik heb de tweede herziene druk. uitgegeven in 2007 gelezen. Het lezen van dit boekwerk heeft mij iets bescheidener gemaakt als het gaat om onze ‘prominente’ rol in de ontwikkeling van waterbeheer in de wereld. Zeker als het gaat om het rivierbeheer, liepen we vele jaren achter de feiten aan (1800-1850), met als belangrijkste oorzaken: niet in mijn achtertuin, wie zal dat betalen en de vraag wat is haalbaar of de beste benadering? Normaliseren/stroomverbetering of afleiden via overlaten. Willem I, de kanalenbouwer, was eigenlijk meer uitstelstrateeg en hij wenste meer geld te steken in de verbetering van landwegen dan van waterwegen. Het duurde tot 1850 voordat aan de vooral Duitse Tolverbond pressie gevolg werd gegeven. De Rijn moest beter bevaarbaar worden en de Nederlandse bescherming van de eigen schippers diende geliberaliseerd te worden. Het leek het huidige Europa wel. Veel van de kennis kwam, zowel ten behoeve van de kanalenbouw als van de aanpak van de rivieren, van Duitse en Franse ingenieurs. Zij waren ons voorgegaan in de maakbaarheid en normalisering van de rivieren ter verbetering van de bevaarbaarheid en de beperking van overstromingen. Ook ten aanzien van de aanpak en bewustwording van de waterkwaliteit levert dit boek inzichten. Ik beveel lezing van harte aan, al is het maar voor het besef dat veel van onze kennis over rivierbeheer mede door buitenlandse inbreng tot stand is gekomen.   

Gelezen/bekeken het fotoboek “NL XL” door Karel TomeÏ. Een prachtig fotoboek over Nederland in vogelvlucht. Leuk om daarin ook de Overdiepse Polder tegen te komen.

Gelezen/bekeken het fotoboek “Mooi De Biesbosch” van de hand van Marcel van Balkom. Een mooi boek met tal van natuurfoto’s. Zeker de moeite waard!

Gelezen/bekeken “Droge Voeten” uitgave 2005, geschreven door Sietse van der Hoek. Fotografie Riesjard Schropp. Het boek beschrijft het water en water gerelateerde objecten in het waterschap Brabantse Delta. Een mooi landschap en een waterwereld die ik goed ken. De titel van het eerste hoofdstuk omschrijft het boek en de inhoud voor mij het beste: “Landschap dat gaat zitten in de mens.” Voor een ieder het lezen en bekijken waard.    

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 125: HERDENKING KAPELSCHE VEER

 

| 03-02-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER – 125: HERDENKING KAPELSCHE VEER

 

31 januari

Vandaag ben ik naar de herdenking van de strijd om Kapelsche Veer geweest. Het was de eerste herdenking bij het vernieuwde monument. Bij de herdenking waren vertegenwoordigers van de geallieerde strijdkrachten die deelnamen aan de strijd en Harry Prescott (95) een oud strijder die aan de strijd had deelgenomen.

De ambassadrice van Canada was aanwezig en militaire attachés (van Engeland en Noorwegen) en andere diplomatieke vertegenwoordigers (van België en Polen). Samen met andere  organisaties legden zij bloemen en kransen. Wethouder van Groos verhaalde de geschiedenis en de ontwikkeling van het monument. Als waterschapbestuurder voel ik mij in hoge mate betrokken bij de Overdiepse Polder, de gevallenen en bij het monument (ik schreef daar, naar aanleiding van mijn afscheid, recent over). Bij het Ruimte voor de Rivier project was het monument een belangrijk punt van aandacht. Het monument werd in de plannen bij het gebruik van de Overdiepse Polder voor waterberging een eiland. Een herkenbaar baken, waar het stenen gedeelte en de treurwilg hun plaats behielden.

In april 2016 schreef ik over de treurwilg na de grote stormschade aan de boom op de dijk bij de Overdiepse Polder: “Deze boom maakt een wezenlijk deel uit van het herdenkingsmonument ter nagedachtenis aan de gevallenen bij de slag om Kapelsche Veer. De treurwilg werd in de slag nagenoeg totaal vernietigd, maar overleefde en herleefde, net als zijn omgeving. De treurwilg maakt deel uit van een uniek monument. Mijn uitgangspunt is dat de inzet moet zijn de boom een overlevingskans te bieden. Snel ingrijpen is dus noodzakelijk om deze boom die kans te geven. Hij is onlosmakelijk verbonden met de slag en het monument. Niet alleen voor de bewoners van de Overdiepse Polder maar voor gehele omgeving.” Ook nu bij het hernieuwde en uitgebreide monument is voor mij de treurwilg, die het allemaal heeft meegemaakt, een wezenlijk onderdeel van het monument. Het stenen deel van het monument en de treurwilg zijn voor mij één en ondeelbaar!

Ik vond het dan ook een ontsiering van de herdenking dat tijdens de krans- en bloemenleggingen een fotografe van het Brabants Dagblad vanaf de dijk waar de treurwilg op staat fotografeerde. Zij bevond zich tijdens het fotograferen tussen de treurwilg en het stenen deel van het monument. Tijdens een plechtigheid als deze vind ik het ongepast het monument te beklimmen en daarmede het zicht op het monument (de boom) te verstoren. Juist bij plechtige monumenten is het betreden van het monument, naar mijn gevoel, niet gepast. Ik vond het ook raar dat de fotografe klaarblijkelijk dacht dat het fotograferen van de kransleggers en het publiek belangrijker was dan het feit dat er kransen bij het monument werden gelegd. Toen ik in de gelegenheid was aan het einde van de plechtigheid haar daarover aan te spreken werd ik betiteld als een “zeikerd” en voegde ze toe “ik maak toch niks kapot”. Ook wees ze mij erop dat noch de gemeente noch de politie het haar verbood. Het feit dat ik een ‘zeikerd’ ben bestrijd ik niet. Dagelijks ontlast ik mij meerdere malen van overbodige lichaamsvloeistoffen. Ook wil ik bevestigen dat zij met haar bescheiden voetmaat in materiële zin, behoudens wat gekrenkte grassprietjes, niets kapot maakte. In immateriële zin echter vind ik dat er wel veel door haar kapot werd gemaakt, zoals: het respect voor hen die herdacht werden, het respect voor de gelegenheid, het respect voor de vertegenwoordiging van hen die vielen en het respect voor de integriteit van het monument op een moment dat betreden ongepast is. Ja, er werd niet ingegrepen door de aanwezigen van de gemeente, door de politie of door aanwezige militairen. Had dat gekund zonder de gelegenheid te verstoren? Ik denk het niet. Zij en enkele anderen stonden op het monument voordat iemand er erg in had. Ingrijpen was dan een verstoring van iets wat plechtig en respectvol zou moeten zijn.

Jammer dat een vertegenwoordigster van een medium als het Brabantse Dagblad zelf niet door heeft dat niet alles kan voor een ‘mooi’ plaatje. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Ik ben mij er van bewust dat degenen die met mij er schande overspraken overwegend oude grijze ‘zeikerds’ zijn. ‘Zeikerds’ die nog gevoel hebben bij wat er in de winter 1944/45 is gebeurd en waar het monument in hun ogen voor staat. Jammer dat hun gevoel voor hoe het hoort en respect een andere is dan die vertegenwoordigster van het Brabantse Dagblad.

In de vergadering van het Algemeen Bestuur werd die avond mijn opvolger in het Dagelijks Bestuur verkozen. Niels Mureau. Ik zal als lid van het Algemeen Bestuur hem ondersteunen en controleren bij het vervullen van de mooie taak het waterschap Brabantse Delta mee te besturen.

Louis van der Kallen

 


AFSCHEID, MAAR GEEN SLOTWOORD

 

| 27-01-2018 | 10.00 uur |


 

AFSCHEID, MAAR GEEN SLOTWOORD

 

De afgelopen maanden heb ik afscheid genomen van het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta. Ik blijf wel lid van het algemeen bestuur en blijf daarin de belangen van de ingezetenen en bedrijven behartigen. Sinds 2009, met een onderbreking van 15 maanden, heb ik deel uit mogen maken van het dagelijks bestuur. Voor mij was deze periode een voorlopig hoogtepunt in mijn politiek/bestuurlijke werk.

muraltmuur en havenhoofd, zeezijde

Sinds mijn tienerjaren was ik een bewonderaar van mooi dijkwerk. Ik schreef er over in Over Water 83. Ik ben dan ook vanaf 1993 bestuurlijk actief in waterschappen. Een aantal jaren was ik bij meerdere waterschappen tegelijk bestuurlijk betrokken. Op enig moment over de volle breedte van het land. Van Domburg tot Winterswijk. Dat was voor mij een prachtige tijd, waarin ik tal van ervaringen op deed en wat ik bij het ene waterschap leerde in praktijk kon brengen bij een ander waterschap. Daar kwam een einde aan door een wetswijziging waardoor alleen ingezetenen van een waterschap nog verkozen konden worden. Ik heb nog meer veranderingen door wetswijzigingen moeten ervaren.

Ik vind het jammer dat het waterschap ‘politiek’ is geworden met de invoering in 2009 van het lijstenstelsel, waardoor politieke partijen hun intrede deden in het waterschapsbestuur. Tot dat moment waren  waterschapsbesturen gekozen met een personenstelsel en werden dus individuen op eigen titel gekozen. Het waren stuk voor stuk bestuurders die zich betrokken voelden bij het waterbeheer. Veelal boeren of landeigenaren. In die wereld was ik een buitenbeentje. Een stedeling, zonder boerenwortels en zonder direct waterbelang. Zeker in de waterschappen buiten mijn eigen woonplaats was ik een buitenbeentje, waar men in het begin een beetje raar tegen mij aankeek. “Wat kom jij hier doen?” werd mij menigmaal gevraagd. Toch wenden de andere bestuurders snel aan dat manneke uit Bergen op Zoom. Ik voelde mij vaak na enkele maanden al geaccepteerd. Ook al kwam ik van buiten en was ik geen landbouwer, ik bracht kennis en liefde mee voor de waterbelangen. De grootste blijk van waardering was voor mij toen het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch werd opgeheven en er een vertegenwoordiging gekozen moest worden voor het overgangsbestuur van het waterschap Rivierenland. Ik werd als enige met algemene stemmen door het algemeen bestuur van het Hoogheemraadschap Alm en Biesbosch gekozen. Een groter compliment heb ik in mijn leven nooit gekregen. Buiten mij zelf kozen 39 AB leden voor een vertegenwoordiger van hen die buiten het eigen gebied kwam! Ik voelde mij vereerd met het vertrouwen dat in mij gesteld werd.

Als DB lid van het waterschap Brabantse Delta had ik primair een gebiedsportefeuille met de gemeenten: Drimmelen, Geertruidenberg, Oosterhout, Waalwijk, Gilze en Rijen, Dongen, Loon op Zand, Tilburg en Goirle. Binnen die gemeenten vielen onder ander projecten als de realisering van waterbergingen en EVZ’s en de doelstellingen van de kaderrichtlijn water onder mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid. Verder was ik onder andere belast met archieven, cultuurhistorie en de versterking van de primaire waterkeringen. Ik heb met de ondersteuning van zeer betrokken gebiedsadviseurs en tal van deskundige ambtenaren in ‘mijn’ gemeenten, samen met de wethouders en de waterambtenaren van die gemeenten, tal van mooie projecten mogen helpen realiseren. Mijn inzet was steeds het waterbeheer en hittestress tussen de oren van iedereen te krijgen. Want in mijn visie zijn het op orde krijgen en houden van het waterbeheer en de aanpak van hittestress de beleidsopgaven van waterschappen en gemeenten voor de komende tientallen jaren. We kunnen het alleen samen! De klimaatverandering dwingt ons daar toe. Menigmaal schreef ik over hittestress en het feit dat gemeenten daar nog lang niet altijd aandenken bij de aanpak van bijvoorbeeld een weg en de keuze van verhardingen.  

Bij mijn afscheid als dagelijks bestuurder heb ik mij afgevraagd waar heb ik echt het verschil gemaakt? Dat is een vraag die moeilijk objectief is te beantwoorden. Voor mijn gevoel zijn er echter drie projecten die er dan uitspringen. Dat zijn de aanpak van de archieven, de Overdiepse Polder en het dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak.

Toen ik aantrad waren onze archieven verspreid over een fors aantal locaties en was er een forse achterstand bij de archieven. In een tijdperk dat opschaling van de archieven de mantra van de dag was, was mijn stelling: onze archieven zijn onze geschiedenis en die van onze meer dan 200 rechtsvoorgangers, die horen thuis in ons gebied, in ons huis en in ons hart. Het eindresultaat was dat de achterstand vrijwel is ingelopen en dat al onze archieven nu ook in ons gebouw zijn opgeslagen in een opslag die voldoet aan alle eisen en beschikbaar zijn voor het publiek. Tevens werd  een besparing in de exploitatie op jaarbasis gerealiseerd van enkele tonnen.

Het ruimte voor de rivierproject Overdiepse Polder was een project naar mijn hart. Dit project was één van de twee projecten in het kader van ruimte voor de rivier (RVR). Een ander project in ons gebied en onder mijn verantwoordelijkheid was de dijkverbetering Amer/Donge te Raamsdonksveer. De Overdiepse Polder was een project waarin ik de eerste jaren meer dan 40 % van mijn tijd stak. Een groot project waar ik als bestuurder te maken had met 15 gezinnen wiens leven en werken door dit project op zijn kop werd gezet. Ik voelde mij betrokken met ieder van hen en ik heb alle jaren, dat het project liep, getracht met hen contact te maken en te houden en voor hen altijd bereikbaar en beschikbaar te zijn. Inclusief het brengen en planten van een fruitboom als ze elders in Nederland een nieuwe plek hadden gevonden. Vertrekkers en blijvers waren mij even lief. Bij de voorbereiding van het project heb ik een aantal stevige discussies met de programmadirectie van RvR gevoerd over de risico’s van het project. Kern daarvan was: dit is een project in een gebied waar zwaar en langdurig gevochten is. De slag om Kapelscheveer. De werkers zouden bommen, granaten maar ook stoffelijke resten tegen kunnen komen en de omgang daarmee, was mijn uitgangspunt, moet veilig, zorgvuldig en met respect.
Nergens anders bij de RvR projecten was de kans op oorlogsrelicten zo groot als in het gebied van de Overdiepse Polder. Bij de besprekingen over de vraag of het waterschap dit project in opdracht van Rijkswaterstaat wel uit zou gaan voeren en de daarbij beschikbare budgetten en verantwoordelijkheidsverdeling, was mijn inbreng dat er een stevig budget moest komen voor ‘bommen en granaten’ en voor de juiste berging en identificatie van eventueel te vinden stoffelijke resten. Ik wist dat er in dit gebied nog veel vermisten waren als gevolg van de slag om Kapelsche Veer. Uiteindelijk kreeg ik van de programmadirectie mijn zin en werden er budgetten gereserveerd voor deze mogelijk oorlogsrelicten. Geld en/of vertragingen mochten geen rol spelen als er bijvoorbeeld stoffelijke resten gevonden zouden worden.
Er werden stoffelijke resten gevonden, waaronder een Canadees soldaat. Toen dan ook op 29 september 2015 soldaat Albert Laubenstein, na meer dan 70 jaar op het Canadese militaire ereveld bij Bergen op Zoom ten ruste werd gedragen, door militairen van nu van zijn regiment, en met alle militaire eer in aanwezigheid van zijn familieleden begraven bij zijn regimentswapenbroeders, had ik een goed gevoel dat de werkzaamheden in de Overdiepse Polder en mijn bescheiden bijdrage daarbij er toe hadden geleid dat Albert Laubenstein van een anoniem veldgraf zijn herkenbare plek kreeg bij zijn kameraden. Ik heb in de Overdiepse Polder veel bezoekers uit binnen- en buitenland mogen ontvangen en rond mogen leiden en ik kon met deze bezoekers altijd terecht bij één van de boeren, Nol Hooijmaijers. Een fijn mens waarmee het geweldig was om samen te werken en het project, waar hij één van de vormgevers van was, tot stand te brengen.

Tot slot het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak. Een project waarbij een intensief participatie traject werd gevolgd met de gemeente, omwonenden, belangroepen zoals milieuorganisaties, de provincie enzovoort. Een dergelijk participatie traject lijkt het karakter te hebben van een synchrone besluitvorming in een netwerk. Althans zo werd het ervaren door de participanten. Dat gevoel werd in het proces versterkt, omdat gedurende dit proces keer op keer het waterschap tegemoet kwam aan de wensen van veel van de participanten. Des te groter was de schok bij die participanten toen er dan door het DB, voor hun gevoel ineens een, voor hen, onwelgevallig besluit werd genomen. In maart/april 2017 toen er steeds meer rapporten ter voorbereiding van de trajecten gereed kwamen ontstond er in mijn geest een dilemma.

Slikpolder

Het dilemma, was enerzijds een keuze te maken die recht doet aan ieders inbreng en anderzijds de taak van het waterschap om binnen de mogelijkheden de beste route te kiezen naar de hoogst haalbare veiligheid van alle inwoners van dijkkring 34A Geertruidenberg. Ik schreef uitgebreid over mijn dilemma in Over Water 86. In de BSD nieuwsbrief van 16 april 2017 schreef ik mijn frustratie weg in het stukje “pasen”. Ter voorbereiding van de DB vergadering heb ik mijn motivatie op papier gezet om niet akkoord te gaan met het voorstel aan het DB inzake het voorkeursalternatief Slikpolder. Uiteindelijk volgde het DB op basis hiervan mijn redenering en besloot, bij de keuze van het voorkeursalternatief, Slikpolder te kiezen voor een dijkverlegging.

Ondertussen heb ik mij verdiept in het proces van participatieve besluitvorming door onder andere het lezen van het boek “Synchrone besluitvorming” (2017) een boek van onderzoeker Jitske van Popering-Verkerk. Naar aanleiding van dit boek heb ik ook gelezen “Management in netwerken” (2007) geschreven door Max Herold. Het onderstaande citaat van Max Herold laat de andere kant zien van de netwerkbenadering.

“Daarbij sluiten ook twee bezwaren tegen een netwerkbenadering aan: Bij besluitvorming in netwerken is het proces en het spel belangrijker dan de inhoud: feiten en causaliteiten zijn immers ‘slechts’  sociale constructies en onderhandelbaar. Wanneer inhoud sterk wordt gebagatelliseerd, lijkt het spel van de besluitvorming alleen nog maar door macht te worden bepaald. Het laatste argument kan men natuurlijk ook omdraaien: een netwerkbenadering gaat uit van de gedachte dat iedere partij in een netwerk een eigen perspectief op de werkelijkheid heeft en dus ook gerechtvaardigde belangen heeft.” Voor mij als waterschapbestuurder een schrikbeeld!

Door het lezen van beide boeken is mijn inzicht in dit soort processen wel gegroeid. Maar of ik en/of mijn opvolgers als bestuurders, met als opdracht dijken te versterken en die dijken ook voor te bereiden op een duurzame veilige toekomst, er echt iets aan hebben waag ik te betwijfelen. Voor waterschapbestuurders die net als ik gevormd zijn in niet politieke waterschappen rest straks alleen de herinnering aan een tijd dat het nog ging om de inhoud en de toekomst van de generaties na ons. Politiek blijkt een systeem dat gericht is op de korte termijn, terwijl waterbeheersing en waterveiligheid, naar mijn gevoel, gericht dienen te zijn op de lange termijn, tot honderden jaren toe. Maar ik blijk niet alleen. In het “projectenboek 2018” van Rijkswaterstaat blijkt dat er meer mensen zijn die vraagtekens zetten bij vergaande (burger)participatie bij dijkversterkingsprojecten. Eén van de stellingen uit het dijkwerkerspanel luidde: “In 2050 worden alle dijken door de omgeving ontworpen.”. Slechts 14 % onderschreef deze stelling! ‘Dijkwerkers’, zoals ik, hopen of denken dat in het jaar 2050 de rede, de wijsheid, het vakmanschap, de (toekomstige) veiligheid nog steeds de belangrijkste elementen zijn die de besluitvorming rond dijkversterkingsprojecten zullen bepalen. Ik help het ze hopen.

Ik heb in het DB een geweldige tijd gehad met fijne collega’s (ook op Unie niveau) en met ondersteuning van vele deskundige ambtenaren, die zelfs met die eigenwijze bestuurder om konden gaan en uiteindelijk loyaal omgingen met de besluiten. Bij mijn afscheid heb ik vele mooie woorden mogen ontvangen van collega bestuurders en van veel ambtenaren. Voor mij het mooist was het lied  wat gezongen werd door de het team dat betrokken is bij het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak. De tranen prikten in mijn ogen. Juist degenen die ik het werken met het DB besluit rond de Slikpolder zo moeilijk had gemaakt, gaven mij een goed en dankbaar gevoel.

In het AB blijf ik betrokken bij het ‘werken aan water’ in het mooie werkgebied van het waterschap Brabantse Delta. Ze zijn nog niet van mij af!   

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 109

 

| 16-09-2017 | 11.15 uur |


 

OVER WATER – 109

 

10 september
Ik heb op Bouvigne de open monumentendag bezocht. Het viel mij op dat het veel drukker was dan vorig jaar. De belangstelling voor het kasteeltje was groot en bezoekers moesten enige tijd wachten.

11 september
In de morgen het bestuurlijk overleg met de gemeenten Baarle-Nassau en Baarle-Hertog in het gemeentehuis van Baarle Hertog. Feitelijk een vergadering op vreemde (Belgische) bodem. Het gemeentehuis is circa zes jaar in gebruik en sober en doelmatig ingericht. Buiten wat beelden in de hal, is er aan de muren in de vergaderruimten niets te vinden. Alles strak en modern. In de raadszaal zelfs geen portret van de Koning. Burgemeester Leo van Tilburg vertelde dat in de tijd dat dit gemeentehuis open was ze nog niet hadden bepaald of ze dat wel wilden. Het overleg met de burgemeester van Baarle-Hertog, Leo van Tilburg en wethouder Jan van Cranenbroek van Baarle-Nassau verliep in een gemoedelijke sfeer. De agendapunten waren o.a.: de versnelling EVZ’s Landstad de Baronie, het samenwerken in de afvalwaterketen, gezamenlijke maaibestekken, het deltaprogramma Hoge Zandgronden, het gebiedsproces ’t Merkske, klimaatadaptatie en de grensoverschrijdende samenwerking met Vlaanderen. Wat mij vooral zal bij blijven is de regelgeving rond afkoppelen en aansluiten van rioleringen in de Belgische gemeenten. Daar kan Nederland wat van leren. Ik heb dan ook verzocht om die regelgeving ons te doen toekomen. Maar er is meer wat wij van België kunnen leren. Bij het raadplegen van wat makelaarswebsites in Ieper kwam ik bij woning aanbiedingen met regelmaat onder het kopje Stedenbouwkundige voorschriften de volgende tekst tegen: “Overstromingsgevoeligheid van uw vastgoed : Onroerend goed geheel of gedeeltelijk gelegen in mogelijk overstromingsgevoeligsgebied”.

In de middag een PHO over de ervaren grondwateroverlast rond de Winterdijk te Waalwijk.

12 september
In de morgen een werkbezoek met de nieuwe dijkgraaf. Gestart bij het steunpunt van Rayon Oost nabij Raamsdonksveer, waarna de Overdiepse Polder is bezocht en het gebied van de Westelijke Langstraat.

In de middag de bijeenkomst bezocht over de strategische communicatie van de waterschappen in het kantoor van waterschap de Dommel in Boxtel. Deelgenomen aan de deelsessies: HoHoHoosbui en de waterwerkplaats. Vooral de sessie HoHoHoosbui vond ik buitengewoon leerzaam en bevatte tal van voorbeelden hoe burgers zelf aan de slag kunnen om aan de oplossing van het gezamenlijke probleem een bijdrage te kunnen leveren.

13 september
In de morgen een PHO over een initiatief tot realisering van een oeverzwaluwwand bij Geertruidenberg. Aan de oostelijke oever van de Amertak.

In de avond AB vergadering met als agendapunten o.a.: de benoeming van Hans Peter Verroen tot DB-lid, sturen op hoofdlijnen, het plan van aanpak 2e toetsing regionale keringen, het projectplan waterretentie Poort Staakberg en een aantal brieven inzake de dijkversterking Geertruidenberg/Amertak. Bij deze brieven ben ik stevig aan de tand gevoeld.

14 september
Vertrek naar Ameland waar in de avond een presentatie over de doorontwikkeling van het HoogWater BeschermingsProgramma op de agenda stond. De presentatie over de doorontwikkeling van het HWBP in de Commissie Waterkeringen bevatte o.a. de benadering dat sober en doelmatig zou doorontwikkelen naar duurzaam en doelmatig, naar in één keer goed doen. Kortom het DB besluit over het voorkeursalternatief Slikpolder is geheel passend in deze in de unie Commissie Waterkeringen besproken ontwikkelingslijn van het HWBP.

15 september
De CWK vergadering met o.a. de agendapunten: Omzetting Waterwet, naar aanleiding van de nieuwe normering, naar de Omgevingswet, de compensatieplicht bij buitenwaartse dijkversterkingen, het beoordelingsproces primaire waterkeringen en de HWBP redeneerlijn programma 2019-2024.

Na de vergadering is de CWK de dijkversterkingen op Ameland gaan bekijken. Ik vond het leuk dat we een suatiesluis in werking konden zien. Water bij eb uit de polder laten is een eeuwenoude methode om duurzaam water te lozen naar het buitenwater. 

Afsluitend een fietstocht over het eiland.

U kunt mijn (water) bijdragen ook volgen op Instagram en Twitter. Zoek mij eens op!

Louis van der Kallen



OVER WATER – 107: MODERN ASFALT 2

 

| 02-09-2017 | 11.15 uur |


 

OVER WATER – 107

 

Modern Asfalt 2

Op het artikel Over Water 104  (‘modern’ asfalt) heb ik de nodige reacties gekregen. En of de duivel mij wil helpen, verscheen ook het bericht over Los Angeles dat nu zijn wegen grijs aan het schilderen is met als doel het verlagen van de temperatuur in de stad, wat de leefbaarheid zou verbeteren. Men verwacht met het schilderen een verlaging van de grondtemperatuur met 7 graden. Greg Spotts, assistent director of Bureau of Street Services of Los Angeles, hoopt dat het project andere steden inspireert om te experimenteren met verschillende aanpakken om het hitte-eilandeffect tegen te gaan. Ik hoop dat ook. De meest aansprekende reactie kwam van Piet Zijlstra van PolyCiviel Civiele Techniek Advies, die aangaf dat zij lichtreflecterend asfalt hebben ontwikkeld, dat overdag in hoog zomer 8-10° minder warm wordt en in het donker veiliger en energiebesparend zou zijn.

28 augustus
PHO’s over: het Markdal, het bestuurlijk overleg met de gemeente Alphen-Chaam en de gemeente Baarle-Nassau.

30 augustus
Stuurgroep Zuider Water Linie met als agendapunten o.a. Europees Jaar van het Cultureel Erfgoed 2018, investeren in de linie en voortbouwen aan de linie.

De Noordwaard

In de avond een ceremonieel AB vanwege de installatie van de nieuwe dijkgraaf.

31 augustus
De kennismaking van de dijkgraaf met de organisatie en de Netwerkdag van de Noord-Brabantse Waterschaps Bond met daaraan gekoppeld een rondrit door de Noordwaard en een bezoek aan het Biesbosch Museum.

1 september
Opname Omroep Brabant in de Overdiepse Polder over wat de Amerikanen zouden kunnen leren van de Nederlandse Aanpak van het waterbeheer.

Overdiepse Polder

In de middag het breed bestuurlijk overleg van het stuurteam Markdal met als agendapunten onder andere: een presentatie van het voorkeursalternatief, de kostenaspecten, kosten en baten en een mogelijke uitbreiding van de overeenkomst van 100 ha naar 250 ha., o.a. met gedeputeerde van den Hout, wethouder Arbouw van Breda en wethouder Bert van Dijk van de gemeente Alphen-Chaam.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 100

 

| 15-07-2017 | 20.00 uur |


 

OVER WATER – 100

 

10 juli
De bestuurlijke begeleidingsgroep InnovA58, met onderwerpen: de beekpassages zoals die van de Mark, het advies Q-team, het gebied Bavelse Heide, de inpassingsvisie. Het viel mij op dat er nog steeds nagedacht werd over de Anneville eik. Er kwam een suggestie voor een wedstrijd gericht op de jeugd voor een idee met een “hoge aaibaarheidsfactor”. 

11 juli
In de morgen DB vergadering met als agendapunten onder andere: het projectplan aanleg waterretentie Poort Staakberg, de woonplaatsontheffing nieuwe dijkgraaf, een uitvoeringskrediet reparatie luchtleiding RWZI Bath, een uitvoeringskrediet voor de 2e ronde toetsing regionale keringen, het ontwerp projectplan Kleine Melanen, de Samenwerkingsovereenkomst Westelijke Langstraat, het projectplan EVZ Laakse Vaart en de realisatieovereenkomst ‘aanpassing waterhuishouding Waalwijk’. 

In de middag overleg mat Carlo Braat van het Brabants Landschap over het Veenpalen project.

12 juli
PHO over de zaken die lopen rond de dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak. Daarna een overleg Stuurteam Markdal.

In de avond eerst coalitie overleg over de invulling van de vacature in het DB. Daarna de algemeen bestuursvergadering met als belangrijkste agendapunt de Kadernota 2018-2027 (unaniem aanvaard) en voorstellen met uitvoeringskredieten: slibrooster en slibstudie Bath, AWP 2. (54.000.000) en instandhouding gistingstanks. Ik vond het als portefeuillehouder jammer dat niemand iets te vragen of op te merken had over de mededeling inzake de aanvullende toetsresultaten regionale keringen. Het gebeurt immers niet vaak dat een investeringsprognose met 25.000.000 euro wordt verminderd.

13 juli
Bezoek aan de Overdiepsepolder en een gesprek over de afwikkeling van de werkzaamheden met een paar agrarische ondernemers. Daarna stuurgroep Westelijke Langstraat met de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst Westelijke Langstraat tussen de provincie Noord-Brabant, het waterschap Brabantse Delta, de gemeente Waalwijk en Staatsbosbeheer, en met de ondertekening van de realisatieovereenkomst aanpassing waterhuishouding Waalwijk tussen de provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta. Kijk voor meer informatie over de Westelijke Langstraat eens op de provinciale website over dit onderwerp.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 84

 

| 25-03-2017 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 84

 

18 maart
Naar de start geweest van de opruimactie ‘schone Maas’. Dit keer was de Maasoever rond Overdiepse Polder aan de beurt. Tientallen opruimers gingen, ondanks het regenachtige weer en de windvlagen, aan de slag om de Maasoevers te ontdoen van veel (plastic)afval. Dit soort acties maken deel uit van een wereldwijde actie om aandacht te vragen voor de plastic soep die de zeeën van de wereld vervuilt.   

20 maart
Vandaag de waterschapsdag 2017 in Theater Diligentia in Den Haag. Wat mij dan altijd opvalt is het gebruik van geluid bij dit soort bijeenkomsten. Het aftellen van de start van het programma, zelfs in aanwezigheid van de minister van Infrastructuur en Milieu, gebeurt op een geluidsniveau dat snel 10 tot 15 decibel boven het niveau ligt dat schadelijk is voor de oren. Ik zou moeten waarderen dat het hele programma was opgebouwd rondt het thema: ‘klimaatverandering centraal’, waarbij zo nu en dan een stelling werd gedeponeerd waarover gestemd werd (eens of oneens). Dat geeft mij soms reden tot een glimlach. “Af en toe een nat pak op de fiets hoort erbij in Nederland”. 82 % was het eens met deze stelling. Kijkend naar het electoraat in de zaal was mijn gedachte dat zeker 80 % van de zaal niet hun eigen pak (kostuum of mantelpakje) bedoelde, omdat de kans groot is dat fietsen voor hen hooguit een bezigheid voor in het weekeinde was en niet zozeer voor woon-werkverkeer.

Gerrit Hiemstra van Weather Impact B.V. hield een inspirerend verhaal met als titel: “het klimaat wacht niet op ons”. Ik vond het jammer dat zijn verhaal vrijwel uitsluitend over water(overlast) ging en nauwelijks over hittestress. Hij vermeldde als klimaatverandering wel een keer extreme hitte. Maar in een betoog van 15 minuten hooguit 15 seconden over extreme hitte is wat mij betreft een gemiste kans, terwijl hittestress met regelmaat tot ‘oversterfte’ lijdt en de aanpak van hittestress bijna één op één ook een positief effect heeft op het voorkomen van wateroverlast. 

Gezien de actualiteit van de verkiezingen en de kabinetsformatie liet hij ook zien wat de verschillende partijen, volgens de doorrekening van hun programma’s door het CBS, over hebben om jaarlijks uit te geven om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Dat liep van ruim 16 miljard euro door GroenLinks tot 0 euro door het CDA (u kent ze wel de partij van het “rentmeesterschap”). In zijn betoog verwees hij naar de klimaatscenario’s van het KNMI. Ik vond in zijn betoog vooral leuk dat hij de waterschappen a-politiek noemde. Ik ben het daar van harte mee eens. Waterbeleid kent geen politieke kleur! Ik vond het buitengewoon jammer dat in het ruime uur discussie op het podium tussen de minister van I & M (mevr. Schultz van Haegen-Maas), de voorzitter van de Unie van waterschappen (de heer Oosters) en de voorzitter van de commissie water van de VNG (mevr. Adema) uit hun mond niet één keer het woord hittestress viel op te tekenen. Zelfs niet toen aan het slot van de discussie een filmpje werd getoond over een prachtig project om hittestress op een schoolplein in Meppel aan te pakken. Toen richtte de discussie zich op bewustwording van het publiek ten aanzien van klimaatadaptatie.

Soms denk je dit kan beter. Zo vertelde een beleidsambtenaar van de gemeente Zwolle, met als achtergrond een plein waar iedere meter versteend was en het enige water bestond uit een betonnen bak met stenenranden, over de gemeentelijke inzet om burgers te bewegen hun tuinen te ontstenen en te vergroenen. Een beetje een lachertje. Gemeenten/ambtenaren geef liever het goede voorbeeld. De enige die van mij een complimentje krijgt is watergraaf Stefan Kuks van waterschap Vechtstromen. In een kort filmpje noemde hij de gewenste aanpak van hittestress. Nu nog de inhoudelijke discussie over dit onderwerp op een volgende waterschapsdag! Ik hoop dat de aanwezige waterschapsbestuurders de woorden van de Unie voorzitter, de heer Oosters “Leiderschap is bewustzijn van wat er in je omgeving gebeurt”, nu ook qua hittestress gaan oppakken.

21 maart
Gisteren kregen de bezoekers van de waterschapsdag 2017 een krant uitgereikt (uitgaven van Nederland MVO) over klimaatadaptatie. Van de 20 pagina’s gingen er 19,6 over water en slechts een klein stukje ging over hittestress. Jammer en een gemiste kans. Door hittestress is er iedere zomer vermijdbare oversterfte, terwijl veel maatregelen tegen hittestress ook goed uitpakken voor de aanpak van wateroverlast. Hittestress en de mogelijkheden om dit door vergroenen aan te pakken, krijgt nog steeds van de beleidsmakers niet die aandacht die zou moeten.

In de morgen de DB vergadering met als agendapunten onder andere: de managementletter 2017-1, extra budget voor blauwe diensten, aanpak waterplantenoverlast voor hengelsportverenigingen en de kadernota.

In de middag een overleg met de dijkgraaf en in de avond het bestuurlijk overleg over de Roode Vaart met onder andere de wethouders van de gemeente Moerdijk en vertegenwoordigers van de provincies Noord-Brabant en Zeeland, waarbij de stand van zaken en de aanbesteding centraal stond. 

22 maart
In de morgen een bijeenkomst over crisisbeheersing met de collega’s van waterschap de Dommel en waterschap Aa en Maas.

In de middag het ‘Energie- en Ruimte Atelier in Terheijden over de windopgave na 2020. Voor het eerst hoorde ik de term ‘geluidsabsorberend landschap’. De suggestie was het landschap geluidsabsorberend te maken om zo de acceptatie van windmolens van de bevolking te vergroten. Op de website van de Atlas Natuurlijk Kapitaal vond ik wat informatie over dit onderwerp. Dit is een nadere studie waard!

23 maart
Ik ben aanwezig geweest bij de talkshow ‘het klimaat draait door’ in het Van der Valk hotel te Tiel. Het was een mooie ervaring deels omdat ik veel (oud) collega’s ontmoette van waterschappen waar ik ooit in het algemeen bestuur zat, zoals de waterschappen Rivierenland en Rijn en IJssel, alsmede het voormalige waterschap Alm en Biesbosch. Het was voor mij bijzonder dat ik de kans kreeg om het probleem van hittestress door ‘het doordraaien van het klimaat’ onder de aandacht kon brengen. In de gesprekstafelrondes kwam hittestress niet aan de orde. Tussen de tafelgespreksrondes was er steeds een optreden van “Beperkt Houdbaar” (improvisatiecomedy). Hun formule is deels gebaseerd op suggesties vanuit het publiek. Daar maakte ik dankbaar, met een paar zinnen toelichting, gebruik van. Hun vormgeving op dit onderwerp was prachtig en prompt kwam hittestress daarna aan de gesprekstafel wel aan de orde. Gespreksdeelnemer John Jacobs (strategisch adviseur Rotterdam Resilient City) verwees zelfs naar mijn opmerkingen. Voor mij was de dag helemaal geslaagd toen een paar collega’s onder verwijzing aan mijn Rioneddag 2017 optreden mij Mister Hittestress noemden. Dat is nu precies de bedoeling hittestress moet tussen de oren komen en dat ze mij daaraan koppelen vind ik prima.

24 maart
Ik ben naar de PAL lezing geweest in het provinciehuis van Zuid-Holland met als titel: “Kwaliteit is geen toeval, een pleidooi voor een visie op komende transities”, gegeven door Harm Veenenbos (provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit). De lezing was een uitleg over zijn werkprogramma 2017-2019, aangevuld met te bespreken stellingen. Mijn benadering was dat bij grote infrastructurele werken, zoals de aanleg en verbreding van snelwegen en dijkverbeteringen (onder andere verwoord in het hoogwaterbeschermingsprogramma), het adagium van RWS ‘sober en doelmatig’ is. De praktijk is dan soms, qua ruimtelijke kwaliteit, ‘somber en matig’. Het nieuwe politieke geroep van participatie/gebiedsontwikkeling levert veel ‘ideeën’ op maar ook geen of weinig geld voor die vaak mooie ideeën. Men kijkt dan vaak verwachtingsvol naar het waterschap als ideeënophaler en dus mogelijke suikeroom. Maar die suikeroom heeft bijna altijd slechts lege zakken!

 

Louis van der Kallen



OVER WATER – 63: SAMENWERKEN AAN WATER

 

| 29-10-2016 | 13.00 uur |


 


OVER WATER – 63

 

Vanaf 14 oktober tot en met 18 oktober een korte vakantie gehouden in Denemarken/Noord Duitsland met onder andere bezoeken aan de havensteden Ribe, Esbjerg, Kolding en Lübeck waarbij we veel water hebben gezien. 

19 oktober
Portefeuillehouderoverleg over Geertruidenberg.

20 oktober
Vandaag de Stuurgroepvergadering dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak met als hoofd agendapunt de nota “dynamische keermiddelen”. De Stuurgroep besloot unaniem het advies te geven aan het DB de keuze uit te stellen tot na de volgende toetsronde. En de uitwerking van de ‘geen spijt maatregelen’ ter hand te nemen, zodat in een latere fase, als meer bekend is over de resultaten van de volgende toetsronde, er een definitief besluit kan worden genomen.

24 oktober
Bestuurlijk overleg met wethouder Harry van de Ven over de waterprojecten in de gemeente Goirle. Op de agenda stonden onder andere: het landschapsbeleidsplan van de gemeente, de EVZ Leyoever, het agrarisch natuurbeheer Rielseheide en de EVZ Oude Leij. Ook kwam aan de orde de Gôolse geheimen, waar waterparels te ontdekken zijn.

25 oktober
Een drietal portefeuillehouderoverleggen ter voorbereiding van de bestuurlijke overleggen  met de gemeenten Waalwijk, Dongen en Geertruidenberg. Hierbij kwamen ook de ontwikkelingen rond de jachthaven Hermenzeil aan de orde. Tevens een gesprek over de Brabantse Delta inzendingen (vijf uit ons werkgebied) voor de RIONED innovatieprijs 2017. Voor de water innovatieprijs 2016, uit te reiken op 17 november, komen maar liefst 13 inzendingen uit ons werkgebied. Stuk voor stuk inzendingen om trots op te zijn.

27 oktober
utrecht-gedichtVandaag de bestuurlijke bijeenkomst, in het stadskantoor van Utrecht, over samenwerken aan water met veel wethouders, waterambtenaren van gemeenten en waterschappen. Het stadskantoor is een open gebouw waar je zonder pasje tot veel etages toegang hebt. Heel wat anders dan de meeste andere overheidsgebouwen die soms een toegangsprocedure kennen alsof je fort Knox betreedt en je alle goud/geheimen zou willen ontvreemden.

Wat mij trof was een gedicht, boven de receptie in de hal, van Guillaume van der Graft:

“Geboren in een wereld die nog kon,
reikhalzend naar, onder dezelfde zon,
ooit ergens een utopia, tenslotte
verdwaald in een legpuzzel van beton.”

Veel burgers en soms ik zelf ook verdwalen in de wirwar van de overheden en hun regels en  in hun digitale bouwwerken die wel van beton lijken. Zo star, hard en hartenloos deze kunnen zijn. Wat mij ook opviel was een moeder die haar zoontje van hooguit 3 of 4, midden in de hal (tussen alle voorbij razende mensen) een schaakles gaf. Ik mocht een foto nemen en ze vertelde dat zij hoopte dat hij ooit met zijn opa zou kuschaken-utrechtnnen spelen. Zelf speelde zij niet met haar vader dat mooie spel van vooruitdenken want haar spelniveau was, in zijn ogen, te laag. Zelf heb ik in mijn jeugd op een aardig niveau geschaakt en denk zelf mede daaraan mijn ‘afwijking’ tot misschien wel teveel vooruit denken te hebben overgehouden. De resultaten tot nu toe in de ruim veertig werkeenheden werden door Hein van Stokkom toegelicht. Hierbij werd het percentage van de gerealiseerde besparingsdoelstellingen bij gemeenten en waterschappen als maatlat gebruikt. Ik heb met die maatlat wel enige moeite, omdat die niets zegt over de werkelijke besparingen. Een werkeenheid met een kleine besparingsambitie kan prachtig scoren, terwijl het feitelijk een ondermaatse ambitie en resultaat is. Wat er wel uitsprong was de zeer beperkte resultaten van de bereikte besparingen door de drinkwaterbedrijven in Noord-Brabant. De rest van Nederland scoort veel beter. Hier ligt dus een opgave voor Brabant Water! Daarna werden we vergast op een lezing/voordracht van Max Caldas. Een paar van zijn uitspraken wil ik hier herhalen: “winnen of verliezen heeft niets te maken met presteren” en “nog beter worden dat is waar het omgaat”. Ik onderschrijf die woorden van harte. Er waren diverse ‘mooie’verhalen van bestuurders, waarbij ik vaak het gevoel krijg: ‘en nu graag de daden’. Zo werd er opgeroepen vertrouwen te hebben in de decentrale overheden bij de invoering van de omgevingswet en de daaruit voortkomende ruimte voor gemeenten, waterschappen en provincies om hun eigen beleid te voeren. Ik heb dat vertrouwen nog niet. Want de politici en bestuurders die ik spreek, zien vooral de kansen, nu veel regels vervallen/veranderen. Zouden ze beseffen dat ze wel de opdracht krijgen om ervoor te zorgen dat de leefkwaliteit van mensen, dier en planten niet verslechterd, maar zelfs verbeterd. Daar hoor ik ze vrijwel niet over. Maar misschien ben ik te achterdochtig of denk ik ‘teveel’ vooruit. 

28 oktober
biesbosch 06Vandaag een dagje op stap met een groep water ambtenaren uit Mozambique onder begeleiding van een Portugees sprekende beleidsambtenaar van het wetterskip Fryslân. Ik mocht uitleg geven over onze projecten in het kader van Ruimte voor de Rivier. Als uitvalsbasis werd gemaal Keizersveer gebruikt. Na de uitleg over het gemaal en het te bemalen gebied, heb ik uitleg gegeven over onze elementen binnen het project Ruimte voor de Rivier (dijkverbetering bij Raamsdonkveer, de waterberging Volkerak-Zoommeer en de ontpoldering Overdiepse Polder). Tijdens de rondrit heb ik het project Overdiepse Polder nader toegelicht. We brachten ook een bezoek aan de boerderij van de familie Hooijmaaijers, waar Nol Hooijmaaijers op zijn vertrouwde manier tal van vragen van de bezoekers beantwoordde. Daarna begaven we ons op het voor mij vertrouwde terrein (heb een aantal bestuursperioden deel uit mogen maken van het algemeen bestuur van het voormalige waterschap Alm & Biesbosch en van het waterschap Rivierenland) en bezochten het project Noordwaard, waar ik uitleg gaf over wat het project Noordwaard behelsde. Het was een vermoeiende dag. Engels spreken en je verhalen in stukken breken om de bezoekers, die niet het Engels machtig waren, ook bij de les te houden, is voor mij best een opgave. Maar het is altijd dankbaar en leerzaam werk. Want ook van hun ervaringen steek je altijd weer wat op. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 60: ALBERT LAUBENSTEIN

 

| 01-10-2016 | 14.00 uur |


 


OVER WATER – 60

 

26 september
canadees-01In de middag een bijeenkomst waar de stand van zaken werd doorgenomen met betrekking tot het project Overdiepse Polder. Het project loopt ten einde en we bespraken de laatste zaken die nog moeten worden afgerond, zoals onder andere de herplant van bomen op de terpen. We hebben, naar aanleiding van een vraag van de dijkgraaf, teruggeblikt op de persoonlijke hoogte- en dieptepunten en te vermelden anekdoten. Voor mij kende het project vele hoogte-, dieptepunten en spannende momenten. Maar voor mij was het meest imponerende de begrafenis van een bij de werkzaamheden in de Overdiepse Polder gevonden Canadese soldaat. Bij de besprekingen over de vraag of het waterschap dit project in opdracht van Rijkswaterstaat wel uit zou gaan voeren en de daarbij beschikbare budgetten en verantwoordelijkheidsverdeling, was mijn inbreng dat er een stevig budget moest komen voor ‘bommen en granaten’ en voor de juiste berging en identificatie van eventueel te vinden stoffelijke resten. Ik wist dat er in dit gebied nog veel vermisten waren als gevolg van de slag om Kapelsche Veer. Mijn pleidooien vielen toen niet direct in vruchtbare aarde en de dijkgraaf van toen liet mij zelf met de programmadirecteur van Ruimte voor de Rivier bellen om die zaken te bespreken. Mijn harde motivatie was: “laat niemand vanwege de geldelijke gevolgen bij zo’n vondst de andere kant opkijken.” Uiteindelijk kwamen er voor deze zaken de geëigende budgetten. canadees-02Toen dan ook op 29 september 2015 soldaat Albert Laubenstein na meer dan 70 jaar op het Canadese militaire ereveld bij Bergen op Zoom ter ruste werd gedragen, door militairen van nu van zijn regiment, en met alle militaire eer in aanwezigheid van zijn familieleden begraven bij zijn regimentswapenbroeders, had ik een goed gevoel dat de werkzaamheden in de Overdiepse Polder en mijn bescheiden bijdrage daarbij er toe hadden geleid dat Albert Laubenstein van een anoniem veldgraf zijn herkenbare plek kreeg bij zijn kameraden.

27 september
Portefeuillehouders overleggen over de komende bestuurlijke overleggen met de gemeenten Oosterhout en Goirle, het havenproject in Waalwijk en over de kwaliteit en procesaanpak van de waterkering aan de Kerkvaartse Haven in Waspik.

30 september
isabella-02Ter gelegenheid van het Zuiderwaterliniecongres 2016 heb ik de gehele dag doorgebracht in Fort Isabella te Vught. De locatie van de voormalige Isabella kazerne, waar lang geleden het regiment wielrijders gelegerd was.

Een hele dag Zuiderwaterlinie dus. Een voor mij opvallende bijdrage was  die van Arnoud-Jan Bijsterveld. Hij citeerde James Joyce “places remerber events”. Op bepaalde plaatsen ervaar ik dat ook. Ook zijn definitie van identiteit: “gedeelde opvatting van wat ons bindt” sprak mij aan. Daarna een rondgang langs de ideeën voor de vijf stellingen van de linie en een aantal gesprekken over de Keenesluis. Maar liefst twee provinciale ambtenaren en de gedeputeerde cultureel erfgoed spraken mij als portefeuillehouder cultureel erfgoed aan op de positie van het waterschap in deze. In de middag drie presentaties over het toeristisch potentieel, over de ontwikkelingen in de driehoek natuur, cultuur en economie en over anders denken, meer zien en beter besluiten. Vooral de presentatie van Petra van Egmond van het PBL met het accent op de economische waarde van de natuur sprak mij aan.

isabella-03De presentatie van Susan van ’t Klooster van Savia liet mij beseffen dat besluitvorming niet meer het alleenrecht was van de kennisdragers/de wetenschappers. Beleidsbeïnvloeding door belanghebbenden en leken via de (sociale) media en allerlei overlegstructuren is belangrijk voor ‘draagvlak’. Centrale sturing is een gepasseerd station. Nu komt het aan op ‘gezamenlijke verhalen maken’. Voor mij klinkt het als: de leken aan de macht! Of de wereld daar nu echt beter van wordt waag ik te betwijfelen. In mijn beleving is de besluitvorming en de kwaliteit van de besluiten er echt niet beter op geworden door de introductie van de politiek (relatieve leken) in de waterschapsbesturen. Maar ik zal er mee moeten leven. Om ‘draagvlak’ te creëren zal er nog heel wat water in de wijn van de beste (technische) oplossingen moeten.isabella-01

Tot slot een workshop gegeven door een studente van de NHTV, Janneke Vermulst over ‘storytelling’. Een enthousiaste jongedame die net haar werkstuk over de Zuiderwaterlinie Noord-Brabant had ingeleverd. Ze hoopte op een goed cijfer en beloofde mij het rapport toe te sturen. Daarover in een volgende Over Water vast meer. In een groepje van vier was ik de enige man. Met een jongedame van het Heusdens bureau voor toerisme, een ambtenares van de provinciale afdeling RO en met Lyanne de Laat, die een waterwandelarrangement organiseert vanuit gemaal Haastrecht, spraken we over te vertellen verhalen in verband met de Zuiderwaterlinie Noord-Brabant. Als verhalenverteller was ik zowel met het onderwerp als de gesprekspartners in mijn nopjes.

Louis van der Kallen