OVER WATER 180: DE FINISH EN WAT IS ER VAN TERECHT GEKOMEN?

 

| 20-04-2019 | 11.00 uur |


 

OVER WATER 180: DE FINISH EN WAT IS ER VAN TERECHT GEKOMEN?

 

De finish

De afgelopen weken heb ik wekelijks verslag gedaan van de onderhandelingen om te komen tot een nieuw bestuursakkoord en een nieuw dagelijks bestuur. Eerst een analyse van de verkiezingsuitslag met de titel “Hoe verder”.  Toen een somber stuk vanwege de weinig realistische houding van de overwinnaar met de titel “Heroverwegen”. Daarna een verslag met de titel “Ze”, waarin ik uiting gaf aan mijn frustraties en aangaf wat voor Ons Water de belangrijkste elementen voor een goed bestuursakkoord zijn. In het artikel “Het vordert” heb ik aangegeven dat, na het gesprek tussen de lijsttrekker van de VVD en mij als lijsttrekker van Ons Water, er ook bij de VVD nu het gevoel is binnengekomen dat ‘de taken goed doen’ belangrijk is. De sfeer in de onderhandelingen was omgeslagen. De ‘inhoud’ stond in de verdere onderhandelingen centraal. Als sluitstuk deze week was de discussie over de financiën, dus de vraag welke tariefstijgingen zijn acceptabel? Ook nu bleek dat ook de VVD primair gaat voor ‘de taken goed doen’. Natuurlijk is het beperken van de tarieven voor iedere fractie de opgave voor de komende vier jaar. Maar de (nieuwe) uitdagingen, mede veroorzaakt door de veranderingen in het klimaat, kosten helaas geld. Dat zullen we de belastingbetalers uit moeten leggen. De voor Ons Water belangrijke zaken staan in het nieuwe bestuursakkoord. Natuurlijk hebben ook wij een aantal compromissen moeten sluiten. Maar de voor ons essentiële zaken zoals onder andere: de veiligheid van onze waterkeringen, aanpak van de achterstanden bij de rioolwaterzuiveringen en het baggeren van vaarwegen en legger waterengangen, alsmede het in overeenstemming brengen van de handelingspraktijk met de regelgeving middels de peilbesluiten, zitten in het nieuwe bestuursakkoord. Nu nog de laatste punten en komma’s en het nieuwe DB kan gekozen worden.
Ik hoop dat ons DB-lid, uit straks de grootste fractie, de eerste loco-dijkgraaf zal worden. Voor Ons Water is het niet alleen logisch dat de grootste fractie die levert, maar ook dat de eerste loco-dijkgraaf komt uit de door de kiezer gekozen fracties. In fracties die zuchten onder de tucht van de kiezer is sprake van meer politieke sensibiliteit dan onder de geborgde fracties die gefocust zijn op de belangen van de categorie die zij vertegenwoordigen. Juist die politieke sensibiliteit is nodig als de dijkgraaf vervangen moet worden. Het gezicht naar buiten van het waterschap in tal van contacten met samenwerkingspartners, zoals andere overheden en de media is, naar mijn inzicht, van groot belang. Ik hoop en vertrouw erop dat onder de nieuwe DB leden dat besef ook aanwezig zal zijn. 
De komende vier jaar zal Ons Water weer met West-Brabant Waterbreed één fractie vormen. Vanuit de kracht van het zijn van de grootste fractie zullen wij met ons zevental het functioneren van het nieuwe DB kritisch maar constructief volgen. De woorden zijn zo dadelijk op papier gezet en in de digitale cloud geslingerd. Nu de daden!

Wat is er van terecht gekomen?

Augustus 2000 kwam “waterbeleid voor de 21e eeuw” uit, het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw. In februari 2001 tekenden het Rijk, de Unie, de VNG en het IPO de Startovereenkomst waterbeleid 21e eeuw en in februari 2002 kwam “Waterbeheer 21e eeuw, WB21: aanleiding, afspraken en maatregelen” uit van de Unie. Met het in juli 2003 ondertekende Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) werd met de uitvoering een begin gemaakt. Via Teleac/NOT werd in 2001 middels acht televisieprogramma het ‘waterbeheer in de 21e eeuw’ uitgelegd. 

Wat is er sinds die tijd op het vlak van: normering, de watertoets, wateropgaven, deelstroomgebiedsvisies en de regelingen rond schade, schadevergoeding en verzekeringen feitelijk tot stand gekomen? Is bij de uitwerking in de stroomgebieden nu echt gekozen voor ruimtelijke maatregelen en is aan de drietrap (vasthouden, opvangen en dan pas afvoeren) consequent inhoud gegeven? Was indien er gekozen werd voor technische oplossingen de motivatie van de waterschappen adequaat en werd deze getoetst door de provincies en/of door het Rijk? Zijn er succesvolle stroomgebiedallianties tot stand gekomen? Wat was de schade van de droge zomer van 2018 geweest als de adviezen uit augustus 2000 al verregaand waren uitgevoerd? Bij de start in 2001 waren er nog 57 waterschappen nu nog 21. Wat heeft deze concentratie opgeleverd? En is er in de ‘baten’ een verschil in de gebieden waar waterschappen wel vergaand fuseerden en waar niet? Is het “waterbeleid voor de 21e eeuw” nu ook werkelijk leidend geweest in de aanpak van de in het advies gesignaleerde waterproblemen?

Dit zijn vragen die ik graag, in een onderzoek op Unie niveau, beantwoord zou willen hebben. Voor mij is het   “waterbeleid voor de 21e eeuw” bepalend geweest in mijn denken. De commissie onder voorzitterschap van oud-gedeputeerde Tielrooij kwam met een gedegen advies. Nu bijna 20 jaar later constateer ik, op basis van mijn waarneming, dat er door politici is gewinkeld in de aanbevelingen en de waan van de dag vaker leidend is geweest dan de adviezen van Tielrooij en zijn kompanen, terwijl de klimaatontwikkelingen aantonen dat de adviezen van bijna 20 jaar geleden op goede gronden waren gebaseerd.   

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 166: WATERPROBLEMEN UIT DE ‘OUDE DOOS’

 

| 08-12-2018 | 11.30 uur |


 

OVER WATER 166: WATERPROBLEMEN UIT DE ‘OUDE DOOS’

 

Recent heb ik de hand kunnen leggen op een drietal RIZA boeken, waarvan twee alle onderzoeken bevatten “naar den toestand van openbare wateren” in Nederland in de jaren 1931 tot en met 1937. Ze bevatten een schat van informatie, ook over het werkgebied waarvoor ik een bijzondere aandacht heb: het huidige waterschap Brabantse Delta.

Enkele voorbeelden uit het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta:

In 1934 kwamen er klachten binnen van den Boerenbond te Goirle en van de hengelaarsvereniging De Ruischvoorn te Tilburg over de vervuiling van de Groote Ley (of Voorste stroom) aldaar. Bij onderzoek ter plaatse werd vastgesteld dat ook de Blauwe Ley ernstig vervuild werd door te Goirle gevestigde industrieën en door gemeentelijk rioolwater. De gemeente Goirle stelde dat de “loozing van het gemeentelijk rioolwater geen bezwaren mede zou brengen.” De Commissie stelde in haar advies dat “de loozing van het vloeibare vuil van de Gemeente wel degelijk bijdraagt tot de vervuiling en dat de aangegeven maatregelen niet tot een bevredigend resultaat zullen leiden.” De Commissie inzake Waterverontreiniging kwam tot een aantal aanbevelingen richting de gemeenten Goirle en Tilburg over te nemen maatregelen, waarbij voorlopig het vloeibare vuil via de Blauwe Ley afgevoerd mocht worden. Hierna trok de Boerenbond haar klacht in. De klacht van de hengelaars werd ongegrond geacht. Gelukkig zijn de zaken aangepakt en wordt er nu hard gewerkt om het stroomgebied van de Ley ecologisch op te waarderen.

In Over Water 164 schreef ik over de mogelijke aanleg van een riolering door de gemeente Teteringen die via het Gallooische Gat zou kunnen gaan lozen op de Mark, waartegen de Mark-Commissie bezwaren had. Het gemeente bestuur heeft na advies de plannen aangepast. De lozing werd omgeleid naar de tochtsloot van het Waterschap de Hooge en Lage Vught waarbij middels een beweegbare schuif bij de Hooge Brug verontreiniging van het polderwater wordt voorkomen. De uitvoering van de werkzaamheden zouden in de loop van 1935 uitgevoerd worden in het kader van de werkverschaffing. 

Ook in het verslagjaar 1935 komt de problematiek van de Groote en Blauwe Ley voorbij. De gemeente Goirle schreef een “Fraterschool” een septic-tank voor. Het Instituut schreef de gemeente Goirle: “dat de oplossing van dergelijke gevallen niet gezocht moet worden in het voorschrijven van septic-tanks of beerputten, doch dat de destijds aangegeven richtlijnen den eenig practisch begaanbaren weg aanwijzen om deze moeilijkheden te boven te komen.” Maar echte oplossingen kosten geld en de gemeente Goirle was toen nog niet echt bereid de portemonnee te trekken.

In 1935 werd er ook veel onderzoek gedaan naar de vervuiling van de Donge. Stroomopwaarts van Riel was de Donge schoon. De aanvoer vanuit Gilzensche Ley bleek ook redelijk schoon. De afvoeren vanuit Rijen en Dongen waren de oorzaak dat de Donge als een echte “vuilwaterloop” ’s-Gravenmoer binnen komt. De eindconclusie in 1935 was dat “de klachten der stroomafwaarts liggenden zijn dus heden nog even gerechtvaardigd als vijftien jaren en langer geleden.” Het RIZA advies: er moet een gemeentelijke rioolwaterzuiveringsinstallatie te Dongen komen en een uitbreiding van de bezinkinrichting (uit 1925) in de gemeente Gilze en Rijen. De Commissie inzake Waterverontreiniging sprong met dit advies nadrukkelijk in de belangen van het Waterschap de Donge en in die van het Waterschap de Beneden Donge. Na overleg met de gemeentebesturen en de voorzitter van het waterschap De Donge werd een principiële overeenstemming bereikt en werd het Rijksinstituut om een technisch advies gevraagd.

In 1935 richt ook het gemeentebestuur van Oosterhout zich voor advies tot het RIZA. Er waren veel klachten die veroorzaakt werden door het afvalwater van een zeemlederfabriek die konden gaan verergeren door een voorgenomen vestiging van een textielfabriek op het zelfde industrieterrein. Ten zuiden van de bebouwde kom klaagden veehouders wiens belangen werden geschaad. Terwijl aan de noordzijde er visserijbelangen werden geschaad omdat het afvalwater periodiek op het Wilhelminakanaal en het Gooikensgat werd “afgespuid”. “Daar het gemeentebestuur den tijd voor gemeentelijke centrale riolering en zuivering nog niet gekomen achtte, moest naar een verbetering door middel van afzonderlijke maatregelen worden gestreefd.” Er kwam op onderdelen een advies uit dat nu ondenkbaar zou zijn. Voor de textielfabriek kwam het advies het gekleurde verfwater via chemische klaring te ontkleuren. Maar een andere mogelijkheid werd ook geboden: “Nog meer aangewezen leek hier evenwel het laten wegzakken van het verfwater in den grond, waartoe de plaatselijke omstandigheden zich uitstekend leenden.”  “In de op verzoek van het gemeentebestuur opgemaakte ontwerp Hinderwetsvoorwaarden is aan de textielfabriek de keuze tusschen beide mogelijkheden gelaten.” Het water werd in 1935 al wel enigszins beschermd vanwege de stankoverlast en de aantasting van agrarische- en visserijbelangen. De bodem echter nog niet. Het RIZA was in 1935 echt alleen voor de aanpak van de waterverontreiniging.

De gemeente Loon op Zand komt ook voor in het jaarverslag van 1935. Hoe om te gaan met het zuiveringsproces in de drainagevelden van de Nederlandse Heide Maatschappij die dagelijks circa 200 m3 afvalwater van looierijen verwerkt tegen een kostprijs van 6,5 gulden cent per kubieke meter. De uitkomst was de voorwaarde voor lozing dat bij een test waarbij gezuiverd afvalwater “na 4 dagen bewaren in een geheel gevulde, gesloten flesch geen rottingsverschijnselen vertoont.”  Soms hoeven zaken niet ingewikkeld te zijn.

De gemeente Tilburg werd geadviseerd over de bouw van een zuiveringsinstallatie in het stroomgebied van de Ley (waterschap de Dommel). De zuivering zal plaats gaan vinden door middel van chemische klaring, volgens de patenten van Dr. Penschuck.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 124: SUGGESTIES VOOR DE GEMEENTERAADSPROGRAMMA’S

 

| 01-01-2018 | 12.45 uur |


 

OVER WATER – 124: SUGGESTIES VOOR DE GEMEENTERAADSPROGRAMMA’S

 

Bovengrondse hemelwaterafvoer
Onze steden en dorpen zijn grotendeels verhard door wegen, pleinen, parkeerterreinen, betegelde tuinen en gebouwen. Regenwater kan daardoor maar beperkt opgenomen worden door de ondergrond. Het regenwater wordt dan bijna volledig, buiten het zicht van de bewoners, afgevoerd via het riool, wat bij hevige buien kan leiden tot overbelasting van het rioolstelsel en de rioolwaterzuivering en kan leiden tot verontreinigd water op straat. Bovengrondse afvoer van hemelwater maakt het water zichtbaar en kost in veel gevallen minder dan de aanleg van een gescheiden rioolstelsel. Een nevenvoordeel is dat foute aansluitingen voorkomen kunnen worden of snel opgespoord en bewoners minder snel geneigd zijn vervuilende handelingen op straat te verrichten. Ook vergroot bovengrondse afvoer de betrokkenheid van bewoners bij de waterhuishouding en kan de vormgeving van de afvoer een verrijking zijn van het straatbeeld.

In een land als Nederland is oppervlaktewater vaak dichtbij, dan zijn molgoten (maximale diepte 5 centimeter) een mogelijkheid. Het straatprofiel blijf dan gelijk alleen de kolken kunnen verdwijnen en de molgoten kunnen met borstelwagens nog gereinigd worden. Ook zijn molgoten in een prefab versie beschikbaar. In gebieden met een natuurlijk verval zijn open goten een alternatief. Die kunnen weliswaar niet meer met een borstelwagen gereinigd worden, maar door het grotere verval worden ze vanzelf schoongespoeld door het hemelwater. Ook met bedekte (prefab) goten is veel mogelijk zij kunnen met grotere diepten veel water afvoeren en zijn geen obstakel voor het verkeer en zijn zeer geschikt voor binnenstedelijke situaties. Andere mogelijkheden en nieuwbouw situaties zijn: holle wegen, greppels en stedelijke waterlopen.

Hemelwater bufferen/infiltreren
Sinds de industrialisatie is de groei van steden versneld en is, om redenen van volksgezondheid, overgegaan tot het gezamenlijk afvoeren van het afvalwater en het hemelwater door middel van ondergrondse riolen. Door de klimaatveranderingen is er sprake van toenemende neerslag in korte perioden, waardoor de bestaande riolen vaak niet meer toereikend zijn. Gecombineerd met het besef dat het schone hemelwater niet noodzakelijker wijze in ondergrondse riolen en voor veel geld afgevoerd en gereinigd dient te worden, is het zaak te komen tot een wijziging van het huidige beleid en verandering van de praktijk.

Vertragen en bufferen moet het uitgangspunt zijn. Infiltratie in de bodem is ook goed voor de aanpak van hittestress. Water in de bodem werkt koelend bij verdamping. De verhardingen en bebouwingen zijn voor hemelwaterinfiltratie de belemmerende factoren. Die moeten dus aangepakt worden. In veel stedelijke gebieden is veel oppervlak onnodig verhard, veelal omdat het onderhoud minder nodig en goedkoper zou zijn. Onbedekt/ongebruikt verhard oppervlak moet echter ook onderhouden worden. Nu vaak met ongewenste bestrijdingsmiddelen. Onbebouwde wilde grasvelden, die bijvoorbeeld maar twee keer per jaar gemaaid behoeven te worden, zouden best wel eens een goed en kostenbewust alternatief kunnen zijn. De campagne steenbreek: ‘tegels eruit, groen of tuin erin’ is daarvoor zowel voor burgers als overheden een goede start. 

Maar er kan veel meer. Zoals de toepassing van waterdoorlatende verhardingsmaterialen. Te denken is aan: grasbetonstenen, poreuze klinkers, klinkers met open voegen of losse materialen als grind, steenslag, schelpen of houtspaanders. Maar ook combinaties zoals mengsels van steenslag en gras en open bestratingspatronen. Als er meer ruimte is en de bodem geschikt, kan hemelwater ook van daken en verharde oppervlakken direct naar grasvelden, plantsoenen, wadi’s of oppervlaktewateren als brand- en hemelwatervijvers geleid worden ter infiltratie. Ook aangelegde infiltratie-stroken/kratten/putten en grindbakken/koffers, waterpleinen en groene daken kunnen afhankelijk van de situatie goede alternatieven zijn. Positieve effecten kunnen zijn: aanpak verdroging natuur, vermindering hittestress, verbetering luchtkwaliteit, verbetering van de biodiversiteit en verhoging van de belevingswaarde van een meer groene omgeving. Als er veel ruimte is kan er ook gekozen worden voor een ‘urban wetland’ zoals Kristalbad tussen Hengelo en Enschede.

Als vrijwilligheid niet werkt kan een ‘tegeltax’ een reëel alternatief worden. Ik schreef daar eerder over.

Wat kunnen burgers zelf
Er komt meer regen en de buien worden intensiever (meer neerslag in korte tijd). Nederland zal op een andere manier met regenwater om moeten gaan. Dat kunnen overheden niet alleen. Ook de hulp van burgers is nodig te beginnen met de eigen tuin en het eigen dak van huis of schuur.

Wat tips.

  • Eruit die tegels. Gras is een goed alternatief. Bij langdurige hitte wordt uw omgeving dan ook nog eens minder warm en koelt het in de zomernachten beter af.
  • Ook houtsnippers, waterdoorlatende tegels, grind, schelpen en cacaodoppen zijn goede tegel vervangers.
  • Ontkoppel de regenpijp en sluit die aan op een vijver of regenton.
  • Gebruik regenwater om het toilet door te spoelen.
  • Zet wormen uit in je tuin. Zij verbeteren de grondstructuur zodat de grond beter water kan opnemen.
  • Creëer hoogteverschillen in de tuin zodat het water van bijvoorbeeld een terras makkelijk afvloeit naar een lager gelegen deel waar het water in de grond kan trekken.
  • Kies planten die veel water verdampen en regenbestendige soorten, zoals munt, lavendel, pinkersbloem, gagel, kardinaalsmuts of bomen zoals de meidoorn, de knotwilg of een plataan.
  • Kies voor een groen dak of gevelbeplanting. Ze leveren ook een bijdrage aan de aanpak van hittestress.

Het kan anders en iedereen kan een bijdrage leveren.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 120: INNOVATIEDAG 2017

 

| 02-12-2017 | 20.30 uur |


 

OVER WATER – 120

 

27 november
Vandaag de markt- en innovatiedag  van de Unie bezocht, waar ik in de ochtend deelnam aan een workshop over duurzaam aanbesteden “van duurzaam denken naar duurzaam doen” en de markt bezocht. Daar trof mij vooral een project van het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard, “Topsurf”. In dit project wordt bagger gehaald uit watergangen en samen met lokale mest en groenafval/maaisel toegepast als  bodemverbeteraar. Topsurf mag gebruikt worden om de bodemdaling aan te pakken. Het onderzoeksproject vindt plaats in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Daarna de uitreiking van de water innovatieprijzen 2017. Nu gun ik iedereen een feestje en een prijs, maar dan wil ik wel het gevoel hebben dat er werkelijk iets bijzonders is gebeurd dat een feestje en een prijs rechtvaardigt. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven, dan zijn de mogelijke commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden! Ik heb mijn beroepsmatige leven (40 jaar) doorgebracht op research- en ontwikkelingsafdelingen van een zaadkwekerij en een kunstharsfabriek. Daar leerde ik dat zonder het betreden van onbetreden paden er geen echte vernieuwing aan de orde zal zijn. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht. De doelresearch bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten. Of de introductie van technieken van anderen brachten wel efficiëntie verbeteringen, maar dat werden geen innovaties genoemd. En deze waren ook nooit patenteerbaar. Als uitvinder van een bepaald gepatenteerd product/productiemethode (United States Patent nr. 4255464) matig ik mij aan enige kennis te bezitten van het herkennen van innovaties en innovatieve werkwijzen. Ook nu was er, net als vorig jaar, het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn.  Hein Pieper: “sector met heel veel innovativiteit, te vaak in ambities te bescheiden”. Ik denk dan: zou hij het echt zelf geloven? Of Lidewijde Ongering: “zeer innovatief”. Veel zelfoverschatting naar mijn gevoel. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis. Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal. Het resultaat van dat denken en continue verbeteren zijn zelden innovaties. Het zijn veelal toepassingen van bestaande technieken. Zo ook nu.

In de categorie Energie en Waterschappen sleepte de EQA-Box Plug & Play, een waterkrachtinstallatie die binnen een dag te plaatsen is, de eerste prijs in de wacht. Op zich een mooi product. Maar innovatief? De techniek gebruikten de Perzen al nog voordat onze jaartelling begon. De romeinen voegde er gebruiksgemak aan toe en in de middeleeuwen was de watermolen met raderen ook in ons land al gemeengoed. Hoe mooi het product ook is, deze is geen innovatieprijs waardig, hooguit een prijs voor een mooie hedendaagse toepassing van een oud principe. De andere genomineerden in deze categorie waren: innovatiefabriek-nieuwveer en superkritisch-vergassen. Van alle genomineerden komt het superkritisch-vergassen, naar mijn mening, het dichtst in de buurt van de kwalificatie innovatief. Alleen is een dergelijk project voor een lekenjury nauwelijks te beoordelen.

In de categorie Voldoende Water won de Multiflexmeter. Een modulaire sensor die het mogelijk maakt om watersystemen online te monitoren. Niets innovatiefs! Een techniek die in bijna iedere nieuwe auto zit. Het is een ander gebruik van de parkeersensoren. Wederom een toepassingsprijs zou beter op zijn plaats zijn. Voor mij als inwoner van Bergen op Zoom was het wel leuk dat het technasium van ’t Rijks bij dit project betrokken is. Een beetje raar is wel dat deze vinding niets te maken heeft met ‘voldoende water’ en toch in de categorie Voldoende Water de prijs won. De andere genomineerden in deze categorie waren hemelswater en de zoete stuw.  Ik had de prijs meer gegund aan ‘de zoete stuw’. Een praktisch idee dat op een simpele wijze zout/brak water scheidt van het meer zoetere water. In een tijd waarin verzilting van zoet water mondiaal een steeds groter probleem wordt, is dit een idee wat een brede verspreiding en aandacht verdient.

In de categorie Waterveiligheid won een onderzoekstechniek voor sonderingen waarmee bij dijken de horizontale doorlatendheid in beeld wordt gebracht. Een mooie toepassing van bestaande kennis. De andere genomineerden in deze categorie waren VR-dijken en verbetering-ijsseldijk-gouda. De verbetering IJsseldijk won de publieksprijs. Het betreft een techniek waar de ontwikkelaars zelf in het showfilmpje van zeiden dat het was “afgekeken van de wijze waarmee parkeergarages worden gebouwd”. Hoezo innovatief. Ik herkende in de techniek ook veel van het gebruik van bentoniet in dijkverbeteringsprojecten. De wijze van toepassing is dus niet nieuw wel het gebruik van cement op deze wijze in dijken. Maar wederom meer een leuke toepassing van een bekende techniek dan iets innovatiefs. 

In de categorie Schoon water won GE(O)ZOND Water. Met behulp van ozonisatie worden  microverontreinigingen, waaronder medicijnresten, verwijderd uit het effluent van een  rioolwaterzuiveringsinstallatie. Helaas ook niets nieuws. In Zwitserland een reeds jaren gebruikte toepassing. Andere genomineerden waren de visspotter en the-great-bubble-barrier. Van mij had het belletjesscherm mogen winnen omdat dit een hulpmiddel kan zijn om iets te doen aan de plasticsoep in de oceanen.

28 november
DB vergadering met als agendapunten: de evaluatie van de communicatievisie, het meerjarenprogramma Zuiderwaterlinie, kaders waterbeschikbaarheid, EVZ Molenbeek Noord fase 3, klimaatbestendige schoolpleinen, het project sloten, oevers en dijken op orde en Landschapspark Pauwels.

In de middag een spoed overleg met RWS over de bestuursovereenkomst A27.

29 november
Algemeen Bestuur met als agendapunten onder andere: de begroting 2018, de mandatering tot het verstrekken van uitvoeringskredieten 2018, de evaluatie participatieproces Geertruidenberg en Amertak, het projectplan Roode Vaart door Zevenbergen en een uitvoeringskrediet renovatie RWZI Nieuw-Vossemeer.

30 november
Een projectbezoek aan Amersfoort  in het kader van NKWK Klimaatbestendige Stad. In de morgen de route “Water in een middeleeuws stadshart” met tal van mooie voorbeelden hoe Amersfoort de waterproblemen aanpakt. Leuk voorbeeld was een spugerbeeldje als sluitstuk van een regenwater overloop in een gracht (Westersingel ter hoogte van de Bollebruggang). 

De gehele middag een workshop over hoe de kosten/baten van klimaatmaatregelen in kaart te brengen en te kwantificeren.

1 december
Mijn laatste CWK vergadering dit keer bij het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard met als agenda punten onder andere: evaluatiemoment wettelijk beoordelingsinstrumentarium/ beoordelingsproces, buitendijks versterken, POV voorlanden en de POV macrostabiliteit.

Ik ben toegesproken door de voorzitter Hetty Klavers, dijkgraaf van waterschap Zuiderzeeland en door collega Frans ter Maten heemraad van waterschap Vallei en Veluwe. Ook ik mocht de collega’s bedanken voor de jaren van gewaardeerde samenwerking en wat ik ook van hen mocht leren.

Na afloop gaf Deborah Post een lezing over de Honey Highway. De lezing werd verluchtigd met een filmpje met een algemene uitleg en met een filmpje waar aan kinderen precies wordt uitgelegd hoe voor bijen geschikte zaden kunnen worden gezaaid.

Voor meer informatie over water ga mij volgen op instagram.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 96: WATERSCHAPSLASTEN

 

| 17-06-2017 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 96

 

Mijn vakantie, in een zeer waterrijke omgeving, gebruik ik ook om zaken te lezen waar ik normaal niet aan toekom. Zo kwam ik op de website https://kraanwatergraag.nl/ Hier vond ik de tekst die alle wethouders onderwijs en duurzaamheid zouden moeten lezen. “Wereldwijd onderzoek toont aan dat kraanwater drinken gezond is: het is goed voor je hart, brein, stofwisseling, alertheid en het voorkomt hoofdpijn. Eén suikerhoudend drankje minder per dag leidt al tot gewichtsafname bij schoolkinderen. Daarbij signaleren leerkrachten dat leerlingen die overgestapt zijn op water drinken zich beter en langer kunnen concentreren. In 2015 en 2016 deden honderden scholen al mee aan Kraanwaterdag, een vaste dag in de week waarop iedereen op school alleen kraanwater drinkt. Doet jouw school al mee? Prik direct een vaste dag in de week voor Kraanwaterdag!” Wethouders aan de slag hier mee!

Een andere website die ik ontdekte was Smart Rivers. Smart Rivers gaat er vanuit dat rivierverruimingsprojecten de beste resultaten geven voor wateroverlast beperking, natuur en landschap als zij aansluiten op de unieke eigenschappen en geschiedenis van dat specifieke riviertraject, ‘het DNA van de rivier’. Gebieden, die volgens deze filosofie worden ingericht, versterken het zeer gewaardeerde, karakteristieke Nederlandse rivierenlandschap het meest. Daarmee draagt dit type maatregelen bij aan hoogwaterbestrijding, economische ontwikkeling in de streek en aan de natuurwaarden. Gebieden worden soortenrijker, zijn duurzamer ingericht en daardoor op termijn minder kostbaar in beheer. 

Waterschapslasten
Waterschappen zijn de overheden die verantwoordelijk zijn voor onze bescherming tegen water, de zorg voor voldoende en schoon oppervlakte- en grondwater en de uitvoering van afvalwaterzuivering. Ze beheren 3.600 kilometer primaire waterkeringen, 14.100 kilometer overige waterkeringen, 230.000 kilometer waterlopen, 3.550 gemalen, 335 rioolwaterzuiveringen en tal van kleinere waterkunstwerken, zoals stuwen en sluizen. Jaarlijks investeren de 21 waterschappen circa 1,3 miljard euro en geven ze circa 2,7 miljard euro uit aan exploitatiekosten. Helaas moeten die kosten door de burgers en bedrijven worden opgebracht. Daartoe innen de waterschappen belastingen. Die, gezien alle investeringen, jaarlijks stijgen. De waterschappen zijn daarin terughoudender dan andere overheden. Dat blijkt uit de vergelijking met de andere regionale overheden. In de periode 2006-2017, dus de laatste 12 jaar steeg de totale belastingopbrengst van de alle gemeenten met 44 %, van alle provincies met 40 % in die van de 21 waterschappen met 35 %. 

Als bestuurder van het waterschap Brabantse Delta kijk ik, als het over de belastingdruk in 2017 ga, natuurlijk in de eerste plaats naar mijn eigen waterschap Brabantse Delta en kan ik met vreugde constateren dat, ondanks dat we veel dijken hebben waarin grote bedragen moeten worden geïnvesteerd, verhoudingsgewijs we niet zulke hoge tarieven hebben. De heffing per hectare is voor onze boeren één van de laagste van Nederland en nog niet de helft van de heffing in het duurste waterschap. De heffing per ingezetene is ook één van de laagste en is een fractie meer dan de helft van het duurste waterschap. Onze zuiveringsheffing zit net in de goedkoopste helft dus in de middenmoot.  Dit moet de komende jaren zo blijven is ons streven. 

Louis van der Kallen



OVER WATER – 56: OVERHEIDSPARTICIPATIE

 

| 03-09-2016 | 22.00 uur |


 


OVER WATER – 56

 

OVERHEIDSPARTICIPATIE

overdiepse polderRecent heb ik het boek “overheidsparticipatie” van Peter de Rooy gelezen. Voor iedereen die werkt bij de overheid of bij de overheid een bestuurlijke functie vervult een lezenswaardig boek. In het boek wordt met regelmaat de loftrompet geblazen over wat herhaaldelijk het ‘showcase’ project Overdiepse polder wordt genoemd. Voor mij als portefeuillehouder van dat project (op een onderbreking van 15 maanden na, van het begin ( 2009) tot de oplevering eind 2015) is daar wel enige nuancering op zijn plaats. Het startte zeker niet als een showcase project. Het werd er door de enorme media aandacht van gemaakt. De basis van het succes was dat het idee (terpen in plaats van totale ontpoldering) van de bewoners zelf kwam. Als portefeuillehouder was het een project naar mijn hart. Ik heb er dan ook onevenredig veel aandacht aan gegeven. Zeker de eerste 18 maanden vanaf de start van de realisering besteedde ik er circa 50 % van mijn tijd aan. Ik kwam wekelijks in de polder. Deels voor gestructureerde overleggen met bewoners, uitvoerenden en andere bestuurders, deels omdat ik het leuk vond veel presentaties voor binnen- en buitenlandse belangstellenden te doen. Het effect was dat je keer op keer ook informeel benaderd kon worden door de bewoners, die vooral in die beginperiode vaak contact zochten met de bestuurder. Het succes van het project werd ook stevig bepaald door de enorme inzet van de projectleidster die van de start een succes maakte. De tweede belangrijke factor was dat voor één van de bewoners (Nol Hooijmaijers) niets teveel was. Met wie je ook aanklopte voor informatie of uitleg, hij en zijn boerderij stonden altijd ter beschikking. Dat waren wat mij betreft de sleutels naar het succes van het project.

Nu wacht ons om van de afhechting van het project nog een succes te maken. Nu de media aandacht wegebt, moet de Overdiepse polder weer een ‘gewone polder’ in het waterschap Brabantse Delta worden. Voor mij zijn de sleutels tot een succesvolle overheidsparticipatie:

  • betrokkenheid van bewoners/belanghebbenden
  • bevlogen projectleiders
  • bestuurders die bereid zijn er veel tijd en aandacht aan te besteden
  • overheden/vergunningverleners die wegen vinden om met een zekere flexibiliteit snelheid te maken

Overheidsparticipatie dient, mijn inziens, voor een belangrijk deel bewegen in de wind te zijn. Dat blijkt helaas vaak moeilijk voor overheden die gewend zijn regels te maken en te volgen.

30 augustus
In de avond de bijeenkomst van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing met als belangrijkste agendapunt: sturen op hoofdlijnen. Hierbij is gekeken naar hoe de huidige wijze van agenderen van de algemeen bestuursvergadering zou kunnen veranderen om meer op hoofdlijnen te gaan besturen.

1 september
In de morgen de drielagen-bespreking Hart van Brabant op de rioolwaterzuivering in Tilburg van waterschap De Dommel over hoe de samenwerking tussen de gemeenten en de waterschappen in Hart van Brabant verder vorm te geven.

2 september
De BBQ van de achterban en fractie van Ons Water/West-Brabant Waterbreed op de boerderij van Niels Mureau nabij Made.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 43: ZUIDERWATERLINIE/ AFVALWATERSYMPOSIUM VAN HET STOWA EN RIONED

 

| 04-06-2016 | 09.00 uur |


 


OVER WATER – 43

 

27 mei
zuiderwaterlinie 02Vandaag heb ik de partnerconferentie over de Zuiderwaterlinie in Bergen op Zoom bezocht. Omdat ik in Bergen op Zoom woon, was ik er vroeg genoeg om ook de presentatie voor de ambtenaren bij te wonen en daarna die voor de bestuurders. Wel constateerde ik in de presentaties enige Brabantse accenten die de geschiedenis enigszins geweld aan doen. De Zuiderwaterlinie is niet van 1582-1920 maar maakte eerst deel uit van de Zuiderfrontier dat globaal bij de Noordzeekust bij het Zeeuwse Sluis/Belgische Knokke begon en via Bergen op Zoom liep tot Grave. In dat verre Zeeuws Vlaanderen is daar ook aandacht voor onder de naam de Staats/Spaanse linies. Pas bij de nieuwe Vestingwet van 1874 werden negen stellingen benoemd en werd het Zuiderfrontier opgesplitst in de Zuiderwaterlinie en de linie aan de Wester Schelde. Maar een kniesoor en een zeurpiet die daar op let. Zelf vind ik het wel zonde dat niet gegaan wordt voor het gehele Zuiderfrontier. Want het Zeeuwse deel, met Staatse en Spaanse forten tegen over elkaar, is in haar geschiedenis en verhalen op zijn minst zo interessant als het Brabantse deel.

De bestuurlijke discussie met gedeputeerde Swinkels en een aantal wethouders van aan de linie gelegen gemeenten was de moeite waard. Alleen jammer dat de gemeente Breda niet vertegenwoordigd was. Voor mij als waterschapsbestuurder is het helder. Hier liggen kansen voor het waterschap om een forse bijdrage te leveren, mede in dienst van onze eigen doelstellingen zoals: waterberging, kaderrichtlijn water, natte natuurparels, ecologischeverbindingszone’s (EVZ), het robuuster maken van het watersysteem, klimaatadaptaties en de PAS opgaven. Ook bij dijkverbeteringsprojecten kunnen er meekoppel-kansen zijn om werk met werk te maken. Hier liggen kansen op co-financiering en op een mooie koppeling van waterschapstaken met cultuurhistorie en economische ontwikkelingen in ons werkgebied. 

Na de bestuurlijke presentaties waren er ambtelijke presentaties over de kansen en ideeën. In ons gebied betreft het ontwikkelingen in drie van de vijf  ‘onderdelen’ van de Zuiderwaterlinie, te weten: De West-Brabantse waterlinie (Bergen op Zoom, Steenbergen), de forten aan open water (Volkerak-Willemstad, waaronder Sabina) en de linies en schansen van Breda tot Geertruidenberg. Dit alles lijkt een voortzetting van de eerdere wateratelier discussie van ‘defensie tot retentie’.

Tot slot kregen we, ter inspiratie, een prachtig boek uitgereikt. Dit boek is als de inspiratie atlas te downloaden op de website van de Zuiderwaterlinie.

31 mei
scheur-buitenriolering-728-206De gehele dag het afvalwatersymposium bijgewoond, georganiseerd door de STOWA en RIONED in Amersfoort. Een stortvloed aan lezingen over stoffen in het afvalwater, over de financiering en over de verwerking van regenwater. Als bestuurder en oudje ben ik een buitenbeentje op dit soort bijeenkomsten die vooral door technici, totaal meer dan honderd, worden bijgewoond. Riool- en zuiveringsspecialisten kijken ieder vanuit hun eigen vakgebied naar een probleem en leggen niet altijd de verbindingen tussen zaken zoals politici/bestuurders dat wel zouden moeten doen. Wat mij dan opvalt in dit soort door mannen gedomineerde gezelschappen is dat vaak jonge vrouwen de meest interessante vragen stellen. Die durven nog ‘domme’ vragen te stellen die vaak helemaal niet zo dom blijken te zijn. Hun leergierig gedrag laat zien dat ze kennis willen op doen en niet bang zijn op te vallen. Het valt mij ook op dat in dit soort gezelschappen overgewicht een grote zeldzaamheid is, terwijl dit onder bestuurders veel vaker voorkomt. Klaarblijkelijk heb je als riool- of zuiveringstechnicus meer kans een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Het meest opvallende voor mij is dat waterschappen moeite hebben andere overheden ter verantwoording te roepen voor hun foute gedrag. Zelfs als dat tot extra en daarmee vermijdbare kosten leidt. Een voorbeeld: na een lezing over een ozon proef op een zuivering van het Hoogheemraadschap van Delftland kwam de vraag hoeveel rioolvreemd water die zuivering te verwerken kreeg? Het verbijsterende antwoord was 75%. De ambtenaar van het Hoogheemraadschap liet blijken dat het lastig was gemeenten hier op aan te spreken ‘want gemeenten hadden al zoveel problemen met hun riolen en de daaraan verbonden kosten’. Nu snap ik waarom het zuiveringstarief van Delftland veruit de hoogste is van Nederland en ruim twee keer zo hoog als het goedkoopste waterschap en bijna 80 % hoger dan in het waterschap waar ik dagelijks bestuurder mag zijn, terwijl de bevolkingsdichtheid van het gebied juist zou moeten leiden tot een lager tarief dan het gemiddelde.

Maar er is meer. Lekkende riolen zijn de voornaamste oorzaak van veel rioolvreemd water. Lekkende riolen draineren als het ware de omgeving waarin zij liggen en bevorderen daarmee de daling van de grondwaterstand en daarmee van de bodem. Wat weer een bijdrage levert aan paalrot onder de huizen. Als je het voorgaande in relatie brengt met een presentatie over de financiering (belastingheffing) van de waterschappen is de verbazing helemaal groot. Naar aanleiding van de OECD studie “Water Governance in the Netherlands, Fit for the future” (ik stelde daar eerder vragen over) wordt er gekeken naar de financiering van de waterschappen en hoe dit te verbeteren. De OECD stelde dat er in Nederland meer kosten in rekening gebracht zouden moeten worden bij de gebruiker en de vervuiler. En dan komt een werkgroep die de OECD adviezen moet uitwerken met de suggestie om gemeenten te gaan belonen voor de aanpak van rioolvreemd water. Dat lijkt mij het zelfde als een inbreker te gaan belonen voor het minder meenemen bij een inbraak in je huis. Gemeenten worden dan beloond voor wanbeleid en voor het slecht onderhouden van hun riolen. Dat heeft de OECD vast niet bedoeld als zij vinden dat de vervuiler meer dient te gaan betalen. Ik besef dat rioolonderhoud in veengebieden duur is. Maar goed onderhoud moet. Het is een gevolg van de keuzen die gemaakt worden om daar te wonen en te werken. Het is zoals een andere spreker zei: “veel rioolvreemd water betekent dat je het elders niet goed geregeld hebt.”

Veel aandacht was er ook voor medicijnresten in het rioolwater en de gevolgen daarvan alsmede de zuiveringsalternatieven. Ik schreef eerder over de risico’s van medicijnresten in de riolen en zuiveringen. Kortom een leerzaam dagje en veel om over na te denken. 

1 juni
In de ochtend een een portefeuillehouderoverleg over de Zuiderwaterlinie en hoe wij daar als waterschap onze bijdrage aan kunnen leveren. Daarna een bespreking met de opstellers over het conceptplan Vitaal Leisure Landschap Hart van Brabant. In de middag een vergadering van het bestuurlijk kwartet over de voortgang van de afvalwaterketen en hoe daarop te besparen. Een dag met vergaderingen in Breda, Oisterwijk en Tilburg. Zo zie ik nog eens iets van ons mooie Brabant. 

Louis van der Kallen