DAGELIJKS BESTUUR WETTERSKIP FRYSLÂN, KENMERK W 19002

 


Bergen op Zoom, 28 juli 2019

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Wetterskip Fryslân

Per e-mail

 

Betreft: Informatieverzoek, kenmerk W 19002

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Ondergetekende heeft het ‘blauwalgprobleem’ de aflopen twintig jaar zien groeien van een enkel incident naar een situatie die jaarlijks haar opwachting maakt en steeds breder voorkomt in de Nederlandse wateren. De waterschappen zijn, naar mijn inzicht, nog steeds geneigd ieder blauwalg probleem als incident aan te pakken. Gezien de daaraan verbonden kosten beperken de waterschappen zich vaak tot een lokale aanpak van met name wateren met een zwemfunctie.

Het wordt tijd voor een andere aanpak. Waarbij wordt uitgegaan van blauwalgen als probleem voor alle wateren en als een probleem wat het gehele jaar aandacht verdiend. Dus ook als de blauwalg nog niet tot bloei is gekomen. Hoewel de nutriënten concentraties in de meeste van onze wateren (op basis van vijf-jaars gemiddelden) al jaren een dalende trend vertonen is te verwachten dat die nog vele jaren hoog zullen blijven en een voor de blauwalgen een ideale voedingsbodem zullen blijven. Daarbij komt dat door de klimaatveranderingen het aantal jaarlijkse zonuren lijken toe te nemen en door de zachte winters de blauwalgen steeds meer lijken te overwinteren. Gecombineerd met de vaak geringe diepten van onze wateren is het vrijwel zeker dat het probleem niet vanzelf zal verdwijnen. Sterker nog, we zullen er mee moeten leven. En dat vergt een wezenlijk andere aanpak. Van incident bestrijding naar een bestrijding c.q. beheersing van het fenomeen blauwalg. Dat zou moeten betekenen dat bij het totale waterbeheer steeds de afweging zou moeten zijn hoe kunnen we ons handelen beter afstemmen op het voorkomen van de groei en bloei van blauwalgen.

Als voorbeelden;
– Hoe zouden de profielen van watergangen eruit zien als ze mede ontworpen werden met het oog op blauwalgen?
– Hoe richten we de oevers in, en wat is dan het optimale beheer, als we rekening gaan houden met de aanwezigheid van blauwalgen en het voorkomen van blauwalgenbloei?
– Hoe beperken we de lichtinval en dieptewerking van licht/de zon en creëren we meer schaduw op het water?
– Welke waterplanten gaan we waar bevorderen?
– Hoe beperken we de opwarming van het water c.q. hoe bevorderen we de afkoeling in de winter?
– Hoe richten we watergangen zodanig in dat predatoren zoals de quaggamossel meer kansen krijgen om zich te vestigen? Op welke substraten hechten zij zich het makkelijkst?
– Hoe beperken we de concentraties van nutriënten?
– Nu zijn watergangen in laag Nederland ingericht op afvoeren en inlaten van het water afhankelijk van de behoefte aan water.
Hoe gaan we die watergangen mede inrichten op het maximaal doorspoelen als het water er in de winter is?
– Hoe beïnvloeden we met het baggerbeleid de blauwalggroei?
– Kortom hoe gaan we ons beheer het gehele jaar door en in alle facetten richten op het voorkomen en beperken van blauwalgen?

Nu lijkt er geen aandacht voor blauwalgen in de winterperiode. Terwijl de mate van het afsterven van de blauwalgen in de winter de sleutel kan zijn naar het vergroten van het aantal generaties blauwalgen die uiteindelijk tot bloei leiden. Meer waterdiepte kan daarbij behulpzaam zijn.

Veel vragen zijn er te stellen. Bovenstaande vragen zijn niet limitatief bedoeld. Maar zijn slechts voorbeelden van vragen die iedere afdeling/medewerker betrokken bij het waterbeheer of de ontwikkeling van beleid en inrichting van de watergangen zich zou moeten stellen.

Ondergetekende heeft ervaren dat de waterschappen tot op heden de blauwalgen incidentgericht aanpakken. Veel waterschappen hebben, in hun werkgebied, de afgelopen 20 jaar middels tal van proefprojecten gezocht naar manieren om op locatie te testen wat de beste aanpak is.

Voor ondergetekende bleek het ondoenlijk een totaaloverzicht te genereren van wat er allemaal op het vlak van blauwalg bestrijding/voorkoming gebeurd. Vermoedelijk zitten er vele spelden in de gemeentelijke en waterschappelijke ‘hooibergen’.

Mijn verzoek aan uw waterschap maak voor mij inzichtelijk wat binnen het werkgebied van uw waterschap en haar rechtsvoorgangers de afgelopen 20 jaar aan onderzoeken/proefprojecten is gebeurd aan de blauwalgproblematiek? Ik verzoek uw waterschap mij een dergelijk overzicht te verschaffen. Graag met linken naar de rapporten/verslagen.

Ik richt dit verzoek aan alle waterschappen in Nederland in een poging om een totaal overzicht te maken en dit overzicht, gericht op kennisverspreiding middels een website meer publiekstoegankelijk te maken.

De blauwalgen en de problemen die ze veroorzaken blijven. Het wordt echt tijd dat we ze met structurele maatregelen gaan aanpakken. Te beginnen met een bundeling van kennis. Niet alleen bij de techneuten van de waterschappen of gemeenten maar ook bij de bestuurders. Kennis die laagdrempelig bereikbaar moet worden van een breed publiek. Graag uw hulp daarbij

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

 

L.H. van der Kallen.

 


OVER WATER – 156: DE UNIE BELASTINGVOORSTELLEN

 

| 29-09-2018 | 09.20 uur |


 

OVER WATER – 156: DE UNIE BELASTINGVOORSTELLEN

 

In de afgelopen Algemene Bestuursvergadering van het waterschap Brabantse Delta zijn de Unie voorstellen voor een aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen besproken. Daar heb ik namens mijn fractie Ons Water / Waterbreed het woord gevoerd over dit voorstel.

Mijn verwoording van de gevoelens van onze zevenkoppige fractie viel in goede aarde bij het overgrote deel van de vergadering. Er is grote waardering voor de inspanningen van de CAB commissie van de Unie. Anderzijds is er verbijstering over de rigoureuze voorstellen. Ik schreef eerder over de effecten voor de tarieven. De effecten voor met name de tarieven voor ongebouwd (de landbouw en de natuurterreinen) en voor meer-persoonshuishoudens zijn zo gigantisch, dat ze niet alleen onacceptabel zijn, maar vooral niet passend zijn in onze traditie van geleidelijkheid en het zoeken van een breed draagvlak, veelal gevonden in een goed compromis.

Het uit 2014 stammende OESO-rapport “Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?” was het startpunt van onderzoek naar een aanpassing van het belastingstelsel, waarin werd geconcludeerd dat de organisatie van het Nederlandse waterbeheer goed is geregeld, maar dat het schort aan waterbewustzijn bij de bevolking. De OESO deed de suggestie om economische prikkels in te voeren door vervuilers/gebruikers meer te laten betalen. Ik stelde toen naar aanleiding van dat OESO rapport in een brief aan het Dagelijks Bestuur van het waterschap Brabantse Delta een hele reeks van vragen. Ik waardeer het meedenken van OESO deskundigen, maar Nederland is een geval apart. Nederland en haar inwoners hebben een lange geschiedenis met de strijd tegen en het beheer van water. Niet dat wij de wijsheid in pacht hebben, maar deze geschiedenis met het water heeft ons gebracht waar we nu zijn en ligt ten grondslag aan hoe we de heffingen geregeld hebben. In Over Water 136 schreef ik over de heffingssystemen en tariefstructuur uit het midden van de negentiende eeuw. 170 jaar geleden was bijvoorbeeld de heffingsverhouding tussen landbouwgronden en natuurgronden bijna dezelfde als nu. Mijn slotvraag in dat artikel was: “Hebben we het al die tijd fout gedaan of is het aanhangen van het kostenveroorzakingsprincipe een rimpeling in de tijd, een modeverschijnsel? Ik voel meer voor het profijtbeginsel in combinatie met het draagkrachtbeginsel.”

Nu is de knuppel, met het CAB voorstel, in het hoenderhok gegooid. Was dat nodig en is het dienstbaar? De hoenders waren rustig. De eieren werden op tijd gelegd. Er werd op tijd op stok en van stok gegaan en de haan (de belastingontvanger) kwam ook aan zijn trekken. Voor mijn gevoel is de spreekwoordelijke knuppel nu een vos met streken, die tot het hok is doorgedrongen. Hoe groot wordt de schade aan de bestuurlijke verhoudingen als iedereen alleen gaat kijken naar zijn belang of het belang van de belastingbetalers die hij of zij vertegenwoordigt? De ingezetenen voor de ingezetenen, het ongebouwd voor de boeren, het bedrijfsgebouwd voor de lozende bedrijven en de vertegenwoordiger voor natuurterreinen voor de terreinbeheerders. Weg de traditie van het ‘polderen’. Ik ben bang dat de pleiters voor het opheffen van de waterschappen straks door het onderlinge gekrakeel nieuwe munitie krijgen voor hernieuwing van de opheffingdiscussie. In het vergroten van de ‘schuifruimte’ bij een toekomstige kostenverdeling, ter mogelijke compensatie van de enorme tariefverschuivingen, zie ik niets goeds. Dit kan leiden tot een verdere politisering van de waterschapsbesturen en onwerkbare bestuurlijke verhoudingen.  

Zijn de huidige belastingsystemen zo verkeerd dat ze enorme aanpassingen noodzakelijk maken? Op de weeffout na, denk ik het niet. Ja, ze zijn voor de leek moeilijk te begrijpen. Maar ook de nieuwe systemen zijn vrijwel onuitlegbaar. De CAB voorstellen zijn, in mijn ogen, een nucleair explosief dat op scherp is gesteld. Nucleair omdat het de goede onderlinge verhoudingen die door eeuwen ‘polderen’ zijn opgebouwd volledig kan vernietigen. Iedereen begrijpt de uitgangspunten van de OESO en onderschrijft die tot op zekere hoogte. Maar de rigoureuze vertaling naar de CAB voorstellen dreigen veel kapot te maken.

Wij Nederlanders hebben in eeuwen zelforganisatie van het waterbeheer, met begrip voor elkaars belangen, iets moois en werkbaars opgebouwd. Laten we dat koesteren en verder gaan in het met kleine stapjes verbeteren van de water- en belastingsystemen die wij hebben. Het is goed dat de OESO leerpunten heeft aangereikt. Maar laten we vasthouden aan onze traditie van veranderingen in geleidelijkheid en op basis van het profijtbeginsel gecombineerd met het draagkrachtbeginsel.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 153: “GEEN PANIEK”

 

| 08-09-2018 | 07.30 uur |


 

OVER WATER – 153: “GEEN PANIEK”

 

In de september editie van “Het waterschap”, het officiële orgaan van de Unie van Waterschappen stond dit keer het ‘klimaat’ centraal. De inhoud van het artikel met de kop “Geen paniek” verbaasde mij zeer. Niet dat ik ‘paniek’ over de zeespiegelstijging wil promoten, maar lezing van dat artikel kan bij politici en bestuurders toch het gevoel voor de noodzakelijke urgentie van de aanpak van die zeespiegelstijging en de voorbereiding daarop, door versterking van onze waterkeringen en de strijd tegen verzilting, aantasten.

De accent tekst: “Gevoelsmatig denk ik dat we ook drie meter stijging wel aankunnen in Nederland”, kan een onterecht gevoel geven van ze lossen het tegen die tijd wel op. Ook de onder het kopje “Grootse daden” genoemde zaken, zoals het klimaatakkoord van Parijs en de Nederlandse klimaatwet, wekken de indruk dat we het lek wel boven hebben. Dat is mijn inziens geenszins het geval. Die ‘afspraken’ zijn vooralsnog slechts doekjes voor het bloeden, boterzacht en pakken de problemen niet echt aan. In het meest gunstige geval is er slechts sprake van enige vertraging. Maar de Trumps van deze wereld hebben geen oog voor de noden van toekomstige generaties of voor de toekomst van de laag gelegen gebieden en de bewoners daarvan. Wetenschappelijke dromers die dromen dat ‘de mensheid tot grootse daden in staat is’ en daar hun hoop op vestigen ondermijnen de, mijn inziens, noodzakelijke urgentiegedachte. 

De doelstelling van klimaatmaatregelen moet niet zijn beperking van de stijging van de CO2 concentratie in de atmosfeer, maar terugdringing! Van de inhoud van “Het Waterschap” verwacht ik dat zij een bijdrage levert aan dat bewustzijn. Wat ik ook verwacht van “Het Waterschap” en van de Unie van Waterschappen is een permanente inzet op de voorbereiding op de hogere zeespiegel en de daardoor toenemende verzilting. Voor en in heel Nederland! Die voorbereiding vereist een aanpak nu, gericht op de slechtste scenario’s.  Dus niet praten over “langs de kust een metertje er bovenop”, maar een echte aanpak. In het orgaan van de Unie van Waterschappen verwacht ik ook niet een soort van start van een discussie over lagere beschermingsniveaus. Laat staan een discussie waarin de suggestie zit de Waddeneilanden op te geven omdat “de verhouding tussen de kosten en de beschermende baten hier natuurlijk wel heel anders is dan langs de Hollandse kust.” Dit komt mij voor als elitaire Randstad praat. Nog even en Friesland of Zeeland, waar slechts 300.000 mensen wonen, worden door dit soort schrijvers en wetenschappers opgegeven.

Dit soort artikelen in het orgaan van de Unie van Waterschappen kunnen de indruk wekken dat de Unie de inhoud van dergelijke artikelen onderschrijft. Nu is het al zo dat de Randstad een hoger beschermingsniveau kent dan ‘perifeer’ Nederland. Maar het moet niet gekker worden!  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 142: DE NIEUWE BELASTINGVOORSTELLEN

 

| 23-06-2018 | 13.15 uur |


 

OVER WATER – 142: DE NIEUWE BELASTINGVOORSTELLEN

 

In het uit 2014 stammende OESO-rapport “Water Governance in the Netherlands: Fit for the Future?” werd geconcludeerd dat de organisatie van het Nederlandse waterbeheer goed is geregeld, maar dat het schort aan waterbewustzijn bij de bevolking. De OESO deed de suggestie om economische prikkels in te voeren door vervuilers/gebruikers meer te laten betalen.

Ik stelde over dat rapport in 2014 uitgebreid vragen aan het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta.

Recent is verschenen een advies van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB) met veel voorstellen tot aanpassingen van de waterheffingen. Vervuilers zullen in de toekomst meer verontreinigingsheffing moeten gaan betalen. Ook groepen die direct profijt trekken van het werk van een waterschap kunnen een hogere rekening verwachten. De CAB voorstellen zijn forse veranderingen. Eén van de veranderingen is de introductie van het gebiedsmodel als basis voor kostentoedeling. Besturen krijgen meer mogelijkheden te bepalen wie hoeveel procent van de heffingen betaald. Dat zal in de besturen stevige discussies opleveren en de besluitvorming politieker maken. Want dat gaat echt over wie betaalt wat. Hierbij gaat inkomenspolitiek steeds meer een rol spelen. Iets wat waterschappen, buiten de kwijtscheldingsregelingen, grotendeels buiten de deur hebben weten te houden.

Een andere opvallende consequentie is dat eigenaren van wegen (gemeenten, provincies, rijk en waterschappen) minder watersysteemheffing zullen gaan betalen en eigenaren van natuurterreinen juist meer. De zuiveringsheffing wordt fors veranderend. De hoeveelheid vuil en het aantal kubieke meters aangeleverd water  wordt daarin meer bepalend. Bij gezinnen zal het tarief meer naar het aantal leden van het huishouden worden gedifferentieerd. Voor tweepersoonshuishoudens betekent dat een forse daling van de heffing, voor huishoudens met vier en meer dan vier personen gaat dat een forse stijging van de zuiveringsheffing betekenen. In het huidige voorstel worden diffuse verontreinigingsbronnen, zoals die vanuit het verkeer of de landbouw, niet belast met een heffing.

Volgens de Unie van Waterschappen zal de totale lastendruk/belastingopbrengst in het toekomstige stelsel niet veranderen, wel zullen er verschuivingen van lasten optreden tussen de verschillende betalende groepen. Als de huidige voorstellen ongewijzigd worden ingevoerd, kan ieder waterschap zelf bepalen hoe hoog de uiteindelijke heffingen gaan worden. Daarbij kunnen waterschappen maximaal 15% afwijken van de richtlijnen van de Unie van Waterschappen. Het nieuwe stelsel kan naar verwachting op 1 januari 2022 in werking treden.

Ik vind de voorgestelde veranderingen van de heffingen fors. Een tweepersoonshuishouding gaat bijvoorbeeld in mijn eigen waterschap Brabantse Delta 26 % minder zuiveringsheffing betalen. Een vierpersoonshuishouding 46 % meer. Wat er voor natuurgronden meer betaald gaat worden is in de voorstellen niet per waterschap uitgewerkt, maar kan oplopen tot 1500 % meer. Dat is wel heel fors. De vraag is kunnen natuurbeheerders dit soort stijgingen wel aan. Ook voor mijn eigen gemeente Bergen op Zoom, met heel veel bossen in bezit, kan het een dure aangelegenheid worden.

Enige tijd geleden schreef ik over de waterschapslasten voor grondbezitters in het jaar 1844. Toen was de kwaliteit van de grond en daarmee het opbrengend vermogen maatgevend. Mijn eindconclusie toen was: “170 jaar geleden was de heffingsverhouding tussen landbouwgronden en natuurgronden bijna dezelfde als nu. Kijkend naar de CAB voorstellen nu, stel ik mij de vraag: hebben we het al die tijd fout gedaan of is het aanhangen van het kostenveroorzakingsprincipe een rimpeling in de tijd, een modeverschijnsel? Ik voel meer voor het profijtbeginsel in combinatie met het draagkrachtbeginsel. Ik wens de wetgever veel wijsheid toe bij de te maken afwegingen. Zelf leer ik graag van de geschiedenis, omdat ik heb geleerd dat daar veel wijsheid in te vinden is.”        

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 141

 

| 16-06-2018 | 11.15 uur |


 

OVER WATER – 141

 

11 juni Bestuurdersdag UvW 2018

De bestuurdersdag van de Unie van Waterschappen is altijd een mooie gelegenheid om collega’s te ontmoeten en iets te leren van wat er elders op het gebied van water speelt. Dit keer was de gastheer  het Wetterskip Fryslân en werden we ontvangen in de Grote of Jacobijnerkerk te Leeuwarden. Deze kerk bevat de grafkelder van de Friesche Nassau’s, de in Leeuwarden en Groningen residerende Stadhouders van Friesland en Groningen. De kerk is, net als Leeuwarden, een bezoek waard. Het ochtendprogramma startte met het Friese volkslied. Mocht de bestuurdersdag van de Unie ooit nog door Brabantse Delta georganiseerd worden dan wil ik graag dat de ontvangst in Bergen op Zoom is, zodat ik de geachte collega’s kennis kan laten maken met het “Merck toch hoe sterck”.

Er waren lezingen van onder andere Hans Achterhuis, milieufilosoof en van de bioloog Theunis Piersma. Het verhaal van Piersma ging over het verloren gaan van het geluid, de geuren en de kleuren in en van het landschap door de teruggang van insecten en vogels, die dat landschap kleuren. Wat mij ook trof waren de effecten van de huidige techniek van het injecteren van mest (insnijden van de grond) op de bodemkwaliteit en het bodemleven. Ook de effecten van de diepe ontwatering op de Friese laagveengronden maakte op mij indruk. Boer Brunia vertelde over hoe het anders kan met buitenpotstal en beweidingstechniek.  Het verhaal van Peter de Ruyter over het Friese Laagveen was indrukwekkend, waarbij de “Places of Hope” projecten lieten zien dat er mogelijkheden zijn om het tij te keren. Iris Kroes sloot het ochtendprogramma af met een (water)lied waarbij ze het gezelschap zich wederom tot koor liet omvormen.

Het middagprogramma bestond voor mij uit een bezoek aan het Natuurmuseum Fryslân, waarbij de nog in aanbouw zijnde onderwaterbeleving werd bezocht. Hierin worden bezoekers straks rondgereden in een Friese onderwaterwereld. De bezoeker wordt daarbij een beleving geboden als ware hij of zij een vis. Ik kom zeker een keer terug als dit geopend is. Het Wetterskip is nauw betrokken bij dit project. Daarna volgde een boottocht door de grachten van Leeuwarden die eindigde in de voormalige gevangenis van Leeuwarden.   

Het eerste deel van de rit naar huis was een beetje een pelgrimstocht. Een rit over de Afsluitdijk is voor mij iets bijzonders. De Afsluitdijk vind ik een uiting van Hollands glorie en voor mij een zichtbaar en bijna levend eerbetoon aan wat waterbeheer en dijkenbouw aan Nederland heeft toegevoegd. Staand voor het standbeeld van Cornelis Lely ben ook ik een beetje trots op wat wij ‘waterschappers’ toevoegen aan Neerlands trots.

12 juni praktijkseminar

Op 12 juni ben ik naar het praktijkseminar “de implementatie van klimaatadaptatie in steden en regio’s” op de WUR campus te Wageningen geweest, georganiseerd door het PPS netwerk. Vaak ben ik op dit soort seminars de enige waterschapbestuurder. Dit keer telde ik er vijf, waarvan drie uit Noord-Brabant. Alle drie de Brabantse waterschappen waren vertegenwoordigd. Dit laat zien dat klimaatadaptatie nu echt ook bij bestuurders tussen de oren begint te komen en men er tijd voor begint vrij te maken. Ook waren er een aantal ambtenaren van waterschappen en gemeenten aanwezig.

Het viel op dat nu ook ‘sterfte’ als één van de gevolgen van bijvoorbeeld hittestress genoemd werd. Ik ben duidelijk niet meer een roepende in de woestijn. In het verhaal van Gilbert Maas van de WUR werden, buiten de standaard gevolgen van de klimaatverandering (overstromingen, wateroverlast, hittestress en droogte), ook natuurbranden en bodemerosie genoemd als gevolgen.  Door twee medewerkers van de gemeente Ede (Koen Classen en Anoek Ruijters) werd de aanpak van de gemeente Ede gepresenteerd, die mede gebaseerd is op de klimaateffectatlas data en op de klimaateffectatlas Vallei en Veluwe. Deze klimaateffectatlas is ontwikkeld in opdracht van gemeenten, provincies, en waterschap in Gelderse Vallei, Veluwe, Eemland en IJsselvallei.

Deze aanpak is wat mij betreft een voorbeeld voor andere gemeenten en waterschappen.

Louis van der Kallen

 


VERANDERENDE WATERSCHAPSBELASTINGEN

 

| 20-01-2018 | 11.00 uur |


 

VERANDERENDE WATERSCHAPSBELASTINGEN

 

 

In 2014 verscheen de OECD studie “Water Governance in the Netherlands, Fit for the future”. Op 1 juni van dat jaar schreef ik daar een uitgebreide brief over aan het Dagelijks Bestuur van het waterschap Brabantse Delta. Een deel van die brief ging over de kosten van het waterbeheer en over de belastingen die de basis vormen van de financiering van waterschappen.

De OECD stelde onder andere dat de kosten van het totale waterbeheer onvoldoende transparant inzichtelijk zijn en dat harmonisatie van de verslaglegging hierbij behulpzaam kan zijn.  Ikzelf stelde, mede op basis van de OECD studie, dat de waterschappen vaak geconfronteerd worden met kosten die feitelijk door de besluiten van andere overheden veroorzaakt worden en dat deze kosten geen rol spelen bij de besluitvorming binnen deze overheden. Hierbij is het soms zo dat elders geld wordt verdiend, terwijl de kosten op het bordje komen van het waterschap. Mijn vraag toen aan het DB was: op welke wijze is uw DB, eventueel in Unie verband, van plan om de kosten van het waterbeheer meer inzichtelijk te maken zodat deze op zijn minst worden betrokken bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen en zo mogelijk de extra kosten worden gedragen door degene die baat hebben bij die ruimtelijke plannen?

In 2015 heeft de Unie van waterschappen een onderzoek gestart naar een eventuele aanpassing van het belastingstelsel voor de waterschappen. Met als doelstellingen: toekomstbestendiger, kostenterugwinning, uitlegbaar, transparant, robuust, rechtvaardig, maatschappelijk gedragen, eenvoudig uitvoerbaar, lage perceptiekosten, een betere toepassing van het profijtbeginsel, een betere toepassing van het kostenveroorzakingsbeginsel en een betere toepassing van de vervuiler betaalt. Tevens zou het stelsel solidair van karakter moeten zijn en moet regionaal maatwerk mogelijk blijven. Een schier onmogelijke opgave.

Na twee jaar onderzoek beginnen de mogelijke veranderingen nu vorm te krijgen en worden ze in Unie verband besproken met leden van de dagelijkse besturen van de waterschappen en deze maand ook met leden van de algemene besturen. Mijn voorlopige conclusie over de mogelijke veranderingen is dat het streven naar transparantie (begrijpelijkheid) van het belastingsysteem niet echt uit de verf komt. Het belastingsysteem en de wijze hoe kosten toegerekend worden aan burgers en bedrijven blijft voor gewone mensen moeilijk te doorgronden. Voor mij is een betere invulling van het kostenveroorzakingsbeginsel en een betere toepassing van de vervuiler betaalt het belangrijkste om de veranderingen in de belastingheffing uit te leggen en te verdedigen naar de belastingplichtigen. Die principes krijgen wat mij betreft tot op dit moment onvoldoende vorm.

Zo is het begrijpelijk om de diffuse verontreiniging van vooral fosfaten en nitraten door de landbouw te gaan belasten. Maar waarom worden dan de diffuse verontreiniging van koper door de spoorwegen niet belast, terwijl die in de watergangen naast spoorwegen aantoonbaar is en de veroorzaker helder is. Het water uit die sloten is bijvoorbeeld voor agrariërs vaak niet bruikbaar omdat het hoge kopergehalte de kwaliteit van hun oogst aantast. Het zelfde geldt voor het wegverkeer. Ook hier zou een heffing bijvoorbeeld via de opcenten van de motorrijtuigenbelasting, te heffen via de provincies, een simpele en goedkope weg zijn. Een ander voorbeeld zijn de (rijks)wegen. Aantoonbaar leveren die een forse bijdrage aan de zinkconcentraties in bermsloten afkomstig van onder andere de vangrails.

Helder moet zijn dat deze heffingen niet een extra belasting zijn, maar een verschuiving ten opzichte van de huidige belasting. Het totaal van de belastingen gaat met de verschuivingen niet omhoog, maar de belastingen verschuiven richting de veroorzakers van een vervuiling. Voor het maatschappelijk draagvlak is het nodig dat een principe, zoals de vervuiler betaalt, consequent wordt toegepast, zeker als met de toepassing de perceptiekosten laag worden gehouden.  

Zelf ben ik blij met een aantal aanpassingen, waaronder de aanpassing van de heffingsformule voor de zuiveringsheffing voor bedrijven. Hierbij is de aanpassing dat niet alleen meer naar de aard en concentratie van de vervuiling wordt gekeken, maar ook naar het aangeleverde volume. Dat zal een motivatie opleveren om ook de geleverde hoeveelheid aan de zuiveringen te verminderen, waarmee nu de zuivering onnodig wordt belast. Dit is een uitstekende toepassing van het kostenveroorzakingsprincipe!

Ik ben benieuwd hoe de discussie zal gaan lopen en welke wijzigingsvoorstellen uiteindelijk in de wet verankerd worden.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 98: BESTUURDERSDAG 2017

 

| 01-07-2017 | 23.00 uur |


 

OVER WATER – 98

 

26 juni
Vandaag de bestuurdersdag van de Unie van waterschappen in Veghel in het oude CHV gebouw aan de Noordkade. Het heeft wel iets om bijeen te komen in een industriële omgeving. Het parkeerterrein maakte al indruk met de oude meng/gietpotten in een rij. 

Soms begint de verwondering al bij het binnen komen van de zaal. Op ieder stoeltje een flesje Spa. Voor een zichzelf als duurzaam presenterende organisatie, zoals de Unie, vind ik flessenwater al niks, maar dan ook nog uit het buitenland terwijl er niets mis is met water uit de Brabantse grond. Foei!. Maar de verwondering ging door. We werden per video welkom geheten door de dijkgraaf van het waterschap Aa en Maas, onze gastheer Lambert Verheijen. In het filmpje was een oever te zien met distels en berenklauw. Twee planten die we als waterschap toch zouden moeten verwijderen. Daarna waren er een tweetal interessante lezingen van Liesbeth de Theije over het programma ‘transitie landbouw’. Zij deponeerde de stelling dat waterschappen zich naar de omgeving zouden moeten presenteren als kennispartner/kenniscentrum. Daar heb ik zelf wat twijfels bij. In tegenstelling tot wat waterschappen zelf beweren, zijn ze door hun risicomijdend gedrag niet echt vernieuwend. De andere spreker was rector magnificus Arthur Mol van de Wageningen Universiteit en Research over water en voedsel. Wat op mij indruk maakte waren zijn klimaatvoorspellingen ten aanzien van de neerslaghoeveelheden en hun invloed op de productie van voedsel. Met name in Spanje en Portugal in Europa en Turkije, Syrië en Irak in het Midden-Oosten zouden de komende eeuw wel eens te maken kunnen krijgen met dalingen van de neerslag met 40 tot 60 %. Wat dit gaat beteken voor de leefbaarheid en voedselproductie in die gebieden, waar ook de bevolkingstoename de afgelopen jaren hoog is geweest en de problemen voor de bevolking al immens zijn, laat zich raden.

Daarna heb ik een bezoek gebracht aan de ‘Verspillingsfabriek’, waar ik een lezing bijwoonde over hun inzet om verspilling van voedsel te voorkomen. Het motto van de spreker was: ‘van betekenis zijn’. Dat is zeker wat de Verspillingsfabriek en de initiatiefnemers proberen te zijn!

27 juni
DB met onder andere de agendapunten: reactie DB op de algemene beschouwingen bij de kadernota, prognose en realisatie projecten zuiveringsbeheer, begroting 2018 muskusrattenbestrijding, aanvullende toetsing regionale keringen 2017 en de aanpak 2e toetsing regionale keringen.

En PHO cultuurhistorie en PHO over de bestuursovereenkomst A27.

In de namiddag een overleg samen met onze dijkgraaf Huub Hieltjes met gedeputeerde Johan van den Hout en wethouder Kevin van Oort over de Slikpolder.

28 juni
PHO ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Waalwijk.

PHO ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Rucphen.

Oordeelsvormende bijeenkomst van het AB over waterkwaliteit. Daarna de voortzetting van het reguliere AB.

29 juni
Bestuurlijk overleg gemeente Rucphen over met name de verdeling van kosten bij een aantal werkzaamheden.

In de middag een gesprek met 9 kinderen van de Zonneberg school in Kruisland in het kader van hun Lego challenge welke in 2017/2018 over water zal gaan.

30 juni
Raadsexcursie van de gemeente Moerdijk over de centrumontwikkelingen inclusief de Roode Vaart waar ik een toelichting gaf over de inbreng en het belang van het waterschap bij dit project.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 87

 

| 15-04-2017 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 87

 

7 april
Unie bijeenkomst met de Commissie Aanpassing Belastingstelsel. Zelf nam ik deel aan de discussies over het eventueel belasten van de diffuse belasting van het oppervlaktewater door de landbouw en over het eventueel belasten van het aanbieden van hemelwater bijvoorbeeld via de gemeenten. Keer op keer valt het mij op dat veel bestuurders belastingen en belastingsystemen vrijwel uitsluitend bekijken vanuit de opbrengsten kant en niet of nauwelijks de (neven)doelen in de discussie betrekken, die met de wijze van heffen bereikt kunnen worden.

10 april
In de ochtend een portefeuillehoudersoverleg ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Tilburg.

12 april
In de ochtend ben ik geweest naar de kick-off bijeenkomst van het Leisure Ontwikkel Fonds in Kaatsheuvel. Aansluitend de Phario bijeenkomst in de Nicolaikerk te Utrecht bezocht. Centraal stond: hoe nu verder met het Phario project (de productie van bioplastic uit rioolwater)? De pilot van productie van PHA (PolyHydroxyAlkanaat) is succesvol. Nu zou er opgeschaald moeten worden. De eventuele investering naar grotere proefhoeveelheden is enkele tientallen miljoenen euro’s. Productie van bioplastic is niet een kerntaak van de waterschappen. Nu wordt het dus tijd om niet alleen met andere waterschappen, technologische instituten en verwerkers van dit soort materialen samen te werken aan de verdere ontwikkeling van het productieproces, maar nu dienen de huidige producenten van PHA geïnspireerd te worden mee te gaan doen. Er waren een aantal interessante lezingen en enkele exposanten. Onder de exposanten was Rodenburg Biopolymers uit Oosterhout met een aantal functionele toepassingen van PHA. Modified Materials B.V. was aanwezig met een alternatief voor vislood.  Het meest aansprekende verhaal kwam van Maria Westerbos van de Plastic Soup Foundation. Zij wees, middels filmpjes, (waaronder één met humor), ons op het belang van de aanpak van micro plastics en de mogelijke effecten op het leefmilieu van mens en dier en uiteindelijk onze voeding. Dit moet, ook voor het bedrijfsleven, de motivatie zijn om PHA samen met de waterschappen verder te ontwikkelen en in grootschalige productie te brengen!

13 april
AB vergadering Aquon bij waterschap Rivierenland te Tiel. Ik verving collega Jacques van der Aa. Agendapunten waren o.a. het accountantsverslag 2016 en de jaarstukken 2016 en de kadernota 2018. 

Louis van der Kallen



OVER WATER – 69

 

| 10-12-2016 | 09.00 uur |


 


OVER WATER – 69 

 

bordje-einsteinAls waterschapsbestuurder  kijk ik met respect naar hoe het waterschap Peel en Maasvallei heeft nagedacht en actie gaat ondernemen na de wateroverlast in hun gebied in de afgelopen zomer. In een paar maanden tijd hebben ze een actieplan opgesteld om in de toekomst beter voorbereid te zijn op hoge neerslaghoeveelheden in korte tijd. “Code oranje” met als subtitel: “omgaan met klimaatverandering” is, wat mij betreft, een gedegen antwoord op de gebeurtenissen. Met de wetenschap dat wateroverlast nooit helemaal is uit te sluiten, is een gedegen plan gemaakt. Ze beseffen ook dat die aanpak de mogelijkheden en bevoegdheden van een waterschap ver overschrijden. Een gezamenlijke aanpak met gemeenten, bedrijven, boeren, natuurorganisaties, de provincie en particulieren is geboden. Waterschap Peel en Maasvallei gaat aan de slag. Mijn complimenten.

Soms ben ik, als raadslid, stik jaloers. Dit keer op wat er gebeurt in de gemeente Tilburg en wel op hoe die gemeente een “klimaatadaptieve herinrichting Kruidenbuurt (fase 2)” aanpak heeft ontworpen. Helaas is het niet op de website van de gemeente Tilburg te vinden. Ook daar valt dus nog het nodige te verbeteren. Dat laat onverlet dat Buro Bergh een schitterend en vooruitstrevend ontwerp heeft gemaakt voor de herinrichting van de Kruidenbuurt waarbij de facetten van een klimaatadaptieve aanpak, zoals omgang met water en hittestress, vrijwel volledig aan bod komen. Dit is wijkklaar maken voor de toekomst.

In de visie en het plan voor de kruidenbuurt zijn doelstellingen verwoord en uitgewerkt:

  • verminderen kwetsbaarheid voor hitte, wateroverlast en droogte
  • behouden en versterken stedenbouwkundige structuur
  • contact houden met het oude landschap
  • vergroten waarde van het groen
  • vergroten sociale contacten.

Wat mij betreft een voorbeeld om na te streven.

6 december
In de morgen een overleg met de twee collega’s, die ook een gebiedsportefeuille hebben. Samen met de ondersteunde beleidsambtenaren hebben we gesproken over de inhoud in 2017 van de bestuurlijke overleggen met de waterwethouders van de inliggende gemeenten. 

In de middag een overleg ter voorbereiding van de informatieavond op 15 december van het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak.

Daarna een portefeuillehouderoverleg ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Loon op Zand.

Aan het slot van de middag een overleg met de DB collega’s ter voorbereiding van de vergadering van het algemeen bestuur van 7 december.

7 december
De Algemeen Bestuursvergadering (AB) met een stevige discussie over een aanvraag uitvoeringskrediet cofinanciering POP 3 Water. Hoewel ik bij dit stuk niet de portefeuillehouder was, vond ik het toch nodig om als DB lid er op een bepaald moment een bijdrage aan te leveren, omdat het bestedingsdoel van de POP 3 subsidie de realisering is van 5 kilometer beekherstel, een stuk EVZ en 5 vispassages in het gebied Tilburg West waarvoor ik wel verantwoordelijk ben. Met name de opmerking van de VVD dat besteding een “blackbox” was prikkelde mij, omdat de realisering van dit soort zaken een onderdeel is van het waterbeheersplan dat door het AB met steun van de VVD is vastgesteld. Het DB en ik doen dus wat ons is opgedragen. Een element in de discussie was dat subsidieregelingen als POP 3 ingewikkeld zijn en vereenvoudiging behoeven. Die opvatting heb ik ook, maar dat laat onverlet dat als ik een goed herinrichtingsplan, zoals het onderhavige, kan realiseren met circa 75 % subsidie, ik dit niet laat lopen. Zeker niet als een gemeente als Tilburg alle zeilen bijzet om samen met ons waterschap dit soort zaken tijdig te realiseren zodat ook wij trachten de waterdoelen, die veelal door de hogere overheden zijn geformuleerd, zoals de KRW, kunnen halen. Voor mij is de discussie wel een opdracht om niet alleen de plannen in Tilburg West te realiseren, maar ook de discussie aan te gaan met subsidieverstrekkers over de complexiteit van de subsidieregelingen. 

8 december
crownVandaag het regionaal overleg Hart van Brabant Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting in het Crown Business Center te Rijen. Van binnen en van buiten, voor een modern gebouw, best mooi. Binnen zijn op de muren veel inspirerende teksten van de groten der aarde te lezen. Voor mij was de meest toepasselijke: “The important thing is not to stop questioning” van Albert Einstein

Mijn bijdrage betrof de voor het waterschap belangrijke punten als:

  • de stand van zaken PAS
  • de stand van zaken Natuurnetwerk Hart van Brabant
  • de verduurzaming woningvoorraad, (aandacht voor waterberging, groene daken en hittestress)
  • de kwaliteitsafspraken verbetering Landschap
  • het provinciaal Milieu en waterplan.

9 december
Een klankbordgroep bij de Unie van waterschappen over inbreng van de Unie bij de komende verkiezingen en formatie. Kernpunt is de totstandkoming van een gezamenlijke investeringsagenda (binnen het fysieke domein) van rijk, waterschappen, gemeenten en provincies. Samen met de VNG en IPO is gekeken welke inbreng geleverd zal worden aan de onderhandelende partijen. Kernthema’s zijn: klimaatadaptatie (wateroverlast, hittestress), energietransitie, circulaire economie, waterveiligheid, waterkwaliteit, binnenlandse zaken (kosten verkiezingen) en overkoepelend (belastingen). De benadering om bij de aanpak van klimaatadaptatie ook te kijken naar de bouwregelgeving beviel mij zeer. De gezamenlijke investeringsagenda zou medio februari klaar moeten zijn.

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 59

 

| 24-09-2016 | 09.30 uur |


 


OVER WATER – 59

 

19 september
In de morgen een overleg met de projectleiders van het Phario/bioplastic project. Hierin kon ik mijn beroepsmatige kennis over plastics en de productieprocessen inbrengen.

In de middag in het kader van de European Social Innovation Week de workshop “waarom moeilijk doen als het samen kan”.

20 september
2016-09-20 08.55.50DB vergadering met onder andere de agendapunten: de renovatie bedrijfsgebouwen op de RWZI’s Bath, Nieuwveer en Rijen en de nota Bestuurlijke vernieuwing: sturen op hoofdlijnen. Voor mij was het belangrijkste de intentieovereenkomst “inrichting beekherstel en ecologische verbindingszones gemeente Tilburg”, een sluitstuk van een lang bestuurlijk traject. Nu komt de uitvoering. Vanwege de ENECO tour, waardoor Bouvigne slecht bereikbaar was, waren we voor de vergaderlocatie uitgeweken naar het Novotel in Breda. Dat leverde de kennismaking op met wat wielerploegen die dat hotel die dag als uitvalsbasis hadden.

21 september
Een hele dag doorgebracht bij de nationale groendag bijeenkomst te Capelle aan den IJssel met vele interessante lezingen van onder andere Eduardo Marin Salinas van de Urbanisten. Een goed verhaal over een onderzoek in Zwolle waarbij helder werd gemaakt wat investeren in vergroening van de stad aan baten in euro’s opleverden op terreinen van waterberging, WOZ waarden, klimaat/hittestress, volksgezondheid en sociale samenhang. Voor mij een openbaring om te zien dat via een model (TEEB) inzichtelijk kon worden gemaakt wat investeren in groen en water aan maatschappelijke winst kan opleveren. De diverse lezingen gaven mij behoorlijk wat stof tot nadenken. Wat op dit soort bijeenkomsten ook leuk is, zijn de persoonlijke gesprekken die je kan hebben met jonge mensen die met hart en ziel zich inzetten voor een meer ‘groene wereld’. Eén van hen was Sara Reijnders met een pas gestart persoonlijk blog over groene onderwerpen.   

Water kwam ruim aan bod met onder andere een lezing van Dijkgraaf en voorzitter van de Unie van Waterschappen Hans Oosters. Wat mij echter het meest zal bij blijven was een lezing over een dijkverzwaringsproject in Capelle, omdat voor mij helder werd dat ze er in de Randstad soms voor mij niet alleen rare, maar ook ondenkbare methoden op nahouden om draagvlak bij de gemeente of de burgerij te bereiken. Zo betaalde het waterschap de taxatiewaarden van 19 bomen die gekapt werden. Hierbij moet bedacht worden dat deze bomen illegaal waren. Want de keur (een watersch2016-09-21 09.32.28apsverordening met de kracht van een wet), ook van het betrokken waterschap, verbiedt al sinds jaar en dag bomen op een dijk/waterkering. Veel geld storten in een gemeentelijk groenfonds voor de kap van illegale bomen is voor mij ondenkbaar! Overtreding van wetgeving kan nooit leiden tot betaling van ‘schade’. De betaling had andersom moeten zijn wegens het illegaal beschadigen van een waterkering door boomgroei. Dit soort, in mijn ogen, absurde betalingen maken dijkverzwaringen soms onnodig duur. En uiteindelijk moeten de burgers en bedrijven deze ‘meerkosten’ opbrengen.

Capelle aan den IJssel was de winnaar van de titel groenste stad 2016. Soms is bij zo’n bekroonde gemeente nog veel te verbeteren. Hun Stadsplein is totaal verhard. Voor de gelegenheid was de ingang naar de congreslocatie tijdelijk een beetje ‘groen’ gemaakt.2016-09-21 09.33.42

In de avond de bijeenkomst van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing.

22 september
In de morgen de bijeenkomst van de Commissie ROV van de regio Hart van Brabant met voor mij als belangrijk agendapunt: de regionale opgaven in relatie tot PAS (programmatische aanpak stikstof) onder andere over het gebied Loonse en Drunense duinen en de Westelijke Langstraat.

23 september
De uniecommissie CWK met als agendapunten onder andere: de ‘visie op de regionale keringen’ en het kennisplatform Risicobenadering, met in de middag een werkbijeenkomst.

Louis van der Kallen