(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 29: GROTE LEUGENS

 

| 03-05-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 29: GROTE LEUGENS

  

oestersDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.   

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben Tweede Kamer fracties aanvullende schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, aanvullend zijn op 9 maart 2015 beantwoord

Soms denk je: waar halen ze het vandaan! Zouden rechtgeaarde parlementariërs de antwoorden van de minister geloven of nemen ze het voor zoete koek aan, omdat de minister van dezelfde club (de VVD) is?

Zo vroeg de VVD zich af of na het verzilten er extra betaald zou moeten worden voor zoet water?

De minister stelde: “Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat de prijzen voor zoet water in de toekomst zullen stijgen.” In het antwoord wordt tevens herhaald dat de leverzekerheid zal stijgen en er een betere kwaliteit beschikbaar komt. In Natte 5 ben ik op deze fabel al in gegaan: niks verbetering van de leverzekerheid en alleen een kwaliteitsverbetering ten aanzien van het chloridegehalte, maar ook een verhoogde kans op bruinrot. Voor de gemiddelde (poot)aardappelteler een regelrechte nachtmerrie.

In het antwoord betoogt de minister dat op basis van de hogere leverzekerheid en de betere kwaliteit voor de landbouw “jaarlijks circa 86 miljoen euro aan extra baten zijn berekend”. Zij en haar ambtenaren moeten wel een hele dikke duim hebben om in deze extra opbrengst te geloven.

Wat de dikke duim overstijgt is het ministeriële antwoord op het VVD verzoek de “nieuwe inkomsten van de Rijksoverheid via bijvoorbeeld de afdracht van visserijrechten of de waarde van Rijksvastgoed te kwantificeren”.

Het antwoord: “Eventuele nieuwe inkomsten voor het rijk zijn door zo veel onzekerheden omgeven dat deze niet te kwantificeren zijn. Vooralsnog zijn geen andere nieuwe rijksinkomsten voorzien dan de in de vraag genoemde voorbeelden.”

In Natte 19 heb ik geschreven over het rapport “Verdienpotentieel zout-Volkerak-Zoommeer” van Royal Haskoning. Dit rapport laat zien dat verzilting een groot voordeel betekent voor de schelpdierenteelt en daardoor ook voor de verpachter: het Rijk. In dit rapport worden de extra inkomsten van het Rijk en de besparingen, zoals het niet meer hoeven bouwen van een derde kolk bij de Krammersluizen, keurig gekwantificeerd (de besparing voor het Rijk van onder andere de derde kolk is 74 miljoen). Hoezo de opbrengsten en besparingen niet kunnen kwantificeren? Voor mij een dikke leugen. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 27: GEMAAKTE AFSPRAKEN

 

| 18-04-2015 | 09:40 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 27

 

Gemaakte afspraken

 

Money seized by German customs agency Zoll during anti-money laundering operation is displayed before agency's annual statistics news conference in BerlinDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

 

In een publicatie van de provincie Zuid-Holland is te lezen dat: “Het ministerie van Infrastructuur en Milieu, het ministerie van Economische Zaken, de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Zeeland en de waterschappen Scheldestromen, Hollandse Delta en Brabantse Delta afspraken hebben gemaakt over het terugbrengen van getij op de Grevelingen en het zout worden van het Volkerak-Zoommeer, in combinatie met de noodzakelijke zoetwatervoorziening (‘eerst het zoet, dan het zout’). Afgesproken is de planning en financiering van de maatregelen nader uit te werken.”.

“De afspraken voor het terugbrengen van het getij en het in stand houden of verbeteren van de zoetwatervoorziening zijn vastgelegd in 2 bestuursovereenkomsten en worden voorbereid in het ‘programma Ontwikkeling Grevelingen en Volkerak-Zoommeer’. De bekostiging van het programma, waarvan de kosten worden geraamd op €168 miljoen, is nog niet rond, maar met deze overeenkomsten wordt wel een eerste stap gezet. De 3 provincies zeggen toe om gezamenlijk €20 miljoen euro bij te dragen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu zal zich inspannen voor een bijdrage van €30 miljoen. Verder worden Europese subsidiemogelijkheden benut en wordt bekeken hoe private partijen kunnen bijdragen”.

“De voorbereiding van het voorgenomen ‘Programma ontwikkeling Grevelingen en Volkerak-Zoommeer’ gebeurt in verschillende fasen. Elke fase wordt afgerond met een gezamenlijk besluit over de voortzetting van het programma. Door deze stapsgewijze werkwijze blijven risico’s beperkt. Met de ondertekening (van de bestuursovereenkomsten) start de voorbereidingsfase: in deze fase moet de bekostiging van het programma rond komen en wordt een private partij geselecteerd die de planuitwerking (en in een latere fase de uitvoering) van de maatregelen ter hand zal nemen. Ook voor de nodige zoetwatermaatregelen zullen samenwerkingsovereenkomsten moeten worden gesloten. De regionale partijen werken deze afspraken verder uit.”

Er moet dus nog €118 miljoen gevonden worden. De hand zal daartoe opgehouden worden bij Europa en bij private partijen. Nu is het zaak om goed in de gaten te houden onder welke voorwaarden deze gelden eventueel loskomen en hoe de regionale partijen invulling geven aan het verder uitwerken van de gemaakte afspraken. De zogenoemde gebiedsontwikkeling zal immers grote gevolgen kunnen hebben voor natuur en landschap.

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 26: WAT IS DE WAARHEID – 6

 

| 11-04-2015 | 11:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 26

 

Wat is de waarheid? – 6   

 

quaggaDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.   

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben Tweede Kamer fracties aanvullende schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, aanvullend zijn op 9 maart 2015 beantwoord.

In deze aanvullende beantwoording gaat een heel hoofdstuk over de waterkwaliteit met een aantal aardige teksten, zoals: “De Commissie voor de milieueffectrapportage heeft geadviseerd om in een aanvulling op het MER een nadere, meer gekwantificeerde beschouwing te geven van de negatieve en positieve gevolgen voor de natuur. Deze aanvulling wordt conform het advies opgesteld. Het advies van de commissie laat onverlet dat met beperkt getij op de Grevelingen zout water in het Volkerak-Zoommeer met beperkt getij de waterkwaliteit op orde kan komen.”

In deze tekst is het gebruik van het woordje ‘kan’ opvallend. Het ministerie erkent met het gebruik van het woordje ‘kan’ dat ook met verzilting het bereiken van de KRW doelen niet zeker is. Want anders stond er wel het woordje ‘zal’.  

Een andere opvallende tekst is die op pagina 11 en 12:

“Op grond van de monitoring in de afgelopen jaren kan een prognose worden opgesteld of de maatstaven voor de KRW kunnen worden gehaald. Die monitoring wordt voortgezet en biedt ruimte voor bijstellen van maatregelen zoals het Nitraatactieprogramma. De stand van zaken is dat in de huidige zoete situatie de prognose is dat de gehaltes aan stikstof en fosfaat in het Volkerak-Zoommeer tot 2021 te hoog blijven om te voldoen aan de eisen voor stilstaande zoete meren. De aspecten waterflora, macrofauna en vis voldoen nu niet en volgens de prognose ook niet in 2021. Voor algen en doorzicht laten de meest recente meetgegevens zien dat weliswaar op dit moment voldaan wordt aan de maatstaven van de KRW, maar dat dit vermoedelijk te danken is aan de opkomst van de quaggamossel. Omdat het volgens deskundigen onzeker is hoe het meer zich zonder ingrijpen zal ontwikkelen zijn in het MER twee scenario’s gehanteerd met meer/minder succes van de quaggamossel. Als de quaggamossel zich permanent en in voldoende mate kan vestigen kunnen de aantallen algen en het doorzicht blijvend verbeteren. Bij het scenario waarbij de quaggamossel in aantal terugloopt, lukt dit niet of onvoldoende. In beide scenario’s blijft het uitvoeren van emissiebeperkende maatregelen de komende jaren nodig.”  

In deze tekst is de erkenning te vinden dat voor algen en het doorzicht het Volkerak-Zoommeer voldoet aan de maatstaven van de KRW. Helder is ook voor ondergetekende dat op het terrein van de nutriënten zoals fosfaten en nitraten de KRW doelstellingen in 2021 en vermoedelijk ook in 2027 niet zonder extra maatregelen gehaald zullen worden. Maar dat is voor misschien wel 90 % van de KRW wateren in Nederland het geval. Die gaan we dan toch niet allemaal verzilten?

Er is wel al veel gebeurd en de gehaltes nutriënten zijn al fors gedaald (zie ook Natte 15). Ondergetekende erkent dat nadere emissiebeperkende maatregelen nodig zijn om de KRW doelen te bereiken. Wel betwijfel ik ten zeerste of de KRW doelen voor het volle landje Nederland ooit bereikbaar zouden kunnen zijn. Onze deltawateren zijn het afvoerputje van Europa en de KRW doelen zijn meer fictie dan realiseerbaar. Misschien zou onze overheid ook moeten gaan werken aan de aanpassing van die KRW doelen die voor ons kleine volle landje onhaalbaar zijn in plaats van arbeid en geld steken in de verzilting van een grote zoetwatervoorraad. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25: WAT IS DE WAARHEID? – 5

 

| 04-04-2015 | 17:15 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25

 

Wat is de waarheid? – 5  


Nieuwe Waterweg_StormvloedkeringDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.  

Vaak komt het in het politieke bedrijf neer op: wie krijgt, als doelen niet gehaald worden, de ‘zwarte Piet’ en wie draait dan op voor de kosten.

De minister stelt in haar antwoord op pagina 2,1 aangaande de mogelijke gevolgen van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer: “Alleen in West-Brabant zullen in gebieden met ‘zoete’ KRW-doelen deze mogelijk niet volledig gehaald worden. Daar staat tegenover dat in gebieden met ‘brakke’ doelen de haalbaarheid juist verbetert.”.

Als je beseft dat het niet halen van de KRW doelen na 2027 een forse boete vanuit Brussel kan opleveren, besef je dat die boete en de mogelijke extra kosten om de ‘zoete’ KRW doelen alsnog te halen voor het waterschap Brabantse Delta en haar belastingplichtigen zullen zijn. Terwijl de maatregel juist de mogelijke kosten voor de beheerder van het Volkerak-Zoommeer terugdringt en de beheerder is dus het Rijk! Want de mogelijkheden om de ‘brakke’ doelen te halen “verbetert” immers.  

Soms is het verbazingwekkend hoe lichtzinnig er wordt omgegaan met het belang van zoet water voor Nederland in haar totaliteit. De CDA fractie stelde in dit kader de vraag: “of er uit de berekeningen blijkt dat het zout maken van het Volkerak-Zoommeer geen effecten heeft op de zoetwatervoorziening van het hoofdwatersysteem?”  Dit met name in het kader van de klimaatverandering en de voorgenomen verdieping van de Nieuwe Waterweg. Ondergetekende heeft reeds eerder in deze reeks (Natte 6 en 17) geschreven over de effecten van onder andere de Nieuwe waterweg.

Het antwoord van de minister is wat mij betreft verbijsterend: “de effecten van de verdieping van de Nieuwe Waterweg worden momenteel in het kader van de stresstest onderzocht. Daarbij worden ook het tegengaan van de effecten van klimaatverandering en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer betrokken”. Voor mij de omgekeerde wereld.

De landsregering neemt met het vaststellen van de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” zich eerst voor het Volkerak-Zoommeer te verzilten en gaat daarna pas onderzoeken wat dit kan betekenen voor het totale zoetwatersysteem. Ondertussen dienen de omliggende gebieden alvast rekening te houden met verzilting van het Volkerak-Zoommeer en worden alvast tal van maatregelen genomen. Een beetje raar is dat wel!

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24: WAT IS DE WAARHEID -4

 

| 28-03-2015 | 00:10 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24

 

Wat is de waarheid? – 4

 

roode vaart 2De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.

Op pagina 6 van het antwoord gaat de minister in op het scenario “waarbij de quaggamossel zich permanent en in voldoende mate kan vestigen in het Volkerak-Zoommeer”. Zij erkent dan dat “de waterkwaliteit blijvend kan verbeteren.” Zij geeft daarbij aan dat bij een scenario waarbij de quaggamossel in aantal terugloopt de overlast aan blauwalgen kan toenemen. Dat is een open deur! Wat je in de visie van Ons Water moet doen is het de quaggamossel makkelijk maken zich te vestigen door bijvoorbeeld harde ondergronden toe te voegen aan zijn biotoop waarop hij zich graag hecht. 

Op pagina 6 merkt de VVD fractie op dat het scenario dat er niets zal gebeuren niet ondenkbaar is. “De financiering is immers nog niet rond.”

In het antwoord op pagina 7 stelt de minister dat “Als er geen financiering komt dan blijft de verwezenlijking van het ontwikkelperspectief (voorlopig) beperkt tot realisatie van de projecten Flakkeese spuisluis en Roode Vaart (1e fase) en uitvoering van de deltabeslissing Zoetwater.”

Verzilting is dus nog lang geen gelopen race! 

De VVD-fractie wilde op pagina 7 graag weten “op welke wijze de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer op peil blijft zolang het zoet is”. Het antwoord is deels verbijsterend en zeker openhartig: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.” Hier erkent de minister feitelijk dat Rijkswaterstaat zich de afgelopen jaren niet heeft gehouden aan het afgesloten Waterakkoord. Er is weliswaar getracht om de in de zomer oplopende chloridegehaltes te beteugelen met extra doorspoelen met zoet water uit het Hollands Diep maar dat was er niet altijd in voldoende mate en dan liepen de chloride gehaltes alsnog op.

Als bewijs hiervan een citaat uit Milieueffectrapport waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer (april 2012) pagina 87/88: “In het “droge” jaar 2003 werd door het stopzetten van de inlaat voor doorspoeling de norm voor het chloridegehalte bij de meetpunten Bathse Brug en mond van het spuikanaal herhaaldelijk overschreden.”. Dit laat ook zien wat de term “enige jaren uitgesteld” betekent in het antwoord van de minister. Minimaal 10 jaar!!

Positief in het antwoord is dat de minister toezegt te gaan onderzoeken of naast het herstel van het zoet-zoutscheidingssysteem “het mogelijk is via extra doorspoelen van het meer voorafgaande aan het groeiseizoen, het zoutgehalte in het Volkerak-Zoommeer omlaag te brengen”. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 23: GENERALITEITSLAND

 

| 21-03-2015 | 10:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 23

 

Generaliteitsland

generaliteitslandDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.

Veel van wat vandaag de dag gebeurt kent vaak oude parallellen. Mijn analyse over de plannen met het Volkerak- Zoommeer van de regering is dat Den Haag wel zijn oren laat hangen naar de Zeeuwse belangen maar dat de West-Brabantse belangen onderbelicht blijven omdat West-Brabant lang een Generaliteitsland was dat toen bestuurd werd vanuit Den Haag door de Generale Staten van de zeven provinciën. En nu gebeurt dit vaak door bestuurders afkomstig uit het dominante westen van ons land of door eigen bestuurders die de gedweeheid van hun voorgeslacht nog niet hebben afgeworpen. E. Härtel omschreef het in “Bergen op Zoom, proeve van een sociaal-geografische stadsanalyse” als volgt: “Het resultaat van de vorming van grotere politieke eenheden en het optreden van de scheuring in de Nederlanden, was er mede oorzaak van, dat Bergen op Zoom aan de periferie van het vrije noordelijke deel kwam te liggen en dat Bergen op Zoom als vestingstad belangrijk werd.  Bovendien was Bergen op Zoom en haar omgeving een deel geworden van het Generaliteitsland, het door de Republiek geëxploiteerde gebied, dat van veel rechten verstoken was en zware lasten moest dragen.”

Het gegeven Generaliteitsland te zijn speelde keer op keer op bij conflicten over rechten. Als voorbeeld de eeuwen durende discussies over de visrechten tussen Thoolse en Bergse vissers in het gebied van het verdronken land van Reymerswael. Een deel van de vissers die de overstromingen op Reymerswael overleefde, had zich in Tholen gevestigd en een ander deel in Bergen op Zoom. Wie had de visrechten geërfd Bergen op Zoom of Tholen was de vraag? Tholen beschikte als stemhebbende in de Staten van Zeeland, één der belangrijkste en rijkste gewesten in de Republiek, uiteindelijk over meer macht dan een stad in het Generaliteitsland. “Het resultaat was, dat Zeeland Bergen op Zoom, “van veele visserijen” beroofde, zoals het in 1778 heette.” aldus E. Härtel. 

Hoewel sinds ruim twee eeuwen Noord-Brabant formeel zich zelf mag besturen, heb ik vaak het gevoel dat onze belangen nog steeds ondergeschikt zijn aan die van de Randstad en soms ook Zeeland. Zeeland dreigt nu weer het beste weg te komen met een Rijksbesluit over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Zij krijgen met de verzilting vooral de baten, zoals de uitbreiding van de schelpdierteelt en de toeristisch uitbreidingen in de vorm van jachthavens. West-Brabant betaalt wederom de hoofdprijs: dit gebied verdwijnt achter de sluizen, verliest veel zoetwaterinlaten, gaat verzilten en dient het water te bergen om de Randstad droog te houden. Voor mijn gevoel denken ze in Zeeland en de Randstad dat West-Brabant er alleen is om doorheen te rijden. De geest van de oude Staten Generaal ,die ons als Generaliteitsland bestuurde, waart nog steeds rond in de bestuurskamers van  Den Haag. Het wordt tijd dat er een ander Brabants geluid gaat klinken in de discussies met het Rijk en de Zeeuwen.  

Louis van der Kallen

 


VERZILTING ANTWERPS KANAALPAND, KENMERK 0066

 


Bergen op Zoom, 10 maart 2015

 

Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
 T.a.v Marc Van Peel
Havenhuis
Entrepotkaai 1
2000 Antwerpen (B) 

 

Betreft:          Verzilting Antwerps Kanaalpand, kenmerk 0066 

 

Geachte heer van Peel,

De Nederlandse regering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.

Voor het Gemeentelijk Havenbedrijf  Antwerpen kan het van belang zijn deze ontwikkelingen te volgen om dat de verzilting van het Volkerak-Zoommeer (de Rijn-Scheldeverbinding) gevolgen kan hebben voor het beheer van de haven van Antwerpen.  

Op pagina 134 van de Milieueffectrapport bij de Rijksstructuurvisie (oktober 2014) is te lezen: “Een zout Volkerak-Zoommeer leidt tot hogere zoutgehaltes in de havendokken van Antwerpen en het Antwerps Kanaalpand.” De verzilting van het Antwerps Kanaalpand kan gevolgen hebben voor de scheepvaart en de bescherming van schepen en installaties tegen corrosie. De Rijn-Scheldeverbinding is nu in principe een geheel zoetwatersysteem. Als dat gedeeltelijk zout wordt, vergt dat een andere benadering van de corrosieproblematiek voor bijvoorbeeld de schepen die afwisselend door zoet en zout water varen. Dit gaat fors meer geld aan onderhoud van de schepen vergen. Het overgrote deel van de vrachtschepen, die gebruik maken van het Volkerak-Zoommeer, zijn ontworpen en worden onderhouden voor zoet water.   

Als waterpartij die zich keert tegen de verzilting en de desastreuze gevolgen daarvan op de natuur en het economische verkeer tussen Nederland en België hebben wij de vrijheid genomen u op deze ontwikkeling te wijzen.  

hoogachtend,

Namens Ons Water

L.H. van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 21: TOEKOMSTIGE BEDREIGING

 

| 07-03-2015 | 09:45 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 21

 

Toekomstige bedreiging 


ouwerkerkse kreek bij 20De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In droom of nachtmerrie 2 en droom of nachtmerrie 3 ben ik reeds ingegaan op de dreiging van mariene algensoorten zoals ze onder andere in de Oostzee voorkomen en ook in een verzilt Volkerak-Zommeer voor zouden kunnen gaan komen. Dat leidde tot een paar ver van ons bed reacties. Toch is het de afgelopen jaren ook in de regio herhaald voorgekomen dat een mariene algensoort Alexandrium Ostenfeldii in de Ouwerkerkse Kreek Oost tot bloei kwam.

In augustus 2012 werd zelfs groot alarm geslagen nadat duidelijk was geworden dat een hond was overleden. In de maag van het dier werden de algen aangetroffen. De hond had gezwommen in de Ouwerkerkse Kreek. Het zwemmen in de kreek werd verboden. Tegelijkertijd werd het opvissen van mosselen uit een deel van de Oosterschelde voor korte tijd stopgezet. Herhaald werd het water van de kreek behandeld met waterstofperoxide.

De betrokken algensoort Alexandrium Ostenfeldii komt veel voor in de noordelijke zoute en zilte wateren in Europa. Alexandrium Ostenfeldii kunnen giftige stoffen produceren (paralytische schelpdieren toxine PST). PST is een verzameling neurotoxines die werken door het blokkeren van zenuwen. Zij zijn gevaarlijk voor de mens en kunnen zelfs leiden tot ademstilstand en de dood. De 2012 uitbraak was zo ernstig dat de noodzaak ontstond tot een multidisciplinaire aanpak, daarom werd besloten op te schalen naar GRIP 3. Om lering te kunnen trekken uit deze casus is een evaluatierapport opgesteld. GRIP 3 werd afgekondigd omdat er veel partijen betrokken waren, er mogelijk een risico was voor de volksgezondheid en de waterkwaliteit in het geding was. Daarnaast speelde de mogelijke economische impact van het incident op de schelpdierensector mee.  

De Ouwerkerkse Kreken zijn zilt door zoute kwel en rijk aan nutriënten en organisch materiaal. Een verzilt Volkerak-Zoommeer gaat tal van plaatsen bevatten die ideaal zijn voor de Alexandrium Ostenfeldii. Duidelijk zal zijn dat een relatief kleine kreek met een beperkt watervolume nog te behandelen is met waterstofperoxide. Dat is echter voor een groot watervolume als het Volkerak-Zoommeer bijna een illusie en in ieder geval een kostbare aangelegenheid. 

Louis van der Kallen

 


ZOUTE LESSEN

 

| 04-03-2015 | 10:30 uur |


 

ZOUTE LESSEN

 

vrede van utrecht 02Verzilting is in grote delen van Nederland al eeuwen een probleem. In de moderne tijd, waarin we steeds meer kennis hebben van de problemen in de wereld, blijkt dat verzilting van kust- en woestijngebieden een mondiaal probleem is. Grote landbouwgebieden, die bevloeid werden, zijn zodanig verzilt dat ze onbruikbaar zijn geworden. 

 
In grote delen van Nederland is verzilting al heel lang een probleem. Een probleem waar voor wij eeuwen zoeken naar oplossingen en manieren om er mee om te gaan. Zo is er een ziltproefbedrijf op Texel waar onderzoek wordt gedaan naar zilte teelten. In december 2013 is Perry de Louw gepromoveerd op een proefschrift met als titel ‘Saline Seepage in deltaic areas‘, met als één van de belangrijkste conclusies dat ‘zoute wellen de belangrijkste verziltingsbron zijn in onze polders’. Deltares wijdde er ter gelegenheid van de promotie een symposium aan.
 
Is het allemaal nieuw? Zeker niet. Het verdrag van de Vrede van Utrecht (1713) bevatte al een artikel: de grens moest zodanig worden vastgelegd dat er bij dreigende vijandelijkheden zoet waterinundaties konden worden uitgevoerd in plaats van zoute om verzilting van rijke landbouwgronden te voorkomen. Dit werd vormgegeven in het Barrièretraktaat van 1715, waarin 22 polders werden toegevoegd aan Staats-Vlaanderen (nu ons Zeeuws-Vlaanderen). Verzilting door de inundaties met zout water was verwoestend gebleken voor de kwaliteit van de landbouwgronden en zelfs strijdende partijen begrepen dat, als ze welvaart en eten wilden, ze met het verzilten van goede landbouwgronden moesten stoppen en waren zelfs bereid (veroverde) polders daarvoor op te geven. 

Een ander voorbeeld van de strijd tegen verzilting is te vinden in een advies van de opzichter-generaal van ’s lands zeewercken’ uit 1777, toen op 6 januari 1777 de heren van de heerlijkheid Zaamslag het recht kregen om de schorren ten noorden van de Groote Huissenspolder te bedijken. In zijn rapport aan de Raad van State was de motivering: dat de achterliggende Groote Huissenspolder bevrijd zou worden van de  ‘quellinge’ van het zoute water.  

Het grote belang van het tegengaan van verzilting van West-Brabant is reeds eerder door de landsregering terzijde geschoven. Als voorbeeld: Toen Engelse troepen in de zomer van 1809 landden in Zeeland, viel Schouwen snel in hun handen. Het opperbevel was van mening dat de landerijen van West-Brabant geïnundeerd moesten worden. De toenmalige Heemraad Van der Pluym (tevens wethouder van Breda) van het Heemraadschap van de Mark en Dintel spoedde zich naar de Generale Staf met het verzoek aan de Koning niet de sluizen bij Dintelsas te openen vanwege de rampzalige gevolgen voor de sluis in aanbouw en de inundatie met verzilt water. De Koning luisterde. Maar vijf dagen later gaf de minister van oorlog alsnog het bevel de onvoltooide sluizen te openen met alle verwoestende gevolgen voor het bouwwerk van dien en de verzilting van de kostbare landerijen, terwijl de inundatie volgens de waterstaatsdeskundigen net zo goed via de Roode Vaart had plaats kunnen vinden. Sluismeester Jan van Haaften moest onder druk van overste Hennekin de sluizen openen, waarna de vloed “als een veelvraat zijn verloren domein hernam en de sluis in aanbouw grote schade opliep de oogst verloren ging en de bodem voor jaren verzilte”. (Bron: de geschiedenis van het Hoogheemraadschap van de Mark en de Dintel van de hand van G.W.G. van Bree).  

Vanaf 22 november 1819 werd er een plan van aanpak van wederdichting (herstel van de sluis) en een kanaalplan voor het Mark/Dintel systeem voor belangstellenden op het gemeentehuis van Oudenbosch gedurende dertig dagen ter visie gelegd. De reacties bleven niet uit. Eén van de vele die reageerden was de stad Breda met tal van suggesties en grieven. Breda was ongerust voor de lange droge zomers en het daardoor droogvallen van de rivier. “Men zal dan om de scheepvaart te gerieven de sluis te Dintelsas openen en zout water inzetten, onbruikbaar voor de behoeften van menschen en vee; verwoestend voor de weinige fabrijken en trafijken, die aan de stad van haren vorigen welvaart zijn overgebleven; en verderfelijk voor de gezondheid van allen.”

Toen leidde inspraak al tot rake opmerkingen over zout water en haar bedreigingen.   

Verzilting is altijd een aandachtspunt geweest voor waterschappen in hun zorg voor de kwaliteit en productiviteit van landbouwgronden. Als voorbeeld dat ik recent gelezen heb in “Van water tot land, Polders en waterschappen in midden Zeeuws-Vlaanderen 1600-1999” op pagina 135, handelend over de start in 1965 van het waterschap De verenigde Braakmanpolders:
“Aanvankelijk bleef de taak van het nieuwe waterschap beperkt tot de traditionele waterstaatstaken, te weten de wering van het buitenwater, het beheer van het binnenwater, het beheer van de polderwegen en waterlopen en het tegengaan van de verzilting.”
Ook de waterschappen van nu hebben wat Ons Water betreft nog steeds de taak verzilting tegen te gaan.
 
Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17: HET STOPT NOOIT

 

| 08-02-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17

 

Het stopt nooit

 

werediDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In artikel 6 in deze reeks omschreef ik reeds de honger naar zoet water en de gevolgen van het Rotterdamse beleid rond de Nieuwe Waterweg vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik eindigde dat artikel met een verzuchting: “Het wordt tijd dat de landelijke politiek zijn werk gaat doen en doorkrijgt dat vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw de rest van Nederland gebruikt wordt als zoetwaterleverancier voor de eeuwig hongerige Nieuwe Waterweg. Rotterdam moet ophouden de problemen die haar havenactiviteiten veroorzaken af te wentelen op de rest van Nederland.” 

Deze week werd duidelijk dat Rotterdam gewoon doorgaat met anderen op te zadelen met de gevolgen van haar beleid. Het Havenbedrijf Rotterdam wil de Nieuwe Waterweg wederom verdiepen om de scheepvaart een betere toegang te geven tot het Botlekgebied. Uit een voorbereidende rapportage van november jl. blijkt dat dieper water leidt tot meer instroom vanaf de Noordzee, waardoor de instroom van zout water richting Rotterdam toeneemt en de zoutindringing en de bodemerosie versterkt. Dit zal op termijn weer leiden tot een grotere zoet water vraag vanuit de regio Rotterdam, omdat weer meer inlaatpunten van zoet water voor drinkwater en de landbouw daar zullen verzilten. Het wordt dan zeer de vraag of er voor ons gebied net als in het verleden steeds minder zoet water beschikbaar zal zijn.

Op 4 februari gaf de heer P. Hordijk (provincie Zuid-Holland) in het stadhuis van Bergen op Zoom een presentatie over de plannen met het Volkerak-Zoommeer. Nu kijk ik altijd kritisch naar de betogen van mensen die op de loonlijst staan van de provincie Zuid-Holland en daarmee, voor mij, primair verbonden zijn met de belangen van Rotterdam. Dus ook naar de inhoud of het gebrek daaraan van een presentatie over de voor West-Brabant belangrijke veranderingen aan de waterkwaliteiten van het Volkerak-Zoommeer.

De heer Hordijk stelde dat de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer niet geworden was wat men er in 1987 van verwachtte. Wat mij dan altijd opvalt is dat na z’n constatering men niet uitlegt wat de oorzaken daarvan zijn. In artikel 7 in deze reeks heb ik al een tipje van de sluier opgelicht. De hoofdoorzaak is het steeds oplopende gebrek aan zoet water om het Volkerak-Zoommeer door te spoelen en op die wijze de verzilting en de ontwikkeling van blauwalgen tegen te gaan. Dat gebrek aan zoet water kent maar één oorzaak en die is begonnen met de aanleg van de Nieuwe Waterweg en het keer op keer verdiepen daarvan en de aanleg van meer havens langs die Nieuwe Waterweg en het daardoor steeds toenemende (zoute) vloedvolume. Als dit proces niet stopt zal er straks vaker, zelfs voor de inlaat via de Roode Vaart, geen zoet water zijn voor onze landbouw en industrie.

Het wordt tijd dat de oude strijdkreet van de Hertog van Brabant “Were Di” over het Hollands Diep zal klinken. En wij onze kaarten gaan aanpassen en het Hollands Diep veranderen in Brabants Water! Het lijkt nooit op te houden. De heren van Holland blijven proberen zich Brabants bezit toe te eigenen.

Was het eind van de 15e eeuw de graaf van Nassau die de gorzen ten noorden van Gastel en ten westen van Zevenbergen opeisten (hetgeen bestreden werd door de heer van Bergen op Zoom), nu zijn het de havenbaronnen van Rotterdam die ons van het kostbare zoete water willen beroven. Moge de geest van Hertog Jan weer over ons komen. Nu is het niet meer aan de Grote Raad van Mechelen om recht te spreken maar aan het parlement om recht te doen. Helaas is dat voornamelijk een Randstad bedoening. Were Di!

Louis van der Kallen