(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25: WAT IS DE WAARHEID? – 5

 

| 04-04-2015 | 17:15 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 25

 

Wat is de waarheid? – 5  


Nieuwe Waterweg_StormvloedkeringDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.  

Vaak komt het in het politieke bedrijf neer op: wie krijgt, als doelen niet gehaald worden, de ‘zwarte Piet’ en wie draait dan op voor de kosten.

De minister stelt in haar antwoord op pagina 2,1 aangaande de mogelijke gevolgen van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer: “Alleen in West-Brabant zullen in gebieden met ‘zoete’ KRW-doelen deze mogelijk niet volledig gehaald worden. Daar staat tegenover dat in gebieden met ‘brakke’ doelen de haalbaarheid juist verbetert.”.

Als je beseft dat het niet halen van de KRW doelen na 2027 een forse boete vanuit Brussel kan opleveren, besef je dat die boete en de mogelijke extra kosten om de ‘zoete’ KRW doelen alsnog te halen voor het waterschap Brabantse Delta en haar belastingplichtigen zullen zijn. Terwijl de maatregel juist de mogelijke kosten voor de beheerder van het Volkerak-Zoommeer terugdringt en de beheerder is dus het Rijk! Want de mogelijkheden om de ‘brakke’ doelen te halen “verbetert” immers.  

Soms is het verbazingwekkend hoe lichtzinnig er wordt omgegaan met het belang van zoet water voor Nederland in haar totaliteit. De CDA fractie stelde in dit kader de vraag: “of er uit de berekeningen blijkt dat het zout maken van het Volkerak-Zoommeer geen effecten heeft op de zoetwatervoorziening van het hoofdwatersysteem?”  Dit met name in het kader van de klimaatverandering en de voorgenomen verdieping van de Nieuwe Waterweg. Ondergetekende heeft reeds eerder in deze reeks (Natte 6 en 17) geschreven over de effecten van onder andere de Nieuwe waterweg.

Het antwoord van de minister is wat mij betreft verbijsterend: “de effecten van de verdieping van de Nieuwe Waterweg worden momenteel in het kader van de stresstest onderzocht. Daarbij worden ook het tegengaan van de effecten van klimaatverandering en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer betrokken”. Voor mij de omgekeerde wereld.

De landsregering neemt met het vaststellen van de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” zich eerst voor het Volkerak-Zoommeer te verzilten en gaat daarna pas onderzoeken wat dit kan betekenen voor het totale zoetwatersysteem. Ondertussen dienen de omliggende gebieden alvast rekening te houden met verzilting van het Volkerak-Zoommeer en worden alvast tal van maatregelen genomen. Een beetje raar is dat wel!

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24: WAT IS DE WAARHEID -4

 

| 28-03-2015 | 00:10 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24

 

Wat is de waarheid? – 4

 

roode vaart 2De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.

Op pagina 6 van het antwoord gaat de minister in op het scenario “waarbij de quaggamossel zich permanent en in voldoende mate kan vestigen in het Volkerak-Zoommeer”. Zij erkent dan dat “de waterkwaliteit blijvend kan verbeteren.” Zij geeft daarbij aan dat bij een scenario waarbij de quaggamossel in aantal terugloopt de overlast aan blauwalgen kan toenemen. Dat is een open deur! Wat je in de visie van Ons Water moet doen is het de quaggamossel makkelijk maken zich te vestigen door bijvoorbeeld harde ondergronden toe te voegen aan zijn biotoop waarop hij zich graag hecht. 

Op pagina 6 merkt de VVD fractie op dat het scenario dat er niets zal gebeuren niet ondenkbaar is. “De financiering is immers nog niet rond.”

In het antwoord op pagina 7 stelt de minister dat “Als er geen financiering komt dan blijft de verwezenlijking van het ontwikkelperspectief (voorlopig) beperkt tot realisatie van de projecten Flakkeese spuisluis en Roode Vaart (1e fase) en uitvoering van de deltabeslissing Zoetwater.”

Verzilting is dus nog lang geen gelopen race! 

De VVD-fractie wilde op pagina 7 graag weten “op welke wijze de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer op peil blijft zolang het zoet is”. Het antwoord is deels verbijsterend en zeker openhartig: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.” Hier erkent de minister feitelijk dat Rijkswaterstaat zich de afgelopen jaren niet heeft gehouden aan het afgesloten Waterakkoord. Er is weliswaar getracht om de in de zomer oplopende chloridegehaltes te beteugelen met extra doorspoelen met zoet water uit het Hollands Diep maar dat was er niet altijd in voldoende mate en dan liepen de chloride gehaltes alsnog op.

Als bewijs hiervan een citaat uit Milieueffectrapport waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer (april 2012) pagina 87/88: “In het “droge” jaar 2003 werd door het stopzetten van de inlaat voor doorspoeling de norm voor het chloridegehalte bij de meetpunten Bathse Brug en mond van het spuikanaal herhaaldelijk overschreden.”. Dit laat ook zien wat de term “enige jaren uitgesteld” betekent in het antwoord van de minister. Minimaal 10 jaar!!

Positief in het antwoord is dat de minister toezegt te gaan onderzoeken of naast het herstel van het zoet-zoutscheidingssysteem “het mogelijk is via extra doorspoelen van het meer voorafgaande aan het groeiseizoen, het zoutgehalte in het Volkerak-Zoommeer omlaag te brengen”. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 23: GENERALITEITSLAND

 

| 21-03-2015 | 10:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 23

 

Generaliteitsland

generaliteitslandDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.

Veel van wat vandaag de dag gebeurt kent vaak oude parallellen. Mijn analyse over de plannen met het Volkerak- Zoommeer van de regering is dat Den Haag wel zijn oren laat hangen naar de Zeeuwse belangen maar dat de West-Brabantse belangen onderbelicht blijven omdat West-Brabant lang een Generaliteitsland was dat toen bestuurd werd vanuit Den Haag door de Generale Staten van de zeven provinciën. En nu gebeurt dit vaak door bestuurders afkomstig uit het dominante westen van ons land of door eigen bestuurders die de gedweeheid van hun voorgeslacht nog niet hebben afgeworpen. E. Härtel omschreef het in “Bergen op Zoom, proeve van een sociaal-geografische stadsanalyse” als volgt: “Het resultaat van de vorming van grotere politieke eenheden en het optreden van de scheuring in de Nederlanden, was er mede oorzaak van, dat Bergen op Zoom aan de periferie van het vrije noordelijke deel kwam te liggen en dat Bergen op Zoom als vestingstad belangrijk werd.  Bovendien was Bergen op Zoom en haar omgeving een deel geworden van het Generaliteitsland, het door de Republiek geëxploiteerde gebied, dat van veel rechten verstoken was en zware lasten moest dragen.”

Het gegeven Generaliteitsland te zijn speelde keer op keer op bij conflicten over rechten. Als voorbeeld de eeuwen durende discussies over de visrechten tussen Thoolse en Bergse vissers in het gebied van het verdronken land van Reymerswael. Een deel van de vissers die de overstromingen op Reymerswael overleefde, had zich in Tholen gevestigd en een ander deel in Bergen op Zoom. Wie had de visrechten geërfd Bergen op Zoom of Tholen was de vraag? Tholen beschikte als stemhebbende in de Staten van Zeeland, één der belangrijkste en rijkste gewesten in de Republiek, uiteindelijk over meer macht dan een stad in het Generaliteitsland. “Het resultaat was, dat Zeeland Bergen op Zoom, “van veele visserijen” beroofde, zoals het in 1778 heette.“ aldus E. Härtel. 

Hoewel sinds ruim twee eeuwen Noord-Brabant formeel zich zelf mag besturen, heb ik vaak het gevoel dat onze belangen nog steeds ondergeschikt zijn aan die van de Randstad en soms ook Zeeland. Zeeland dreigt nu weer het beste weg te komen met een Rijksbesluit over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Zij krijgen met de verzilting vooral de baten, zoals de uitbreiding van de schelpdierteelt en de toeristisch uitbreidingen in de vorm van jachthavens. West-Brabant betaalt wederom de hoofdprijs: dit gebied verdwijnt achter de sluizen, verliest veel zoetwaterinlaten, gaat verzilten en dient het water te bergen om de Randstad droog te houden. Voor mijn gevoel denken ze in Zeeland en de Randstad dat West-Brabant er alleen is om doorheen te rijden. De geest van de oude Staten Generaal ,die ons als Generaliteitsland bestuurde, waart nog steeds rond in de bestuurskamers van  Den Haag. Het wordt tijd dat er een ander Brabants geluid gaat klinken in de discussies met het Rijk en de Zeeuwen.  

Louis van der Kallen

 


VERZILTING ANTWERPS KANAALPAND, KENMERK 0066

 


Bergen op Zoom, 10 maart 2015

 

Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
 T.a.v Marc Van Peel
Havenhuis
Entrepotkaai 1
2000 Antwerpen (B) 

 

Betreft:          Verzilting Antwerps Kanaalpand, kenmerk 0066 

 

Geachte heer van Peel,

De Nederlandse regering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.

Voor het Gemeentelijk Havenbedrijf  Antwerpen kan het van belang zijn deze ontwikkelingen te volgen om dat de verzilting van het Volkerak-Zoommeer (de Rijn-Scheldeverbinding) gevolgen kan hebben voor het beheer van de haven van Antwerpen.  

Op pagina 134 van de Milieueffectrapport bij de Rijksstructuurvisie (oktober 2014) is te lezen: “Een zout Volkerak-Zoommeer leidt tot hogere zoutgehaltes in de havendokken van Antwerpen en het Antwerps Kanaalpand.” De verzilting van het Antwerps Kanaalpand kan gevolgen hebben voor de scheepvaart en de bescherming van schepen en installaties tegen corrosie. De Rijn-Scheldeverbinding is nu in principe een geheel zoetwatersysteem. Als dat gedeeltelijk zout wordt, vergt dat een andere benadering van de corrosieproblematiek voor bijvoorbeeld de schepen die afwisselend door zoet en zout water varen. Dit gaat fors meer geld aan onderhoud van de schepen vergen. Het overgrote deel van de vrachtschepen, die gebruik maken van het Volkerak-Zoommeer, zijn ontworpen en worden onderhouden voor zoet water.   

Als waterpartij die zich keert tegen de verzilting en de desastreuze gevolgen daarvan op de natuur en het economische verkeer tussen Nederland en België hebben wij de vrijheid genomen u op deze ontwikkeling te wijzen.  

hoogachtend,

Namens Ons Water

L.H. van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 21: TOEKOMSTIGE BEDREIGING

 

| 07-03-2015 | 09:45 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 21

 

Toekomstige bedreiging 


ouwerkerkse kreek bij 20De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In droom of nachtmerrie 2 en droom of nachtmerrie 3 ben ik reeds ingegaan op de dreiging van mariene algensoorten zoals ze onder andere in de Oostzee voorkomen en ook in een verzilt Volkerak-Zommeer voor zouden kunnen gaan komen. Dat leidde tot een paar ver van ons bed reacties. Toch is het de afgelopen jaren ook in de regio herhaald voorgekomen dat een mariene algensoort Alexandrium Ostenfeldii in de Ouwerkerkse Kreek Oost tot bloei kwam.

In augustus 2012 werd zelfs groot alarm geslagen nadat duidelijk was geworden dat een hond was overleden. In de maag van het dier werden de algen aangetroffen. De hond had gezwommen in de Ouwerkerkse Kreek. Het zwemmen in de kreek werd verboden. Tegelijkertijd werd het opvissen van mosselen uit een deel van de Oosterschelde voor korte tijd stopgezet. Herhaald werd het water van de kreek behandeld met waterstofperoxide.

De betrokken algensoort Alexandrium Ostenfeldii komt veel voor in de noordelijke zoute en zilte wateren in Europa. Alexandrium Ostenfeldii kunnen giftige stoffen produceren (paralytische schelpdieren toxine PST). PST is een verzameling neurotoxines die werken door het blokkeren van zenuwen. Zij zijn gevaarlijk voor de mens en kunnen zelfs leiden tot ademstilstand en de dood. De 2012 uitbraak was zo ernstig dat de noodzaak ontstond tot een multidisciplinaire aanpak, daarom werd besloten op te schalen naar GRIP 3. Om lering te kunnen trekken uit deze casus is een evaluatierapport opgesteld. GRIP 3 werd afgekondigd omdat er veel partijen betrokken waren, er mogelijk een risico was voor de volksgezondheid en de waterkwaliteit in het geding was. Daarnaast speelde de mogelijke economische impact van het incident op de schelpdierensector mee.  

De Ouwerkerkse Kreken zijn zilt door zoute kwel en rijk aan nutriënten en organisch materiaal. Een verzilt Volkerak-Zoommeer gaat tal van plaatsen bevatten die ideaal zijn voor de Alexandrium Ostenfeldii. Duidelijk zal zijn dat een relatief kleine kreek met een beperkt watervolume nog te behandelen is met waterstofperoxide. Dat is echter voor een groot watervolume als het Volkerak-Zoommeer bijna een illusie en in ieder geval een kostbare aangelegenheid. 

Louis van der Kallen

 


ZOUTE LESSEN

 

| 04-03-2015 | 10:30 uur |


 

ZOUTE LESSEN

 

vrede van utrecht 02Verzilting is in grote delen van Nederland al eeuwen een probleem. In de moderne tijd, waarin we steeds meer kennis hebben van de problemen in de wereld, blijkt dat verzilting van kust- en woestijngebieden een mondiaal probleem is. Grote landbouwgebieden, die bevloeid werden, zijn zodanig verzilt dat ze onbruikbaar zijn geworden. 

 
In grote delen van Nederland is verzilting al heel lang een probleem. Een probleem waar voor wij eeuwen zoeken naar oplossingen en manieren om er mee om te gaan. Zo is er een ziltproefbedrijf op Texel waar onderzoek wordt gedaan naar zilte teelten. In december 2013 is Perry de Louw gepromoveerd op een proefschrift met als titel ‘Saline Seepage in deltaic areas’, met als één van de belangrijkste conclusies dat ‘zoute wellen de belangrijkste verziltingsbron zijn in onze polders’. Deltares wijdde er ter gelegenheid van de promotie een symposium aan.
 
Is het allemaal nieuw? Zeker niet. Het verdrag van de Vrede van Utrecht (1713) bevatte al een artikel: de grens moest zodanig worden vastgelegd dat er bij dreigende vijandelijkheden zoet waterinundaties konden worden uitgevoerd in plaats van zoute om verzilting van rijke landbouwgronden te voorkomen. Dit werd vormgegeven in het Barrièretraktaat van 1715, waarin 22 polders werden toegevoegd aan Staats-Vlaanderen (nu ons Zeeuws-Vlaanderen). Verzilting door de inundaties met zout water was verwoestend gebleken voor de kwaliteit van de landbouwgronden en zelfs strijdende partijen begrepen dat, als ze welvaart en eten wilden, ze met het verzilten van goede landbouwgronden moesten stoppen en waren zelfs bereid (veroverde) polders daarvoor op te geven. 

Een ander voorbeeld van de strijd tegen verzilting is te vinden in een advies van de opzichter-generaal van ‘s lands zeewercken’ uit 1777, toen op 6 januari 1777 de heren van de heerlijkheid Zaamslag het recht kregen om de schorren ten noorden van de Groote Huissenspolder te bedijken. In zijn rapport aan de Raad van State was de motivering: dat de achterliggende Groote Huissenspolder bevrijd zou worden van de  ‘quellinge’ van het zoute water.  

Het grote belang van het tegengaan van verzilting van West-Brabant is reeds eerder door de landsregering terzijde geschoven. Als voorbeeld: Toen Engelse troepen in de zomer van 1809 landden in Zeeland, viel Schouwen snel in hun handen. Het opperbevel was van mening dat de landerijen van West-Brabant geïnundeerd moesten worden. De toenmalige Heemraad Van der Pluym (tevens wethouder van Breda) van het Heemraadschap van de Mark en Dintel spoedde zich naar de Generale Staf met het verzoek aan de Koning niet de sluizen bij Dintelsas te openen vanwege de rampzalige gevolgen voor de sluis in aanbouw en de inundatie met verzilt water. De Koning luisterde. Maar vijf dagen later gaf de minister van oorlog alsnog het bevel de onvoltooide sluizen te openen met alle verwoestende gevolgen voor het bouwwerk van dien en de verzilting van de kostbare landerijen, terwijl de inundatie volgens de waterstaatsdeskundigen net zo goed via de Roode Vaart had plaats kunnen vinden. Sluismeester Jan van Haaften moest onder druk van overste Hennekin de sluizen openen, waarna de vloed “als een veelvraat zijn verloren domein hernam en de sluis in aanbouw grote schade opliep de oogst verloren ging en de bodem voor jaren verzilte”. (Bron: de geschiedenis van het Hoogheemraadschap van de Mark en de Dintel van de hand van G.W.G. van Bree).  

Vanaf 22 november 1819 werd er een plan van aanpak van wederdichting (herstel van de sluis) en een kanaalplan voor het Mark/Dintel systeem voor belangstellenden op het gemeentehuis van Oudenbosch gedurende dertig dagen ter visie gelegd. De reacties bleven niet uit. Eén van de vele die reageerden was de stad Breda met tal van suggesties en grieven. Breda was ongerust voor de lange droge zomers en het daardoor droogvallen van de rivier. “Men zal dan om de scheepvaart te gerieven de sluis te Dintelsas openen en zout water inzetten, onbruikbaar voor de behoeften van menschen en vee; verwoestend voor de weinige fabrijken en trafijken, die aan de stad van haren vorigen welvaart zijn overgebleven; en verderfelijk voor de gezondheid van allen.”

Toen leidde inspraak al tot rake opmerkingen over zout water en haar bedreigingen.   

Verzilting is altijd een aandachtspunt geweest voor waterschappen in hun zorg voor de kwaliteit en productiviteit van landbouwgronden. Als voorbeeld dat ik recent gelezen heb in “Van water tot land, Polders en waterschappen in midden Zeeuws-Vlaanderen 1600-1999” op pagina 135, handelend over de start in 1965 van het waterschap De verenigde Braakmanpolders:
“Aanvankelijk bleef de taak van het nieuwe waterschap beperkt tot de traditionele waterstaatstaken, te weten de wering van het buitenwater, het beheer van het binnenwater, het beheer van de polderwegen en waterlopen en het tegengaan van de verzilting.”
Ook de waterschappen van nu hebben wat Ons Water betreft nog steeds de taak verzilting tegen te gaan.
 
Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17: HET STOPT NOOIT

 

| 08-02-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17

 

Het stopt nooit

 

werediDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In artikel 6 in deze reeks omschreef ik reeds de honger naar zoet water en de gevolgen van het Rotterdamse beleid rond de Nieuwe Waterweg vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik eindigde dat artikel met een verzuchting: “Het wordt tijd dat de landelijke politiek zijn werk gaat doen en doorkrijgt dat vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw de rest van Nederland gebruikt wordt als zoetwaterleverancier voor de eeuwig hongerige Nieuwe Waterweg. Rotterdam moet ophouden de problemen die haar havenactiviteiten veroorzaken af te wentelen op de rest van Nederland.” 

Deze week werd duidelijk dat Rotterdam gewoon doorgaat met anderen op te zadelen met de gevolgen van haar beleid. Het Havenbedrijf Rotterdam wil de Nieuwe Waterweg wederom verdiepen om de scheepvaart een betere toegang te geven tot het Botlekgebied. Uit een voorbereidende rapportage van november jl. blijkt dat dieper water leidt tot meer instroom vanaf de Noordzee, waardoor de instroom van zout water richting Rotterdam toeneemt en de zoutindringing en de bodemerosie versterkt. Dit zal op termijn weer leiden tot een grotere zoet water vraag vanuit de regio Rotterdam, omdat weer meer inlaatpunten van zoet water voor drinkwater en de landbouw daar zullen verzilten. Het wordt dan zeer de vraag of er voor ons gebied net als in het verleden steeds minder zoet water beschikbaar zal zijn.

Op 4 februari gaf de heer P. Hordijk (provincie Zuid-Holland) in het stadhuis van Bergen op Zoom een presentatie over de plannen met het Volkerak-Zoommeer. Nu kijk ik altijd kritisch naar de betogen van mensen die op de loonlijst staan van de provincie Zuid-Holland en daarmee, voor mij, primair verbonden zijn met de belangen van Rotterdam. Dus ook naar de inhoud of het gebrek daaraan van een presentatie over de voor West-Brabant belangrijke veranderingen aan de waterkwaliteiten van het Volkerak-Zoommeer.

De heer Hordijk stelde dat de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer niet geworden was wat men er in 1987 van verwachtte. Wat mij dan altijd opvalt is dat na z’n constatering men niet uitlegt wat de oorzaken daarvan zijn. In artikel 7 in deze reeks heb ik al een tipje van de sluier opgelicht. De hoofdoorzaak is het steeds oplopende gebrek aan zoet water om het Volkerak-Zoommeer door te spoelen en op die wijze de verzilting en de ontwikkeling van blauwalgen tegen te gaan. Dat gebrek aan zoet water kent maar één oorzaak en die is begonnen met de aanleg van de Nieuwe Waterweg en het keer op keer verdiepen daarvan en de aanleg van meer havens langs die Nieuwe Waterweg en het daardoor steeds toenemende (zoute) vloedvolume. Als dit proces niet stopt zal er straks vaker, zelfs voor de inlaat via de Roode Vaart, geen zoet water zijn voor onze landbouw en industrie.

Het wordt tijd dat de oude strijdkreet van de Hertog van Brabant “Were Di” over het Hollands Diep zal klinken. En wij onze kaarten gaan aanpassen en het Hollands Diep veranderen in Brabants Water! Het lijkt nooit op te houden. De heren van Holland blijven proberen zich Brabants bezit toe te eigenen.

Was het eind van de 15e eeuw de graaf van Nassau die de gorzen ten noorden van Gastel en ten westen van Zevenbergen opeisten (hetgeen bestreden werd door de heer van Bergen op Zoom), nu zijn het de havenbaronnen van Rotterdam die ons van het kostbare zoete water willen beroven. Moge de geest van Hertog Jan weer over ons komen. Nu is het niet meer aan de Grote Raad van Mechelen om recht te spreken maar aan het parlement om recht te doen. Helaas is dat voornamelijk een Randstad bedoening. Were Di!

Louis van der Kallen 

 


ONNATUURLIJKE MAXIMALE VERZILTING ZEELAND DREIGT!

 

| 03-02-2015 | 15:00 uur |


 

ONNATUURLIJKE MAXIMALE VERZILTING ZEELAND DREIGT!

 

Deltabeszeeuws wapenlissing legt Zeeland buitensporig in de pekel en verlegt zoutindringing  onnodig landinwaarts naar de West-Brabantse rivieren met effecten voor het grondwater. De Deltabeslissing lost twee oude wensen van biologen in: beperkt getij op het Grevelingen en een zout Volkerak-Zoommeer (VZM). Daarnaast zijn er lobby’s met een heel beperkt belang in vergelijking tot deze rigoureuze en uiterst kostbare ingreep. Hoe verhoudt zich dit tot het algemeen belang en wat is dat algemeen belang? Welke argumenten hebben de beleidsmakers om daar geen rekening mee te houden?

Biologen zeggen getij en zout horen bij Zeeland, maar vergeten dat bij Zeeland ook een belangrijk deel van de afvoer van de grote rivieren hoort en dat er zeer grote verschillen in zout water zijn.

Zout water
In Nederland varieert het zoutgehalte van water van bijna 0 tot 19 gr Cl’/l (Noordzee). Zoet water voor de landbouw heeft een zoutgehalte van 0 tot 0,3 gr Cl’/l. Het maakt slechts 1,5% uit van het gehele interval aan zoutgehaltes. Zoet water is dus uiterst gevoelig en een kostbaar goed. Het zo goed en zo lang mogelijk zoet houden van oppervlakte- en bodemwater is het algemene belang en gaat boven groepsbelangen. De mens leeft op het land en van zoet water en wil net als elke andere soort zo lang mogelijk overleven in de delta. Groepen met tegengestelde belangen moeten zich dat goed bewust zijn. Daarbij komt dat zout water zwaarder is dan zoet water en het zoete(re) water gemakkelijk kan verdringen.

Natuurkrachten
In onze delta zijn we onderhevig aan het spel van natuurkrachten op land en water en op de interactie van zee- en rivierwater. Krachten die vele malen groter zijn dan de mens en die we alleen met inzicht en kennis zo goed mogelijk kunnen geleiden. Inmiddels zijn we de redenen voor het aloude visionaire deltaplan voor de veiligheid en de waterhuishouding weer vergeten. Men heeft totaal geen benul meer van de kracht en de macht van het water. Toch zal zo goed mogelijk aan die lijn moeten worden vastgehouden om op lange termijn te kunnen overleven. Er kleven wellicht bepaalde onvolkomenheden aan het plan in biologische zin, maar deze hoeven niet te leiden tot dit soort onnodige tegendraadse ingrepen met schier onomkeerbare effecten. De laatste vier eeuwen zijn onze zeearmen steeds sterker gaan uitschuren en dieper geworden. De verzilting nam daarmee in het geheel sterk toe. Het zoutgehalte bleef evenwel vanaf de monding afnemen naar de Brabantse wal, waar het zoutgehalte het laagst is onder invloed van de rivierafvoeren. De eilanden konden zich goed redden met de zoetwaterbellen in de duinen en de werpzanden, die hoger dan de zeespiegel lagen. Hoe lager het zoutgehalte in de omgeving van die zoetwaterbellen hoe omvangrijker die zoetwaterbellen waren en kunnen zijn.

Het deltaplan voorzag in het weer sluiten van de kustlijn voor optimale veiligheid en compartimentering om de zoetwaterhuishouding te versterken en een gericht gebruik van zoet water voor de eilanden, zoete Zeeuwse wateren, waaronder een zoet Grevelingenmeer. Daarmee werd vooruit verdedigd, zowel wat de veiligheid betrof als tegen de verzilting.

Met de blijvende toename van de zeespiegel (Nederland kantelt ook) zet de verzilting zich sluipend en ondermijnend door. Primair van belang is het zoete(re) water zoveel mogelijk naar de kust te brengen om de toenemende verzilting van bodem en oppervlaktewater landinwaarts zoveel mogelijk te vertragen. Daar zou maximaal op gestuurd moeten worden. Pas daarna komen de deelbelangen met voorop de landbouw, die de mens voedt. Onder invloed van belangenlobby’s wordt daarentegen de verzilting juist in hoge mate gestimuleerd. Die is landelijk niet uniform van aard en niet van gelijke omvang.

Bewuste verzilting Zeeland
Er is inmiddels geen estuariene natuur meer op de Oosterschelde en in het zoute Grevelingenmeer. Er komt immers geen zoet water van de grote rivieren meer. De Oosterschelde en Grevelingen zijn nog nooit zo zout geweest en zouden dat met de bedoeling van het deltaplan en ook zonder de infrastructuur van het deltaplan in geen eeuwen geweest zijn. (Hoewel buiten dit kader: de Westerschelde is ook nooit zo zout geweest als door de verdiepingswerken voor de haven van Antwerpen en de zandwinning.)  Door de deltabeslissing zal het Grevelingenmeer nog wat in zoutgehalte toenemen, maar het VZM dat al dertig jaar, een mooie ecologische leeftijd, als zoet meer bestaat in het verlengde van een brak leven met mooie ontwikkelingen, wordt volledig ecologisch te niet gedaan voor een echt zout meer met een zoutgehalte van 10 tot 16 gr Cl’/l. Dat is een aanmerkelijk hoger zoutgehalte dan waaraan de west Brabantse rivieren bloot stonden vóór de delta infrastructuur. Hoewel men enerzijds 45 m3/sec aan zoet water denkt te besparen, heeft men anderzijds voor deze rivieren weer 20 m3/sec extra nodig voor verziltingsbestrijding. Het open water (oppervlaktewater) in Zeeland wordt kunstmatig maximaal verzilt. Vanuit het zo zoute open water vindt verdringing van het zoetere grondwater langzaam maar zeker plaats. De vraag naar zoet water op de eilanden en langs de rand van de lagere delen van de Brabantse wal zal daardoor gaan toenemen. Op de eilanden ontstaat steeds meer open water door afgravingen van natuurorganisaties, die een grote drang hebben om parken voor trekvogels te maken zonder respect voor de natuur van het bestaande land en zonder oog te hebben voor negatieve consequenties. Daardoor wordt steeds meer bodemweerstand tegen verzilting weggehaald, worden plas dras gronden maximaal verzilt en wordt het zoetere grondwater in de omgeving verdrongen. Dit heeft grote negatieve consequenties voor de mogelijkheden van zoetwaterbellen van enige omvang. Bovendien worden juist in de duinen en de hoog gelegen randen vakantieparken aangelegd. Niet bevorderlijk voor waterkwalitatief betrouwbaar zoet grondwater en beperkt de omvang. Al met al een sinister vooruitzicht zonder duurzame oplossingen. Het aanleggen van pijpleidingen vanuit het Brabantse om de eilanden van zoet water te voorzien en ’s winters te injecteren in de bodem voor de landbouw is lokaal slechts beperkt haalbaar en niet duurzaam. Technisch interessant, maar geen wezenlijke oplossing. Het is schone schijn. Biologen zien het niet zo zwaar in, want de landbouw kan met de huidige mogelijkheden met minder zoet water toe en de toekomst voor de voeding is voor hun de zilte teelt en schelpdieren. Alsof een niche markt de bevolking zou kunnen voeden.

Een zout VZM 
Om een doel te bereiken, signaleert men doorgaans een waterkwaliteitsprobleem en vervolgens wil men dan een robuuste en duurzame oplossing (voor het eigen doel). Dat geldt ook hiervoor en evenzeer voor het Grevelingenmeer. (N.B. Een waterkwaliteitsprobleem kan zich voor doen als in de gegeven geografische omstandigheden door het handelen van de mens de waterkwaliteit een naar het gevoelen van de mens negatieve wending neemt en men er last van krijgt. Objectivering is dus een eerste vereiste.) Men constateerde blauwalgenbloei  in een beperkte periode in de zomer op het VZM. Esthetisch niet plezierig voor de pleziervaart  en locaal bij stranden veroorzaakt het huidirritatie bij waterminnaars. Bij het groeien naar een ecologische evenwicht komen er altijd uitbarstingen van soorten voor. De blauwalgen bloei is zeer sterk teruggedrongen, niet alleen door mosselen. Men noemde dit een waterkwaliteitsprobleem, maar is in wezen een ecologische eruptie. (Hartekreet: De kunst is geduld te hebben met de natuur en zoveel mogelijk met de vingers er van af te blijven. Het huidige fenomeen van de industrie van maakbare natuur vernielt ten onrechte zeer veel natuur, omdat men zichzelf belangrijker vindt dan de natuur. In die zin is bezinning bij de natuurorganisaties brood nodig. Liever geen aaibare natuur dan parken.) De blauwalg kan dus geen reden zijn voor zo’n drastische maatregel. Blijft de stelling dat men zoet water zou besparen en dat men op termijn te weinig zoet water zou hebben om aan het afgesproken criterium van max. 450 mg Cl’/l te voldoen. Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta infrastructuur er heel veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor midden- en west Nederland? In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM ook omstreden en Vlaanderen wenst het ook niet. Tevens wordt door een zout VZM een zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Bovendien mag het criterium van 450 mg Cl’/l best wel eens tijdelijk wat hoger zijn.  Men verlaat nu zonder noodzaak een zoet water zone en brengt bewust verzilting verder het land in. Conclusie:  Een zout Volkerak-Zoommeer is onzinnig.

Getij op het Grevelingen
Met een brede bres van 4 meter diep in het noordelijk deel van de Brouwersdam wil men gedempt getij terug brengen op het Grevelingenmeer. Dat meer staat al in open verbinding middels een kokersluis in het zuidelijk deel. Door die verbinding met de Noordzee blijft het meer in hoge mate zout, wat minder dan de Noordzee. Die kokersluis was eigenlijk ontworpen om het Grevelingenmeer zoet te maken en te houden. In het verlengde van een ander beleid inzake de Oosterschelde is ook de beslissing genomen om het Grevelingenmeer vooralsnog zout te houden en niet zoet te maken. Een zoet Grevelingenmeer zou met name voor Schouwen-Duiveland van grote betekenis zijn. Nu doet zich in een deel van het meer thermische en zout gelaagdheid in het water voor. Het gevolg is een zuurstofloze onderlaag met een eigen niet aaibare natuur. Dit fenomeen doet zich in alle diepere meren in Nederland voor. De wind zorgt voor stroming in de meren en kan de zuurstof tot een bepaalde diepte brengen. In Nederland beweegt het grensvlak zich ongeveer tussen de 10 en 15 meter diepte. Door bepaalde omstandigheden wat hoger, maar niet hoger dan 7 meter diep. Bijkomend verschijnsel is dat het onder bepaalde windomstandigheden zeer tijdelijk scheef kan gaan staan en lokaal hoger komen (en elders dieper).  In het Grevelingenmeer bevinden zich in het westelijk deel twee oude diepe zeegeulen tot 35 meter diep en het grensvlak schijnt in de loop van de tijd omhoog gekomen tot ca. 6 meter diep. Er is geen reden te bedenken waarom dit nog verder omhoog zou komen.  Dit voor deze situatie natuurlijke fenomeen wordt alleen hier nu als een waterkwaliteitsprobleem aangemerkt. Waarom mag van de beleidsmakers deze natuurvorm niet bestaan? Duikers (hoeveel?) willen graag dieper duiken en een aaibare natuur zien. Mosselkwekers die in het meer zijn neergestreken willen graag hun oppervlakte aan percelen verder uitbreiden. Voor strandgangers kan, de hele kleine kans bij een bepaalde wind, op een ervaring met zuurstofloos water op zich minder plezierig zijn door stank. De kansen dat men verjaagd wordt door stortbuien is vele malen groter. Wettigen deze hele beperkte belangen zo’n fundamentele grote ingreep, waarbij b.v. een zoet Grevelingenmeer in de toekomst onmogelijk wordt. Een deltabeslissing, die honderden miljoenen kost? (Ook nog met de wens van de pleziervaart om ook een opening in de Grevelingendam te krijgen, waarvoor in de plaats een brug moet komen.) Na uitvoering van de bres in de Brouwersdam is er een mogelijkheid om turbines voor getijde-energie te plaatsen. Ook dat gaat nog eens met extra overheidssubsidie en zal ondanks alle voorinvesteringen nauwelijks rendabel kunnen zijn. Bovendien is onbekend wat die turbines in de bres aan schade aan de zeedieren toebrengt.

Aan de hand van 3D-berekeningen wordt verwacht, dat het getij door de bres een zodanige menging te weeg zal brengen, dat de zuurstofloze laag wordt opgeruimd. Helaas zal dit niet het geval zijn. Deze berekeningen kunnen het verschijnsel gelaagdheid in relatie tot menging niet aan. Wel zal het grensvlak van de zuurstofloze onderlaag om laag worden gebracht. Er zijn echter andere mogelijkheden, dan een bres in de Brouwersdam, om dit te bewerkstelligen, zoals het aanbrengen van een dichtheidsscherm voor de kokersluis. Zo’n scherm is aan de onderkant open en zuigt als een stofzuiger in de laagwaterfase het zuurstofloze water aan de bodem naar de Noordzee en in de hoogwaterfase wordt zuurstofrijk water vanuit de Noordzee naar de onderlaag gevoerd. De kosten hiervoor zijn veel lager en houdt de mogelijkheid van een zoet Grevelingenmeer open. Ook hiervoor is een dichtheidsscherm effectief. Voorts wordt er op gewezen dat afgestorven organisch materiaal naar de bodem zakt en mogelijk eens kan leiden tot stankoverlast. Ook de recreatie veroorzaakt een zekere belasting. Het is maar zeer de vraag of dit als last zal optreden, omdat aan het grensvlak al processen optreden, die een mogelijke stankbelasting tegengaan. Van andere diepe meren in Nederland hoor je hier niets over. In een zoet Grevelingenmeer zou dit een aanleiding voor veenvorming kunnen zijn. Conclusie: een bres in de Brouwersdam is onnodig en ongewenst.

Geen eenheid in zout-zoetbeleid
Een zoet Grevelingemeer zou kunnen functioneren als zuidelijke zoetwaterbuffer, mocht er iets mis gaan met onze enige nationale buffer, het IJsselmeer. De beleidsmakers achten echter de buffer aan zoet water op het Haringvliet en Hollands Diep wel voldoende. Merkwaardig genoeg weerhoudt het hen niet om met een kierbesluit Haringvliet weer zout water op het Haringvliet te brengen, waardoor tegendraads inlaatpunten voor zoet water naar het oosten worden verplaatst.

De voorlopige besparing van 25 m3/sec aan zoet water door een zout VZM komt ten goede aan midden en west Nederland, een druppel op een gloeiende plaat en weinig zinnig. Te meer daar dit gebied planologisch de tering niet naar de nering zet met betrekking tot het zoet water verbruik. Door uitbreidingswijken te blijven plannen en realiseren in dit gebied, waar polders rond de kernen nogal eens op N.A.P.- 5m liggen, wordt alleen maar zout water door onderbemaling aangetrokken en vergt meer een meer zoet water. Daarnaast is er de strijd om het veen te beschermen, dat veel zoet water vergt.  Er wordt hier al lang een achterhoede gevecht geleverd tegen verzilting, terwijl de druk evident is met de ligging beneden de zeespiegel. Het zou veel logischer zijn om zich in dit gebied te gaan voorbereiden, dat het gebied lokaal echt verzilt. Dat zou heel veel zoet water kunnen uitsparen.

Er zijn andere mogelijkheden om aanzienlijke hoeveelheden zoet water te besparen en geen druppels, zoals een kering met schutsluizen in de Nieuwe Waterweg en de inpoldering van de Markerwaard.

Een zout VZM om zoet water te besparen kan geen issue zijn. Men snijdt zich in de vingers!

Ir W.B.P.M. Lases, 02.02.2015

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 15: ER IS MEER GEBEURD DAN DE KOMST VAN DE QUAGGAMOSSEL

 

| 25-01-2015 | 12:45 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 15

 

Er is meer gebeurd dan de komst van de quaggamossel 


blauwalgDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In de ontwerp-rijksstructuurvisie en in bijbehorende stukken wordt steeds gesteld dat de quaggamossel verantwoordelijk is voor de sterk verminderde blauwalgproblematiek op het Volkerak-Zoommeer. En vaak wordt er dan bij vermeld dat deze verbetering niet blijvend hoeft te zijn omdat ook het quaggamosselbestand kwetsbaar zou kunnen blijken. Hiermee wordt de indruk gewekt dat zonder de quaggamossel er geen verbetering zou kunnen zijn optreden. Dat is echter slechts een deel van de werkelijkheid.

Het vaak vergeten deel is dat ook voor blauwalgen geldt dat ze alleen overvloedig kunnen voorkomen als ook hun eten in overvloed beschikbaar is. Hoe hoger de stikstof- (N) en fosfaat- (P) gehalten in het water hoe meer kans op overvloedige blauwalgengroei. De stikstofaanvoer naar het Volkerak-Zoommeer systeem is de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. In de milieurapportage uit 2012 zijn daarvan cijfers op de pagina’s 64/65 te vinden. Die spreken boekdelen. Was de aanvoer van stikstof in de jaren 1989/95 voor het Krammer-Volkerak nog gemiddeld 1450 kg/ha/j in de jaren 2000/2009 was dat gemiddelde gedaald naar 1000 kg/ha/j. Een daling met 31 %. Voor het Zoommeer was die daling gemiddeld zelfs 37 %. Ook de fosfaataanvoer in het Krammer-Volkerak daalde. Van gemiddeld 46 kg/ha/j in de jaren 1989/95 tot 25 kg/ha/j in de jaren 2000/2009. Een daling van 46 %. Ook in het Zoommeer was er sprake van een significante daling, zij het dat deze beperkt bleef tot 13 %. Wetgeving, zoals de nitraatrichtlijn en een ander bemestingsbeleid in de landbouw, begint steeds meer effect te sorteren. Maar er is ook sprake van een afnemende nalevering van orthofosfaat uit de waterbodems. Kortom, de hoeveelheid voedsel in het water van het Volkerak-Zoommeer voor de blauwalgen is de afgelopen jaren geleidelijk gedaald en daalt verder. Gesteld mag worden dat ook de daling van de stikstof- en fosfaatgehalten een bijdrage heeft geleverd aan de geconstateerde afname van bloei van blauwalgen. De totale waterkwaliteit van het zoete Volkerak-Zoommeer is al jaren aan het verbeteren en er is geen reden om aan te nemen dat die geleidelijke verbetering nu zou stoppen. 

Louis van der Kallen 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE: TUSSENSTAND PETITIE – 2

 

| 21-01-2015 | 17:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE: TUSSENSTAND PETITIE – 2

 

karperDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

Op 14 oktober zijn wij de petitie “STOP DE VERZILTING VAN HET VOLKERAK-ZOOMMEER” gestart. Op 1 januari 2015 hadden 931 mensen deze ondertekend.
Er werden in 2014 bij de petitie 95 opmerkingen gemaakt die vrijwel allen de wens tot zoet blijven van het Volkerak-Zoommeer onderschreven c.q. motiveerden. Wij zullen de komende weken een aantal van de opmerkingen via de facebook pagina van Ons Water onder uw aandacht brengen. De onderstaande drie opmerkingen van even zovele ondertekenaars waren alle gedateerd 15 oktober 2014:

  • ”Als Bergenaar heb ik deze kwestie vol verbazing gevolgd. Altijd gedacht dat de minister van I en M toch nooit groen licht zou geven, dus toch wel! Met de huidige ontwikkelingen wat betreft de waterkwaliteit totaal 350 miljoen uitgeven lijkt me volstrekt verkeerd, belachelijk zelfs. Als recreant van het gebied kan ik meepraten over de huidige waterkwaliteit, minstens 5 jaar helder, waterplanten en vrijwel geen overlast van blauwalg. Dat het nog niet structureel ”goed” is weten we, maar geeft het een ieder geval een kans…
  • “Als visser is het al triest te zien dat de visstand zwaar onder druk staat door (beroepsmatige) overbevissing. Helemaal een doodzonde dat potentieel een van de mooiste viswateren waar heel lang een goede en mooie populatie vissen van diverse soorten wordt verkwanseld voor feitelijk niets anders dan nostalgie.”
  • “Je ziet het gewoon aan de vissen in het Volkerak dat ze het daar goed naar hun zin hebben momenteel. Ze zien er gezond en wel doorvoed uit, waarom dan nu nog ingrijpen? Verzilting is echt niet meer nodig. Het zou jammer zijn als dit gebied terug zout zou worden.” 

Als voorbeeld een mooi filmpje van Franse vissers op het Volkerak.

Louis van der Kallen