OVER WATER – 148: ZE WISTEN HET EN DEDEN NIETS

 

| 04-08-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER – 148: ZE WISTEN HET EN DEDEN NIETS

 

Afgelopen donderdag was een groot deel van het NOS journaal van 13.00 uur gewijd aan een persconferentie van onder andere Rijkswaterstaat en de Unie van waterschappen over de droogte en de verzilting.  Ik erger mij er dan aan dat de korte termijnproblemen niet worden vertaald naar lange termijn oorzaken en oplossingen.

Nu worden we geconfronteerd met een droogte die zijn weerga in de recente geschiedenis niet kent. 1976 werd steeds beschouwd als een incident. De deskundigen voorspellen nu een meer dan hete toekomst. De zomer van 2018 kan wel eens de standaard worden. Was dit te voorzien? JA!!!!

In 1965 “De toekomstige drinkwater voorziening van Nederland van de centrale commissie voor drinkwatervoorziening 1965” en “De waterhuishouding van Nederland”, samengesteld door Rijkswaterstaat 1968, werden met een vooruit ziende blik een aantal (toen toekomstige) problemen  in beeld gebracht. Verzilting stond toen al hoog op de agenda van Rijkswaterstaat. Niet vanwege de klimaatverandering en de zeespiegelstijging, want die waren toen politiek nog niet aan de orde. Natuurlijk spelen de klimaatverandering en de zeespiegelstijging een rol bij de droogte en de verzilting. Maar als de grootste oorzaak toen werd een andere schuldige aangewezen: de veranderingen rond de Nieuwe Waterweg! 

Vanaf eind vijftiger jaren van de vorige eeuw tot 1968 zijn er belangrijke ontwikkelingen geweest die de zoetwatervraag, om de verzilting via de Nieuwe Waterweg tegen te gaan, hebben doen toenemen van circa 300 m3/s naar circa 700/800 m3/s. De uitbreiding van het havenareaal (Europoort, Botlekhavens, Eemhaven) en de verdieping van de vaarweg naar deze havens, alsmede de verdieping van de oliegeul vanuit zee naar de monding van de Nieuwe Waterweg hebben het vloedvolume toen enorm doen toenemen. Dit heeft tot gevolg gehad dat de rivier zich aangepast heeft aan het toegenomen getijvolume op het traject van de rivier tussen de mond en de betreffende havens. Hierdoor ontstond een verdieping van de rivier in de periode 1958/1964 van circa 2 meter door een proces van terugschrijdende erosie op het traject Hoek van Holland – Maassluis. De verwachting in 1968 was dat dit proces voort zou gaan. Als aanpassing op dit proces werd de norm van het chloridegehalte ter hoogte van de Parkhaven (300mg/l) losgelaten en de toetsplek werd verlegd naar de mond van de Hollandsche IJssel en werd het advies gegeven: “de bodem van de Nieuwe Maas en de Nieuwe Waterweg te verhogen en vast te leggen.” (Bron: “De waterhuishouding van Nederland” samengesteld door Rijkswaterstaat 1968). 

Gebeurde dit? Nee, het was volgens de politiek immers niet nodig en volgens Rotterdam en de havenbaronnen ongewenst. De Deltawerken kwamen er aan en het zoete water kon door de dammen gestopt worden en doorgeleid worden naar zee via de Nieuwe Waterweg. Maar de Rotterdamse groot muil werd nog groter. Sinds 1968 bleven er gewoon havens bij komen. Dit leidde er toe dat van oude afspraken steeds minder terecht kwam. Als voorbeeld de geschiedenis van de afspraken rond het Volkerak-Zoommeer: “Direct na de afsluiting in 1987 werd het Volkerak-Zoommeer doorgespoeld met water uit het Hollandsch Diep (zoet), teneinde op korte termijn te kunnen beschikken over zoet water voor de regionale watervoorziening in de omliggende gebieden. Hierdoor daalde het gemiddelde chloridegehalte van het Volkerak-Zoommeer binnen één jaar tot de gestelde norm van 0,4 g Cl/l. Het handhaven van deze chloridenorm wordt geregeld door middel van een doorspoelbeheer vanuit het Hollandsch Diep. Zoutaanvoer vindt nog plaats als gevolg van schutverliezen, zoute kwel en uitspoeling uit buitendijkse gronden. In 1993 werd de chloride norm bijgesteld tot 0,45 g/l. Door deze verhoging kon de inlaat vanuit het Hollandsch Diep via de Volkeraksluizen worden beperkt…”

“In het waterakkoord is in 2001 vastgelegd gedurende het groeiseizoen te sturen op 450 mg cl/l bij de meetlocatie Bathse Brug, met uitzondering van perioden van droogte…..”

“In het ‘droge’ jaar 2003 werd door het stopzetten van de inlaat voor doorspoeling de norm voor het chloridegehalte bij de meetpunten Bathse Brug en mond van het spuikanaal herhaaldelijk overschreden.” (Bron:  pagina’s 87/88 van de Milieueffectrapport bij de Rijksstructuurvisie, oktober 2014). 

Foto: Bron Wikipedia/Michiel1972

In november 2014 schreef ik “Wie zijn de slachtoffers van deze zoet water honger van de Nieuwe Waterweg? De boeren en tuinders van Zuid-Holland, Zeeland en West-Brabant en de drinkwaterleidingbedrijven in laag Nederland en daarmee alle consumenten van dat drinkwater. Zij lijden de schades veroorzaakt door de verzilting in de vorm van mindere opbrengsten en hogere kosten. Natuurlijk erken ik dat Rotterdam en zijn havens voor de BV Nederland van onschatbare waarde zijn. Maar het jaar na jaar afwentelen van de verziltingproblemen op boeren, tuinders en drinkwaterbedrijven en het laten verzilten van zoete natuurgebieden zoals laagveen moerassen kan niet blijven voortduren. Het gat dat de Nieuw Waterweg heet moet vergaand gedicht worden. Door sluizen die, als er gebrek is aan zoet water, geschut kunnen worden en door maatregelen die al in 1965 en 1968 werden genoemd als alternatieven, zoals het verhogen/vastleggen van de bodem van de Nieuwe Waterweg eventueel met een drempel en luchtbellenschermen, die nu nog steeds als innovatief door Rijkswaterstaat worden betiteld maar in 1968 al in de grote schutsluizen te IJmuiden werden gebruikt (bron: pagina 33 “De waterhuishouding van Nederland” samengesteld door Rijkswaterstaat 1968).” 

Het wordt tijd dat de landelijke politiek nu echt zijn werk gaat doen en doorkrijgt dat vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw de rest van Nederland gebruikt wordt als zoetwaterleverancier voor de eeuwig hongerige Nieuwe Waterweg. Rotterdam moet ophouden de problemen die haar havenactiviteiten veroorzaken af te wentelen op de rest van Nederland. De laksheid om de wijze raad uit de jaren zestig niet te vertalen in sluizen in de Nieuwe Waterweg kost onze economie nu miljarden euro’s en kan boeren aan de bedelstaf brengen. Ga nu aan de slag dan kunnen we mogelijk over 15 tot 20 jaar de stop op het gat van de Nieuwe Waterweg drukken en daarmee dit zoetwaterlek feitelijk dichten. Nu stroomt er per seconde circa 800 kubieke meter kostbaar zoet water weg. De voorraad in het IJsselmeer is immers niet oneindig. Als we dan toch over de toekomst en zoet water gaan nadenken stoft dan ook het “Waterbeleid voor de 21e eeuw”, het advies van de Commissie waterbeheer 21e eeuw onder voorzitterschap van oud-gedeputeerde Tielrooij eens af en herlees eens pagina 74 onder het kopje verzilting: “Door toenemende verzilting en drogere zomers zal de vraag naar zoet water voor doorspoeling en beregening in West-Nederland toenemen. De aanvoer van zoet water in de zomer zal echter juist afnemen in Zuidwest-Nederland, de Wieringermeer en in de droogmakerijen zal de beschikbaarheid van zoet water in toenemende mate een knelpunt worden voor de daar aanwezige glastuinbouw, vollegrondstuinbouw, bollenteelt en ook de akkerbouw. De Commissie wil daarom aandringen op het aanleggen van zoetwatervoorraden binnen de regio’s.”  Geschreven in het jaar 2000.

Tenslotte hoop ik dat men in Den Haag nu eindelijk besluit de verzilting van het Volkerak-Zoommeer definitief af te blazen en nu eindelijk bereid is de adviezen uit het verleden van wijze mensen op waarde te schatten. Na de adviezen van Rijkswaterstaat uit 1968, vijftig jaar geleden, en van de commissie Tielrooij (2000) is er kostbare tijd verspild. Daar betalen de boeren, transporteurs over water en industrieën nu een grote prijs voor. Ga denken en handelen, zodat het waterbeheer in Nederland echt toekomstbestendig wordt.   

Louis van der Kallen

 


VRAGEN OVER DE AANVOER VAN ZOET WATER, KENMERK 18003

 


Bergen op Zoom, 29 juli 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Vragen over de aanvoer van zoet water, kenmerk 18003

 

Geacht Dagelijks bestuur,

De huidige hoge temperaturen en de ermee gepaard gaande droogte hebben tot gevolg dat de aanvoer van zoet water de nodige inspanningen van ons waterschap vereist. Op dit moment is alles nog redelijk in de hand te houden in ons gebied. De klimaatscenario’s veranderen echter met dag en de extremen blijven elkaar overtreffen. Een aantal factoren was voor West-Brabant gelukkig gunstig ten aanzien van de aanvoer van zoet water. Overbodig te vermelden dat de beschikbaarheid van zoet water ook wereldwijd een punt van zorg is.

De voorgenomen verzilting van het Volkerak-Zoommeer (al gaande door het achterstallige onderhoud van de sluizen) maakt dat een belangrijke bron van zoet water gaat wegvallen. Zoet water voor West-Brabant wordt in dat scenario via de Roode Vaart aangevoerd.

Vragen

  1. Is de aanvoer van voldoende zoet water in de huidige extreme weersomstandigheden gegarandeerd wanneer het Volkerak-Zoommeer   zou zijn verzilt?
  2. Zijn er alternatieve aanvoerroutes voor zoet water denkbaar?
  3. Is in de huidige beleidsdocumenten rekening gehouden met de extremen waar we nu al mee te maken hebben?
  4. Is heroverweging van de verzilting van het Volkerak-Zoommeer niet urgent?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

Jan Slenders

 


ZOET – ZOUT

 

| 10-03-2018 | 11.00 uur |


 

ZOET/ZOUT

 

Met het besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen om fors geld te steken in een gezonde natuur en water heeft de tongen in West-Brabant en Bergen op Zoom weer los gemaakt.

Voor het Grevelingenmeer wordt €75 miljoen ingezet om een doorlaat te maken in de Brouwersdam, zodat het water in het meer doorlopend wordt ververst waardoor de natuur zich herstelt. Dat is voor het Grevelingenmeer hard nodig. Het Grevelingenmeer is op grotere diepten dood. En het water aan de oppervlakte is van een bedroevende kwaliteit en steeds minder toeristisch aantrekkelijk. Het Grevelingenmeer is stilstaand zout water. Met de 75 miljoen van de Rijksoverheid en het extra geld van de provincies Zeeland, Zuid-Holland en enkele gemeenten gaat het zoute water ververst worden door een getijdeslag van circa 50 centimeter.

Sommigen bepleiten al jaren de terugkeer van zout water in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in de hoop dat de waterkwaliteit van dat systeem dan verbeterd. Het is goed te realiseren dat, als er in de Oesterdam en of Philipsdam een dergelijke doorlaat zou worden gemaakt, de eventuele getijdeslag veel kleiner zal zijn. Hierdoor kan een verzilt Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem soortgelijke problemen krijgen als nu in de Grevelingen. De gedachte dat het bij een zout Zoommeer makkelijk en goedkoop zal zijn de Binnenschelde te verzilten gaat niet geheel op. Het waterpeil van de Binnenschelde ligt bijna 1,5 meter hoger dan het Zoommeer. Alle verversing moet dan door inpompen en aflaten kunstmatig tot stand worden gebracht, een blijvende kostbare zaak. 

De gevolgen van een verzilting van het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem zijn groot. Zoetwater gebrek voor de landbouw, verzilting van de bodem tot Oudenbosch toe, waardoor veel teelten lagere opbrengsten geven.  Meer en andere corrosieve effecten op het scheepvaartverkeer op de Rijn-Schelde verbinding (ik schreef daar eerder over). De gevolgen voor Bergen op Zoom zijn ook de mogelijke zoutindringing van de bodem van de Bergse Plaat met risico’s voor de funderingen. Zoute lucht geef ook hogere onderhoudskosten aan huizen en gebouwen. Verven en metalen corroderen en verweren sneller. Op de website van Ons Water schreef ik in dit dossier al meer dan 40 artikelen.

Het is jammer dat velen geen afscheid kunnen nemen van een soort van zoute nostalgie. Nooit meer 1953 heeft geleid tot de aanleg van de dammen. Dat heeft gevolgen. De natuur past zich geleidelijk aan. De ervaren overlast is al van een volstrekt andere orde dan in 2003 toen de discussie zoet/zout startte. De fosfaat- en nitraatgehalten (de voedingstoffen van de algen) dalen al jaren. De natuur doet gratis het goede werk en er komt een moment dat de biotoop in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in evenwicht is. De plannenmakerij duurt al circa 15 jaar.  De onzekerheid over de verzilting van het Krammer, Volkerak-Zoommeer systeem, en als afgeleide de Binnenschelde, duurt voort en dat is meer dan vervelend. Het wordt tijd dat de overheid en de politici bij zinnen komen en de plannenmakerij afblazen als volkomen overbodig en te risicovol.

En voor de Bergenaren: Jammer dat de krabben aan onze kust zijn verdwenen. Maar we hebben er veiligheid, minder onderhoudskosten en bij vorst een mooie ijsvlakte om te schaatsen voor terug gekregen. En ook tijdens de vastenavondperiode voelen we ons echt niet minder krabben omdat ze voor onze kusten verdwenen zijn.

Omroep Brabant heeft er een filmpje over gemaakt en een artikel over geschreven.

 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 123

 

| 23-12-2017 | 10.00 uur |


 

OVER WATER – 123

 

Er is ook goed nieuws te melden. Soms  kom je iets tegen dat hoop geeft voor de wereld. Een wereld die moet vergroenen om te koelen. Goed nieuws, in mijn ogen, is het idee van Land Life Company. Een Nederlandse onderneming die een idee heeft waarmee jonge bomen door hun eerste jaar heen geholpen worden met bescherming en een éénmalige watergift. Nieuwsgierig? Kijk eens op hun website of naar dit Youtube fimpje.

Gelezen
Het Living Planet Report “Zoute en zilte natuur in Nederland” van de WWF. Het eerste wat opvalt? Geen pleidooi om het Volkerak-Zoommeer te verzilten! Wel om de het getij terug te brengen op de Grevelingen en het Haringvliet verder te verzilten. En het besef dat het water een steeds grotere bedreiging vormt, mooi weergegeven door een paar dichtregels van Hendrik Marsman (1936):

en in alle gewesten
wordt de stem van het water
met zijn eeuwige rampen
gevreesd en gehoord.

En verder een goede omschrijving welke mooie en te beschermen zoute en zilte natuur onze delta te bieden heeft.

Goed nieuws
Onder het kopje: “Veel glasaal op Tholen” was deze week in het tijdschrift van het waterschap Scheldestromen te lezen dat bij het gemaal De Noord bij Scherpenisse bij een telling uitzonderlijk veel glasaaltjes werden geteld: 270 stuks! Terwijl 10 gebruikelijk was. Nu maakt één zwaluw nog geen zomer. Maar 27 keer het gebruikelijke aantal geeft deze waterschapper moed en het vertrouwen dat het met de paling in dit kikkerlandje eindelijk weer de goede kant op gaat.    

18 december
In de morgen overleg met wethouder Kevin van Oort van de gemeente Geertruidenberg onder andere over de dijkversterking Geertruidenberg/Amertak en over de positie van de gemeente inzake een mogelijke verandering van een afslag van de A59 en de effecten/mogelijkheden daarvan op de waterkeringen ter plaatse. 

In de middag een bijeenkomst van het bestuurlijk kwartet met het regieteam Hart van Brabant in het raadhuis van de gemeente Oisterwijk met onder andere de agendapunten: de concept evaluatie 2017, de eerste opzet van het jaarplan 2018, de voortgang van het project klimaatadaptatie, het aanhaken van Brabant Water en de afvaardiging van de gemeente in RBOM.

 20 december
Vandaag een bijeenkomst in het waterschapshuis te Amersfoort met de titel “Glastuinbouw: beleid en praktijk”. Ik verving daar collega Kees de Jong. Het was een gecombineerde bijeenkomst van leden van de uniecommissies CWE en CWS. Het viel mij gelijk op dat van de 17 aanwezigen er 7 vrouw waren. Ik heb natuurlijk vooral ervaring met de commissie CWK waarin van de ruim 20 leden er slechts één vrouw is (de voorzitster). Waarom is de commissie waterkeringen zo veel minder aantrekkelijk voor vrouwen dan de commissie emissies of de commissie watersystemen?

Per 1 januari 2018 wordt de zuiveringsplicht voor glastuinbouwbedrijven ingevoerd met de taak tenminste 95 % van de gewasbeschermingsmiddelen uit het te lozen afvalwater te halen. Het  ultieme doel is om in 2027 de emissies naar het oppervlakte water tot ‘nagenoeg nul’ te hebben gereduceerd.  In de discussie werd helder dat er voor de groente- en fruittelers een markt motivatie is om geen tot bijna geen gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken de AH’s, de Jumbo’s  en de Lidl’s van deze wereld stellen immers steeds meer eisen ten aanzien van de voedselveiligheid. Tot op heden is dat niet het geval bij de afnemers van bloemen en planten. Bij de handhaving en stimulering van beperking van het middelengebruik ligt er een taak voor de waterschappen en de gemeenten. Er werd ook stilgestaan bij de teruggang van het insectenbestand en welke rol, in de huidige discussie, hieromtrent de waterschappen zou kunnen passen. Voorbij kwamen natuurlijk de bijen, maar ook typische waterinsecten als libellen zoals de waterjuffer. Voor mij huiswerk om eens te kijken wat ons waterschap hier bij kan of zou moeten. 

21 december
De kortste dag van het jaar was mijn laatste als lid van het dagelijks bestuur van het waterschap Brabantse Delta. Ik blijf wel lid van het algemeen bestuur dus echt afscheid nemen doe ik niet.

In de ochtend de 2ontwikkeldag van de RRO Hart van Brabant in de Villa De 4 jaargetijden in Tilburg. In een mooie stadsvilla in hartje Tilburg de laatste vergadering hebben als DB lid met veel van de wethouders en twee gedeputeerden waarmee ik in deze bestuursperiode te maken heb gehad, is een mooie afsluiting van een boeiende periode in mijn bestuurlijk leven. Prominent op de agenda stonden: de ontwikkelingen in het Hart van Brabantgebied op het vlak van mobiliteit en ruimtegebruik en de gebiedsopgaves A58 en N261/N269 waarbij ik de waterbelangen onder de aandacht mocht brengen.

In de middag bezocht ik voor de laatste maal het eindejaarsfeest van het waterschap. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 40

 

| 08-02-2017 | 12.50 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 40

 

Soms kom je iets tegen waarvan je denkt: wat zou het mooi zijn als de schrijver nu over de mogelijke verzilting van het Volkerak/Zoommeer eens zijn mening zou kunnen of willen geven.

In 1973 verscheen van de hand van Ir. P. Stoter een lezing op schrift, uitgesproken op 22 maart 1973 tijdens de première van de bedrijfsfilm van de N.V. Watermaatschappij Zeeland. De lezing droeg de titel: “Zoet water voor de Delta een groeiend probleem”. De heer Stoter was toen de directeur van de N.V. Watermaatschappij Zeeland. Hij voorzag nog de aanvoer van zoet water uit de spaarbekkens Grevelingen of Sint-Philipsland naar de rest van Zeeland. Deze spaarbekkens zijn er voor zoet water nooit gekomen, want de Oosterschelde bleef open en de Grevelingen zout. De vraag is of voldoende zoet water nog steeds een (groeiend) probleem is? Voor mij als landbouwer in de West-Brabantse polders is de blijvende beschikbaarheid van voldoende zoet water van de juiste kwaliteit wel degelijk een probleem, wat mij en mijn collega’s blijft bezighouden.

Chris Ooms

 


OVER WATER – 67

 

| 26-11-2016 | 00.05 uur |


 


OVER WATER – 67 

 

Op de inspiratiedag innovatie van de Unie van vorige week kreeg ik het boekje “Waterinnovaties in Nederland” uitgereikt met tal van voorbeelden van vernieuwingen in het hoe om te gaan met water, ingedeeld in thema’s als: water en voedsel, waterveiligheid, water en energie, waterkwantiteit, de waterketen, waterkwaliteit, watergorvernance, ecologie, stedelijk water, water en ICT en maritiem. Het boekje is zeker het lezen waard en kan een inspiratiebron zijn bij het komen tot vernieuwingen in het werken met water. De voorbeelden zijn ook te vinden op www.waterwindow.nl

21 november
keenesluis-01In mijn hoedanigheid als portefeuillehouder cultuurhistorie heb ik een bezoek gebracht aan de Keenesluis, waar Ineke Peters-van de Weijgaert door gedeputeerde Henri Swinkels de gouden duim kreeg uitgereikt voor haar inspanningen de Keenesluis in zijn glorie te herstellen. We werden in een keet in de achtertuin van Ineke vergast op Keenethee en Keenekoek, streekproducten om de aandacht te vestigen op het belang van de restauratie van de Keenesluis. Ineke hield een gloedvolle presentatie en leidde het gezelschap daarna naar de naast haar woning gelegen Keenesluis. Het waterschap Brabantse Delta is eigenaar van de Keenesluis en is bereid een basis restauratie uit te voeren. De Stichting Beleef de Keenesluis wil echter meer en daarvoor is veel geld nodig en is men op zoek naar middelen. keeenesluis-02Helder is dat de basis restauratie ter conservering van de Keenesluis voor het waterschap al een hele opgave is, die buiten de kerntaken van het waterschap valt. Voor het ‘meer’ wordt dan ook gekeken naar andere bronnen, zoals de gemeente (de Keenesluis is een gemeentelijk monument) en de provincie en anderen. Stichting Beleef de Keenesluis is dan ook op zoek naar sponsors en ondersteuners. Kijk eens op hun website en/of like hen op facebook. Tijdens het bezoek heb ik ook kennisgemaakt met Gerhard Mark van der Waal van de stichting Water Heritage, een stichting die zich sterk maakt voor historische waterobjecten, zoals de Keenesluis.

22 november
Een portefeuillehoudersoverleg over onder andere de dijkverbetering Geertruidenberg/Amertak ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de wethouders van de betrokken gemeenten.

23 november
Overdag heb ik bijna 5 uur geluisterd naar het “wetgevingsoverleg water” van 14 november 2016 tussen leden van de 2e Kamer en de minister. Voor onze regio zijn vooral van belang wat gezegd is tussen de tijdspanne 3.18 uur en 3.43 uur. Ik beveel het regionale bestuurders van harte aan dit deel van het overleg te beluisteren. Kort en goed komt het er op neer dat er ten aanzien van het Volkerak-Zoommeer wel procesafspraken kunnen worden gemaakt, maar nog geen uitvoeringsplannen. Het verzilten van het Volkerak-Zoommeer valt bij de acties in het kader van de KRW, volgens de minister, uit de planning omdat de maatregel “niet kosteneffectief is”. Ook spelen mee de hoge kosten en het tekort aan (regionale) financiering. Realisatie voor 2027 wordt daarmee onwaarschijnlijk. Er werden over de Grevelingen, noch over het Volkerak-Zoommeer moties ingediend. De gereserveerde 30 miljoen blijven wel beschikbaar. De aanwezige 2e Kamerleden deelden de conclusie van de minister dat het financiële gat voor beide watersystemen te groot is om nu al tot de planvoorbereiding voor de realisering over te gaan. 

In de avond een themabijeenkomst van het AB over klimaatadaptatie met onder andere een presentatie van de aanpak van de Dommel door een medewerker van de Dommel en een toelichting van een medewerkster van de gemeente Tilburg over klimaatadaptatie. Hoofdonderwerpen waren de samenwerking in de waterketen tussen gemeenten en het waterschap, de ruimtelijke adaptatie en de zoetwaterbeschikbaarheid.

24 november
Een portefeuillehoudersoverleg ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Drimmelen

tu-delft-01In de middag een lezingenmiddag bezocht bij de TU Delft, faculteit Bouwkunde over “Integral and Adaptive Planning of Deltas.” Bij het betreden van het monumentale gebouw valt gelijk de
gastvrije uitstraling op. Het gehele gebouw is vrij toegankelijk. Ik was te vroeg en heb dan ook de gelegenheid te baat genomen het gebouw te verkennen en een college deels bij te wonen. Een verademing als je dit vergelijkt met de gebouwen waar de gemiddelde overheid in gehuisvest is. Soms lijkt het dan of Fort Knox betreed wordt en of je alle goud en overheidsgeheimen wilt stelen. De lezingen gingen niet over de Nederlandse delta, maar over delta’s in Vietnam, Indonesië en Bangladesh/India. tu-delft-02Op mij maakte de lezing van Leon Hermans de meeste indruk, omdat deze liet zien dat een adaptieve aanpak vooral een ontwikkelingsaanpak zou moeten zijn. De aanpak van delta’s in West-Europa is vooral een conserverende, terwijl kenmerkend voor een delta juist de dynamiek is van zowel de natuur als de menselijke invloed daarop. Voor meer informatie over dit onderwerp verwees hij naar: https://strategic-delta-planning.unesco-ihe.org/

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 63: SAMENWERKEN AAN WATER

 

| 29-10-2016 | 13.00 uur |


 


OVER WATER – 63

 

Vanaf 14 oktober tot en met 18 oktober een korte vakantie gehouden in Denemarken/Noord Duitsland met onder andere bezoeken aan de havensteden Ribe, Esbjerg, Kolding en Lübeck waarbij we veel water hebben gezien. 

19 oktober
Portefeuillehouderoverleg over Geertruidenberg.

20 oktober
Vandaag de Stuurgroepvergadering dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak met als hoofd agendapunt de nota “dynamische keermiddelen”. De Stuurgroep besloot unaniem het advies te geven aan het DB de keuze uit te stellen tot na de volgende toetsronde. En de uitwerking van de ‘geen spijt maatregelen’ ter hand te nemen, zodat in een latere fase, als meer bekend is over de resultaten van de volgende toetsronde, er een definitief besluit kan worden genomen.

24 oktober
Bestuurlijk overleg met wethouder Harry van de Ven over de waterprojecten in de gemeente Goirle. Op de agenda stonden onder andere: het landschapsbeleidsplan van de gemeente, de EVZ Leyoever, het agrarisch natuurbeheer Rielseheide en de EVZ Oude Leij. Ook kwam aan de orde de Gôolse geheimen, waar waterparels te ontdekken zijn.

25 oktober
Een drietal portefeuillehouderoverleggen ter voorbereiding van de bestuurlijke overleggen  met de gemeenten Waalwijk, Dongen en Geertruidenberg. Hierbij kwamen ook de ontwikkelingen rond de jachthaven Hermenzeil aan de orde. Tevens een gesprek over de Brabantse Delta inzendingen (vijf uit ons werkgebied) voor de RIONED innovatieprijs 2017. Voor de water innovatieprijs 2016, uit te reiken op 17 november, komen maar liefst 13 inzendingen uit ons werkgebied. Stuk voor stuk inzendingen om trots op te zijn.

27 oktober
utrecht-gedichtVandaag de bestuurlijke bijeenkomst, in het stadskantoor van Utrecht, over samenwerken aan water met veel wethouders, waterambtenaren van gemeenten en waterschappen. Het stadskantoor is een open gebouw waar je zonder pasje tot veel etages toegang hebt. Heel wat anders dan de meeste andere overheidsgebouwen die soms een toegangsprocedure kennen alsof je fort Knox betreedt en je alle goud/geheimen zou willen ontvreemden.

Wat mij trof was een gedicht, boven de receptie in de hal, van Guillaume van der Graft:

“Geboren in een wereld die nog kon,
reikhalzend naar, onder dezelfde zon,
ooit ergens een utopia, tenslotte
verdwaald in een legpuzzel van beton.”

Veel burgers en soms ik zelf ook verdwalen in de wirwar van de overheden en hun regels en  in hun digitale bouwwerken die wel van beton lijken. Zo star, hard en hartenloos deze kunnen zijn. Wat mij ook opviel was een moeder die haar zoontje van hooguit 3 of 4, midden in de hal (tussen alle voorbij razende mensen) een schaakles gaf. Ik mocht een foto nemen en ze vertelde dat zij hoopte dat hij ooit met zijn opa zou kuschaken-utrechtnnen spelen. Zelf speelde zij niet met haar vader dat mooie spel van vooruitdenken want haar spelniveau was, in zijn ogen, te laag. Zelf heb ik in mijn jeugd op een aardig niveau geschaakt en denk zelf mede daaraan mijn ‘afwijking’ tot misschien wel teveel vooruit denken te hebben overgehouden. De resultaten tot nu toe in de ruim veertig werkeenheden werden door Hein van Stokkom toegelicht. Hierbij werd het percentage van de gerealiseerde besparingsdoelstellingen bij gemeenten en waterschappen als maatlat gebruikt. Ik heb met die maatlat wel enige moeite, omdat die niets zegt over de werkelijke besparingen. Een werkeenheid met een kleine besparingsambitie kan prachtig scoren, terwijl het feitelijk een ondermaatse ambitie en resultaat is. Wat er wel uitsprong was de zeer beperkte resultaten van de bereikte besparingen door de drinkwaterbedrijven in Noord-Brabant. De rest van Nederland scoort veel beter. Hier ligt dus een opgave voor Brabant Water! Daarna werden we vergast op een lezing/voordracht van Max Caldas. Een paar van zijn uitspraken wil ik hier herhalen: “winnen of verliezen heeft niets te maken met presteren” en “nog beter worden dat is waar het omgaat”. Ik onderschrijf die woorden van harte. Er waren diverse ‘mooie’verhalen van bestuurders, waarbij ik vaak het gevoel krijg: ‘en nu graag de daden’. Zo werd er opgeroepen vertrouwen te hebben in de decentrale overheden bij de invoering van de omgevingswet en de daaruit voortkomende ruimte voor gemeenten, waterschappen en provincies om hun eigen beleid te voeren. Ik heb dat vertrouwen nog niet. Want de politici en bestuurders die ik spreek, zien vooral de kansen, nu veel regels vervallen/veranderen. Zouden ze beseffen dat ze wel de opdracht krijgen om ervoor te zorgen dat de leefkwaliteit van mensen, dier en planten niet verslechterd, maar zelfs verbeterd. Daar hoor ik ze vrijwel niet over. Maar misschien ben ik te achterdochtig of denk ik ‘teveel’ vooruit. 

28 oktober
biesbosch 06Vandaag een dagje op stap met een groep water ambtenaren uit Mozambique onder begeleiding van een Portugees sprekende beleidsambtenaar van het wetterskip Fryslân. Ik mocht uitleg geven over onze projecten in het kader van Ruimte voor de Rivier. Als uitvalsbasis werd gemaal Keizersveer gebruikt. Na de uitleg over het gemaal en het te bemalen gebied, heb ik uitleg gegeven over onze elementen binnen het project Ruimte voor de Rivier (dijkverbetering bij Raamsdonkveer, de waterberging Volkerak-Zoommeer en de ontpoldering Overdiepse Polder). Tijdens de rondrit heb ik het project Overdiepse Polder nader toegelicht. We brachten ook een bezoek aan de boerderij van de familie Hooijmaaijers, waar Nol Hooijmaaijers op zijn vertrouwde manier tal van vragen van de bezoekers beantwoordde. Daarna begaven we ons op het voor mij vertrouwde terrein (heb een aantal bestuursperioden deel uit mogen maken van het algemeen bestuur van het voormalige waterschap Alm & Biesbosch en van het waterschap Rivierenland) en bezochten het project Noordwaard, waar ik uitleg gaf over wat het project Noordwaard behelsde. Het was een vermoeiende dag. Engels spreken en je verhalen in stukken breken om de bezoekers, die niet het Engels machtig waren, ook bij de les te houden, is voor mij best een opgave. Maar het is altijd dankbaar en leerzaam werk. Want ook van hun ervaringen steek je altijd weer wat op. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 54: BLAUWALG

 

| 23-08-2016 | 07.30 uur |


 


OVER WATER – 54

 

Blauwalg
quaggaIk schreef er al vele malen over, vooral in relatie met het Volkerak-Zoommeer. Het is keer op keer een onderwerp van gesprek in gemeenteraden en dagelijkse en algemene besturen van waterschappen. Veel plannen tot aanpak worden door waterschappen gemaakt. Zelf hou ik bij wat er op dit gebied in de literatuur voor (goede) ideeën voorbij komt. Zo schreef ik eerder over de proef met geluidsgolven in de Zoetermeerse Plas (systeem LG Sonic) en wat de komst van de quaggamossel betekent voor de ontwikkeling van de blauwalgoverlast in het Volkerak-Zoommeer. Mijn eigen waterschap Brabantse Delta neemt in Waalwijk proeven met cilinders met aluminium waarmee de blauwalgen samenklonteren en dan naar de bodem zouden zakken. Waterschap de Dommel heeft de Jan van Galenvijver in Vught leeggevist, waarna een deel van de vissen weer is teruggeplaatst. De rest wordt uitgezet in een andere vijver. Naast het afvissen van de vijver worden, om de waterkwaliteit te verbeteren, dit jaar micro-organismen en waterplanten aan de vijver toegevoegd om zodoende meer te leren over de invloed van de biotoopsamenstelling op de ontwikkeling van de blauwalgen. Het Hoogheemraadschap van Delftland pakt de blauwalgen aan met verdund waterstofperoxide in de zwemplas de Delftse Hout (blijkt slechts een paar weken te werken) en in de Krabbeplas in Vlaardingen. Het waterschap Noorderzijlvest neemt in het Paterswoldsemeer een proef met een algensensor om daarmee te leren hoe de algen zich ontwikkelen en onder andere de doorstroming van het meer daar op af te stemmen. Kortom: de waterschappen en gemeenten zoeken samen naar succesvolle methoden om de blauwalgproblemen aan te pakken. Tegelijkertijd is de inzet de belasting van wateren met fosfaten en nitraten met algemene maatregelen terug te dringen en daarmee het voedselaanbod voor de blauwalgen te verminderen. Ook de komst en verspreiding van de quaggamossel leidt door hun algenvraatzucht vaak tot vermindering van de blauwalgoverlast.  Dat geeft optimisme voor de toekomst.

16 augustus
In morgen overleg met collega DB lid Huub Hieltjes over de voortgang kaderrichtlijnwater, en de ontwikkelingen rond het Volkerak-Zoommeer.

18 augustus
Een morgen nadenken en overleg met een deel van de leden van de CWK in Amersfoort over de ontwikkelingen rond de Commissie Waterkeringen van de Unie ter voorbereiding van de strategie sessie op 23 september. 

Louis van der Kallen 

 


KEERT STEENBERGEN HET TIJ?

 

| 19-08-2016 | 19.55 uur |


 

KEERT STEENBERGEN HET TIJ?

 

wapen van steenbergenNiet de waan van de dag, maar inzicht leidt tot verantwoord waterbeheer. Met dit als uitgangspunt hield de Stadsraad Steenbergen op 25 mei 2016 een informatiebijeenkomst over het wel of niet verzilten van het Volkerak-Zoommeer.

Tijdens de avond kwam geen enkel steekhoudend argument op tafel dat pleitte voor verzilting en ook de aanwezige programmadirecteuren en de vertegenwoordiging van Rijkswaterstaat bleken niet in staat hun planvorming op enig overtuigende wijze toe te lichten. Na het aanhoren van alle informatie trachtte de vertegenwoordiger van de provincie een voorgestelde stemming alsnog te voorkomen. De zaal, met tal van belanghebbenden en deskundigen, koos vrijwel unaniem voor een zoet meer. Het lijkt inmiddels of dit standpunt weerklank heeft gevonden, want zowel landelijk als regionaal gaat het verhaal al rond dat verzilting van de baan is. Minder dan een tienduizendste van al het water op aarde is zoet oppervlaktewater. Van dit water in rivieren en meren is veel leven en welvaart afhankelijk. Niets is waardevoller dan de kwaliteit, behoud en toename van dit milieu. Vanwege de aanvoer van zoet water, in combinatie met voedselrijkdom, leeft een groot deel van de wereldbevolking in de delta’s. Maar de dreiging van zeespiegelstijging en klimaatverandering is er al merkbaar. In Nederland, een delta die grotendeels beneden het zeepeil ligt en waar het meeste zoete water ongebruikt passeert, worden zoetwatertekorten en verzilting spoedig problematisch. Deels is dit het gevolg van een waterbeheer dat zee en zout steeds verder landinwaarts haalt: het megaproject “Ruimte voor de zee”. Nu spreekt men liever over “Ruimte voor de rivier”, zoals ze dat ook bij de Schelde beginnen te doen, of over estuariene dynamiek, robuuste natuur of natuurherstel. Dat heeft allemaal een positieve klank en lijkt de projecten te legitimeren. “Ruimte voor de zee”, de enige juiste term voor de huidige plannen voor de Zuidwestelijke Delta , ligt immers gevoelig. Want wie wil er nu ruimte en polders opofferen aan de zee? Ruimte voor de zee is uiterst ongunstig wat betreft verzilting en zoetwatervoorziening en vormt een regelrechte bedreiging voor de landelijke leefbaarheid.

De afbrokkeling van het Deltaplan
Door afname van de minimum zomerafvoeren wordt West-Europa steeds meer afhankelijk van de zoetwatervoorraden. Dat zijn voor ons de stuwmeren in de Alpen, het IJsselmeer en de zoete Zeeuwse en Zuid-Hollandse meren, voor zover deze bekkens aanwezig zijn en er nog zullen komen. Het is van groot belang deze opties te behouden. Het Deltaplan beoogde daarom niet alleen waterveiligheid door kustlijnverkorting, maar ook zoetwatervoorziening door middel van een zoet zuidwestelijk merengebied. Met het afdammen van zeegaten zou de zee weer aan de kust komen te liggen en kon zoet water voor de landbouw en industrie blijvend gegarandeerd worden. Maar het liep totaal anders. De Westerschelde en de Nieuwe Waterweg mochten niet gesloten worden. De zee bedreigt het Scheldebekken en een open Waterweg geeft in toenemende mate problemen wat betreft waterveiligheid, verzilting en zoetwatervoorziening. De Oosterschelde werd niet zoet. De brakwaternatuur die men er met een stormvloedkering in stand dacht te houden verdween en alles is er nu volledig zeewater. Bij de Grevelingen, een gepland zoet meer, werd de verzoeting afgebroken en kwam er alsnog een zout meer. Aanvoer van rivierwater stopte en alleen het Volkerak en het Haringvliet bleven nog zoet. Maar als het aan de Rijksstructuurvisie Grote Wateren en de Rijksstructuurvisie Grevelingen-Volkerak-Zoommeer ligt, wordt ook daar de zee met open armen binnengehaald. Zo bedreigt het megaproject “Ruimte voor de zee” de realisatie van de doelen van het Deltaprogramma en doet fors afbreuk aan de verworvenheden van de Deltawerken. 

Centrale regie ontbreekt
Het doel van het Deltaprogramma is dat Nederland de extremen van het klimaat kan blijven opvangen. De afsluiting van de Nieuwe Waterweg is hierbij een eerste vereiste. Daarna stopt de externe verzilting en kan zoet water naar het zuidwesten stromen. Doorstroming zal de kwaliteit verbeteren en ook verdunning draagt ertoe bij dat het oppervlaktewater meer voldoet aan de normen. Met een toename van het zoete areaal, kan de nationale noodberging voor rivierwater aanzienlijk uitgebreid worden. De onvoorspelbare regenval en sterk wisselende rivieraanvoeren vragen immers om een veel grotere capaciteit en een centrale regie van berging. 

Uitstel breekt op
Zoetwatervoorziening is een item dat mondiaal hoog op elke politieke agenda hoort te staan. Nederland is de enige dichtbevolkte delta waar het meeste zoete water ongebruikt passeert. Het enorme verlies aan zoet water via de Nieuwe Waterweg vormt een bedreiging voor al het land beneden zeeniveau en houdt het hele Nederlandse waterstelsel in de tang. De ernst van de situatie is blijkbaar niet tot de eindverantwoordelijken doorgedrongen. We vragen ons bezorgd af hoe lang de problemen van toenemende zoetwatertekorten en voortschrijdende verzilting nog worden vooruit geschoven. De meeste havenbedrijven zijn zeer kapitaalsintensief en hanteren daarom lange termijn doelstellingen. Dat betekent dat bedrijfsplannen tientallen jaren omvatten. Een handelingsperspectief is daarom ook voor hen van essentieel belang zijn. Pas gaan studeren als de klimaatontwikkelingen daartoe nopen, betekent dat mogelijke uitkomsten wellicht sneller moeten worden gerealiseerd en kan ingrijpende gevolgen hebben voor deze havenbedrijven. 

Nieuwe inzichten
Een herenakkoord uit 2009 tussen de programmadirecteur ZWD en enkele burgervaders, die er wel brood in zagen om het Volkerak-Zoommeer te verzilten, bepaalde niet alleen de koers van het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta, maar had ook grote invloed op het landelijke Deltaprogramma, met name op het deelprogramma Rijnmond-Drechtsteden. Het Manifest Waterpoort geeft regionaal vorm aan de stimulering van deze zoutlobby. Daarentegen verschijnen er jaarlijks meer berichten over de toename van de natuurwaarden van het zoete meer. Dit heeft ertoe geleid dat de gemeente Steenbergen intussen een kritische en zeer genuanceerde visie heeft op de voorgenomen verzilting. Wijziging in beleid kan een kentering betekenen van het Deltaprogramma.

Eindelijk komen er kansen in zicht om de doelen waterveiligheid, zoetwatervoorziening en milieu op een adequate wijze aan te pakken. Wellicht worden er al dit najaar nieuwe inrichtingssuggesties gepresenteerd voor een toekomstbestendige Zuidwestelijke Delta. 

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 39: ACTUALITEITEN

 

| 19-08-2016 | 17.45 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 39: ACTUALITEITEN

 

strandplevierHet is tijd om in deze reeks de stand van zaken rond de (voorgenomen) verzilting van het Volkerak-Zoommeer toe te lichten. De afgelopen maanden komen er steeds meer berichten dat de financiering van het regionale deel, ruim honderd miljoen euro (NATTE 27) problemen geeft.

Op 8 juli verscheen het toetsingsadvies Rijksstructuurvisie Grevelingen Volkerak-Zoommeer van de Commissie voor de milieueffectrapportage inclusief een persbericht. “Het nieuwe rapport gaat uitgebreid in op de huidige toestand van de natuur en de effecten van de geplande maatregelen (namelijk het terugbrengen van eb en vloed in de Grevelingen en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer). Uit het rapport blijkt dat sommige negatieve gevolgen voor de huidige natuur groter zijn dan eerder verwacht en dat de positieve gevolgen van het terugbrengen van eb en vloed in de Grevelingen en het zout maken van het Volkerak-Zoommeer nog onzeker zijn. De Commissie constateert dat sommige negatieve effecten in het nieuwe rapport mogelijk zijn onderschat. Ook landelijke natuurdoelstellingen voor enkele soorten komen in gevaar, bijvoorbeeld voor kustbroedvogels (bijvoorbeeld Strandplevier, grote stern en dwergstern) in de Grevelingen. De Commissie adviseert daarom eerst nader te onderzoeken welke maatregelen nodig zijn om natuurschade tegen te gaan en daarmee negatieve gevolgen voor de natuurdoelstellingen te voorkomen en daarna pas een besluit over de structuurvisie te nemen.” Kortom buiten het gebrek aan geld, is er alle reden om het plan op de zeer lange baan te schuiven. De kwaliteit van het water in het Volkerak-Zoommeer is al jaren aan het verbeteren en daarmee van zelfsprekend de natuurwaarden, zoals die nu door de Commissie zijn vastgesteld. In deze reeks werd daar eerder over geschreven

Vorige maand heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen voor het terugbrengen van het getij in het Grevelingenmeer. De Kamer heeft verder de beslissing over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer uitgesteld. Goed voor de natuur en het toerisme, zeggen voorstanders, maar boeren en tuinders zijn bang voor extra kweldruk langs het Grevelingenmeer en oplopende chloridegehaltes van het Volkerak-Zoommeer. In de Staat van Ons Water over 2015 is ten aanzien van de aanpak van de oplopende chloridegehaltes te lezen: 
“Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen
Nadat eerst een pilot in de Krammerjachtensluis was uitgevoerd, is Rijkswaterstaat in maart 2015 is gestart met het project Planuitwerking Innovatieve Zoet-Zoutscheiding Krammersluizen. Aanleiding vormt de vraag of de huidige zoet-zoutscheiding, die aan groot onderhoud toe is, kan worden vervangen door een innovatieve zoet-zoutscheiding. Dit innovatieve systeem gaat de uitwisseling van zoet en zout water tegen door het creëren van een fijn gordijn van luchtbelletjes, in combinatie met het spoelen met zoet water. Daarmee wordt verzilting van het Volkerak-Zoommeer tegengegaan. Het nieuwe systeem zorgt naar verwachting ook voor Pilot bellenscherm Krammersluis een aanzienlijk sneller schutproces en een forse besparing op beheer- en onderhoudskosten. De resultaten van de planuitwerking dienen als basis voor een definitief besluit in 2016. Daarna is duidelijk of kan worden gestart met de realisatie van de innovatieve zoet-zoutscheiding in alle Krammersluizen.” Ons Water heeft hier vaak over geschreven (het laatst in december 2015) en Ons Water zal de voortgang zeker volgen en zonodig zal Ons Water hierover bij de bestuurders aan de bel trekken. 

De plannenmakerij duurt al meer dan tien jaren. Met boeren en tuinders is in het verleden de afspraak gemaakt: eerst het zoet, dan het zout. De onzekerheid over de verzilting van het Volkerak-Zoommeer duurt voort en dat is meer dan vervelend. Het wordt tijd dat de overheid bij zinnen komt en het project afblaast als volkomen overbodig en te risicovol. 

Voor Ons Water is helder: de onnodige verspilling van geld en de vernietiging van de mooie natuur kan nog voorkomen worden. Stop de verzilting. Teken de petitie via https://www.petities24.com

Chris Ooms