(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 20: WAT IS DE WAARHEID?

 

| 28-02-2015 | 11:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 20

Wat is de waarheid? 

 

oestersDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.

In de komende afleveringen van (natte/zoute) droom of nachtmerrie zal ik de inhoud van die antwoorden nader beschouwen.  

Op pagina 2 van het antwoord is gesteld: “De uitgevoerde analyses in het kader van de MKBA leiden wel tot de conclusie dat er substantiële mosselbaten zijn omdat het terugbrengen van getij op de Grevelingen en zout en getij op het Volkerak-Zoommeer kweekcondities voor schelpdieren (met name mosselen en oesters) creëert, die vergelijkbaar zijn met die van vóór de Deltawerken.” De vraag is of dit waar kan zijn? Voor de Deltawerken was het zoutgehalte  van de Oosterschelde, de Krammer, het Vokerak en wat nu het Zoommeer is, aanzienlijk lager. Ook was het water voedselrijker omdat zoet voedselrijk Rijn en Maas water deze wateren bereikte en voor een zoet/zout overgangsmilieu zorgde. Het komt mij voor dat hier de wens de vader van de gedachte is.  

Op pagina 4 van het antwoord is gesteld: “De zoetwatermaatregelen maken onderdeel uit van het pakket maatregelen behorend bij Deltabeslissing Zoetwater. Deze maatregelen zijn geprogrammeerd en geagendeerd in het kader van het Deltafonds. Daarbij is alleen sprake van een financiële bijdrage van regionale overheden en dus niet van een separate bijdrage van ondernemers.” Dit is een deels misleidend antwoord. Als regionale overheden een bijdrage leveren, zal die zich altijd vertalen naar hogere belastingen. Soms is dat zelfs één op één het geval. Bijvoorbeeld hoe een eventuele bijdrage door het waterschap vertaald zou worden in de tarieven. Als het waterschap in het kader van de zoetwatervoorziening voor de landbouw geld investeert, zal dat rechtstreeks en volledig doorwerken in de tarieven (hectareheffing) voor de landbouwers. Dus ook al betaalt het waterschap, uiteindelijk betalen dan de landbouwondernemers dit voor de volle 100 % terug. Dus dat ondernemers geen ‘separate’ bijdrage leveren is op papier juist, maar in harde euro’s op termijn feitelijk een onwaarheid.  

Op pagina 5 van het antwoord is gesteld: “De waterkwaliteit in de Grevelingen verbetert autonoom niet. Voor het Volkerak-Zoommeer is er de afgelopen jaren wel sprake van een lichte verbetering van de waterkwaliteit. Dat komt door de dalende nutriëntenbelasting (fosfaat en stikstof) vanuit de omringende wateren en gebieden. Deze daling is het gevolg van de uitvoering van de Nitraatrichtlijn en de emissiewetgeving die onder de Kaderrichtlijn Water valt. De prognose is echter dat de gehaltes aan nutriënten in het Volkerak-Zoommeer in ieder geval tot 2021 te hoog blijven om te voldoen aan de eisen die de Kaderrichtlijn Water aan stilstaande zoete meren stelt.” Het antwoord klopt, maar toch is enige relativering op zijn plaats. Impliciet erkent het antwoord dat de gehaltes aan nutriënten vermoedelijk blijven dalen. Bij de waterkwaliteit is echter geen sprake van “een lichte verbetering van de waterkwaliteit” maar van een forse! (zie natte 15). Het is juist dat de kans groot is dat tot 2021 de KRW eisen niet gehaald zullen worden. Maar dat is voor misschien wel 90 % van de KRW wateren in Nederland het geval. Die gaan we dan toch niet allemaal verzilten?? 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 19: WIE WORDEN ER BETER VAN?

 

| 21-02-2015 | 13:45 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 19

 

Wie worden er beter van?


jachthavenDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In deel 12 van deze reeks werd de zienswijze van de jachthavenbedrijven, gevestigd in West-Brabant, behandeld en eindigde het stukje met: voor wie is verzilting dan wel voordelig?  “Ons Water sluit niet uit dat dit de havens zijn langs de Grevelingen. Ook hier lijkt het erop dat de Zeeuwen goede zaken doen met de structuurvisie en West-Brabant wederom aan het kortste eind trekt en de rekening mag betalen!“. Recent bleek mij dat dit een groot deel van de waarheid is. Middels een beroep op de WOB heb ik inzage gekregen in het rapport “Verdienpotentieel zout-Volkerak-Zoommeer” van Royal Haskoning. Dit rapport laat zien dat verzilting een groot voordeel betekent voor de schelpdierenteelt en daardoor ook voor de verpachter: het Rijk. Zie ook deel 10 in deze reeks. Maar het voordeel van het Rijk is veel groter. Verzilting van het Volkerak-Zoommeer betekent voor het Rijk ook dat een derde kolk bij de Krammersluizen niet nodig is. Besparing 74 miljoen euro (pagina 57).

Wat mij echt verbouwereerde is de voorziene stimulans voor de recreatie. Die stimulans zou volgens het rapport “Verdienpotentieel zout-Volkerak-Zoommeer” moeten leiden tot een nieuwe jachthaven bij de Brouwersdam van 500 plaatsen (pagina 31) en een nieuwe jachthaven bij de Krammersluisen van 470 plaatsen (pagina 34). Maar er worden ook nog honderden nieuwe ligplaatsen voorzien aan de Molenplaat en elders in Bergen op Zoom en aan de Speelmansplaten. Het laat zich raden waar de schepen allemaal vandaan zullen komen? Ik schat in dat mijn stelling aan het einde van deel 12 in deze reeks helaas hout zal snijden. Ik herhaal het maar: het lijkt het erop dat de Zeeuwen goede zaken doen met de structuurvisie en West-Brabant aan het kortste eind trekt en de rekening mag betalen! De jachthaveneigenaren, gelegen binnen de straks gesloten sluizen van West-Brabant, zijn bij verzilting de klos.

De Brabantse bestuurders van de gemeenten, provincie en waterschap, die hebben deelgenomen aan de gesprekken die tot de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer hebben geleid, hebben voor een appel en een ei de belangen van deze ondernemers verkwanseld! Het wordt tijd dat er een ander Brabants geluid gaat klinken in de discussies met het Rijk en de Zeeuwen.

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 18: STEEDS MEER NATUURORGANISATIES GAAN OOK VOOR ZOET!

 

| 15-02-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 18

 

Steeds meer natuurorganisaties gaan ook voor zoet!

 

gele lisDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.  

Nu meer zienswijzen inzake de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” bekend worden, blijken steeds meer natuurorganisaties ook voor behoud van de huidige zoete situatie te zijn. Voorbeelden zijn de Stichting Sirene, Natuur en Landschap Goeree Overflakkee (NLGO) en Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland (NVSD) 

De hoofdconclusies in de zienswijze van Stichting Sirene zijn:

1. Het is geen goed besluit. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen
2. Het besluit is onzorgvuldig voorbereid
3. Het besluit is niet uitvoerbaar.
Sirene concludeert dat dit besluit voor de natuur meer nadelen heeft dan voordelen en (deels los daarvan) in de juridische zin niet uitvoerbaar is.

Uit de gecombineerde zienswijze van Natuur en Landschap Goeree Overflakkee (NLGO) en Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland (NVSD) zijn de navolgende citaten afkomstig: “We zijn tot de conclusie gekomen dat de RGV eerder een politiek spoor dan een ecologisch spoor beloopt, terwijl het uitgangspunt toch was het verbeteren van zowel de ecologische kwaliteit als de waterkwaliteit van beide gebieden. Dat eerste blijkt niet te gebeuren en het tweede is in ieder geval in het KVZM geen verbetering maar een systeemverandering met alle risico’s van dien. Daarbij is nauwelijks ruimte geboden aan de veranderde inzichten door de ontwikkelingen in de laatste 5 jaren. De ecologische onderbouwing van de MER en natuur effecten studie (NES) zijn naar onze mening onvoldoende en gezien de huidige snelle veranderingen in het KVZM ook sterk gedateerd. Het sterk verminderen van soorten waarvan internationaal waardevolle aantallen in het KVZM voorkomen wordt naar onze mening weggemoffeld en weggeschreven. Wij betreuren de lichtvaardige onderbouwing en gebrekkige inhoud van de MER en de NES. Dit doet geen recht aan de huidige ecologische waarden in beide systemen.”

“Zoet Volkerak-Krammer-Zoommeer behouden, om huidige positieve ontwikkelingen kans te geven.” 

Waren 10 jaar geleden de natuurorganisaties nog eensgezind voor verzilting van het Volkerak-Zoommeer, onder hen zijn er nu steeds meer die vinden dat je niet om de enorme verbetering van de waterkwaliteit heen kunt. Ook zij zijn gaan inzien dat het belangrijk is de huidige zoete natuurwaarden te behouden en een verdere verbetering van de waarden af te wachten en een kans te geven.   

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17: HET STOPT NOOIT

 

| 08-02-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17

 

Het stopt nooit

 

werediDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In artikel 6 in deze reeks omschreef ik reeds de honger naar zoet water en de gevolgen van het Rotterdamse beleid rond de Nieuwe Waterweg vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik eindigde dat artikel met een verzuchting: “Het wordt tijd dat de landelijke politiek zijn werk gaat doen en doorkrijgt dat vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw de rest van Nederland gebruikt wordt als zoetwaterleverancier voor de eeuwig hongerige Nieuwe Waterweg. Rotterdam moet ophouden de problemen die haar havenactiviteiten veroorzaken af te wentelen op de rest van Nederland.” 

Deze week werd duidelijk dat Rotterdam gewoon doorgaat met anderen op te zadelen met de gevolgen van haar beleid. Het Havenbedrijf Rotterdam wil de Nieuwe Waterweg wederom verdiepen om de scheepvaart een betere toegang te geven tot het Botlekgebied. Uit een voorbereidende rapportage van november jl. blijkt dat dieper water leidt tot meer instroom vanaf de Noordzee, waardoor de instroom van zout water richting Rotterdam toeneemt en de zoutindringing en de bodemerosie versterkt. Dit zal op termijn weer leiden tot een grotere zoet water vraag vanuit de regio Rotterdam, omdat weer meer inlaatpunten van zoet water voor drinkwater en de landbouw daar zullen verzilten. Het wordt dan zeer de vraag of er voor ons gebied net als in het verleden steeds minder zoet water beschikbaar zal zijn.

Op 4 februari gaf de heer P. Hordijk (provincie Zuid-Holland) in het stadhuis van Bergen op Zoom een presentatie over de plannen met het Volkerak-Zoommeer. Nu kijk ik altijd kritisch naar de betogen van mensen die op de loonlijst staan van de provincie Zuid-Holland en daarmee, voor mij, primair verbonden zijn met de belangen van Rotterdam. Dus ook naar de inhoud of het gebrek daaraan van een presentatie over de voor West-Brabant belangrijke veranderingen aan de waterkwaliteiten van het Volkerak-Zoommeer.

De heer Hordijk stelde dat de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer niet geworden was wat men er in 1987 van verwachtte. Wat mij dan altijd opvalt is dat na z’n constatering men niet uitlegt wat de oorzaken daarvan zijn. In artikel 7 in deze reeks heb ik al een tipje van de sluier opgelicht. De hoofdoorzaak is het steeds oplopende gebrek aan zoet water om het Volkerak-Zoommeer door te spoelen en op die wijze de verzilting en de ontwikkeling van blauwalgen tegen te gaan. Dat gebrek aan zoet water kent maar één oorzaak en die is begonnen met de aanleg van de Nieuwe Waterweg en het keer op keer verdiepen daarvan en de aanleg van meer havens langs die Nieuwe Waterweg en het daardoor steeds toenemende (zoute) vloedvolume. Als dit proces niet stopt zal er straks vaker, zelfs voor de inlaat via de Roode Vaart, geen zoet water zijn voor onze landbouw en industrie.

Het wordt tijd dat de oude strijdkreet van de Hertog van Brabant “Were Di” over het Hollands Diep zal klinken. En wij onze kaarten gaan aanpassen en het Hollands Diep veranderen in Brabants Water! Het lijkt nooit op te houden. De heren van Holland blijven proberen zich Brabants bezit toe te eigenen.

Was het eind van de 15e eeuw de graaf van Nassau die de gorzen ten noorden van Gastel en ten westen van Zevenbergen opeisten (hetgeen bestreden werd door de heer van Bergen op Zoom), nu zijn het de havenbaronnen van Rotterdam die ons van het kostbare zoete water willen beroven. Moge de geest van Hertog Jan weer over ons komen. Nu is het niet meer aan de Grote Raad van Mechelen om recht te spreken maar aan het parlement om recht te doen. Helaas is dat voornamelijk een Randstad bedoening. Were Di!

Louis van der Kallen 

 


ONNATUURLIJKE MAXIMALE VERZILTING ZEELAND DREIGT!

 

| 03-02-2015 | 15:00 uur |


 

ONNATUURLIJKE MAXIMALE VERZILTING ZEELAND DREIGT!

 

Deltabeszeeuws wapenlissing legt Zeeland buitensporig in de pekel en verlegt zoutindringing  onnodig landinwaarts naar de West-Brabantse rivieren met effecten voor het grondwater. De Deltabeslissing lost twee oude wensen van biologen in: beperkt getij op het Grevelingen en een zout Volkerak-Zoommeer (VZM). Daarnaast zijn er lobby’s met een heel beperkt belang in vergelijking tot deze rigoureuze en uiterst kostbare ingreep. Hoe verhoudt zich dit tot het algemeen belang en wat is dat algemeen belang? Welke argumenten hebben de beleidsmakers om daar geen rekening mee te houden?

Biologen zeggen getij en zout horen bij Zeeland, maar vergeten dat bij Zeeland ook een belangrijk deel van de afvoer van de grote rivieren hoort en dat er zeer grote verschillen in zout water zijn.

Zout water
In Nederland varieert het zoutgehalte van water van bijna 0 tot 19 gr Cl’/l (Noordzee). Zoet water voor de landbouw heeft een zoutgehalte van 0 tot 0,3 gr Cl’/l. Het maakt slechts 1,5% uit van het gehele interval aan zoutgehaltes. Zoet water is dus uiterst gevoelig en een kostbaar goed. Het zo goed en zo lang mogelijk zoet houden van oppervlakte- en bodemwater is het algemene belang en gaat boven groepsbelangen. De mens leeft op het land en van zoet water en wil net als elke andere soort zo lang mogelijk overleven in de delta. Groepen met tegengestelde belangen moeten zich dat goed bewust zijn. Daarbij komt dat zout water zwaarder is dan zoet water en het zoete(re) water gemakkelijk kan verdringen.

Natuurkrachten
In onze delta zijn we onderhevig aan het spel van natuurkrachten op land en water en op de interactie van zee- en rivierwater. Krachten die vele malen groter zijn dan de mens en die we alleen met inzicht en kennis zo goed mogelijk kunnen geleiden. Inmiddels zijn we de redenen voor het aloude visionaire deltaplan voor de veiligheid en de waterhuishouding weer vergeten. Men heeft totaal geen benul meer van de kracht en de macht van het water. Toch zal zo goed mogelijk aan die lijn moeten worden vastgehouden om op lange termijn te kunnen overleven. Er kleven wellicht bepaalde onvolkomenheden aan het plan in biologische zin, maar deze hoeven niet te leiden tot dit soort onnodige tegendraadse ingrepen met schier onomkeerbare effecten. De laatste vier eeuwen zijn onze zeearmen steeds sterker gaan uitschuren en dieper geworden. De verzilting nam daarmee in het geheel sterk toe. Het zoutgehalte bleef evenwel vanaf de monding afnemen naar de Brabantse wal, waar het zoutgehalte het laagst is onder invloed van de rivierafvoeren. De eilanden konden zich goed redden met de zoetwaterbellen in de duinen en de werpzanden, die hoger dan de zeespiegel lagen. Hoe lager het zoutgehalte in de omgeving van die zoetwaterbellen hoe omvangrijker die zoetwaterbellen waren en kunnen zijn.

Het deltaplan voorzag in het weer sluiten van de kustlijn voor optimale veiligheid en compartimentering om de zoetwaterhuishouding te versterken en een gericht gebruik van zoet water voor de eilanden, zoete Zeeuwse wateren, waaronder een zoet Grevelingenmeer. Daarmee werd vooruit verdedigd, zowel wat de veiligheid betrof als tegen de verzilting.

Met de blijvende toename van de zeespiegel (Nederland kantelt ook) zet de verzilting zich sluipend en ondermijnend door. Primair van belang is het zoete(re) water zoveel mogelijk naar de kust te brengen om de toenemende verzilting van bodem en oppervlaktewater landinwaarts zoveel mogelijk te vertragen. Daar zou maximaal op gestuurd moeten worden. Pas daarna komen de deelbelangen met voorop de landbouw, die de mens voedt. Onder invloed van belangenlobby’s wordt daarentegen de verzilting juist in hoge mate gestimuleerd. Die is landelijk niet uniform van aard en niet van gelijke omvang.

Bewuste verzilting Zeeland
Er is inmiddels geen estuariene natuur meer op de Oosterschelde en in het zoute Grevelingenmeer. Er komt immers geen zoet water van de grote rivieren meer. De Oosterschelde en Grevelingen zijn nog nooit zo zout geweest en zouden dat met de bedoeling van het deltaplan en ook zonder de infrastructuur van het deltaplan in geen eeuwen geweest zijn. (Hoewel buiten dit kader: de Westerschelde is ook nooit zo zout geweest als door de verdiepingswerken voor de haven van Antwerpen en de zandwinning.)  Door de deltabeslissing zal het Grevelingenmeer nog wat in zoutgehalte toenemen, maar het VZM dat al dertig jaar, een mooie ecologische leeftijd, als zoet meer bestaat in het verlengde van een brak leven met mooie ontwikkelingen, wordt volledig ecologisch te niet gedaan voor een echt zout meer met een zoutgehalte van 10 tot 16 gr Cl’/l. Dat is een aanmerkelijk hoger zoutgehalte dan waaraan de west Brabantse rivieren bloot stonden vóór de delta infrastructuur. Hoewel men enerzijds 45 m3/sec aan zoet water denkt te besparen, heeft men anderzijds voor deze rivieren weer 20 m3/sec extra nodig voor verziltingsbestrijding. Het open water (oppervlaktewater) in Zeeland wordt kunstmatig maximaal verzilt. Vanuit het zo zoute open water vindt verdringing van het zoetere grondwater langzaam maar zeker plaats. De vraag naar zoet water op de eilanden en langs de rand van de lagere delen van de Brabantse wal zal daardoor gaan toenemen. Op de eilanden ontstaat steeds meer open water door afgravingen van natuurorganisaties, die een grote drang hebben om parken voor trekvogels te maken zonder respect voor de natuur van het bestaande land en zonder oog te hebben voor negatieve consequenties. Daardoor wordt steeds meer bodemweerstand tegen verzilting weggehaald, worden plas dras gronden maximaal verzilt en wordt het zoetere grondwater in de omgeving verdrongen. Dit heeft grote negatieve consequenties voor de mogelijkheden van zoetwaterbellen van enige omvang. Bovendien worden juist in de duinen en de hoog gelegen randen vakantieparken aangelegd. Niet bevorderlijk voor waterkwalitatief betrouwbaar zoet grondwater en beperkt de omvang. Al met al een sinister vooruitzicht zonder duurzame oplossingen. Het aanleggen van pijpleidingen vanuit het Brabantse om de eilanden van zoet water te voorzien en ’s winters te injecteren in de bodem voor de landbouw is lokaal slechts beperkt haalbaar en niet duurzaam. Technisch interessant, maar geen wezenlijke oplossing. Het is schone schijn. Biologen zien het niet zo zwaar in, want de landbouw kan met de huidige mogelijkheden met minder zoet water toe en de toekomst voor de voeding is voor hun de zilte teelt en schelpdieren. Alsof een niche markt de bevolking zou kunnen voeden.

Een zout VZM 
Om een doel te bereiken, signaleert men doorgaans een waterkwaliteitsprobleem en vervolgens wil men dan een robuuste en duurzame oplossing (voor het eigen doel). Dat geldt ook hiervoor en evenzeer voor het Grevelingenmeer. (N.B. Een waterkwaliteitsprobleem kan zich voor doen als in de gegeven geografische omstandigheden door het handelen van de mens de waterkwaliteit een naar het gevoelen van de mens negatieve wending neemt en men er last van krijgt. Objectivering is dus een eerste vereiste.) Men constateerde blauwalgenbloei  in een beperkte periode in de zomer op het VZM. Esthetisch niet plezierig voor de pleziervaart  en locaal bij stranden veroorzaakt het huidirritatie bij waterminnaars. Bij het groeien naar een ecologische evenwicht komen er altijd uitbarstingen van soorten voor. De blauwalgen bloei is zeer sterk teruggedrongen, niet alleen door mosselen. Men noemde dit een waterkwaliteitsprobleem, maar is in wezen een ecologische eruptie. (Hartekreet: De kunst is geduld te hebben met de natuur en zoveel mogelijk met de vingers er van af te blijven. Het huidige fenomeen van de industrie van maakbare natuur vernielt ten onrechte zeer veel natuur, omdat men zichzelf belangrijker vindt dan de natuur. In die zin is bezinning bij de natuurorganisaties brood nodig. Liever geen aaibare natuur dan parken.) De blauwalg kan dus geen reden zijn voor zo’n drastische maatregel. Blijft de stelling dat men zoet water zou besparen en dat men op termijn te weinig zoet water zou hebben om aan het afgesproken criterium van max. 450 mg Cl’/l te voldoen. Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta infrastructuur er heel veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor midden- en west Nederland? In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM ook omstreden en Vlaanderen wenst het ook niet. Tevens wordt door een zout VZM een zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Bovendien mag het criterium van 450 mg Cl’/l best wel eens tijdelijk wat hoger zijn.  Men verlaat nu zonder noodzaak een zoet water zone en brengt bewust verzilting verder het land in. Conclusie:  Een zout Volkerak-Zoommeer is onzinnig.

Getij op het Grevelingen
Met een brede bres van 4 meter diep in het noordelijk deel van de Brouwersdam wil men gedempt getij terug brengen op het Grevelingenmeer. Dat meer staat al in open verbinding middels een kokersluis in het zuidelijk deel. Door die verbinding met de Noordzee blijft het meer in hoge mate zout, wat minder dan de Noordzee. Die kokersluis was eigenlijk ontworpen om het Grevelingenmeer zoet te maken en te houden. In het verlengde van een ander beleid inzake de Oosterschelde is ook de beslissing genomen om het Grevelingenmeer vooralsnog zout te houden en niet zoet te maken. Een zoet Grevelingenmeer zou met name voor Schouwen-Duiveland van grote betekenis zijn. Nu doet zich in een deel van het meer thermische en zout gelaagdheid in het water voor. Het gevolg is een zuurstofloze onderlaag met een eigen niet aaibare natuur. Dit fenomeen doet zich in alle diepere meren in Nederland voor. De wind zorgt voor stroming in de meren en kan de zuurstof tot een bepaalde diepte brengen. In Nederland beweegt het grensvlak zich ongeveer tussen de 10 en 15 meter diepte. Door bepaalde omstandigheden wat hoger, maar niet hoger dan 7 meter diep. Bijkomend verschijnsel is dat het onder bepaalde windomstandigheden zeer tijdelijk scheef kan gaan staan en lokaal hoger komen (en elders dieper).  In het Grevelingenmeer bevinden zich in het westelijk deel twee oude diepe zeegeulen tot 35 meter diep en het grensvlak schijnt in de loop van de tijd omhoog gekomen tot ca. 6 meter diep. Er is geen reden te bedenken waarom dit nog verder omhoog zou komen.  Dit voor deze situatie natuurlijke fenomeen wordt alleen hier nu als een waterkwaliteitsprobleem aangemerkt. Waarom mag van de beleidsmakers deze natuurvorm niet bestaan? Duikers (hoeveel?) willen graag dieper duiken en een aaibare natuur zien. Mosselkwekers die in het meer zijn neergestreken willen graag hun oppervlakte aan percelen verder uitbreiden. Voor strandgangers kan, de hele kleine kans bij een bepaalde wind, op een ervaring met zuurstofloos water op zich minder plezierig zijn door stank. De kansen dat men verjaagd wordt door stortbuien is vele malen groter. Wettigen deze hele beperkte belangen zo’n fundamentele grote ingreep, waarbij b.v. een zoet Grevelingenmeer in de toekomst onmogelijk wordt. Een deltabeslissing, die honderden miljoenen kost? (Ook nog met de wens van de pleziervaart om ook een opening in de Grevelingendam te krijgen, waarvoor in de plaats een brug moet komen.) Na uitvoering van de bres in de Brouwersdam is er een mogelijkheid om turbines voor getijde-energie te plaatsen. Ook dat gaat nog eens met extra overheidssubsidie en zal ondanks alle voorinvesteringen nauwelijks rendabel kunnen zijn. Bovendien is onbekend wat die turbines in de bres aan schade aan de zeedieren toebrengt.

Aan de hand van 3D-berekeningen wordt verwacht, dat het getij door de bres een zodanige menging te weeg zal brengen, dat de zuurstofloze laag wordt opgeruimd. Helaas zal dit niet het geval zijn. Deze berekeningen kunnen het verschijnsel gelaagdheid in relatie tot menging niet aan. Wel zal het grensvlak van de zuurstofloze onderlaag om laag worden gebracht. Er zijn echter andere mogelijkheden, dan een bres in de Brouwersdam, om dit te bewerkstelligen, zoals het aanbrengen van een dichtheidsscherm voor de kokersluis. Zo’n scherm is aan de onderkant open en zuigt als een stofzuiger in de laagwaterfase het zuurstofloze water aan de bodem naar de Noordzee en in de hoogwaterfase wordt zuurstofrijk water vanuit de Noordzee naar de onderlaag gevoerd. De kosten hiervoor zijn veel lager en houdt de mogelijkheid van een zoet Grevelingenmeer open. Ook hiervoor is een dichtheidsscherm effectief. Voorts wordt er op gewezen dat afgestorven organisch materiaal naar de bodem zakt en mogelijk eens kan leiden tot stankoverlast. Ook de recreatie veroorzaakt een zekere belasting. Het is maar zeer de vraag of dit als last zal optreden, omdat aan het grensvlak al processen optreden, die een mogelijke stankbelasting tegengaan. Van andere diepe meren in Nederland hoor je hier niets over. In een zoet Grevelingenmeer zou dit een aanleiding voor veenvorming kunnen zijn. Conclusie: een bres in de Brouwersdam is onnodig en ongewenst.

Geen eenheid in zout-zoetbeleid
Een zoet Grevelingemeer zou kunnen functioneren als zuidelijke zoetwaterbuffer, mocht er iets mis gaan met onze enige nationale buffer, het IJsselmeer. De beleidsmakers achten echter de buffer aan zoet water op het Haringvliet en Hollands Diep wel voldoende. Merkwaardig genoeg weerhoudt het hen niet om met een kierbesluit Haringvliet weer zout water op het Haringvliet te brengen, waardoor tegendraads inlaatpunten voor zoet water naar het oosten worden verplaatst.

De voorlopige besparing van 25 m3/sec aan zoet water door een zout VZM komt ten goede aan midden en west Nederland, een druppel op een gloeiende plaat en weinig zinnig. Te meer daar dit gebied planologisch de tering niet naar de nering zet met betrekking tot het zoet water verbruik. Door uitbreidingswijken te blijven plannen en realiseren in dit gebied, waar polders rond de kernen nogal eens op N.A.P.- 5m liggen, wordt alleen maar zout water door onderbemaling aangetrokken en vergt meer een meer zoet water. Daarnaast is er de strijd om het veen te beschermen, dat veel zoet water vergt.  Er wordt hier al lang een achterhoede gevecht geleverd tegen verzilting, terwijl de druk evident is met de ligging beneden de zeespiegel. Het zou veel logischer zijn om zich in dit gebied te gaan voorbereiden, dat het gebied lokaal echt verzilt. Dat zou heel veel zoet water kunnen uitsparen.

Er zijn andere mogelijkheden om aanzienlijke hoeveelheden zoet water te besparen en geen druppels, zoals een kering met schutsluizen in de Nieuwe Waterweg en de inpoldering van de Markerwaard.

Een zout VZM om zoet water te besparen kan geen issue zijn. Men snijdt zich in de vingers!

Ir W.B.P.M. Lases, 02.02.2015

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 16: WAT BETEKENT ZOET OF ZOUT VOOR DE SCHEEPVAART?

 

| 01-02-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 16

 

Wat betekent zoet of zout voor de scheepvaart? 

 

binnenvaartschipDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.

Zoet of zout water betekenen nog al wat voor de corrosiegevoeligheid van de scheepshuid en het daarvoor benodigde onderhoud, verf en kathodische beschermingssystemen. Wat in de MKBA (maatschappelijke kosten/baten analyse) opvalt is dat er geen berekeningen zijn opgenomen voor de meerkosten voor de scheepvaart bij een zout Volkerak-Zoommeer. De Rijn-Schelde verbinding is nu in principe een geheel zoetwatersysteem. Als dat gedeeltelijk zout wordt, vergt dat een volstrekt andere benadering van de corrosieproblematiek voor bijvoorbeeld de schepen die door afwisselend zoet en zout water varen. Dit gaat fors meer geld aan onderhoud van de schepen vergen. Het overgrote deel van de vrachtschepen, die gebruik maken van het Volkerak-Zoommeer, zijn ontworpen en worden onderhouden voor zoet water.
Bepalend voor bijvoorbeeld het kathodische beschermingssysteem is de omgeving waarin het schip zich gaat bevinden. Als schepen afwisselend varen in zoet en zout water dient met dit feit rekening gehouden te worden bij de keuze van het kathodische beschermingssysteem. De keuze van de te gebruiken anodes is afhankelijk van de zoutgehalten van de te bevaren wateren. Bijvoorbeeld zinkanoden voor varen in zout water, aluminiumanoden voor varen in brak water, zoals het IJsselmeer en de riviermondingen, en magnesiumanoden voor varen in zoete binnenwateren.
Ook verfsystemen en onderhoudssystemen, maar feitelijk het hele ontwerp van een schip dienen afgestemd te zijn op de zoutgehalten van de te bevaren wateren. Je zal maar een schip hebben gekocht, afgestemd op zoete binnenwateren en je kan plotseling, omdat het Volkerak-Zoommeer is verzilt, geen vrachten voor de kortste route tussen Rotterdam -Antwerpen meer aannemen. Dat zijn nog eens maatschappelijke kosten! In dit geval afgewenteld op een vaak kleine ondernemer.  

Louis van der Kallen 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 15: ER IS MEER GEBEURD DAN DE KOMST VAN DE QUAGGAMOSSEL

 

| 25-01-2015 | 12:45 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 15

 

Er is meer gebeurd dan de komst van de quaggamossel 


blauwalgDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.
 

In de ontwerp-rijksstructuurvisie en in bijbehorende stukken wordt steeds gesteld dat de quaggamossel verantwoordelijk is voor de sterk verminderde blauwalgproblematiek op het Volkerak-Zoommeer. En vaak wordt er dan bij vermeld dat deze verbetering niet blijvend hoeft te zijn omdat ook het quaggamosselbestand kwetsbaar zou kunnen blijken. Hiermee wordt de indruk gewekt dat zonder de quaggamossel er geen verbetering zou kunnen zijn optreden. Dat is echter slechts een deel van de werkelijkheid.

Het vaak vergeten deel is dat ook voor blauwalgen geldt dat ze alleen overvloedig kunnen voorkomen als ook hun eten in overvloed beschikbaar is. Hoe hoger de stikstof- (N) en fosfaat- (P) gehalten in het water hoe meer kans op overvloedige blauwalgengroei. De stikstofaanvoer naar het Volkerak-Zoommeer systeem is de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald. In de milieurapportage uit 2012 zijn daarvan cijfers op de pagina’s 64/65 te vinden. Die spreken boekdelen. Was de aanvoer van stikstof in de jaren 1989/95 voor het Krammer-Volkerak nog gemiddeld 1450 kg/ha/j in de jaren 2000/2009 was dat gemiddelde gedaald naar 1000 kg/ha/j. Een daling met 31 %. Voor het Zoommeer was die daling gemiddeld zelfs 37 %. Ook de fosfaataanvoer in het Krammer-Volkerak daalde. Van gemiddeld 46 kg/ha/j in de jaren 1989/95 tot 25 kg/ha/j in de jaren 2000/2009. Een daling van 46 %. Ook in het Zoommeer was er sprake van een significante daling, zij het dat deze beperkt bleef tot 13 %. Wetgeving, zoals de nitraatrichtlijn en een ander bemestingsbeleid in de landbouw, begint steeds meer effect te sorteren. Maar er is ook sprake van een afnemende nalevering van orthofosfaat uit de waterbodems. Kortom, de hoeveelheid voedsel in het water van het Volkerak-Zoommeer voor de blauwalgen is de afgelopen jaren geleidelijk gedaald en daalt verder. Gesteld mag worden dat ook de daling van de stikstof- en fosfaatgehalten een bijdrage heeft geleverd aan de geconstateerde afname van bloei van blauwalgen. De totale waterkwaliteit van het zoete Volkerak-Zoommeer is al jaren aan het verbeteren en er is geen reden om aan te nemen dat die geleidelijke verbetering nu zou stoppen. 

Louis van der Kallen 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE: TUSSENSTAND PETITIE – 2

 

| 21-01-2015 | 17:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE: TUSSENSTAND PETITIE – 2

 

karperDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

Op 14 oktober zijn wij de petitie “STOP DE VERZILTING VAN HET VOLKERAK-ZOOMMEER” gestart. Op 1 januari 2015 hadden 931 mensen deze ondertekend.
Er werden in 2014 bij de petitie 95 opmerkingen gemaakt die vrijwel allen de wens tot zoet blijven van het Volkerak-Zoommeer onderschreven c.q. motiveerden. Wij zullen de komende weken een aantal van de opmerkingen via de facebook pagina van Ons Water onder uw aandacht brengen. De onderstaande drie opmerkingen van even zovele ondertekenaars waren alle gedateerd 15 oktober 2014:

  • “Als Bergenaar heb ik deze kwestie vol verbazing gevolgd. Altijd gedacht dat de minister van I en M toch nooit groen licht zou geven, dus toch wel! Met de huidige ontwikkelingen wat betreft de waterkwaliteit totaal 350 miljoen uitgeven lijkt me volstrekt verkeerd, belachelijk zelfs. Als recreant van het gebied kan ik meepraten over de huidige waterkwaliteit, minstens 5 jaar helder, waterplanten en vrijwel geen overlast van blauwalg. Dat het nog niet structureel ”goed” is weten we, maar geeft het een ieder geval een kans…
  • “Als visser is het al triest te zien dat de visstand zwaar onder druk staat door (beroepsmatige) overbevissing. Helemaal een doodzonde dat potentieel een van de mooiste viswateren waar heel lang een goede en mooie populatie vissen van diverse soorten wordt verkwanseld voor feitelijk niets anders dan nostalgie.”
  • “Je ziet het gewoon aan de vissen in het Volkerak dat ze het daar goed naar hun zin hebben momenteel. Ze zien er gezond en wel doorvoed uit, waarom dan nu nog ingrijpen? Verzilting is echt niet meer nodig. Het zou jammer zijn als dit gebied terug zout zou worden.” 

Als voorbeeld een mooi filmpje van Franse vissers op het Volkerak.

Louis van der Kallen 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 14: EEN BUITENLANDSE BLIK

 

| 17-01-2015 | 16:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 14

 

Een buitenlandse blik 

 

Albert-Einstein-2De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

Nederlanders denken dat, als het over water gaat, we de ’top’ van de wereld zijn en misschien zijn we dat ook wel. Maar de vraag is of dat ook zo is als het over verzilting gaat. Verzilting van landbouwgronden is al decennia een mondiaal probleem. In dat kader is het misschien toch goed om te kijken wat buitenlandse experts geschreven hebben over verzilting in Nederland. Dat kan ook interessant zijn als je beseft dat Nederland als deltagebied altijd heeft beschikt over grote voorraden en aanvoer van zoet water wat zou kunnen leiden tot onderschatting van de problematiek van verzilting of het denken over zoet watertekorten. 

In het kader van de eventuele verzilting van het Volkerak-Zoommeer is in april 2012 verschenen het Milieueffectrapport waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer

Op pagina 145 onder het kopje ‘Expert review oktober 2006′ wijzen buitenlandse deskundigen op de mogelijke risico’s en bijwerkingen van verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Hierbij enkele memorabele citaten:

  • “Een zout Volkerak-Zoommeer zou een habitat kunnen gaan vormen voor schadelijke mariene algensoorten.”
  • “Langdurige perioden van sterke gelaagdheid en een gering zoutgehalte in de bovenste waterlaag zouden kunnen leiden tot een hoge concentratie van micro-algen, die buiten het bereik blijven van algenetende bodemdieren, zoals mosselen.”

Eveneens hebben de experts gemeld dat de spontane herintroductie van mosselen etc. te positief is geschat.” 

In maart 2014 is verschenen de OECD studie “Water Governance in the Netherlands, Fit for the future.”. Dat is een studie van de OECD uitgevoerd door een keur van internationale deskundigen naar het totale waterbeheer in Nederland. Ook daaruit enkele citaten: pagina 57

  • “In the past, water supplies have been abundant and the abstraction regimes used in the Netherlands have focused on ensuring flood safety an protecting water quality. However, there is a growing risk of shortage due to a lack of water and increasing salinity as sea water intrudes into the delta and saline groundwater rises.”
  • “According to Jeuken et al. (2012), estimates of economic loss to the Dutch agricultural sector may reach EUR 700 million in a ‘dry year’ (frequency of 1/10 years) and EUR 1800 in an ‘extreme dry year’ (frequency of 1/100 years)”

En te vinden op pagina 187: 

  • “In fact, since 2006, the quality of the Volkerak-Zoommeer has unexpectedly improved due to the introduction of the quagga mussel that filters the water and removes algae.” 

Duidelijk is dat internationale deskundigen zien dat er aan verzilting, en daarbij het verloren gaan van zoet watervoorraden, ook in Nederland risico’s verbonden zijn. Hieronder het optreden van een zoet watertekort dat grote verliezen kan betekenen voor onze landbouwproductie. Ook is helder dat er problemen kunnen ontstaan met mariene (zout water) algensoorten. Kortom verzilting van het Volkerak-Zoommeer is risicovol en kan een forse schade betekenen voor onze landbouwproductie. 

Louis van der Kallen 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE: TUSSENSTAND PETITIE – 1

 

| 13-01-2015 | 12:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE: TUSSENSTAND PETITIE – 1

 

vrouw in zoet waterDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

Op 14 oktober zijn wij de petitie “STOP DE VERZILTING VAN HET VOLKERAK-ZOOMMEER” gestart. Op 1 januari 2015 hadden 931 mensen deze ondertekend. Van de ondertekenaars hadden 20 % dat gedaan zonder hun naam en adres kenbaar te maken. Van de wel bekende ondertekenaars kwam
13 % uit het buitenland, voornamelijk België en Duitsland
42 % kwam uit het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta
9 % uit Zeeland
22 % uit Zuid-Holland
14 % uit de rest van Nederland.
Wat qua woonplaatsen van de ondertekenaars opviel was dat 8,5 % uit Bergen op Zoom en ruim 4 % uit de Heen kwam. Het lijkt erop dat nogal wat recreanten, natuurliefhebbers en agrarische ondernemers de petitie tekenden. Zij zien klaarblijkelijk als geen ander de nadelen van verzilting.
Verder werden er in 2014 bij de petitie 95 opmerkingen gemaakt die vrijwel allemaal de wens tot zoet blijven van het Volkerak-Zoommeer onderschreven c.q. motiveerden. Wij zullen de komende weken een aantal van deze opmerkingen via de facebook pagina van Ons Water onder uw aandacht brengen. De eerste was gedateerd 15 oktober 2014:
 “Als voormalig waterbouwer, betrokken bij de aanleg van de secundaire deltawerken, heb ik met grote verbazing kennisgenomen van de beslissing van dit kabinet. Met heel veel miljoenen guldens (euro’s) belastinggeld van de inwoners is een veilig en prachtig Volkerak-Zoommeer ontstaan dat nu plotsklaps weer teniet wordt gedaan. Hierbij moet bedacht worden dat het 30 jaar geduurd heeft om tot dit moois te komen. Verzilting vraagt wederom een tijdsspanne van 30 jaar of meer om eenzelfde?? natuur terug te krijgen. Verzilting heeft alleen zin als het volledige getij terugkeert want anders verkrijgen de omwonenden een stinkende en rottende waterplas ervoor terug. De omliggende gemeenten dienen hiervan goed bewust te zijn omdat dit ook ten koste gaat van het alom gepropageerde (water)toerisme in deze regio.”

Louis van der Kallen