OVER WATER 135

 

| 05-05-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER 135

 

Gelezen:

“Vier eeuwen wateroverlast langs de Maas”, geschreven door Bram Steketee en Hans Willems. Bij het lezen besef je dat besluiteloze politici/bestuurders van alle tijden zijn en dat talmen en kissebissen over wie zal wat betalen, ook niets nieuws is.  

“Strijd om de rivieren, 200 jaar rivierenbeleid in Nederland” geschreven door Alex van Heezik. Ik heb de tweede herziene druk. uitgegeven in 2007 gelezen. Het lezen van dit boekwerk heeft mij iets bescheidener gemaakt als het gaat om onze ‘prominente’ rol in de ontwikkeling van waterbeheer in de wereld. Zeker als het gaat om het rivierbeheer, liepen we vele jaren achter de feiten aan (1800-1850), met als belangrijkste oorzaken: niet in mijn achtertuin, wie zal dat betalen en de vraag wat is haalbaar of de beste benadering? Normaliseren/stroomverbetering of afleiden via overlaten. Willem I, de kanalenbouwer, was eigenlijk meer uitstelstrateeg en hij wenste meer geld te steken in de verbetering van landwegen dan van waterwegen. Het duurde tot 1850 voordat aan de vooral Duitse Tolverbond pressie gevolg werd gegeven. De Rijn moest beter bevaarbaar worden en de Nederlandse bescherming van de eigen schippers diende geliberaliseerd te worden. Het leek het huidige Europa wel. Veel van de kennis kwam, zowel ten behoeve van de kanalenbouw als van de aanpak van de rivieren, van Duitse en Franse ingenieurs. Zij waren ons voorgegaan in de maakbaarheid en normalisering van de rivieren ter verbetering van de bevaarbaarheid en de beperking van overstromingen. Ook ten aanzien van de aanpak en bewustwording van de waterkwaliteit levert dit boek inzichten. Ik beveel lezing van harte aan, al is het maar voor het besef dat veel van onze kennis over rivierbeheer mede door buitenlandse inbreng tot stand is gekomen.   

Gelezen/bekeken het fotoboek “NL XL” door Karel TomeÏ. Een prachtig fotoboek over Nederland in vogelvlucht. Leuk om daarin ook de Overdiepse Polder tegen te komen.

Gelezen/bekeken het fotoboek “Mooi De Biesbosch” van de hand van Marcel van Balkom. Een mooi boek met tal van natuurfoto’s. Zeker de moeite waard!

Gelezen/bekeken “Droge Voeten” uitgave 2005, geschreven door Sietse van der Hoek. Fotografie Riesjard Schropp. Het boek beschrijft het water en water gerelateerde objecten in het waterschap Brabantse Delta. Een mooi landschap en een waterwereld die ik goed ken. De titel van het eerste hoofdstuk omschrijft het boek en de inhoud voor mij het beste: “Landschap dat gaat zitten in de mens.” Voor een ieder het lezen en bekijken waard.    

Louis van der Kallen

 


UW TUIN EN WATEROVERLAST EN HITTESTRESS/ ZOET – ZOUT

 

| 10-03-2018 | 11.00 uur |


 

UW TUIN EN WATEROVERLAST EN HITTESTRESS

 

Tuinbezitters kunnen meer doen om wateroverlast na hoosbuien of gevolgen van langdurige droogte en hitte te beperken. Soms kan dat al met kleine slimme en simpele aanpassingen aan de tuin.

Waterschappen, gemeenten, Rijksoverheid en het bedrijfsleven trekken samen op om tuinbezitters hierbij te helpen hun tuin meer klimaatbestendig te maken. Daartoe is een “Handboek voor de watervriendelijke tuin”. Het handboek is een uitgave van Vereniging Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling, atelier GROENBLAUW en Tuinbranche Nederland en is mede mogelijk gemaakt door Stichting RIONED, STOWA en het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat.

De doelstelling van het handboek is tuincentra te helpen hun miljoenen bezoekers te informeren, inspireren en te activeren. Het bevat praktische tips over bruikbare producten en aanpassingen aan de tuin. Bijvoorbeeld: zorgen voor een gezonde bodem en voor meer schaduw, welke planten te gebruiken en hoe beter water op te vangen.

De overheden beseffen dat de problemen veroorzaakt door de klimaatveranderingen het beste aangepakt kunnen worden in samenwerking tussen overheden om tuinbezitters de handvatten aan te reiken waarmee zij aan de slag kunnen.

 

ZOET/ZOUT

 

Met het besluit van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen om fors geld te steken in een gezonde natuur en water heeft de tongen in West-Brabant en Bergen op Zoom weer los gemaakt.

Voor het Grevelingenmeer wordt €75 miljoen ingezet om een doorlaat te maken in de Brouwersdam, zodat het water in het meer doorlopend wordt ververst waardoor de natuur zich herstelt. Dat is voor het Grevelingenmeer hard nodig. Het Grevelingenmeer is op grotere diepten dood. En het water aan de oppervlakte is van een bedroevende kwaliteit en steeds minder toeristisch aantrekkelijk. Het Grevelingenmeer is stilstaand zout water. Met de 75 miljoen van de Rijksoverheid en het extra geld van de provincies Zeeland, Zuid-Holland en enkele gemeenten gaat het zoute water ververst worden door een getijdeslag van circa 50 centimeter.

Sommigen bepleiten al jaren de terugkeer van zout water in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in de hoop dat de waterkwaliteit van dat systeem dan verbeterd. Het is goed te realiseren dat, als er in de Oesterdam en of Philipsdam een dergelijke doorlaat zou worden gemaakt, de eventuele getijdeslag veel kleiner zal zijn. Hierdoor kan een verzilt Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem soortgelijke problemen krijgen als nu in de Grevelingen. De gedachte dat het bij een zout Zoommeer makkelijk en goedkoop zal zijn de Binnenschelde te verzilten gaat niet geheel op. Het waterpeil van de Binnenschelde ligt bijna 1,5 meter hoger dan het Zoommeer. Alle verversing moet dan door inpompen en aflaten kunstmatig tot stand worden gebracht, een blijvende kostbare zaak. 

De gevolgen van een verzilting van het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem zijn groot. Zoetwater gebrek voor de landbouw, verzilting van de bodem tot Oudenbosch toe, waardoor veel teelten lagere opbrengsten geven.  Meer en andere corrosieve effecten op het scheepvaartverkeer op de Rijn-Schelde verbinding (ik schreef daar eerder over). De gevolgen voor Bergen op Zoom zijn ook de mogelijke zoutindringing van de bodem van de Bergse Plaat met risico’s voor de funderingen. Zoute lucht geef ook hogere onderhoudskosten aan huizen en gebouwen. Verven en metalen corroderen en verweren sneller. Op de website van Ons Water schreef ik in dit dossier al meer dan 40 artikelen.

Het is jammer dat velen geen afscheid kunnen nemen van een soort van zoute nostalgie. Nooit meer 1953 heeft geleid tot de aanleg van de dammen. Dat heeft gevolgen. De natuur past zich geleidelijk aan. De ervaren overlast is al van een volstrekt andere orde dan in 2003 toen de discussie zoet/zout startte. De fosfaat- en nitraatgehalten (de voedingstoffen van de algen) dalen al jaren. De natuur doet gratis het goede werk en er komt een moment dat de biotoop in het Krammer, Volkerak, Zoommeer systeem in evenwicht is. De plannenmakerij duurt al circa 15 jaar.  De onzekerheid over de verzilting van het Krammer, Volkerak-Zoommeer systeem, en als afgeleide de Binnenschelde, duurt voort en dat is meer dan vervelend. Het wordt tijd dat de overheid en de politici bij zinnen komen en de plannenmakerij afblazen als volkomen overbodig en te risicovol.

En voor de Bergenaren: Jammer dat de krabben aan onze kust zijn verdwenen. Maar we hebben er veiligheid, minder onderhoudskosten en bij vorst een mooie ijsvlakte om te schaatsen voor terug gekregen. En ook tijdens de vastenavondperiode voelen we ons echt niet minder krabben omdat ze voor onze kusten verdwenen zijn.

Omroep Brabant heeft er een filmpje over gemaakt en een artikel over geschreven.

 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 112: HET KLIMAAT EN DE STRESSTEST

 

| 07-10-2017 | 12.00 uur |


 

OVER WATER – 112

 

2 oktober
In de avond de eerste ‘Steenweg sessie’ van de Unie over een aantal actuele onderwerpen waarover met behulp van stellingen werd gesproken. Eerst was er een korte lezing van Leo Meyer van  ClimateContact-Consultancy (CC-C). Voor het eerst een klimaatdeskundige, die met een maximale zeewaterstijging met 20 meter ruim over de gebruikelijke 6 meter ging voor de komende honderden jaren. Hij stelde ook dat  ‘boven de 5 meter voor Nederland die niet meer houdbaar zou zijn’. Een stelling ging over ‘tegeltax’. Circa driekwart van de aanwezigen zagen de invoering van een ‘tegeltax’ niet zitten. Zij denken dat afkoppelen belonen middels een subsidie beter werkt. Voor mij laat dit zien dat door de intrede van ‘politici’ in het waterschapsbestuur het adagium: de vervuiler betaalt, verlaten is. Ik ben nadrukkelijk wel voor de invoering van een vorm van ‘tegeltax’ omdat de uit te keren subsidies niet gratis zijn, maar opgebracht moeten worden door de belastingbetalers. Inclusief diegenen die het probleem niet veroorzaken!

Recent verscheen een artikel in Binnenlandsbestuur met de titel: Te politieke waterschappen hinderen aanpak wateroverlast. Een citaat uit het artikel wil ik de lezer niet onthouden: universitair docent en BDO-adviseur Koen van den Oever: “Vooral bij sterk uiteenlopende belangen groeit de kans op het achterhouden van informatie en redeneren vanuit eigen belang(en) en partijvorming.” Koen van den Oever pleit in zijn proefschrift voor meer rationaliteit binnen de strategische besluitvorming van waterschappen. Meer rationaliteit in het strategische besluitvormingsproces helpt de waterschappen om met innovatieve oplossingen te komen om aan de veranderende omgeving te voldoen, aldus van den Oever. 

Met de stelling: een stresstest is hard nodig, omdat gemeenten het probleem onderschatten, was circa 90 % het eens omdat het een gemeente zou helpen draagvlak te krijgen bij colleges en bewoners. Voor draagvlak is wat mij betreft een stresstest niet nodig. Overheden moeten bereid zijn ook zonder draagvlak die maatregelen te nemen die nodig zijn om overstromingen, wateroverlast en vermijdbare sterfgevallen door hittestress te voorkomen. Niet-in-mijn-achtertuin-gedrag mag wat mij betreft nooit in de weg staan van noodzakelijk overheidshandelen. 

3 oktober
In de morgen DB vergadering met als agendapunten onder andere: programmering STUW-opgaven (overeenkomst met de provincie inzake uitvoering en financiering van watermaatregelen), strategie slibeindverwerking SNB, projectplan EVZ Laakse Vaart, diverse grondaankopen, ambitie en strategie waterkwaliteit, projectplan waterkwaliteit Kleine Melanen, de overdracht van rioolgemalen tussen Breda en waterschap en herziening leggerboek.

In de middag PHO’s over een waterkering bij uitbreiding van de haven in Raamsdonksveer, over Pukkemuk en ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen.

In de avond de werkgroep bestuurlijke vernieuwing met op de agenda onder andere een gesprek met de dijkgraaf over de werkzaamheden van de werkgroep en zijn mogelijke rol daarin en het opstellen van een werkagenda voor 2018.

4 oktober
In het buitengebied van Udenhout een sessie met belangengroepen en wethouders van de gemeenten Loon op Zand en Tilburg over de mogelijke ontwikkelrichtingen van het toekomstige landschapspark Pauwels.

5 oktober
Bestuurlijk overleg met de gemeente Geertruidenberg over de mogelijke uitbreiding van de jachthaven op de oostelijke Dongeoever in relatie met de waterkering.

6 oktober
Het symposium “waterluis in de otterpels” over rekenkamer(commissies) in de waterschapswereld. Ik was te gast bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Met diverse sprekers waaronder Jacques Wallage, voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 66: INSPIRATIEDAG 2016

 

| 19-11-2016 | 02.30 uur |


 


OVER WATER – 66 

 

14 november
In de avond de bijeenkomst van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing. Hier werd de opstelling besproken van een voorstel tot besluitvorming door het Algemeen Bestuur.

15 november
In de morgen de vergadering van het Dagelijks Bestuur met als agendapunten onder andere: een uitvoeringskrediet cofinanciering POP3 water, het project “sloten, oevers en dijken op orde, de aanpak stedelijk gebied”, de bijdrage aan het buurtwaterfonds, een STIKA gebiedscontract, de managementletter 2016-4, onvoorziene uitgaven project oneigenlijk grondgebruik, het projectplan EVZ Kraggeloop, de uitvoering Dijkversterking Geertruidenberg/Amertak, het bidboek natuur van de B5 en actuele beleidsontwikkelingen waterkwaliteit. 

In de middag een portefeuillehoudersoverleg over de ontwikkelingen in Drimmelen ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met die gemeente. 

ontvangende-water-overstort-van-oerslaanIn de avond de opening van de waterberging Slotbosse Toren. In mijn verhaal ben ik ingegaan op de goede samenwerking met de gemeente Oosterhout en op wat nog zou moeten gebeuren zoals sanering/oplossing gevolgen van de overstort aan de Burgemeester van Oerslaan. 

16 november
In de avond de informatieavond EVZ Rillaersbaan in Riel

17 november
De inspiratiedag Innovatie  van de Unie bezocht, waar ik o.a. deelnam aan de workshop “de mens centraal”. Hier werd het ‘omdenken’ geleerd. Weg van het “ja, maar….”. Veel humor en inspiratie. Geleid door een spreker afkomstig uit “de niet zo verenigde staten van Amerika”.
sloopWat ik zelf leuk vond was een stand in de hal waar uitleg werd gegeven over een project met als doel het hergebruik van thermoharde composieten, zoals oude polyesterbootjes of buizen. Als ontwikkelaar en toepassingstechnicus van de thermohardende grondstof (polyesterharsen), is het geweldig om te zien dat aan het einde van de levenscyclus van een product gezocht wordt naar hergebruik. 

Daarna de uitreiking van de water innovatieprijzen 2016 te Amersfoort. Nu gun ik iedereen een feestje en een prijs, maar dan wil ik wel het gevoel hebben dat er werkelijk iets bijzonders is gebeurd dat een feestje en een prijs rechtvaardigt. Ik benader al jaren het zogenaamde innovatieve imago van de waterschappen met de nodige argwaan. Want bij overheden kom ik zelden iets innovatiefs tegen. Naar mijn opvatting komt dat omdat bij ambtenaren, bestuurders en politici er een overmaat aan risico aversie aanwezig is. Er zal maar iets fout gaan of niet het gewenste resultaat geven, dan zijn de mogelijke commentaren van de oppositie dodelijk en dat moet immers voorkomen worden! Ik heb mijn beroepsmatige leven (40 jaar) doorgebracht op research- en ontwikkelingsafdelingen van een zaadkwekerij en een kunstharsfabriek. Daar leerde ik dat zonder het betreden van onbetreden paden er geen echte vernieuwing aan de orde zullen zijn. In de praktijk van mijn beroepsmatige leven was het vooral de vrije research die gewenste patenten en innovaties bracht. De doelresearch bracht wel vernieuwingen in de zin van doorontwikkelingen van bestaande producten, of de introductie van technieken van anderen brachten wel efficiëntie verbeteringen, maar dat werden geen innovaties genoemd. En deze waren ook nooit patenteerbaar. Als uitvinder van een bepaald gepatenteerde product/productiemethode (United States Patent nr. 4255464) matig ik mij aan enige kennis te bezitten van het herkennen van innovaties en innovatieve werkwijzen.

Ook nu was er net als vorig jaar het nodige borstgeklop over hoe innovatief de Nederlandse watersector wel zou zijn. Naar mijn opvatting is de vrijwel mondiale erkenning van ons hoge kennisniveau meer te danken aan het goede werk dat Nederlandse waterdeskundigen door de eeuwen heen hebben verricht, dan aan de huidige beperkte toevoeging aan die kennis.

Ik ben er van overtuigd dat iedere waterschapsmedewerker zijn werk goed en steeds beter wil doen. Hij of zij denkt zeker na over hoe dingen beter kunnen. Maar dat is normaal. Het resultaat van dat denken en continue verbeteren zijn zelden innovaties. Het zijn veelal toepassingen van bestaande technieken. Zo ook nu. De winnaar in de categorie waterveiligheid had niets met innovaties te maken. Het was hooguit een goed voorbeeld van samenwerking tussen het waterschap, gebiedspartijen, bewoners, provincies en gemeenten. Als we ‘samenwerken’ een innovatie noemen zegt dat veel over ons. Samenwerken is wat mensen behoren te doen. Dat is geen prijs waard. Bij niet samenwerken hoort een berisping. Gelukkig had het publiek meer verstand van innoveren dan de ‘deskundige’ jury met grote namen. Zij wezen het zandsproeien als meest innovatieve project aan. De enige toekenning die, wat mij betreft, dicht bij een innovatie komt was in de categorie schoon water. Een project van het Hoogheemraadschap van Delfland, waar geprobeerd wordt microverontreinigingen af te breken en de concentraties van nitraat en fosfaat verder te verlagen en zo het gereinigde water te kunnen hergebruiken. Zelf heb ik enige scepsis of de gebruikte methode een echte oplossing is voor microverontreinigingen zoals medicijnen en hormonale stoffen. Maar het doen van dit soort projecten, die niet altijd en met zekerheid volledig effectief zullen blijken te zijn, vergt bestuurlijke moed. En dat waardeer ik. Want hoe je het wendt of keert, ieder onderzoek of proef kost geld en levert niet altijd het 100 % resultaat op. Wat het wel oplevert is kennis waarmee verder gebouwd kan worden aan een schoner Nederland.

pal18 november 
Ik ben naar de PAL lezing geweest in het provinciehuis van Zuid-Holland over de ‘Omgevingsopgaven voor de provinciale én nationale omgevingsvisie’ gegeven door Rienk Kuiper (PBL). Een interessante lezing, waarbij mij het meest opviel dat als één der risico’s bij de vormgeving van de visies de sociale stabiliteit werd genoemd. Voor mij is het voor het eerst dat ik een topambtenaar sociale stabiliteit hoor noemen als een risicofactor waar rekening mee gehouden zo moeten worden. 

Louis van der Kallen 

 


NADEREND ONHEIL VOOR HET VOLKERAK-ZOOMMEER

 

| 08-05-2016 | 10.15 uur |


 

NADEREND ONHEIL VOOR HET VOLKERAK-ZOOMMEER

 

Eb en vloed op het Volkerak. Het stond in vele kranten en is zelfs opgenomen in de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer. Men wilde indertijd met verzilting op goedkope wijze blauwalgen bestrijden. Deze visie is echter gebaseerd op een verkenning uit 2002 en 2003. Door vermindering van fosfaat en nitraat, is de waterkwaliteit inmiddels sterk verbeterd. Blauwalgen zijn vrijwel verdwenen en de natuur ontwikkelt zich in de goede richting. De noodzaak tot verzilting is dan ook volledig van de baan. Men heeft zich echter zo sterk op het verzilten gericht dat we haast zouden vergeten dat niet de zoute variant, maar de zoete en getijloze variant, de voorkeursvariant is van het ontwerp-MER Waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer.

Kraanvogels
kraanvogelHet Markiezaat, een belangrijk natuurgebied aan het Zoommeer, wordt beheerd door het Brabants Landschap en ontwikkelt zich tot een duurzaam natuurgebied. Jaarlijks strijken er honderdduizenden trekvogels neer en het broedvogelaantal neemt zienderogen toe. Het behoort als gevarieerd moerasecosysteem tot de vijf belangrijkste vogelgebieden van Nederland. Vanaf 2013 tonen zelfs kraanvogels belangstelling voor het natuurgebied Markiezaat. Alle natuurbeschermers en biologen zouden dan ook een gat in de lucht moeten springen. Kraanvogels komen echt niet zomaar naar een willekeurig natuurgebied. Dat moet immers aan vele voorwaarden voldoen. Maar in plaats van de vlag uit te steken blijft het nog muisstil bij de natuurorganisaties. Ze lijken verstrikt in de plannen voor de Grevelingen en het Volkerak-Zoommeer. Deze zijn echter gebouwd op luchtkastelen en vernietigen ook het prille kraanvogelbiotoop. Milieutechnische veranderingen, alsook politieke en bestuurlijke proces maken een heroverweging van de ingrijpende maatregel mogelijk. Is het niet zo dat de zogenaamde verandering van zoet naar zout enkel om ideologische en politieke reden is bedacht? Er worden mooie verhalen verteld dat alles goed komt en dat er gezorgd wordt voor zoetwater, maar de realiteit is anders.

Gesmoord door een herenakkoord
Begin 2009 kwamen onder meer enkele burgervaders en de programmadirecteur Zuidwestelijke Delta tot een ‘herenakkoord’ om het Volkerak-Zoommeer te verzilten. Dit zette meteen de toon. Tijdens de hierop volgende Werkconferentie Zuidwestelijke Delta werd deze verzilting als was het een vaststaand feit gepresenteerd. Na uitbesteding verscheen het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta en later volgde het Manifest Waterpoort. Beide bedenkelijke rapporten voerden de politieke druk richting Den Haag zo hoog op, dat de minister onlangs verzilting van het Volkerak-Zoommeer heeft voorgesteld. De kennis van nu is objectiever informatie en die spreken het onderzoek wat gedaan is tegen.

Toenemende kosten
De geraamde kosten van verzilting zijn inmiddels van 250 gestegen naar 350 miljoen euro, een bedrag waarvan overigens pas een derde is toegezegd. En bij deze kosten blijft het niet, want de voorzieningen en de oeverbescherming zijn niet berekend op getij en de diepte van de vaargeulen zijn afgesteld op een peil van ± nul NAP en moeten uitgebaggerd worden. En hoe zit het met de doorvaarhoogte bij de bruggen? Tal van zoetwatermaatregelen zijn na de verzilting nodig om het voorzieningenniveau op een minimaal peil te houden. Zeeuwse eilanden moeten aan het zoetwaterinfuus worden gelegd, om droogte en verzilting enigszins te voorkomen.  

Schadeclaims zullen volgen
Een getijloze en zoete Schelde-Rijnverbinding is een van de verworven zekerheden van de Deltawerken en als dit gaat veranderen, zullen vanuit de havenbedrijven en scheepvaart schadeclaims volgen. Het binnendijks karakter verdwijnt, met alle gevolgen voor de infrastructuur en waardevermindering van onroerend goed. Ook van waterschappen, landbouw en industrie zijn claims te verwachten en de repeterende schade voor toerisme, visserij en schelpdierkweek wordt enorm. Bijna een halve eeuw na de Deltawerken, nu de natuur hier een nieuw evenwicht nadert, gaat door de voorgenomen verzilting het hele milieu er aan. Ongetwijfeld zal ook de natuurbescherming bij de overheid aankloppen voor de ontstane schade en de reeds gemaakte kosten.

Dood en verderf
Nu is het Volkerak-Zoommeer ook nog eens aangewezen als eerste noodberging. Deze noodberging is veel te klein en kan gezien de berekening maar voor 7 uur water bergen, waar blijven ze dan met de rest? Want ze rekenen met 24-48 uur wateropvang. En  deze kwetsbare noodberging gaat nooit goed functioneren en veroorzaakt bij elk gebruik een milieuramp en een natuur genocide die niet te overzien is. Zoet water wordt immers op een zout milieu geborgen. Het ecosysteem zal afsterven en de stank van dode vis is dan niet te harden. Het gebied wordt keer op keer een regelrecht sterfhuis, met uitstoot van CO2 en methaan (moerasgas). Verzilting en verzoeting zorgen voor een herhaling van rampen. Wie kiest er nu voor een strategie waarbij het ecologisch evenwicht telkens weer wordt verstoord! Maar ook gaat spuien in de toekomst door zeewaterstijging door klimaatsverandering niet meer.  Daarnaast wordt een groot natura 2000 gebied waar o.a. ijsvogels en kraanvogels  voorkomen vernield. (Dinteloordse gorzen)  Een gebied waar wij als Steenbergenaren trots op zijn.

Beperkt getij zonder toekomst.
Het belangrijkste natuurdoel van het Nationaal Waterplan is estuariene dynamiek. De samenstellers van het Deltaprogramma suggereren deze doelstelling door zout en getij in het Volkerak-Zoommeer binnen te halen, maar van enig toekomstperspectief naar een estuarium is hier geen sprake. Er blijft immers een harde grens tussen zout en zoet bij de Volkeraksluizen. De doorlaat van de stormvloedkering was al bij aanleg onvoldoende voor een stabiel  milieu in het resterende Oosterscheldebekken. Het zal dan haast onmogelijk blijken om ook nog eens op het Volkerak-Zoommeer (beperkt) getij de realiseren via een doorlaat in de Philipsdam. Een landinwaarts uitstervend stukje zeegatdynamiek voegt niets toe aan natuurwaarden. Het is niet te verklaren waarom het Deltaprogramma kiest voor een volkomen zinloze inrichting, in plaats van te gaan voor een integrale oplossing met de Zuidwestelijke Delta als één estuarium.  Waarom wil je geld als rijk of gemeente ophoesten als er alleen maar nadelen zijn? Of zouden hier andere factoren, o.a. sluizencomplexen, waterkwaliteit en kwantiteit, omdat heel veel spoelwater nodig is om het zoetwater te behouden of commerciële financiële belangen meespelen die wij als inwoners om de heen of andere reden niet mogen weten mee? 

Conclusie
De loze plannen voor het Volkerak-Zoommeer verhogen het risico dat verzilting ver doordringt tot in het Brabantse land, waardoor het opbrengst vermogen van de landbouwgronden afnemen, het vergroot de wateronveiligheid door schijnveiligheid en veroorzaken onvoorspelbare milieuwisselingen. Erger kan je het niet maken. En weer de overheid als opdrachtgever die kennelijk niet in staat is om te leren van vastlopende  projecten zoals de Fyra en de Betuwelijn. We zijn op weg naar ‘nieuwe Kamervragen’, want het debacle van de Zuidwestelijke Delta is volop in de maak. Waterschappen en gemeenten, die momenteel hun achterstallig onderhoud nog kunnen laten meefinancieren, houden zich alsnog koest. Jammer dat wederom de belastingbetalers en inwoners van de gemeentes die aan dit mooie zoetwater meer liggen, voor de kosten op mogen draaien en de gevolgen niet te onderschatten zijn.

Dat waterspecialist Louis van der Kallen uit Bergen op Zoom een petitie is gestart tegen verzilting is dan ook geen verrassing: https://www.petities24.com/forum/113618

Iedereen zou deze moeten ondertekenen om het naderend onheil te weren.

Hier vindt u een uitnodiging voor de informatieavond Volkerak-Zoomeer Zoet of Zout! op 25 mei 2016 om 19.00 uur

Sjaak Damen, Stadsraad-Steenbergen,01-05-2016  
stadsraad[email protected]

Ps. Wij zijn als Stadsraad Steenbergen geen actiegroep, maar vertegenwoordigen de inwoners van Steenbergen. Maar als je dit verhaal leest zou je toch je bedenkingen gaan krijgen. Het is en blijft een informatie avond waar voor en tegen, Zoet of Zout,  met respect voor ieders standpunt moet worden bezien en behandeld. Het draait allemaal deze avond om nieuwe feiten, het voortschrijdend inzicht, ‘de bewustwording’. 

 


ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

| 25-11-2015 | 01:25 uur |


 

ONGEZOUTEN KRITIEK OP PLANNEN GREVELINGEN EN VOLKERAK

 

Om een eigen doel te bereiken signaleert men eerst een probleem, bij voorkeur een milieuprobleem. Er wordt geconstateerd dat er sprake is van slechte waterkwaliteit, van areaalverlies of van verloren waarden. Het aanpakken ervan klinkt idealistisch en onbaatzuchtig en is een goed middel om een breed draagvlak te verwerven. De eigen plannen worden aangedragen als de oplossing, waarbij tevens een rooskleurig toekomstbeeld wordt voorgespiegeld. Vervolgens drukt men het eigen doel door.

Vaak lukt het ook nog om subsidiebronnen aan te boren. Dat maakt de realisatie goedkoper en met een beetje creativiteit kan men zelfs van een rendabel project spreken. De werkelijke kosten worden verhuld en de onderbouwing stoelt op halve waarheden. Heel wat natuurorganisaties, projectontwikkelaars en overheidsinstanties werken al jaren met deze succesformule en welvaartsgeld verdwijnt zo in een bodemloze put. Dat ook de Rijksstructuurvisie Grevelingen –Volkerak-Zoommeer deze werkwijze niet schuwt, illustreert ir. W. Lases in onderstaand artikel.  

Natuurlijke gelaagdheid in de Grevelingen
Door verbinding met de Noordzee via een kokersluis blijft het Grevelingenmeer in hoge mate zout. Die kokersluis was eigenlijk ontworpen om het Grevelingenmeer zoet te maken en te houden. In het verlengde van een veranderd beleid inzake de Oosterschelde is indertijd ook de beslissing genomen om het meer vooralsnog zout te houden en niet zoet te maken. Een zoet Grevelingenmeer zou echter niet alleen voor Schouwen-Duiveland, maar voor de hele Zuidwestelijke Delta van grote betekenis zijn. Kenmerkend voor zo’n groot en diep zoutwaterbekken,  komt er zowel thermische- als zoutgelaagdheid voor.  Gelaagdheid is een fenomeen van alle diepere meren in Nederland en geeft een zuurstofloze onderlaag. In het Grevelingenmeer bevinden zich in het westelijk deel twee oude diepe zeegeulen. De zuidelijke geul is het diepst, meer dan 35 meter. Het grensvlak ligt op 16 meter diepte (stichting Anemoon 2013) met een overgang van afnemend zuurstofgehalte vanaf 9 meter. Ook is waargenomen dat het omhoog kwam tot ca. 6 meter onder het oppervlak. Er is geen reden te bedenken waarom dit nog verder omhoog zou komen.

Van sommige beleidsmakers mag deze natuurvorm niet bestaan en daarom wordt de gelaagdheid plots als een ‘waterkwaliteitsprobleem’ aangemerkt. Nu wil men met een brede bres van 4 meter diep in het noordelijk deel van de Brouwersdam gedempt getij brengen op het Grevelingenmeer. Wettigen de beperkte belangen zo’n fundamentele grote ingreep die honderden miljoenen kost en waarbij de weg naar een zoet Grevelingenmeer in de toekomst onmogelijk wordt? 

Gelijk met de uitvoering van de bres in de Brouwersdam wil men turbines voor getijdenenergie plaatsen. Dit project zal zelfs met extra overheidssubsidie en alle voorinvesteringen nauwelijks rendabel kunnen zijn. Bovendien is onbekend wat voor schade die turbines aan de zeedieren toebrengen. Men verwacht, dat het getij door de bres een zodanige menging teweeg zal brengen, dat de zuurstofloze laag wordt opgeruimd, maar dit zal niet het geval zijn. Wel zal het grensvlak van de zuurstofloze onderlaag omlaag worden gebracht. Er zijn echter andere mogelijkheden om dit te bewerkstelligen, zoals het aanbrengen van een dichtheidsscherm voor de kokersluis. Zo’n scherm is aan de onderkant open en zuigt als een stofzuiger in de laagwaterfase het zuurstofloze water aan de bodem naar de Noordzee en in de hoogwaterfase wordt zuurstofrijk water vanuit de Noordzee naar de onderlaag gevoerd. Deze keuze is veel goedkoper en houdt de toekomstmogelijkheid van een zoet Grevelingenmeer open. 

Objectivering ook noodzakelijk bij het Volkerak-Zoommeer (VZM) Een ‘waterkwaliteitsprobleem’ kan zich al voordoen als onder de gegeven omstandigheden de waterkwaliteit naar het gevoelen van de mens een negatieve wending neemt en men er last van krijgt. Objectivering is daarom een eerste vereiste. Men constateerde blauwalgenbloei in een beperkte periode van de zomer op het VZM. Esthetisch niet prettig en het kan huidirritatie veroorzaken. Elke milieuomslag kenmerkt zich door tijdelijke explosieve groei van enkele organismen. De kunst is geduld te hebben met de natuur en er zoveel mogelijk met de vingers van af te blijven. Intussen is door het ontstane natuurlijke evenwicht van het zoete milieu de blauwalgenbloei sterk afgenomen. Wat men een waterkwaliteitsprobleem noemde, was in wezen een ecologische eruptie. Bij verzilting ligt wederom een vergelijkbare plaag, ditmaal van zoutresistente blauwalgen, voor de hand. Blauwalgen kunnen dan ook geen reden zijn voor zo’n drastische maatregel als verzilting. Dan blijft de stelling over, dat men zoet water zou besparen en dat er op termijn te weinig zoet water zou zijn om aan het afgesproken criterium van max. 450 mg Cl’/l te voldoen. Men vergeet dat er vóór de aanleg van de delta-infrastructuur veel meer zoet water van de grote rivieren ten goede kwam aan de Zeeuwse wateren, waardoor er een grote schakering aan lagere zoutgehaltes was, van belang voor het grondwater en de zoetwaterhuishouding op de eilanden. Men vergeet dat men aan het potverteren gaat van een gemengde overgangslaag in de bodem, die een buffer vormt tegen een te snelle verzilting. Men rekent zich ten onrechte rijk en waarvoor? Voor een schijntje meer zoet water voor Midden en West Nederland? Tevens wordt door een zout VZM een zoet Grevelingenmeer onmogelijk. Het benodigde zoete water om het VZM zoet te houden is er wel degelijk. Men verlaat nu zonder noodzaak een zoetwaterzone en brengt bewust verzilting verder het land in. 

Kritiek op loze plannen 
Met het Manifest Waterpoort en het lobbyen voor een getijdencentrale in de Brouwersdam lag er binnen de kortste keren een rijksstructuurvisie voor de regio, dat nog sneller tot stand kwam dan het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta. We mogen intussen concluderen dat zowel een bres in de Brouwersdam als een zout Volkerak-Zoommeer onnodig en ongewenst zijn. Maar inspraak blijkt een wassen neus en de plannen worden kost wat kost doorgezet. In kringen van biologen is de noodzaak van een zout VZM omstreden en Vlaanderen wenst het ook niet. De weerstand en de kritiek op de planvorming is hevig en groeit. Aanvankelijke voorstanders raken overtuigd van het feit dat verzilting weinig goeds kan brengen.

Gelukkig komt er op dit soort loze plannen steeds meer ongezouten kritiek vanuit regionale milieugroepen,waterschapspartijen, politiek, agrarische belangen en ideële organisaties. Het einde van ondoordachte planvorming en opportunisme moet dan ook in zicht komen.

Ir. Wil Lases

 

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24: WAT IS DE WAARHEID -4

 

| 28-03-2015 | 00:10 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 24

 

Wat is de waarheid? – 4

 

roode vaart 2De landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.

Op pagina 6 van het antwoord gaat de minister in op het scenario “waarbij de quaggamossel zich permanent en in voldoende mate kan vestigen in het Volkerak-Zoommeer”. Zij erkent dan dat “de waterkwaliteit blijvend kan verbeteren.” Zij geeft daarbij aan dat bij een scenario waarbij de quaggamossel in aantal terugloopt de overlast aan blauwalgen kan toenemen. Dat is een open deur! Wat je in de visie van Ons Water moet doen is het de quaggamossel makkelijk maken zich te vestigen door bijvoorbeeld harde ondergronden toe te voegen aan zijn biotoop waarop hij zich graag hecht. 

Op pagina 6 merkt de VVD fractie op dat het scenario dat er niets zal gebeuren niet ondenkbaar is. “De financiering is immers nog niet rond.”

In het antwoord op pagina 7 stelt de minister dat “Als er geen financiering komt dan blijft de verwezenlijking van het ontwikkelperspectief (voorlopig) beperkt tot realisatie van de projecten Flakkeese spuisluis en Roode Vaart (1e fase) en uitvoering van de deltabeslissing Zoetwater.”

Verzilting is dus nog lang geen gelopen race! 

De VVD-fractie wilde op pagina 7 graag weten “op welke wijze de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer op peil blijft zolang het zoet is”. Het antwoord is deels verbijsterend en zeker openhartig: “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.” Hier erkent de minister feitelijk dat Rijkswaterstaat zich de afgelopen jaren niet heeft gehouden aan het afgesloten Waterakkoord. Er is weliswaar getracht om de in de zomer oplopende chloridegehaltes te beteugelen met extra doorspoelen met zoet water uit het Hollands Diep maar dat was er niet altijd in voldoende mate en dan liepen de chloride gehaltes alsnog op.

Als bewijs hiervan een citaat uit Milieueffectrapport waterkwaliteit Volkerak-Zoommeer (april 2012) pagina 87/88: “In het “droge” jaar 2003 werd door het stopzetten van de inlaat voor doorspoeling de norm voor het chloridegehalte bij de meetpunten Bathse Brug en mond van het spuikanaal herhaaldelijk overschreden.”. Dit laat ook zien wat de term “enige jaren uitgesteld” betekent in het antwoord van de minister. Minimaal 10 jaar!!

Positief in het antwoord is dat de minister toezegt te gaan onderzoeken of naast het herstel van het zoet-zoutscheidingssysteem “het mogelijk is via extra doorspoelen van het meer voorafgaande aan het groeiseizoen, het zoutgehalte in het Volkerak-Zoommeer omlaag te brengen”. 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 20: WAT IS DE WAARHEID?

 

| 28-02-2015 | 11:00 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 20

Wat is de waarheid? 

 

oestersDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In het kader van het schriftelijk overleg over de ontwerp-rijksstructuurvisie hebben de Tweede Kamer fracties van de VVD, de PvdA, de SP en het CDA schriftelijke vragen gesteld, die door de Minister van Infrastructuur en Milieu, Schultz van Haegen, zijn beantwoord.

In de komende afleveringen van (natte/zoute) droom of nachtmerrie zal ik de inhoud van die antwoorden nader beschouwen.  

Op pagina 2 van het antwoord is gesteld: “De uitgevoerde analyses in het kader van de MKBA leiden wel tot de conclusie dat er substantiële mosselbaten zijn omdat het terugbrengen van getij op de Grevelingen en zout en getij op het Volkerak-Zoommeer kweekcondities voor schelpdieren (met name mosselen en oesters) creëert, die vergelijkbaar zijn met die van vóór de Deltawerken.” De vraag is of dit waar kan zijn? Voor de Deltawerken was het zoutgehalte  van de Oosterschelde, de Krammer, het Vokerak en wat nu het Zoommeer is, aanzienlijk lager. Ook was het water voedselrijker omdat zoet voedselrijk Rijn en Maas water deze wateren bereikte en voor een zoet/zout overgangsmilieu zorgde. Het komt mij voor dat hier de wens de vader van de gedachte is.  

Op pagina 4 van het antwoord is gesteld: “De zoetwatermaatregelen maken onderdeel uit van het pakket maatregelen behorend bij Deltabeslissing Zoetwater. Deze maatregelen zijn geprogrammeerd en geagendeerd in het kader van het Deltafonds. Daarbij is alleen sprake van een financiële bijdrage van regionale overheden en dus niet van een separate bijdrage van ondernemers.” Dit is een deels misleidend antwoord. Als regionale overheden een bijdrage leveren, zal die zich altijd vertalen naar hogere belastingen. Soms is dat zelfs één op één het geval. Bijvoorbeeld hoe een eventuele bijdrage door het waterschap vertaald zou worden in de tarieven. Als het waterschap in het kader van de zoetwatervoorziening voor de landbouw geld investeert, zal dat rechtstreeks en volledig doorwerken in de tarieven (hectareheffing) voor de landbouwers. Dus ook al betaalt het waterschap, uiteindelijk betalen dan de landbouwondernemers dit voor de volle 100 % terug. Dus dat ondernemers geen ‘separate’ bijdrage leveren is op papier juist, maar in harde euro’s op termijn feitelijk een onwaarheid.  

Op pagina 5 van het antwoord is gesteld: “De waterkwaliteit in de Grevelingen verbetert autonoom niet. Voor het Volkerak-Zoommeer is er de afgelopen jaren wel sprake van een lichte verbetering van de waterkwaliteit. Dat komt door de dalende nutriëntenbelasting (fosfaat en stikstof) vanuit de omringende wateren en gebieden. Deze daling is het gevolg van de uitvoering van de Nitraatrichtlijn en de emissiewetgeving die onder de Kaderrichtlijn Water valt. De prognose is echter dat de gehaltes aan nutriënten in het Volkerak-Zoommeer in ieder geval tot 2021 te hoog blijven om te voldoen aan de eisen die de Kaderrichtlijn Water aan stilstaande zoete meren stelt.” Het antwoord klopt, maar toch is enige relativering op zijn plaats. Impliciet erkent het antwoord dat de gehaltes aan nutriënten vermoedelijk blijven dalen. Bij de waterkwaliteit is echter geen sprake van “een lichte verbetering van de waterkwaliteit” maar van een forse! (zie natte 15). Het is juist dat de kans groot is dat tot 2021 de KRW eisen niet gehaald zullen worden. Maar dat is voor misschien wel 90 % van de KRW wateren in Nederland het geval. Die gaan we dan toch niet allemaal verzilten?? 

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 18: STEEDS MEER NATUURORGANISATIES GAAN OOK VOOR ZOET!

 

| 15-02-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 18

 

Steeds meer natuurorganisaties gaan ook voor zoet!

 

gele lisDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten.  

Nu meer zienswijzen inzake de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” bekend worden, blijken steeds meer natuurorganisaties ook voor behoud van de huidige zoete situatie te zijn. Voorbeelden zijn de Stichting Sirene, Natuur en Landschap Goeree Overflakkee (NLGO) en Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland (NVSD) 

De hoofdconclusies in de zienswijze van Stichting Sirene zijn:

1. Het is geen goed besluit. De voordelen wegen niet op tegen de nadelen
2. Het besluit is onzorgvuldig voorbereid
3. Het besluit is niet uitvoerbaar.
Sirene concludeert dat dit besluit voor de natuur meer nadelen heeft dan voordelen en (deels los daarvan) in de juridische zin niet uitvoerbaar is.

Uit de gecombineerde zienswijze van Natuur en Landschap Goeree Overflakkee (NLGO) en Natuur- en Vogelwacht Schouwen-Duiveland (NVSD) zijn de navolgende citaten afkomstig: “We zijn tot de conclusie gekomen dat de RGV eerder een politiek spoor dan een ecologisch spoor beloopt, terwijl het uitgangspunt toch was het verbeteren van zowel de ecologische kwaliteit als de waterkwaliteit van beide gebieden. Dat eerste blijkt niet te gebeuren en het tweede is in ieder geval in het KVZM geen verbetering maar een systeemverandering met alle risico’s van dien. Daarbij is nauwelijks ruimte geboden aan de veranderde inzichten door de ontwikkelingen in de laatste 5 jaren. De ecologische onderbouwing van de MER en natuur effecten studie (NES) zijn naar onze mening onvoldoende en gezien de huidige snelle veranderingen in het KVZM ook sterk gedateerd. Het sterk verminderen van soorten waarvan internationaal waardevolle aantallen in het KVZM voorkomen wordt naar onze mening weggemoffeld en weggeschreven. Wij betreuren de lichtvaardige onderbouwing en gebrekkige inhoud van de MER en de NES. Dit doet geen recht aan de huidige ecologische waarden in beide systemen.”

“Zoet Volkerak-Krammer-Zoommeer behouden, om huidige positieve ontwikkelingen kans te geven.” 

Waren 10 jaar geleden de natuurorganisaties nog eensgezind voor verzilting van het Volkerak-Zoommeer, onder hen zijn er nu steeds meer die vinden dat je niet om de enorme verbetering van de waterkwaliteit heen kunt. Ook zij zijn gaan inzien dat het belangrijk is de huidige zoete natuurwaarden te behouden en een verdere verbetering van de waarden af te wachten en een kans te geven.   

Louis van der Kallen

 


(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17: HET STOPT NOOIT

 

| 08-02-2015 | 11:30 uur |


 

(NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 17

 

Het stopt nooit

 

werediDe landsregering heeft de “ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer” vastgesteld en daarmee het voornemen kenbaar gemaakt een beperkt getij terug te brengen in het Volkerak-Zoommeer en deze wateren op termijn te verzilten. 

In artikel 6 in deze reeks omschreef ik reeds de honger naar zoet water en de gevolgen van het Rotterdamse beleid rond de Nieuwe Waterweg vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw. Ik eindigde dat artikel met een verzuchting: “Het wordt tijd dat de landelijke politiek zijn werk gaat doen en doorkrijgt dat vanaf eind jaren vijftig van de vorige eeuw de rest van Nederland gebruikt wordt als zoetwaterleverancier voor de eeuwig hongerige Nieuwe Waterweg. Rotterdam moet ophouden de problemen die haar havenactiviteiten veroorzaken af te wentelen op de rest van Nederland.” 

Deze week werd duidelijk dat Rotterdam gewoon doorgaat met anderen op te zadelen met de gevolgen van haar beleid. Het Havenbedrijf Rotterdam wil de Nieuwe Waterweg wederom verdiepen om de scheepvaart een betere toegang te geven tot het Botlekgebied. Uit een voorbereidende rapportage van november jl. blijkt dat dieper water leidt tot meer instroom vanaf de Noordzee, waardoor de instroom van zout water richting Rotterdam toeneemt en de zoutindringing en de bodemerosie versterkt. Dit zal op termijn weer leiden tot een grotere zoet water vraag vanuit de regio Rotterdam, omdat weer meer inlaatpunten van zoet water voor drinkwater en de landbouw daar zullen verzilten. Het wordt dan zeer de vraag of er voor ons gebied net als in het verleden steeds minder zoet water beschikbaar zal zijn.

Op 4 februari gaf de heer P. Hordijk (provincie Zuid-Holland) in het stadhuis van Bergen op Zoom een presentatie over de plannen met het Volkerak-Zoommeer. Nu kijk ik altijd kritisch naar de betogen van mensen die op de loonlijst staan van de provincie Zuid-Holland en daarmee, voor mij, primair verbonden zijn met de belangen van Rotterdam. Dus ook naar de inhoud of het gebrek daaraan van een presentatie over de voor West-Brabant belangrijke veranderingen aan de waterkwaliteiten van het Volkerak-Zoommeer.

De heer Hordijk stelde dat de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer niet geworden was wat men er in 1987 van verwachtte. Wat mij dan altijd opvalt is dat na z’n constatering men niet uitlegt wat de oorzaken daarvan zijn. In artikel 7 in deze reeks heb ik al een tipje van de sluier opgelicht. De hoofdoorzaak is het steeds oplopende gebrek aan zoet water om het Volkerak-Zoommeer door te spoelen en op die wijze de verzilting en de ontwikkeling van blauwalgen tegen te gaan. Dat gebrek aan zoet water kent maar één oorzaak en die is begonnen met de aanleg van de Nieuwe Waterweg en het keer op keer verdiepen daarvan en de aanleg van meer havens langs die Nieuwe Waterweg en het daardoor steeds toenemende (zoute) vloedvolume. Als dit proces niet stopt zal er straks vaker, zelfs voor de inlaat via de Roode Vaart, geen zoet water zijn voor onze landbouw en industrie.

Het wordt tijd dat de oude strijdkreet van de Hertog van Brabant “Were Di” over het Hollands Diep zal klinken. En wij onze kaarten gaan aanpassen en het Hollands Diep veranderen in Brabants Water! Het lijkt nooit op te houden. De heren van Holland blijven proberen zich Brabants bezit toe te eigenen.

Was het eind van de 15e eeuw de graaf van Nassau die de gorzen ten noorden van Gastel en ten westen van Zevenbergen opeisten (hetgeen bestreden werd door de heer van Bergen op Zoom), nu zijn het de havenbaronnen van Rotterdam die ons van het kostbare zoete water willen beroven. Moge de geest van Hertog Jan weer over ons komen. Nu is het niet meer aan de Grote Raad van Mechelen om recht te spreken maar aan het parlement om recht te doen. Helaas is dat voornamelijk een Randstad bedoening. Were Di!

Louis van der Kallen