OVER WATER – 171:’GELE VESTJES’

 

| 12-01-2019 | 10.00 uur |


 

OVER WATER – 171: ‘GELE VESTJES’

 

De waterschapsverkiezingen komen er aan. Dat was zelfs te merken op de nieuwjaarbijeenkomst van het waterschap Brabantse Delta. De nieuwe secretaris/directeur hield een inspirerend betoog met een vooruitblik naar het jaar 2019. Hierin zat zelfs een ontkleedpartijfase, waarbij het even leek of er een invasie was van de gele hesjes. Het bleken enthousiaste waterschapmedewerkers met op hun ‘gele vestjes’ inspirerende ideeën om de opkomst voor de verkiezingen te verbeteren.

Zand/Olivijn (Een andere oplossing voor het CO2 vraagstuk)

In de boekenbijlage van het economiekatern van de NRC van zaterdag 9 september 2018 stond een artikel met de kop; “De moderne wereld is gebouwd op zand. En nu raakt het op”. Met als subtitel: “Beton, microchips, glas: onze samenleving is ondenkbaar zonder zand. Maar het wordt schaarser en er worden zelfs mensen om vermoord.” Het artikel laat zien dat er vele soorten zand zijn met vele toepassingen. Met zand van een specifieke korrel grote en vorm worden steden van beton gebouwd.

Vince Beiser heeft het boek “The World in a Grain: The Story of Sand and How It Transformed Civilization” geschreven. Met tal van oplossingen om tot een meer duurzame zandwinning en gebruik van zand te komen.

In Over Water 152 schreef ik over andere manieren om het CO2 probleem aan te pakken. “Bijvoorbeeld het gebruik van het mineraal olivijn, een magnesium-ijzersilicaat. Olivijn reageert snel met het CO2 in de atmosfeer. De eindproducten van de reactie zijn, afhankelijk van de samenstelling van het olivijn, magnesiumcarbonaat, siliciumoxide (zand) en ijzeroxide. Door op grote schaal olivijn te vermalen en het maalsel uit te strooien, bijvoorbeeld op onze stranden, wordt CO2 uit de lucht gehaald. De opbrengst van de CO2 heffing zou gebruikt kunnen worden om effectief en op grote schaal CO2 uit de lucht te halen door olivijn te vermalen en uit te strooien. We kunnen er onze kustverdediging mee versterken of gronden ophogen en tegelijkertijd de CO2 reductie doelstellingen van Parijs halen.” Misschien is hier een combinatie mogelijk. Te starten met onderzoek hoe olivijn zodanig te vermalen tot specificaties dat het na de reactie met CO2 uit de atmosfeer te gebruiken is in toepassingen waar nu het steeds zeldzamere zand in wordt gebruikt. Van ophogen van gronden, beton, tot het bouwrijp maken en zandsuppleties van stranden en het ophogen van dijken. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 168: (NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 41 WAT IS DE WAARHEID?

 

| 22-12-2018 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 168: (NATTE/ZOUTE) DROOM OF NACHTMERRIE – 41 WAT IS DE WAARHEID?

 

Op 7 december stond er op pagina 10/11 van Stad en Streek Bergen op Zoom in BNdeStem een groot artikel met als kop en inleiding: “Miljarden voor brug, sluis en weg”. ”De grootste onderhoudsbeurt ooit van Rijkswaterstaat staat voor de deur en duurt tien jaar. De kosten bedragen 3 miljard euro.” “Rijkswaterstaat pompt tot 2030 ruim 3 miljard euro in de renovatie en vervanging van Zeeuwse bruggen, sluizen en wegen. In het Portaal van Vlaanderen in Terneuzen zijn Zeeuwse instanties als provincie, gemeenten, waterschap en de NV Westerscheldetunnel gisteren bijgepraat over de grootste onderhoudsoperatie ooit van Rijkswaterstaat. De komende tien jaar worden 27 Zeeuwse sluizen, bruggen, wegen en andere objecten – zoals oevers en doorlaatmiddelen – aangepakt.”

Nieuwsgierig en achterdochtig als ik ben, vroeg ik mij onmiddellijk af: zit daar ook het al jaren uitgestelde onderhoud in van de zoet/zoutscheiding in bij voorbeeld de Krammersluizen en de Bergse Diepsluis? Omdat ik dingen graag uit de eerste hand weet gebruikte ik het contactformulier op de website van Rijkswaterstaat die dag om een mail te versturen met de volgende tekst: “Vandaag staat er in BNdeStem een groot artikel “Miljarden voor brug, sluis en weg Infrastructuur Rijkswaterstaat. De grootste onderhoudsbeurt ooit van Rijkswaterstaat staat voor de deur en duurt tien jaar. De kosten bedragen 3 miljard euro.” Waar kan ik de informatie vinden waarop dat artikel is gebaseerd? Mijn aandacht richt zich vooral op het al jaren uitgestelde onderhoud aan de sluizen rond het Volkerak-Krammer-Zoommeer systeem. Waar kan ik vinden wat er en wanneer aan onderhoud gaat plaatsvinden?”

Na enige tijd ontving ik een reactie op mijn vraag. “Onze reactie: Onderstaand doen wij u een link toekomen, waarin u de informatie betreffende  de verjongings- en vernieuwingsopgave voor oude tunnels, viaducten, sluizen en bruggen tot 2028 kunt vinden.”

https://www.rijkswaterstaat.nl/nieuws/2018/11/opnieuw-40-bruggen-sluizen-en-tunnels-geselecteerd-voor-opknapbeurt.aspx

Er zijn nogal wat verschillen tussen het artikel en het nieuwsbericht van Rijkswaterstaat:
– Geen 3 miljard maar 1,5 miljard voor de komende 10 jaar.
– Niet alleen voor Zeeland, maar voor heel Nederland.
– Voor de sluizen in Zeeland  staat volgens het nieuwsbericht van Rijkswaterstaat alleen de besturingsinstallatie op het programma.

Met iedere schutting komt ’t zoute binnen

Mijn achterdocht is groot. Het onderhoud aan de sluizen is al vele jaren uitgesteld. Dat uitstel heeft geleid tot een sluipende verzilting van het Volkerak Zoommeer systeem. Over de sluipende verzilting schreef ik eerder. In maart 2015 schreef ik in “Wat is de waarheid 4” al nadrukkelijk over het achterstallig onderhoud. Toen was de minister helder en openhartig “Zolang het Volkerak-Zoommeer zoet is zal Rijkswaterstaat de afspraken nakomen die zijn opgenomen in het Waterakkoord Volkerak-Zoommeer (2001) over het chloridegehalte in het meer. Om dit te kunnen doen is groot onderhoud aan het zoet-zout scheidingssysteem in het Krammersluizencomplex nodig. Dit is enige jaren uitgesteld in afwachting van een besluit over een zoet of zout Volkerak-Zoommeer. Hierdoor is er sprake van een grotere lek van zout door deze sluizen.” Toen erkende de minister feitelijk dat Rijkswaterstaat al jaren zich niet heeft gehouden aan het in 2001 afgesloten Waterakkoord. Sommige teksten blijven actueel. In (natte/zoute) droom of nachtmerrie 34 (december 2015) schreef ik: “Er is maar één echte oplossing en dat is herstel van de zoet/zout scheiding door het achterstallig onderhoud aan de Krammersluizen nu eindelijk eens uit te voeren. Een halfslachtig waterakkoord is niet meer dan een doekje voor het bloeden. Nu moet eindelijk de wond echt eens gehecht worden. Dan pas ontstaat er weer vertrouwen bij de agrariërs dat het kan gaan werken en de afspraken na gekomen worden.” In (natte/zoute) droom of nachtmerrie 29 (mei 2015) schreef ik over de “grote leugens”. Ik weet nu weer niet wat waar is. Maar ik, en veel agrariërs (die afhankelijk zijn van goed zoet water) en veel recreatieondernemers en recreanten in het Volkerak/Zoommeer gebied willen wel graag weten wat er nu echt gaat gebeuren en wanneer. Graag voor hen vindbaar op websites van Rijkswaterstaat, zodat zij daar rekening mee kunnen houden voor de toekomst. Een mooi verhaal in de krant is voor hen ‘geen brood op de plank’. Goed zoet water wel. Nu komt met iedere schutting ’t zoute binnen, dat moet eindigen! 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 165: GEBEURDE HET ALTIJD MAAR SOBER

 

| 01-12-2018 | 09.00 uur |


 

OVER WATER – 165: GEBEURDE HET ALTIJD MAAR SOBER

In de Tweede Kamer werden recent vragen gesteld over de duurder wordende dijkversterkingen. Dijkversterkingsprojecten in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) blijken met regelmaat duurder uit te pakken dan aanvankelijk binnen het HWBP was begroot. Als voorbeeld werd de dijkversterking Gorinchem-Waardenburg langs de Waal gememoreerd, die twee keer zo duur uitgevoerd gaat worden dan aanvankelijk begroot. CDA-Kamerlid Jaco Geurts vroeg de minister of de nieuwe risiconormering de dijken duurder maken. Als dat zo is, moet dan de normering worden aangepast of moet het budget van het HWBP omhoog, vroeg hij zich af.

Volgens minister van Nieuwenhuizen zijn aanvankelijk de kosten van dijkversterkingsprojecten vastgesteld op grond van algemene kengetallen en nu worden de projecten doorgerekend op de echte kosten. “Dat zou kunnen betekenen dat de projecten duurder uitvallen en dan moeten we kijken hoe alles nog soberder kan” aldus de minister.

Ik denk niet dat dit het gehele antwoord is. Ik denk dat de voortgaande politisering van het waterschapsbestuur ook de kosten opjaagt. In juli 2018 schreef ik het stukje “het moet niet gekker worden”, naar aanleiding van een artikel in de media (ANP) met de kop: “Waterschap gaat dijk verlagen na verzet dorpsbewoners”. De dijken rond het Noord-Limburgse dorpje Aijen worden toch niet hoger dan oorspronkelijk afgesproken. Politieke bestuurders worden steeds wankelmoediger als het gaat om ‘eisen’ van burgers. Inspraak en burgerparticipatie leiden, naar mijn ervaring, tot steeds meer tegemoetkomingen naar burgers die de kosten van dijkversterkingen opjagen. Ook worden, om aan die eisen tegemoet te komen, steeds meer technische oplossingen gezocht terwijl vroeger veel vaker werd geaccepteerd dat een hoger wordende dijk ook breder wordt. Uitzichten moeten naar de wens van de ‘eisende’ burgers ook geborgd worden met dure oplossingen en soms belachelijke toezeggingen als dijkverlagingen als gevolg. Mijn eindconclusie in het stukje in juli was: “Dit voorval laat dan ook zien dat de politisering van het waterschapsbestuur in 2008 geen winst is voor de kwaliteit en (financiële) duurzaamheid van de beslissingen.”

Ik verbaas mij ook over de reactie van de minister “nog soberder”. Het probleem is dat sober feitelijk simpel is. Hoger betekent breder. Maar in dit volle landje met politici, die niet verder denken dan de volgende verkiezing en de dijkverbeteringsronde van vandaag in combinatie met ‘participerende’ burgers, is sober uit de mode. Technische oplossingen gecombineerd met het modewoord innovaties leiden tot onnodige kostenstijgingen en korte termijn oplossingen. Als aan de normen die nu gelden wordt voldaan is het volgens veel politici al OK. Terwijl, zeker als het gaat om dijkversterkingen, men zou moeten realiseren dat ook volgende versterkingen kosteneffectief tot stand moeten kunnen komen. Dijken liggen er voor honderden jaren. En zullen dus zo ontwikkeld en versterkt moeten worden dat ook toekomstige waterschapbestuurders kosteneffectief door kunnen gaan met versterkingen. Ik zie tal van voorbeelden waarbij niet wordt nagedacht over de verdere toekomst. Wie dan leeft die dan zorgt lijkt het uitgangspunt van de politieke bestuurders.

De suggestie van het eventueel aanpassen van de normen is helemaal het kind met het badwater weggooien. 

Louis van der Kallen

 


IN MEMORIAM PETER FRANKEN

 


| jaar 1 | nr. 002 | 29-08-2018 |

 

(geluid aanzetten in video)

 


 

 

OVER WATER – 140: WIE ZAL DAT BETALEN EN WINDMOLENS OP PRIMAIRE KERINGEN

 

| 09-06-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 140: WIE ZAL DAT BETALEN EN WINDMOLENS OP PRIMAIRE KERINGEN

 

Wie zal dat betalen

Onder de kop: “geld in plaats van woorden tegen hoosbuien” was in Binnenlands Bestuur te lezen dat gemeenten, provincies en waterschappen op korte termijn geld willen zien van het kabinet om beter te kunnen optreden tegen hoosbuien. “Anders dreigen de gevolgen van de klimaatverandering vooral terecht te komen bij burgers en bedrijven.” Volgens deze lagere overheden zijn de hevige buien van de afgelopen week een ernstige voorbode van wat ons te wachten staat. Snelle maatregelen om schade door wateroverlast en langdurige droogte te voorkomen vinden zij nodig. Analyses laten zien dat als er niets wordt gedaan, we tot 2050 ruim 71 miljard euro schade tegemoet kunnen zien.

Ik ben het met de koepels van de gemeenten (VNG), de provincies (IPO en de waterschappen (UVW) eens dat haast en aanpakken nu nodig is. Maar wat let hun? De kosten komen altijd bij de burger uit. Of dat nu via de gemeentelijke belasting is of via de waterschapslasten. Betaald zal er moeten worden. Eerst naar een ander kijken, is een typisch Nederlandse manier om de verantwoordelijkheid van niets of te weinig doen op het bordje van een ander te schuiven.

Het orkest zonder naam verwoordde het al in de jaren vijftig (de herbouw jaren):

Wie zal dat betalen
Wie heeft dat besteld
Wie heeft zoveel ping ping-ping
Wie heeft zoveel geld

Er lijkt niets veranderd!

Het gaat om aanpassingen in de openbare ruimte, waardoor het water meer ruimte krijgt. Het gaat om meer groen en tijdelijke wateropslag. Bij nieuwe bouwplannen en herinrichtingen rekening gaan houden met de klimaatverandering enz. Kortom, taken waar gemeenten en waterschappen voor dienen te staan. Er is een groot maatschappelijk vraagstuk dat nu om een oplossing en aanpak vraagt. Welke overheid het werk doet en welke overheid het betaald is uiteindelijk voor de burger niet relevant. Het is altijd de burger en het bedrijfsleven die de kosten, die de overheid maakt, betaald. Waterveiligheid is bij uitstek een maatschappelijk goed en daarmee in ons land een overheidstaak. Niet lullen maar poetsen zou ik zeggen. De voorzitter van de Unie van Waterschappen vindt dat de “schop nu de grond in gaat”. Dat vind ik ook. In het besef dat uiteindelijk het de burgerij is die voor de kosten opdraait, zou ik zeggen ga aan de slag. De burger beseft heel goed dat het niet uitmaakt of hij door de hond of de kat gebeten wordt, betalen moet hij toch. Dan heeft hij er baat bij dat hij zo snel mogelijk geboden krijgt waar hij behoefte aan heeft: waterveiligheid en bescherming van zijn have en goed.

Dus ophouden met het schijngevecht over ‘wie zal dat betalen’ en aan de slag, want het werk is groot en zal vele jaren in beslag nemen. Ga aan het werk! Geen woorden maar daden! Wachten kan niet meer!

Windmolens op primaire keringen

Op donderdag 7 juni bezocht ik, op uitnodiging van Joost Pellens van Innogy, een symposium met als titel: “Samen vorm geven aan de regionale energietransitie: duurzaam, innovatief en betaalbaar.”, met een onderdeel “windturbines op primaire keringen”. In een zaal vol windmolen-enthousiasten zag ik een bijzonder sheet voorbij komen met de titel “Wat is een faalmechanisme” met zeven faalmechanismen van dijken. Er werd uitleg gegeven over de combinatie van de dijkverbetering van de Oostpolderdijk en de plaatsing van drie windmolens daarop. Als de dijkverbetering is voltooid en de molens geplaatst zijn, kan het een goede zaak zijn ter plaatse eens een werkbezoek af te leggen en alle ins en outs nader te bekijken en hoe daarmee als dijkbeheerder om te gaan.

Een aantal onderdelen van de presentatie vond ik verwarrend omdat door elkaar termen worden gebruikt als ‘op’ en ‘in’ de dijk. Ik ken locaties waar bomen op een dijk staan en toch niet in een dijk. Dat kan omdat de dijk een formeel profiel heeft en de bomen staan in een laag grond die daarop is aangebracht. Wat onderbelicht bleef zijn de beschermingszones van een dijk (voor en achter de dijk) en wat die voor kansen zouden kunnen bieden. Voor waterschappers is een windmolen op/in een dijk iets beangstigend. Geen gedonder of risico’s nemen met een dijk is het uitgangspunt voor velen. Ook voor mij. Toch moet je bereid zijn ook naar die mogelijke multifunctionaliteit te kijken.

Het symposium werd opgeluisterd door de Sandlake City Jazzband. Zes mannen die met liefde, plezier, ritme en gevoel musiceerden. Van hun muziek heb ik genoten. Wat zouden zij een mooie aanvulling zijn voor het jazzweekeinde van Bergen op Zoom of Breda.

 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 139: WATER WEBSITES VOOR SCHOLIEREN

 

| 02-06-2018 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 139: WATER WEBSITES VOOR SCHOLIEREN

 

De Denker van Rodin met spiegeling

De afgelopen week was wateroverlast door stortbuien bijna dagelijks in het nieuws. Ook kleine projecten in jouw omgeving kunnen een bijdrage leveren de overlast in de toekomst te beperken. Denk mee. Praat er over op school of met buurtgenoten en ga zelf op onderzoek uit naar wat er in jouw stad, dorp, buurt, straat of tuin zou kunnen. Denk mee! Als je in West-Brabant woont of studeert, ben ik altijd bereid mee te denken.

Ik onderzoekwater.nl biedt HAVO en VWO scholieren hulp bij het maken van een profielwerkstuk over water. De website geeft ideeën voor werkstukken die gaan over water. Het onderzoek wordt uitgevoerd bij een waterschap, waterleidingbedrijf of gemeente. Onderwerpen zijn ingedeeld in thema’s als drinkwater, klimaatverandering, water en natuur, overstromingen. Zoek je naar een onderwerp voor een werkstuk over ‘water’ dan is dit een pracht van een website om inspiratie op te doen.

Een andere website waar scholieren ideeën op kunnen doen voor werkstukken is http://waterwindow.org/

Is een gehele school op zoek naar een lange termijn onderwerp om leerlingen te betrekken bij hun omgeving en het klimaat dan is “meet je stad” een idee uit Amersfoort mogelijk iets om na te volgen. Klimaatverandering is een thema wat aan de orde zou moeten komen bij de inrichting en gebruik van de (openbare) ruimte. De gevolgen zijn groot voor Nederland. Maar wat betekenen al die veranderingen voor je eigen omgeving? Hoe warm is het in jouw straat? En een paar straten verderop? Hoe kunnen we per wijk of buurt bepalen wat er nodig is om in de toekomst zo weinig mogelijk negatieve gevolgen van klimaatverandering te ondervinden? Is er nu soms al sprake van  wateroverlast of hittestress? Wat kan eraan, per wijk, straat of buurt gedaan worden? Mogelijk kun je samen met anderen uit de buurt of met je school in samenwerking met de gemeente voor meer groen in je wijk zorgen, zodat het water wordt opgenomen bij hevige regen en de straat koeler blijft bij hitte.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 128: NATUURONTWIKKELING, DE GLASAAL EN SYNCHRONE BESLUITVORMING

 

| 17-03-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER 128: NATUURONTWIKKELING, DE GLASAAL EN SYNCHRONE BESLUITVORMING

 

Op internet kom ik soms iets tegen wat me blij maakt en hoop geeft voor de toekomst. Als waterschapbestuurder en liefhebber van (water)natuur wil ik twee van die zaken deze week onder de aandacht brengen.

Het eerste is een natuurontwikkelproject waarin delen van een agrarische bedrijf omgevormd zijn tot landgoed Leijkant nabij Tilburg en toegevoegd aan het Natuurnetwerk Brabant. Dit omvat onder andere het weer laten meanderen van een beek en de aanleg van een bos en twee kikkerpoelen.

Het tweede is een monitoringsproject waarbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van de aantallen glasaal met als oogmerk bewustwording en als doel de glasaal het makkelijker te maken vanuit de Noordzee onze binnenwateren te bereiken.

Gelezen

“Synchrone besluitvorming” (2017), een boek over versterkend handelen van tussenpersonen in meervoudige besluitvorming van onderzoeker Jitske van Popering-Verkerk. Het is een promotieonderzoek naar de complexe besluitvorming in de Zuidwestelijke Delta rond het programma Zuidwestelijke Delta. Mede naar aanleiding van de besluitvorming rond het dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak werd ik al in het voorwoord getroffen door de vragen: “Hoe komt het dat overheden keer op keer elkaar de wind uit de zeilen nemen, om zo eerder hun eigen doel te bereiken?  Hoe komt het dat overheden elkaar vooral de loef afsteken, in plaats van ruimte aan elkaar geven? Hoe komt het dat overheden vaker op ramkoers liggen, dan dezelfde koers varen?  Het proefschrift van Jitske is een prachtige reconstructie van 18 jaar ‘samenwerken’ in de Zuidwestelijke Delta, maar de voorgaande vragen zijn in mijn beleving nauwelijks beantwoord.

Het proefschrift bevat een veelheid van aanbevelingen. Mijn kort door de bocht conclusie, op basis van het proefschrift, is netwerken om te komen tot een meer synchrone besluitvorming!

Naar aanleiding van het voorgaande boek heb ik ook gelezen “Management in netwerken” (2007) geschreven door Max Herold. Het onderstaande citaat van Max Herold laat de andere kant zien van de netwerkbenadering.

“Daarbij sluiten ook twee bezwaren tegen een netwerkbenadering aan: Bij besluitvorming in netwerken is het proces en het spel belangrijker dan de inhoud: feiten en causaliteiten zijn immers ‘slechts’  sociale constructies en onderhandelbaar. Wanneer inhoud sterk wordt gebagatelliseerd, lijkt het spel van de besluitvorming alleen nog maar door macht te worden bepaald. Het laatste argument kan men natuurlijk ook omdraaien: een netwerkbenadering gaat uit van de gedachte dat iedere partij in een netwerk een eigen perspectief op de werkelijkheid heeft en dus ook gerechtvaardigde belangen heeft.”

Door het lezen van beide boeken is mijn inzicht in dit soort processen wel gegroeid, Maar of ik en/of mijn opvolgers als bestuurders, met als opdracht dijken te versterken en die dijken ook voor te bereiden op een duurzame veilige toekomst, er echt iets aan hebben, waag ik te betwijfelen. Voor waterschapbestuurders, die net als ik, gevormd zijn in niet politieke waterschappen rest straks alleen de herinnering aan een tijd dat het nog ging om de inhoud en de toekomst van de generaties na ons. Politiek blijkt een systeem dat gericht is op de korte termijn, terwijl waterbeheersing en waterveiligheid, naar mijn gevoel, gericht dienen te zijn op de lange termijn, tot honderden jaren toe.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 127: MEDICIJNRESTEN IN WATER: EEN GROEIEND PROBLEEM

 

| 03-03-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER 127: MEDICIJNRESTEN IN WATER: EEN GROEIEND PROBLEEM

 

Mede door de vergrijzing gebruiken we in Nederland steeds meer medicijnen waarvan de resten uiteindelijk in sloten en rivieren terecht komen. Dat is niet goed voor het waterleven en problematisch bij de bereiding van drinkwater.

Ik schreef over dit onder werp eerder het artikel “resistente bacteriën en onze zuiveringen”. In Over Water 68, over de STOWA bijeenkomst op 1 december 2016, schreef ik over de mogelijke aanpak van onder andere dit probleem en naar aanleiding  van het verschijnen van het rapport “Bronnen van antibioticaresistentie in het milieu en mogelijke maatregelen” van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Over Water 105.

Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) komen er in Nederland per jaar circa 140.000 kilo medicijnresten in het water terecht en dat wordt mede door de vergrijzing steeds meer. In de Ketenaanpak Medicijnresten uit Water werken de Rijksoverheid, de waterschappen, de drinkwaterbedrijven, gemeenten, de farmaceutische industrie en partijen uit de zorgsector aan het terugdringen van medicijnresten in oppervlakte- en grondwater. De afgelopen periode is er veel geïnvesteerd om het probleem inzichtelijk te krijgen. Via de hotspotanalyse van onderzoeksinstituut STOWA is er een inschatting op welke RWZI’s van de waterschappen de grootste knelpunten zitten. De hotspotanalyse geeft een inschatting waar de knelpunten het grootst zijn. Bijvoorbeeld locaties met relatief veel lozingen op een klein water of beek. Ook specifieke functies, zoals bijvoorbeeld oppervlaktewater als bron voor drinkwaterbereiding, zijn hierbij van belang. Regionaal vraagt dit om nader onderzoek en analyse. Experimenteren en kennis delen zijn belangrijk. Het verschilt per gebied welke keuzes er gemaakt zullen moeten worden. Regionaal kan het nodig zijn om extra te zuiveren. Het is dan wel nodig dat de veroorzaker van het probleem, de farmaceutische industrie, een bijdrage levert aan de kosten van het extra zuiveren. Maar hier ligt ook een taak voor de burger (geen medicijnen weggooien via het riool), ziekenhuizen en de verzorgingsinstellingen (aparte opvang van urine). Een gezamenlijke aanpak bij de bron – wat er niet in komt, hoeft er ook niet uit – past hierbij en voorkomt onnodige lozingen naar riool- of oppervlaktewater. Hier ligt een taak voor iedereen!

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 114

 

| 21-10-2017 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 114

 

Gelezen/gevonden
In het tijdschrift ‘Riolering’ van oktober 2017 staat een artikel met de kop: “het riool als toeristische attractie”. Riolen bezoeken begint hip te worden. Rioolwater komt zo zelfs op de recreatieagenda van burgers en schoolkinderen. In het artikel wordt, in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta, de Grebbe beschreven. Een middeleeuwse watergang die in de jaren twintig van de vorige eeuw het hoofdriool werd van Bergen op Zoom. Er werd ook verwezen naar het rioolmuseum in Brussel. De website van dit museum is zeker een bezoek waard.

Een andere website die de aandacht verdient van mensen die zich verdiepen in ‘waterproblemen’ is de website www.klimaateffectatlas.nl. Deze website geeft globaal per locatie in Nederland informatie van de te verwachten klimaateffecten tussen nu en 2050.  Als voorbeelden de effecten voor mijn eigen woongemeente Bergen op Zoom: het aantal dagen met een temperatuur van gelijk of boven de 25 graden neemt toe van 20 á 30 dagen per jaar nu, naar 40 á 50 dagen per jaar in 2050 en het aantal dagen gelijk of boven de 30 graden neemt toe van 3 á 6 dagen per jaar naar 12 á 15 dagen per jaar, met alle gevolgen voor mensen die last hebben en gezondheidseffecten van warmte ervaren. Voor meer (betrouwbare) klimaatinformatie kijk eens op https://www.kennisvoorklimaat.nl/ of ter aanvulling en vergelijking op https://www.klimaat.be/nl-be/

De Ministerraad heeft in december 2016 de Nationale Klimaatadaptatie Strategie (NAS) vastgesteld. Deze NAS moet, mijn inziens, voor iedere Nederlandse overheidsinstantie de leidraad worden van haar handelen. 

14 oktober
De onthulling van een kunstwerk onder een viaduct over de Hoofseweg te Oosterhout. Het kunstwerk is ontworpen door Laura Evens en Vera Vermeulen en vormgegeven door grafisch vormgever Heidi Rombouts. Marian Witte heeft samen met buurtbewoners en andere betrokkenen het kunstwerk onthuld. Ik was de bestuurlijke vertegenwoordiger van het waterschap.

17 oktober
De vergadering van het dagelijks bestuur met als agendapunten o.a. de deelname aan het Deltaplatform, de samenwerking in de Zuidwestelijke Delta en de inzet van het waterschap bij toekomst scenario’s. Besproken is ook de rol/houding van het waterschap bij activiteiten van derden. 

19 oktober
In de middag de onthulling van een aantal veenpalen op landgoed Pannenhoef te Rijsbergen. Zelf mocht ik een veenpaal bij de Bijloop onthullen.

In de avond fractievergadering van Ons Water/West-Brabant Waterbreed over onder andere de AB agenda van volgende week en mijn opvolging in het DB en de verkiezingen in 2019.

Louis van der Kallen



OVER WATER – 113: DE MERWEDEBRUG/ WATERMANAGEMENT CENTRUM

 

| 14-10-2017 | 09.00 uur |


 

OVER WATER – 113

 

9 oktober
Bestuurlijk overleg evaluatie Merwedebrug A27 in het gemeentehuis van Gorinchem. Hier stond de eindrapportage evaluatie crisisbeheersing Merwedebrug op de agenda. In mijn ogen een gedegen rapport wat in haar conclusies behoorlijk kritisch is. In het rapport viel mij op dat er met veel belanghebbenden is gesproken, maar dat zich onder hen geen enkele bestuurder bevond. Heel veel mensen van RWS en ambtenaren van diverse overheden en ministeries en vertegenwoordigers van belangenorganisaties maar geen enkele bestuurder. In de mooie ronde raadszaal van Gorinchem onder een groot gemeentewapen met de inspirerende spreuk “fortis creantur fortibus” (dapperen brengen dapperen voort) bespraken vooral bestuurders met de leidinggevenden van RWS de rapportage.  Ik vond het best dapper dat de vertegenwoordigers van RWS open en voor mijn gevoel eerlijk de discussie met de bestuurders aangingen. Het verbaast mij dan wel is dat de voor de hand liggende conclusies niet getrokken worden. Uit de discussie bleek dat van de 70 cruciale bruggen in het rijkswegennet er nu ruim 20 nader bekeken/doorgerekend worden.

De waterschappen proberen bij dijkversterkingen in toenemende mate rekening te houden met toekomstige klimaatontwikkelingen/scenario’s en kijken daarbij soms 100 jaar vooruit. Ik constateer dat de afgelopen tientallen jaren RWS juist geen rekening heeft gehouden met te verwachten ontwikkelingen in het verkeer. De afgelopen 50 jaar zijn vrachtwagens steeds zwaarder geworden en is er steeds vaker sprake van ‘exceptioneel’ transport over rijkswegen. Ook het scheepvaartverkeer is de afgelopen 50 jaar enorm veranderd. Grotere/bredere schepen en een toenemend motorvermogen. Het valt mij dan op dat relatief nieuwe bruggen eerder niet meer voldoen dan oude. De eerste Moerdijkbrug, gebouwd in de jaren dertig van de vorige eeuw voldoet op zijn huidige locaties (Spijkernissebrug en de Keizersveerbrug) nog steeds aan de eisen gesteld voor het huidige wegtransport. Maar die stamt dan ook uit een tijd dat ingenieurs bepalend waren en niet zuinige politici, terwijl nieuwe bruggen steeds vaker risico’s blijken op te leveren. En ook de risico’s van het scheepvaartverkeer zijn door de grotere motorvermogens lengte- en breedtegroei toegenomen. Met die ervaringen zou je verwachten dat met de bouw van nieuwe bruggen of dijkverbeteringen rekening gehouden zou worden met mogelijke toekomstscenario’s van het weg- en watertransport. Niets van dat al, men rekent en blijft vooralsnog rekenen met de huidige normen die afgestemd zijn op de huidige situatie.

Ook bij de huidige discussie over de dijkverbeteringen langs de Amertak loop ik als waterschapbestuurder hier tegen aan. De steenbestortingen zijn hier en daar beschadigd door de toename van met name het motorvermogen van de vrachtschepen. Te verwachten is dat zowel het motorvermogen als de gewenste scheepvaartklasse (door mogelijke havenontwikkelingen in Oosterhout) verder zal toenemen. Toch is een aanpassing op die mogelijke ontwikkelingen nu niet bespreekbaar. Plannen tot verbetering gaan uit van het huidige gebruik van de Amertak. Voor mij een gemiste kans.   

Tijdens de discussie kwam bij mij ook de vraag op of provinciale en gemeentelijk bruggen wel allemaal voldoen aan de eisen die het huidige verkeer stelt en wie dit controleert.

10 oktober
Bestuurlijk overleg met de gemeente Gilze en Rijen met wethouders Willem Starreveld en Aletta van der Veen. Agendapunten waren onder andere: de EVZ Boomkikker, de inrichting Lange Rekken, het programma versnelling EVZ landstad de Baronie, de wateroverlast Broekakkers, de visie klimaatadaptatie Gilze en Rijen en in de rondvraag de mogelijkheden van een fietspad langs de Gilzer/Rielsebaan.

In de avond heb ik een presentatie over het waterschap gehouden voor Sociëteit De Phoenix te Zevenbergen.

11 oktober
In de middag Bestuurscommissie Weerijs-Zuid en in de avond een thema AB over participatie à la Brabantse Delta “kansen en uitdagingen van de netwerksamenleving”.

12 oktober
Ik ben naar het symposium NEN  ‘klimaatadaptatie van praktijk tot standaard’ geweest in een gebouw van RWS in Lelystad. Voor mij WAS dat tot 12 oktober ‘heilige grond’. In dit RWS gebouw is het Watermanagementcentrum Nederland gevestigd dat het watersysteem van onze grote rivieren in de gaten houdt. In dat centrum is ook gevestigd een mooie expositie van hoe dit gebeurt. Waarom WAS? Ik had het gebouw nog geen 5 minuten betreden of ik werd door een medewerker van de beveiliging tot de ‘orde’ geroepen. Ik bleek een zondaar. Ik had zomaar de twee onderstaande foto’s genomen en dat was tot mijn verbijstering VERBODEN! Verboden te fotograferen in een gebouw betaald van mijn belastingcenten. Zonder dat iemand in staat bleek uit te leggen dat het fotograferen van de architectuur van een gebouw of een expositie (waterstaats) gevaarlijk zou zijn. Of de privacy van wie dan ook zou aantasten. Ik zou toestemming moeten vragen, maar de beveiliger bleek niet te weten bij wie? Ik heb als gezagsgetrouw persoon binnen maar geen foto’s meer gemaakt.

Of ik bij het weggaan met het buiten fotograferen van onderstaand verbodsbordje alsnog in overtreding ben weet ik niet.  Raar vind ik het wel. Een pracht van een expositie en je mag dat met foto’s niet laten zien. Noch mag je als geheugensteuntje van een tekst een foto maken. Noch staat ergens (althans ik heb het, bij mijn bezoek, niet gevonden) wie bevoegd is toestemming te geven. Voor mij is het Watermanagementcentrum Nederland geen ‘heilige grond’ meer. ‘Heilige grond’ moet in mijn visie openbaar zijn en trots uit stralen met wat er te zien en te leren is en de wijsheid die te zien is willen verspreiden en ten dienste laten zijn van een ieder die zich voor die wijsheid wil openen.    

Het symposium was ondanks de voorgaand beschreven ‘valse start’ voor mij informatief en leerzaam.  De bijdrage van een spreker namens het CROW kennisplatform liet zien dat veel van de huidige normen voor de aanleg en ouderhoud van wegen en verhardingen in het licht van de gewenste klimaatadaptatie niet meer actueel zijn, maar nog wel de maat zijn waar ontwerpers mee werken! In de discussie verzuchtte een medewerker van het ingenieursbureau Witteveen + Bos dat het tijd werd de ‘ontwerplat’ bij dijken en wegen, in het licht van de gewenste en noodzakelijke klimaatadaptatie, hoger te leggen. Een kreet naar mijn hart! In de lezingen/discussies kwamen o.a. voorbij de city deal klimaatadaptatie en het KANS Netwerk waar Breda deel vanuit maakt.  Stuk voor stuk mooie projecten die bol staan van de goede ideeën.

13 oktober
In de morgen bestuurlijk overleg Bedijkte Maas in Ravenstein. Ik verving daar de dijkgraaf. Agendapunten waren onder andere: de actualisering van de gebiedsvisie Bedijkte Maas en de lange termijn ambitie Bedijkte Maas.

In de middag een overleg met vertegenwoordigers van de Stichting Beleef de Keenesluis.

Louis van der Kallen