OVER WATER 126: PHARIO EN WATERPUBLICATIES

 

| 24-02-2018 | 09.45 uur |


 

OVER WATER 126: PHARIO EN WATERPUBLICATIES

 

Het waterschap initiatief Phario (PHA bioplastics) heeft de titel ‘Water Innovator of the Year 2018’ gewonnen. Phario was één van de genomineerden tijdens de Water Innovator of the Year verkiezing die georganiseerd werd door het Watervisie platform.

PHARIO is een samenwerking tussen waterschap Brabantse Delta, Waterschap De Dommel, waterschap Scheldestromen, waterschap Hollandse Delta, Wetterskip Fryslan, Energie en Grondstoffen fabriek, SNB, HVC en Paques. De PHARIO partners ondersteunen ook verder onderzoek en ontwikkeling via Wetsus en TU Delft.

Bestuurlijk ben ik betrokken bij het waterschap Brabantse Delta. Ik vind het dan ook fantastisch dat onze medewerkster Etteke Wypkema zo’n prominenten rol speelt in de ontwikkeling van bioplastic uit afvalwater. Mijn complimenten aan allen die werken aan dit mooie en maatschappelijk belangrijke project.

Gelezen

  • Recent is verschenen het Jaarbeeld 2017 van het waterschap Rivierenland. Voor mij het voorbeeld hoe een waterschap kan laten zien wat het in enig jaar heeft gedaan en waarom en hoe het waterschapwerk vorm krijgt. Een jaarbeeld wat navolging verdient.
  • In het boek “Drinking Water” van de hand van James Salzman kwam ik de uitgifte in 1774 tegen van “Water Works notes” een vorm van bankbiljetten uitgegeven door de City of New-York. De waterwerken die met de uitgifte van deze biljetten werden gefinancierd waren niet alleen een geldrevolutie, maar waren ook een sociale revolutie. Een overheid erkende dat hier een taak lag voor de overheid om collectief een infrastructuur tot stand te brengen die belangrijk was voor de samenleving.
  • Gelezen/bekeken het fotoboek “Met andere ogen” over de natuur in Zundert. De natuur die van Gogh inspireerde. Een prachtige fotoboek door Riet Pijnappels en Ed Michels.

Louis van der Kallen

 


U BENT GEWAARSCHUWD/ KLIMAATVERANDERINGEN

 

| 17-02-2018 | 10.00 uur |


 

U BENT GEWAARSCHUWD

 

Japanse Duizenknoop Fallopia Japonica

De Japanse duizendknoop is een exoot die ooit als sierplant naar Nederland kwam. Nu heeft de plant zich door het hele land verspreid en nu woekert hij in dijken, tuinen, bermen, bossen en langs de waterkant. De wortels van de Japanse duizendknoop maken dijken, fietspaden, wegen, funderingen en muren kapot en groeit dwars door zaken zoals elektriciteitskasten.

De plant oefent dan een behoorlijke druk uit op de muur of het wegdek. En hij groeit hard: als de stengels in het voorjaar uitlopen, kunnen ze in drie tot vier weken 1,5 meter omhoog schieten. Doordat de duizendknoop sterk is en snel groeit, is de plant een grotere bedreiging dan bijvoorbeeld boomwortels en taai helmgras dat ook door scheuren en gaten groeit.

Als bestuurder van een waterschap ben ik mij bewust van de dreiging voor onze dijken door de Japanse duizendknoop. Ik raad dan ook iedere bestuurder van een waterschap of gemeente aan kennis te nemen van een filmpje van RTV Oost. Zoals wel vaker hebben onze zuiderburen hun eigen oplossing gevonden. Opeten, de Japanse duizendknoop smaakt naar rabarber. De plant kan verwerkt worden tot compote; in stukjes snijden en 20 minuten koken in water met suiker.

Bestrijden is noodzaak en stop met dit soort uitheemse soorten te planten in de tuin.

 

KLIMAATVERANDERINGEN

Ik dacht dat de aandacht voor door de mens veroorzaakte c.q. beïnvloede klimaatverandering van recente datum was. Door het lezen van het boek “Drawdown” ben ik er achter dat reeds vele wetenschappers hier in het verleden op hebben gewezen waarvan Alexander von Humboldt volgens een artikel in Drawdown de eerste was.

Voor het eerst in 1800, tijdens zijn reis door Zuid-Amerika, verbond hij menselijk handelen met veranderingen in de natuur en de mogelijke invloed op de atmosfeer en daarmee op het klimaat door ontbossingen.

In 1831, na zijn reis door Rusland en Siberië, stelde hij dat de door de mensheid veroorzaakte vernietiging van de bossen lange termijneffecten veroorzaakten op het klimaat. Hij verwees daarbij niet alleen naar ontbossingen, maar ook naar grootschalige irrigaties en naar de grote hoeveelheden stoom en gas, geproduceerd in industriële complexen. Alexander von Humboldt was zijn tijd ver vooruit. Des te verbijsterender is het dat er heden ten dage nog politici zijn die de mede door de mens veroorzaakte klimaatveranderingen ontkennen.

Louis van der Kallen

 


VOORLANDEN

 

| 10-02-2018 | 10.00 uur |


 

VOORLANDEN

 

Begin 2017 is de Projectoverstijgende Verkenning (POV) Voorlanden gestart. Dit is een verkenning die voor het waterschap Brabantse Delta binnen het dijkversterkingsproject Geertruidenberg/Amertak en toekomstige projecten in dit gebied grote gevolgen kan hebben.

Waarom? De effecten van het voorland kunnen gevolgen hebben voor het ontwerp van de nieuwe Slikpolderdijk en mogelijke buitendijkse dijkverbeteringen in dit gebied en de noodzaak tot compensatie van de eventuele verloren gegane ruimte voor de rivier. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt zich op het standpunt dat het Rijk wel instemt met buitendijkse versterkingen, als binnendijkse versterking redelijkerwijs niet mogelijk is, maar vasthoudt aan de noodzaak dat er ook bij geringe waterstandverhogingen volledig gecompenseerd wordt.  De argumentatie van het Rijk daarvoor is dat andere initiatiefnemers die activiteiten ontplooien die tot waterstandverhoging leiden dit ook moeten compenseren.

In het gebied van de dijkversterking Geertruidenberg/Amertak spelen in de nabij toekomst mogelijk een drietal projecten waarbij deze compensatie aan de orde kan komen, te weten:

  • de mogelijke uitbreiding van de jachthaven op de oostelijke Dongeoever waarbij gedacht wordt aan een sluisje om de jachthaven bij hoogwater af te kunnen sluiten. 
  • een mogelijke verandering van een afslag van de A59 en de effecten/mogelijkheden daarvan op de waterkeringen ter plaatse. 
  • en de verkenning afsluiten Amertakken in geval in dit gebied verdere dijkversterkingen/verhogingen noodzakelijk zouden zijn.

Waterschappen zoals Brabantse Delta hebben met Rijkswaterstaat een gezamenlijk belang voor de waterveiligheid in het Rivierengebied. We hebben elkaars ruimte (zowel van de waterschappen als van Rijkswaterstaat) nodig om te werken. Daarbij is het belangrijk alleen buitenwaarts te versterken indien binnendijks redelijkerwijs niet mogelijk is en dat als buitenwaarts versterkt wordt, geringe waterstandverhogingen worden toegestaan en compensatie, ook met eerder ontstane ruimte voor de rivier, bijvoorbeeld met een dijkverlegging zoals bij de Slikpolder mogelijk is.

Het Rijk lijkt bereid om compensatie mogelijk te maken buiten een project, bijvoorbeeld door mee te koppelen met andere projecten, dan wel te compenseren binnen de Lange Termijn Ambitie Rivieren (compensatie per riviertak en op termijn). Nu is het zaak de ruimte voor de rivier die ontstaat door de verlegging van de Slikpolderdijk te reserveren als toekomstige compensatie voor de projecten in  het gebied Geertruidenberg/Amertak die ruimte nemen van de rivier, zoals de mogelijke afsluiting van de Amertakken.  De POV Voorlanden inventariseert ook en zoekt oplossingen voor mogelijke ‘belemmeringen’ bij de berekening in de benodigde dijksterkten ingeval van voorlanden. Met als doel te komen tot een optimale weging van voorlanden. Deze POV is derhalve van belang voor het uiteindelijke ontwerp van de nieuwe Slikpolderdijk. Hierbij zijn een aantal elementen van belang: techniek (o.a. effect voorland in hydraulische belasting), beheer (o.a. juridische zeggenschap en natuur beheer), organisatie (o.a. besluitvorming over activiteiten in het voorland), financieel (o.a. levensduur en meekoppelen bij externe initiatieven zoals bijvoorbeeld een haven) en beleid (o.a. combineren functies in voorland). Kortom er is veel dat met betrokkenen besproken moet worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 125: HERDENKING KAPELSCHE VEER

 

| 03-02-2018 | 10.00 uur |


 

OVER WATER – 125: HERDENKING KAPELSCHE VEER

 

31 januari

Vandaag ben ik naar de herdenking van de strijd om Kapelsche Veer geweest. Het was de eerste herdenking bij het vernieuwde monument. Bij de herdenking waren vertegenwoordigers van de geallieerde strijdkrachten die deelnamen aan de strijd en Harry Prescott (95) een oud strijder die aan de strijd had deelgenomen.

De ambassadrice van Canada was aanwezig en militaire attachés (van Engeland en Noorwegen) en andere diplomatieke vertegenwoordigers (van België en Polen). Samen met andere  organisaties legden zij bloemen en kransen. Wethouder van Groos verhaalde de geschiedenis en de ontwikkeling van het monument. Als waterschapbestuurder voel ik mij in hoge mate betrokken bij de Overdiepse Polder, de gevallenen en bij het monument (ik schreef daar, naar aanleiding van mijn afscheid, recent over). Bij het Ruimte voor de Rivier project was het monument een belangrijk punt van aandacht. Het monument werd in de plannen bij het gebruik van de Overdiepse Polder voor waterberging een eiland. Een herkenbaar baken, waar het stenen gedeelte en de treurwilg hun plaats behielden.

In april 2016 schreef ik over de treurwilg na de grote stormschade aan de boom op de dijk bij de Overdiepse Polder: “Deze boom maakt een wezenlijk deel uit van het herdenkingsmonument ter nagedachtenis aan de gevallenen bij de slag om Kapelsche Veer. De treurwilg werd in de slag nagenoeg totaal vernietigd, maar overleefde en herleefde, net als zijn omgeving. De treurwilg maakt deel uit van een uniek monument. Mijn uitgangspunt is dat de inzet moet zijn de boom een overlevingskans te bieden. Snel ingrijpen is dus noodzakelijk om deze boom die kans te geven. Hij is onlosmakelijk verbonden met de slag en het monument. Niet alleen voor de bewoners van de Overdiepse Polder maar voor gehele omgeving.” Ook nu bij het hernieuwde en uitgebreide monument is voor mij de treurwilg, die het allemaal heeft meegemaakt, een wezenlijk onderdeel van het monument. Het stenen deel van het monument en de treurwilg zijn voor mij één en ondeelbaar!

Ik vond het dan ook een ontsiering van de herdenking dat tijdens de krans- en bloemenleggingen een fotografe van het Brabants Dagblad vanaf de dijk waar de treurwilg op staat fotografeerde. Zij bevond zich tijdens het fotograferen tussen de treurwilg en het stenen deel van het monument. Tijdens een plechtigheid als deze vind ik het ongepast het monument te beklimmen en daarmede het zicht op het monument (de boom) te verstoren. Juist bij plechtige monumenten is het betreden van het monument, naar mijn gevoel, niet gepast. Ik vond het ook raar dat de fotografe klaarblijkelijk dacht dat het fotograferen van de kransleggers en het publiek belangrijker was dan het feit dat er kransen bij het monument werden gelegd. Toen ik in de gelegenheid was aan het einde van de plechtigheid haar daarover aan te spreken werd ik betiteld als een “zeikerd” en voegde ze toe “ik maak toch niks kapot”. Ook wees ze mij erop dat noch de gemeente noch de politie het haar verbood. Het feit dat ik een ‘zeikerd’ ben bestrijd ik niet. Dagelijks ontlast ik mij meerdere malen van overbodige lichaamsvloeistoffen. Ook wil ik bevestigen dat zij met haar bescheiden voetmaat in materiële zin, behoudens wat gekrenkte grassprietjes, niets kapot maakte. In immateriële zin echter vind ik dat er wel veel door haar kapot werd gemaakt, zoals: het respect voor hen die herdacht werden, het respect voor de gelegenheid, het respect voor de vertegenwoordiging van hen die vielen en het respect voor de integriteit van het monument op een moment dat betreden ongepast is. Ja, er werd niet ingegrepen door de aanwezigen van de gemeente, door de politie of door aanwezige militairen. Had dat gekund zonder de gelegenheid te verstoren? Ik denk het niet. Zij en enkele anderen stonden op het monument voordat iemand er erg in had. Ingrijpen was dan een verstoring van iets wat plechtig en respectvol zou moeten zijn.

Jammer dat een vertegenwoordigster van een medium als het Brabantse Dagblad zelf niet door heeft dat niet alles kan voor een ‘mooi’ plaatje. Ik was niet de enige die er zo over dacht. Ik ben mij er van bewust dat degenen die met mij er schande overspraken overwegend oude grijze ‘zeikerds’ zijn. ‘Zeikerds’ die nog gevoel hebben bij wat er in de winter 1944/45 is gebeurd en waar het monument in hun ogen voor staat. Jammer dat hun gevoel voor hoe het hoort en respect een andere is dan die vertegenwoordigster van het Brabantse Dagblad.

In de vergadering van het Algemeen Bestuur werd die avond mijn opvolger in het Dagelijks Bestuur verkozen. Niels Mureau. Ik zal als lid van het Algemeen Bestuur hem ondersteunen en controleren bij het vervullen van de mooie taak het waterschap Brabantse Delta mee te besturen.

Louis van der Kallen