ANDERS KIJKEN 18


| 01-12-2021 |

 

Duurzaamheid kent vele vormen. Als je als gemeente werkelijk ‘duurzaam’ wilt gaan werken, moet je bij alles wat je doet of wilt gaan doen denken: hoe kan dit duurzamer? Welk probleem je ook wilt aanpakken, je moet dan kijken naar hoe je met materialen ‘dichter bij huis’ je doelstellingen kan verwezenlijken.

Je kan als gemeente denken “dat zoeken de regelgevers in Den Haag en Brussel maar uit”. Je kan echter ook denken “wat kunnen wij zelf eraan doen?”. Amsterdam doet een proef waarbij de gemeente begint met het planten van een speciale kamperfoelie die de luchtkwaliteit langs de A10 bij de Zuidas kan verbeteren. De plant is extra harig en is speciaal voor het zuiveren van fijnstof gekweekt. Het gaat om een project dat een onderzoeksbudget heeft gekregen van het nieuwe Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Studies.

De Provincie Noord-Brabant is in september gestart met een pilot ‘vergroenen’ van geluidsschermen. De provincie wil testen of het planten van een speciale kamperfoeliesoort tegen geluidsschermen bijdraagt aan een afname van fijnstof langs de weg. Twee voorbeelden van de aanpak van fijnstof.

Daar ben ik blij mee want ook uit oogpunt van biodiversiteit, klimaatadaptatie en goed waterbeheer is met vergroening van geluidschermen milieuwinst te halen. Maar als men in Brabant en Bergen op Zoom met vergroening van betonnen geluidschermen aan de slag gaat, zou ik ook graag zien dat men met het beton zelf aan de slag gaat en niet wacht tot dat anderen dit doen. Lees ter inspiratie het artikel “vergroenen van harde oppervlakken kan”. Te lezen in de BSD-nieuwsbrief van 17 juli 2016.

Ook andere bomen, heesters, mossen en vetplanten hebben de eigenschap dat ze fijnstof uit de lucht vangen en vasthouden. Het fijnstof spoelt daarna bij een regenbui van de planten af en komt zo op de grond terecht. In de bodem wordt het fijnstof dan door micro-organismen afgebroken. Duurzaam is hier: op een andere manier meer integraal naar zaken kijken. Laat ook de afdelingen openbare ruimten/groenvoorzieningen meedenken in oplossingen voor problemen van de gemeente.

 

Louis van der Kallen.


ANDERS KIJKEN 17


| 16-11-2021 |

 

Als ik op vakantie ben kijk ik altijd of ik iets zie, waarbij ik denk: dat is een mooie toepassing! Zo ook op mijn vakantie op de Faeröer eilanden. Daar viel mijn oog op een apparaatje (zie foto) in de haven van Thorshavn dat olie en klein drijvend vuil verzamelde. Op internet vond ik daarvan een filmpje dat de werking perfect in beeld brengt. Ook als je van een leuk muziekje houdt of een blik wil werpen op een plek waar je nooit zal komen (Thorshavn) is het filmpje van een minuut het bekijken waard. Iedere (jacht-)haven van ons land verdient zo’n apparaatje. Het wordt tijd dat de wereld anders leert kijken.

 

Louis van der Kallen.

 

 


ANDERS KIJKEN 16


| 15-11-2021 |

 

In Over Water 145 (augustus 2018) schreef ik onder andere over het boek “drawdown” dat tal van oplossingsrichtingen geeft om het CO2-probleem aan te pakken. Een CO2-‘oplossing’ waarover steeds vaker wordt geschreven is het mineraal olivijn, een magnesium-ijzersilicaat. Olivijn reageert snel met het CO2 in de atmosfeer. De eindproducten van de reactie zijn, afhankelijk van de samenstelling van het olivijn, magnesiumcarbonaat, siliciumoxide (zand) en ijzeroxide. Door olivijn te vermalen en dan eenvoudig uit te strooien, bijvoorbeeld over ons zandpad in de tuin, kunnen wij zelf in de CO2 reductie een bijdrage leveren. Olivijn is in Nederland verkrijgbaar bij GreenSand.

In de Volkskrant van 2 oktober 2021 werd deze CO2-oplossing nader uitgewerkt in het artikel “Laat de oceaan het oplossen”. Daarin doet Gert-Jan Reichart (hoogleraar mariene geologie en betrokken bij NWO-NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research) de suggestie de landmassa van IJsland te gaan vermalen en het maalsel in zee te storten, waarna het olivijn de CO2 in het zeewater bindt en het zeewater weer CO2 uit de lucht kan opnemen. Die vulkanische rotsen bevatten veel olivijn. Volgens hem is dit de enige manier om de CO2 concentratie in de lucht omlaag te krijgen en te gaan voldoen aan de eis van de maximaal 1,5 graad opwarming.

Als het niet lukt de uitstoot van CO2 te beperken, zullen we echt aan het verwijderen ervan moeten gaan denken.

 

Louis van der Kallen.


ANDERS KIJKEN 15


| 12-11-2021 |

 

De klimaatcrisis en de energiecrisis dwingen ons op een andere manier naar energie en energieopwekking te kijken. Er zijn in Parijs afspraken gemaakt en vastgelegd in het klimaatakkoord. De energietransitie is onderweg. Daarbij zijn zon en wind belangrijke routes naar een ander energielandschap. Ook ons landschap veranderd daarmee en dat is wennen. In ons waterrijke landje waar grond een schaars goed is bied het wateroppervlak kansen.

China gaat ons voor met grote zonneprojecten op het water. En natuurlijk, we zijn Nederlanders, zitten aan zonneparken op water tal van haken en ogen. Anderzijds zullen we linksom of rechtsom ons aan de afspraken die we hebben gemaakt moeten houden. Dat is ook in ons eigenbelang want de klimaatverandering en de gevolgen, extremer weer en de zeespiegelstijging, raken ons ook.

Binnen het waterschap Rivierenland zijn recent proeven geweest met zonneparken/projecten op oppervlaktewater (de foto is beschikbaar gesteld door het waterschap Rivierenland). Er ligt in dat waterschap ook een voor Europese begrippen supergroot zonnepark. 17 hectare op een voormalige zandwinplas in de gemeente Druten. Dat is een zonnepark op relatief diep water. Voor ons mogelijk een voorbeeld.

De proeven in Rivierenland laten zien dat zonneparken op ondiep water, op het water en op de biologie daarin, gevolgen heeft. De ecologie, en daarmee de biotoop, verandert. Vermindering van zuurstof in het water en daardoor minder plantengroei en minder kans op bloei van algen.

Wat zijn de kansen voor Bergen op Zoom? We staan als gemeente voor een grote opgave de doelen van de Regionale Energiestrategie met de duurzame energie-ambities tot 2030 te realiseren. Dat is voor onze gemeente, met veel bossen een haast onmogelijke opgave! Tenzij we bereid zijn anders te kijken. We zijn ook een waterrijke gemeente. Het is op zijn minst een reden om te kijken wat op het water zou kunnen.

Waar valt dan aan te denken:

  • Misschien aan het noordelijke deel van de Binnenschelde (5 tot 10 hectare van een plas van 185 hectare),

  • De Broecke Haven (de voormalige werkhaven van Rijkswaterstaat die nu niet meer gebruikt wordt.

  • Een deel van het Zoommeer (het oostelijke deel tussen de Noordlandseweg en de westelijke dijk van het bedrijventerrein Noordland). Nu een gebied met hoge blauwalg risico’s.

Het mooie van deze locaties is dat de genoemde mogelijke waterlocaties bij elkaar liggen en gecombineerd zouden kunnen worden met locaties op de dijken/oevers die deze wateren omarmen. Tijd voor een andere blik en het besef dat onze energiewereld kan en moet veranderen. Wij zijn allemaal aan zet. En dat kan met respect voor de natuurwaarden in het gebied. Misschien kunnen de (nieuwe) biotopen zelfs een verrijking blijken.

 

Louis van der Kallen.


ANDERS KIJKEN 14


| 11-11-2021 |

 

 

BOMEN

Het belang van groen en een prettige leefomgeving is met de lockdowns nog eens extra belangrijk gebleken. Bomen zijn een belangrijk onderdeel van het zichtbare groen. De klimaatverandering en de steeds zichtbaarder worden van het verlies aan biodiversiteit laten zien hoe belangrijk en waardevol kwaliteitsbehoud van de leefomgeving is.

Nederland is deelgenoot in een aantal internationale verdragen en conventies die van belang zijn bij de inzet voor een kwalitatieve leefomgeving. Onder andere ;

Kortom er is werk aan de winkel voor alle overheden om vergroening van de leefomgeving ter hand te nemen.

Het is dus tijd om bij werkzaamheden in de openbare ruimte door gemeenten en waterschappen groen en daarin zeker bomen sterk te positioneren. Het Norminstituut Bomen biedt toegang tot kennis. Het wordt tijd dat alle provincies, gemeenten en waterschappen via een licentiehouderschap zich toegang verschaffen tot de kennis die in het Norminstituut Bomen aanwezig is. Het Norminstituut Bomen is de norm voor het verbeteren van de kwaliteitszorg rond bomen in de openbare ruimte. Voor kinderen is het Handboek Bomen junior beschikbaar. Het geen een leuke en leerzame start is om kennis te maken met het belang van bomen.

Voor overheden en een ieder die te maken heeft met werken aan bomen in de leefomgeving zou de Handreiking Omgevingswet en bomen 2021 verplichte kost moeten zijn.

 

Louis van der Kallen.

 


ANDERS KIJKEN 13


| 11-11-2021 |

 

 

Onder het kopje “Economie” is in de Bergse begroting voor 2022 de volgende zin te vinden: “Waar mogelijk vinden ook in 2022 nieuw experimenten plaats in de openbare ruimte, zoals de toepassing van biobased asfalt.” Ik moet soms een zin herkauwen in een poging te begrijpen wat er staat. Asfalt is altijd al ‘biobased’! Bitumen één der hoofdbestanddelen van asfalt is echt van organische (biologische) oorsprong. Ook de andere onderdelen zoals zand, leem en grind zijn natuurlijke componenten.

Een tipje van de sluier wordt opgelicht door de mediaberichten over een probeersel op de Klutsdorpseweg in Lepelstraat. Waar een deel van de “fossiele grondstoffen” in het asfalt is vervangen door plantaardige materialen als bindermiddel. Er gaat gekeken worden naar de levensduur, de belasting- en de weersbestendigheid. Een mooie test. Hoewel ik de albedo, water en luchtdoorlatendheid mist. Terwijl dat belangrijke elementen zijn als het gaat om de klimadaptatie en het leven in en de biodiversiteit van de bodem.

Er zijn nog meer alternatieven die ik graag onder de aandacht breng van de weginrichters. Een alternatief is bijvoorbeeld HanseGrand. Een 100 % natuurlijke bouwstof die water- en luchtdoorlatend is. Ideaal voor boomspiegels, parkeerterreinen, voet en fietspaden. Een ideale oplossing van het verharden van paden door bossen en parken. Effe anders kijken graag!

 

Louis van der Kallen.

 


ANDERS KIJKEN 12


| 30-10-2021 |

 

 

Groen, Groen , Groen moet het adagium worden. Groen in de openbare ruimte is een belangrijk hulpmiddel bij het aanpakken van hittestress en wateroverlast, en het versterken van de biodiversiteit.

Er komt steeds meer belangstelling voor nuttige en esthetische toepassingen van groen op harde verticale oppervlakken zoals beton. Beton is een hard, steen- of rotsachtig materiaal. Daarom zou je in eerste instantie denken dat het net zo makkelijk begroeid raakt met mossen, korstmossen, algen of schimmels als een stuk rots in de natuur. Toch heeft beton chemische eigenschappen die het juist niet zo geschikt maken voor begroeiing. Beton is door de productiewijze vaak alkalisch (hogere pH-waarde). Een zo hoge pH-waarde is in het algemeen minder geschikt voor begroeiing. Maar door verschillende omstandigheden kan de pH-waarde aan de buitenkant van het beton dalen, waardoor mossen, algen en korstmossen zich toch kunnen vestigen. Onder sommige omstandigheden tast begroeiing van beton het materiaal aan. Waarom en onder welke omstandigheden beton begroeid raakt, is niet altijd duidelijk. Onderzoek is nuttig om te beoordelen in welke mate begroeiing zorgt voor schade, of dat spontane begroeiing het gevolg is van eerdere schade. Begroeiing hoeft niet altijd nadelig te zijn. Er zijn ook veel positieve argumenten te bedenken voor begroeiing op beton. Kleurige korstmossen kunnen een gebouw of constructie verfraaien. Volgens sommige onderzoeken kunnen algen en korstmossen de oppervlaktelaag van beton verdichten en daarmee de levensduur verlengen. Begroeiing kan goed zijn voor het plaatselijke ecosysteem door het vasthouden van regenwater en het afvangen van fijnstof en stikstofoxiden. Voor de vaak afzichtelijke geluidschermen langs onze snelwegen lijkt mij vergroening met begroeiing een ecologische stap in de goede richting. Een voorbeeld van een gebouw waar begroeiing een onderdeel is van het ontwerp, is het gemeentehuis van Reykjavik. Daarnaast zijn onderzoekers van de Polytechnische Universiteit van Catalonië in Barcelona bezig met de ontwikkeling van ‘biologisch beton’ met een speciale buitenlaag die water vasthoudt voor begroeiing, gescheiden door een waterdichte laag van het binnenste constructiebeton.

Begroeiing van harde oppervlakken kan ontsierende graffiti zoals op de brugsteunen in het Anton van Duinkerkenpark voorkomen en een bijdrage leveren aan de verfraaiing van de omgeving en versterking van de biodiversiteit. Anders kijken kan de wereld mooier maken en een bijdrage leveren aan de aanpak van hittestress en de klimaatveranderingen

 

Louis van der Kallen.

 


ANDERS KIJKEN 11


| 27-10-2021 |

 

 

Groen, Groen , Groen moet het adagium worden. Groen in de openbare ruimte is een belangrijk hulpmiddel bij het aanpakken van hittestress en wateroverlast, en het versterken van de biodiversiteit.

Bomen hebben wat hittestress en het stedelijk klimaat betreft een aantal effecten. Ze geven schaduw en door verdamping koelen ze de omgeving; ook vangen ze fijnstof. Bij de keuze van een boomsoort is de groeiplaats van belang. De samenstelling van de bodem en de vochthuishouding bepalen de keuzemogelijkheden. Betrek in de keuze ook de herkomst van een boomsoort. Ga voor inheemse bomen. Die zijn optimaal aangepast aan ons klimaat. Betrek ook het gebruik van de locatie. Geen ‘plak’-bomen waar geparkeerd moet worden. Geen gesloten bladerdak langs of over een druk bereden weg. Want dan blijf de uitstoot van verontreinigingen hangen! Tenzij we echt geloven dat over bijvoorbeeld twintig jaar alle voertuigen elektrisch rijden en de te planten bomen dan pas de fase bereiken van het gesloten bladerdak.

Kijk bij het inrichten en ontwerpen van (parkeer-)pleinen naar de (zoom-)beplanting en de verharding. Zeker op parkeerpleinen met een hoge bezettingsgraad is een waterdoorlatende verharding onder de voertuigen heel goed mogelijk zonder aantasting van de loopkwaliteit (zie foto).

Ook de bodembedekking van speelterreinen kan best bestaan uit zand, gras, houtschors of -snippers. Vooral de rubbertegels nemen heel veel warmte op. Omzoom speelterreinen met bomen en struiken die schaduw geven. Het kan ANDERS en BETER. Het begint met ANDERS KIJKEN!

 

Louis van der Kallen.


ANDERS KIJKEN 10


| 17-09-2021 |

 

 

Groen, Groen, Groen kan het adagium worden. Dat kan ook binnen. Wanden, schilderijen en reclameborden van mos. Het kan allemaal. Groen geeft rust en is vaak ook binnenshuis passend. Bijvoorbeeld in wachtkamers van een dokter of behandelaar of in kantoortuinen. Maar ook in een lawaaierige omgeving. Wanden en panelen van mos dempen/absorberen geluid. Het aanbod is divers. Dergelijke wanden, panelen of kunstwerken behoeven onderhoud noch water. Ook in openbare gebouwen kan groen ook in de vorm van mos heilzaam zijn.

Google eens op moswanden en neem dan eens een kijkje op de gevonden websites om te zien wat allemaal mogelijk is. De foto’s zijn alle gemaakt in Bergen op Zoom.

 

Louis van der Kallen.

 


ANDERS KIJKEN 9


| 14-09-2021 |

 

 

Groen, Groen , Groen moet het adagium worden. Groen in de openbare ruimte is een belangrijk hulpmiddel bij het aanpakken van hittestress en wateroverlast, en het versterken van de biodiversiteit.

Gevelbegroeiing kan helpen om onze stedelijke wereld er mooier uit te laten zien. Al eeuwen worden ’gevelklimmers’ als de klimop, blauwe regen, en de wilde wingerd gebruikt om gevels te verfraaien met neveneffecten zoals warmte isolatie, fijnstofbinding, geluidsabsorptie en beperking van de stedelijke hittestress.

Er zijn grofweg drie typen gevelbeplanting:

  • Zelfhechtende klimmers zoals de klimop (Hedera helix), de driedelige wingerd (Parthenocissus), de bosrank (Clematis vitalba), de bruidssluier (Fallopia baldschuanica) en de Chinese blauweregen (Wisteria sinensis);

  • Zelfhechtende klimmers met een klimhulpconstructie zoals de wilde hop (Clematis virginiana), kamperfoelie (Lonicera) en de Japanse blauweregen (Wisteria floribunda).

  • Hangende planten.

Hangende planten hebben meer verzorging, bemestingen en bewatering nodig. Daarom zoemen we met dit artikeltje in op de klimplanten.

Voor succesvolle klimmers is het goed te kiezen voor onderhoudsarme soorten en te kiezen voor een plant waarvan de natuurlijke groeihoogte past bij de gewenste groeihoogte op de te bedekken gevel.

Hoe mooi zou het zijn als Bergen op Zoom bekend zou worden om haar prachtige gevelbegroeiingen. Je kan deze ook per wijk of dorp anders laten zijn. Bijvoorbeeld Lepelstraat het dorp van de bosrank in het Engels: old man’s beard. Halsteren het kamperfoelie-dorp of anders gezegd het dorp van de honeysuckle. En Bergen op Zoom de stad met de wijken van de Chinese blauweregen en de Japanse blauweregen waarbij de woningen van de hobbybrouwers getooid zijn met de wilde hop.

Misschien ben ik een BSD-dromer. Maar als we echt zouden willen, kunnen we iets unieks tot stand brengen. Met één plan de stad en haar dorpen groener, mooier, gezonder, klimaat-neutraler maken en ons onderscheiden op een andere manier van de rest van de wereld. Wat dan nodig is? ANDERS KIJKEN! Doe je mee?

 

Louis van der Kallen.


ANDERS DENKEN 8


| 14-09-2021 |

 

Anders kijken 7 begon ik met “Groen, Groen, Groen moet het adagium worden. Groen in de openbare ruimte is een belangrijk hulpmiddel bij het aanpakken van hittestress en wateroverlast. Maar ook privé-tuinen en groene daken kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de aanpak van hittestress en het stedelijk microklimaat en daarmee op de verlaging van de gevoelstemperatuur bij hete perioden.” In dit artikel aandacht voor groene daken. In 2009, 2011 en 2017 ben ik op vakantie geweest naar de Faeröer eilanden en daar heb ik mogen zien dat groene daken reeds eeuwen mogelijk zijn en perfect geschikt voor warmte- en geluidsisolatie. Verder verlengen ze de levensduur van conventionele bitumineuze of EPDM- (Ethyleen Propyleen Dieen Monomeer, oftewel synthetisch rubber) daken.

Groene daken hebben een waterbufferend effect door hun sponswerking. Groene daken verminderen de opwarming van de omgeving. Ze verminderen de hittestress omdat ze minder opwarmen en door verdamping koelen groene daken de directe omgeving en de ruimtes onder het groene dak. Hierdoor is minder koeling in de gebouwen nodig. Groene daken absorberen geluid en weerkaatsen het minder. Ook de belevingswaarde wordt door groene daken verhoogd en zijn als zodanig vaak een verrijking van het landschap. Groene daken verhogen de biodiversiteit. Zeker in een stedelijke omgeving is het ook van belang dat groene daken fijnstof vastleggen, en CO2 binden en zuurstof produceren. Alle reden om groene daken te promoten.

De foto’s (genomen tijdens een vakantie op de Faeröer eilanden) laten zien dat de wereld er beter uit kan gaan zien als we leren anders te kijken en openstaan voor verandering. Het gras werd gemaaid op een militair complex. Wat een mooie camouflage!

 

Louis van der Kallen.


ANDERS DENKEN 7


| 14-09-2021 |

 

Groen, Groen , Groen moet het adagium worden. Groen in de openbare ruimte is een belangrijk hulpmiddel bij het aanpakken van hittestress en wateroverlast. Maar ook privé-tuinen en groene daken kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de aanpak van hittestress en het stedelijk microklimaat en daarmee op de verlaging van de gevoelstemperatuur bij heette perioden. In de meeste steden is meer dan de helft van het stedelijk gebied privébezit van huiseigenaren, woningcorporaties en bedrijven.

Gemeenten en bedrijven als bijvoorbeeld Intratuin kunnen veel meer doen dan ze doen als het gaat over de mogelijke bijdrage die stadstuinen en groene daken kunnen leveren bij de aanpak van hittestress en wateroverlast. In andere landen zijn gemeenten begonnen met het verplichtstellen van bepaalde maatregelen. In België is de verplichting ingevoerd tuinen af te koppelen van de riolering. In Duitsland is het verharden van de tuin belast met een heffing (tegeltax).

Dit soort maatregelen passen in het bewustwordingsproces dat nodig is om de steeds vaker wateroverlast gevende hoosbuien middels een optimaal gebruik van grond en riolering te kunnen verwerken. De overheden kunnen het niet alleen oplossen en hebben de burger nodig! De burger is echt mede aan zet en elke burger kan zelf een steentje bij dragen. Of eigenlijk juist minder steentjes! De burger is met zijn bebouwing- en verhardingsdrang immers zelf een belangrijke veroorzaker van het wateroverlast en de hittestress problemen.

Voor ideeën kijk eens op https://www.huisjeboompjebeter.nl/

 

Louis van der Kallen.


ANDERS KIJKEN 6


| 10-09-2021 |

 

In de NRC van 4 september 2021 kwam ik een artikel tegen met de kop: “Een huis met klimaatrisico mag best wat minder duur zijn”. Voor het eerst in jaren een artikel dat in gaat op de rare regionale verschillen in waardeontwikkeling van huizen. In de laagstgelegen delen van Nederland is de waardestijging van woningen al jaren het grootst. De Randstad is voor velen onbetaalbaar terwijl veel van die dure woningen in polders staan waar je bij een overstroming – zelfs op het dak – niet veilig bent.

Toch gaat de Tweede Kamer door met oproepen tot bouwplannen in laaggelegen polders zoals in de polder Rijnenburg nabij Nieuwegein en of tot het bouwen van een nieuw dorp in de Zuidplaspolder. 8000 nieuwe huizen in één van de laagst gelegen polders (meer dan zes meter beneden NAP) van Nederland. Maar het kan gekker, gewoon plannen maken voor buitendijks bouwen zoals op het schiereiland Van Speyk in Vlaardingen, wat met regelmaat wateroverlast ervaart.

Ook bosbranden en hittestress zijn klimaatrisico’s. Wonen op een hitte-eiland waar je misschien kunstmatig gekoelde huis in de zomer een gevangenis wordt, is ook geen pretje.

Het rare is dat bij de duurste aankoop van een mens – zijn huis – bepaalde risico’s zoals klimaatrisico’s niet of nauwelijks een rol blijken te spelen. Ik vind dat raar; toen ik een huis kocht keek ik naar de absolute hoogte ten op zicht van het NAP en heb ik de relatieve hoogte vergeleken met de omgeving. Ook als je op een laag punt in de wijk gaat wonen loop je bij zware buien een risico tot wateroverlast, ook al woon je op 8 meter boven NAP!

Het wordt tijd dat mensen anders gaan kijken naar hun omgeving. De waterschappen doen hun best maar met de politisering in 2008 van de waterschappen wordt bij de besluiten steeds vaker het geld en de tarieven belangrijker gevonden dan de inhoud. In een tijd dat er vanwege de klimaatadaptatie veel moet gebeuren, is dat niet altijd slim. Goede bescherming tegen wateroverlast en overstromingen is mijn inziens beter dan lagere tarieven van het waterschap en hogere tarieven bij de verzekeringen tegen de risico’s. Het punt is wel dat politici, die uit willen leggen dat de tarieven omhoog gaan, zich niet populair maken. En de bestuurders van verzekeraars worden niet gekozen. Zij verhogen de tarieven of veranderen de ‘kleine lettertjes’ zoals veel burgers en ondernemers in Limburg recent mochten ervaren. Het wordt dus tijd om anders te kijken!

Voor meer informatie over de risico’s bij vastgoed, kijk eens op https://bluelabel.net/

 

Louis van der Kallen.

 


ANDERS KIJKEN 5


| 06-09-2021 |

 

In anders kijken 4 stelde ik dat “met een stedenbouwkundige aanpak hittestress verminderd kan worden”. Te denken valt dan aan meer groen, groene daken, minder verharding en bebouwing, meer water en het toepassen van materialen met een hoge albedo (reflectiefactor).”

Gemeenten kennen tal van regels die in de weg staan om het bovenstaande te realiseren. Bekijk de bij dit artikel gevoegde foto van de Engelsestraat in Bergen op Zoom eens en bedenk dat al dat moois dat u ziet grotendeels illegaal is of belast kan worden met te betalen precariorechten. Formeel mag je gemeentegrond niet zomaar in gebruik nemen, ook niet voor het wegzetten van bloem of planten potten of ten behoeve van geveltuintjes de tegels zomaar lichten. Ook niet voor het aanbrengen van klimopbegroeiing. Toch vindt iedere wandelaar door deze straat het een prachtige versmelting van de harde woonomgeving met het groen.

Meer ‘groen’ is de meest effectieve maatregel tot het beperken van oppervlaktetemperaturen. Groene, onverharde oppervlakten beperken de opwarming, helpen wateroverlast te beperken en verhogen de leefkwaliteit en de biodiversiteit.

Even wat feiten: een boomblad reflecteert 5 tot 30 % van het zonlicht, gebruikt 5 tot 20 % voor fotosynthese en 20 tot 40 % voor verdamping. Bomen en groen verkoelen daarom het stadsklimaat en geven schaduw. Afhankelijk van de boomsoort bereikt maar 10 tot 30 % van het zonlicht de grond of muren. Alleen al de verdamping van bomen kan resulteren in een lagere luchttemperatuur van 2 tot 5 graden Celsius in de directe omgeving. Neveneffecten zijn dat bomen in de bebouwde omgeving het (fijn-)stof verminderen en regenwater vasthouden.

Alle reden derhalve om de beperkende regels af te schaffen en groene daken en gevels te bevorderen en initiatieven zoals in de Engelsestraat geen strobreed in de weg te leggen. Of als gemeente een jaarlijkse prijs in te stellen voor de mooiste initiatieven. Licht een tegel en een plant erin moet de norm zijn. Of meerdere tegels! Ook bloempotten groot en klein zouden welkom moeten zijn.

 

Louis van der Kallen.


ANDERS KIJKEN 4


| 02-09-2021 |

 

In ‘anders kijken 3’ stelde ik dat “ met een stedenbouwkundige aanpak hittestress verminderd kan worden”. Te denken valt dan aan meer groen, groene daken, minder verharding en bebouwing, meer water en het toepassen van materialen met een hoge albedo (reflectiefactor). Stedenbouwkundigen, ontwerpers, architecten en burgers zijn vaak gefocust op de esthetische aspecten van hun ontwerpen. Daardoor worden aspecten als de gevolgen van een nieuwbouw op de hittestress onvoldoende meegewogen met als gevolg steeds mee hittestress en de vorming van warmte eilanden in de stedelijke bebouwing. 

In een tijd dat veel gemeenten kijken naar ‘inbreiding’ bij de vormgeving van de woningbouwopgave is het zaak dat bij de materiaalkeuzes niet alleen esthetiek maar ook de gevolgen voor de hittestress worden meegenomen in de te maken keuzes. Betrek daarbij ook nadrukkelijk de albedo-eigenschappen van de te gebruiken materialen. 

Een aantal voorbeelden

Een zwart bitumen dak reflecteert slechts 4 tot 5 % van het zonlicht. Dat betekent dat circa 95 % van het zonlicht als warmte wordt geabsorbeerd. De bedekking met wit grind van het zwarte bitumen reduceert die warmteabsorptie naar 50 a 70 %.

Standaard asfalt absorbeert 85 tot 96 % van het zonlicht en zet dat om in warmte. Lichtgrijs asfalt absorbeert circa 75 %, en met gemalen schelpen witgemaakt asfalt absorbeert nog veel minder van het zonlicht. 

Donkere betonnen dakpannen absorberen 65 tot 95 % van het zonlicht en zetten dat om in warmte. Witte betonnen dakpannen absorberen circa 30 % van het zonlicht en leggen dus veel minder warmte vast. 

Onbehandelde metalendaken, bijvoorbeeld van zink absorberen 50 tot 70% van het zonlicht.

Uit deze voorbeelden blijkt dat door andere materiaalkeuzes de hittestress aanzienlijk kan worden verminderd. Bedenk dat overdag opgenomen warmte in de nacht weer wordt afgegeven waardoor de nachten in zo’n hittestressperiode geen of minder afkoeling geven. Alle reden om bij een nieuwbouw of verbouwing bewust te kiezen en de gevolgen voor de hittestress daarbij te betrekken.

 

Louis van der Kallen.


ANDERS KIJKEN 3


| 25-09-2021 |

 

Het klimaat is aan het veranderen. De afgelopen tien jaar waren in Nederland de warmste sinds wij systematisch en genormeerd zijn gaan meten (KNMI sinds 1854). Dit keer hebben we een relatief koele zomer maar elders in de wereld en in Europa heeft men extreme hittegolven te verduren gehad. Op Sicilië tot bijna 50 graden toe.

In 2018 – een relatief warmjaar – bezocht ik voor het eerst een congres over hittestress. Ik schreef er eerder over. De hittegolf van 1976 is gebrand in mijn herinnering. Deze duurde bijna een hele zomer. Ik liep in die zomer een zonnesteek op die mij weken ellende bezorgde. Die zomer zorgde in West-Europa voor een enorme oversterfte, een forse daling van de productiviteit, een verdubbeling van de prijzen van vers voedsel, meer bedrijfsongevallen, ernstige problemen met het transport over water en als gevolg daarvan bedrijfssluitingen. Een studie naar die zomer kan de bestuurlijke geesten rijp maken voor een voortvarende aanpak van hittestress. Geïnteresseerd in die zomer? Kijk dan eens naar het filmpje: “De hondsdagen van 1976″. Het filmpje van driekwartier gaat weliswaar vooral over België maar die zomerse ellende was er ook in Nederland. De hitte en de droogte begonnen al vroeg. April was extreem droog. In die hele maand viel in Stavoren (het droogste meetpunt) slechts 1 mm regen. De eerste hittegolf van die zomer was van 6 tot 10 mei met temperaturen tot 32 graden. Juli was zeer heet met hitte records in Maastricht 36,8 graden en Volkel 36,7 graden. Toen waren dat recordtemperaturen.

Onderzoeken hebben aangetoond dat tijdens hittegolven de verschillen tussen stedelijk gebied en het platteland op kan lopen tot vier graden en meer, dus tot temperaturen waarbij oversterfte optreedt en de algemene gezondheidstoestand van burgers verslechtert.

Met een stedenbouwkundige aanpak kan hittestress verminderd worden. Te denken valt aan meer groen, groene daken, minder verharding en bebouwing, meer water en het toepassen van materialen met een hoge albedo (reflectiefactor). Als dit was gedaan bij de herinrichting van de Noordsingel In Bergen op Zoom (zie foto) dan had de herinrichting er niet alleen anders uit gezien maar was er ook een bijdrage geleverd aan vermindering van de hittestress.

 

Louis van der Kallen.

 

 


ANDERS KIJKEN 2


| 17-08-2021 |

 

Het is een periode met zware buien en als we de geleerden mogen geloven, worden het er de komende tientallen jaren steeds meer. Het wordt tijd dat we anders gaan kijken. Op veel plekken zijn de trottoirs verdwenen of in nieuwbouwwijken zelfs nooit gekomen. Was dat op al die plekken zo verstandig? Een verhoogd trottoir kan bij wateroverlast van een beperkte waterdiepte overlast in de woning voorkomen. Dat geldt ook voor drempels bij het betreden van een woning. Soms is het verstandig om te streven naar een verhoogd vloerpeil. Dat kan best, want voor rolstoeltoegankelijkheid is een klein hellinkje ook mogelijk. Niet alles hoeft gelijkvloers! Het kan ook zijn dat in laaggelegen nieuw te bouwen wijken de huizen verhoogd gebouwd kunnen worden of de grond waar gebouwd gaat worden opgehoogd, en/of de straat en tuinen verlaagd.

Er zijn ook in bijvoorbeeld het Bergen op Zoomse winkelgebied plekken waar winkels – vrijwel zonder drempels – liggen recht tegenover een helling (Zuivelpleintje, Zuivelstraat). Ook als het afstromende water verder kan afstromen maar dan de hoek om moet kan dat tot binnenstromend water leiden bij zware regenval. Dat is ook elders soms het geval. Bij hellingen in bebouwd gebied, zoals een stad moet er anders naar gekeken worden. Hoe geleid je op straatniveau afstromend water zodat de kans op binnenstromend water kleiner wordt?

Ik zie ook op de lagere delen, in een stad met hoogteverschillen, dat er niet altijd rekening mee wordt gehouden dat in die lagere delen wel eens (tijdelijk) water kan blijven staan. Daar moet je dan geen schakelkasten plaatsen. Of deze plaatsen ruim boven het niveau dat bij een zware bui onder water kan komen te staan. Het wordt tijd voor anders kijken en ander beleid.

 

Louis van der Kallen.

 


ANDERS KIJKEN


| 13-08-2021 |

 

Het is een periode met zware buien en als we de geleerden mogen geloven, worden het er de komende tientallen jaren steeds meer. Als je even verder kijkt, zou je ook kunnen zeggen: het is een periode van werkende riool-overstorten. Die twee constateringen betekenen dat de omliggende natuur van die riool-overstorten steeds vaker belast wordt met afvalstoffen uit onze (menselijke) samenleving. Mijn verwachting is dat het zelfreinigend vermogen van de natuur het steeds vaker niet meer aankan en als biotoop zal gaan verarmen door een overbelasting van bijvoorbeeld voedingsstoffen (nutrieten). Overheden zoals gemeenten zouden meer N- (stikstof) en P- (fosfaat) bindende planten (helofyten) moeten planten in oppervlaktewateren die rioolwater uit overstorten bergen. Die helofytenfilters verbeteren de waterkwaliteit en kunnen ook een toevoeging en verbetering zijn van de biotoop van het water in de nabijheid van de overstort, waarmee bijvoorbeeld ook het bloeien van blauwalgen kan worden voorkomen of beperkt. Ook Bergen op Zoom kent oppervlaktewateren met riool-overstorten waarbij N- en P- bindende planten een positieve rol kunnen spelen. Dat soort rietvelden en rietranden kunnen ook mooi zijn en broedplaatsen bieden voor watervogels. Het wordt tijd voor anders kijken en ander beleid.

 

Louis van der Kallen.


AFKOPPELEN


| 10-08-2021 |

 

Het klimaat verandert. Het aantal zware regenbuien neemt steeds meer toe en de meteorologen spreken steeds vaker de verwachting uit dat die trend zich zal voortzetten. Het gevolg is dat de rioleringen het steeds vaker niet meer aankunnen. Ook de zuiveringsinstallaties van de waterschappen kunnen effectiever werken als het water wat daarin terecht komt niet verdund wordt door regenwater. Al tientallen jaren worden rioolstelsels omgebouwd naar gescheiden stelsels. Naast het vuilwaterriool wordt er dan een regenwaterriool aangelegd. Mooie initiatieven maar ook die stelsels kunnen bij een echt stevige bui niet altijd al het aanbod van regenwater aan. Maar wat erger is: het regenwater wordt dan ook niet gebruikt als bijdrage aan de oplossingen voor een aantal andere problemen veroorzaakt door de klimaatveranderingen zoals verdroging van de bodem en hittestress.

Regenwater in de bodem heeft tal van voordelen en het is dan ook nodig dat gemeenten dat gaan bevorderen. Dat kan zoals de gemeente Altena doet door een ‘tegeltaks’ tegen de verhardingen (ik schreef daar eerder over) maar ook door het afkoppelen van de regenpijpen van de riolering.

De gemeente Heusden heeft de plicht daartoe opgenomen in de waterverordening. Die plicht wordt vooralsnog alleen afgedwongen bij de nieuwbouw van woningen en bedrijven, en als er in een straat of wijk werkzaamheden aan het riool worden verricht, worden bewoners nadrukkelijk gewezen op deze ‘plicht’ en worden zij met een subsidie verleid die ‘verplichting’ serieus te nemen.

Als we allemaal kijken naar wat er mogelijk is, helpen we allemaal naar vermogen problemen als wateroverlast, verdroging en hittestress te verminderen.

 

Louis van der Kallen.


WATEROVERLAST II


| 06-08-2021 |

 

Vorige week publiceerde ik het artikel ‘wateroverlast’. De bedoeling van dat artikel was planologen, stadsontwikkelaars, stadsvernieuwers, wegontwikkelaars, architecten, hoveniers, riooldeskundigen, en waterbeheerders aan het praten te krijgen met waterbeheerders, groenbeheerders, vastgoedontwikkelaars en ontwerpers en om ‘water’ in beeld krijgen en hen maar ook bestuurders als wethouders, gedeputeerden, raadsleden en waterschapbestuurder ‘verplichte’ literatuur ter lezing geven. Ik promootte Ervaringen met de aanpak van regen wateroverlast in bebouwd gebied. Voorbeelden en ontwikkelingen anno 2014 en Extreme neerslag, een uitgave van de Hogelschool van Amsterdam.

We zijn nu een week verder, een week met weer veel en op sommige plaatsen zelfs extreem veel neerslag. Overheden zoals gemeenten, waterschappen, provincies en RWS maar ook grote terreinbeheerders moeten aan de slag. Vele zijn weliswaar een beetje begonnen maar er moet nog veel meer gebeuren, en omdat wat er moet gebeuren vele tientallen jaren zal vergen, zouden we haast moeten hebben. Niet uitstellen tot de ‘oude’ garde van ‘zo doen we dat nu eenmaal’ en van ’zo heb ik het geleerd’ weg is, maar NU aan de slag. Niet met experimenten die elders allang hebben plaatsgevonden en hier hooguit onder de titel ‘innovaties’ nog eens worden herhaald maar gewoon doen. Als oud medewerker research en development bij AKZO-Nobel en ervaren bestuurder (gemeentelijk, provinciaal en waterschappen (zie CV) weet ik hoe conservatief en risicomijdend overheden zijn. Eerst tien kleine experimenten voordat mijn iets durft te veranderen. Ook ambtelijke organisaties zijn zelden echt innovatief, hoewel ze tegenwoordig al snel dat etiket innovatief hangen aan wat ze doen. Ik schreef hier over al eens vaker mijn frustratie weg o.a. Over Water 66 (de inspiratie dag van de Unie 17 november) en Over Water 20 (waterinnovatieprijzen 2015) en Over Water 120 ( markt- en innovatiedag van de Unie 2017)

Vaak is iets innovatie noemen meer een vorm van borstklopperij. Het mooiste voorbeeld hiervan is dat als het gaat over mogelijke zoet/zout scheidingen in te zetten bij de conservering en bescherming van zoetwatervoorraden het bellenscherm als alternatief wordt genoemd en in de stukken van RWS deze schermen nog steeds als innovatief door Rijkswaterstaat worden betiteld. Deze techniek werd al in 1968 in de grote schutsluizen te IJmuiden gebruikt (bron: pagina 33 “De waterhuishouding van Nederland” samengesteld door Rijkswaterstaat 1968).

Zelf denk ik dat ambtelijke organisaties door de natuurlijke selectie van ambtenaren (wie solliciteert waar en waarom en wie wordt om welke kwaliteiten aangenomen) per definitie gericht zijn op risicoreductie. Vroeger was het zeker zo dat wie zekerheid zocht ambtenaar werd. Dit is paradoxaal, omdat vernieuwen haast per definitie het nemen van risico’s betekent. Je zoekt dan nog niet betreden paden. Ambtenaren en hun bazen (de bestuurders) zijn eerder risicomijdend dan risiconemend. Dat moet als de bliksem veranderen. De bereidheid te vernieuwen moet er komen omdat veel oude gewoonten niet de oplossingen bieden. De klimmaatwereld verandert in hoog tempo.

Er zijn tal van websites te bezoeken op zoek naar ideeën om de opgaven waar het klimaat ons voor stelt aan te pakken. Voorbeelden: het Kennisportaal Klimaatadaptatie, soms ook met goede nieuwsbrieven zoals de Hoog Water kenniskrant over gevolgbeperking overstromingen, en groenblauwe netwerken, waar ook het boek te vinden is dat voor mij een soort van “handboek soldaat” voor groenblauwe ‘werkers’ is “Groenblauwe netwerken: handleiding voor veerkrachtige steden”. Het bevat ruim 600 pagina’s en zou voor iedereen die betrokken is bij de vormgeving en inrichting van de stedelijke omgeving verplichte leeskost moeten zijn. Dit boek is niet alleen voor professionals, maar ook voor particulieren een gereedschapskist, inspiratiebron en naslagwerk.

Het bevat tal van nationale en internationale voorbeelden hoe onze steden meer klimaatbestendig zijn te maken. Het beperkt zich niet alleen tot water en groen maar heeft ook aandacht voor hoe vaste levenloze materialen zoals bestratingen, asfalt en beton onze leefomgeving beïnvloeden. Gebruik van ook die kennis is nodig om hittestress effectiever aan te pakken.

Hiltrud Pötz van Atelier groenblauw kan als schrijfster/redacteur van deze handleiding wat mij betreft voor iedere betrokkene bij de vormgeving en inrichting van de stedelijke omgeving een inspiratiebron zijn om Nederland echt stap voor stap voor te bereiden op een toekomst waarin het klimaat ons voor steeds zwaardere opgaven zal stellen. Nu nog de politici en bestuurders er van doordringen om met Henriëtte Roland-Holst te spreken:

“Morgen wordt heden geschreven; Gij levenden bouwt wordend leven. Gij werkt voor der komenden lot”

Zij met durf en lef moeten aan de slag!

 

Louis van der Kallen.

 


WATEROVERLAST


| 27-07-2021 |

 

Kijkend naar het journaal lijkt het of wateroverlast een nieuw en steeds groter wordend probleem is en dat klimaatveranderingen hier debet aan zijn. Natuurlijk zijn dat wijze en heldere conclusies behalve dan dat het niet echt nieuw is. Zware buien zijn er al vele jaren. Net als de kennis over mogelijke stappen en stapjes in de richting van een vermindering van de problemen. Maar dan moeten planologen, stadsontwikkelaars en stadsvernieuwers, wegontwikkelaars, architecten, hoveniers en waterbeheerders praten met rioolaanleggers, waterbeheerders praten met groenbeheerders, vastgoedontwikkelaars en ontwerpers ‘water’ in beeld krijgen en houden bij hun ontwerpen. Al deze mensen maar ook bestuurders als wethouders en raadsleden wil ik ‘verplichte’ literatuur ter lezing geven.

Al in 2014 publiceerde de Stichting Rioned het boekwerk (360 pagina’s) “Ervaringen met de aanpak van regenwateroverlast in bebouwd gebied. Voorbeelden en ontwikkelingen anno 2014”.

Hoe ver moeten we gaan in het nemen van maatregelen om overlast van regenwater nu en in de toekomst tegen te gaan? Dat is de vraag in het stedelijk waterbeheer. Ruim twintig auteurs delen hun inzichten. Een bundel met vele praktische voorbeelden voor het omgaan met hevige buien.

Een ander voorbeeld is de publicatie “EXTREME NEERSLAG”,anticiperen op extreme neerslag in de stad. Het is een uitgave van de Hogelschool van Amsterdam.

Het wordt tijd dat al die gemeenteambtenaren die betrokken zijn bij het stedelijk beheer en ontwerp, rioleringen en aanleg en onderhoud van groenvoorzieningen een paar dagen aan het lezen worden gezet. Ik zie te veel nieuwe projecten waar geen of niet optimaal rekening is gehouden met de opgaven die het klimaat ons meegeeft. Natuurlijk wordt het ook tijd dat de ambtenaren van die afdelingen met elkaar praten en dat bij voorkeur ook doen met die van het waterschap en dan niet uit beleefdheid of omdat iemand zegt dat het moet maar om echt gezamenlijk te werken aan de oplossing(-en) van de huidige en toekomstige waterproblemen.

Het kan en moet anders. En geloof me, de boekwerken zijn goed leesbaar, en praten met elkaar en met de burgers kan veel ellende en kosten besparen.

 

Louis van der Kallen.

 


‘WATER’


| 24-07-2021 |

 

In het voorjaar van 2020 had ik een gesprek met Karel Thieme (Zuiver Water-Ambassadeur/Theeproever) over de zuiverheid en de kwaliteit van ons drink- en oppervlaktewater.

Is er iets mis met ons drinkwater? Ons drinkwater voldoet aan alle eisen die de wet eraan stelt en toch proef je het verschil. Als je het water in Rotterdam proeft als Bergenaar ben je geneigd er spontaan direct afscheid van te nemen. Er zijn wel degelijk grote verschillen in de smaak van ons drinkwater en ook van wat er buiten H20 (water) inzit. In drinkwater gemaakt van oppervlaktewater zitten duizenden andere stofjes dan H20, vele door de mens in de industrie gemaakt maar gelukkig in superlage concentraties. Ook grondwater dat duizenden jaren geleden de grond in is gesijpeld, is niet vrij van stofjes die geen H2O zijn. En die stofjes beïnvloeden de smaak.

Karel Thieme – de zuiver waterambassadeur en theeproever – liet mij met zijn theeproef zien wat de verschillen zijn van thee gezet met zijn ‘zuiver water’ en gezet met andere watertjes. Hij promoot de Aquapeak een apparaat dat door omgekeerde osmose het water ontdoet van de meeste onzuiverheden en een perfect ‘theewater’ levert. De verschillen zijn enorm dat zal iedere theesommelier bevestigen.

Geïnspireerd de theeproef van Karel zelf eens te gaan doen met verschillende waters? Theeliefhebber? Of (hobby)theesommelier in opleiding? Er is recent een thee review boek verschenen! Handig als u uw ervaringen in de theeproeverij wilt vastleggen.

Water en de kwaliteit ervan zijn belangrijk voor de flora en fauna en voor ons. Zeker als we er thee of koffie van zetten, willen we toch echt de thee of koffie in al hun kwaliteiten proeven.

 

Louis van der Kallen.


WILLEM VAN HAM


Bergen op Zoom, 14 juli  2021

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

BETREFT: WILLEM VAN HAM, KENMERK W 21004

 

Geacht Dagelijks bestuur,

 

Willem van Ham: archivaris, historicus, vlaggenkundige en heraldicus overleed op 3 juni 2020 op 83-jarige leeftijd.

Hij wijdde zijn hele (werkzame) leven aan onderzoek en publiceren. Hij heeft ontelbare archieven waaronder waterschaparchieven ontsloten en toegelicht. Door deze ontsluiting is de weg geopend voor verder onderzoek naar de geschiedenis van de waterschappen in het werkgebied van het waterschap Brabantse Delta door andere wetenschappers.

Hij heeft 592 publicaties op zijn naam waaronder minimaal 32 water/waterschap-gerelateerde werken o.a. het standaardwerk Polders in kaart. Noord West-Brabant 1565-1590 (zie bijlage). Ook de andere werken bevatten vaak elementen die water en/of waterschapgerelateerd zijn.

Aan vele facetten van de West-Brabantse (waterschaps-)geschiedenis heeft hij studies gewijd en er publicaties over uitgebracht. Hij heeft ook gewerkt bij het archivariaat Nassau Brabant dat veel van de waterschapsarchieven beheerde.

Zijn verdiensten voor de stad, provincie, waterschappen en de regio kunnen niet worden overschat. In 2007 ontving hij de onderscheiding van Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Als er één inwoner van ons werkgebied het verdient om geëerd te worden en blijvend herinnerd voor zijn verdienste dan is het – mijns inziens – archivaris, historicus, vlaggenkundige en heraldicus Willem van Ham.

Veel waterschapswerken dragen namen van voormalige dijkgraven en heemraden, illustere voorgangers die goed werk hebben verricht voor de veiligheid van onze dijken en voor goed waterbeheer. Het werk van al die geerde voorgangers en de geschiedenis van de waterschappen moet echter ook inzichtelijk gemaakt worden voor de mens en ingelanden van nu. Dat was het werk van Willem van Ham. Hij heeft zijn leven gewijd aan het toegankelijk maken van de West-Brabantse geschiedenis, waaronder die van de waterschappen.

Neem eens kennis van die geschiedenis klik eens op onze waterschapsstamboom https://onswater.com/wp-content/uploads/2020/08/Stamboom%20Brabantse%20Delta.html

Archivarissen en historici als Willem van Ham worden zelden geëerd en dat is jammer en mijns inziens onterecht. Het zal bij u niet onbekend zijn dat ongetekende een zekere liefde heeft voor de geschiedenis van ons gebied en de waterschappen in het bijzonder. Ik kijk met enige trots terug op het – onder mijn verantwoordelijkheid als oud-lid van uw gezelschap – het onder één dak brengen van al onze archieven. Ik vraag u dan ook een manier te vinden om Willem van Ham te eren/gedenken in ons ’huis’ of in ons werkgebied. Bijvoorbeeld door een vergaderzaal of de archiefruimte naar hem te vernoemen of bijvoorbeeld een deel van de toekomstige digitale ontsluiting van alle (oude) waterschaparchieven naar hem te vernoemen. Ondergetekende laat de invulling graag aan uw wijsheid over.

In afwachting van uw reactie,
met vriendelijke groet,

 

L.H. van der Kallen.

 

 


 

GRIJP KANSEN VOOR DE NATUUR: SLUIT DE KUSTLIJN EN VERZOET!


| 11-07-2021 |

 

Nederland, deels lager dan de zee, zal zich sterk moeten weren tegen zeespiegelstijging.
Dat betekent verdere sluiting en versterking van de kust, opschaling van pomp- en noodbergingscapaciteit, bufferen van zoet water en wellicht een tweede kustlijn.
Het lijkt daarbij vrijwel onmogelijk om de zogenaamde ‘delta’, met tal van beschermde natuurgebieden van Natura 2000 tot Nationale Parken, in stand te houden. Bovendien is de huidige situatie voor de natuur verre van ideaal. De vraag is dan ook niet wat er moet blijven, maar wat voor invloed klimaatbestendige maatregelen op de natuur zullen hebben en hoe we kansen die zich voordoen kunnen benutten.

Nederland gered van de ondergang
In het begin van de jaartelling lagen de lage delen van Nederland zo’n 6 meter boven de zeespiegel. Door ontwatering en exploitatie daalde de bodem en drong de zee met getijdenbekkens (wadden en zeegaten) het land binnen. Wat eens een zeewaarts aangroeiende delta was, werd het tegenovergestelde, namelijk door de zee aangetast land.
Dit verklaart het grote verschil tussen het regelmatig gevormde kustfundament in zee en de grillig vervormde kustlijn van het land.
De binnendringende zee werd meer en meer bedreigend en uiteindelijk waren de Zuiderzeewerken en Deltawerken nodig om het land voor ondergang te behoeden.

Telkenmale opnieuw overschilderd
Christiaan Brunings, de oprichter van Rijkswaterstaat, omschreef het cultuurlandschap van Nederland als ‘het telkenmale opnieuw overschilderde doek’. Het tempo van verandering nam in de eeuwen daarna fors toe en nieuwe ingrepen kondigen zich momenteel aan.

Kaart: NRC. Zonder dammen, dijken en bemalen is het lage land onder de huidige situatie één Waddenzee. Klimaatverandering en zeespiegelstijging doen er straks een schepje bovenop. ‘Meebewegen’ met de zeespiegelstijging is een schrikbeeld van verzilting, van een zich verplaatsende kust, van afbraak en leegloop.

Blijf binnen de kaders van de biosfeer
Ylva Poelman, lector bionica/biomimicry en innovatief publicist, geeft aan dat de economie valt onder de biosfeer (= de BV Natuur), het begrenzend en bepalend overkoepelend moederbedrijf van alle bedrijven. Gaat het mis, dan gaat het mis met ons. Uit lijfsbehoud komen er grootschalige systeemmaatregelen, waarbij we binnen de kaders van de biosfeer behoren te blijven. Dat geldt voor transities in energie, landbouw, woningbouw en overige infrastructurele maatregelen voor de toekomstige veiligheid en leefbaarheid. De Club van Rome wees al op grenzen aan de groei en die komen op veel gebieden in zicht.

Landelijke waterhuishouding voldoet niet
De waterkwaliteit van onze zoete wateren laat veel te wensen over en de decennialange conservering van zoute milieus binnen de kustlijn, zoals Oosterschelde en Grevelingen, leidde tot een forse verarming van de natuurwaarden. Ook kunnen we met de Kier, het fragmentarisch openen van enkele sluizen in de Haringvlietdam, binnen enkele jaren niet meer voldoen aan onze internationale verplichtingen voor vismigratie. Extremen in rivierafvoeren en de verwachte zeespiegelstijging leiden immers tot toename van sluitingen.
Verzilting en verdroging eisen op tal van plaatsen hun tol en het meeste zoete water verdwijnt via een open gehouden Nieuwe Waterweg ongebruikt in zee. De landelijke waterhuishouding blijkt verre van toekomstbestendig. Er valt nog veel te winnen.

Migratierivieren in zee bieden een oplossing
Plannen zoals ‘Zout water in het Haringvliet’ worden door de tijd achterhaald.
Met de kennis van nu is het niet raadzaam de zee binnen te halen, maar om juist de overgangen van zoet naar zout zeewaarts te verschuiven.

 

Kaart: Maps4News, Rijkswaterstaat.

Zowel van en naar zee trekkende vissen hebben een periode van enkele weken nodig om zich fysiek aan te passen aan de overgang van zout naar zoet of andersom.
Hiervoor is een verbinding met zee vereist, waarbij onder invloed van getijden en stroming zout en zoet water zich over tientallen kilometers met elkaar kunnen mengen. Dit is mogelijk door een ondiepe vlakte tegen de kust te omarmen met dammen en vervolgens op te laten slibben. Na aanleg van wisselende strekdammen zal er een lange migratierivier ontstaan die westwaarts overgaat in een estuarium.

Zolang spuien mogelijk blijft, vormen migratierivieren een oplossing voor de trekvissen.
Voor het Haringvliet kan aangevangen worden met de aanleg van een migratierivier op de Hinderplaat tussen de stroomgeul van het Haringvliet en de Maasvlakte.

 

Fase 1: Een migratierivier op de ondiepe vlakte van de Hinderplaat en de Slikken van Voorne met een ruim 40 km lange stroomroute in een continue open verbinding met zee en rivieren.

Kijken we wat verder in de tijd vooruit, dan komen een westwaarts verschoven kustlijn en een verlengde Nieuwe Waterweg met zeesluizen in beeld. Een Haringvliet westwaarts uitgebreid met een estuarium past daar uitstekend bij.

Wanneer het rivierpeil ooit lager komt te liggen dan het zeepeil zullen de vissen op kunstmatige wijze van en naar zee overgezet moeten worden. Dit kan met een schroef van Archimedes richting zee en met een lozingsklep met waterglijbaan naar de rivier.
Belangrijk blijft dat onder alle omstandigheden deze overzet van zoet naar zoet plaatsvindt. Dus geen schoksgewijze overgang. Een continue zoete aanvoerstroom in de migratierivier moet niet alleen trekvissen lokken, maar er ook voor zorgen dat de overgang van zout naar zoet geheel in het estuariene gedeelte blijft gesitueerd.

 

De migratierivier (fase 1) kan bij zeewaartse klimaatmaatregelen, zoals een tweede kustlijn, uitgebreid worden met een estuarium (fase 2) en aansluiten bij de aangroeiende Voordelta (fase 3).

Dit laatste is toekomstmuziek. Voorlopig kunnen we met de aanleg van een zeewaartse migratierivier (fase 1) wel zo’n (halve) eeuw vooruit.
Daarnaast mogen de Zeeuwse wateren zich ontwikkelen tot zeldzame zoete en rijke natuurgebieden en kan de compartimentering grotendeels worden opgeheven, wat gunstig is voor natuur en recreatie. Ten westen van de huidige kustlijn neemt door het ontbreken van in- en uitstromend getijde de aanwas toe en vormen zich nieuwe natuurgebieden.

Het belang van zoet
Aangezien minder dan een tienduizendste van al het water op aarde zoet oppervlaktewater is en dit water van belang is voor natuur en mens, is het zoet houden en verder verzoeten van de Zeeuwse wateren, zowel goed voor de biodiversiteit als voor de leefbaarheid.
Er ontstaan zeldzame zoetwatermilieus, het vestigingsklimaat verbetert, de verzilting neemt af, zoet water komt er in overvloed en de noodberging wordt ruimer.

Samen-werken met water
Het is voor Nederland nog niet te laat. Plannen die het kustfundament stabiliseren en doen aangroeien hebben een goede kans van slagen. Zowel zandsuppletie als stimulering van aanwas is het meest succesvol op plaatsen waar sedimentatie al van nature plaatsvindt. Het rapport van de deltacommissie uit 2008 heet niet voor niets ‘Samen_werken_met_water.pdf’. Integraal sedimentbeheer speelt hierbij een landschapsvormende rol.
Bewoonbaar Nederland heeft alleen toekomst bij gesloten en zeewaartse keuzes.
Sluit de kustlijn en verzoet!

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer.


MET DE BLIK VAN EEN WATERSCHAPBESTUURDER GEKEKEN NAAR 1795-1810


| 05-07-2021 |

 

Het tijdvak 1795-1810 was de Bataafse Republiek gevolgd door de regeerperiode van koning Lodewijk Napoleon. Het was ook een periode van een aantal watersnoden waaronder die van 1809 toen grote delen van Midden-Nederland in het gebied van Maas, Waal, Merwede en IJssel overstroomden.

In deze periode veranderde – in mijn ogen – het denken van de centrale landsregering over het waterbeheer. Ten tijde van de republiek der zeven provinciën was er op het gebeid van het waterbeheer vrijwel geen landelijk gezag c.q. beleid.

Dat alles veranderde met de Staatsregeling voor het Bataafse Volk 1798. Er kwam in 1798 een afdeling nationale waterstaatszorg en er werd gestart met de technische rijksdienst (vanaf 1810 Corps Ingenieurs). Deze vielen onder het agentschap (=ministerie van) Binnenlandse zaken.

Wat op mij als waterschap bestuurder (vanaf 1993) het meeste indruk maakte, was de impliciete erkenning van het belang van water bij de (bestuurlijke) inrichting van ons land.

De Staatsregeling verdeelde het grondgebied der Bataafsche Republiek niet in provincies maar in “Agt Departementen, met naame:

  • Het Eerste Departement: van de Eems.

  • Tweede Departement: van den Ouden Yssel.

  • Derde Departement: van den Rhijn.

  • Vierde Departement: van den Amstel.

  • Vijfde Departement: van Texel.

  • Zesde Departement: van de Delf.

  • Zevende Departement: van de Dommel.

  • Agtste Departement: van de Schelde en Maas.” (zie foto)

Bij de indeling waren de waterstaatkundige grenzen in hoge mate bepaald door de loop van de rivieren en stroomgebieden. Buiten het starten van de afdeling nationale waterstaatszorg werd er in 1805 een waterbouwkundige vakopleiding toegevoegd aan de militaire academies. De waterstaatkundige kennisopbouw was tot 1805 vooral een taak van de hoogheemraad- en waterschappen. De vakopleiding bij de militaire academies was de start van de bundeling en borging van de waterstaatkennis die Nederland op dit vlak wereldleider zou gaan maken.

Napoleon Bonaparte besloot in 1806 een eind te maken aan de Bataafse Republiek, omdat hij een sterk gezag wenste in de strategisch gelegen Nederlanden. Hij plaatste daarom zijn jongere broer Lodewijk Napoleon op de troon. Op 5 juni 1806 werd Lodewijk Napoleon koning van Holland.

Koning Lodewijk, aanvankelijk door zijn onderdanen gezien als louter een zetbaas van Napoleon Bonaparte, maakte zich snel geliefd onder het volk door zijn betrokken optreden bij rampen. In 1808 besloot hij tot de oprichting van het Ministerie van Waterstaat.

Het koninkrijk Holland werd op 9 juli 1810 per decreet (van Rambouillet) ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Per keizerlijk decreet werd ‘Holland’ toen ingedeeld in zeven departementen die de namen van rivieren kregen.

  • Ems Occidentale (Groningen en Drenthe)

  • Ems Oriental (Oost-Friesland)

  • Frise (Friesland)

  • Bouches de l’Yssel (Overijssel)

  • Yssel Supérieur (Gelderland)

  • Zuiderzee (Noord-Holland en Utrecht)

  • Bouches de la Meuse (Zuid-Holland) (zie foto)

De waterschappen streven al vele jaren naar meer invloed op de gemeentelijke en provinciale ruimtelijke ordeningsplannen. Adviseren vanuit je deskundigheid is leuk maar als gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen met die mooie adviezen niet of slechts beperkt rekeninghouden is het resultaat te beperkt. Als er dan toch wateroverlast optreedt, krijgen de waterschappen veelal de ‘zwartepiet’ toebedeeld. In de Bataafse Republiek en in het koninkrijk Holland van Lodewijk Napoleon begreep het landelijk bestuur wel, gezien de naamgeving van de departementen, dat water wel degelijk het ordenend principe was.

Soms is het goed zaken, die de fundering zijn van ons waterbeleid, eens aan de graftomben der herinnering in ontrukken en in het volle licht te zetten, in de hoop dat deze de landelijke bestuurders van nu tot inspiratie dienen.

 

Louis van der Kallen.


AGROFORESTRY


| 03-07-2021 |

 

Het gebeurt niet zo vaak dat boeren in West-Brabant een randstadkrant halen, zoals de Volkskrant. Toch was dat op 20 maart j.l. het geval. Oud-collega waterschapbestuurder Jack Verhulst, biologisch melkveehouder op de Hillekens Hoeve, stond uitgebreid in een artikel over “Beter boeren met bomen”. Hij ziet de voordelen van de combinatie landbouw met bomen (eiken tussen de weiden en walnotenbomen op de weiden). Zij manier van boeren en bomenplanten past in de regeringsdoelstellingen tot meer bomen en bossen in Nederland. Bomen op landbouwgrond kennen meer voordelen dan alleen CO2-opslag. Ze houden water beter vast, ze wortelen dieper en halen daar mee voedingsstoffen en mineralen naar boven waarmee de vruchtbaarheid verbetert. Ze geven het vee beschutting en verhogen de biodiversiteit. Jack combineert Agroforestry met agro-ecologie en is overtuigd dat zijn manier van boeren rendeert en dat het historische samenleven van mensen met bossen en alle organismen – die hiervan deel uitmaken – iets toevoegt aan het welzijn van zijn vee en de kwaliteit van de producten die zijn bedrijf levert.

 

Louis van der Kallen.


WANNEER WORDT HET ZUIDWESTEN WEER ZOET?


| 16-05-2021 |

 

Omstreeks het begin van de jaartelling lag voormalig zoet laag Nederland achter een vrijwel aaneengesloten kustlijn en vele meters hoger dan de zee. Exploitatie van veen, inpoldering en ontwatering lieten de bodem dalen tot beneden de zeespiegel. Aan landverlies viel niet te ontkomen. Door toedoen van de mens drong de zee ver het land binnen. De grillige belijning van ons land met eilanden en zeegaten contrasteert met het regelmatig gevormde kustfundament. Terwijl iedereen vertrouwd is met een zoet IJsselmeer (voorheen het zeegat Zuiderzee), blijft het een raadsel waarom onder de huidige omstandigheden in het zuidwesten extreem zout gehouden wateren worden geaccepteerd. Het Deltaplan voorzag immers al in zoete Zeeuwse meren! Het natuurlijk verzoeten van deze wateren is de meest voor de hand liggende oplossing voor de  problemen van verzilting en zoetwatertekorten waarmee Zeeland in toenemende mate kampt en een grote stap naar klimaatbestendigheid bij verdere zeespiegelstijging.

Lang gewacht
De plannen voor verzoeting van Zeeland zijn onderzocht en uitgewerkt in het Deltaplan.
Door twee gebeurtenissen in de zestiger jaren, een strenge winter en het lage zoutgehalte vanwege een hoge afvoer, vroeg de (mossel- en) oesterteelt of ze alvast schadeloos gesteld mocht worden en konden stoppen, omdat de Zeeuwse delta na 1971 zoet zou worden. Daaraan werd door het Rijk voldaan. Een deel van de teelt kon naar de Waddenzee verplaatst worden. De sector als geheel kreeg schadeloosstelling dan wel een plaats in de Waddenzee. Degenen die later toch op eigen risico opnieuw begonnen werden gewaarschuwd dat ze geen nieuwe aanspraak op schadevergoeding konden maken.

Deze schoolplaat gaf duidelijkheid.

 

De adviezen van beide deltacommissies zijn echter ten dele overgenomen en zo kregen de hoofddoelen waterveiligheid en zoetwatervoorziening te weinig aandacht. Urgentie vanwege klimaatverandering maakt het plan van Johan van Veen weer actueel en inpasbaar bij zeespiegelstijging.
Door de aanleg van een stormvloedkering bleef de Oosterschelde zout en vanwege de slechte kwaliteit van het Rijnwater in de jaren ‘70 werd de verzoeting van de Grevelingen uitgesteld.
Al met al werden voor zuidwest Nederland ‘zoute’ beleidskeuzes gemaakt voor grootschalige lozing van zoet water via de Nieuwe Waterweg, voor zoute meren in Zeeland, (half)open zeegaten en een blokkade van natuurlijke rivierwateraanvoer naar de wateren en eilanden. Zeeland is nog nooit zo zout geweest!

Vanwege de ontstane zoetwatertekorten kan in Zeeland aan de watervraag voor beregening, doorspoeling en peilbeheer niet meer voldaan worden. Dit veroorzaakt verzilting van sloten en de wortelzone, met sterfte van het gewas als gevolg. Bestaande zoetwaterlenzen lopen de kans geheel of meerjarig te verdwijnen. Zoet water is van levensbelang voor de leefbaarheid van de provincie Zeeland en het tegengaan van de verzilting van West-Brabant.
Wanneer we de balans opmaken, zien we dat het meeste zoete water ons land ongebruikt passeert en een teveel aan neerslag te snel wordt afgevoerd. Veel zoet water gaat verloren door lozing in zee.

De spuisluizen in de Volkerakdam liggen al vanaf hun realisatie te wachten om overtollig rivierwater af te laten stromen naar Zeeland. Het is een misverstand dat er continu aan zoetwateraanvoer moet worden voldaan. Voor verzoeting en verversing is er door het jaar heen meer dan voldoende zoet water beschikbaar.

Detail kaart 11: Het wordt zouter, bron Nationaal Waterplan 2009

 

Met de rug tegen de muur

Het grondwater van de Zeeuwse eilanden verzilt sterk en de beperkte zoetwatervoorraad Volkerak-Zoommeer heeft last van zoute kwel vanuit de aangrenzende zoute wateren. Voortzetting van een beleid van verzilting en zoetwaterlozing maakt dat bij zeespiegelstijging het nu al nijpende zoetwatertekort sterk zal toenemen. Ondanks een aanvankelijk enthousiasme en hoge inspanningen voor tal van zilte planvorming zal men de realiteit onder ogen gaan zien en afstand nemen van bestemmingen, statussen en toegezegde zaken.

Duurzame zoetwatervoorziening en noodberging van rivierwater zijn urgente wateropgaven waarvoor Zeeland staat, gevolgd door het tegengaan van verzilting en het borgen van zeewaterveiligheid bij de te verwachten versnelling van zeespiegelstijging (IPCC/KNMI).
In deze regio dienen de nodige wateropgaven doelgericht en voortvarend opgepakt te worden.

Krijgt de natuur ditmaal kansen ?

Waar men achter de kustlijn zoute natuur probeert vast te houden, gaat het met het milieu bergafwaarts. De beoogde doelen blijken bij  de Oosterschelde en de Grevelingen onhaalbaar. 

In onze steeds veranderende cultuurlandschappen past de natuur zich continu aan. Dat geldt straks ook bij de maatregelen die genomen gaan worden voor klimaatbestendigheid.

Afgelopen jaren werden we ons door klimaatverandering en voortgaande verzilting bewust van de urgentie om het waterbeleid te ijken aan de lange termijn. Daarbij kunnen de te verzoeten wateren onderdeel gaan uitmaken van een gezond en evenwichtig watersysteem. Zeer zeldzame zoetwatermilieus (zoet oppervlaktewater is minder dan een tienduizendste van het water op aarde!) nemen de plaats in van het mondiaal alom aanwezige zoutwatermilieu. Milieuzones schuiven westwaarts op en er ontstaan nieuwe natuurgebieden voor de kust. De keuze voor een migratierivier op zee aansluitend op een kokersluis in de Haringvlietdam ligt voor de hand en kan westwaarts worden verlengd, gelijktijdig met de aanleg van zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg en ruimtelijke uitbreiding ten westen van de Maasvlakte. Naast het oppervlak aan natuur zal de biodiversiteit met sprongen toenemen. Een enorme impuls voor de natuur.

Behoud vestigingsklimaat en kapitaal

Vergeleken met de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050, waarin verzouten centraal staat, is verzoeten veel goedkoper, effectiever en duurzamer. Het waterbeleid zal haar ambities en handelingsperspectieven die voortkomen uit het Uitvoeringsprogramma ZWD 2010 -2015+ moeten loslaten. Nostalgie naar de, indertijd ongewenste, situatie van vóór de Deltawerken is nu eenmaal een averechtse en subjectieve drijfveer. Hoe eerder de Grevelingen verzoet, des te eerder zullen mens en natuur er de vruchten van plukken.

Ook het op termijn verzoeten van de Oosterschelde voorkomt overbodige investeringen en schade.

Het verzoeten stopt de verzilting van de eilanden en creëert extra zoetwatervoorraad en bergingscapaciteit. Het perspectief van een groot zoetwaterreservoir, waaruit men in droge zomers naar behoefte vrij uit kan tappen, is zeer aantrekkelijk voor landbouw, natuur, waterafhankelijke sectoren en leefbaarheid. Zo behoudt Zeeland een gezond vestigingsklimaat.

Rivierwaterveiligheid door noodberging

Door het waterbergende oppervlak van het Haringvliet, Hollandsch Diep en Biesbosch aan te vullen met de voormalige zeegaten vermindert de stijgsnelheid bij noodberging van rivierwater tot 1/3 deel. Met een bekken in zee erbij, afhankelijk van de grootte, tot 1/8 deel. Oppervlakvergroting geeft een sterke toename van de rivierwaterveiligheid. Om bij berging milieurampen te voorkomen is het van belang dat de bergingswateren zoet of tenminste brak zijn en komen daarbij de nog te realiseren overgangen van zoet naar zout zeewaarts of voor de huidige kust te liggen.

Bekken in zee

Bij alles is samenwerken met water de juiste keuze. Alhoewel na diverse afsluitingen de natuurlijke vorming van de Voordelta heeft plaatsgevonden, blijft de Zuidwestelijke Delta uiterst kwetsbaar.
Na het verder wegvallen van sterk ondermijnende getijdenstromingen gaan uitgeschuurde stroomgaten zich vullen met sediment en groeit de Voordelta verder aan. Niet alleen de kust, maar ook het kustfundament sluit zich meer. Intussen komt dan wel het einde van de levensduur van de Oosterscheldekering langzaam in zicht, maar bij tijdige realisatie van een beschermend bekken in zee kan dit icoon behouden blijven. Binnen het Kennisprogramma Zeespiegelstijging van het Nationaal Deltaprogramma wordt een tweede kustlijn gezien als kansrijk. Mogelijk dat het Deltaprogramma een impuls kan geven aan het bespoedigen van het verzoeten van de Zeeuwse wateren.

Wil Borm
Adviesgroep Borm & Huijgens.