DE OMMEKEER NAAR ZOETWATERBEHEER

 


| 24-12-2020 |

 

Het gemiddelde zoetwaterverbruik van een Nederlander is 2,3 miljoen liter per jaar en ligt voor    89 % in het buitenland, ook landen met waterschaarste (bron: A. Hoekstra, National Geographic, 2010). Dit laatste gaat over water benodigd voor importproducten als koffie, kleding, cacao, etc. Het water dat we hier ter plekke verbruiken is vergelijkbaar met zo’n 16 à 17 % van de jaarlijkse neerslag. De hoeveelheid rivierwateraanvoer is daarvan nog eens het dubbele. We krijgen zo een overvloed aan zoet water, in de orde van zo’n 300 miljoen m3 per dag, waarvan we 5 à 6 %  gebruiken. Het meeste zoete water passeert Nederland ongebruikt en een tijdelijk teveel aan neerslag wordt doorgaans vlot afgevoerd. Spaarzaam en circulair omgaan met zoet water is een goede zaak, maar het is overduidelijk dat voor Nederland bij waterschaarste de structurele oplossing ligt in het vasthouden van zoet water.

Ondoordachte keuzes
Tijdens en na de Deltawerken werden de Zeeuwse wateren op initiatief van een behoudende natuurbeweging zouter dan ooit. De natuurwaarden zakten verder weg en er ontstonden nijpende zoetwatertekorten. Het grondwater van de eilanden verzilt inmiddels sterk en de zoetwatervoorraad Volkerak-Zoommeer heeft last van zoute kwel vanuit de aangrenzende zoute wateren. Wat vinden we met de kennis van nu van de gemaakte keuzes voor grootschalige lozing van zoet water in zee, voor zoute meren en open zeegaten, voor grondwateronttrekking en belemmering van herstel? Zie en beluister hiervoor de Nieuwsuurrapportage van 30-9-2020 ‘De verdroging van Nederland is vooral een keuze’ en van reporter-radio. Nu de verwachte zeespiegelstijging een bedreiging vormt voor de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening, wordt het tijd de ontstane achterstand weg te werken door opnieuw te kiezen voor de klimaatbestendige doelen van het oorspronkelijke Deltaplan: kustverkorting en zoete meren.

Het zoete zuidwesten
Bij water hangt alles met alles samen. De waterhuishouding van de Zeeuwse eilanden en de tussenliggende wateren is niet te scheiden en ook de gebieden Rijnmond-Drechtsteden en Zuidwestelijke Delta vormen één geheel. Door tegenstrijdig beheer ontstonden zoute en zoete locaties, met en zonder getijde. Het werd een kunstmatige en benauwende fragmentatie van ‘samenhang op bekkenniveau’. Locale keuzes zorgden decennia lang voor toenemende problemen. Door het jaar heen voeren de rivieren nog altijd dezelfde hoeveelheden zoet water aan als voor de Deltawerken. Het overschot is meer dan voldoende om de voormalige zeegaten te verzoeten en te verversen. In verreweg het overgrote deel van het jaar wordt nu het teveel aan zoet water via het Haringvliet afgevoerd. In beginsel is dat beschikbaar voor een zoet Grevelingenmeer en een Oosterscheldebekken zonder te hoeven tornen aan de huidige verdelingsafspraken voor zoet water.

 

Zeewaartse verzoeting, uitbreiding noodberging en bescherming Zuidwest Nederland

De spuisluizen Volkerak zijn aangelegd om Krammer-Volkerak, Grevelingen en Oosterschelde zoet te maken. Ze liggen al klaar om overtollig rivierwater uit Rijn/Maasmond af te laten stromen naar Zeeland. Deze plannen, indertijd onderzocht en uitgewerkt in het Deltaplan, zijn vergeleken met de lopende projecten goedkoper en bovendien effectief. Voormalige zeegaten kunnen in enkele maanden verzoeten door het bij hoge rivierafvoeren binnenlaten van zoet water en het gelijktijdig uithevelen van de zware zoute onderlaag. Het perspectief van een enorm zoetwaterreservoir is zeer aantrekkelijk voor landbouw, waterafhankelijke sectoren  en leefbaarheid. Het gaat er om het grootste en bovenste deel van de wateren gegarandeerd zoet te houden, zodat Zeeland er in droge zomers naar behoefte vrij uit kan tappen.

Noodberging
Door het waterbergende oppervlak van het Haringvliet aan te vullen met de voormalige zeegaten vermindert de stijgsnelheid bij noodberging van rivierwater naar schatting met 1/6 deel. Met een bekken in zee erbij, afhankelijk van de grootte tot wellicht 1/10 deel. Oppervlakvergroting geeft een sterke toename van de rivierwaterveiligheid.

Evoluerende natuur
In een veranderende Delta past de natuur zich continue aan. Behoudende natuurdoelstellingen zijn er onmogelijk en onwenselijk, zeker wanneer we streven naar zeewaarts gelegen zoet-zoutovergangen en er vervolgens maatregelen genomen worden voor klimaatbestendigheid. Dit betekent dat we afstand zullen moeten nemen van de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer en dat de onlangs gepresenteerde Gebiedsagenda Zuidwestelijke Delta 2050 al aan herziening toe is. Jammer van de inspanningen, maar gelukkig is wijziging slechts papierwerk.

De toegenomen urgentie noodzaakt om lopend en nieuw beleid te ijken aan de lange termijn.

Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg
In de vijftiger jaren wilde Rotterdam haar havens uitbreiden. Het standpunt van  Rijkswaterstaat was dat dit prima was. Maar dan wel achter sluizen! Rotterdam kreeg echter haar zin. Een open gebleven Nieuwe Waterweg maakt dat al generaties lang bij elke verbreding en verdieping het zoetwaterverlies en de zoutindring toeneemt. Dit houdt de landelijke zoetwaterverdeling in een knellende greep. Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg kunnen dit stoppen. Het vrijkomende zoete water maakt een herijking van de landelijke zoetwaterverdeling mogelijk en kan vervolgens gebruikt worden voor de meeste wateropgaven. Dit is door diverse partijen meermalen benadrukt, echter nog altijd zonder tastbaar resultaat. Zeesluizen voor de Nieuwe Waterweg (Plan Spaargaren) vormen de sleutel tot een klimaatbestendig land en bieden zowel zeewaterveiligheid als rivierwaterveiligheid. Ze sluiten namelijk de kust van het Rijnmond-Drechtstedengebied en verplaatsen het kantelpunt zee en rivieren naar het zuidwesten, dat een groter en uitbreidbaar vermogen biedt voor tijdelijke berging van rivierwater.  Daarnaast stoppen ze het grootschalige zoetwaterverlies en gaan verzilting tegen. Het vrijkomende zoete water kan gebruikt worden voor verversing, voorraadvorming en doorstroming voor gezonde milieus. Tenslotte bevorderen sluizen de beheersbaarheid van de rivierwaterstanden en leiden ze met een herziene zoetwaterverdeling tevens de sedimentstroming naar het zuidwesten. Jaarlijks bezinkt nog altijd zo’n 3 miljoen m3 slib in het Rijnmondgebied. Met zeesluizen kunnen de waterveiligheid en leefbaarheid duurzaam gegarandeerd worden, evenals de toekomstige concurrentiepositie van Rotterdam als wereldhaven. De vermindering van opslag van fossiele brandstof en de toename van woningbouw rond de stadshavens sluiten hierbij aan. Aangezien deze maatregel probleemoplossend en kosteneffectief bijdraagt aan vrijwel alle wateropgaven kan deze beter zo ver mogelijk naar voor worden geschoven.

Blijf de veranderingen voor
Voorkomen is beter dan genezen. Hoe eerder men zich richt op de realisatie van de huidige wateropgaven, des te eerder zal men de vruchten ervan plukken. Vervolgens kan het Deltaprogramma zich gaan richten op een overkoepelend plan dat de processen klimaatverandering en zeespiegelstijging ruim voor moet blijven. Hoog tijd voor een nieuw waterbeleid dat start met het vasthouden van zoet water. Wie neemt het initiatief, wie gaat het betalen en wanneer is het gereed?

Wil Borm

Adviesgroep Borm & Huijgens


 

Boekenlegger op de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *