OVER WATER – 160: WIE IS VERANTWOORDELIJK?

 

| 27-10-2018 | 10.30 uur |


 

OVER WATER – 160: WIE IS VERANTWOORDELIJK?

 

Op zaterdag 20 oktober stond er een Interview in de NRC met de oprichters van “The great bubble barrier” met de kop “Wie is verantwoordelijk voor plastic in de rivieren?”. De kop werpt een terechte vraag op. Drie dames spraken en dachten in een kroeg in Amsterdam na over het probleem van de plasticsoep in de oceanen en kwamen op het idee van een bellenscherm. Niet zo gek als je bedenkt dat een dergelijke scherm ook werkt tegen zout indringing. Met hun idee wonnen ze 500.000 euro bij de Green Challenge (een duurzaamheidsprijs van de Postcode Loterij). 

De opgeworpen vraag heeft een groter bereik dan de rivieren en kanalen. Ook als waterschapbestuurder krijg ik met regelmaat het gevoel dat ‘niemand’ zich verantwoordelijk voelt voor het probleem. Wat als gemeenten of bedrijven het plastic samen met de afgevallen bladeren in de wegbermsloot blazen? Dan plotseling schijnt het waterschap of een aanliggende boer de verantwoordelijkheid (in de vorm van ontvangstplicht)  te moeten dragen. Wat te denken van alle plastic troep dat voor een stuw of gemaalrooster zich ophoopt?
Volgens het artikel blijkt ook dat Rijkswaterstaat zich niet verantwoordelijk voelt. “Geen budget”, dus klaarblijkelijk geen taak. Laat maar in de zee stromen schijnt de gedachte te zijn. We gaan, zo lijkt het,  eeuwen terug toen ook niemand zich verantwoordelijk voelde voor wat in de ‘open riolen’ verdween en uiteindelijk in de zee terecht kwam. Gemeenten hebben budgetten voor zwerfafval. Hoe ze die taak oppakken is echter niet aan landelijke normen onderhevig. Wie is verantwoordelijk en wie pakt het op? Het is goed dat er initiatieven zijn om de oceanen op te ruimen. Maar het is veel kosten effectiever als er voorkomen wordt dat het plastic de zeeën en oceanen bereikt. Het idee blijkt niet alleen relatief simpel, het blijkt te werken, zo heeft een proef met onder andere de medewerking van Rijkswaterstaat in de IJssel bij Kampen uitgewezen. Het bellenscherm blijkt geen probleem voor vissen en geen probleem voor de scheepvaart. Nu nog partijen die zich verantwoordelijk gaan voelen. 

Gelezen
“NAT & DROOG” met als subtitel “Nederland met andere ogen bekeken”. Een boek uitgegeven door Architectura & Natura omdat het op 27 maart 1998 twee honderd jaar geleden was dat door het ‘vertegenwoordigend lighaam des Bataafschen volk’ Rijkswaterstaat werd ingesteld. Een boek dat helder maakt waarom er nauwelijks Nederlanders zijn die wakker liggen vanwege het gevaar van het water. Wij vinden ‘droge voeten’ immers heel gewoon. Bezoekers van dit land kijken daar heel anders tegen aan en verbazen zich er over dat een compleet volk zijn vertrouwen geeft aan de beheerders van het water. Raar? Niet echt. Rijkswaterstaat en de waterschappen waken over ons. “NAT & DROOG” laat zien hoe het zover gekomen is. Hoewel het boek 20 jaar geleden is uitgegeven, is het in mijn ogen nog steeds actueel. 

“Klimaat in Beweging” geschreven door meteoroloog en weerman Harry Otten en uitgegeven in 2006 door Tirion uitgevers BV. Verbijsterend hoe snel de in het boek aangegeven trends bewaarheid worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 159: KANSRIJK STADSWATER

 

| 20-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 159: KANSRIJK STADSWATER

 

Op dinsdag 16 oktober was de start van de week van Ons Water. Dat is een landelijke actieweek om water meer in de belangstelling te krijgen van de burgerij. In het waterschap Brabantse Delta werd er ter gelegenheid van de start een symposium ‘kansrijk stadswater’ georganiseerd in Breda. Onderdelen waren een waterwandeling langs de singel, een gesprek met wethouder Paul de Beer en dijkgraaf Kees Jan de Vet en een drietal presentaties. Met als onderwerpen:
– De keuzewijzer stadswater, een analyse naar kansrijke maatregelen.
– Kansen voor water bij stedelijke vernieuwing.
– Bewonersparticipatie tegen blauwalg.
Tevens was er een ‘waterdebat’ aan de hand van stellingen.

Het was een leerzame en ook deels teleurstellende middag. Bij de wethouder, de dijkgraaf en bij twee van de drie sprekers kwam het woord hittestress niet over de lippen. De derde spreker vermeldde hittestress alleen als een onderwerp dat voorkwam in de beleidsvoornemens van het waterschap (de Dommel) in relatie met stedelijk water. Nog steeds zit ‘hittestress’ niet tussen de oren van beleidsmakers en van stad- en waterschapbestuurders. Jammer want ‘hittestress’ kost doden en tast in zomers als die van 2018 de kwaliteit van leven aan in binnenstedelijke gebieden. Juist de combinatie van water en groen en het doorlaatbaar maken van de bodem pakt ‘hittestress’ aan. Wat mij betreft is volgend jaar het thema van de week van Ons Water hittestress. 

Het ‘waterdebat’ leverde mij wel enkele verbaaspunten op. Eén van de stellingen was: “Stadswater moet eigendom worden van bewoners.” Zeker 80 % van de symposiumbezoekers was die mening toegedaan. Nu is het zo dat de symposiumbezoekers brave ambtenaren en bestuurders zijn, die goed voor hun eigendommen zorgen. Ik zie echter als kritisch beschouwer met grote regelmaat eigendommen verpauperen. Niet iedere eigenaar gaat goed om met zijn eigendom. Stadswater behoort in mijn denken publiek eigendom te zijn en te blijven. Eigendomsrechten gaan ver in Nederland en overheden zijn slecht in het afdwingen van onderhoud of de onderhoudsplicht.

Wat mij verbijsterde is de toegedachte ‘rol’ van de overheid. Het antwoord van vrijwel alle aanwezigen: faciliteren, stimuleren, motiveren en meer van dat soort mooie gemeenplaatsen. Het leek een bijeenkomst van een kerkgenootschap die het blijde evangelie verkondigde. Uiteindelijk is de overheid de machtsfactor. De Dikke van Dale geeft als eerste verklaring; “macht, gezag”! Geloof in het goede van de mens is aardig, maar de overheid stelt de regels. Kijk maar naar de website www.overheid.nl. “Beleid & regelgeving” is een  kernpunt. Goed betaalde ambtenaren en bestuurders leven in hun eigen wereld waar zij en hun collega’s genoeg hebben aan faciliteren, stimuleren, motiveren enzovoort om datgene te doen wat wenselijk is. Maar in de wereld buiten hun cocon is de werkelijkheid dat er veel onwenselijkheden zijn, zoals mensen die de eendjes voeren, een visvoertje leggen, de hondendrollen niet opruimen en afgevallen bladeren met bladblazers het water in blazen en met dat alles blauwalg veroorzaken. En als alle gesprekken, aanspreken, informatiebordjes, opruimacties niet helpen, dan moeten er soms gewoon de regels gehandhaafd worden. Geloof me, de overheid is er voor het gezag en soms de macht. Handhaven dus.  Je maintiendrai staat niet voor niets in ons Rijkswapen!

Louis van der Kallen

 


NOTA OVER WATERBEHEER SPOORT AAN TOT NADENKEN

 

| 16-10-2018 | 11.30 uur |


 

NOTA OVER WATERBEHEER SPOORT AAN TOT NADENKEN

 

Na verontrustende prognoses over klimaatverandering en zeespiegelstijging, de ervaringen met een extreem droge zomer en de groeiende behoefte aan een toekomstgerichte koers, heeft de Adviesgroep Borm & Huijgens haar visie over waterbeheer gebundeld in de nota ‘De urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland’. Deze nota is een beschouwing van de landelijke waterproblematiek, waarbij, uitgaande van het verleden en de huidige situatie, in kaart wordt gebracht waar voor de toekomst de grootste opgaven liggen. Met het negende Nationale Deltacongres voor de deur en de opvolging van de deltacommissaris in het vooruitzicht, is deze nota een aanrader voor ieder die zich wil verdiepen in het landelijk waterbeheer. 

Na vele publicaties geeft de Adviesgroep Borm & Huijgens aan de hand van de laatste prognoses aan voor welke keuzes Nederland spoedig komt te staan. De diverse samenstelling van het team en de geraadpleegde deskundigen maken dat de nota niet alleen een objectieve en onafhankelijke beschouwing van de landelijke waterproblematiek geeft, maar ook genuanceerde gezichtspunten en interessante oplossingsrichtingen. De nota pleit voor Building with Nature, waterbouwprojecten die aansluiten bij evoluerende landschapsvormende processen, en voor natuurontwikkeling die hierbij meelift. Verder wordt verklaard waarom politieke sturing van waterbeheer zo moeizaam verloopt. Er zitten niet alleen weinig waterstaatkundige ingenieurs in het kabinet, maar zelfs bij adviescommissies blijken vakmensen in de minderheid. Een raamwerk over de wijze waarop we ons duurzaam gaan beschermen tegen en samenwerken met het water ontbreekt. Dit maakt dat de overheid  haar verantwoordelijkheden op het gebied van waterbeheer uitbesteedt, zonder zicht te hebben op het uiteindelijke einddoel. Nu de Tweede Kamer de economische gevolgen van 1.80 m zeespiegelstijging in kaart laat brengen, groeit er hoop dat er nog tijdig toekomstgerichte maatregelen komen. 

De Lage Landen behoren mondiaal tot de gebieden waarvan de bevolking het meeste risico loopt bij versnelde zeespiegelstijging. Het vertrouwen in de overtuiging dat we de beste bouwers zijn van dijken, dammen en stormvloedkeringen, krijgt een flinke deuk bij het besef van de beperkte houdbaarheid van de Deltawerken en de kwetsbaarheid van onze dijken en kust in combinatie met het gemis aan een plan voor een klimaatbestendig land. Voor rivierwaterveiligheid ontbreekt een nationale noodberging die een extreem hoge rivieraanvoer gedurende stormopzetduur tijdelijk moet opvangen. Daarbij zijn we geenszins voorbereid op een watersnood. Ook geeft de nota aan dat zoetwatervoorziening steeds problematischer wordt. Zolang het merendeel van de rivieraanvoer wordt verbruikt om tegendruk te bieden aan het indringende zout in de Nieuwe Waterweg is een duurzaam zoetwaterbeleid onmogelijk. We verspillen dus zoet water om zoet water te behouden. Dat kan slimmer!

De nota van B&H maakt bovenal duidelijk dat we het met zandsuppleties, dijkverhogingen en een vlotte doorstroming niet redden van de zeespiegelstijging en de klimaatverandering en benadrukt dan ook mogelijke vervolgstappen. Een veiligheidsprobleem dat zich onverwacht aandient is dat zowel de stormvloedkering Oosterschelde als de Haringvlietsluizen niet berekend zijn op een meter zeespiegelstijging en er naar vervangende oplossingen gezocht moet worden. Ook de aanleg van een Westerscheldedam vereist een wellicht moeilijke, maar noodzakelijke samenwerking met onze zuiderburen. Voor zeewaterveiligheid is een krachtige kust van belang. Zandsuppleties zijn per definitie tijdelijk en worden op het einde van deze eeuw onhaalbaar en onbetaalbaar. Een stijgende zeespiegel en een land dat onvermijdelijk steeds verder wegzakt, samen met extremen in riviergedrag en een grotere kans op stormen met orkaankracht, maken dat het de hoogste tijd wordt om te komen tot een plan met toekomstvisie voor een klimaatbestendig Nederland. De vraag om duurzame alternatieven en aanvullende structurele maatregelen is hoog. Zo’n plan voor een klimaatbestendig Nederland kan alleen worden ontwikkeld door een vakkundig team. Alle expertise waarover we kunnen beschikken dient daarbij gemobiliseerd te worden. 

Deltacommissaris Wim Kuijken laat weten dat hij tijdens het Deltacongres in november afscheid neemt van de Deltacommunity en met pensioen gaat. In de afgelopen jaren heeft hij een verbindende rol gespeeld tussen de diverse watergerelateerde instanties en is er veel aandacht besteed aan verbetering van doorstroming en dijkversterking. Vervolgens zullen alle zeilen bijgezet moeten worden om Nederland tijdig klimaatbestendig te maken. Het echte werk begint nu pas. Veel zal afhangen van de persoon die door de minister wordt aangewezen als opvolger van de deltacommissaris. Laat deze bekwaam, deskundig en doortastend zijn, opgewassen tegen de enorme opgave die wacht.

Laag Nederland en Vlaanderen hoeven de eerste eeuwen niet te overstromen. Het zal echter een grote krachtsinspanning vergen en politici en bestuurders met visie en vastberadenheid om dat tijdig voor elkaar te krijgen. Wilt u meer weten over de grootste uitdaging waar Nederland voor staat, dan kunt u de nota ‘De Urgentie van een plan voor een klimaatbestendig Nederland’ inzien, door hier te klikken.

Adviesgroep Borm en Huijgens
http://www.adviesgroepbormenhuijgens.nl/lwurgentie.php

 


OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

| 13-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

De afgelopen honderd jaar is de groei van steden versneld en is mede om redenen van volksgezondheid  het afvoeren van het afvalwater en het hemelwater door middel van ondergrondse riolen in stedelijk gebied de standaard geworden. Door de veranderingen in het klimaat zal de intensiteit van buien toenemen met grotere neerslaghoeveelheden met overbelasting van de riolen als gevolg. Ook ontstaat het inzicht dat schoon hemelwater niet in ondergrondse riolen en voor veel geld afgevoerd en gereinigd hoeft te worden. Water moet de bodem in! Infiltratie van het regenwater in de bodem helpt bij de noodzakelijke vermindering van hittestress. Water in de bodem werkt door verdamping koelend in warme perioden. In stedelijk gebied is veel oppervlak verhard omdat het onderhoud dan goedkoper zou zijn. Maar water door riolen afvoeren kost ook geld en de schaden door wateroverlast nemen ook toe. Nederland zal op een andere manier met regenwater om moeten gaan. Dat kunnen overheden niet alleen. Ook de hulp van burgers is nodig te beginnen met de eigen tuin en het eigen dak van huis of schuur.

Wat kunnen burgers zelf? Wat tips.

  • Eruit die tegels (operatiesteenbreek). Gras is een goed alternatief. Bij langdurige hitte wordt uw omgeving dan ook nog eens minder warm en koelt het in de zomernachten beter af.
  • Ook houtsnippers, waterdoorlatende tegels, grind, schelpen en cacaodoppen zijn goede tegel vervangers.
  • Ontkoppel de regenpijp en sluit die aan op een vijver of regenton.
  • Gebruik regenwater om het toilet door te spoelen.
  • Zet wormen uit in je tuin. Zij verbeteren de grondstructuur zodat de grond beter water kan opnemen.
  • Creëer hoogteverschillen in de tuin zodat het water van bijvoorbeeld een terras makkelijk afvloeit naar een lager gelegen deel waar het water in de grond kan trekken.
  • Kies planten die veel water verdampen en regenbestendige soorten, zoals munt, lavendel, pinksterbloem, gagel, kardinaalsmuts of bomen zoals de meidoorn, de knotwilg of een plataan.
  • Kies voor een groen dak of gevelbeplanting. Ze leveren ook een bijdrage aan de aanpak van hittestress.

Maar ook gemeenten moeten aan de slag met bijvoorbeeld de toepassing van waterdoorlatende verhardingsmaterialen. Te denken is aan: grasbetonstenen, poreuze klinkers, klinkers met open voegen of losse materialen als grind, steenslag, schelpen of houtspaanders. Maar ook combinaties zoals mengsels van steenslag en gras en open bestratingspatronen. Als er meer ruimte is en de bodem geschikt, kan hemelwater ook van daken en verharde oppervlakken direct naar grasvelden, plantsoenen, wadi’s of oppervlaktewateren als brand- en hemelwatervijvers geleid worden ter infiltratie. Ook aangelegde infiltratie-stroken/kratten/putten en grindbakken/koffers, waterpleinen en groene daken kunnen afhankelijk van de situatie goede alternatieven zijn. Positieve effecten kunnen zijn: aanpak verdroging natuur, vermindering hittestress, verbetering luchtkwaliteit, verbetering van de biodiversiteit en verhoging van de belevingswaarde van een meer groene omgeving.

Binnen steeds meer gemeenten komen raadsleden en wethouders met ideeën om de verstening aan te pakken. Ik schreef eerder een artikel over het idee ‘tegeltax’ een idee van een Aalburgse wethouder. Nu kwam ik in het vakblad Riolering een artikel tegen met de titel “Limiet stellen aan verstening bij kaveluitgifte”. De CDA fractie van de gemeenteraad van Dalfsen heeft het college van B&W van Dalfsen gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken, om bij kaveluitgifte het aantal m2 verharding te maximaliseren. Ik vind dat een goed idee en passend in het streven van overheden om het stedelijk gebied klimaatadaptief te maken.  Een andere route volgt de gemeente  Son en Breugel. Daar wordt een voorstel besproken om de rioolheffing te differentiëren. Verlaging/beloning voor burgers en bedrijven die verharding verwijderen.

We moeten het samen doen en bedenk dat als vrijwilligheid niet werkt ‘tegeltax’ een reëel alternatief kan worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 157: RESISTENTE BACTERIËN EN OVER BIOPLASTIC

 

| 06-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 157: RESISTENTE BACTERIËN EN OVER BIOPLASTIC

 

De afgelopen jaren schreef ik een paar keer over resistente bacteriën. In november 2015 het artikel “resistente bacteriën en onze zuiveringen”. In december 2016 over de kennis in dit kader het artikel medicijnresten in onze zuiveringen. En in maart 2018 het artikel “medicijnresten in water: een groeiend probleem”.  

De afgelopen week was er over dit onderwerp en over Phario een openbaar debat op de beursvloer van de innovatie expo op het RDM terrein op de Heijplaat te Rotterdam. Ik was door de innovatie manager van het waterschap Brabantse Delta gevraagd om haar te helpen bij het publiek debat. Een beetje als eventuele gangmaker als dat nodig zou zijn. De onderwerpen werden ingeleid door presentaties. Die over resistente bacteriën door een spreekster van Wetsus.

Naar resistente bacteriën wordt steeds meer onderzoek gedaan, maar tot een echte aanpak in onze rioolwaterzuiveringen komt het nog niet. Terwijl in Duitsland en Zwitserland hier wel concrete stappen toe worden gezet. Zoals gebruikelijk is de vraag: wie gaat dat betalen? Ik acht de groeiende gezondheidsrisico’s zodanig dat er nu echt aan de slag moet worden gegaan met de aanpak van bacteriën in onze zuiveringen en in de effluent lozingen. Nu komen er steeds meer resistente bacteriën in het oppervlaktewater terecht. Dus ook in oppervlaktewater dat gebruikt wordt om  drinkwater van te maken. De risico’s nemen toe en dat zou moeten betekenen dat met de aanpak haast moet worden gemaakt. Wie het gaat betalen is dan een zaak waar de dames en heren politici desnoods later besluiten over moeten gaan nemen.

Het Phario project (bioplastic uit afvalwater) werd ingeleid door een presentatie van Etteke Wypkema van het waterschap Brabantse Delta. Dit project is toe aan een opschaling naar een industriële aanpak. Dit vraagt de inzet van ondernemers, zowel bij de productie als bij de toepassing van bioplastic. De PHA, die nu op kleine schaal uit afvalwater wordt geproduceerd, kan bruikbaar zijn voor tal van toepassingen. Gezocht wordt naar ondernemers die de uitdaging aannemen en aan de slag willen om te komen tot een meer duurzame samenleving en niet te benauwd zijn met dit soort materialen te werken. Waar zijn de AKZO’s en DSM’s van de wereld die willen gaan voor een echt duurzaam imago. Niet om zich zo’n mooi imago aan te meten maar om echt duurzaam te worden.  

Louis van der Kallen