OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

| 13-10-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 158: VERHARDINGEN, HET KAN EN MOET ANDERS

 

De afgelopen honderd jaar is de groei van steden versneld en is mede om redenen van volksgezondheid  het afvoeren van het afvalwater en het hemelwater door middel van ondergrondse riolen in stedelijk gebied de standaard geworden. Door de veranderingen in het klimaat zal de intensiteit van buien toenemen met grotere neerslaghoeveelheden met overbelasting van de riolen als gevolg. Ook ontstaat het inzicht dat schoon hemelwater niet in ondergrondse riolen en voor veel geld afgevoerd en gereinigd hoeft te worden. Water moet de bodem in! Infiltratie van het regenwater in de bodem helpt bij de noodzakelijke vermindering van hittestress. Water in de bodem werkt door verdamping koelend in warme perioden. In stedelijk gebied is veel oppervlak verhard omdat het onderhoud dan goedkoper zou zijn. Maar water door riolen afvoeren kost ook geld en de schaden door wateroverlast nemen ook toe. Nederland zal op een andere manier met regenwater om moeten gaan. Dat kunnen overheden niet alleen. Ook de hulp van burgers is nodig te beginnen met de eigen tuin en het eigen dak van huis of schuur.

Wat kunnen burgers zelf? Wat tips.

  • Eruit die tegels (operatiesteenbreek). Gras is een goed alternatief. Bij langdurige hitte wordt uw omgeving dan ook nog eens minder warm en koelt het in de zomernachten beter af.
  • Ook houtsnippers, waterdoorlatende tegels, grind, schelpen en cacaodoppen zijn goede tegel vervangers.
  • Ontkoppel de regenpijp en sluit die aan op een vijver of regenton.
  • Gebruik regenwater om het toilet door te spoelen.
  • Zet wormen uit in je tuin. Zij verbeteren de grondstructuur zodat de grond beter water kan opnemen.
  • Creëer hoogteverschillen in de tuin zodat het water van bijvoorbeeld een terras makkelijk afvloeit naar een lager gelegen deel waar het water in de grond kan trekken.
  • Kies planten die veel water verdampen en regenbestendige soorten, zoals munt, lavendel, pinksterbloem, gagel, kardinaalsmuts of bomen zoals de meidoorn, de knotwilg of een plataan.
  • Kies voor een groen dak of gevelbeplanting. Ze leveren ook een bijdrage aan de aanpak van hittestress.

Maar ook gemeenten moeten aan de slag met bijvoorbeeld de toepassing van waterdoorlatende verhardingsmaterialen. Te denken is aan: grasbetonstenen, poreuze klinkers, klinkers met open voegen of losse materialen als grind, steenslag, schelpen of houtspaanders. Maar ook combinaties zoals mengsels van steenslag en gras en open bestratingspatronen. Als er meer ruimte is en de bodem geschikt, kan hemelwater ook van daken en verharde oppervlakken direct naar grasvelden, plantsoenen, wadi’s of oppervlaktewateren als brand- en hemelwatervijvers geleid worden ter infiltratie. Ook aangelegde infiltratie-stroken/kratten/putten en grindbakken/koffers, waterpleinen en groene daken kunnen afhankelijk van de situatie goede alternatieven zijn. Positieve effecten kunnen zijn: aanpak verdroging natuur, vermindering hittestress, verbetering luchtkwaliteit, verbetering van de biodiversiteit en verhoging van de belevingswaarde van een meer groene omgeving.

Binnen steeds meer gemeenten komen raadsleden en wethouders met ideeën om de verstening aan te pakken. Ik schreef eerder een artikel over het idee ‘tegeltax’ een idee van een Aalburgse wethouder. Nu kwam ik in het vakblad Riolering een artikel tegen met de titel “Limiet stellen aan verstening bij kaveluitgifte”. De CDA fractie van de gemeenteraad van Dalfsen heeft het college van B&W van Dalfsen gevraagd om de mogelijkheden te onderzoeken, om bij kaveluitgifte het aantal m2 verharding te maximaliseren. Ik vind dat een goed idee en passend in het streven van overheden om het stedelijk gebied klimaatadaptief te maken.  Een andere route volgt de gemeente  Son en Breugel. Daar wordt een voorstel besproken om de rioolheffing te differentiëren. Verlaging/beloning voor burgers en bedrijven die verharding verwijderen.

We moeten het samen doen en bedenk dat als vrijwilligheid niet werkt ‘tegeltax’ een reëel alternatief kan worden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 151: WATERKENNIS KAN OOK VAN OVER DE GRENS KOMEN

 

| 25-08-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 151: WATERKENNIS KAN OOK VAN OVER DE GRENS KOMEN

 

Veel Nederlandse politici en bestuurders denken dat, als het over waterbeheer gaat, wij het goed voor elkaar hebben. Maar is dat ook zo? Of doen we graag aan borstklopperij, terwijl wij nog heel wat op kunnen steken van waterkennis en ontwikkelingen in het buitenland.

Dichtbij voor mij zijn de Zuidelijke Nederlanden, ook wel België genoemd. Handig ook, de taal is daarbij geen handicap. Het gewest Vlaanderen kent een Departement Omgeving met een website die voor een waterschapbestuurder of een gemeentebestuurder zeer leerzame informatie bevat. En voor een Nederlandse provinciale bestuurder of Tweede Kamerlid ook leerzame ideeën voor nieuwe wetgeving. Al is het maar om te beseffen dat we ook van die Zuidelijke Nederlanders misschien iets kunnen leren.

Het lezen zeker waard is een verordening ‘Hemelwater’ een “Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor hemelwaterputten, INFILTRATIE- EN BUFFERVOORZIENINGEN”. Het waarom van deze verordening wordt als volgt omschreven: “Wateroverlast wordt vaak veroorzaakt doordat de riolering de plotse en massale toevloed van regenwater na een felle regenbui niet kan verwerken. Deze stedenbouwkundige verordening legt elke verbouwer een aantal maatregelen op om te voorkomen dat regenwater onmiddellijk afgevoerd wordt. Vanaf 29 september 2016 moet elk op te richten gebouw, constructie of aan te leggen verharding groter van 40 m² aan de normen van de verordening voldoen, ook als deze vrijgesteld is van stedenbouwkundige vergunningsplicht. De plaatsing van een infiltratievoorziening is dan verplicht als het goed (perceel) groter is dan 250 m².
Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden. Let op: Deze verordening is geldig in het hele Vlaamse gewest. Provincies en gemeenten kunnen strengere regels afvaardigen voor hun grondgebied. Contacteer dus uw gemeente en provincie”.

De verordening ‘Hemelwater’ bevat een aantal artikelen die ook in de Nederlandse situatie heel behulpzaam kunnen zijn in de vormgeving van het waterbeheer en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress.

Als voorbeeld artikel 9:

  • 1. Bij nieuwbouw of herbouw van eengezinswoningen is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten met een totale minimale inhoud van 5 000 liter verplicht. Bij nieuwbouw of herbouw van gebouwen groter dan 100 vierkante meter, andere dan eengezinswoningen, is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht. Het volume van de hemelwaterput bedraagt minimaal 50 liter per vierkante meter horizontale dakoppervlakte, afgerond naar het hogere duizendtal, met een maximale inhoud van 10 000 liter, tenzij gemotiveerd aangetoond kan worden dat een groter nuttig hergebruik mogelijk is of zal zijn.
  • 2. De hemelwaterputten worden uitgerust met een operationele pompinstallatie en een of meerdere aftappunten die het gebruik van het opgevangen hemelwater mogelijk maken, tenzij de aftappunten gravitair gevoed kunnen worden.

De noodoverloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening of een buffervoorziening als die aanwezig of verplicht is overeenkomstig dit besluit.

Gebouwen die volledig voorzien zijn van een groendak hoeven geen hemelwaterput te plaatsen. Delen van gebouwen die voorzien zijn van een groendak, hoeven niet aangesloten te worden op de hemelwaterput en hoeven niet in rekening gebracht te worden bij de berekening van de minimale inhoud van de regenwaterput.

Een dergelijk artikel kan ook in de Nederlandse situatie een hoop waterbeheersingsproblemen voorkomen en zelfs oplossen. Met deze verordening en vooral met dit artikel geven onze zuiderburen een richting aan, die ook in Nederland in de regelgeving gevolgd zou dienen te worden!

Maar de website van het departement omgeving geeft ook simpele handvatten over wanneer de verordening van toepassing is.

Bijvoorbeeld bij stedenbouwkundige handelingen:
Op basis van deze vraag wordt bepaald of de hemelwaterverordening van toepassing is. U kunt een of meer hokjes aankruisen.
O  – de bouw, herbouw of uitbreiding van overdekte constructies waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg, heraanleg of uitbreiding van verhardingen waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg van een afwatering voor de constructies of de verhardingen, vermeld bij de twee bovenstaande aankruishokjes, waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – geen van de bovenstaande mogelijkheden

Of bij het verkavelen van gronden:
Op basis van deze vraag wordt bepaald of de hemelwaterverordening van toepassing is. U kunt een of meer hokjes aankruisen.
O  – de aanleg, heraanleg of uitbreiding van verhardingen waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg van een afwatering voor de verhardingen, vermeld in het bovenstaande hokje, waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – geen van de bovenstaande mogelijkheden

Voor mij is de verordening ‘Hemelwater’ van het Gewest Vlaanderen een in Nederland na te volgen stukje wetgeving. Dit soort wetgeving kan een bijdrage leveren aan de steeds noodzakelijker wordende toekomstige vormgeving van het waterbeheer en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress.

Nodig is een overheid die bereid is wetgeving te ontwikkelen en te implementeren en bereid is de bevolking uit te leggen dat oplossingen van hedendaagse en toekomstige problemen inspanningen en geld kosten. Kortom: ophouden met oplossingen voor ons uitschuiven en verantwoordelijkheid nu nemen. Ook als dit geld kost en het opleggen van verplichtingen noodzakelijk is. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 150: DE ONTWIKKELINGEN VAN HET WEER IN DE 20E EEUW EN EEN GELEZEN BOEK

 

| 18-08-2018 | 15.00 uur |


 

OVER WATER – 150: DE ONTWIKKELINGEN VAN HET WEER IN DE 20E EEUW EN EEN GELEZEN BOEK

 

2018. Het lijkt een uitzonderlijk weerjaar te worden. Maar is dat ook echt zo? In mijn herinnering wel, maar ik ben pas 70 jaar oud en wat is mijn herinnering waard?

Ter ordening van mijn gedachten hier omtrent heb ik het boek gelezen: “Weer een eeuw”, geschreven/samengesteld door Harry Otten, Jacob Kuiper en Tom van der Speken en uitgegeven door Tirion. Het boek is een rijke bron van informatie over het weer in Nederland van 1900 tot 2000. Als je nu naar het nieuws over de ‘uitzonderlijk’ droge periode van 2018 kijkt, waarbij veel vergeleken wordt met 1976, denk je dat 1976 de maat der dingen is. Qua neerslag 536.3 mm was 1976 het op twee na droogste jaar van de eeuw. 1933 was nummer twee met 510,9 mm. Maar 1921 was pas echt droog met gemiddeld slechts 387.3 mm neerslag. 1976 was met 10,0 graden best een warm jaar, maar niet uitzonderlijk. Warmer waren 1934, 1949, 1959 (het zonnigste jaar: 1986,9 zonuren), 1982, 1983, 1988, 1989, 1990, 1992, 1994, 1995, 1997, 1998, 1999 (samen met 1990 was 1999 met gemiddeld 10,9 graden het warmste jaar van de 20e eeuw). Met 1814,4 zon uren was 1976 best zonnig maar niet de echte topper. Geen van de droge maanden in 1976 haalde de top tien droogste maanden van de 20e eeuw, noch de top tien zonnigste maanden van de 20e eeuw. 1976 was de op één na (1947) zonnigste zomer. Wat in het boek wel op valt is de regelmatige stijging van de temperatuur, gemeten in 30 jarige gemiddelden, in de 20e eeuw. Van 9,1 graden in de periode 1901-1930 tot 9,7 graden in de periode 1970-1999. Uit de cijfers blijkt veel onregelmatigheid, maar ook dat de temperatuur in Nederland al meer dan een eeuw onmiskenbaar stijgt.

2018 is een uitzonderlijk jaar, maar past qua temperatuur in een trend, hoe uitzonderlijk is te bezien. We kunnen er wel van leren en moeten ons gaan voorbereiden op hogere temperaturen en meer droogte periodes. Dat zal betekenen meer doen aan hittestress en de verzilting van gronden en wateren bestrijden/voorkomen.    

Wij Nederlanders zijn van oorsprong moerasland bewoners. Net als de Dinka in Zuid-Soedan. Ondanks de nattigheid van hun omgeving de moeraslanden langs de Bahr-al-Ghazal hebben de christelijke Dinka  een regengebed omdat ze weten dat de goddelijke voorzienigheid ook droge perioden over de mensheid uitstrooit. Misschien, je weet het nooit, kan dit gebed ons ook helpen. Het leert ons in ieder geval wel dat we de regen ook mogen waarderen om de rijkdom die het hemelwater ons schenkt. 

Gebed om regen

Geef leven aan het gras,
door ons regen te zenden.
Geef leven aan de aarde,
door regen te zenden.
Geef leven aan de oogst,
door regen te zenden.
Geef leven aan onze kinderen,
door regen te zenden.

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 118: SOLIDA BRUGGEN/ BOVENGRONDSE HEMELWATERAFVOER

 

| 18-11-2017 | 19.30 uur |


 

OVER WATER – 118


Bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Afdeling Multimedia Rijkswaterstaat

Op 14 oktober 2017 (Over Water 113) schreef ik over een bijeenkomst met Rijkswaterstaat:  “ik constateer dat de afgelopen tientallen jaren RWS juist geen rekening heeft gehouden met te verwachten ontwikkelingen in het verkeer. De afgelopen 50 jaar zijn vrachtwagens steeds zwaarder geworden en is er steeds vaker sprake van ‘exceptioneel’ transport over rijkswegen. Ook het scheepvaartverkeer is de afgelopen 50 jaar enorm veranderd. Grotere/bredere schepen en een toenemend motorvermogen. Het valt mij dan op dat relatief nieuwe bruggen eerder niet meer voldoen dan oude.”

Op 16 november stond in de NRC een artikel met de kop: “Zware tanks hebben sterke bruggen nodig” en de openingszin: “De infrastructuur in Nederland is niet geschikt om legermaterieel te verplaatsen. Dat zou wel moeten, zegt de commandant der strijdkrachten.”

“De infrastructuur in Europa, inclusief die in Nederland, is niet meer geschikt voor legers. Oude bruggen en viaducten gaan nog wel. Die komen uit een tijd dat bij elke brug die stevig genoeg was keurig een bordje stond met een tank erop. Maar juist de nieuwe ‘kunstwerken’ – zo licht en goedkoop mogelijk uitgevoerd – zijn obstakels geworden” zo viel in de NRC van 16 november te lezen. Soms concludeer ik zaken al wat eerder. Journalisten zouden Over Water wat vaker moeten lezen. Een veteraan sprak mij afgelopen vrijdag aan over het NRC verhaal. Zijn reactie: “zo kan je makkelijk op defensie bezuinigen. Als de Russische tankcolonnes oprukken hoeven we de bruggen niet meer op te blazen. Ze storten dan vanzelf in als ze erop rijden en verzuipen in onze rivieren.” Het is wel kort door de bocht, maar ik begrijp zijn reactie wel. Het voorgaande sterkt mij in de gedachte dat behoud en hergebruik van een solide vooroorlogse brug als de Oude Moerdijkbrug de moeite waard is.

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zal ik zo nu en dan in de Over Water stukjes iets opnemen dat gemeentelijke partijen op zouden kunnen nemen in hun partijprogramma’s.

Bovengrondse hemelwater afvoer
Onze steden en dorpen zijn grotendeels verhard door wegen, pleinen, parkeerterreinen, betegelde tuinen en gebouwen. Regenwater kan daardoor maar beperkt opgenomen worden door de ondergrond. Het regenwater wordt dan bijna volledig, buiten het zicht van de bewoners, afgevoerd via het riool, wat bij hevige buien kan leiden tot overbelasting van het rioolstelsel en de rioolwaterzuivering en kan leiden tot verontreinigd water op straat.

Bovengrondse afvoer van hemelwater maakt het water zichtbaar en kost in veel gevallen minder dan de aanleg van een gescheiden rioolstelsel. Een nevenvoordeel is dat foute aansluitingen voorkomen kunnen worden of snel opgespoord en bewoners minder snel geneigd zijn vervuilende handelingen op straat te verrichten. Ook vergroot bovengrondse afvoer de betrokkenheid van bewoners bij de waterhuishouding en kan de vormgeving van de afvoer een verrijking zijn van het straatbeeld.

In een land als Nederland is oppervlaktewater vaak dichtbij, dan zijn molgoten (maximale diepte 5 centimeter) een mogelijkheid. Het straatprofiel blijft dan gelijk, alleen de kolken kunnen verdwijnen en de molgoten kunnen met borstelwagens nog gereinigd worden. Ook zijn molgoten in een prefab versie beschikbaar.

In gebieden met een natuurlijk verval zijn open goten een alternatief. Die kunnen weliswaar niet meer met een borstelwagen gereinigd worden, maar door het grotere verval worden ze vanzelf schoongespoeld door het hemelwater. Ook met bedekte (prefab) goten is veel mogelijk. Zij kunnen met grotere diepten veel water afvoeren en zijn geen obstakel voor het verkeer en zijn zeer geschikt voor binnenstedelijke situaties. Andere mogelijkheden en nieuwbouw situaties zijn: holle wegen, greppels en stedelijke waterlopen. 

13 november
Bestuurlijk overleg met wethouder Gerard Bruijniks van de gemeente Loon op Zand met o.a. de agendapunten: de bestuurlijke wisselingen bij gemeente en waterschap, de samenwerking in de afvalwaterketen, crisisbeheersing bij calamiteiten, de wateroverlast in Kaatsheuvel West, de overname van gemaal Molenbeek, baggeren, Vitaal Leisure Landschap, het natuurbod van de regio Hart van Brabant en klimaatadaptatie.

14 november
De vergadering van het Dagelijks Bestuur met als agendapunten onder andere: de evaluatie van het participatieproces Geertruidenberg/Amertak, het vastgoedbeleid inzake pipingmaatregelen bij primaire waterkeringen, deeltaken in de meervoudige centrumregeling winnend samenwerken, de aanvraag van de subsidie bij het HWBP voor de planuitwerking Geertruidenberg/ Amertak, een uitvoeringskrediet voor de renovatie RWZI Nieuw-Vossemeer en de concept-agenda voor het AB van 29 november. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 87

 

| 15-04-2017 | 11.00 uur |


 

OVER WATER – 87

 

7 april
Unie bijeenkomst met de Commissie Aanpassing Belastingstelsel. Zelf nam ik deel aan de discussies over het eventueel belasten van de diffuse belasting van het oppervlaktewater door de landbouw en over het eventueel belasten van het aanbieden van hemelwater bijvoorbeeld via de gemeenten. Keer op keer valt het mij op dat veel bestuurders belastingen en belastingsystemen vrijwel uitsluitend bekijken vanuit de opbrengsten kant en niet of nauwelijks de (neven)doelen in de discussie betrekken, die met de wijze van heffen bereikt kunnen worden.

10 april
In de ochtend een portefeuillehoudersoverleg ter voorbereiding van het bestuurlijk overleg met de gemeente Tilburg.

12 april
In de ochtend ben ik geweest naar de kick-off bijeenkomst van het Leisure Ontwikkel Fonds in Kaatsheuvel. Aansluitend de Phario bijeenkomst in de Nicolaikerk te Utrecht bezocht. Centraal stond: hoe nu verder met het Phario project (de productie van bioplastic uit rioolwater)? De pilot van productie van PHA (PolyHydroxyAlkanaat) is succesvol. Nu zou er opgeschaald moeten worden. De eventuele investering naar grotere proefhoeveelheden is enkele tientallen miljoenen euro’s. Productie van bioplastic is niet een kerntaak van de waterschappen. Nu wordt het dus tijd om niet alleen met andere waterschappen, technologische instituten en verwerkers van dit soort materialen samen te werken aan de verdere ontwikkeling van het productieproces, maar nu dienen de huidige producenten van PHA geïnspireerd te worden mee te gaan doen. Er waren een aantal interessante lezingen en enkele exposanten. Onder de exposanten was Rodenburg Biopolymers uit Oosterhout met een aantal functionele toepassingen van PHA. Modified Materials B.V. was aanwezig met een alternatief voor vislood.  Het meest aansprekende verhaal kwam van Maria Westerbos van de Plastic Soup Foundation. Zij wees, middels filmpjes, (waaronder één met humor), ons op het belang van de aanpak van micro plastics en de mogelijke effecten op het leefmilieu van mens en dier en uiteindelijk onze voeding. Dit moet, ook voor het bedrijfsleven, de motivatie zijn om PHA samen met de waterschappen verder te ontwikkelen en in grootschalige productie te brengen!

13 april
AB vergadering Aquon bij waterschap Rivierenland te Tiel. Ik verving collega Jacques van der Aa. Agendapunten waren o.a. het accountantsverslag 2016 en de jaarstukken 2016 en de kadernota 2018. 

Louis van der Kallen



KRW SCHELDE – BERGSE HAVEN – 0004

 


 

Bergen op Zoom, 14 mei 2005

 

Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

per e-mail

 

Geacht Bestuur,

Recent zijn een aantal stukken verschenen die van belang zijn voor het waterbeleid.

Een aantal van die stukken leiden voor ondergetekende tot een aantal vragen/bemerkingen, te weten:

  1. Karakterisering Stroomgebied Schelde
  2. Aspectenstudie water en bodem Bergse Haven

Ad A Karakterisering Stroomgebied Schelde

Dit stuk leidt tot een groot aantal vragen/bemerkingen. Voor de overzichtelijkheid zal ondergetekende daar paginagewijs doorheen gaan.

Wat op kaart 6 (beschermde gebieden zwemwater) opvalt is het ontbreken van de Binnenschelde.

Vragen:

  • Is het ontbreken van de Binnenschelde op de lijst van zwemwaterbeschermde gebieden juist?

Pagina 23 – paragraaf 3.2.4 Indeling van beschermde gebieden

“In het stroomgebied Schelde zijn geen afzonderlijke beschermde gebieden aangewezen op grond van de Nitraatrichtlijn of de Richtlijn over Wateronttrekking voor menselijke consumptie”.

Vragen:

  • Is dit juist gezien de onttrekkingen van drinkwater op het Bergse dekzandsysteem?
  • Op kaart 9 staat de vermoedelijke Nedalco-onttrekking aangegeven als voor menselijke consumptie. Op kaart 22 als een industriële winning!

Pagina 41 – paragraaf 5.1.1 Lozingen van puntbronnen

“De lozingen van industrieën en RWZI’s belasten de oppervlaktewateren ook met stoffen waarover nog niet veel gegevens beschikbaar zijn, zoals gebromeerde vlamvertragers, weekmakers en andere hormoonverstorende stoffen”

Vraag:

  • Wordt er door de waterschappen in het stroomgebied De Schelde op korte termijn begonnen met de inventarisatie van dit soort stoffen? Zeker als het op onze eigen lozingen vanuit de RWZI’s

Pagina 43 – paragraaf 5.1.2 Lozingen van diffuse bronnen

“De rijkswateren ontvangen via poldergemalen verontreinigingen uit de regionale wateren (doorbelasting). De poldergemalen vormen vooral een bron van nutriënten”

Gezien de algenproblematiek van het Volkerak/Eendracht/Zoommeer-systeem zou een onderzoek naar de milieu minstbelastende locaties van uitslaande poldergemalen een goede zaak kunnen zijn. Dan zouden in de toekomst bij heroverwegingen inzake bemalingen niet alleen op kwantitatieve gronden in dit kader de beslissingen genomen kunnen worden.

In dit kader een citaat uit het boek “Van Rumoirt tot Razernij”, de geschiedenis van het Waterschap Tholen 1959 – 1995 (pagina 100):

Lopende deze ontwikkelingen bleek een alternatief plan van Rijkswaterstaat (1994) ook een reële mogelijkheid te worden; een nieuw gemaal in de Schakeloopolder in plaats van De Eendracht. Het polderwater zou dan niet meer op het Zoommeer maar op de Oosterschelde geloost worden, zodat men een verlaging van de fosfaatuitstoot op het zoete Zoommeer bereikte waardoor de algengroei geremd zou worden. Op het zoute Oosterscheldewater kon het fosfaatrijke polderwater de voedselsituatie juist positief beïnvloeden.

Het was een mooi plan, maar omdat Rijkswaterstaat op korte termijn geen garanties kon bieden over de financiële haalbaarheid ging het niet door. Een voorbeeld van tweezijdige kortzichtigheid met alleen oog voor het eigen (beperkte) belang!

“In de rijkswateren veroorzaken beroep- en recreatievaart diffuse verontreinigingen met zware metalen, PAK’s en aangroeiwerende middelen zoals TBT en koper”

“Het principe ‘de vervuiler betaalt’ heeft een centrale plaats in de kaderrichtlijn” (pagina 65)

Vragen:

  • Hoe vindt de terugwinning van de kosten plaats van de door de scheepvaart veroorzaakte vervuiling?
  • De KRW gaat uit van minimaal het stand-still principe! Kan de mogelijk diffuse verontreiniging van de recreatievaart een beperking opleveren voor bijvoorbeeld de recreatieve ontwikkelingen rond de Bergse Haven?

Pagina 45 – paragraaf 5.1.2

‘In de regionale wateren speelt voorbelasting vooral een rol in o.a. de Zoom’

“Deze waterlichamen ontvangen water uit Vlaanderen dat onder meer belast is met stikstof en fosfor”

In dit kader verwijst ondergetekende ook naar kaart 20 AB, waaruit blijkt dat bij de Zoom de belasting met PCB’s de norm (vanuit Vlaanderen) meer dan 5 x overschreden wordt.

Vraag:

  • De Zoom heeft grote ecologische waarden, maar is ook ernstig vervuild. Zijn status (sterk veranderd) leidt tot scherpere eisen. De inzet van het water van de Zoom kan bij verdere planontwikkelingen rond de Bergse Haven van belang zijn. In hoeverre wordt er gewerkt aan de concrete aanpak van de waterkwaliteit van de Zoom en in hoeverre worden de Vlaamse waterbeheerders daarop aangesproken en desnoods via juridische procedures gedwongen tot een terugbrenging van de belasting met nitraten, fosfaten en PCB’s?

Pagina 65 – paragraaf 6.2 Terugwinning van kosten voor waterdiensten

“De prijs voor de waterdiensten moet bovendien voldoende prikkels geven om de watervoorraden efficiënt te benutten”

Vraag:

  • Als enerzijds de terugwinning van de kosten voor waterdiensten dient plaats te vinden en bovendien er een prijsrpikkel dient te zijn om de watervoorraden efficiënt te benutten, wat betekent dit dan voor het terugwinpercentage (100 % + bovendien)?

“Nederland onderscheidt vijf waterdiensten, conform de definitie in de Kaderrichtlijn Water:

– productie en levering van water

– inzameling en afvoer van hemelwater en afvalwater

– zuivering van afvalwater

– grondwaterbeheer

– regionaal watersysteembeheer”

Vraag:

  • Hoe zit het met het bevaarbaar houden van de vaarwegen en de door de scheepvaart veroorzaakte verontreiniging? Is dat geen waterdienst, waarop terugwinning van de kosten heeft plaats te vinden?

Pagina 81 – paragraaf 7.1 Uitgangspunten voor de risicoanalyse

“Voor een realistische inschatting is aangenomen dat de belasting vanuit het buitenland niet merkbaar zal verminderen in de periode tot 2015”

Vraag:

  • Dit heb ik met verbazing gelezen. Is het realistisch te veronderstellen dat het buitenland (lees: België en voor de Schelde ook Frankrijk) niets doen! Zijn wij Nederlanders dan gek of het zoetste jongetje van de klas? Wat veronderstelt onze landsregering in deze en wat doet zij er aan om het buitenland tot opvolging van de KRW te bewegen c.q. te dwingen?

Pagina 85 – paragraaf 7.2.1 Chemische toestand

“Hoge gehalten aan PAK’s worden veroorzaakt door scheepvaart”

“Het verboden antifouling middel TBT afkomstig uit de scheepvaart, overschrijdt nog steeds de norm in de Westerschelde, het Veerse Meer, de Oosterschelde en de Kanalen”

“In de meeste waterlichamen zijn scheepvaart en atmosferische depositie (met als achterliggende bron vooral de industrie) de belangrijkste bronnen van koper (pagina 91 – paragraaf 7.2.2)

Redenen te over om de scheepvaart zowel financieel als met voorschriften, normen en handhaving aan te spreken op wat zij aan vervuilen veroorzaken.

Pagina 87 – paragraaf 7.2.1. Chemische toestand

“Uit de analyse blijkt dat ook in 2015 alle oppervlaktelichamen ‘at risk’ zijn, ondanks de lichte verbeteringen die zullen optreden door de uitvoering van het huidige beleid”

“Door meer auto’s op meer wegen zullen de emissies van PAK’s, lood en nikkel toenemen”

Vraag:

  • Zou het kunnen dat, net als bij de Europese luchteisen, de KRW leidt tot belemmeringen bij de realisering van plannen zoals bijvoorbeeld de Bergse Haven?

Pagina 90 Huidige toestand oppervlaktewateren Scheldestroomgebied, ecologische toestand

Ook in deze tabel zijn een fors aantal stoffen niet meegenomen bij het Zoommeer/Eendracht-systeem.

Ondergetekende verzoekt Uw DB bij de bevoegde autoriteiten/beheerders aan te dringen op een spoedige aanvulling van dit soort tabellen!

Pagina 91 – paragraaf 7.2.2 Ecologische toestand

“De PCB’s zijn afkomstig uit afvalverbranding en komen via atmosferische depositie in de waterbodem”

Vraag:

  • Hoe worden deze vervuilers aangesproken en de kosten verhaald?

Pagina 93 – paragraaf 7.2.2. Ecologische toestand

“In Zeeland veroorzaakt bovendien zoute kwel een voortdurende aanvoer van meststoffen vanuit het grondwater naar het polderwater. Het zoute water brengt in de bodem een chemische reactie teweeg waarbij meststoffen vrijkomen. Via de kwelstroom komen die vervolgens in het oppervlaktewater terecht”

Het voorgaande citaat laat zien wat er kan gebeuren als bijvoorbeeld het Zoommeer/

Eendracht/Volkerak-systeem zou verzilten. De zoute kwel die dan zou kunnen ontstaan in de kleipolders kan dan daar kwaliteitsproblemen doen ontstaan!

Kaart 9

Op kaart 9 is de Binnenschelde ingekleurd als overig natuurgebied.

Vraag:

  • Is dit de juiste status van de Binnenschelde?

Kaart 16AB

Wat opvalt op deze kaart is dat de fosforconcentratie in de Binnenschelde minder slecht is dan in de Oosterschelde of het Zoommeer/Eendracht-systeem!

Kaart 23

Geen toetsing prioritaire stoffen in de Binnenschelde!

Ad B Aspectenstudie water en bodem Bergse Haven

Pagina 1

Bij de eerste vraag wordt gesproken over “een zoute situatie”.

Vraag:

  • Wat is de definitie van “een zoute situatie” in meer dan …. Cl mg/l ?

Pagina 4

Op het kaartje staan de locaties van 5 peilbuizen. In tabel 2.3 worden slechts de analyseresultaten vermeld van de peilbuizen 1, 2 en 3.

Vraag:

  • Wat zijn de analyseresultaten van de peilbuizen 4 en 5 gelokaliseerd op/nabij het Nedalcoterrein?

Pagina 10

“In de waterbodem is fosfaat beschikbaar, waarmee het water belast wordt. In zoete wateren wordt fosfaat in het algemeen gebonden aan ijzer. In de waterbodem van de Binnenschelde gaan zwavel en ijzer verbindingen aan, waardoor fosfaat niet of in beperkte mate gebonden wordt aan het ijzer.

De aanwezigheid van de relatief grote hoeveelheid zwavel wordt verklaard door het feit dat de Binnenschelde een vroegere zeebodem is, waarin meer zwavel aanwezig is dan bij de waterbodem van zoet water. Door de ongunstige verhouding van ijzer, zwavel en fosfaat, houdt de waterbodem fosfaat slechts vast en kan er veel afgifte aan de waterfase plaatsvinden (via chemische en/of biologische routes)”

In dit citaat zit de oplossing van het enige probleem van de Binnenschelde. Zoete oplossingsrichtingen zijn o.a.

– afgraven zwavelhoudende bodemlaag

– afdekken zwavelhoudende bodemlaag

– zwavel/ijzer-concentratie bodem in balans brengen met de fosforconcentratie in het water door ijzer aan de bodem toe te voegen.

Zoete oplossingen zijn denkbaar, zowel voor de Binnenschelde als het Zoommeer/Volkerak-systeem!

Pagina 13 Integrale visie Deltawateren

Onder dit kopje worden woorden als “zal” en “zullen” te vaak en onjuist gebruikt. Het is geen zekerheid dat die visie wordt uitgevoerd! Besluitvorming is zelfs nog niet aan de orde!

Pagina 14 Lange Termijn Visie Geertruidapolder

“de Binnenschelde wordt in verbinding gebracht met het Zoommeer”.

Ook dit citaat is buitengewoon onzeker qua uitvoering.

Pagina 16 Autonome ontwikkeling van de Binnenschelde

“Deze of andere maatregelen zijn ongeacht de ontwikkeling van de Bergse Haven gewenst”.

Vraag:

  • Bedoeld zal toch zijn op zijn minst één der maatregelen? Allebei heeft geen zin

Pagina 23 Toekomstige situatie

“”De scheepvaart zal het watersysteem belasten met stikstof en fosfaat”

Vraag:

  • Gezien het stand-still-principe van de KRW en het feit dat bij de KRW sprake is van een prestatieverplichting, is het dan denkbaar dat de verdere belasting van het watersysteem met stikstof en fosfaat door de scheepvaart een belemmering wordt voor de realisering van de Bergse Haven?

Pagina 24 Toekomstige situatie

Variant III spreekt ondergetekende zeer aan!

Gezien het grote verschil tussen 11 Ha (toen) en 1 Ha (nu) als benodigde oppervlakte van het helofytenfilter komt een nadere toelichting op dit punt ondergetekende als gewenst voor.

Pagina 38 (driehoeksmosselen)

“….. er moet een voldoende harde ondergrond zijn”.

In principe is deze te creëren door bijvoorbeeld deels de bodem te bedekken met puin of steenslag!

Uw reacties tegemoet ziende,

hoogachtend,

L.H. van der Kallen