OVER WATER – 163: DE WATERSCHAPSVERKIEZINGEN EN BOEKEN OVER GEBIEDSONTWIKKELING

 

| 17-11-2018 | 9.30 uur |


 

OVER WATER – 163: DE WATERSCHAPSVERKIEZINGEN EN BOEKEN OVER GEBIEDSONTWIKKELING

 

In maart 2019 zijn er waterschapsverkiezingen. Ons Water doet in het waterschap Brabantse Delta weer mee. We hebben een puike lijst met kandidaten met vele jaren ervaring in het waterschapsbestuur. We kunnen echter alle steun gebruiken om deze verkiezingen voor ons weer tot een succes te maken. Interesse? Bekijk dan eens ons programma of lees eens wat wij de afgelopen jaren wekelijks Over Water hebben gepubliceerd. Ook u kunt ons steunen door op onze lijst te gaan staan en voor ons wat stemmen te sprokkelen. Dat kost u niets en u helpt ons te blijven bouwen aan een veilige toekomst van West-Brabant. Ik krijg graag van u bericht via [email protected]

Gelezen boeken over gebiedsontwikkeling
Voor de komende 50 jaar zal waterbeheer en gebiedsontwikkelingsprojecten hand in hand moeten gaan. Ons Water verdiept zich daarom in dit thema door kennis te nemen en te leren van de goede voorbeelden.

“Waterfronten in Nederland” met foto’s van Esther van Leeuwen en Rink Torn en teksten van Peter Nijhof, uitgeven door Stichting Uitgeverij DuoDuo in 1996. Het boek is een mooi fotoboek van waterfronten langs de grote rivieren, de Noordzee en het IJsselmeer. Waterfronten langs kleinere wateren komen in het boek niet voor. Dat vind ik jammer want juist in het kader van nieuwe gebiedsontwikkelingen kunnen dat mooie voorbeelden zijn. Willemstad aan het Hollands Diep (zicht op de Benedenkade) is de enige foto van binnen het gebied van het waterschap Brabantse Delta (WBD).

“Belvedere.nu” met als subtitel “Praktijkboek cultuurhistorie en ruimtelijke ontwikkeling” is een uitgave in 2009 van uitgeverij Matrijs in samenwerking met het Projectbureau Belvedere. Een boek waarin tal van projecten zijn beschreven. Echter slechts één die voor een deel betrekking heeft op het werkgebied van het WBD. Ontwerpatelier Brabantstad (Brabantstad Mozaïek Metropool).
Een leerzaam boek.

“Nederland Bovenwater” met als subtitel “praktijkboek gebiedsontwikkeling”. De schrijvers waren Peter van Rooy, Ab van Luin en Emile Dil, uitgeven in 2006 onder verantwoordelijkheid van Habiforum, NIROV en VROM. Het boek bevat twaalf praktijkprojecten, waarvan ik er met twee te maken heb gehad. Als dagelijks bestuurder/portefeuillehouder was ik nauw betrokken bij de realisering van het Ruimte voor de Rivier project Overdiepse Polder. Een project dat in nauwe samenwerking tussen bewoners en overheden is ontwikkeld en tot uitvoering is gekomen. Terugkijkend kan ik constateren dat het project op tijd en ruim binnen budget is gerealiseerd en dat de oorspronkelijk bergingsdoelen vrijwel zijn gerealiseerd. Neveneffecten zijn er ook. Recreatieve- en milieudoelstellingen zijn meegenomen en de landbouwbedrijven zijn nu ook toekomstbestendiger geworden. Kortom: de samenwerking tussen burgers, bedrijven en overheden heeft gewerkt. Ik voel mij nog steeds betrokken bij de Overdiepse Polder en als ik over de A59 rij maak ik met regelmaat een lusje om even te kijken hoe de polder er nu bijligt.

Het andere project dat in “Nederland Bovenwater” vermeld staat: de Bergse Haven roept bij mij heel andere gevoelens op. Als raadslid was ik van het begin af buitengewoon kritisch ten aanzien van de financiering van het project. Al is een plan nog zo mooi het moet wel betaalbaar zijn. Als ik, terugkijkend de teksten uit 2006 lees, voel ik vooral walging over zoveel zelfgenoegzaamheid. “Ontwerpen als procesvaardigheid is het thema binnen het project Bergse Haven. Het ontwerp en de ontwerpers hebben inderdaad een rol van betekenis gehad in het proces, maar meer nog is Bergse Haven leerzaam vanuit het ontwerp van het proces. Dat proces is onderscheidend doordat het snelheid had en betrokkenheid en enthousiasme koesterde. Maar ook door de wijze waarop de verschillende overheden betrokken waren en worden en door de intelligente inschakeling van marktpartijen. Elke partij deed waar hij het best in was en het dynamische ontwerp van dan proces is de kunst van Bergse Haven.” De kop boven het hoofdstuk dat ging over de Bergse Haven was: “Samen Uit Samen Thuis.”

Wat was de werkelijkheid? Dat zodra het financieel uit de hand liep en de verliezen snel opliepen niemand meer thuis was. De landelijke, noch de provinciale overheid waren niet meer beschikbaar om de verliezen, die al snel vele tientallen miljoenen bedroegen, mede te dekken. De ‘intelligent’ ingeschakelde marktpartijen maakten dankbaar gebruik van het ‘dynamische ontwerp’ om wel snel de winstgevende elementen te realiseren, maar gaven niet thuis toen de financiering uit de hand liep. De verliezen waren voor de gemeente. Van ‘samen uit, samen thuis’ was geen sprake. Achteraf bezien was het project Bergse Haven zeker geen succesproject wat in een praktijkboek gebiedsontwikkeling thuis hoort. Mijn conclusie Nederland is misschien wel Bovenwater, Bergen op Zoom financieel zeker niet!

Op de openingspagina van het boek staat een citaat van Confucius:  “Vertrouwen is het beste medicijn tegen complexiteit”. Confucius was een intelligent mens. Maar mijn werkelijkheid als Bergs raadslid heeft mij toch geleerd dat als zaken te complex worden en de belangen te veel verweven, wantrouwen gerechtvaardigd kan zijn. 

Louis van der Kallen

 


STAND VAN ZAKEN KRW DOELEN, KENMERK W 18005

 


Bergen op Zoom, 28 augustus 2018

 

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft:      Stand van zaken KRW doelen, kenmerk W 18005

 

Geacht dagelijks bestuur,

In januari 2016 is verschenen de beleidsstudie “Waterkwaliteit nu en in de toekomst met als subtitel eindrapport ex ante evaluatie van de Nederlandse plannen voor de Kaderrichtlijn Water” ( http://www.pbl.nl/publicaties/waterkwaliteit-nu-en-in-de-toekomst), uitgegeven door het Planbureau voor de Leefomgeving. De hoofdconclusie was:  “Met de huidige plannen verbetert de waterkwaliteit in veel wateren wel, maar niet voldoende. Om de KRW-doelen te halen is extra inzet nodig van het Rijk, de waterbeheerders en agrariërs.” In voornoemde beleidsstudie zijn een aantal stoffen van opkomende zorg benoemd en de stand van zaken qua kennis en te noemen beleidsinitiatieven.

Geneesmiddelen:  “EC komt met voorstel in 2017. NL: ketenakkoord ‘geneesmiddelen en milieu’ is in  voorbereiding”.

Microplastics:  “RIVM stelt in 2015 een review background document op. EU: Kaderrichtlijn Marien (KRM) NL: ketenakkoord ‘primaire microplastics in cosmetica’ Aanpak van microplastics wordt door NL (voorzitter van de EC 2016) op de agenda gezet.”

Nanodeeltjes: “Beleid ontbreekt. EC komt in 2015 met voorstel om de Europese Stoffenrichtlijn (REACH) aan te passen.”

  • Wat is de stand van kennis en kennisopbouw rond voornoemde ‘stoffen van zorg’ binnen de beleidsbepalende instanties?
  • Neemt het waterschap Brabantse Delta deel aan projecten ter bevordering of opbouw van kennis ten aanzien van voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, op welke wijze?
  • Is er, binnen het waterschap Brabantse Delta, het Rijk, de provincie Noord-Brabant of de EU beleid gevormd of openbaar bekend in voorbereiding rond voornoemde ‘stoffen van zorg’?
  • Zo ja, wat is dan dat beleid?

In hoofdstuk 6 werden mogelijke beleidstrajecten naar 2021 aangegeven, zoals:

–         Doelen aanpassen. “Een eerste stap kan zijn dat waterbeheerders de doelen aanpassen. ‘Doelaanpassing’ is een term uit de KRW en geldt voor waterlichamen waarvoor nieuwe (wetenschappelijke) inzichten zijn over de effecten van maatregelen. Waterbeheerders mogen de doelen aanpassen binnen de richtlijnen van de KRW (artikel 4.3) zonder dat daarbij een uitgebreide verantwoordingsprocedure hoeft te worden doorlopen.”

–         Aanvullende maatregelen. “Als (na een eventuele doelaanpassing) de verwachting is dat het doel in 2027 nog steeds niet wordt gehaald, dient te worden gezocht naar mogelijkheden voor extra maatregelen. Om de ecologische doelen dichterbij te brengen, moeten de emissies van nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen omlaag. Voor het verminderen van deze emissies is een combinatie van generiek bronbeleid en gebiedsgerichte maatregelen het meest geschikt. Dit vergt een verdergaande integratie van het mest- en gewasbeschermingsbeleid en het waterbeleid dan nu het geval is. De effectiviteit van maatregelen is afhankelijk van de regionale situatie. Daarom moeten waterbeheerders en andere belanghebbenden in de regio gezamenlijk op zoek gaan naar een maatregelenpakket dat voor de betreffende regio het meest geschikt is.” “Maatregelen gerelateerd aan de landbouw kunnen worden opgepakt in samenhang met het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Op deze wijze kan een zo groot mogelijke acceptatie door agrariërs worden bereikt, en kan worden aangesloten bij initiatieven vanuit de agrarische praktijk. Voor de financiering kunnen ook gelden uit het POP3/GLB worden gebruikt.”

–         Doelen verlagen. “In gebieden waar de huidige KRW-doelen niet te combineren blijken te zijn met andere functies en doelen, zal expliciet moeten worden gekozen tussen het accepteren van de beperkingen op andere functies en het nemen van de benodigde extra maatregelen om de huidige KRW-doelen te halen, of het verlagen van de ambities voor de KRW als het belang van de andere functie(s) te groot wordt geacht. Ook waar extra maatregelen mogelijk zijn, kunnen deze toch als niet haalbaar worden beoordeeld, bijvoorbeeld omdat de kosten onevenredig hoog worden gevonden of omdat grote groepen mensen de maatregelen onacceptabel vinden. Wanneer wordt besloten om doelen en maatregelen niet met elkaar in overeenstemming te brengen, moeten waterbeheerders de doelen naar beneden bijstellen.” Dit vergt volgens artikel 4.5 van de KRW wel een uitgebreide verantwoordingsprocedure tegenover de Europese Commissie.

  • Is ons waterschap c.q. uw DB in het licht van de realisering van de KRW doelen voorbereidend bezig met de mogelijke aanpassing van de doelen, mogelijk aanvullende maatregelen of met de mogelijkheid de doelen te verlagen? 
  • Zo ja, op welke wijze en wanneer wordt het AB hierbij betrokken?

In afwachting van uw reactie,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


OVER WATER – 151: WATERKENNIS KAN OOK VAN OVER DE GRENS KOMEN

 

| 25-08-2018 | 09.30 uur |


 

OVER WATER – 151: WATERKENNIS KAN OOK VAN OVER DE GRENS KOMEN

 

Veel Nederlandse politici en bestuurders denken dat, als het over waterbeheer gaat, wij het goed voor elkaar hebben. Maar is dat ook zo? Of doen we graag aan borstklopperij, terwijl wij nog heel wat op kunnen steken van waterkennis en ontwikkelingen in het buitenland.

Dichtbij voor mij zijn de Zuidelijke Nederlanden, ook wel België genoemd. Handig ook, de taal is daarbij geen handicap. Het gewest Vlaanderen kent een Departement Omgeving met een website die voor een waterschapbestuurder of een gemeentebestuurder zeer leerzame informatie bevat. En voor een Nederlandse provinciale bestuurder of Tweede Kamerlid ook leerzame ideeën voor nieuwe wetgeving. Al is het maar om te beseffen dat we ook van die Zuidelijke Nederlanders misschien iets kunnen leren.

Het lezen zeker waard is een verordening ‘Hemelwater’ een “Gewestelijke stedenbouwkundige verordening voor hemelwaterputten, INFILTRATIE- EN BUFFERVOORZIENINGEN”. Het waarom van deze verordening wordt als volgt omschreven: “Wateroverlast wordt vaak veroorzaakt doordat de riolering de plotse en massale toevloed van regenwater na een felle regenbui niet kan verwerken. Deze stedenbouwkundige verordening legt elke verbouwer een aantal maatregelen op om te voorkomen dat regenwater onmiddellijk afgevoerd wordt. Vanaf 29 september 2016 moet elk op te richten gebouw, constructie of aan te leggen verharding groter van 40 m² aan de normen van de verordening voldoen, ook als deze vrijgesteld is van stedenbouwkundige vergunningsplicht. De plaatsing van een infiltratievoorziening is dan verplicht als het goed (perceel) groter is dan 250 m².
Het algemeen uitgangsprincipe hierbij is dat regenwater in eerste instantie zoveel mogelijk gebruikt wordt. In tweede instantie moet het resterende gedeelte van het hemelwater worden geïnfiltreerd of gebufferd, zodat in laatste instantie slechts een beperkte hoeveelheid water met een vertraging wordt afgevoerd. De plaatsing van de overloop van de hemelwaterput en de infiltratievoorziening dient aan dit principe te beantwoorden. Let op: Deze verordening is geldig in het hele Vlaamse gewest. Provincies en gemeenten kunnen strengere regels afvaardigen voor hun grondgebied. Contacteer dus uw gemeente en provincie”.

De verordening ‘Hemelwater’ bevat een aantal artikelen die ook in de Nederlandse situatie heel behulpzaam kunnen zijn in de vormgeving van het waterbeheer en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress.

Als voorbeeld artikel 9:

  • 1. Bij nieuwbouw of herbouw van eengezinswoningen is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten met een totale minimale inhoud van 5 000 liter verplicht. Bij nieuwbouw of herbouw van gebouwen groter dan 100 vierkante meter, andere dan eengezinswoningen, is de plaatsing van een of meer hemelwaterputten verplicht. Het volume van de hemelwaterput bedraagt minimaal 50 liter per vierkante meter horizontale dakoppervlakte, afgerond naar het hogere duizendtal, met een maximale inhoud van 10 000 liter, tenzij gemotiveerd aangetoond kan worden dat een groter nuttig hergebruik mogelijk is of zal zijn.
  • 2. De hemelwaterputten worden uitgerust met een operationele pompinstallatie en een of meerdere aftappunten die het gebruik van het opgevangen hemelwater mogelijk maken, tenzij de aftappunten gravitair gevoed kunnen worden.

De noodoverloop van de hemelwaterput wordt aangesloten op een infiltratievoorziening of een buffervoorziening als die aanwezig of verplicht is overeenkomstig dit besluit.

Gebouwen die volledig voorzien zijn van een groendak hoeven geen hemelwaterput te plaatsen. Delen van gebouwen die voorzien zijn van een groendak, hoeven niet aangesloten te worden op de hemelwaterput en hoeven niet in rekening gebracht te worden bij de berekening van de minimale inhoud van de regenwaterput.

Een dergelijk artikel kan ook in de Nederlandse situatie een hoop waterbeheersingsproblemen voorkomen en zelfs oplossen. Met deze verordening en vooral met dit artikel geven onze zuiderburen een richting aan, die ook in Nederland in de regelgeving gevolgd zou dienen te worden!

Maar de website van het departement omgeving geeft ook simpele handvatten over wanneer de verordening van toepassing is.

Bijvoorbeeld bij stedenbouwkundige handelingen:
Op basis van deze vraag wordt bepaald of de hemelwaterverordening van toepassing is. U kunt een of meer hokjes aankruisen.
O  – de bouw, herbouw of uitbreiding van overdekte constructies waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg, heraanleg of uitbreiding van verhardingen waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg van een afwatering voor de constructies of de verhardingen, vermeld bij de twee bovenstaande aankruishokjes, waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – geen van de bovenstaande mogelijkheden

Of bij het verkavelen van gronden:
Op basis van deze vraag wordt bepaald of de hemelwaterverordening van toepassing is. U kunt een of meer hokjes aankruisen.
O  – de aanleg, heraanleg of uitbreiding van verhardingen waarbij de nieuwe oppervlakte groter is dan 40 m². Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – de aanleg van een afwatering voor de verhardingen, vermeld in het bovenstaande hokje, waarvan het hemelwater voorheen op natuurlijke wijze in de bodem infiltreerde. Vul addendum B25 in en voeg het als bijlage B25 bij dit formulier.
O  – geen van de bovenstaande mogelijkheden

Voor mij is de verordening ‘Hemelwater’ van het Gewest Vlaanderen een in Nederland na te volgen stukje wetgeving. Dit soort wetgeving kan een bijdrage leveren aan de steeds noodzakelijker wordende toekomstige vormgeving van het waterbeheer en de aanpak van wateroverlast, droogte en hittestress.

Nodig is een overheid die bereid is wetgeving te ontwikkelen en te implementeren en bereid is de bevolking uit te leggen dat oplossingen van hedendaagse en toekomstige problemen inspanningen en geld kosten. Kortom: ophouden met oplossingen voor ons uitschuiven en verantwoordelijkheid nu nemen. Ook als dit geld kost en het opleggen van verplichtingen noodzakelijk is. 

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 134

 

| 28-04-2018 | 13.00 uur |


 

OVER WATER 134

 

Nieuwe waterkwaliteitscheck voor stedelijk water in ontwikkeling
In veel steden en dorpen worden projecten opgezet ten behoeve van: klimaatadaptatie, duurzaam waterbeheer en de aanpak van hittestress.  Voorbeelden zijn het hergebruik van afvalwater, fonteinen, (regen)waterberging, heropening grachten/singels en waterpleinen. Mensen kunnen hierdoor meer in aanraking met water in de openbare ruimte komen, met alle mogelijke gevaren van dien. Denk aan risico’s voor de gezondheid. Het RIVM pleit er daarom voor om bij het ontwerpen, plannen, beheer en realiseren van stedelijk water stil te staan bij de kwaliteit van water. Om dit te ondersteunen is de microbiologische waterkwaliteitscheck voor stedelijk water in de maak.

Financiële prikkels voor klimaatadaptatie
Recent is verschenen het rapport ‘Financiële prikkels voor klimaatadaptatie’. In dit rapport is in kaart gebracht het vergroenen van belastingen en andere mogelijke financiële prikkels om klimaatbestendigheid te stimuleren. NextGreen en Stroom en Onderstroom inventariseerden de verschillende soorten financiële prikkels in opdracht van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Gemeenten en waterschappen kunnen deze middelen inzetten om inwoners en ondernemers te stimuleren tot het klimaatbestendig inrichten van hun gebouwen en tuinen. Gemeentelijk zou bijvoorbeeld het tarief van de rioolheffing afhankelijk kunnen worden van het watergebruik of het wel of niet afkoppelen van de regenpijp. In sommige gemeenten maken politieke partijen er al werk van. Als voorbeeld een initiatief van de PvdA en GrL in de vorm van een motie in de gemeente Lochem. De motie haalde het niet, maar het kan dienen als voorbeeld hoe het vergroenen van een heffing vorm kan krijgen.

Voedselvermalers
Voedselvermalers worden op grote schaal op websites aangeboden om geïnstalleerd te worden in uw keuken. In de USA is het heel gewoon om voedselresten te lozen in het riool. Maar in Nederland zijn ze echter, middels artikel 6 in het “Besluit lozing afvalwater huishoudens”, verboden. Dit verbod is er niet zonder reden. Voor een goede verwerking van het afvalwater en het onderhoud van riolen en persleidingen zijn voedselresten in het afvalwater niet alleen niet goed voor het milieu, het is ook kostbaar en leidt tot hogere tarieven bij gemeenten en waterschappen. Niet doen dus en laat u niet verleiden tot de aankoop van dergelijke apparatuur. RTL nieuws wijdde er in de zomer van 2017 al eens aandacht aan.

25 april
Op de agenda van het algemeen bestuur (AB) stond de aanvraag van het uitvoeringskrediet “aanpassen watersysteem en -kering bij Waalwijk”. Het is een miljoenen project, waarbinnen een veelheid van zaken zijn gekoppeld. Nieuwe gemalen, het oplossen van een veiligheidsprobleem, nieuwe watergangen. Het watersysteem van de Buitenpolder en de Capelsche Polder wordt toekomst bestendiger gemaakt. Het project is een essentiële randvoorwaarde om de natuurdoelen van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te kunnen realiseren in de Westelijke Langstraat.

Als DB lid heb ik hier veel uren ingestoken. Het doet mij dan ook deugd dat dit krediet van 19 miljoen met algemene stemmen door het AB ter beschikking is gesteld. Nu komt het op een tijdige uitvoering aan om op tijd aan de eisen van de PAS te gaan voldoen.  

Louis van der Kallen

 


DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

| 23-04-2018 | 13.30 uur |


 

DE VVD WIL ÉÉN WATERSCHAP IN NOORD-BRABANT

 

De VVD fractie in de Staten van Brabant laten weer eens een ballonnetje op. Ze willen een onderzoek naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’. Nu ben ik reeds jaren in het waterschapsbestuur actief en heb al veel waterschapfusies meegemaakt.

Toen ik begin jaren negentig begon waren er nog 16 waterschappen in Noord-Brabant, nu nog 3 en een stukje waterschap Rivierenland het voormalige Alm en Biesbosch. Waterschappen hebben een enorm fusietraject doorlopen. Rond 1850 waren er in Nederland ongeveer 3500 waterschappen in 1950 nog circa 2500 en nu nog 22. Minder dan 1 % van het aantal in 1950! Recordhouder is het huidige waterschap Rivierenland dat 474 rechtsvoorgangers kent. Ook in het  werkgebied van mijn eigen waterschap Brabantse Delta waren in 1950 nog meer dan 200 waterschapjes. Effect van al die fusies: een meer deskundige organisatie. De fusies waren tot op zekere hoogte ook nodig vanwege de toegenomen taken en de complexiteit daarvan.

Maar de fusies kenden ook een hoge prijs: minder betrokkenheid en gebiedskennis van de bestuurders. Het werden bestuurders op afstand. En nà 2008 vooral politieke bestuurders met vaak bitter weinig kennis over de voor het waterbeheer, in mijn ogen, benodigde (technische-) en gebiedskennis. Maar wat nog erger is, de passie voor het gebied en de bijzondere taken van waterschappen ontbreekt vaak bij politici. Besturen wordt leunen op de kennis van de ambtenaren in plaats van gebaseerd op de eigen kennis en betrokkenheid bij het gebied. De drie waterschappen werken, op de onderdelen dat het een toegevoegde waarde heeft, in termen van geld of kwaliteit, al jaren goed samen. Een fusie levert dan wel de genoemde nadelen op, maar nauwelijks een besparing.

De focus op de waterschappen verbaast mij ook. Kijk eens naar gemeenten. In 1850 waren dat er in Nederland nog circa 1240, in 1950 circa 1000 en nu nog 380. 38 % van het aantal in 1950! Zeeland ging van 113 gemeenten in 1850 naar 101 in 1950 naar 13 nu. 13 % van het aantal in 1950! Noord-Brabant ging van 143 gemeenten in 1950 naar 64 nu. Bijna 45 % van het aantal in 1950! Gezien die gemeentelijke cijfers had ik het veel logischer gevonden als de VVD fractie in de Staten van Brabant voor de gemeenteraadsverkiezingen hadden gevraagd naar ‘de positieve en negatieve effecten van een eventuele fusie’ van de huidige 64 gemeenten. Of gaan er dan teveel bestuurlijke VVD posten verloren?

Zelf ben ik niet z’n voorstander van verdere fusies. De afstand tot de burger wordt alsmaar groter en de kennis van het gebied of de dorpen of stad steeds kleiner. Nu zijn er gemeenten met tientallen dorpen. Ik zou daar nooit raadslid willen zijn. Het bijhouden van wat er leeft is dan, naar mijn inzicht, schier onmogelijk. Toen ik waterschapbestuurder werd van Zoomvliet was ik nog in staat op perceelniveau te weten wat er speelde of wie en hoe er geboerd werd of wat de natuurwaarden waren. Met de opschaling naar het Scheldekwartier werd dat al heel moeilijk, maar je kende de collega bestuurders in de buurt van een perceel nog. Met de komst van het waterschap Brabantse Delta (meer dan 170.000 hectaren groot, meer dan 800.000 inwoners, meer dan 8100 kilometer aan sloten, beken, rivieren in beheer en binnen 21 gemeenten werkzaam) is dat niet meer mogelijk. Dan is passie nodig en liefde voor de taken. In godsnaam: stop nu eens met het oplaten van ballonnen en laat de waterschappen hun werk doen, zodat het veiligheidsniveau, de leefbaarheid en de natuur die aandacht krijgen en houden die nodig is.  

Louis van der Kallen

 


OVER WATER 133: EEN OEVERZWALUWWAND EN DE NKWK CONFERENTIE

 

| 21-04-2018 | 09.00 uur |


 

OVER WATER 133: EEN OEVERZWALUWWAND EN DE NKWK CONFERENTIE

 

Vorige week vrijdag heb ik de ingebruikname bijgewoond van een oeverzwaluwwand aan de oever van de Amertak/Donge te Geertruidenberg. Niet dat getrainde oeverzwaluwen de wand in gebruik namen, maar diverse bij de totstandkoming van de wand betrokken bestuurders en ambtenaren waren uitgenodigd en werden ontvangen op Fort Lunet bij Raamsdonksveer en toegesproken door de initiatiefnemer Peter Verwaters.

Peter Verwaters is de volhouder die, nadat oeverzwaluwen vorig jaar een berg mineralen bij het bedrijf Sibelco in gebruik hadden genomen voor hun nesten, het bedrijf overhaalde de nesten te beschermen en daarna stad en land had bewogen om deze wand te realiseren. Ook ik was benaderd omdat de ideale plek een stukje grond van het waterschap Brabantse Delta was, waar de Amertak de Donge raakt. Ik ben er toen binnen het waterschap achteraan gegaan en beschouw de realisatie als één van de tastbare resultaten van mijn DB lidmaatschap. Ik vond het dan ook leuk voor deze ingebruikname uitgenodigd te zijn.

De locatie is voor de oeverzwaluwen ideaal. Voedsel is er in redelijke overvloed en de wand staat op een rustige, niet voor het publiek toegankelijke, plek. Toch kan het publiek er vanaf een wandelpad aan de andere kant van de Donge straks van genieten. De realisatie van de wand is wat mij betreft een voorbeeld van hoe het moet. Een bedrijf dat een stukje natuur beschermd en overheden die samen met het particulier initiatief iets moois realiseren.

Ik hoop dat mijn eigen gemeente daar een voorbeeld aan neemt. Ook in Bergen op Zoom zijn er tal van plekken waar een dergelijk initiatief een succes kan worden. Langs de Binnenschelde, op de Plaat en zelfs in of nabij het Anton van Duinkerkenpark zijn geschikte locaties te vinden.  

Op dinsdag 17 april was de 4e NKWK conferentie ‘van papier naar praktijk’ op de Campus Wageningen University & Research. De NKWK (Nationaal Kennis en innovatieprogramma Water en Klimaat) conferenties zijn voor mij altijd interessant gebleken en ook nu werd ik niet teleurgesteld.

Er waren een aantal sprekers, onder andere de Delta Commissaris Wim Kuijken die een overzicht gaf van de ontwikkelingen, kansen en bedreigingen. Het viel mij op dat bij alle discussies over de klimaatveranderingen en de mogelijke gevolgen, transport door niemand werd vermeld. Terwijl bijvoorbeeld de droogteperiodes zoals in 1976 enorme gevolgen kunnen hebben voor het transport over water op de niet gekanaliseerde delen van de grote rivieren!

Ik bezocht in de morgen de workshop “Naar een klimaatbestendige stad” met een aantal presentaties en discussies. Wat mij trof was dat bij één werkplan, het inschatten en kwantificeren van klimaatschaden, van alles werd benoemd behalve de oversterfte en de economische/financiële gevolgen. Beslismodellen worden ontwikkeld. De deelnemers formuleerden in vijf groepen welke informatie nodig is voor een werkbaar beslismodel.

In de middag bezocht ik de workshop Lumbricus “Bewust omgaan met de bodem is essentieel in waterbeheer”. Een buitengewoon leerzame workshop over bodemproblemen, zoals de bodemverdichting en welke pilots er lopen hoe de bodemverdichting aan te pakken. Van diepwortelaars, zoals sorghum en andere diepwortelende grassen, mechanische bewerkingen tot de herintroductie en kweek van wormen. De zware landbouwmachines, zoals ingezet bij de oogst van rooivruchten, zijn ware moordenaars van het bodemleven. Met revitalisering van de bodem is zowel voor de boer, de natuur als de waterbeheerder een wereld te winnen!   

Louis van der Kallen

 


OVER WATER – 68

 

| 03-12-2016 | 20.30 uur |


 


OVER WATER – 68 

 

Deze keer heb ik gelezen: “Samen werken aan een veilige en mooi Maas, het klimaat verandert” en “Samen werken aan een veilige en mooi Maas, regionaal voorstel Maas 2016”. Twee stukken die het lezen waard zijn. Het betreft de omschrijving van zes zogenoemde koploperprojecten tussen Eijsden en Geertruidenberg. De stukken zijn voor iedere bestuurder van gemeenten langs een rivier het lezen waard omdat ze prachtig laten zien hoe rivierverruiming, dijkversterking en gebiedsontwikkelingen gecombineerd kunnen worden en uitgevoerd met veel extra geld uit Haagse potjes.

28 november
Bestuurlijk overleg met wethouder Jan-Willem Stoop van de gemeente Drimmelen.  Agendapunten waren onder andere: het buurtwaterfonds, de handreiking kinderboerderijen en klimaatbestendig waterbeheer, de keuzewijzer stadswateren, de samenwerking in het watersysteem en de waterketen, de verbetering van de regionale waterkeringen met bijzondere aandacht voor het tracé rond de haven van Terheijden en de aanpak van de wateroverlast in het bemalingsgebied Zonzeel middels een gezamenlijke aanleg van een EVZ (ecologische verbindingszone).

29 november
groen-beursEen gezamenlijke evaluatiebijeenkomst/versnellingsatelier van DB, directieteam en een aantal betrokken medewerkers over de participatie in projecten waarbij het waterschap betrokken is. Er valt nog veel te verbeteren. Geleerd heb ik ook. Niet altijd is participatie kansrijk. Projecten moeten wel voor de deelnemers overzichtelijk zijn. Daarna DB vergadering met als agendapunten onder andere: sturen op hoofdlijnen, voortgangsrapportage waterstaatskundige toestand, het projectplan Roode Vaart, de samenwerkingsovereenkomst met de vereniging “Markdal, duurzaam & vitaal”, de nota reikwijdte en detailniveau van de dijksversterking Geertruidenberg en Amertak. 

In de middag een bezoek gebracht aan de beurs “Future Green City” in Den Bosch met een mooi lezingenaanbod. Stands die mij opvielen waren: van www.roofupdate.nl (veel voorbeelden van groene, energie en waterdaken), www.duragreen.nl (met o.a. voorbeelden geluidsschermen vergroenen) en www.hydrorock.com (over het voorkomen van wateroverlast en verdroging met ecologisch verantwoorde oplossingen). Maar zeker de stand van de Nationale Bomenbank.
oude-eikHet bezoek aan de stand en de website gaven mij het gevoel dat de conclusie van Rijkswaterstaat dat de monumentale zomereik in de middenberm van de A58 bij Ulvenhout omgehakt zou moeten worden vanwege de toekomstige verbreding van de snelweg, wel makkelijk genomen lijkt. Volgens Rijkswaterstaat is de 140 jaar oude eik boven en onder de grond onderzocht op conditie, stabiliteit en breukgevoeligheid. Uit dat onderzoek bleek dat de eik het uitgraven en verplaatsen niet zou overleven. Als ik kijk naar de verplaatsing van twee linden bij de A2 verbreding bij Den Bosch (150 tot 200 jaar oud met een totaal gewicht van kluit, bomen en kluitverpakking van ongeveer 200 ton), dan denk ik onze ‘Anneville’ verdient een reddingspoging!

30 november
In de morgen een ontbijtbijeenkomst in de Blokstallen te Bergen op Zoom, georganiseerd door de stichting in oprichting Timelaps die in het jaar 2019 het denken over de toekomst van de regio met tal van bijeenkomsten centraal wil stellen. Het is altijd goed over de (verre) toekomst na te denken. Als waterschap doen wij dat op zaken als waterveiligheid, zeker waar we nu al aan het werk zijn om tegen 2050 te kunnen voldoen aan de uitdagingen waar we dan voor gesteld worden. Aan mijn ontbijttafel was het voor de disgenoten wel moeilijk om het droomniveau te ontstijgen. Hierbij moest ik mijzelf ook de vraag stellen: wat is nu een droom en kan dan werkelijkheid zijn? Wat waren de gedachten over de toekomst in 1980 en hoe is de werkelijkheid nu? Voor mij is het uitgangspunt in dit soort discussies toch altijd: hoe kunnen we de maatschappij een zetje in de goede richting geven (groener, waterbewuster, beperken van hittestress en wateroverlast) en wat kan mijn bijdrage hier aan zijn en wat is de rol van een functionele democratie als het waterschap hierbij?

1 december
Een middag STOWA in de Mariënhof te Amersfoort. De STOWA bestaat 45 jaar en dat is een reden om eens goed te laten zien wat zij aan kennisontwikkeling voor de waterschappen doen. Dat gebeurde in de prachtige ambiance van de Mariënhof een gebouw dat de geschiedenis ademt. Er waren presentaties/discussies over: de aanpak van nieuwe stoffen, energie- en grondstoffenterugwinningen en over wateroverlast. Wat mij het meeste trof was de discussie over ‘nieuwe stoffen’ die pas recent de aandacht krijgen die ze verdienen. Ik schreef er vaker over o.a. over bijvoorbeeld dat medicijnresten in onze zuiveringen  bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van resistente bacteriën. Het verbaast mij dat men zich keer op keer laat verleiden tot discussies over normeringen. Alsof we voor de ruim 100.000 verschillende stoffen die nu al in het afvalwater voorkomen normen kunnen stellen en die dan ook stuk voor stuk tegen redelijke kosten kunnen meten en reduceren. Met oxidatie en actieve koolabsorptie kunnen voor sommige van de nu gemeten stoffen soms bemoedigende resultaten worden behaald. Maar is dat genoeg? In mijn beleving zijn het grotendeels zinloze discussies tussen bestuurders en politici die zelden kaas hebben gegeten van de aard en mogelijke effecten van die meer dan 100.000 stoffen die we nu al in afvalwater detecteren. Voor mij is het helder: uitgangspunt zou de nul norm moeten zijn. En het rare is die is haalbaar! In 2004 werd door het waterschap Rijn en IJssel te Varsseveld een zuivering uitgerust met membraantechnologie om van de Boven Slinge weer een gezond water te maken. Dat lukte deels door deze super zuivering. Helaas bouwde het waterschap deze zuivering weer om tot een conventionele zuivering met nabezinktanks. Bij het gebruik van membraantechnologie kan men echt alle stoffen uit het water halen tot de nul norm. Die technologie heeft zich de afgelopen jaren enorm ontwikkeld en is mede daardoor steeds goedkoper geworden en kan nog verder ontwikkeld worden. De winst voor de ecologie en de volksgezondheid is potentieel groot. Maar deels niet in geld te berekenen. Ik zou graag zien dat de STOWA en de waterschappen deze ‘ideale’ oplossing voor alle verontreinigingen samen met de membraanindustrie verder zouden ontwikkelen. Aan het einde van de middag was er een inspirerende presentatie van Anjo Travaille van Bovenkamers over gedragsbeïnvloeding.

In de avond heb ik de fractievergadering van Ons Water/ West-Brabant Waterbreed bijgewoond ter voorbereiding van het AB van 7 december.

2 december
Vandaag de Unie commissie waterkeringen ten stadhuize van Dordrecht met als agendapunten onder andere: de procesbegeleiding beoordeling waterkeringen, de visie op de regionale keringen, de basiseisen zorgplicht waterkeringen, het landelijk draaiboek beoordeling primaire waterkeringen en een communicatieplan. Daarna was er een thema sessie waarbij ik koos voor een discussie over het plan Spaargaren. We publiceerden daar eerder over.

Het verbaast mij keer op keer dat men net doet of het plan van sluizen in de Nieuwe Waterweg iets nieuws is. Reeds in de jaren zestig werd er al geschreven over het stoppen van het zoetwaterlek (800 kubieke meters per seconde) in de Nieuwe Waterweg. Ik verwijs dan graag naar: “De waterhuishouding van Nederland” (een nota samengesteld door Rijkswaterstaat, uitgegeven door de Staatsuitgeverij in 1968) en naar: “De toekomstige drinkwatervoorziening van Nederland” (een rapport van de centrale commissie voor de drinkwatervoorziening 1965, uitgeven door de Staatsuitgeverij in 1967). Er is, zo blijkt, vaker niets nieuws onder de zon. Helaas wordt er veel gepraat in dit land en te zelden iets uitgevoerd. Doorschuiven is een politieke kwaal van alle tijden, waarna een nieuwe lading gekozenen zonder kennis van de geschiedenis weer ‘mooie’ verhalen vertellen zonder zich te verdiepen in onze geschiedenis of de onderwerpen waarover gepraat of besloten wordt. En zij zich daarna afvragen waarom de bevolking geen vertrouwen meer in hen heeft. 

Louis van der Kallen 

 


OVER WATER – 28: RAPPORT “EEN BEETJE NAT”

 

| 13-02-2016 | 10.45 uur |


 

rioleringTessy van de Linde, Tamanna Wahdat en Almedina Zuljko hebben op mijn verzoek en met mijn medewerking, in het kader van hun studie aan de ‎Juridische Hogeschool Avans – Fontys, de afgelopen maanden een onderzoek uitgevoerd naar de voorwaarden waaronder de gemeenteraad van Loon op Zand een gebod tot afkoppeling van de gemeentelijke vuilwater riolering mag opnemen in een gemeentelijke verordening. Het rapport “een-beetje-nat” is recent verschenen. Ik ben er blij mee en ik denk dat menige gemeente hier iets aan kan hebben bij het nader uitwerken en vormgeven van het gemeentelijk waterbeleid in het kader van klimaatadaptatie en het aanpakken van hittestress. Ik bedank de dames voor hun kwalitatieve inzet en de manier waarop ze zich gestort hebben op een voor velen misschien saai onderwerp, maar waaraan een groot maatschappelijk belang verbonden is. 

10 februari
In de middag een portefeuillehouderoverleg over het dijkverbeteringsproject Geertruidenberg/Amertak.

11 februari
Met de partijleider van West-Brabant Waterbreed gesproken over het waterschap en een aantal locaties bezocht die qua waterbeheer naar zijn mening aandacht behoeven.

12 februari
Vandaag de Unie commissie Waterkeringen (CWK) in Amersfoort met agendapunten zoals:

  • Het beoordelingsinstrumentarium voor de veiligheidsbeoordeling van de primaire waterkeringen
  • De samenwerking bij de beoordeling van de primaire waterkeringen
  • Het plan van aanpak 2e planronde richtlijn overstromingsrisico’s
  • De nationale omgevingsagenda
  • En de strategische onderwerpen voor de CWK 2016.

Een technische, maar leerzame vergadering. 

Louis van der Kallen

 


VRAGEN OECD STUDIE – 0049

 


 

Bergen op Zoom, 1 juni 2014

Aan het Dagelijks Bestuur van het

Waterschap Brabantse Delta

Per e-mail

 

Betreft: Vragen OECD studie, kenmerk 0049

 

Geacht Dagelijks Bestuur,

Recent is verschenen de OECD studie “Water Governance in the Netherlands, Fit for the future.  In deze brief zal steeds naar aanleiding van een aantal citaten uit dat rapport een aantal vragen/overwegingen door de fractie Ons Water/Waterbreed onder uw aandacht gebracht worden.

Bewustwording

Pagina 68
Raising awareness about flood risks seeks to influence behavior in various ways and can take a number of forms. The focus on emergency preparedness in the multi-layer safety approach can make an important contribution, as emergency simulations both raise awareness and identify potential gaps for improvement.”

Pagina 69
“In general, the property market does not currently reflect flood risks (e.g. via differentiated property prices reflecting various levels of exposure to flood risk), nor are property owners or renters systematically informed about flood risk in the course of property transactions, as is common practice in some other OECD countries. In addition to current efforts to raise awareness (e.g. information provision and awareness-raising campaigns) of flood risk, the government could put in place policy instruments that systematically inform citizens about the flood risk they face and thereby influence their decisions related to exposure and vulnerability.”

Pagina 129
“The private sector can also contribute to better water governance if it is aware of where its responsibilities begin and end. New governance approaches should aim to increase citizens awareness about water management and empower to carry out their responsibilities in this field.”

Pagina 150
A mechanism to provide for informed public debate about the acceptable level of flood risk could be established. It could serve multiple purposes, including raising public awareness of flood risk, solidifying the willingness to pay for current and future flood protection to achieve high levels of safety in recognition of the associated costs, and reinforcing the social contract to commit to a safe Netherlands today and in the future that can secure steady financial flows for flood protection.”

Bovenstaande citaten laten zien dat volgens de opstellers van het rapport het bewustzijn van de risico’s van overstromingen bij inwoners van ons land te gering is.

Het rapport beveelt nadrukkelijk aan onze inwoners meer bewust te maken van de risico’s van overstroming. Het bevreemdt ons dan ook dat de titel van het waterschapsnieuws (uitgave mei 2014) was: “We voelen ons veilig in Nederland, dat kunnen we samen zo houden”.

Een dergelijke titel past naar de opvatting van de fractie Ons Water/Waterbreed niet in een aanpak gericht op verhoging van het bewust zijn van onze ingezetenen ten aanzien van de risico’s van overstromingen. Wat zijn de plannen van uw DB om dat bewustzijn te verbeteren?

Bescherming wateroverlast/Ruimtelijke Ordening

Pagina 21
“As a consequence, ongoing spatial development, at times in highly unfavourable locations from a water management perspective, increases exposure to flood risk, leading to the escalation of costs of water management, today and in the future.”

Pagina 22
“As mentioned above, those who create liabilities (e.g. building in flood-prone areas or polluting freshwater) do not pay the costs associated with their actions (additional costs for protection against flood).”

Pagina 80
“Long-term scenarios for protection from sea level rise. Some experts have already questioned the economic sustainability of the prevailing policies if sea levels rise above a certain threshold. The costs may become prohibitive and alternative options may be considered. Does it make sence to aggregate population and assets in the Randstad? Or could other, less vulnerable locations be considered for some people and/or activities?”

Pagina 109
“Regional water authorities have no competence to stop harmful developments or to encourage municipalities to take adequate measures to safeguard water interests. The responsibility for financing measures aimed at reducing water nuisance and flooding in such cases is also unclear.”

Pagina 112
“Problems still arise with integrated project procedures, especially in cases where spatial planning an water goals clash.”

Pagina 113
“Integrated projects can be hindered by the mismatch between long-term safety goals, short-term economic profits, and development and land-use goals.”

Pagina 152
“Currently, there is an absence of incentives to change the trend of increasing exposure to flood risk. The trend of increasing exposure to flood risk is driven by on going spatial development, at times in highly unfavourable locations, from a water management perspective. This leads to the escalation of costs, today and in the future.”

Pagina 153
“The distribution of the costs and benefits of spatial development perpetuates the ‘snowball’ effect, driving up the long-term cost of water management. Once spatial development has taken place, path dependency restricts the available risk management options, as alternatives to risk prevention become increasingly less feasible, either economically or politically.”

Pagina 155
“decisions about spatial development have direct consequences for water and flood management and the associated cost. At present, residential and commercial development continue to expand their claims to public space in low-lying areas. These spatial developments are among the key cost drivers for water management, locking in futere financial liabilities.”

Pagina 163
“As an instrument to assess the impact on water management of spatial development, the Water Assessment could be strengthened and made more effective in influencing spatial development decisions.

Bovenstaande citaten laten zien dat volgens de opstellers van het rapport de invloed van de waterschappen bij de ruimtelijke planvoorbereiding en ruimtelijke beslissingen volstrekt onvoldoende is c.q. onvoldoende geborgd is in bevoegdheden om tot goede integrale ruimtelijke beslissingen te komen. De waterbelangen worden bij tal van ruimtelijke beslissingen en plannen, naar de opvatting van de opstellers van het rapport, onvoldoende tot hun recht gebracht.

De fractie van Ons Water/Waterbreed herkent zich in hoge mate in deze waarneming, door onafhankelijke buitenlandse deskundigen. Wat is uw DB van plan, eventueel in Unie verband, om deze zienswijze op de landelijke politieke agenda te krijgen?

Verantwoording/financiering

Pagina 24
“Provide and oversee a harmonised accounting of expenditure for water management across water management functions in order to improve transparency in tracking water management expenditures and cost recovery. An independent review, commissioned by and reporting to ministers, could help shed light on relative and absolute effeciency, accountability and oversight for the full breadth of water services.”

Pagina 43
“Performance targets could be defined and monitored by a third party to make sure opportunities in both areas (afvalwater verzamelen en zuiveren) are fully exploited.”

Pagina 109
“Regional water authorities have no competence to stop harmful developments or to encourage municipalities to take adequate measures to safeguard water interests. The responsibility for financing measures aimed at reducing water nuisance and flooding in such cases is also unclear.”

Pagina 113
“Thus far, the management of trade-offs between water, spatial planning, coastal defence, urban development, nature conservation, tourism and recreation has been largely relying on a project-based approach.”

Pagina 113
Planning systems should also incorporate information about water costs and risks inherent to different proposals and projects. Specifically, parts of the costs imposed by land-use decisions should accrue to the decision-making agency as well as to the land users.”

Pagina 155
“decisions about spatial development have direct consequences for water and flood management and the associated cost. At present, residential and commercial development continue to expand their claims to public space in low-lying areas. These spatial developments are among the key cost drivers for water management, locking in futere financial liabilities.”

Pagina 155
“The distribution of the costs and benefits of spatial development perpetuates the ‘snowball’ effect. For example, spatial developments may bring significant added value for a specific municipality or region, but may drive up the costs of flood protection for the Netherlands as a whole. Municipalities and provinces reap the benefits of spatial developments, while the regional water authorities and the central government bear the costs.”

“It illustrates the significance of spatial planning decisions for water management, and their impact on the long-term financial sustainability of the system.”

Pagina’s 162/163
“In general, short-term profits from spatial development tend to prevail over long-term water management objectives. This can result in both increased cost of water and flood management, but also increased expected damages in the case of a flood event. There is a need to align incentives, so that those who benefit from spatial development also pay the associated costs.” 

Pagina 234
“the beneficiaries of spatial development typically do not pay the full cost associated with mitigation measures for water management”

Bovenstaande citaten laten zien dat volgens de opstellers van het rapport de kosten van het totale waterbeheer onvoldoende transparant inzichtelijk zijn en dat harmonisatie van de verslaglegging hierbij behulpzaam kan zijn.  

Tevens is op basis van deze citaten te stellen dat de waterschappen vaak geconfronteerd worden met kosten die feitelijk door de besluiten van andere overheden veroorzaakt worden en dat deze kosten geen rol spelen bij de besluitvorming binnen deze overheden. Hierbij is het soms zo dat elders geld wordt verdiend, terwijl de kosten op het bordje komen van het waterschap. Op welke wijze is uw DB, eventueel in Unie verband, van plan om de kosten van het waterbeheer meer inzichtelijk te maken zodat deze op zijn minst worden betrokken bij de besluitvorming over ruimtelijke plannen en zo mogelijk de extra kosten worden gedragen door degene die baat hebben bij die ruimtelijke plannen.   

Zoet water

Pagina 57
“In the past, water supplies have been abundant and the abstraction regimes used in the Netherlands have focused on ensuring flood safety an protecting water quality. However, there is a growing risk of shortage due to a lack of water and increasing salinity as sea water intrudes into the delta and saline groundwater rises.”

“According to Jeuken et al. (2012), estimates of economic loss to the Dutch agricultural sector may reach EUR 700 million in a ‘dry year’ (frequency of 1/10 years) and EUR 1800 in an ‘extreme dry year’(frequency of 1/100 years)”

Pagina 126
“Water safety measures for the implementation of the Delta Programma tend to take the bigger share of financial resources at hand, leaving projects related to securing freshwater supply under-funded or on hold.”

Pagina 170
“While simple in its structure, adoption of water-sharing arrangements in the Netherlands would require some significant administrative changes. The timeliness of the current Delta Programme means that there is an opportunity to introduce water-sharing regimes gradually.”

Pagina 187
“In fact, since 2006, the quality of the Volkerak-Zoommeer has unexpectedly improved due to the introduction of the quagga mussel that filters the water and removes algae. Whether the improvement of water quality is structural or just temporary is highly uncertain (MER, 2012). In addition, a lack of consensus regarding who should pay for the measures for the Volkerak-Zoommeer has also contributed to the persistent delays in the decision making.” 

In bovenstaande citaten wordt aandacht gevraagd voor de wijze waarop bij zoetwatertekorten de prioriteiten worden gesteld. Er wordt gepleit voor de invoering van een systeem van zoetwater toewijzing, waarbij meer rekening wordt gehouden met de economische/financiële belangen en risico’s bij zoetwatertekorten.

Deelt uw DB deze zienswijze van de onafhankelijke rapporteurs en op welke wijze is uw DB, eventueel in Unie verband, van plan deze opvatting onder de aandacht te brengen van de landelijke beleidsmakers? 

Tot slot wil de fractie van Ons Water/Waterbreed uw DB nadrukkelijk wijzen op het  vermelde citaat op pagina 187.  Wij verzoeken uw DB het vermelde feit, dat de waterkwaliteit van het Volkerak-Zoommeer sinds 2006 is verbeterd, nadrukkelijk onder de aandacht te brengen van de beslissers inzake de mogelijke verzilting van het Volkerak-Zoommeer. Hier kan een gegronde reden zijn om terughoudend te zijn met de verzilting. Als het Volkerak-Zoommeer verzilt wordt gaat een enorme zoetwater capaciteit verloren en dat met een toekomst in beeld van oplopende zoetwatertekorten. 

In afwachting van uw beantwoording,

hoogachtend,

Namens de fractie Ons Water/Waterbreed

L.H. van der Kallen

 


HET UITVOERINGSPROGRAMMA ZUIDWESTELIJKE DELTA RAMMELT


HET UITVOERINGSPROGRAMMA ZUIDWESTELIJKE DELTA RAMMELT
Door:  adviesgroepbormenhuijgens.nl

De waterveiligheid van Nederland vraagt om een zuivere analyse van de planvorming en om afgewogen besluiten. De duurzaamheid van het toekomstig landelijk integraal waterbeheer is afhankelijk van samenhang en de juiste keuzes. Hoe anders kwam het Uitvoeringsprogramma Zuidwestelijke Delta tot stand.

Uitbesteding en gebrek aan zelfreflectie leidden hier tot het star vasthouden aan vooringenomen planvorming. Deze werden door de Stuurgroep ZWD breed in de publiciteit gebracht met eigen publicaties, uitgaven en propaganda. Kostbare jaren, moeite en geld gingen verloren en stagneerden de procesgang naar een klimaatbestendig Nederland. Het landelijk waterbeleid staat met de rug tegen de muur en kan zich geen fouten van dit formaat meer veroorloven. De tijd begint te dringen.

Gebrek aan samenhang
Het Uitvoeringsprogramma ZWD 2010-2015+ zou een fundament, een weloverwogen basis, voor een deelprogramma van een landelijk waterplan moeten zijn. Het werd echter een verbrokkelde presentatie van zeven aparte gebiedsprogramma´s. De gewraakte compartimentering van de deltawateren is hierbij enkel in een andere vorm gegoten. De plankaarten van de gebiedsprogramma´s zijn allemaal nog voorzien van het stempel `in ontwikkeling´. Het programma was en is niet rijp voor consultatie, laat staan voor aanbieding aan het kabinet. Een spectaculaire regiotour in 2010, waarbij de aandacht bewust verlegd werd naar lokale wensen in relatie tot de vermeende planvorming, was eveneens een stap te ver. De organisatie benadrukte tijdens de regiotour, dat de levensvatbaarheid en onderbouwing van de plannen niet ter discussie stonden. De hele planvorming loopt op de muziek vooruit en is weinig in overeenstemming met een adaptief beleid. De gewenste samenhang van een integrale visie ontbreekt.

De rol van de Zuidwestelijke Delta voor de landelijke waterveiligheid 
De kwetsbaarheid van onze waterwerken is groot. Bij stormopzet op zee en hevige regenval krijgen de noordelijke provincies spoedig te kampen met wateroverlast. Als er dan ook nog sprake is van piekafvoeren van de rivieren, valt vanuit het noorden geen wezenlijke bijdrage aan de probleemoplossing meer te verwachten. Met de realisatie van de projecten van Ruimte voor de Rivier wordt de doorstroming in het Nederlandse rivierentraject nog eens extra versneld. Alles komt op het bordje van de Zuidwestelijke Delta. De inrichting ervan is hier niet op berekend.
Als vervolgens dijkring 14 doorbreekt gaat het pas echt goed mis. Een overstroming zou het bankroet van Nederland betekenen. Evacuatie van de Randstad blijkt hierbij een onmogelijke opgave. Het is echter niet onmogelijk om de oorzaak te voorkomen. De toekomstige inrichting van de Zuidwestelijke Delta moet hiervoor zorg dragen. Deze cruciale rol voor de nationale waterveiligheid is in het Uitvoeringsprogramma ZWD onderbelicht en onvoldoende uitgewerkt. Een samenhang van de plannen voor de Zuidwestelijke Delta met onder meer Rijnmond en IJsselmeer is een vereiste. Met waterveiligheid valt niet te marchanderen.

uitv. pr

Beeld na uitvoeren projecten en maatregelen uitvoeringsprogramma. Bron: Uitvoeringprogramma Zuidwestelijke Delta 2010-2015+, april 2011

Toetsen aan doelen van het Nationaal Waterplan
Het NWP streeft naast waterveiligheid, ook naar garanties voor zoetwatervoorziening en naar estuariene dynamiek. Hierbij vereist het tegengaan van de dreigende rivieropwaartse invloed van de zee en de toenemende verzilting om blijvende zorg.
Dit alles dient in samenhang gestalte te krijgen en dat betekent voor de herinrichting van de Zuidwestelijke Delta het volgende:
Voor de nationale waterveiligheid is een inrichting van de Zuidwestelijke Delta nodig met een maximaal oppervlak aan noodberging en spuimogelijkheden in zee, in combinatie met een goede en korte primaire zeewering.
De zoetwatervoorziening wordt gegarandeerd door het behoud en toename van de zoetwatervoorraden en het beperken van zoetwaterverliezen.
Een compleet estuarium ontwikkelt zich in een open verbindingstraject tussen zee en rivieren, dat met de nodige lengte en regulatiemogelijkheden een geleidelijke en stabiele overgang van zout naar zoet kan waarborgen.

De verzilting van het Volkerak-Zoommeer, het Kierbesluit, de `watermachine´ in de Brouwersdam, Waterstad Rotterdam, gedempt getij, het Volkerak-Zoommeer als eerste noodberging, een complete riviermonding Haringvliet, klimaatbuffer Oesterdam, recreatieve voorzieningen, een gewijzigde zoetwatervoorziening en tal van andere vaak onsamenhangende zaken, werden de afgelopen jaren in de planvorming voor de Zuidwestelijke Delta opgenomen. Dit maakt het uitvoeringsprogramma tot een samenraapsel van oude en nieuwe voornemens.

De illustratie uit het huidige uitvoeringsprogramma toont een streefbeeld waarbij de bestaande zoetwatervoorraden verdwijnen, verzilting alle ruimte krijgt en het merendeel van de deltawateren wordt onttrokken aan een kans op toekomstige estuariene dynamiek.
Hoe men de zaak ook wendt of keert, een invulling van de omschreven doelen is hierin niet te ontdekken. Integendeel.

Het tij is nog altijd te keren
Er is nu nog sprake van papieren producten in de vorm van inrichtingssuggesties, adviesnota’s en onderzoeken. Het cumulatieve effect op andere projecten, dat ontstaat bij het halsstarrig vasthouden van foute keuzes, kan leiden tot kapitaalvernietiging, onveiligheid en milieuschade. Negatieve publiciteit in de media tast vervolgens de geloofwaardigheid van de overheid aan. Het kan geen kwaad om eens kritisch naar de inmiddels gepresenteerde regionale planvorming ZWD te kijken, deze te toetsen op de gestelde doelen en objectief te vergelijken met relevante inrichtingssuggesties. Het verzilten van het Volkerak-Zoommeer is een onnodige en kostbare zaak en beperkt sterk de inrichtingsmogelijkheden voor de Zuidwestelijke Delta. De inrichting van de Zuidwestelijke Delta is op haar beurt cruciaal voor de landelijke waterveiligheid en zoetwatervoorziening.
Het is niet wenselijk dat eerst innovatieve of uitdagende projecten gerealiseerd worden en de overheid vervolgens alsnog aan haar verplichtingen moet voldoen. In deze tijd van economische recessie zal de politiek geen groen licht geven aan planvorming waarvan het rendement sterk betwijfeld wordt. Vanwege haar tegenstrijdigheden met de nationale belangen, is te verwachten dat de het Uitvoeringsprogramma ZWD binnen afzienbare tijd van tafel wordt geschoven.
Alleen wanneer men de wateropgaven als uitgangspunten hanteert, kan men komen tot goede vergelijkingen en afwegingen om gezamenlijk, regionaal en nationaal, te eindigen met een breed gedragen en effectieve inrichtingsvisie.
Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer februari 2012